Rittal SK 3302 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Rittal SK 3302 (59 pagina’s), behorend tot de categorie Klimaatbeheersing. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Rittal SK 3302 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Rittal |
| Categorie: | Klimaatbeheersing |
| Model: | SK 3302 |
Handleiding Rittal SK 3302 – volledige tekst
4 Montage- en bedieningshandleiding Rittal koelaggregaat1 ,pIerGiJgeJ biF de dKcuIeJtatie+)1 ,pIerGiJgeJ biF de dKcuIeJtatieDeze handleiding is bestemd voor: – Technici die vertrouwd zijn met de montage en installatie van het koelaggregaat– Technici die vertrouwd zijn met de bediening van het koelaggregaat11GeHdige dKcuIeJteJVoor de hier beschreven apparaten is een montage-, installatie- en bedieningshandleiding beschikbaar, als papieren document en/of op de bij het apparaat meegeleverde CD-ROM. Voor schade, als gevolg van het niet in acht nemen van de aanwijzingen in deze handleidingen, kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld. Indien nodig zijn ook de handleidingen van de gebruikte toebeho-ren van toepassing. 12CEIarGeriJgDe conformiteitsverklaring is als apart document bij het apparaat meegeleverd.
13 BewareJ vaJ de dKcuIeJteJDeze handleiding alsmede alle andere meegelever-de documentatie maken deel uit van dit product. Ze moeten aan de installatie-gebruiker worden over-handigd. De gebruiker zorgt dat de documentatie zodanig wordt opgeborgen dat deze altijd toeganke-lijk is. 14 GebruiGte syIbKHeJ2VeiHigheidsvKKrschrifteJNeem de volgende algemene veiligheidsvoorschrif-ten in acht bij de montage en bediening van het apparaat:– Montage, installatie en onderhoud mogen alleen door speciaal hiervoor opgeleide technici worden uitgevoerd. – Veranker de kast aan de vloer om kantelen bij gemonteerd koelaggregaat te voorkomen. – De luchtaanzuig- en luchtuitblaasopeningen van het koelaggregaat aan de binnen- en buitenzijde van de kast mogen niet zijn gemodificeerd (zie ook paragraaf 4. 2. 2).
– Gebruik voor het probleemloos openen en sluiten van de kastdeur een oplooprol (zie toebehoren in het Rittal-handboek). De deur wordt daardoor ge-makkelijk geopend, waarbij het gewicht van het koelaggregaat zodanig wordt verdeeld dat vervor-ming van de deur en de daarmee verbonden on-dichtheden worden voorkomen.
– Het vermogensverlies van de in de kast geïnstal-leerde componenten mag het specifieke nuttige koelvermogen van het koelaggregaat niet over-schrijden. – Koelaggregaten met de artikelnummers: 3303. xxx, 3361. xxx, 3304. xxx, 3305. xxx, 3328. xxx, 3329. xxx en 3332. xxx mogen alleen staand worden getrans-porteerd en dienen tegen overhellen te worden be-schermd. De apparaten met de volgende artikel-nummers worden liggend getransporteerd: 3302. xxx, 3366. xxx. – Bij het transport van al gemonteerde apparaten (aan de schakelkast) dienen transportzekeringen te worden gebruikt. Hiervoor is een constructie van bijv. kanthout of planken die het koelaggregaat on-dersteunen en verzakken van het apparaat bij sto-ten voorkomen (zie afb. 1). Om kantelmomenten zoveel mogelijk te beperken, dient er een voldoen-de groot pallet te worden gebruikt.
Wordt het koe-laggregaat aan een deur gemonteerd, dan dient deze tijdens het transport gesloten te blijven. – Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen en toebehoren. – Breng geen wijzigingen aan het koelaggregaat aan, die niet in deze of de andere geldige handlei-dingen zijn beschreven. – Verbrandingsgevaar. Bij koelaggregaten met au-tomatische condensverdamping wordt het opper-vlak van het verwarmingselement tijdens het be-drijf en gedurende enige tijd na uitschakeling erg heet. – De netsteker van het koelaggregaat mag alleen in spanningsloze toestand worden ingestoken of uit-getrokken. Gebruik de op het typeplaatje vermelde voorzekering. EeJ syIbKKH dat aaJgeeft dat eeJ haJdeHiJg dieJt te wKrdeJ uitgevKerdGevaar. Direct HeveJs eJ HetseHgevaar. )et Kp. *KgeHiFG gevaar vKKr prKduct eJ IiHieu ,pIerGiJgĮNuttige informatie en bijzonderheden. .
3 BeschriFviJg vaJ het aggregaatMontage- en bedieningshandleiding Rittal koelaggregaat 5+)Afb. 1: Transport van een combinatie kast-koelaggregaat3 BeschriFviJg vaJ het aggregaatAfhankelijk van het aggregaattype kan het uiterlijk van uw koelaggregaat afwijken van de in deze hand-leiding getoonde afbeeldingen. De werking is echter in principe altijd gelijk. Afb. 2: Beschrijving van het aggregaat)egeJda1 Blindklinkmoer2 Verdamperventilator3 Elektrisch schema4 X2 master-slave-aansluiting5 X3 optionele seriële interface6 X1 aansluitklemmenstrook7 Luchtuitblaasopening8 Voorste behuizingshelft9 Achterste behuizingshelft10 Ventilatierooster voor luchtuittrede11 Display12 Gordel13 Ventilatierooster voor luchtinlaat14 Typeplaatje15 Condensafvoer16 Verzendzakje31TÁVgeteste verIKgeJsIetiJg vKHgeJs DI+ E+ 14511Alle TopTherm-koelaggregaten in het vermogens-spectrum van 300 tot 4.
000 W zijn door TÜV Nord als onafhankelijk testinstituut getest volgens de actuele DIN EN 14511:2012-01. Dit biedt een veiligheidsga-rantie bij de configuratie van uw klimatiseringsoplos-sing en garandeert dat u de prestaties ontvangt waarvoor u betaald hebt. 32FuJctiebeschriFviJg321FuJctiepriJcipeHet koelaggregaat (compressiegeregelde koelin-stallatie) bestaat uit vier hoofdcomponenten (zie afb. 3): verdamper (1), compressor (2), condensor (3) en regel- resp. expansieventiel (4), die via leidin-gen met elkaar zijn verbonden. Dit circuit is gevuld met een stof met een laag kookpunt, het koudemid-del. Het koudemiddel R134a (CH2FCF3) is chloorvrij. Het ozonverstoringspotentieel (OVP) hiervan be-draagt 0. Dit maakt het zeer milieuvriendelijk.
De in de het ge-sloten koudemiddelcircuit geïntegreerde filterdroger (5) biedt een effectieve bescherming tegen het bin-nendringen van vocht, zuren, vuildeeltjes en vreem-de voorwerpen in het koudemiddelcircuit. Afb. 3: KoudemiddelcircuitIn de verdamper (1) gaat het vloeibare koudemiddel over in gasvormige toestand.
De hiervoor benodigde energie wordt als warmte aan de lucht in de kast ont-trokken en realiseert hiermee de koeling. In de com-pressor (2) wordt het koudemiddel sterk gecompri-meerd, zodat dit in de condensor (3) een hoger tem-peratuurniveau bereikt dan de omgevingslucht. Hierdoor kan de overtollige warmte via het oppervlak van de condensor aan de omgevingslucht worden afgegeven, waardoor het koudemiddel afkoelt en weer vloeibaar wordt. Via een thermostatisch expan-sieventiel (4) wordt het koudemiddel opnieuw in de verdamper ingespoten, waardoor het verder afkoelt en weer energie uit de lucht in de kast kan opnemen. De kringloop begint weer van voren af aan.
6 Montage- en bedieningshandleiding Rittal koelaggregaat3 BeschriFviJg vaJ het aggregaat+)322RegeHiJgDe Rittal koelaggregaten zijn uitgevoerd met een re-geling (controller), waarmee de functies van het koe-laggregaat kunnen worden ingesteld. Afhankelijk van de uitvoering gaat het daarbij om de basiscontroller (weergave van de bedrijfsstatus via led) of de comfortcontroller (displayweergave en uitgebreide functies, zie hoofdstuk 6 „6 Bediening” pagina 21). 323 BusbedieJiJg (aHHeeJ eCKIfKrtcKJtrKHHer)Via de seriële interface X2 kunt u m. b. v. de master-slave-kabel (afgeschermde, vierdraadskabel, bestelnr. 3124. 100) een busverbinding tussen maxi-maal tien koelaggregaten tot stand brengen.
Daar-door kunt u de volgende functies realiseren:– Parallelle aggregaatbesturing (gemeenschappe-lijk in- en uitschakelen van de gekoppelde koelag-gregaten)– Parallelle deurmelding (deur open) – Parallelle storingsmelding De data-uitwisseling vindt plaats via de master- slave-verbinding. Bij de inbedrijfstelling wijst u daarvoor aan elk apparaat een adres toe, dat ook de code „master” of „slave” bevat. 324VeiHigheidssysteIeJ– De koelaggregaten (behalve type 3302. xxx) zijn in het koudemiddelcircuit voorzien van een geteste drukbewaking volgens EN 12 263. Deze drukbe-waking is ingesteld op max. PS (toel. druk) en func-tioneert bij herhaaldelijk optredende drukval via een automatisch resetsysteem. – Een temperatuurbewaking voorkomt bevriezing van de verdamper. Bij bevriezingsgevaar schakelt de compressor uit en bij hogere temperaturen automatisch weer in.
– De koudemiddelcompressor en de ventilatoren zijn ter beveiliging tegen te hoge stromen en temperaturen uitgevoerd met een thermische wikkelingsbeveiliging. – Om drukopbouw in de compressor en daarmee het veilig starten van het proces mogelijk te maken, schakelt het aggregaat na een afschakeling (bijv.
na het bereiken van de insteltemperatuur door de deurschakelaarfunctie of door het spanningsvrij schakelen) met een vertraging van 180 sec. in. – De aansluitklemmen (klemmen 3 – 5) van het koel-aggregaat zijn voorzien van potentiaalvrije contac-ten via welke de systeemmeldingen van het aggre-gaat, bijv. met behulp van een PLC, kunnen wor-den opgevraagd (1x wisselcontact basiscontroller/2x maakcontacten e-Comfortcontroller). 325CKJdeJsvKrIiJgBij hoge luchtvochtigheid en lage temperaturen in de kast kan er op de verdamper condens worden ge-vormd. De koelaggregaten (behalve 3302. xxx, 3303. xxx en 3361. xxx) zijn voorzien van een automatische, elek-trische condensverdamping. Het hiervoor toegepas-te verwarmingselement is gebaseerd op de zelfrege-lende PTC-techniek.
Het condensaat dat op de ver-damper is ontstaan, wordt in het externe circuit van het koelaggregaat in een reservoir verzameld en voor een deel door de luchtstroming verdampt. In-dien het waterpeil stijgt, komt het water in het PTC-verwarmingselement terecht en wordt het verdampt (principe van doorlopende verwarming). De water-damp stroomt met de luchtstroming van de externe ventilator uit het koelaggregaat. Het PTC-verwarmingselement is permanent aange-sloten en heeft geen schakelmoment. Het verwar-mingselement is met fijnzekeringen (F1. 1, F1. 2) tegen kortsluiting beveiligd. Wanneer een zekering is aangesproken, loopt de gevormde condens via de veiligheidsoverloop weg. Bij de aggregaattypen 3302. xxx, 3303. xxx en 3361. xxx wordt het condenswater via een buisje in de scheidingswand van de verdamper aan de onderzijde van het aggregaat naar buiten gevoerd.
Hiertoe dient een slangstuk op de condensafvoer-steun te worden aangesloten (zie „4. 4 Condensaf-voer aansluiten”, pagina 12). Voor deze aggregaat-typen zijn externe condensverdampers als toebe-horen leverbaar (zie ook toebehoren Rittal-handboek).
326FiHterIatteJDe complete condensor van het koelaggregaat is voorzien van een vuilafstotende resp. gemakkelijk te reinigen RiNano-coating. In veel situaties is daarom de toepassing van filtermedia overbodig, vooral in omgevingen met droog stof. Bij droge, grove stofdeeltjes en pluisjes in de omgevingslucht dient een extra filtermat van PU-schuim (als toebehoren leverbaar) in het koelag-gregaat te worden ingebouwd. Afhankelijk van de hoeveelheid stof dient u het filter af en toe te verwis-selen. In omgevingen met oliehoudende lucht raden wij metalen filters aan (eveneens toebehoren). Deze kunt u met geschikte reinigingsmiddelen reinigen en opnieuw gebruiken. Werking van de filtermatbewaking (alleen bij e-Comfortcontroller):De mate van verontreiniging van de filtermat wordt automatisch bepaald door een temperatuurverschil-meting in het externe circuit van het koelaggregaat.
Bij toenemende verontreiniging van de filtermat stijgt het temperatuurverschil. De gewenste waarde van het temperatuurverschil in het externe circuit wordt automatisch aan de betreffende arbeidspunten in de karakteristieken aangepast. Hierdoor hoeft de ge-wenste waarde bij verschillende arbeidspunten van het aggregaat niet te worden nageregeld. 327 DeurschaGeHaarHet koelaggregaat kan via een potentiaalvrij aange-sloten deurschakelaar worden bediend. De deur-.
4 *KJtage eJ aaJsHuitiJgMontage- en bedieningshandleiding Rittal koelaggregaat 7+)schakelaar is niet bij de levering inbegrepen (toe-behoren, bestelnr. 4127. 010). De deurschakelaarfunctie zorgt dat de ventilatoren en de compressor in het koelaggregaat bij ge-opende kastdeur (contact 1 en 2 gesloten) na ca. 15 sec. worden afgeschakeld. Dit vermindert de condensvorming in de behuizing bij geopende deur. Om beschadiging van het aggregaat te voorkomen, is dit uitgevoerd met een inschakelvertraging: De verdamperventilator schakelt na het sluiten van de deur na een vertraging van ca. 15 sec. weer in, de verdamperventilator en de compressor na ca. 3 min. 328Extra iJterface X3Op de 9-polige SUB-D-connector X3 kunt u een extra interfacekaart aansluiten om het koelaggregaat aan hogere bewakingssystemen te koppelen (als toebehoren leverbaar, interfacekaart bestelnr. 3124. 200).
33VKKrgeschreveJ gebruiGRittal koelaggregaten werden volgens de geldende stand der techniek en de erkende veiligheidstech-nische regels ontwikkeld en geconstrueerd. Desondanks kan er bij ondeskundig gebruik levens- en letselgevaar resp. materiaalschade optreden. Het apparaat is uitsluitend bestemd voor het koelen van behuizingen. Elke andere toepassing wordt gezien als niet-voorgeschreven gebruik. Voor hieruit ontsta-ne schade of ondeskundige montage, installatie of toepassing is de fabrikant niet aansprakelijk. Het risico ligt uitsluitend bij de gebruiker. Tot het voorgeschreven gebruik behoort ook het in acht nemen van alle geldende documentatie alsmede het naleven van inspectie- en onder-houdsvoorwaarden. 34 )everiJgHet apparaat wordt compleet gemonteerd als leve-ringseenheid geleverd. Controleer de levering op volledigheid:Tab.
1: Levering4 *KJtage eJ aaJsHuitiJg41 (euVe vaJ de staJdpHaatsNeem bij de keuze van de standplaats voor de be-huizing de volgende aanwijzingen in acht:– De standplaats en daarmee de plaatsing van het koelaggregaat dient zodanig te worden gekozen dat een goede be- en ontluchting is gewaarborgd (afstand tussen de koelaggregaten onderling en de wand tenminste 200 mm). – Het koelaggregaat dient verticaal te worden inge-bouwd en bediend (max. afwijking: 2°). – De locatie dient vrij van sterke verontreiniging en vocht te zijn. – De omgevingstemperatuur mag niet hoger zijn dan 55°C. – Er moet een condensafvoer kunnen worden gerea-liseerd (zie „4. 4 Condensafvoer aansluiten”, pagina 12). – De op het typeplaatje van het apparaat vermelde netaansluitgegevens dienen te zijn gewaarborgd. 42AaJwiFViJgeJ biF de IKJtage421AHgeIeeJ– Let op of de verpakking niet is beschadigd.
Olie-sporen op een beschadigde verpakking duiden op koudemiddelverlies, het aggregaat kan zijn gaan lekken. Elke verpakkingsschade kan de oorzaak zijn van een latere storing. – De kast dient aan alle zijden te zijn afgedicht (IP 54). Een ondichte kast heeft een hogere con-densopbouw tot gevolg. – Om een hoge condensaatopbouw in de kast te voorkomen, raden wij de inbouw van een deur-schakelaar aan (bijv. 4127. 010), die het koelaggre-gaat bij het openen van de kastdeur uitschakelt (zie „3. 2. 7 Deurschakelaar”, pagina 6). ,pIerGiJgĮ– De deurcontacten (klemmen 1 en 2) mogen niet door externe spanning worden gevoed. – Bij koelaggregaten met basisregeling blijft de verdamperventilator ook bij geopende deur functioneren. ,pIerGiJgĮBij de elektrische signalen van de interface gaat het om lage spanningen (niet om lage veiligheidsspanningen volgens EN 60 335).
8 Montage- en bedieningshandleiding Rittal koelaggregaat4 *KJtage eJ aaJsHuitiJg+)422 ,pbKuw vaJ de eHeGtrKJische cKIpKJeJteJ iJ de behuiViJgAfb. 4: Gekoelde lucht niet rechtstreeks op actieve componenten richtenWij bieden als toebehoren componenten voor het omleiden van de lucht aan, zie het Rittal-handboek. Zorg dat een gelijkmatige luchtcirculatie in de behui-zing is gewaarborgd. De luchtaanzuig- en -inblaas-openingen mogen niet zijn gemodificeerd, omdat het koelvermogen van het apparaat dan afneemt. Bepaal de afstand „x” (zie afb. 5) tot de elektroni-sche componenten en andere inbouwcomponenten zodanig dat de vereiste luchtcirculatie niet wordt ge-modificeerd en daardoor belemmerd. Afb. 5: Luchtcirculatie in de behuizing43 (KeHaggregaat IKJtereJU kunt het koelaggregaat naar keuze aanbouwen (1), gedeeltelijk inbouwen (2) of compleet inbouwen (3):Afb.
6: InbouwmethodeHiertoe dient u overeenkomstig het bij de levering in-begrepen boorsjabloon uitsparingen en boringen in de zijwand resp. de deur van de kast aan te brengen. )et Kp. Gevaar vKKr cKJdeJsvKrIiJg. 7Krg biF het pHaatseJ vaJ de eHeGtrKJische cKIpKJeJteJ iJ de behuiViJg dat de geGKeHde Hucht vaJ het GKeHaggregaat Jiet Kp actieve cKIpKJeJteJ is gericht 7Krg dat de geGKeHde Hucht Jiet rechtstreeGs Kp de warIe HuchtstrKKI afGKIstig vaJ de actieve cKIpKJeJteJ VKaHs biFv KIvKrIers is gericht Dit GaJ tKt HuchtGKrtsHuitiJg HeideJ eJ eeJ gKede GHiIaatbeheersiJg verhiJdereJ Kf er VeHfs de KKrVaaG vaJ ViFJ dat het GKeHaggregaat de GKeHiJg vaJwege de iJterJe veiHigheidssysteIeJ uitschaGeHt,pIerGiJgĮAggregaten van de typen 3302. xxx en 3366. xxx kunnen alleen worden aange-bouwd of compleet worden ingebouwd. Aggregaten van de typen 3332.
4 *KJtage eJ aaJsHuitiJgMontage- en bedieningshandleiding Rittal koelaggregaat 9+)431UitspariJg iJ de behuiViJg aaJbreJgeJ Plak de meegeleverde boorsjabloon met plakband op de zijwand of deur van de kast. Op de boorsjabloon zijn maatlijnen aangebracht t. b. v. de mogelijke montagemethoden voor uw koelaggregaat. Identificeer aan de hand van de maatschetsen (zie Bijlage) de lijnen en afmetingen op de boors-jabloon die voor uw montagemethode van toe-passing zijn. Boringen centreren, boren en scherpe randen verwijderen. Breng de uitsparingen inclusief de lijnbreedte volgens de boorsjabloon aan. Verwijder de scherpe randen van de uitsparingen. 432 (KeHaggregaat aaJbKuweJ Knip het meegeleverde afdichtingsband op maat en plak het zorgvuldig zodanig aan de achterzijde van het aggregaat dat de stootrand helemaal is afgedekt. Afb.
7: Afdichtingsband aanbrengen Draai de meegeleverde draadstiften in de blind-moeren aan de achterzijde van het aggregaat. Bevestig het aggregaat met de meegeleverde ringen en moeren. Afb. 8: Koelaggregaat bevestigen (alle modellen behalve 3302. 1xx)Afb. 9: Koelaggregaat bevestigen (alleen 3302. 1xx „aanbouw”)433 (KeHaggregaat gedeeHteHiFG iJbKuweJ Trek het ventilatierooster en evt. de houder voor-zichtig naar voren van de behuizing af. Trek voorzichtig de steker uit de achterzijde van het display en duw deze voorzichtig door de kabeldoorvoer naar binnen. Afb. 10: Ventilatierooster afnemen en display loskoppelen Draai de vier moeren aan de voorste behuizingshelft los en trek de behuizing ca. 5 cm naar voren. Neem de vlaksteker van de aardlitze tussen beide behuizingshelften los. Koppel de ventilator los. Verwijder de voorste behuizingshelft helemaal. )etseHgevaar.
10 Montage- en bedieningshandleiding Rittal koelaggregaat4 *KJtage eJ aaJsHuitiJg+)Afb. 11: Afdekkap verwijderen Verwijder de vier afstandsbouten. Knip het meegeleverde afdichtingsband op maat en plak het zorgvuldig zodanig aan de binnenzijde van de achterste behuizingshelft dat de aansluitin-gen helemaal zijn afgedekt.Afb. 12: Afdichtingsband aanbrengen Schuif de achterste behuizingshelft in de montage-uitsparing en dit deze met de vier afstandsbouten. Schuif de displaykabel door de kabeldoorvoer van de voorste behuizingshelft.Afb. 13: Koelaggregaat bevestigen Sluit de ventilatorsteker en aardlitze aan. Monteer de voorste behuizingshelft met de vulringen en moeren.Afb. 14: Displaysteker aansluiten Sluit voorzichtig de steker op het display aan. Druk het ventilatierooster en evt. de houder op de behuizing.
4 *KJtage eJ aaJsHuitiJgMontage- en bedieningshandleiding Rittal koelaggregaat 11+)434 (KeHaggregaat cKIpHeet iJbKuweJ Trek het ventilatierooster en de houder voorzichtig naar voren van de behuizing af. Trek voorzichtig de steker uit de achterzijde van het display.Afb. 15: Ventilatierooster afnemen en display loskoppelen Knip het meegeleverde afdichtingsband op maat en plak het zorgvuldig zodanig op de voorste behuizingshelft dat de aansluitingen helemaal zijn afgedekt.Afb. 16: Afdichtingsband aanbrengen Draai de vier moeren en ringen van de voorste behuizingshelft los. Schuif het aggregaat vanaf de binnenzijde van de kast in de montage-uitsparing en bevestig het aggregaat vanaf de buitenzijde met de ringen en moeren aan de kast.Alleen voor 3302.xxx: Verwijder voor de montage, zoals afgebeeld, de vier schroeven.Afb. 17: Alleen 3302.xxx: vier schroeven verwijderenAfb.
18: Koelaggregaat bevestigen Bevestig het aggregaat evt. ook met de meegele-verde bevestigingsplaten, zoals weergegeven in afb. 18. Sluit voorzichtig de steker op het display aan. Druk het ventilatierooster en evt. de houder op de behuizing.4x
12 Montage- en bedieningshandleiding Rittal koelaggregaat4 *KJtage eJ aaJsHuitiJg+)44CKJdeJsafvKer aaJsHuiteJBij alle apparaattypen kan een condensafvoerslang worden gemonteerd. De condensafvoer– dient met het juiste verval te zijn aangebracht (geen sifonvorming)– dient knikvrij te zijn– mag bij een verlenging niet in doorsnede zijn gereduceerdDe condensslang is leverbaar als toebehoren (zie ook toebehoren in het Rittal-handboek). Afb. 19: Condensafvoer aansluiten Sluit een geschikte slang op de condensafvoer-steun aan en borg deze met een slangklem. Plaats de condensslang bijv. in een afvoer resp. in de externe condensverdamping (zie ook toebeho-ren Rittal-handboek). 45AaJwiFViJgeJ biF de eHeGtrische iJstaHHatieNeem bij de elektrische installatie alle geldige natio-nale en regionale voorschriften alsmede de voor-schriften van de betreffende energiebedrijven in acht.
De elektrische installatie mag alleen door een erkende elektrotechnicus worden uitgevoerd, die verantwoordelijk is voor het aanhouden van de be-staande normen en voorschriften. 451AaJsHuitgegeveJs– De aansluitspanning en -frequentie dienen overeen te komen met de nominale waarden op het typeplaatje. – Het koelaggregaat dient via een meerpolige schei-dingsinrichting op het net te worden aangesloten, die in uitgeschakelde toestand een contactope-ning van minstens 3 mm garandeert. – Aan de voedingszijde van het apparaat mag geen extra temperatuurregeling worden voorgescha-keld. – Installeer als kortsluitbeveiliging voor het aggre-gaat de op het typeplaatje vermelde trage voor-zekering. – De netaansluiting dient een potentiaalvereffening te garanderen die nagenoeg vrij is van externe spanningen.
452 ,verspaJJiJgsbeveiHigiJg eJ JetbeHastiJg– Het aggregaat beschikt niet over een eigen over-spanningsbeveiliging. De gebruiker dient aan de netzijde maatregelen t. b. v. een effectieve bliksem- en overspanningsbeveiliging te treffen.
De net-spanning mag de tolerantie van ±10 % niet over-schrijden. – Overeenkomstig IEC 61 000-3-11 mag het aggre-gaat alleen worden gebruikt voor toepassingen, waarbij de max. continustroom van het net (voe-dingskabel energiebedrijf) groter is dan 100 A per fase en die met een netspanning van 400/230 V worden gevoed. Indien nodig dient in overleg met het energiebedrijf te worden gegarandeerd dat de max. continustroom bij het aansluitpunt op het openbare elektriciteitsnet voldoende is voor de aansluiting van één aggregaat. – De ventilator en compressor in één- en driefase-aggregaten zijn intrinsiekveilig (thermische wikke-lingsbeveiliging). Dat geldt ook voor de trafover-sies van de typen 3304. 510, 3305. 510, 3328. 510 en 3329. 510, alsmede voor aggregaten met afwij-kende spanningen, die eveneens met een trafo zijn uitgerust.
– Installeer als kortsluitbeveiliging voor het aggre-gaat de op het typeplaatje vermelde trage voorze-kering (zekeringsautomaat met toepasselijke ka-rakteristiek, bijv. K-karakteristiek, resp. smeltzeke-ring van het gG-standaardtype, vermogensschakelaars voor installatie- resp. trafo-beveiliging). Selecteer de betreffende vermogens-schakelaars overeenkomstig de gegevens op het typeplaatje: stel de beveiligingsschakelaars op de aangegeven waarde in. Op die manier wordt een optimale kortsluitbeveiliging voor kabels en aggre-gaat bereikt. Voorbeeld: Aangegeven instelbereik 6,3 – 10 A; op 6,3 A instellen. 453 DraaistrKKIaggregateJ– Bij de elektrische aansluiting van apparaten in de draaistroomuitvoering dient het rechtse draaiveld altijd in acht te worden genomen. – De draaistroomuitvoering van de typen 3304. xxx, 3305. xxx, 3328. xxx, 3329. xxx en 3332.
xxx dient via een vermogensschakelaar voor installatiebe-veiliging op een TN-net met geaard sterpunt te worden aangesloten (instelstroom overeenkomstig typeplaatje).
Draaistroomaggregaten met afwij-kende spanningen dienen met een vermogens-schakelaar voor trafobeveiliging (categorie AC-3) overeenkomstig het typeplaatje te worden bevei-ligd. – Aggregaten met draaistroomuitvoering in 400/460 V bewaken bovendien het draaiveld resp. het ontbreken van een fase. Bij een verkeerd draaiveld of ontbrekende fase functioneert het aggregaat niet.
4 *KJtage eJ aaJsHuitiJgMontage- en bedieningshandleiding Rittal koelaggregaat 13+)454 DeurschaGeHaar– Elke deurschakelaar mag slechts aan één koelag-gregaat worden toegewezen. – Op één koelaggregaat kunnen, parallelgescha-keld, meerdere deurschakelaars worden aange-sloten. – De minimale doorsnede van de aansluitkabel bedraagt 0,3 mm2 bij een kabellengte van 2 m. – De kabelweerstand naar de deurschakelaar mag max. 50 Ω bedragen. – De deurschakelaar mag alleen potentiaalvrij wor-den aangesloten, zonder externe spanningen. – Het contact van de deurschakelaar dient bij geopende deur te zijn gesloten. De lage veiligheidsspanning voor de deurschake-laar wordt verzorgd door de interne voeding: stroom ca. 30 mA DC. Sluit de deurschakelaar aan op de klemmen 1 en 2 van de aansluitconnector. 455AaJwiFViJgeJ Ibt de fHiGGerJKrIDe flikkergrenswaarden van de norm EN 61 000-3-3 resp.
-3-11 worden aangehouden wanneer de netim-pedantie kleiner is dan ca. 1,5 Ω. De gebruiker van het aggregaat dient evt. de aan-sluitimpedantie te meten of contact op te nemen met het betreffende energiebedrijf. Wanneer er geen mo-gelijkheden zijn om invloed op de netimpedantie uit te oefenen en er storingen bij gevoelige ingebouwde componenten (bijv. BUS) optreden, dan dient er bij-voorbeeld een netsmoorspoel of een inschakel-stroombegrenzer voor het koelaggregaat te worden geschakeld, die de inschakelstroom van het koelag-gregaat begrenst. 456PKteJtiaaHvereffeJiJgDient het apparaat wegens EMC-redenen te worden aangesloten op de bij de klant aanwezige potentiaal-vereffening, dan kan op het aansluitpunt van de po-tentiaalvereffening (bevestigingspunten) bij wand-montage-koelaggregaten een kabel met een grotere nominale doorsnede worden aangesloten.
46EHeGtrische iJstaHHatie uitvKereJ461BusaaJsHuitiJg (aHHeeJ biF de GKppeHiJg vaJ Ieerdere aggregateJ KJderHiJg Iet eCKIfKrtcKJtrKHHer)Via de seriële interface X2 kunnen bij toepassing van meerdere koelaggregaten m. b. v. de buskabel (be-stelnr. 3124. 100) maximaal 10 koelaggregaten met elkaar worden verbonden. Let bij de koppeling op het volgende:– Aan te sluiten koelaggregaten spanningsvrij scha-kelen– Voor toereikende elektrische isolatie zorgen– Kabels niet parallel aan de voedingskabels leggen– Op korte kabellengten letten462AaJsHuitiJg X3 vKKr seriÍHe iJterfaceOp X3 kan de interfacekaart (bestelnr. 3124. 200) worden aangesloten. Deze interface dient voor de communicatie van systeemmeldingen in een PLC, voor externe parametrering en bewaking of voor integratie in de gebouwencentrale. 463 *KJtage exterJe trafKAlleen voor aggregaat 3361. x40. Afb.
20: Montage externe trafo (alleen 3361. x40),pIerGiJgĮBij de elektrische signalen van de interface X2 gaat het om lage spanningen (niet om lage veiligheidsspanningen volgens EN 60 335-1). )et Kp. BiF het Haatste sHaveGKeHaggregaat iJ de GKppeHiJg Iag de KvergebHeveJ bus vaJ de YGabeH 3124100 iJ geeJ gevaH iJ de iJterface X3 vaJ het GKeHaggregaat wKrdeJ gestKGeJ. Montage aggregaatachter-wandBevestiging op 35 mm montagerail DIN EN 50 022Elektrische aansluiting koelaggregaatAan klantzijde aansluiting230 V.
20 Montage- en bedieningshandleiding Rittal koelaggregaat5 IJbedriFfsteHHiJg+)47 *KJtage afrKJdeJ471FiHterIedia iJbKuweJDe complete condensor van het koelaggregaat is voorzien van een vuilafstotende resp. gemakkelijk te reinigen RiNano-coating. In veel situaties is daarom de toepassing van filtermedia overbodig, vooral in omgevingen met droog stof. Bij droge, grove stofdeeltjes en pluisjes in de omge-vingslucht dient een extra filtermat van PU-schuim (als toebehoren leverbaar) in het koelaggregaat te worden ingebouwd. In omgevingen met oliehouden-de lucht raden wij metalen filters aan (eveneens toe-behoren). Bij toepassing in textielbedrijven met ster-ke pluisvorming dienen pluiszeven te worden toege-past (als optie leverbaar). Trek het ventilatierooster voor de luchtintrede van de behuizing. Plaats de filtermat zoals in afb.
31 is weergegeven in het ventilatierooster en druk dit weer op de be-huizing. Afb. 31: Filtermat inbouwen472 *KJtage GKeHaggregaat vKHtKKieJAlleen bij gedeeltelijke en volledige inbouw. Sluit de connector op de achterzijde van het dis-play aan. Plaats het ventilatierooster aan de voorzijde op het aggregaat en druk het vast, tot u een klik hoort. Afb. 32: Display aansluiten en ventilatierooster plaatsen 473FiHterIatbewaGiJg iJsteHHeJ (aHHeeJ biF eCKIfKrtcKJtrKHHer)Functie van de filtermatbewaking:De mate van verontreiniging van de filtermat wordt automatisch bepaald door een temperatuurverschil-meting in het externe circuit van het koelaggregaat (zie „6. 2. 6 Overzicht programmering”, pagina 26). Bij toenemende verontreiniging van de filtermat stijgt het temperatuurverschil.
De gewenste waarde van het temperatuurverschil in het externe circuit wordt automatisch aan de betreffende arbeidspunten in de karakteristieken aangepast. Hierdoor hoeft de ge-wenste waarde bij verschillende arbeidspunten van het aggregaat niet te worden nageregeld.
5IJbedriFfsteHHiJg Schakel de stroomtoevoer naar het koelaggregaat in nadat alle montage- en installatiewerkzaamhe-den zijn afgerond. Het koelaggregaat treedt in werking:– met basiscontroller: de groene bedrijfs-led („line”) licht op– met e-Comfortcontroller: eerst verschijnt geduren-de ca. 2 sec. de softwareversie van de controller, daarna verschijnt „ECO” voor de geactiveerde Eco-mode. Vervolgens verschijnt de interne behui-zingstemperatuur op het 7-segments display. Nu kunt u uw individuele instellingen op het aggre-gaat aangeven, bijv. insteltemperatuur of (alleen bij comfortcontroller) toewijzing van de netwerkcode etc. (zie hoofdstuk „6 Bediening, pagina 21). )et Kp. Gevaar vKKr beschadigiJg. De KHie IKet iJ de cKIpressKr wKrdeJ verVaIeHd KI eeJ gKede sIeriJg eJ GKeHiJg te waarbKrgeJU Iag het GKeHaggregaat Kp ViFJ vrKegst 30 IiJ Ja de IKJtage iJschaGeHeJ.
6 BedieJiJgMontage- en bedieningshandleiding Rittal koelaggregaat 21+)6BedieJiJgM.b.v. de regelaar (controller) aan de voorzijde van het aggregaat (afb. 2, nr. 11, pagina 5) kunt u het koelaggregaat bedienen. Afhankelijk van het type is het aggregaat uitgerust met een basis- of e-Comfort-controller.61 RegeHiJg Iet basiscKJtrKHHerVoor de apparaattypen 3302.xxx. Afb.
33: Basiscontroller)egeJda1 Controller-afdekkap2 Instelknop voor insteltemperatuur3 Led groen („line”)4 Led rood („alarm”)5 Reset-toets611EigeJschappeJ– Nominale spanning: 115 V of 230 V– Geïntegreerde inschakelvertraging en deurscha-kelaarfunctie– Beveiliging tegen bevriezing– Bewaking van alle motoren (compressor, condensorventilator, verdamperventilator)– Fasebewaking bij draaistroomaggregaten– Visualisering van de bedrijfsstatus via led-indicatie:– spanning aanwezig, aggregaat is bedrijfsgereed– deur open (alleen bij geïnstalleerde deurschakelaar)– waarschuwing bij te hoge temperatuur– hogedrukpressostaat heeft geschakeld– Schakelhysterese: 5 K Bij overdimensionering van het koelaggregaat en compressorlooptijden < 1 minuut wordt de scha-kelhysterese ter bescherming van het koelaggre-gaat automatisch verhoogd– Potentiaalvrij contact bij te hoge temperatuur– Insteltemperatuur (Instelbereik 30 – 55°C) via potentiometer– Testfunctie– Systeemmeldingen door knippermodus (zie „6.1.2 Bedrijfs- en storingsindicatie”, pagina 22)Het koelaggregaat functioneert automatisch, d.w.z.
na het inschakelen van de voeding draait de ver-damperventilator (zie afb. 3, pagina 5) continu en zorgt voor een permanente luchtcirculatie in de be-huizing. De ingebouwde basisregeling schakelt het koelaggregaat automatisch uit bij het bereiken van de vast ingestelde schakelhysterese van 5 K.34125
22 Montage- en bedieningshandleiding Rittal koelaggregaat6 BedieJiJg+)612BedriFfs eJ stKriJgsiJdicatieDe basiscontroller bewaakt en regelt het koelaggre-gaat. Met behulp van de groene en rode led (afb. 33, nr. 3 en 4) geeft de controller bedrijfs- en storingssta-tussen aan:Tab. 3: Bedrijfs- en storingsindicatie van de basiscontroller)egeJda GJipperiJtervaH | = 500 ms (rode led aan) _ = 500 ms (rode led uit) ***** = 3 s pauze (rode led uit)U kunt de melding voor te hoge temperatuur ook via een geïntegreerd potentiaalvrij contact op de aan-sluitklem van het koelaggregaat opvragen (systeem-meldrelais met wisselcontact, zie aansluitschema’s bij „4. 6. 4 Voeding installeren”, pagina 14):– klem 3: NC (normally closed)– klem 4: C (aansluiting voedingsspanning systeemmeldrelais)– klem 5: NO (normally open)De definities NC en NO hebben betrekking op de spanningsloze toestand.
6 BedieJiJgMontage- en bedieningshandleiding Rittal koelaggregaat 23+)Dit is de normale bedrijfsstatus van het koelaggre-gaat. Zodra er een storingsmelding wordt afgegeven of de voedingsspanning wordt onderbroken, valt het relais af en wordt contact 3 – 4 gesloten. 613TestIKde basiscKJtrKHHerDe basiscontroller is uitgevoerd met een testfunctie, waarbij het koelaggregaat onafhankelijk van de insteltemperatuur of deurschakelaarfunctie koelt. Eerst dient u de afdekkap van de controller te verwijderen. Schakel de netspanning uit. Verwijder het ventilatierooster resp. de houder, waarin de controller is ingebouwd. Maak vanaf de achterzijde de bevestiging van het display los en trek dit iets naar voren. Afb. 34: Afdekkap van de basiscontroller losnemen Til de afdekkap voorzichtig, bijv. met uw duimen of een vlakke schroevendraaier, op en verwijder de afdekkap.
Nu kunt u de testmode starten. Draai de potentiometer naar de linkeraanslag. Houd nu de met rubber beklede potentiometerindi-cator ingedrukt, terwijl u de netspanning weer in-schakelt. Het koelaggregaat treedt in werking en de groene led knippert (I_II_I_II_. ). Na ca. 5 minuten is de testmode beëindigd. Het apparaat schakelt uit en gaat over op normaal bedrijf. )egeJda I = led 500 ms aan _ = led 500 ms uitTijdens normaal bedrijf licht de groene led continu op. Draai de potentiometer nu weer naar de gewenste waarde. 614IJsteHteIperatuur iJsteHHeJOm de insteltemperatuur te wijzigen: Verwijder de afdekkap van de controller zoals bij „6. 1. 3 Testmode basiscontroller”, pagina 23, is beschreven. Stel de gewenste temperatuur in m. b. v. de instelknop (afb. 33, pagina 21). Druk de afdekkap voorzichtig op het display, tot u een klik hoort. Plaats het display weer in de houder resp.
615BasiscKJtrKHHer resetteJNa een hogedrukalarm in het koudemiddelcircuit en het verhelpen van de oorzaak dient u de basiscon-troller handmatig te resetten: Verwijder de afdekkap van de basiscontroller zoals bij „6. 1. 3 Testmode basiscontroller”, pagina 23, is beschreven. Druk gedurende minstens 3 sec. op de reset-toets (afb. 33, nr. 5). De rode led gaat uit. Monteer de basiscontroller weer. 62 RegeHiJg Iet eCKIfKrtcKJtrKHHerVoor de aggregaattypen 33xx. 5xx en 33xx. 6xx. Afb.
24 Montage- en bedieningshandleiding Rittal koelaggregaat6 BedieJiJg+)– Fasebewaking bij draaistroomaggregaten. – Master-slave-functie met maximaal 10 aggrega-ten. Eén aggregaat fungeert als master-aggre-gaat. Bij het bereiken van de insteltemperatuur bij één van de gekoppelde slave-aggregaten of bij deurschakelaarfunctie meldt het betreffende sla-ve-aggregaat dit aan het master-aggregaat, dat alle andere koelaggregaten in- resp. uitschakelt. – Schakelhysterese: instelbaar 2 – 10 K, ingesteld op 5 K. – Visualisering van de actuele interne behuizing-stemperatuur alsmede alle storingsmeldingen op het 7-segments display. – M. b. v. een interfacekaart (bestelnr. 3124. 100) is integratie in afstandsbewakingssystemen moge-lijk, bijv. Rittal Computer Multi Control CMC. Het koelaggregaat functioneert automatisch, d. w. z. na het inschakelen van de voeding draait de ver-damperventilator (zie afb.
3, pagina 5) en zorgt deze voor een luchtcirculatie in de behuizing. Compressor en condensorventilator worden geregeld door de e-Comfortcontroller. De e-Comfortcontroller beschikt over een 7-segments display (afb. 35, nr. 4). Na het inschakelen van de voeding wordt hierop eerst ge-durende ca. 2 sec. de actuele softwareversie en de geactiveerde Eco-mode weergegeven. Vervolgens wordt een vooraf ingestelde optie (bijv. t10) respec-tievelijk de temperatuur weergegeven. Tijdens normaal bedrijf verschijnen op het display zowel de temperatuur (in graden Celsius of Fahren-heit, omschakelbaar) als storingsmeldingen. De actuele interne behuizingstemperatuur wordt normaal gesproken permanent weergegeven. Bij een opgetreden storing verschijnt deze weergave afwisselend met de temperatuurweergave. Het apparaat kan via de toetsen 1 – 3 (afb. 35) worden geprogrammeerd.
2 beschikken over de energiebesparende Eco-mode, die in de leverings-toestand is geactiveerd. De Eco-mode dient voor het besparen van energie van het koelaggregaat bij geen of een geringe warm-teontwikkeling in de behuizing (bijv. Standby-mode, geen productie of weekend). Daarbij wordt de ver-damperventilator in het interne circuit naar behoefte uitgeschakeld, wanneer de actuele interne behui-zingstemperatuur 10 K onder de ingestelde tempera-tuurwaarde daalt. Om de actuele binnentemperatuur ook gedurende deze periodes betrouwbaar te regis-treren, wordt de ventilator cyclisch elke 10 minuten gedurende 30 sec. geactiveerd (zie afb. 36). Komt de binnentemperatuur opnieuw in het bereik van 5 K onder de ingestelde temperatuurwaarde, dan scha-kelt de ventilator weer over naar continubedrijf. Indien gewenst, kan de Eco-mode via het bedie-ningsdisplay worden gedeactiveerd.
Hiervoor wordt de parameter op het programmeerniveau omge-schakeld van 1 naar 0 (zie tab. 4, pagina 25). De ventilator draait vervolgens in continubedrijf. Afb. 36: Grafiek Eco-mode623TestIKde starteJDe e-Comfortcontroller is voorzien van een testfunc-tie, waarbij het koelaggregaat onafhankelijk van de insteltemperatuur of deurschakelaarfunctie koelt. Druk gedurende min. 5 sec. tegelijk op de toetsen 1 en 2 (afb. 35). Het koelaggregaat treedt in werking. Na ca. 5 minu-ten is de testmode beëindigd. Het aggregaat scha-kelt uit en gaat over op normaal bedrijf. 624AHgeIeJe iJfKrIatie biF de prKgraIIeriJgMet de toetsen 1, 2 en 3 (afb. 35) kunt u 24 parame-ters binnen het aangegeven bereik (min. -waarde, max. -waarde) wijzigen. De tabellen 4 en 5 tonen welke parameters u kunt wijzigen. Afb. 37 op pagina 26 toont op welke toet-sen u daarbij dient te drukken.
AaJwiFViJg Ibt schaGeHhystereseĮBij een geringe hysterese en daarmee korte schakelcycli bestaat het gevaar dat de koe-ling onvoldoende is of dat er slechts be-paalde delen van de behuizing worden gekoeld.
Bij overdimensionering van het koelaggregaat en compressorlooptijden < 1 minuut wordt de schakelhysterese ter bescherming van het koelaggregaat auto-matisch verhoogdAaJwiFViJg Ibt iJsteHteIperatuurĮDe insteltemperatuur is bij de e-Comfortre-geling door de fabriek op +35°C ingesteld. Om energiebesparingsredenen en vanwe-ge het gevaar voor verhoogde condensatie dient u de insteltemperatuur niet lager in te stellen dan nodig. AaJwiFViJg Ibt Juttig GKeHverIKgeJĮInteractieve karakteristieken voor het bere-kenen van het nuttig koelvermogen vindt u op www. rittal. comAANStatus BinnenventilatorBinnen-temperatuurTijdGewenste waarde –5°CGewenste waarde –10°CUIT10 min. 30 sec. 10 min.
6 BedieJiJgMontage- en bedieningshandleiding Rittal koelaggregaat 25+)De programmering is in principe voor alle instelbare parameters gelijk. Om naar de programmeermode te gaan: Druk gedurende ca. 5 sec. op toets 2 („Set”). De regeling bevindt zich nu in de programmeermo-de. Wanneer u in de programmeermode gedurende ca. 30 sec. op geen enkele toets drukt, dan knippert de weergave eerst en vervolgens keert de regeling terug naar de normale Weergavemode. De weerga-ve „Esc” signaleert hierbij dat eventueel aange-brachte wijzigingen niet werden opgeslagen. Druk op de programmeertoets ▲ (°C) resp. ▼ (°F) om tussen de instelbare parameters te wisselen (zie tabellen 4 en 5). Druk op toets 2 („Set”) om de weergegeven para-meters die u wilt wijzigen te selecteren. De actuele waarde van deze parameters wordt weergegeven. Druk op één van de programmeertoetsen ▲ (°C) resp. ▼ (°F).
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Rittal SK 3302 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Klimaatbeheersing Rittal
Handleiding Klimaatbeheersing
Nieuwste handleidingen voor Klimaatbeheersing