Rittal SK 3187930 Handleiding

Rittal Heater SK 3187930

Bekijk gratis de handleiding van Rittal SK 3187930 (52 pagina’s), behorend tot de categorie Heater. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Rittal SK 3187930 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/52
Koelaggregaat
Montage-, installatie- en bedieningshandleiding
SK3186930
SK3187930
SK3188940
SK3189940

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Rittal
Categorie: Heater
Model: SK 3187930

Handleiding Rittal SK 3187930 – volledige tekst

Rittal Koelaggregaat 3InhoudsopgaveNLInhoudsopgave1 Opmerkingen bij de documentatie. 41. 1 CE-markering. 41. 2 Bewaren van de documenten. 41. 3 Symbolen in deze bedieningshandleiding. 41. 4 Geldige documenten. 42 Veiligheidsvoorschriften. 52. 1 Algemeen geldende veiligheidsvoorschriften. 52. 2 Bedienings- en vakpersoneel. 52. 3 Resterend gevaar bij gebruik van het koel-aggregaat. 53 Productbeschrijving. 63. 1 Functiebeschrijving en onderdelen. 63. 1. 1 Functie. 63. 1. 2 Onderdelen. 73. 1. 3 Regeling. 73. 1. 4 Veiligheidssystemen. 73. 1. 5 Condensopbouw. 73. 1. 6 Filtermatten. 73. 1. 7 Deurschakelaar. 83. 2 Correct gebruik, voorzienbaar verkeerd gebruik. 83. 3 Levering. 84 Transport en handling. 104. 1 Levering. 104. 2 Uitpakken. 104. 3 Transport. 105 Installatie. 115. 1 Veiligheidsvoorschriften. 115. 2 Vereisten op de installatieplaats. 115. 3 Uitvoering montage. 115. 3.

1 Veiligheidsinstructies voor onderhoudswerk-zaamheden. 348. 2 Informatie over het koudemiddelcircuit. 348. 3 Onderhoud aan het koelaggregaat. 348. 4 Persluchtreiniging. 348. 4. 1 Demontage bij volledige inbouw. 348. 4. 2 Demontage van het apparaat. 348. 4. 3 Persluchtreiniging van de componenten. 378. 4. 4 Hermontage van het koelaggregaat. 379 Opslag en ontmanteling. 3810 Technische details. 3911 Lijst met reserve-onderdelen. 4112 Tekeningen. 4212. 1 Montageuitsparingen. 4212. 2 Afmetingen en inbouwdiepten. 4313 Toebehoren. 4514 Klantenserviceadressen. 4615 Service-informatie compact. 50.

1 Opmerkingen bij de documentatieNL4 Rittal Koelaggregaat1 Opmerkingen bij de documentatie1.1 CE-markeringRittal GmbH & Co. KG bevestigt de conformiteit van het koelaggregaat met de machinerichtlijn 2006/42/EG en met de EG-EMV-richtlijn 2004/108/EG. Er is een over-eenkomstige conformiteitsverklaring afgegeven en bij het apparaat gevoegd.1.2 Bewaren van de documentenDe montage-, installatie en bedieningshandleiding als-mede alle andere meegeleverde documentatie maken deel uit van dit product.

Ze moeten worden overhandigd aan de personen die belast zijn met de bediening/het onderhoud van het koelaggregaat en moeten altijd bin-nen handbereik zijn!1.3 Symbolen in deze bedieningshandleidingDeze documentatie bevat de volgende symbolen:Dit symbool duidt op een “actiepunt” en geeft aan dat u een handeling of arbeidsstap moet uitvoeren.1.4 Geldige documentenVoor de hier beschreven apparaten is een montage-, in-stallatie- en bedieningshandleiding beschikbaar, als pa-pieren document en/of op de bij het apparaat meegele-verde digitale gegevensdrager.Voor schade, als gevolg van het niet in acht nemen van de aanwijzingen in deze handleidingen, kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld. Indien nodig zijn ook de handleidingen van de gebruikte toebehoren van toepas-sing.Gevaar!

Gevaarlijke situatie, die bij het niet in acht nemen van de aanwijzingen recht-streeks leidt tot overlijden of zwaar let-sel.Waarschuwing!Gevaarlijke situatie, die bij het niet in acht nemen van de aanwijzingen kan lei-den tot overlijden of zwaar letsel.Voorzichtig!Gevaarlijke situatie, die bij het niet in acht nemen van de aanwijzingen kan lei-den tot (licht) letsel.Opmerking:Belangrijke opmerkingen en het aangeven van situaties die kunnen leiden tot schade aan eigendommen.

Rittal Koelaggregaat 52 VeiligheidsvoorschriftenNL2 Veiligheidsvoorschriften2. 1 Algemeen geldende veiligheidsvoor-schriftenNeem de volgende algemene veiligheidsvoorschriften in acht bij de installatie en bediening van het systeem:– Neem de voor de elektrische installatie geldende voor-schriften van het land waar u het koelaggregaat gaat installeren en gebruiken alsmede de nationale voor-schriften met betrekking tot ongevallenpreventie in acht. Neem bovendien de bedrijfsvoorschriften, zoals arbeids-, bedrijfs- en veiligheidsvoorschriften, in acht. – Gebruik in combinatie met het koelaggregaat uitslui-tend originele producten van Rittal of door Rittal aan-bevolen producten. – Breng geen wijzigingen aan het koelaggregaat aan, die niet in de montage- of bedieningshandleiding zijn beschreven. – De bedrijfszekerheid van het koelaggregaat is uitslui-tend bij voorgeschreven gebruik gegarandeerd.

De in de technische gegevens aangegeven grenswaarden mogen niet worden overschreden. Dit geldt met name voor de aangegeven omgevingstemperatuur en de IP-beschermklasse. – Bediening van het koelaggregaat bij direct contact met water, agressieve stoffen of ontvlambare gassen en dampen is verboden. – Neem naast deze algemene veiligheidsvoorschriften ook altijd de specifieke veiligheidsvoorschriften in acht bij het uitvoeren van de in de volgende hoofdstukken beschreven werkzaamheden. – Neem het maximaal toegestane tilgewicht voor perso-nen in acht. Gebruik indien nodig een hijsvoorziening. 2. 2 Bedienings- en vakpersoneel– Montage, Installatie, inbedrijfstelling, onderhoud en re-paratie van dit koelaggregaat mag uitsluitend worden uitgevoerd door gekwalificeerde vaklieden. – Het koelaggregaat mag tijdens het bedrijf uitsluitend worden bediend door een persoon die hiertoe is geïn-strueerd.

– Kinderen en personen met een cognitieve of motori-sche beperking mogen het apparaat niet bedienen, onderhouden, reinigen of als speeltoestel gebruiken. 2.

3 Resterend gevaar bij gebruik van het koelaggregaatMet name bij de montage van het koelaggregaat als aanbouw (zie paragraaf 5 “Installatie”) bestaat het ge-vaar dat het zwaartepunt van de kast ongunstig komt te liggen en de kast als geheel kantelt. Schroef in deze gevallen de kast uit veiligheidsoverwe-gingen altijd vast aan de vloer. Wordt de luchtingang of -uitgang van het koelaggregaat aangepast, dan bestaat het risico op luchtkortsluiting en een onvoldoende klimatisering. Zorg ervoor dat de elektronische componenten in de kast conform paragraaf 5. 3. 1 “Aanwijzingen bij de montage” zijn gemonteerd. Gebruik eventueel toepasselijke componenten voor luchtomleiding. Neem op de plaatsingslocatie de aangegeven mini-mumafstanden conform paragraaf 5. 3. 1 “Aanwijzin-gen bij de montage” in acht.

3 ProductbeschrijvingNL6 Rittal Koelaggregaat3 Productbeschrijving3. 1 Functiebeschrijving en onderdelen3. 1. 1 FunctieIn het koelaggregaat zijn twee gescheiden koelcircuits geïnstalleerd:– een klassiek koudemiddelcircuit (compressiesysteem) en aanvullend– een heat pipe, die is geïntegreerd in de condensor en verdamper. Afb. 1: KoudemiddelcircuitLegenda1 Compressor2 Condensor (dubbel uitgevoerd) met ventilator3 Expansieventiel4 Verdamper (dubbel uitgevoerd) met ventilator5 Koudemiddelcircuit met heat pipe6 Koudemiddelcircuit met compressiesysteem7 Intern circuit8 Extern circuit9 Droger/reservoir10 Binnenventilator11 Buitenventilator12 PSAH-drukbewakingIn beide koudemiddelcircuits worden de afzonderlijke componenten verbonden door leidingen, waarin het koudemiddel R134a wordt gecirculeerd.

Dit koudemid-del is dankzij de volgende eigenschappen zeer milieu-vriendelijk:–chloorvrij– geen verstorende werking op de ozonlaag (ODP = 0)Koudemiddelcircuit met compressiesysteemHet koudemiddelcircuit et compressiesysteem bestaat uit de volgende vier hoofdcomponenten:1. Verdamper2. Compressor3. Condensor4. ExpansieventielDe verdamperventilator zuigt in het binnencircuit van het koelaggregaat de warme lucht uit de kast aan en leidt deze via de verdamper. Achter de verdamper wordt de afgekoelde lucht via de uitlaatopening weer naar de kast gevoerd. De lucht wordt afgekoeld door het verdampen van kou-demiddel in de verdamper. De koudemiddeldamp wordt door de compressor in het buitencircuit van het koelag-gregaat naar de condensor geleid. Daar condenseert het koudemiddel en wordt het weer vloeibaar. De onsta-ne warmte wordt door de condensorventilator naar bui-ten afgevoerd.

Door het volgende elektronische expan-sieventiel wordt de hoge druk van het koudemiddel ver-laagd en het koudemiddel vervolgens weer naar de verdamper gevoerd. Zowel de compressor als de beide ventilatoren van het koelaggregaat worden aangestuurd via een inverter.

Hierdoor is het mogelijk deze componenten zo te rege-len, dat de ventilatoren en compressor indien nodig lan-ger zijn ingeschakeld, maar ook met een lager vermogen en een beter rendement worden gebruikt. Koudemiddelcircuit met heat pipeHet aanvullende tweede koudemiddelcircuit werkt zon-der compressor, expansieventiel en overige regelcom-ponenten en is als heat pipe in de verdamper en con-densor geïntegreerd. Het koudemiddel binnenin de heat pipe (R134a) onttrekt warmte-energie aan de aangezogen kastlucht en ver-dampt. Het gasvormige koudemiddel stijgt in de buis naar de condensor. Het koudemiddel wordt in de con-densor weer afgekoeld (voorwaarde: Tu < Ti), conden-seert en de vrijgekomen warmte wordt weer afgegeven aan de omgeving. Aansluitend stroomt het vloeibare koudemiddel door de zwaartekracht weer naar beneden in de leidingen. De omloop begint opnieuw.

Rittal Koelaggregaat 73 ProductbeschrijvingNL3. 1. 2 OnderdelenAfb. 2: Hoofdcomponenten van het koelaggregaatLegenda1Afdekkap2 Chassis3Aansluitbox4 Verdamperventilator5 Handgreep6 Luchtuitblaasopening7 Onderste ventilatierooster voor luchtinlaat8Display9Gordel10 Bovenste ventilatierooster voor luchtuittrede11 Schroefdraadbus voor hijsoog3. 1. 3 RegelingDe Rittal koelaggregaten zijn uitgevoerd met een rege-ling (controller), waarmee de functies van het koelaggre-gaat kunnen worden ingesteld. De bediening via deze regelaar wordt beschreven in het hoofdstuk 7 “Bediening”. 3. 1. 4 Veiligheidssystemen– De koelaggregaten bevatten in het koudemiddelcircuit een gecertificeerde drukbewaking (conform EN 12263), die het koelaggregaat bij het overschrijden van de toegestane druk uitschakelt. Na het dalen van de druk tot onder de toegestane druk start het appa-raat automatisch weer op.

– Een temperatuurbewaking voorkomt bevriezing van de verdamper. Bij bevriezingsgevaar schakelt de com-pressor uit en bij hogere temperaturen automatisch weer in. – De compressor wordt door de inverter gezekerd en beschermd tegen overbelasting. – De ventilatoren hebben een ingebouwde, automatisch bijstellende overbelastingsbescherming. – Om drukopbouw in de compressor en daarmee het veilig starten van het proces mogelijk te maken, scha-kelt het aggregaat na een afschakeling (bijv. na het be-reiken van de insteltemperatuur door de deurschake-laarfunctie of door het spanningsvrij schakelen) met een vertraging van 180 seconden in. – Het apparaat beschikt over potentiaalvrije contacten bij de klemmen 1 en 3 van de signaalstekker (X2), via welke de systeemmeldingen van het apparaat, bijv. door een SPS, kunnen worden opgevraagd (2 x open- en sluitcontacten). 3. 1.

Het hiervoor toege-paste verwarmingselement is gebaseerd op de zelfrege-lende PTC-techniek. Het condensaat dat op de verdam-per is ontstaan, wordt in het externe circuit van het koe-laggregaat in een reservoir verzameld en voor een deel door de luchtstroming verdampt. Indien het waterpeil stijgt, komt het water in het PTC-verwarmingselement terecht en wordt het verdampt (principe van door-lopende verwarming). De waterdamp stroomt met de luchtstroming van de externe ventilator uit het koelag-gregaat. Het PTC-verwarmingselement wordt bij een lopende compressor automatisch geactiveerd en loopt na het uitschakelen van de compressor ca. 15 minuten door. Tijdens de uitloopfase draait ook de condensorventilator met een lager toerental door.

Bij kortsluiting van het PTC-element of een dreigende overbelasting van de inverter (mogelijk bij een hoge om-gevingstemperatuur) wordt het PTC-element uitgescha-keld. Dan kan condenserend water via de veiligheids-overloop wegstromen. Wanneer een zekering is aangesproken, loopt de ge-vormde condens via de veiligheidsoverloop weg. Het condenswater wordt via een afvoerslang naar de ver-damperscheidingswand onderaan het apparaat geleid. Daarnaast kan een stuk slang op de condenswatersteu-nen worden aangesloten (zie paragraaf 5. 3. 8 “Con-densafvoer aansluiten”). 3. 1. 6 FiltermattenDe complete condensor van het koelaggregaat is voor-zien van een vuilafstotende resp. gemakkelijk te reinigen RiNano-coating. In veel situaties is daarom de toepas-sing van filtermedia overbodig, vooral in omgevingen met droog stof.

3 ProductbeschrijvingNL8 Rittal Koelaggregaatingebouwd. Afhankelijk van de hoeveelheid stof dient u de filtermat af en toe te verwisselen (zie paragraaf 8 “In-spectie en onderhoud”). In een oliehoudende omgevingslucht raden wij metalen filters aan (eveneens toebehoren). Deze kunt u met ge-schikte reinigingsmiddelen reinigen en opnieuw gebrui-ken. 3. 1. 7 DeurschakelaarHet koelaggregaat kan via een potentiaalvrij aangesloten deurschakelaar worden bediend. Deze deurschakelaar is als toebehoren bij Rittal verkrijgbaar. De deurschakelaarfunctie zorgt dat de ventilatoren en de compressor in het koelaggregaat bij geopende kastdeur (contact 1 en 2 gesloten) na ca. 15 sec. langzaam wor-den vertraagd en afgeschakeld. Dit vermindert de con-densvorming in de behuizing bij geopende deur.

Om be-schadiging van het aggregaat te voorkomen, is dit uitge-voerd met een inschakelvertraging: De verdamperventilator schakelt na het sluiten van de deur met een vertraging van enkele seconden weer in. Let erop dat de deurcontacten (klemmen 1 en 2) niet door externe spanning mogen worden gevoed. 3. 2 Correct gebruik, voorzienbaar verkeerd gebruikHet koelaggregaat is uitsluitend bestemd voor het koe-len van gesloten kasten. Elke andere toepassing wordt gezien als niet-voorgeschreven gebruik. – Het apparaat mag niet worden geïnstalleerd op plaat-sen die openbaar (zie DIN EN 60335-2-40, paragraaf 3. 119) toegankelijk zijn. – Het apparaat is alleen geconfigureerd voor stationair gebruik. – Bij mobiele toepassingen, bijv. aan een kraan, dient een vrijstelling van de fabrikant te worden verkregen.

Het koelaggregaat is geconstrueerd volgens de gelden-de stand der techniek en de erkende veiligheidstechni-sche regels. Desondanks kan er bij het gebruik van het apparaat gevaar voor lijf en leven van de bediener of der-den resp. gevaar voor schade aan het apparaat of ande-re zaken ontstaan.

Het koelaggregaat dient daarom alleen volgens de des-betreffende voorschriften in technisch onberispelijke toestand te worden gebruikt. Storingen die de veiligheid kunnen beïnvloeden, dient u onmiddellijk te (laten) ver-helpen. Tot het voorgeschreven gebruik behoort ook het in acht nemen van de beschikbare documentatie, alsmede het naleven van inspectie- en onderhoudsvoorwaarden. Voor schade als gevolg van het niet in acht nemen van de beschikbare documentatie kan Rittal GmbH & Co. KG niet aansprakelijk worden gesteld. Dit geldt tevens voor het niet in acht nemen van de geldige documentatie met betrekking tot de gebruikte toebehoren. Bij onjuist gebruik kunnen gevaren optreden. Onjuist ge-bruik kan bijv. zijn:– Gebruik van het koelaggregaat gedurende een lange-re periode bij een geopende kast. – Toepassing van gereedschappen die niet zijn toege-staan. – Ondeskundige bediening.

4 Transport en handlingNL10 Rittal Koelaggregaat4 Transport en handling4. 1 LeveringHet apparaat wordt in een verpakkingseenheid gele-verd. Let op of de verpakking niet is beschadigd. Oliesporen op een beschadigde verpakking duiden op koudemiddelverlies, of een lekkage van het aggregaat. Elke verpakkingsschade kan de oorzaak zijn van een latere storing. 4. 2 UitpakkenVerwijder de verpakking van het koelaggregaat. Controleer het koelaggregaat op transportschade. Controleer de levering op volledigheid (zie paragraaf 3. 3 “Levering”). 4. 3 TransportAfhankelijk van de uitvoering heeft het koelaggregaat een gewicht van tot wel 85 kg. Het voornaamste deel van het totaalgewicht wordt gevormd door de compo-nenten in het chassis van het koelaggregaat.

Aan de achterzijde van het koelaggregaat bevindt zich een handgreep, waaraan het koelaggregaat kortstondig kan worden getild voor het aanbrengen in de montage-uitsparing. Daarnaast bevindt zich aan de bovenzijde van het chas-sis een M12-schroefdraadbus, waarin een transportoog van Rittal (bijvoorbeeld van een kast) kan worden ge-schroefd. Met behulp van een hijswerktuig en een hal-kraan kan het koelaggregaat probleemloos worden ver-voerd. Afb. 3: Schroefdraad en transportoog bovenop het chassisLegenda1 Transportoog2 Schroefdraadbus M12Controleer vóór een kraantransport of het hijswerktuig en de kraan een voldoende draagkracht hebben om het koelaggregaat veilig te transporteren. Zorg ervoor dat er zich tijdens het kraantransport nooit personen onder de hangende last bevinden, ook niet kortdurend.

Beveilig het hijsgereedschap met kraanhaken tegen het omslaan van de last, aangezien het zwaartepunt van de last buiten het middelpunt kan liggen. Plaats het koelaggregaat eerst nabij de montageplaats en beveilig het tegen onbedoeld kantelen. Opmerking:De verpakking moet na het uitpakken op een milieuvriendelijke manier worden afgevoerd.

Opmerking:Schade en andere gebreken, bijvoorbeeld onvolledigheid, moeten onmiddellijk schrifte-lijk aan de transporteur en de firma Rittal bv worden medegedeeld. Waarschuwing. Neem het maximaal toegestane tilge-wicht voor personen in acht. Gebruik in-dien nodig een hijsvoorziening. Opmerking:Een transportoog met een M12-schroef-draad is als accessoire bij Rittal verkrijgbaar (zie paragraaf 13 “Toebehoren”).

Rittal Koelaggregaat 115 InstallatieNL5 Installatie5. 1 VeiligheidsvoorschriftenNeem de voor de elektrische installatie geldende voor-schriften van het land waar u het koelaggregaat gaat installeren en gebruiken alsmede de nationale voor-schriften met betrekking tot ongevallenpreventie in acht. Neem bovendien de bedrijfsvoorschriften, zoals arbeids-, bedrijfs- en veiligheidsvoorschriften, in acht. De in de technische gegevens aangegeven grens-waarden mogen niet worden overschreden. Dit geldt met name voor de aangegeven omgevingstempera-tuur en de IP-beschermklasse. 5.

2 Vereisten op de installatieplaatsNeem bij de keuze van de installatieplaats voor de kast de volgende aanwijzingen in acht:– De standplaats en dus de plaatsing van het koelaggre-gaat dient zodanig te worden gekozen dat een goede be- en ontluchting is gewaarborgd (afstand tussen de koelaggregaten onderling en de wand tenminste 200 mm). – Het koelaggregaat dient met een maximale afwijking van 2° loodrecht staand te worden geïnstalleerd en gebruikt. – De installatieplaats dient vrij van sterke verontreiniging, agressieve atmosfeer en vocht te zijn. – De omgevingstemperatuur mag niet hoger zijn dan 60 °C. – Er dient een condensafvoer te kunnen worden aange-legd (zie paragraaf 5. 3. 8 “Condensafvoer aansluiten”).

– De op het typeplaatje van het koelaggregaat vermelde netaansluitgegevens dienen te zijn gewaarborgdGrootte van de installatieruimte–Het apparaat SK 3186930 en SK3187930 mag niet worden geïnstalleerd in ruimten die kleiner zijn dan 6m³. –Het apparaat SK 3188940 en SK 3189940 mag niet worden geïnstalleerd in ruimten die kleiner zijn dan 12 m³. Elektromagnetische beïnvloeding– Storende elektrische installaties (hoogfrequent) moe-ten worden vermeden. 5. 3 Uitvoering montage5. 3. 1 Aanwijzingen bij de montageControleer vóór de montage of de kast aan alle kanten is afgedicht (IP 54).

Een ondichte kast heeft bij het la-tere gebruik een hogere condensopbouw tot gevolg. Monteer eventueel ook een deurschakelaar (bijv. 4127. 010) op de kast, die het koelaggregaat bij het openen van de kastdeur uitschakelt en daardoor een toegenomen vorming van condens voorkomt (zie pa-ragraaf 3. 1. 7 “Deurschakelaar”). Zorg ervoor dat de elektronische componenten in de kast een gelijkmatige luchtcirculatie mogelijk maken. Afb. 4: Gekoelde lucht niet rechtstreeks op actieve compo-nenten richtenWaarschuwing. Neem het maximaal toegestane tilge-wicht voor personen in acht. Gebruik in-dien nodig een hijsvoorziening. Waarschuwing. Werkzaamheden aan elektrische instal-laties of bedrijfsmiddelen mogen uitslui-tend volgens de elektrotechnische voorschriften worden uitgevoerd door een elektricien of door geïnstrueerd per-soneel onder leiding en toezicht van een elektricien.

Het koelaggregaat mag pas na het lezen van deze informatie door bovengenoem-de personen worden aangesloten. Er mogen uitsluitend tegen spanning ge-ïsoleerde gereedschappen worden ge-bruikt. Neem de aansluitvoorschriften van het desbetreffende energiebedrijf in acht. Het koelaggregaat wordt aangesloten met een volledig geïsoleerde connector. Overspannings category III (IEC 61058). Het koelaggregaat is pas spanningsvrij wanneer het van alle spanningsbronnen is gescheiden.

5 InstallatieNL12 Rittal KoelaggregaatWijzig in geen geval de luchtingangs- of --uitgangs-openingen van het koelaggregaat. Alleen zo kan het maximale koelvermogen worden gegarandeerd. Controleer of de stroom gekoelde lucht van het koe-laggregaat niet op actieve componenten gericht is. Afb. 5: Gekoelde lucht niet rechtstreeks op actieve compo-nenten richtenMonteer indien nodig componenten voor het omleiden van de luchtstroom. Zorg er bij de montage voor dat een gedemonteerde deur of zijwand niet kan omvallen bij het inbrengen van het koelaggregaat in de montageuitsparing. 5. 3. 2 MontagemogelijkhedenIn principe zijn er drie mogelijkheden om het koelaggre-gaat in een kastdeur of -zijwand te monteren. Afb. 6: MontagemogelijkhedenLegenda1Aanbouw2 Gedeeltelijke inbouw3 Volledige inbouw– Aanbouw: Het koelaggregaat bevindt zich volledig buiten de kast.

– Gedeeltelijke inbouw: Het chassis van het koelaggre-gaat bevindt zich in de kast, de kap en het ventilatie-rooster bevinden zich erbuiten. – Volledige inbouw: Het koelaggregaat bevindt zich vol-ledig binnen de kast. Alleen het ventilatierooster steekt nog naar buiten. Voor welke montagemogelijkheid u kiest, hangt uitein-delijk af van de vereiste ruimte binnen en buiten de kast. De verschillende montagemogelijkheden hebben geen invloed op het koelvermogen van het koelaggregaat, dit is altijd gelijk. – Zijn er zeer veel componenten in de kast ingebouwd, dan kan een aanbouw of gedeeltelijke inbouw zinvol zijn. Er is in dit geval mogelijk onvoldoende ruimte in de kast voor een volledige inbouw, of er kan geen vol-doende koeling van alle componenten in de kast wor-den gegarandeerd.

–Is de ruimte rondom de kast beperkt, dan kan een volledige inbouw zinvol zijn om de vereiste vluchtwe-gen te behouden. Opmerking:De afbeeldingen in dit hoofdstuk geven het inbouwen van het koelaggregaat in een kast-deur weer. De inbouw in een zijwand vindt plaats op dezelfde manier.

Rittal Koelaggregaat 135 InstallatieNL5. 3. 3 Montage-uitsparing in kast creërenVoor de montage van het koelaggregaat op de schakel-kast moet een passende montage-uitsparing in de deur of zijwand van de schakelkast worden gemaakt. De montage-uitsparing is in principe gelijk voor alle drie de montagemogelijkheden. Alleen voor de aanbouw aan de zijwand van een 500 mm diepe kast is een speciale montage-uitsparing vereist. Bepaal op basis van de gegevens in paragraaf 12. 1 “Montageuitsparingen” de vereiste afmetingen voor de montage-uitsparing. Breng alle boringen en de montage-uitsparing aan. Verwijder zorgvuldig alle scherpe randen van de borin-gen en uitsparingen om letsel te voorkomen. 5. 3. 4 Koelaggregaat aanbouwenKort de dichtingsband uit het verzendzakje zo in, dat het één keer aan de achterkant rondom het koelag-gregaat kan worden aangebracht.

Begin met het plaatsen van de dichtingsband aan de onderkanten, zodat de stootplaats van de beide uit-einden van de dichtingsband zich ook aan de onder-kant van het apparaat bevindt. Kleef de dichtingsband zorgvuldig en zo breed moge-lijk op de buitenrand van het koelaggregaat aan de achterzijde. Draai de vier draadbouten in de bijbehorende blind-moeren in de hoeken op de achterzijde van het koe-laggregaat. Afb. 7: Draadbouten op de achterzijde van het koelaggregaatLegenda1 Achterzijde van het koelaggregaat2 Onderste draadbouten3 Stootplaats van de dichtingsband4AfdekkapSchuif aan de bovenrand op de achterzijde van het koelaggregaat de klem uit de levering in de bijbeho-rende opening. Deze klem voorkomt dat het koelaggregaat later uit de montage-uitsparing kantelt, wanneer deze nog niet voldoende met de draadbouten is vastgezet. Afb.

8: Klem aan de bovenrand van het koelaggregaatLegenda1Klem2 Achterzijde van het koelaggregaatTil het koelaggregaat voorzichtig aan een kraanoog met een geschikt hijsgereedschap op en plaats het Opmerking:U vindt de afmetingen van de montage-uit-sparingen in paragraaf 12. 1 “Montageuitspa-ringen”. Voorzichtig. Bij niet volledig ontbraamde boringen en gaten bestaat een risico op snijwonden, met name bij de montage van het koe-laggregaat. Opmerking:De omschrijving in deze paragraaf geldt niet voor de aanbouw van het koelaggregaat op de zijwand van een 500 mm diepe kast. Dit wordt omschreven in paragraaf 5. 3. 5 “Koe-laggregaat als aanbouw op een 500 mm die-pe kast monteren”.

5 InstallatieNL14 Rittal Koelaggregaatkoelaggregaat met de beide onderste draadbouten op de deur of zijwand van het koelaggregaat.Is er geen kraantransport mogelijk, til het koelaggre-gaat dan op dezelfde manier in de montage-uitsparing met de handgreep.Afb. 9: Draadbouten in deuruitsparingLegenda1 Binnenkant kastdeur2 Draadbouten beneden (2x)3 Koelaggregaat buiten aan de kastdeurKlap het koelaggregaat boven zo ver in de montage-uitsparing, dat de klem zich achter de uitsparing vast-zet.Afb. 10: Klem in montage-uitsparingLegenda1 Binnenkant kastdeur2KlemPlaats boven de twee hoeksteunen op de draadbou-ten en zeker deze met de bijbehorende moeren.Afb. 11: Hoeksteunen op de draadboutenLegenda1Hoeksteun2 SchroefdraadboutenPlaats vervolgens de twee hoeksteunen op de onder-ste draadbouten en zeker deze met de bijbehorende moeren.Afb.

Rittal Koelaggregaat 155 InstallatieNLDeze bevestigingsklemmen zorgen ervoor dat het koelaggregaat over de gehele hoogte rechtstreeks op de montage-uitsparing in de kastdeur aansluit.Monteer indien nodig de deur of zijwand inclusief koe-laggregaat weer op de kast, wanneer de montage niet rechtstreeks op de kast plaats heeft gevonden.5.3.5 Koelaggregaat als aanbouw op een 500 mm diepe kast monterenIn principe vindt de aanbouw op de zijwand van een 500 mm diepe kast op dezelfde manier plaats als in pa-ragraaf 5.3.4 “Koelaggregaat aanbouwen” is omschre-ven. Let echter op de volgende verschillen:– Voor de montage zijn slechts vier draadbouten vereist.Afb.

13: Draadbouten aan de achterzijdeLegenda1 Draadbouten (6x)2 Achterzijde koelaggregaat– Het apparaat wordt met de draadbouten in de bijbe-horende boringen geplaatst, in plaats van op de mon-tage-uitsparing.– Er worden geen bevestigingsklemmen in de achterzij-de van het apparaat gezet.5.3.6 Koelaggregaat gedeeltelijk inbouwenTrek vooraan het koelaggregaat het bovenste ventila-tierooster uit de bevestigingsclips op de kap en plaats of leg dit veilig weg.Afb.

14: Verwijderen van het bovenste ventilatieroosterLegenda1 Bevestigingsclip2Afdekkap3 Bovenste ventilatierooster4 Gordel op het koelaggregaatKlap het onderste ventilatierooster onder de gordel naar voren.Maak de beide arreteringen van het klapmechanisme boven los uit de beugels, die op de kap van het koe-laggregaat zijn bevestigd.Opmerking:De omschrijving in deze paragraaf geldt niet voor de aanbouw van het koelaggregaat op de zijwand van een 500 mm diepe kast. De aanbouw op diepere kasten is met deze montagewijze ook mogelijk.

5 InstallatieNL16 Rittal KoelaggregaatAfb. 15: Bevestigingen op het klapmechanismeLegenda1Afdekkap2 Arreteringen klapmechanisme3 Haaks4 Onderste ventilatieroosterTrek het onderste ventilatierooster naar boven uit de houders aan de voorzijde en plaats of leg dit veilig weg.Afb. 16: Onderste houders van het ventilatieroosterLegenda1 Onderste ventilatierooster2HoudersTrek de gordel inclusief de displays licht naar voren uit de bevestigingsclips op de kap.Afb. 17: Lostrekken van de gordelLegenda1 Bevestigingsclips2Afdekkap3GordelOntkoppel aan de achterzijde van het display de stek-ker en aardkabel en verwijder de gordel volledig van het koelaggregaat. Afb. 18: Aansluiting op de achterzijde van de displayLegenda1 AansluitpuntLeg de gordel veilig weg.Schuif de stekker en aansluitkabel voorzichtig door de kabeldoorvoer in de kap naar binnen.Afb.

Rittal Koelaggregaat 175 InstallatieNLMaak de vier draadbouten in de hoeken van de kap, waarmee de kap op het chassis is gemonteerd, los.Trek de kap licht (circa 5 cm) naar voren van het chas-sis.Aan de rechter zijkant, ongeveer halverwege de bo-venkant van het apparaat, bevindt zich de aarde tus-sen de kap en het chassis.Afb. 20: Aansluiting aarde (achteraanzicht)Legenda1 Aansluiting aarde kap2 Aansluiting aarde chassisTrek de platte stekker van de aarde aan de binnenkant voorzichtig los van het chassis.Neem de kap volledig van het chassis en leg deze vei-lig weg.Aan de voorzijde van het chassis is op de bovenrand in de fabriek een klem gemonteerd. Deze klem voor-komt dat het chassis later uit de montage-uitsparing kantelt, wanneer deze nog niet voldoende met de draadbouten is vastgezet.Afb.

21: Klem aan de bovenrand van het chassisLegenda1Chassis2 Klem in chassis3 AfdichtingTil het chassis voorzichtig aan een kraanoog met een geschikt hijsgereedschap op en plaats het met de af-kanting aan de onderzijde van het chassis van binnen in de montageuitsparing in de deur of zijwand van de kast.Is er geen kraantransport mogelijk, til het chassis dan op dezelfde manier in de montage-uitsparing met de handgreep.Afb. 22: Afkanting aan onderzijde chassisLegenda1 Afkanting op chassis (richting kap)2 Buitenzijde kastdeurKlap het chassis boven zo ver in de montage-uitspa-ring, dat de klem zich achter de uitsparing vastzet.Voorzichtig!Het koelaggregaat is alleen stabiel wan-neer kap en chassis met elkaar zijn ver-bonden. Zeker daarom met name het chassis tegen omvallen voordat u de kap verwijdert.

5 InstallatieNL18 Rittal KoelaggregaatAfb. 23: Klem aan de bovenrand van het chassisLegenda1 Buitenzijde kastdeur2 Klem in chassisZorg ervoor dat de clip volledig in de uitsparing, in de richting van de bovenzijde is vastgeklikt.Afb. 24: Aanbrengen van de montageclipLegenda1 Buitenzijde kastdeur2 Klem in chassis3 MontageclipMonteer vanuit de buitenzijde de montageclip tot aan de aanslag om de clip te fixeren.Afb. 25: Volledig gemonteerde montageclipPlaats de kap nabij de voorzijde van het chassis en voer de aansluitkabel van de display door de ka-beldoorvoer in de kap naar buiten.Schuif de platte stekker van de aarde in en zorg ervoor dat kap en chassis verbonden zijn.Plaats de kap volledig op het chassis en verbind de kap en het chassis met de vier draadbouten in de hoe-ken van de kap.Afb.

26: Kap op het chassisLegenda1 Draadbouten (4x)2 Buitenzijde kastdeur3Chassis4AfdekkapSluit de display op de aansluitconnector aan en mon-teer de volledige gordel op het koelaggregaat.Plaats het onderste ventilatierooster op de houders en bevestig de beide arreteringen van het klapmechanis-me boven in de beugels die op de kap van het koelag-gregaat zijn bevestigd.Plaats vervolgens het bovenste ventilatierooster op de kap.Monteer indien nodig de deur of zijwand inclusief koe-laggregaat weer op de kast, wanneer de montage niet rechtstreeks op de kast plaats heeft gevonden.Waarschuwing!De aarde, die kap en chassis met elkaar verbindt, moet altijd met beide stekkers zijn aangesloten. Bij een foutieve of de-fecte aansluiting bestaat het risico op letsel door elektrische schokken.

Rittal Koelaggregaat 195 InstallatieNL5.3.7 Koelaggregaat als volledige inbouw mon-terenDemonteer eerst het bovenste en onderste ventilatie-rooster, de gordel en de display, net als bij een gedeel-telijke inbouw (zie paragraaf 5.3.6 “Koelaggregaat gedeeltelijk inbouwen”).Kort de dichtingsband uit het verzendzakje zo in, dat het in één keer op de kap kan worden aangebracht.Begin met het plaatsen van de dichtingsband aan de onderkanten, zodat de stootplaats van de beide uit-einden van de dichtingsband zich ook aan de onder-kant van het apparaat bevindt.Kleef de dichtingsband zorgvuldig en zo breed moge-lijk op de buitenrand van de kap.Schuif aan de bovenrand op de voorzijde van de kap de klem uit de levering in de bijbehorende opening.Deze klem voorkomt dat het koelaggregaat later uit de montage-uitsparing kantelt, wanneer deze nog niet voldoende met de draadbouten is vastgezet.Afb.

27: Klem aan de bovenrand van de kapLegenda1Afdekkap2Klem op de kapTil het koelaggregaat voorzichtig aan een kraanoog met een geschikt hijsgereedschap op en plaats het met met de beide beugels onderaan de kap in de montageuitsparing in de deur of zijwand van de kast.Is er geen kraantransport mogelijk, til het koelaggre-gaat dan op dezelfde manier in de montage-uitsparing met de handgreep.Afb. 28: Beugel onderaan de kapLegenda1 Beugel in montage-uitsparing2 Buitenzijde deurKlap het koelaggregaat boven zo ver in de montage-uitsparing, dat de klem zich achter de uitsparing vast-zet.Afb. 29: Klem aan de bovenrand van het koelaggregaatLegenda1 Buitenzijde kastdeur2 Klem in montage-uitsparingPlaats de hoeksteunen van buitenaf op de beide bo-venste draadbouten.

32: Bevestigingspunten van het koelaggregaatLegenda1 Draadbouten met moeren (4x)2 Bevestigingsklemmen3 Koelaggregaat achter de kastdeur4 Voorzijde koelaggregaat (zonder ventilatierooster)Plaats de zes bevestigingsklemmen in de kap van het koelaggregaat.Deze bevestigingsklemmen zorgen ervoor dat het koelaggregaat over de gehele hoogte rechtstreeks op de montage-uitsparing in de kastdeur aansluit.Sluit de display op de aansluitconnector aan en mon-teer de volledige gordel op het koelaggregaat.Plaats het onderste ventilatierooster op de houders en bevestig de beide arreteringen van het klapmechanis-me boven in de beugels die op de kap van het koelag-gregaat zijn bevestigd.Plaats vervolgens het bovenste ventilatierooster op de kap.Monteer indien nodig de deur of zijwand inclusief koe-laggregaat weer op de kast, wanneer de montage niet rechtstreeks op de kast plaats heeft gevonden.5.3.8 Condensafvoer aansluitenIn het externe circuit van het koelaggregaat is een con-densverdamper gemonteerd.

Deze condensverdamper kan bij een gesloten kast normaliter tot 100 ml/h aan condenserende vloeistof verdampen.Is er sprake van meer condensering, dan kan er aanvul-lend een condensafvoerslang worden gemonteerd. Via deze slang kan condens drukloos uit het koelaggregaat worden geleid. Een geschikte slang is als accessoire bij Rittal verkrijgbaar (zie paragraaf 13 “Toebehoren”).

Rittal Koelaggregaat 215 InstallatieNLNeem hierbij de volgende aanwijzingen in acht:– De slang moet onder een voldoende en constante hoek worden geplaatst, zodat er geen sifon ontstaat. – De slang moet knikvrij worden geplaatst. – Een verlenging van de slang mag niet kleiner zijn in doorsnee. – De slang dient door de opdrachtgever naar een afvoer of externe condensverdamper te worden geleid. Afb. 33: Aansluiting voor condensafvoerslangLegenda1Aansluitpunt2 Opening in behuizing voor slangSluit een geschikte slang op de condensafvoersteu-nen aan en borg deze met een slangklem. Plaats de slang volgens de bovengenoemde aanwij-zingen. 5. 4 Elektrische aansluiting5. 4. 1 Aanwijzingen bij de elektrische installatieNeem bij de elektrische installatie alle geldige nationale en regionale voorschriften alsmede de voorschriften van de betreffende energiebedrijven in acht.

– De elektrische installatie mag alleen door een erkende elektrotechnicus worden uitgevoerd, die verantwoor-delijk is voor het aanhouden van de bestaande nor-men en voorschriften. – De voedings- en signaalkabel moeten afgeschermd worden uitgevoerd. De afscherming kan worden aan-gesloten op de aardlip naast de connector van de voe-ding. – Alle kabels die in de aansluitbox worden samenge-bracht, dienen ten minste conform de aansluitspan-ning van het apparaat te zijn geïsoleerd. Aansluitgegevens– De aansluitspanning en -frequentie dienen overeen te komen met de op het typeplaatje vermelde bereiken. De apparaten zijn geschikt voor meerdere spannin-gen. – Het koelaggregaat dient via een meerpolige schei-dingsinrichting conform overspanningscategorie III (IEC 61058-1) op het stroomnet aan te worden geslo-ten.

– Aan de voedingszijde van het aggregaat mag geen ex-tra temperatuurregeling worden voorgeschakeld. – Installeer een voorzekering die past bij de gebruikte voedingsspanning en het bepaalde elektrische vermo-gen van het koelaggregaat.

De nominale waarden zijn te vinden in paragraaf 10 “Technische details”. – De netaansluiting dient een potentiaalvereffening te garanderen die nagenoeg vrij is van externe spannin-gen. – Om EMC-storingen te voorkomen dient het apparaat met een grotere kabeldoorsnede (10 mm²) op de be-schikbare potentiaalvereffening te worden aangeslo-ten. Overspanningsbeveiliging en netbelasting– Het apparaat beschikt niet over een eigen overspan-ningsbeveiliging. De producent van de schakelaar of de gebruiker dient aan de netzijde maatregelen t. b. v. een effectieve bliksem- en overspanningsbeveiliging te treffen. De in de norm UL/IEC/EN 60335-2-40 vastge-legde grenswaarden zijn van toepassing. – De apparaten zijn ingedeeld in de overspanningscategorie III. De netspanning mag niet met meer dan de in paragraaf 10 “Technische details” aangegeven tolerantie afwijken. – De ontlaadstroom kan hoger zijn dan 3.

5 mA. – Alle units hebben een hoogspanningstest ondergaan. Een extra hoogspanningstest dient alleen te worden uitgevoerd met een DC spanning van 1500 VDC max. Draaistroomaggregaten– Bij de elektrische aansluiting van inverterapparaten in de draaistroomuitvoering hoeft niet op een links- of rechtsdraaiveld te worden gelet. De in het apparaat geïntegreerde elektronica bepaalt het vereiste draai-veld zelfstandig. – Bij driefasige apparaten wordt het uitvallen van een fase gedetecteerd en het apparaat uitgeschakeld. – Uitgaande verbruikers worden door de inverter aan de voedingszijde bewaakt en bij fouten uitgeschakeld. Deurschakelaar– Elke deurschakelaar mag slechts aan één koelaggre-gaat worden toegewezen. – Op één koelaggregaat kunnen, parallelgeschakeld, meerdere deurschakelaars worden aangesloten. – De minimale doorsnede van de aansluitkabel bedraagt 0,3 mm² bij een kabellengte van 2 m.

5 InstallatieNL22 Rittal KoelaggregaatSluit de deurschakelaar aan op de klemmen 5 en 6 van de signaalconnector.Afb. 34: Aansluitingen aan de achterzijdeLegenda1 Aansluiting communicatiemoduul (X3)2 Aansluiting signaalconnector (X2)3 Aansluiting netstekker (X1)4 Bouten (hier met gemonteerde aardingsbeugel)PotentiaalvereffeningDient het apparaat wegens EMC-redenen te worden aangesloten op de bij de klant aanwezige potentiaalver-effening, dan kan op het aansluitpunt van de potentiaal-vereffening (bevestigingspunten) bij wandmontage-koe-laggregaten een kabel met een doorsnede van ten min-ste 10 mm² worden aangesloten. Het aansluitpunt is gemarkeerd met het daarvoor vereiste schakelsymbool.Afb. 35: Aansluitpunt voor potentiaalvereffeningLegenda1AansluitpuntGebruik in de opening van de afdekking de in de toe-behorende meegeleverde EMC wartel voor een een goede trekontlasting.Afb.

36: Uitvoering van de potentiaalvereffeningLegenda1 Kabelschoen met aarde2 Contactring3 Vulring4 Schroef5.4.2 Spanningsvoorziening installerenHaal de netstekker uit het verzendzakje en sluit de net-voeding conform de bijbehorende aansluitmarkering aan (afb. 37 of afb. 38).Afb. 37: Schakelschema SK 3186930 en SK 3187930Opmerking:De aardlitze in de netaansluitkabel geldt vol-gens de norm niet als potentiaalvereffenings-ader.Opmerking:– De netvoeding dient te zijn voorzien van een afscherming met EMC-voorkeurstype om te voldoen aan de door normen vereis-te waarden.– De afscherming van de kabel kan binnen de aansluitbox met de aardingsklemmen op de behuizing worden aangesloten (afb. 34, pos. 4).

Rittal Koelaggregaat 235 InstallatieNLAfb. 38: Schakelschema SK 3188940 en SK 3189940In het verzendzakje is ook een afdekking voor de aan-sluitbox meegeleverd. Gebruik in de opening van de afdekking de in de toe-behorende meegeleverde EMC wartel voor een een goede trekontlasting. Sluit de aansluitbox met de afdekking. Sluit niet gebruikte openingen in de afdekking met blinddoppen. Bij het aansluiten van het koelaggregaat conform NFPA 70 (NEC):Gebruik in plaats van een schroefkoppeling voor de kabel een Conduit Fitting. Gebruik voor het aansluiten van de voedingskabel op de netstekker uitsluitend koperaders (Use Copper Conductors Only. ). 5. 4. 3 Alarmrelais aansluitenSysteemmeldingen van het koelaggregaat kunnen via twee potentiaalvrije relaisuitgangen naar een externe signaalbron worden doorgeleid.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Rittal SK 3187930 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden