Ricoh SP 201N Handleiding

Ricoh Printer SP 201N

Bekijk gratis de handleiding van Ricoh SP 201N (88 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 28 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Ricoh SP 201N of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/88
Gebruikershandleiding
Gebruiksaanwijzing
Voor een veilig en juist gebruik, zorg ervoor dat u de "Veiligheidsinformatie" leest voordat u het apparaat gebruikt.

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Ricoh
Categorie: Printer
Model: SP 201N
Kleur van het product: Black, White
Gewicht: 6800 g
Breedte: 402 mm
Diepte: 360 mm
Hoogte: 165 mm
Kleur: Nee
Frequentie van processor: 66 MHz
Ethernet LAN: Ja
Aantal USB 2.0-poorten: 1
Stroomverbruik (in standby): 55 W
Intern geheugen: 32 MB
Duurzaamheidscertificaten: ENERGY STAR
Meegeleverde software: Web Status Monitor
Stroomverbruik (PowerSave): 5 W
Power LED: Ja
Maximale resolutie: 600 x 1200 DPI
Aantal printcartridges: 1
Printkleuren: Zwart
Papierlade mediatypen: Thick paper, Plain paper, Recycled paper, Thin paper
Opwarmtijd: 25 s
Printtechnologie: Laser
Standaard interfaces: Ethernet, USB 1.1, USB 2.0
Printsnelheid (zwart, standaardkwaliteit, A4/US Letter): 2 ppm
Duplex printen: Ja
Paginabeschrijving talen: GDI
Gebruiksindicatie (maximaal): 20000 pagina's per maand
Totale invoercapaciteit: - vel
Maximum invoercapaciteit: 151 vel
Totale uitvoercapaciteit: - vel
Maximale uitvoercapaciteit: 50 vel
Maximale ISO A-series papierformaat: A4
ISO A-series afmetingen (A0...A9): A4, A5, A6
Tijdsduur tot de eerste pagina (zwart, normaal): 10 s
Ondersteunde network protocollen (IPv4): TCP/IP
Netwerkgereed: Ja
Gemiddeld stroomverbruik tijdens printen: 400 W
Maximaal intern geheugen: - MB
Totaal aantal invoerladen: 2
Papierlade mediagewicht: 60 - 105 g/m²
Maximale printafmetingen: 210 x 297 mm
ISO B-series afmetingen (B0...B9): B5, B6
Ondersteunde server operating systems: Windows Server 2003, Windows Server 2003 x64, Windows Server 2008, Windows Server 2008 R2, Windows Server 2008 x64, Windows Server 2012
Stand-by LED: Ja
Wifi: Nee
AC-ingangsspanning: 220 - 240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 - 60 Hz

Handleiding Ricoh SP 201N – volledige tekst

INHOUDSOPGAVEHoe werkt deze handleiding. 4Inleiding. 4Wettelijk verbod. 4Disclaimer. 4Het IP-adres. 5Modelspecifieke informatie. 6Belangrijke veiligheidsvoorschriften. 7Gebruikersinformatie over elektrische en elektronische apparaten. 7Advies met betrekking tot het milieu. 7Opmerking m. b. t. het batterij-/accusymbool (alleen voor EU-landen). 8Belangrijke veiligheidsvoorschriften. 10Opmerkingen over de lamp(en) in dit apparaat. 10Opmerkingen voor gebruikers van de staat Californië. 10ENERGY STAR-programma. 111. Overzicht van het apparaatOverzicht van alle apparaatonderdelen. 13Buitenkant. 13Binnenkant. 14Wat is Smart Organizing Monitor. 16Netwerkinstellingen configureren. 17De IP-adresinstellingen met de Web Image Monitor configureren. 172. Papier plaatsenOndersteund papier. 19Niet aanbevolen papiertypen. 21Afdrukgebied. 22Papier plaatsen. 23Papier plaatsen in lade 1.

Als papier niet overeenkomt. 32Doorgaan met afdrukken met papier dat niet overeenkomt. 32De afdruktaak resetten. 324. Het apparaat configureren met hulpprogramma'sWeb Image Monitor gebruiken. 33De beginpagina weergeven. 33De taal van de interface wijzigen. 34Menu. 34De apparaatinstellingen wijzigen. 36Lijst met instellingen. 36met behulp van Smart Organizing Monitor. 46De statusinformatie controleren. 46De apparaatinstellingen configureren. 47De configuratiepagina afdrukken. 48De firmware updaten. 485. Het apparaat onderhoudenDe printcartridge vervangen. 51Aandachtspunten bij het schoonmaken. 53De binnenkant van het apparaat schoonmaken. 546. Problemen oplossenVeelvoorkomende problemen. 57Problemen met papierdoorvoer. 58Een papierstoring verwijderen. 59Problemen met de afdrukkwaliteit. 65De toestand van het apparaat controleren. 65Problemen met de printer.

66Afdrukposities komen niet overeen met het computerscherm. 67Fout- en statusmeldingen die in Smart Organizing Monitor worden weergegeven. 687. BijlageOpmerkingen over de toner. 71Het apparaat verplaatsen en vervoeren. 72Het apparaat weggooien. 72Waar kan ik meer informatie krijgen. 732.

Hoe werkt deze handleiding. InleidingDeze handleiding bevat gedetailleerde instructies en opmerkingen over de bediening en het gebruikvan dit apparaat. Lees voor uw eigen veiligheid deze handleiding zorgvuldig door voordat u hetapparaat gaat gebruiken. Bewaar deze handleiding op een handige plaats binnen handbereik. Wettelijk verbodKopieer of druk geen documenten af waarvan de reproductie verboden is door de wet. Het kopiëren of afdrukken van de volgende documenten is over het algemeen verboden doorplaatselijke wetgeving:bankbiljetten, belastingzegels, obligaties, aandeelcertificaten, bankcheques, cheques, paspoorten,rijbewijzen. De bovenstaande lijst is alleen bedoeld als richtlijn en is zeker niet volledig. Wij accepteren geenaansprakelijkheid voor de volledigheid of nauwkeurigheid ervan.

Als u vragen heeft betreffende dewettelijkheid van het kopiëren of afdrukken van sommige documenten, neem dan contact op met uwwettelijk adviseur. DisclaimerDe inhoud van deze handleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Tot de maximale mate die is omschreven in de betreffende wetten, is de fabrikant in geen enkel gevalaansprakelijk voor enige schade die voortvloeit uit storingen van dit product, verlies van opgeslagengegevens of het gebruik van dit product en de gebruikershandleidingen die zijn meegeleverd. Zorg ervoor dat u altijd een kopie heeft of back-ups maakt van de gegevens die op dit apparaat staanopgeslagen. Documenten of gegevens kunnen mogelijk gewist worden vanwege bedieningsfouten ofapparaatstoringen.

De fabrikant is in geen enkel geval aansprakelijk voor documenten die door u zijn gemaakt met behulpvan dit apparaat of voor de resultaten die voortvloeien uit het gebruik van gegevens door u. Voor een goede afdrukkwaliteit adviseert de fabrikant u om de originele toner van de fabrikant tegebruiken.

Sommige illustraties of toelichtingen in deze handleiding verschillen mogelijk van uw product wegensverbetering of verandering van het product.Het IP-adresIn deze handleiding verwijst 'IP-adres' naar zowel de IPv4- als de IPv6-omgeving. Lees de instructiesdoor die betrekking hebben op de omgeving die u gebruikt.5

Modelspecifieke informatieIn dit gedeelte wordt uitgelegd tot welke regio uw apparaat behoort.Op de achterkant van het apparaat bevindt zich een sticker op de plaats die hieronder wordtweergegeven. De sticker bevat gegevens waarmee de regio van uw apparaat wordt geïdentificeerd.Lees wat er op de sticker staat.CTT110De volgende informatie is regiospecifiek. Lees de informatie onder het symbool dat overeenkomt met deregio van uw apparaat.(voornamelijk in Europa en Azië)Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een Regio A-model:• CODE XXXX -27• 220-240V(voornamelijk in Noord-Amerika)Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een Regio B-model:• CODE XXXX -17• 120V• De afmetingen in deze handleiding worden gegeven in twee meeteenheden: metrisch en in inches.Als uw apparaat een model uit regio A is, raadpleegt u de metrische meeteenheid.

Belangrijke veiligheidsvoorschriften Gebruikersinformatie over elektrische en elektronische apparatenVoor gebruikers in landen waar het symbool zoals hier is afgebeeld is gespecificeerdin de nationale wetgeving aangaande de verwerking van elektronisch afvalOnze producten bevatten hoogwaardige componenten en zijn ontworpen om het recyclen tevergemakkelijken.Onze producten of productverpakkingen zijn gemarkeerd met het onderstaande symbool.Het symbool geeft aan dat het product niet mag worden behandeld als huishoudelijk afval. Als u hetapparaat wilt afdanken, doe dit dan via de aangewezen afvalverzamelingsystemen die hiervoor terbeschikking gesteld zijn.

Door deze instructies na te leven, bent u zeker dat dit product op de juistemanier wordt verwerkt en helpt u de mogelijke nadelige gevolgen voor het milieu en de openbaregezondheid, die het resultaat kunnen zijn van een foutieve verwerking van het product, te beperken.

Hetrecyclen van producten is ten behoeve van het behoud van de natuurlijke grondstoffen en terbescherming van het milieu.Voor meer informatie over inzamelsystemen en de recycling van dit product neemt u contact op met dewinkel waar u het product gekocht heeft, of met uw plaatselijke dealer of leverancier.Alle overige gebruikersAls u dit product wilt afvoeren, neem dan contact op met uw gemeente of provincie, de winkel waar udit product gekocht heeft, uw plaatselijke dealer of uw leverancier.Advies met betrekking tot het milieuGebruikers in de EU, Zwitserland en NoorwegenRendement van verbruiksartikelenRaadpleeg de Gebruikershandleiding voor deze informatie of de verpakking van hetverbruiksartikel.7

Gerecycled papierHet apparaat kan gerecycled papier verwerken dat is geproduceerd volgens de Europese normEN 12281:2002 of DIN 19309. Voor producten die gebruik maken van de EP-printtechnologie,kan het apparaat afdrukken op papier van 64 g/m2. Dit papier bevat minder ruwe materialen enis gemaakt met een lagere hoeveelheid nieuw gewonnen grondstoffen. Dubbelzijdig afdrukken (indien van toepassing)Met dubbelzijdig afdrukken maakt u gebruik van beide zijden van het papier. Dit bespaart papieren vermindert het aantal vellen per afgedrukt document. We raden u aan om dubbelzijdigafdrukken standaard in te schakelen, zodat u altijd dubbelzijdig afdrukt. Recycleprogramma voor toner- en inktcartridgesU kunt toner- en inktcartridges gratis inleveren, zodat deze gerecycled worden. Dit gebeurt inovereenstemming met de milieuvoorschriften van uw gemeente.

Voor meer informatie over het recycleprogramma, zie onze website of raadpleeg uwservicevertegenwoordiger. https://www. ricoh-return. com/EnergiezuinigDe hoeveelheid elektriciteit die een apparaat verbruikt is zowel afhankelijk van zijn specificaties alsvan de manier waarop u er gebruik van maakt. Het apparaat is speciaal ontworpen om uwelektriciteitskosten te verminderen door over te schakelen naar de modus 'Gereed' nadat de laatstepagina is afgedrukt. Indien nodig kan het apparaat vanuit deze modus direct afdrukken. Als u geen extra afdrukken meer hoeft te maken en de opgegeven tijdsperiode verstrijkt, schakelthet apparaat over naar de energiespaarstand. In deze modi verbruikt het apparaat minder elektriciteit (Watt). Als het apparaat weer moetafdrukken, heeft het iets langer nodig om te herstellen uit de energiespaarstand dan uit de modus'Gereed'.

Het apparaat komt uit de energiespaarstand als er een afdruktaak wordtontvangen, er een ontvangen fax wordt afgedrukt of als er een knop wordt ingedrukt.Energiespaarstand 1Dit apparaat gaat na 30 tellen automatisch over in energiespaarstand 1 nadat de laatstebewerking is voltooid.Energiespaarstand 2Dit apparaat gaat na 1 minuut automatisch over in energiespaarstand 2 nadat de laatstebewerking is voltooid.SpecificatiesEnergiespaarstand 1 Energieverbruik *1 36,6 W of minderStandaard interval 30 secondenHersteltijd *1 10 seconden of minder11

Energiespaarstand 2 Energieverbruik *1 3,1 W of minderStandaard interval 1 minuutHersteltijd *1 17 seconden of minder*De hersteltijd en het energieverbruik kunnen variëren afhankelijk van de staat en de omgeving van hetapparaat.Gerecycled papierWij bevelen het gebruik van milieuvriendelijk, gerecycled papier aan.Gelieve uw leverancier te raadplegen voor meer informatie over aanbevolen papiertypen.12

1. Overzicht van het apparaatOverzicht van alle apparaatonderdelenIn dit deel staan de namen van de verschillende onderdelen van de voor- en achterkant van hetapparaat samen met een beschrijving van hun functie.BuitenkantCTT10821934567810111312141. [Job Reset]-knopDruk op deze toets om een lopende taak te annuleren.2. [Start]-knopDruk op deze knop om een testpagina af te drukken. (Door twee tellen op de knop te drukken, kan denetwerkinstellingenlijst worden afgedrukt.) U kunt deze knop ook gebruiken om op de achterkant van papieraf te drukken bij dubbelzijdig afdrukken en om afdrukken te forceren.3. Indicatielampje apparaat aan/uitDit indicatielampje brandt blauw als het apparaat aan staat. Het lampje knippert als een afdruktaak wordtontvangen en als er wordt afgedrukt.13

4. WaarschuwingsindicatielampjeDit indicatielampje brandt rood als het papier of de verbruiksartikelen in het apparaat op zijn, als depapierinstellingen niet met de instellingen overeenkomen die in het stuurprogramma zijn opgegeven of als erandere storingen optreden.5. PapierstopperZet dit klepje omhoog om te voorkomen dat het papier eraf valt.6. VoorpaneelOpen dit paneel om verbruiksartikelen te vervangen of om vastgelopen papier te verwijderen.7. HandinvoerDeze lade kan één vel normaal papier bevatten.8. Lade 1Deze lade kan maximaal 150 vellen normaal papier bevatten.9. Aan-/uitschakelaarGebruik deze schakelaar om het apparaat aan of uit te zetten.10. VoedingHier sluit u de stroomkabel op het apparaat aan. Steek de stekker van de kabel in een stopcontact.11. AchterklepOpen deze klep om vellen papier met de bedrukte zijde naar boven te plaatsen of om vastgelopen papier teverwijderen.12.

USB-poortGebruik deze poort om het apparaat op een computer aan te sluiten met een USB-kabel.13. EthernetpoortGebruik deze poort om het apparaat met een ethernetkabel op het netwerk aan te sluiten.14. LadeklepBevestig deze klep als u de lade eruit trekt.BinnenkantCTT06511. Overzicht van het apparaat14

1. PrintcartridgeDit verbruiksartikel zorgt ervoor dat u afdrukken op papier kunt maken. De printcartridge kan ongeveer 1500of 2600 pagina's afdrukken voordat deze vervangen moet worden. Voor meer informatie over het vervangenvan de cartridge, zie Pag.51 "De printcartridge vervangen".Overzicht van alle apparaatonderdelen15

Wat is Smart Organizing Monitor?Installeer dit hulpprogramma vanaf de meegeleverde cd-rom op uw computer.Smart Organizing Monitor bevat de volgende functies:• Geeft de status van het apparaat weerGeeft berichten over vastgelopen papier en andere foutmeldingen weer.• Instellingen voor papierformaat en -typeGeeft de instellingen voor papierformaten of -types die beschikbaar zijn op dit apparaat weer.• Test- en configuratiepagina's afdrukkenDrukt lijsten/rapporten af voor het controleren van de instellingenlijst voor dit apparaat en andereinformatie.• Het IPv4-adres aanpassenHiermee kunt u het IPv4-adres opgeven.• De systeeminstellingen wijzigenHiermee kunt u de aangepaste instellingen voor het papierformaat en andere instellingen op ditapparaat wijzigen.• De printerinstellingen wijzigenGebruik deze om afdrukinstellingen op dit apparaat zoals [Fout overslaan:] en [I/O-time-out:] tewijzigen.Voor meer informatie over basisinstructies bij het gebruik van Smart Organizing Monitor, zie Pag.33"Het apparaat configureren met hulpprogramma's".1.

Netwerkinstellingen configurerenIn dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de netwerkinstellingen moet configureren. ••••• U kunt het IP-adres eenvoudig configureren door het stuurprogramma te installeren metU kunt het IP-adres eenvoudig configureren door het stuurprogramma te installeren metU kunt het IP-adres eenvoudig configureren door het stuurprogramma te installeren metU kunt het IP-adres eenvoudig configureren door het stuurprogramma te installeren metU kunt het IP-adres eenvoudig configureren door het stuurprogramma te installeren metSnelinstallatie voor netwerken in het cd-rommenu. Zie de Installatiehandleiding software voor meerSnelinstallatie voor netwerken in het cd-rommenu. Zie de Installatiehandleiding software voor meerSnelinstallatie voor netwerken in het cd-rommenu. Zie de Installatiehandleiding software voor meerSnelinstallatie voor netwerken in het cd-rommenu.

Zie de Installatiehandleiding software voor meerSnelinstallatie voor netwerken in het cd-rommenu. Zie de Installatiehandleiding software voor meerinformatie over het installeren van het stuurprogramma. informatie over het installeren van het stuurprogramma. informatie over het installeren van het stuurprogramma. informatie over het installeren van het stuurprogramma. informatie over het installeren van het stuurprogramma. De IP-adresinstellingen met de Web Image Monitor configurerenHet apparaat instellen zodat het automatisch een IPv6-adres verkrijgt ••••• Alleen met een DHCP-server op het netwerk kan het apparaat automatisch een IPv6-adres krijgen. Alleen met een DHCP-server op het netwerk kan het apparaat automatisch een IPv6-adres krijgen. Alleen met een DHCP-server op het netwerk kan het apparaat automatisch een IPv6-adres krijgen.

Alleen met een DHCP-server op het netwerk kan het apparaat automatisch een IPv6-adres krijgen. Alleen met een DHCP-server op het netwerk kan het apparaat automatisch een IPv6-adres krijgen.

Controleer of [IPv6] en [DHCPv6] op [Inschakelen] zijn ingesteld in [IPv6] in Web Image Monitor. Als[DHCPv6] is ingesteld op [Inschakelen], haalt het apparaat het IP-adres automatisch op. Het IPv6-adres van het apparaat handmatig toewijzen ••••• Het IPv6-adres dat het apparaat toegewezen krijgt, mag niet door een ander apparaat opHet IPv6-adres dat het apparaat toegewezen krijgt, mag niet door een ander apparaat opHet IPv6-adres dat het apparaat toegewezen krijgt, mag niet door een ander apparaat opHet IPv6-adres dat het apparaat toegewezen krijgt, mag niet door een ander apparaat opHet IPv6-adres dat het apparaat toegewezen krijgt, mag niet door een ander apparaat ophetzelfde netwerk gebruikt worden. hetzelfde netwerk gebruikt worden. hetzelfde netwerk gebruikt worden. hetzelfde netwerk gebruikt worden. hetzelfde netwerk gebruikt worden. 1. Start de internetbrowser. 2.

Voer "http://(IP-adres van het apparaat)/" in op de adresbalk. 3. Klik op [Inloggen]. 4. Voer het beheerderswachtwoord in en klik vervolgens op [Inloggen]. Voer bij de eerste keer inloggen "admin133" als wachtwoord in. 5. Klik op [IPv6]. 6. Stel [IPv6] in op [Inschakelen]. 7. Stel [DHCPv6] in op [Uitschakelen]. 8. Geef het IP-adres op in [Handmatig configuratie-adres]. 9. Geef indien nodig andere instellingen op. 10. Klik op [OK]. Netwerkinstellingen configureren17.

Niet aanbevolen papiertypenGebruik de volgende papiertypen niet:• Papier voor inkjetprinters• Speciaal GelJet-papier• Gegolfd, gevouwen of gekreukeld papier• Opgekruld of verdraaid papier• Gekreukt papier• Vochtig papier• Vuil of beschadigd papier• Papier dat droog genoeg is om statische elektriciteit te veroorzaken• Papier waarop al is afgedrukt, met uitzondering van een voorgedrukt briefhoofd.Storingen kunnen in het bijzonder worden verwacht, indien papier wordt gebruikt dat reeds dooreen andere dan een laserprinter is bedrukt (bijvoorbeeld door zwart/wit ofkleurenkopieerapparaten, inkjetprinters, enz.)• Speciaal papier, zoals thermisch papier of carbonpapier• Papier dat zwaarder of lichter dan de limiet is• Papier met vensters, gaatjes, perforaties, uitsparingen of reliëf• Zelfklevende etikettenvellen waarvan de lijm of de onderlaag zichtbaar is• Papier dat met paperclips of nietjes bijeen wordt gehouden• Raak tijdens het plaatsen van papier het oppervlak van het papier niet aan.• Zelfs als papier geschikt is voor het apparaat, kan papier dat niet juist wordt opgeslagen, leidentot papierstoringen, een slechte afdrukkwaliteit of defecten.Niet aanbevolen papiertypen21

AfdrukgebiedDe volgende illustratie laat het gedeelte van het papier zien waarop het apparaat kan adrukken.Van het printerstuurprogrammaCHZ90423314 41. Afdrukgebied2. Invoerrichting3. Ongeveer 4,2 mm (0,2 inch)4. Ongeveer 4,2 mm (0,2 inch)• Het afdrukgebied kan variëren, afhankelijk van het papierformaat en de instellingen van hetprinterstuurprogramma.• Om de afdrukpositie aan te passen, geeft u [Lade 1: Registratie] of [Handinvoer: Registratie]op op het [Systeem]-tabblad in Smart Organizing Monitor.2. Papier plaatsen22

Papier plaatsenPlaats een stapel papier om op af te drukken in de invoerlade. ••••• Als u papier plaatst, zorg er dan voor dat het papierformaat en het papiertype voor de handinvoerAls u papier plaatst, zorg er dan voor dat het papierformaat en het papiertype voor de handinvoerAls u papier plaatst, zorg er dan voor dat het papierformaat en het papiertype voor de handinvoerAls u papier plaatst, zorg er dan voor dat het papierformaat en het papiertype voor de handinvoerAls u papier plaatst, zorg er dan voor dat het papierformaat en het papiertype voor de handinvoeren lade 1 zijn geconfigureerd. Als u een document afdrukt, geef dan het papierformaat en heten lade 1 zijn geconfigureerd. Als u een document afdrukt, geef dan het papierformaat en heten lade 1 zijn geconfigureerd. Als u een document afdrukt, geef dan het papierformaat en heten lade 1 zijn geconfigureerd.

Als u een document afdrukt, geef dan het papierformaat en heten lade 1 zijn geconfigureerd. Als u een document afdrukt, geef dan het papierformaat en hetpapiertype op en selecteer de papierlade in het printerstuurprogramma zodat de instellingen diepapiertype op en selecteer de papierlade in het printerstuurprogramma zodat de instellingen diepapiertype op en selecteer de papierlade in het printerstuurprogramma zodat de instellingen diepapiertype op en selecteer de papierlade in het printerstuurprogramma zodat de instellingen diepapiertype op en selecteer de papierlade in het printerstuurprogramma zodat de instellingen diegeconfigureerd zijn als het papier is geplaatst, voor het afdrukken kunnen worden gebruikt. geconfigureerd zijn als het papier is geplaatst, voor het afdrukken kunnen worden gebruikt.

geconfigureerd zijn als het papier is geplaatst, voor het afdrukken kunnen worden gebruikt. geconfigureerd zijn als het papier is geplaatst, voor het afdrukken kunnen worden gebruikt. geconfigureerd zijn als het papier is geplaatst, voor het afdrukken kunnen worden gebruikt.

••••• Als u testpagina's afdrukt en er bevindt zich papier in de handinvoer, dan wordt het papier in deAls u testpagina's afdrukt en er bevindt zich papier in de handinvoer, dan wordt het papier in deAls u testpagina's afdrukt en er bevindt zich papier in de handinvoer, dan wordt het papier in deAls u testpagina's afdrukt en er bevindt zich papier in de handinvoer, dan wordt het papier in deAls u testpagina's afdrukt en er bevindt zich papier in de handinvoer, dan wordt het papier in dehandinvoer eerst ingevoerd. handinvoer eerst ingevoerd. handinvoer eerst ingevoerd. handinvoer eerst ingevoerd. handinvoer eerst ingevoerd. ••••• Plaats geen papier in de handinvoer als het apparaat aan het opwarmen is. Plaats geen papier in de handinvoer als het apparaat aan het opwarmen is. Plaats geen papier in de handinvoer als het apparaat aan het opwarmen is.

Plaats geen papier in de handinvoer als het apparaat aan het opwarmen is. Plaats geen papier in de handinvoer als het apparaat aan het opwarmen is. ••••• Plaats geen papier in de handinvoer als de energiespaarmodus actief is. Plaats geen papier in de handinvoer als de energiespaarmodus actief is. Plaats geen papier in de handinvoer als de energiespaarmodus actief is. Plaats geen papier in de handinvoer als de energiespaarmodus actief is. Plaats geen papier in de handinvoer als de energiespaarmodus actief is. Papier plaatsen in lade 11. Trek lade 1 langzaam uit en haal deze er met beide handen uit. CTT062Plaats de lade op een vlak oppervlak. 2. Maak de klemmen aan de zijgeleiders vast en schuif deze tot het standaardformaat. CTT073Papier plaatsen23.

3. Knijp in de eindgeleider en schuif deze naar binnen tot het standaardformaat.CTT0744. Waaier de stapel even los voordat u deze in de lade plaatst.5. Plaats het papier zodanig dat de afdrukzijde naar beneden ligt.Zorg dat het papier niet hoger wordt gestapeld dan de bovenste limietmarkering binnenin de lade.CTT0756. Duw lade 1 voorzichtig recht in het apparaat.CTT029Zorg om papierstoringen te voorkomen, dat de lade stevig is geplaatst.Om de vellen met de afdrukzijde naar boven te leveren, dient u de achterklep te openen.2. Papier plaatsen24

CTT094Lade 1 uittrekken om papier te plaatsen1. Trek lade 1 langzaam uit en haal deze er met beide handen uit.2. Ontgrendel de vergrendelingen van het verlengstuk aan beide zijden van de lade en trekhet verlengstuk uit.CTT077Let op dat de binnenkant van het verlengstuk en de schaal uitgelijnd zijn.U kunt de lengte van het verlengstuk in drie stappen aanpassen. Als u papier van A4-formaat ofLetter-formaat gebruikt, pas de lengte dan aan tot de positie die wordt aangegeven met demarkering " " in de lade.Papier plaatsen25

2. Schuif de zijgeleiders naar buiten, plaats het papier met de afdrukzijde naar boven endruk dit aan totdat het niet verder kan.CTT0323. Pas de zijgeleiders aan de papierbreedte aan.CTT033Om de vellen met de afdrukzijde naar boven te leveren, dient u de achterklep te openen.CTT094De papiersoort en het papierformaat opgeven met Smart Organizing MonitorDe procedure in dit onderdeel is een voorbeeld en is gebaseerd op Windows 7. De werkelijkeprocedure kan afwijken afhankelijk van het door u gebruikte besturingssysteem.Papier plaatsen27

De papiersoort en het papierformaat opgeven1. Klik in het [Start]-menu op [Alle programma's].2. Klik op [Smart Organizing Monitor for SP xxx Series].3. Klik op [Smart Organizing Monitor for SP xxx Series Status].4. Als het apparaat dat u gebruikt, niet is geselecteerd, klik dan op [Apparaat select...] enselecteer vervolgens het apparaatmodel.5. Klik op [OK].6. Klik op [Wijzigen...] op het tabblad [Status].7. Selecteer de papiersoort en het papierformaat en klik op [OK].8. Klik op [Sluiten].Het aangepaste papierformaat wijzigen1. Klik in het [Start]-menu op [Alle programma's].2. Klik op [Smart Organizing Monitor for SP xxx Series].3. Klik op [Smart Organizing Monitor for SP xxx Series Status].4. Als het apparaat dat u gebruikt, niet is geselecteerd, klik dan op [Apparaat select...] enselecteer vervolgens het apparaatmodel.5. Klik op [OK].6.

Klik op [Printerconfiguratie] op het tabblad [Gebruikerstool].7. Selecteer [mm] of [inch] in de lijst [Meeteenheid:] op het tabblad [Systeem].8. Voer de breedte in het venster [Horizontaal: (100 tot 216 mm)] in.9. Voer de lengte in het venster [Verticaal: (148 tot 356 mm)] in.10. Klik op [OK].11. Klik op [Sluiten].• Het is niet mogelijk de instellingen van het papier in de handinvoer via Smart Organizing Monitorop te geven.2. Papier plaatsen28

3. Documenten afdrukkenBasisbewerkingGebruik het printerstuurprogramma om een document vanaf uw computer af te drukken.1. Nadat u een document hebt aangemaakt, opent u het dialoogvenster[Voorkeursinstellingen] in de oorspronkelijke toepassing van het document.2.

Wijzig desgewenst ook andere afdrukinstellingen.De volgende afdrukinstellingen kunnen met het printerstuurprogramma worden opgegeven:• Meerdere pagina's op een vel afdrukken• Een pagina over meerdere vellen verdelen• Dubbelzijdig afdrukken• Geen blanco pagina's afdrukken• Afdrukken laten sorteren• Instellingen van het printerstuurprogramma als bestand opslaan• Opgeslagen instellingen van printereigenschappen ophalen en verwijderen• Op papier met aangepast formaat afdrukken• Een document met een groot papierformaat op eem kleiner papierformaat afdrukken• Een documentformaat verkleinen en vergroten• De afdrukresolutie wijzigen• Toner besparen tijdens het afdrukken• Ditheringpatroon aanpassen• Tekst op afdrukken laten stempelenVoor meer informatie over elke instellingsitem, klikt u op [Help].29

3. Als de wijzigingen van de instellingen voltooid zijn, klik dan op [OK].4. Druk het document af met de afdrukfunctie in de toepassing waarin het document isopgesteld.• Als er een papierstoring optreedt, stopt het afdrukken halverwege. Open het voorpaneel,verwijder de printcartridge en verwijder vervolgens het vastgelopen papier. Als het papier op dezemanier niet kan worden verwijderd, verwijder het dan door het fuseerpaneel te openen. Hetafdrukken wordt automatisch hervat als het paneel is gesloten.Dubbelzijdig afdrukken ••••• Deze functie is niet beschikbaar bij de handinvoer.Deze functie is niet beschikbaar bij de handinvoer.Deze functie is niet beschikbaar bij de handinvoer.Deze functie is niet beschikbaar bij de handinvoer.Deze functie is niet beschikbaar bij de handinvoer.1.

Nadat u een document hebt aangemaakt, opent u het dialoogvenster[Voorkeursinstellingen] in de oorspronkelijke toepassing van het document.2. Selecteer in het lijstvenster [Duplex:] op het tabblad [Setup] hoe u de ingebonden uitvoerwilt openen.3. Geef eventueel nog verdere instellingen op en klik op [OK].4. Start de afdruktaak.Het apparaat drukt alleen één en dezelfde zijde van de pagina's af en geeft dan op het schermvan Smart Organizing Monitor een bericht weer dat aangeeft dat de uitgevoerde pagina's moetenworden omgedraaid en opnieuw moeten worden geplaatst.5. Pak alle afdrukken uit de uitvoerlade en plaats ze in lade 1.Om op de achterkant van de afdrukken af te drukken, draait u deze om en plaatst u ze in lade 1zodat ze met de blanco zijde naar beneden liggen.StaandCTT0093. Documenten afdrukken30

LiggendCTT0106. Druk op de [Start]-knop.• Als het achterpaneel open is, wordt het papier met de bedrukte zijde omlaag en achterstevorenuitgevoerd. Plaats de afgedrukte vellen in de juiste volgorde.Een afdruktaak annulerenU kunt afdruktaken annuleren door het bedieningspaneel van het apparaat of uw computer tegebruiken, afhankelijk van de status van de taak.Een afdruktaak annuleren voordat het afdrukken is gestart1. Dubbelklik op het printerpictogram in de taakbalk van uw computer.2. Selecteer de afdruktaak die u wilt annuleren en klik vervolgens op [Annuleren] in hetmenu [Document].• Als u een afdruktaak annuleert die al verwerkt wordt, kan het afdrukken een paar pagina'sdoorgaan voordat het wordt geannuleerd.• Het kan wat tijd kosten om een grote afdruktaak te annuleren.Een afdruktaak annuleren tijdens het afdrukken1. Druk op de [Job Reset]-knop.Basisbewerking31

Als papier niet overeenkomtAls het papierformaat of -type niet overeenkomt met de instellingen voor de afdruktaak, zal hetapparaat een foutmelding weergeven. Er zijn twee manieren om deze foutmelding op te lossen:Doorgaan met afdrukken met gebruik van papier dat niet overeenkomtGebruik de functie paginadoorvoer om de fout te negeren en ga verder met afdrukken met papierdat niet overeenkomt.Reset de afdruktaakAnnuleer het afdrukken.Doorgaan met afdrukken met papier dat niet overeenkomtAls het papier te klein is voor de afdruktaak, wordt de afgedrukte afbeelding verkleind zodat het past.1. Als de foutmelding wordt weergegeven op de Smart Organizing Monitor, druk dan opde [Start]-knop.De afdruktaak resetten1. Als de foutmelding wordt weergegeven op de Smart Organizing Monitor, druk dan opde [Job Reset]-knop.3. Documenten afdrukken32

4. Het apparaat configureren methulpprogramma'sWeb Image Monitor gebruikenBeschikbare bewerkingenDe volgende bewerkingen kunnen vanaf een computer op afstand worden uitgevoerd met WebImage Monitor:• De apparaatstatus weergeven• Netwerkinstellingen configureren• Het wachtwoord voor de beheerder instellen• Apparaatconfiguratie terugzetten naar de fabrieksinstellingenOndersteunde webbrowsers• Internet Explorer 6 of hoger• Firefox 3,0 of hogerDe beginpagina weergevenAls u via Web Image Monitor toegang tot het apparaat verkrijgt, wordt de bovenste pagina in uwbrowservenster weergegeven.1. Start de internetbrowser.2.

Voer "//(het IP-adres van het apparaat)/" in de adresbalk van uw internetbrowser in omtoegang te krijgen tot dit apparaat.Als een DNS-server gebruikt wordt en de hostnaam van het apparaat is opgegeven, kunt u inplaats van het IP-adres de hostnaam opgeven.De eerste pagina van Web Image Monitor wordt weergegeven.Bovenste paginaElke pagina van Web Image Monitor is onderverdeeld in de volgende gedeeltes:33

132NL CTT1841. MenugedeelteAls u een menuoptie selecteert, wordt de inhoud hiervan weergegeven.2. KoptekstgebiedHier kunt u overschakelen van de gebruikersmodus naar de beheerdersmodus en andersom. Het menuvan de betreffende modus wordt hier weergegeven.Klik op de [Vernieuwen]-knop rechts bovenaan het werkgebied om de apparaatinformatie bij tewerken. Klik op de knop [Vernieuwen] in de webbrowser om het hele browserscherm te vernieuwen.3. BasisgegevensgebiedHiermee geeft u de basisgegevens voor het apparaat weer.• Als er een oudere versie van een ondersteunde browser wordt gebruikt of JavaScript en cookieszijn uitgeschakeld, kunnen er weergave- en bewerkingsproblemen optreden.• Als u een proxyserver gebruikt, wijzigt u de instellingen van de webbrowser indien nodig.• De vorige pagina wordt mogelijk niet weergegeven, zelfs niet als op de knop [Vorige] in dewebbrowser wordt geklikt.

Als dit gebeurt, klikt u op de knop [Vernieuwen] van de webbrowser.De taal van de interface wijzigenSelecteer de weergavetaal die u wilt gebruiken en klik vervolgens op [Overschakelen].MenuIn dit gedeelte worden de items in het webbrowsermenu uitgelegd.GastmodusIn de gastenmodus kunnen de apparaatstatus en instellingen worden bekeken, maar deapparaatinstellingen kunnen niet worden gewijzigd.4. Het apparaat configureren met hulpprogramma's34

1. Interface instellingenDe interface-instellingen worden weergegeven.2. IPv4De IPv4-configuratie wordt weergegeven.3. IPv6De IPv6-configuratie wordt weergegeven.4. ApparaatinformatieDe apparaatinformatie wordt weergegeven.BeheerdersmodusIn de beheerdersmodus kunt u verschillende apparaatinstellingen configureren.1. Interface instellingenU kunt de interface-instelling wijzigen.Web Image Monitor gebruiken35

2. IPv4U kunt de IPv4-instelling wijzigen.3. IPv6U kunt de IPv6-instelling wijzigen.4. SNMPU kunt het SNMP wijzigen.5. BeheerderinstellingenU kunt het wachtwoord van de beheerder wijzigen.6. Standaarden herstellenU kunt het wachtwoord van de beheerder en andere netwerkinstellingen wijzigen.7. ApparaatinformatieDe apparaatinformatie wordt weergegeven.De apparaatinstellingen wijzigenAls u de apparaatinstellingen wilt wijzigen, dient u als beheerder in te loggen op het apparaat.1. Start de internetbrowser.2. Voer "http://(IP-adres van het apparaat)/" in op de adresbalk.3. Klik op [Inloggen].4. Voer het beheerderswachtwoord in en klik vervolgens op [Inloggen].Voer bij de eerste keer inloggen "admin133" als wachtwoord in.5. Selecteer in het menugebied de instelling die u wilt opgeven.6. Geef de apparaatinstellingen op.7.

Klik op [OK].De opgegeven instellingen worden naar het apparaat verzonden.Lijst met instellingenIn dit onderdeel worden de instellingen van de Web Image Monitor uitgelegd.De systeeminformatie controlerenOp de bovenste pagina kunt u de huidige systeeminformatie controleren zoals de apparaatinformatie,de status van de papierlade en toner en de totale tellerstand.4. Het apparaat configureren met hulpprogramma's36

Item BeschrijvingStatus Geeft het pictogram weer dat de apparaatstatus aangeeft.Toner Geeft de resterende toner weer.Totale tellerstand Geeft de totale tellerstand weer.Papier Geeft het formaat en het type papier weer dat in lade 1 en de handinvoer isgeplaatst.De interface-instellingen configurerenKlik op [Interface-instellingen] om de pagina voor configuratie van de interface-instellingen weer tegeven.Item BeschrijvingNetwerk Geeft de bewerkingsstatus van ethernet weer.MAC-adres Geeft het MAC-adres (Media Access Control-adres) van de netwerk-interface-kaart weer.I/O time-out(netwerk)Selecteer of er een time-out moet worden toegepast als het apparaat langerover een taak doet dan de opgegeven tijd.Web Image Monitor gebruiken37

Item BeschrijvingEthernetsnelh. Ethernet-communicatiesnelheid. Selecteer Automatisch selecteren voor normaalgebruik. Hierdoor kan het apparaat de optimale snelheid selecteren.Als communicatie met het apparaat mislukt, selecteer dan 10 Mbps full duplex,10 Mbps half duplex, 100 Mbps full duplex of 100 Mbps half duplex.De IPv4-instellingen configurerenKlik op [IPv4] om de pagina voor configuratie van de IPv4-instellingen te configureren.IPv4Item BeschrijvingIPv4 Geeft aan dat IPv4 is ingeschakeld.EthernetItem BeschrijvingHostnaam Voer de hostnaam in die u voor de netwerk-interfacekaart wilt instellen engebruik hierbij maximaal 63 tekens. De standaardinstelling is RNP, gevolgddoor het MAC-adres van de actieve interface-kaart.

Item BeschrijvingDomeinnaam Geef op of de domeinnaam die van de DHCP-server is opgehaald, gebruiktmoet worden of de domeinnaam die voor het apparaat is ingesteld.• "Automatisch verkrijgen (DHCP)" is geselecteerdAls u DHCP gebruikt, wordt de domeinnaam gebruikt die van de DHCP-server is opgehaald. Als de domeinnaam niet van de DHCP-server kanworden opgehaald, wordt de domeinnaam die voor het apparaat isingesteld, gebruikt.• "Specificeren" is geselecteerdDe domeinnaam die voor het apparaat is ingesteld, wordt gebruikt. Voerde domeinnaam in met maximaal 63 tekens. Spaties kunnen niet wordengebruikt.IPv4-adres Voer het IPv4-adres van de netwerk-interfacekaart in.Bij DHCP-bewerkingen wordt het adres dat van de DHCP-server is opgehaald,gebruikt.Subnetmasker Voer het subnetmasker van de netwerk-interfacekaart in.

Het subnetmasker ishet onderdeel van het IP-adres dat als netwerkadres wordt gebruikt.Als u DHCP gebruikt, wordt het subnetmasker dat van de DHCP-server wordtopgehaald, gebruikt.DDNS Selecteer of DDNS-naamresolutie (dynamisch DNS) voor de netwerk-interfacekaart actief of inactief is.Als dit actief is, wordt de DNS-database direct geüpdatet.DetailsItem BeschrijvingStandaardGateway AdresGeef het standaard gateway-adres op.Het standaard gateway-adres is het IP-adres van de host of router die alspoortwachter wordt gebruikt bij communicatie (afdrukinformatie of bij hetuitwisselen van informatie) met een computer of een ander netwerk.Als DHCP gebruikt wordt, wordt het standaard gateway-adres dat van deDHCP-server is opgehaald, gebruikt.

Als het adres niet van de DHCP-server kanworden opgehaald, wordt het standaard gateway-adres dat voor het apparaatis ingesteld, gebruikt.DNS-server Selecteer of de DNS-server die van de DHCP-server is opgehaald, moetworden gebruikt of de DNS-server die voor het apparaat is ingesteld.Web Image Monitor gebruiken39

Item BeschrijvingLPR Selecteer dit item om netwerkafdrukken met LPR/LPD mogelijk te maken.RAW Selecteer deze optie om RAW-afdrukken via het netwerk in te schakelen.IPP Selecteer dit item om netwerkafdrukken met Internet Print Protocol mogelijk temaken.De IPv6-instellingen configurerenKlik op [IPv6] om de pagina voor configuratie van de IPv6-instellingen te configureren.IPv6Item BeschrijvingIPv6 Geef aan of IPv6 actief of inactief is.EthernetItem BeschrijvingHostnaam Voer de hostnaam in die u voor de netwerk-interfacekaart wilt instellen engebruik hierbij maximaal 63 tekens. De standaardinstelling is RNP, gevolgddoor het MAC-adres van de actieve interface-kaart.

Als u de naam wijzigt iniets anders dan de standaardnaam, kan de nieuwe naam niet met "RNP" of"rnp" beginnen.Domeinnaam Voer de naam van het domein waartoe het apparaat behoort in met maximaal63 letters en/of cijfers.Link lokaal adres Geeft het link-lokale adres van de netwerk-interfacekaart weer.Het link-lokale adres is alleen op het lokale netwerk (lokale segment) vantoepassing en begint met "fe80::", gevolgd door een identificatieteken datvanaf het MAC-adres van de actieve interfacekaart wordt gegenereerd.4. Het apparaat configureren met hulpprogramma's40

Item BeschrijvingStaatloos adres Geeft het staatloze adres voor de router weer.HandmatigeadresconfiguratieVoer in het linkervak het IPv6-adres in dat aan de netwerk-interfacekaart istoegewezen.Voer in het rechtervak de prefixlengte van het IPv6-adres in. Kies hierbij eenwaarde tussen 0 en 128. De standaardinstelling is 64.• De volgende adressen kunnen niet worden ingesteld:Link-lokale adressen, multicast-adressen, loopback-adressen, IPv4-compatibele adressen en IPv4-mapped adressenDHCPv6 Selecteer [Inschakelen] om de DHCPv6-server te gebruiken om denetwerkinstellingen automatisch te configureren.

Selecteer [Uitschakelen] om denetwerkinstellingen handmatig te configureren.DDNS Selecteer of DDNS-naamresolutie (dynamisch DNS) voor de netwerk-interfacekaart actief of inactief is.Als dit actief is, wordt de DNS-database direct geüpdatet.DetailsItem BeschrijvingStandaardGateway AdresGeef het standaard gateway-adres op.Het standaard gateway-adres is het IP-adres van de host of router die alspoortwachter wordt gebruikt bij communicatie (afdrukinformatie of bij hetuitwisselen van informatie) met een computer of een ander netwerk.Als DHCP gebruikt wordt, wordt het standaard gateway-adres dat van deDHCP-server is opgehaald, gebruikt.

Als het adres niet van de DHCP-server kanworden opgehaald, wordt het standaard gateway-adres dat voor het apparaatis ingesteld, gebruikt.DNS-server Selecteer of de DNS-server die van de DHCP-server is opgehaald, moetworden gebruikt of de DNS-server die voor het apparaat is ingesteld.Web Image Monitor gebruiken41

Item BeschrijvingDHCPv6-modus Selecteer een bewerkingsmodus voor DHCPv6.• DHCPv6Functioneert in DHCPv6-modus.Haalt het IPv6-adres en andere parameters op.• DHCPv6-liteFunctioneert in DHCPv6-lite-modus.Haalt parameters op, maar niet het IPv6-adres.IAID IAID is een ID om het IPv6-adres te identificeren en dit is nodig om hetgereserveerde IPv6-adres te verkrijgen.LPR Selecteer dit item om netwerkafdrukken met LPR/LPD mogelijk te maken.RAW Selecteer deze optie om RAW-afdrukken via het netwerk in te schakelen.IPP Selecteer dit item om netwerkafdrukken met Internet Print Protocol mogelijk temaken.De SNMP-instellingen configurerenKlik op [SNMP] om de pagina voor configuratie van de SNMP-instellingen weer te geven.SNMPItem BeschrijvingSNMP Selecteer of SNMP actief of inactief is voor de interfacekaart(en).4. Het apparaat configureren met hulpprogramma's42

SNMPv1,v2-instellingItem BeschrijvingSNMPv1 Trap-communicatieSelecteer of er SNMPv1-trap moet worden verstuurd.SNMPv2 Trap-communicatieSelecteer of er SNMPv2-trap moet worden verstuurd.GemeenschapItem BeschrijvingCommunitynaam Voer de naam van de gebruikersgroep in waartoe de netwerk-interfacekaartbehoort en gebruik hierbij maximaal 15 tekens. Als de naam van degebruikersgroep afwijkt van de naam van de hosts, worden verzoeken van dehosts niet geaccepteerd.Toegangstype ${index}:Selecteer in de lijst de toegangsrechten van de gebruikersgroep.• Niet toegankelijkToegang is niet toegestaan.• alleen-lezenU kunt informatie wel lezen, maar niet bewerken.• lezen-schrijvenU kunt informatie lezen en bewerken.• trapHiermee krijgt de manager informatie over fouten.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Ricoh SP 201N stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden