Sauermann Si-RVP1 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Sauermann Si-RVP1 (11 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 25 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Sauermann Si-RVP1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Sauermann |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | Si-RVP1 |
Handleiding Sauermann Si-RVP1 – volledige tekst
Nederlands GebruikshandleidingWAARSCHUWINGPROBEER NIET OM DE POMP TE LATEN LOPEN ZONDER TOEVOEGING VAN OLIE. Gebruik verjnde olie voor diep-vacuümpompen. Het gebruik van olie die niet gerafneerd is voor diep-vacuümpompen en / of werken met verontreinigde olie vervalt de garantie. 1 OLIEVULLINGDeze vacuümpomp is getest in de fabriek en verzonden met slechts sporen van olie. OLIE MOET WORDEN TOEGEVOEGD VOORALEER ZE TE LATEN DRAAIEN. Gebrek aan olie zal de patroon beschadigen alle garantie uitsluiten. 1. Zorg ervoor dat de olie-aftapklep onder de voorste behuizing toe is vooraleer olie toe te voegen. 2. Verwijder de uitlaatdemper van de bovenkant van de pomp en steek de oliees in de uitlaatpoort. 3. Voeg langzaam olie tot het oliepeil stijgt naar de bovenkant van de markering aan het kijkglas. Vul niet teveel olie toe. 4. Vervang de uitlaatdemper.
OPGELET:Om elektrische schokken te vermijden, hou de pomp binnen en zet ze niet in de regen. GEVAAR:1. Het stopcontact moet goed geaard zijn, anders kan er een elektrische schok ontstaan. Mocht het netsnoer of de stekker gerepareerd moeten worden of vervangen, gebruik de pomp niet. Als u de aardingsinstructies niet volledig begrijpt en twijfelt of een correcte aarding is gemaakt, neem contact op met een professionele elektricien of onderhoudsmonteur. Verander de structuur van de aangesloten adapterconnector niet. 2. Bij het uittrekken van de stekker , houdt deze dan vast in plaats van te trekken aan de draad. 3. Plaats niets op het netsnoer. Het kan de kabel beschadigen. 4. Gebruik geen kapotte stekker of stopcontact. 5. Trek de stekker niet uit met natte handen. 6. Trek de stekker niet uit, of steek hem in een schakelaar waar ontvlambare gassen kunnen aanwezig zijn. 1.
De temperatuur van geëvacueerd gas mag niet meer dan 80 °C (176 °F) bedragen en de omgeving-stemperatuur moet tussen 5-60 ˚C (41-140 ˚F) om optimaal te kunnen functioneren. 5. Niet pompen zonder olie. 6. Pomp en motor kunnen extreem heet aanvoelen bij hoge omgevingstemperaturen. 7. Blokkeer de uitlaat van de vacuümpomp niet. 2 OLIEPEIL CONTROLEREN1. Open de gasballastklep (kleine koperen tting gelegen naast het handvat) één slag. 2. Start de pomp en houdt de inlaat afgedekt gedurende ongeveer twee minuten. Observeer intussen het oliepeil. Het oliepeil in het kijkglas moet gelijk zijn met de markering. 3. Als het olieniveau te laag is, opent u de inlaatpoort en start de pomp gedurende 15 seconden, stop de pomp en observeer het oliepeil opnieuw. Voeg de kleine hoeveelheid olie toe, die vereist is.
3 GASBALLASTKLEPDe gasballastklep moeten worden geopend 1/4 slag gedurende het eerste deel van de evacuatieprocedure. Dit helpt vocht te elimineren en verlengt de levensduur van de vacuümpomp. Na ongeveer twee minuten de klep sluiten en verder de evacuatie procedure om een maximaal vacuüm te bereiken. Het niet volledig afsluiten van de afsluiter tijdens de UITEINDELIJKE evacuatie leidt tot hogere vacuüm aezingen. Tijdens de eerste fase van evacuatie , worden dampen sterk geconcentreerd. Helaas zullen sommige dampen condenseren in een vloeistof en zich mengen met de olie , waardoor het vermogen van die olie om een diep vacuüm te produceren vermindert. De gasballastklep zendt een gecontroleerde hoeveelheid droge lucht in de pomp tijdens de compressie om dit effect te minimaliseren en de olie relatief schoon te houden tijdens het eerste deel van de evacuatie.
4 OLIE VERVERSENOm het benodigde diepe vacuüm te bereiken, heeft je vacuümpomp zuivere, vochtvrije olie nodig tijdens het evacuatieproces. Vuile olie wordt een mengsel van bijtende zuren en water dat het vermogen van de pomp om een diep vacuüm trekken beïnvloedt. Als het blijft zitten in de pomp , zal dit slib roesten en de inwendige oppervlakken eroderen, met een kortere levensduur van de pomp tot gevolg. Vermijdt contact van de olie met huid of ogen. OLIE KAN HEET ZIJN. Gebruikte olie moet correct worden afgevoerd in een lekvrije corrosiebestendige container, volgens de plaatselijke voorschriften. 1. Na elke evacuatie, terwijl de pomp warm is en de olie dun, neem dan een kleine steekproef van de olie uit de afvoer poort. 2. Als de olie verontreinigd is, verwijder de olie door de pomp op een vlakke ondergrond te plaatsen en de olieaftapklep te openen.
Vang de afvalolie op in een container en voer af op een correct wijze. 3. Als de pomp meer dan een maand heeft stilgestaan, wordt de olie als besmet beschouwd, ongeacht het uiterlijk en moet deze worden vervangen zoals hierboven beschreven. 4. Om olie bij te vullen, sluit u de afvoer, verwijdert u de uitlaatdemper en vult u deze met verse olie tot aan de oliepeillijn. Olie-eigenschappen: Viscositeit (cSt) bij 40 °C: 46 +/- 10% / Dichtheid bij 20 °C (g/cm3): 0,86 - 0,87 / Gietpunt °C (°F): -18 °C (0 °F). 5 AANSLUITINGENVervang alle afsluitkapjes indien nodig en draai ze handmatig vast. Geen kapjes met een beschadigde of ontbrekende O–ringen gebruiken en de vacuümpomp altijd bewaren met kapjes goed gesloten om vuil en vochtbesmetting te voorkomen. Designation Si-RVP1-220V Si-RVP3-220V Si-RVP1-110V Si-RVP2-110VOliecapaciteit 250 ml / 8. 5 oz. 440 ml / 15 oz. 250 ml / 8. 5 oz. 440 ml / 15 oz.
OliecapaciteitGebruikte symbolenGelieve voor uw eigen veiligheid en om beschadigingen aan het apparaat te vermijden de in de handleiding beschreven procedures te volgen en de opmerkingen die achter dit symbool staan aandachtig door te lezen:7 MAGNEETKLEP EN METER (Si-RVP-220V)De magneetklep gaat open wanneer stroom naar de vacuümpomp wordt ingeschakeld. Als de vacuümpomp om welke reden dan ook stroom verliest, zal de magneetklep sluiten, waardoor wordt voorkomen dat vacuümpompolie een back-up maakt in de installatie waarop deze is aangesloten. De vacuümmeter geeft een ruwe indicatie van vacuüm. Hij kan worden gebruikt voor lektesten door de wijzer op het huidige vacuümniveau te plaatsen en de installatie voor een langere periode te sluiten. Voor metingen op microniveau wordt een vacuümsonde aanbevolen (Sauermann Si-RV4).
6 POMPMOTORDe temperatuur van pomp en olie moet minimum -1 °C (30 °F) bedragen. De netspanning moet gelijk zijn aan de rating op het typeplaatje ±10%. Normale bedrijfstemperatuur is ongeveer 71 °C (160 °F), dat is HEET om aan te raken. Netspanning en omgevingstemperatuur zullen de normale werktemperatuur beïnvloeden. Uw vacuümpomp is ontworpen voor continu gebruik en zal langere tijd lopen zonder oververhitting. De motor heeft een automatische reset beveiliging tegen overbelasting. Indien de motor na afslaan niet opnieuw opstart, kan de thermische beveiliging geopend zijn. Koppel dan de pomp af van de installatie, ongeveer 15 minuten wachten tot de motor is afgekoeld en probeer het opnieuw.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Sauermann Si-RVP1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Niet gecategoriseerd Sauermann
Handleiding Niet gecategoriseerd
Nieuwste handleidingen voor Niet gecategoriseerd
