Ricoh MP C2004SP Handleiding

Ricoh Printer MP C2004SP

Bekijk gratis de handleiding van Ricoh MP C2004SP (288 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 89 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Ricoh MP C2004SP of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/288
Voor een veilig en correct gebruik, dient u de
Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen
voordat u het apparaat gebruikt.
Apparaatinformatie
Problemen oplossen
Papier en toner bijvullen
Web Image Monitor
Documentserver
Scannen
Afdrukken
Faxen
Kopiëren
Snel aan de slag
Wat kunt u met dit apparaat?
Gebruikers-
handleiding

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Ricoh
Categorie: Printer
Model: MP C2004SP
Soort bediening: Touch
Kleur van het product: Grey,White
Ingebouwd display: Ja
Gewicht: 83300 g
Breedte: 587 mm
Diepte: 685 mm
Hoogte: 788 mm
Beeldschermdiagonaal: 10.1 "
Touchscreen: Ja
Frequentie van processor: 1330 MHz
Interne opslagcapaciteit: 250 GB
USB-poort: Ja
Ethernet LAN: Ja
Geïntegreerde geheugenkaartlezer: Ja
Compatibele geheugenkaarten: SD
Markt positionering: Bedrijf
Vermogensverbruik (max): 1700 W
Intern geheugen: 2048 MB
Duurzaamheidscertificaten: ENERGY STAR
Type processor: Ja
Ethernet LAN, data-overdrachtsnelheden: 10,100,1000 Mbit/s
Bekabelingstechnologie: 10/100/1000Base-T(X)
Ondersteunt Windows: Windows Vista,Windows 7,Windows 10,Windows 8,Windows 8.1
Ondersteunt Mac-besturingssysteem: Mac OS X 10.10 Yosemite,Mac OS X 10.11 El Capitan,Mac OS X 10.12 Sierra,Mac OS X 10.7 Lion,Mac OS X 10.8 Mountain Lion,Mac OS X 10.9 Mavericks
Maximale resolutie: 1200 x 1200 DPI
Aantal printcartridges: 4
Printkleuren: Black,Cyan,Magenta,Yellow
Opwarmtijd: 25 s
Printtechnologie: Inkjet
Standaard interfaces: Ethernet,USB
Printsnelheid (zwart, standaardkwaliteit, A4/US Letter): 20 ppm
Printsnelheid (kleur, standaard, A4/US Letter): 20 ppm
Printen: Afdrukken in kleur
Paginabeschrijving talen: PCL 5c,PCL 6
Gebruiksindicatie (maximaal): - pagina's per maand
Kopieën vergroten/verkleinen: 25 - 400 procent
Maximale kopieerresolutie: 600 x 600 DPI
Kopiëren: Kopiëren in kleur
Scannen: Scannen in kleur
Optische scanresolutie: 1200 x 1200 DPI
Totale invoercapaciteit: 1200 vel
Maximum invoercapaciteit: 2300 vel
Totale uitvoercapaciteit: - vel
Maximale uitvoercapaciteit: 1625 vel
Maximale ISO A-series papierformaat: A3
ISO A-series afmetingen (A0...A9): A3
Gemiddeld stroomverbruik ( bedrijfsresultaat ): - W
Stroomverbruik (gereed): 46.5 W
Mobiele printing technologieën: Apple AirPrint
Tijdsduur tot de eerste pagina (zwart, normaal): 5.4 s
Tijdsduur tot de eerste pagina (kleur, normaal): 7.6 s
Maximaal intern geheugen: 4096 MB
Type invoer papier: Cassette
Duplex scannen: Ja
Maximaal aantal kopieën: 999 kopieën
Ondersteunde server operating systems: Windows Server 2008,Windows Server 2008 R2,Windows Server 2012,Windows Server 2012 R2
Scan naar: E-mail
Scanner-drivers: TWAIN
Wifi: Nee
AC-ingangsspanning: 220 - 240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 - 60 Hz
Afdruksnelheid (ISO/IEC 24734) zwart-wit: 20 ipm
Printresolutie: 1200 x 1200 DPI

Handleiding Ricoh MP C2004SP – volledige tekst

Voor een veilig en correct gebruik, dient u de Veiligheidsinformatie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt.ApparaatinformatieProblemen oplossenPapier en toner bijvullenWeb Image MonitorDocumentserverScannenAfdrukkenFaxenKopiërenSnel aan de slagWat kunt u met dit apparaat?Gebruikers-handleiding

INHOUDSOPGAVE Hoe werkt deze handleiding. 7Symbolen in de handleiding. 7 Modelspecifieke informatie. 8Namen van belangrijke onderdelen. 91. Wat kunt u met dit apparaat. Zoeken op wat u wilt doen. 11 Kosten besparen. 11 Gescande bestanden gebruiken op de computer. 12 Bestemmingen registreren. 13 Het apparaat effectiever gebruiken. 14 Wat kunt u met dit apparaat. 15 Het [Home]-scherm aanpassen. 15 Kopieën maken met verschillende functies. 16Gegevens afdrukken met verschillende functies. 17 Een opgeslagen document gebruiken. 18Digitale faxen verzenden en ontvangen. 19Faxen verzenden en ontvangen via het internet. 20 Faxberichten via het apparaat verzenden en ontvangen zonder faxeenheid. 21 De fax en scanner in een netwerk gebruiken. 23Tekstinformatie bij gescande data voegen. 23 Voorkomen dat informatie uitlekt (beveiligingsfuncties). 24Centraal beheer van scaninstellingen en distributie.

25Het apparaat beheren en instellen met een computer. 25Onbevoegd kopiëren voorkomen. 262. Snel aan de slagNamen en functies van onderdelen. 29 Informatie over onderdelen (voornamelijk in Europa). 29 Informatie over onderdelen (voornamelijk in Azië). 32 Informatie over onderdelen (voornamelijk in Noord-Amerika). 36Overzicht van apparaatopties. 40Overzicht van externe apparaatopties. 40Namen en functies van het bedieningspaneel. 65De taal van het display wijzigen. 671.

Het [Home]-scherm gebruiken. 68Mogelijke bewerkingen op het Scherm met standaardtoepassingen. 70Pictogrammen toevoegen aan het [Home]-scherm. 72De verschillende toepassingen gebruiken. 75 Scherm [Kopie]. 76 Scherm [Fax]. 78[Scanner]-scherm. 83 Functies in een programma registreren. 89 Het apparaat aan-/uitzetten. 92De hoofdstroomschakelaar inschakelen. 92De hoofdstroomschakelaar uitschakelen. 92 Inloggen op het apparaat. 94Wanneer het verificatiescherm wordt weergegeven. 94 Gebruikerscodeverificatie via het bedieningspaneel. 94Inloggen via het bedieningspaneel. 94 Uitloggen via het bedieningspaneel. 95 Originelen plaatsen. 97Originelen op de glasplaat plaatsen (voornamelijk in Europa). 97 Originelen op de glasplaat plaatsen (voornamelijk in Azië). 98 Originelen op de glasplaat plaatsen (voornamelijk in Noord-Amerika). 98Originelen in de automatische documentinvoer plaatsen. 993.

Gegevens opslaan in de Documentserver. 1184. FaxenBasisprocedure voor het verzenden van documenten (Geheugenverzending). 119Een faxbestemming registreren. 119 Een faxbestemming verwijderen. 121 Verzenden terwijl de verbinding met de bestemming wordt gecontroleerd (Direct verzenden). 122 Een verzending annuleren. 123Een verzending annuleren voordat het origineel is gescand. 123 Een verzending annuleren terwijl het origineel wordt gescand. 123Een verzending annuleren nadat het origineel is gescand. 123Documenten opslaan. 125Opgeslagen documenten verzenden. 126 Het logboek handmatig afdrukken. 1285. Afdrukken Snelinstallatie. 129De eigenschappen van het printerstuurprogramma weergeven. 130Standaard afdrukken. 131Bij gebruik van het PCL6-printerstuurprogramma. 131Afdrukken op beide zijden van het papier. 132Bij gebruik van het PLC6-printerstuurprogramma. 133Dubbelzijdige afdruktypen.

133Meerdere pagina's op één pagina afdrukken. 134Bij gebruik van het PCL 6-printerstuurprogramma. 134 Vormen van gecombineerd afdrukken. 134Afdrukken op enveloppen. 136Envelopinstellingen via het bedieningspaneel configureren. 136 Op enveloppen afdrukken via het printerstuurprogramma. 136 Opslaan en afdrukken met behulp van de documentserver. 138 Documenten opslaan in de Documentserver. 138Documenten beheren die opgeslagen zijn in de Documentserver. 139 De functie Afdrukken snel vrijgeven gebruiken. 140 De functie Afdrukken/scannen (geheugenopslagapparaat) gebruiken. 1423.

6. ScannenBasisprocedure bij gebruik van Scannen naar map. 145Een gedeelde map aanmaken op een computer met Windows/de informatie van een computerbevestigen. 145Een SMB-map registreren. 147Een geregistreerde SMB-map verwijderen. 150Het pad voor de bestemming handmatig invoeren. 151Basisprocedure voor het verzenden van scanbestanden via e-mail. 152 Een e-mailbestemming opslaan. 152 Een e-mailbestemming verwijderen. 154Een e-mailadres handmatig invoeren. 154Basisprocedure voor het opslaan van scanbestanden. 155 Een opgeslagen bestand uit de lijst controleren. 156Het bestandstype opgeven. 157 Scaninstellingen opgeven. 1587. Documentserver Gegevens opslaan. 159Opgeslagen documenten afdrukken. 1618. Web Image MonitorBeginpagina weergeven. 1639. Papier en toner bijvullen Papier plaatsen. 165Voorzorgsmaatregelen voor papier plaatsen. 165 Papier in de papierladen plaatsen.

Gebruikte toner weggooien. 19810. Problemen oplossen Als een statuspictogram weergegeven wordt. 201Als het indicatielampje van [Status controleren] brandt of knippert. 203 Als het apparaat een piepgeluid maakt. 205Als u problemen heeft met de bediening van het apparaat. 207Wanneer meerdere functies niet tegelijkertijd kunnen worden uitgevoerd. 212Berichten die worden weergegeven wanneer u de functie Kopieerapparaat/Document Server gebruikt. 213Meldingen bij gebruik van de faxfunctie. 217Als er problemen met de netwerkinstellingen optreden. 218Wanneer de functie Faxen op afstand niet kan worden gebruikt. 225 Meldingen bij gebruik van de printer. 228Meldingen op het bedieningspaneel bij gebruik van de printer. 228Meldingen in foutenlogboeken of rapporten bij gebruik van de printer. 232Meldingen bij gebruik van de scanner.

245 Meldingen die op het bedieningspaneel worden weergegeven wanneer de scannerfunctie wordtgebruikt. 245 Als er foutmeldingen worden weergegeven op de clientcomputer. 256Wanneer er andere meldingen worden weergegeven. 263Wanneer er een probleem is met het scannen of opslaan van originelen. 265Als het adresboek geüpdatet wordt. 266Wanneer gegevens niet verzonden kunnen worden vanwege een probleem met de bestemming. 267 Wanneer het apparaat niet bediend kan worden vanwege een probleem met hetgebruikerscertificaat. 267Wanneer er problemen optreden met het inloggen. 269Wanneer de gebruiker geen rechten heeft om een bewerking uit te voeren. 270Als de LDAP-server niet gebruikt kan worden. 27011. Apparaatinformatie Informatie over milieuwetgeving. 273ENERGY STAR-programma. 273Energiebesparingsfuncties. 273Gebruikersinformatie over elektrische en elektronische apparatuur (voornamelijk Europa).

Hoe werkt deze handleiding?Symbolen in de handleidingDe handleiding gebruikt de volgende symbolen:Geeft punten aan waar u rekening mee moet houden wanneer u het apparaat gebruikt en geeft eenuitleg van mogelijke oorzaken voor het vastlopen van papier, schade aan originelen ofgegevensverlies. Lees deze uitleg zorgvuldig door.Geeft een aanvullende uitleg van de functies van het apparaat aan en instructies voor het oplossen vanfouten die door de gebruiker zijn gemaakt.Dit symbool vindt u aan het eind van iedere sectie.

Het geeft aan waar u meer relevante informatie kuntvinden.[ ]Geeft de namen van de toetsen aan die op het display verschijnen of refereren naar de (plastic)knoppen op het bedieningspaneel van het apparaat.(voornamelijk Europa en Azië), (voornamelijk Europa) of (voornamelijk Azië)(voornamelijk Noord-Amerika)De verschillen tussen de functies van Regio A en Regio B-modellen worden aangegeven door tweesymbolen. Lees de informatie die wordt aangegeven door het symbool dat overeenkomt met de regiovan het model dat u gebruikt. Voor meer informatie over welk symbool overeenkomt met het model datu gebruikt, zie Pag. 8 "Modelspecifieke informatie".7

Modelspecifieke informatieIn dit gedeelte wordt uitgelegd tot welke regio uw apparaat behoort.Op de achterkant van het apparaat bevindt zich een sticker op de plaats die hieronder wordtweergegeven. De sticker bevat gegevens waarmee de regio van uw apparaat wordt geïdentificeerd.Lees wat er op de sticker staat.DLV001De volgende informatie is regiospecifiek.

Lees de informatie onder het symbool dat overeenkomt met deregio van uw apparaat.(voornamelijk in Europa en Azië)Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een Regio A-model:• CODE XXXX -27, -29, -65 • 220 – 240 V(voornamelijk in Noord-Amerika)Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een Regio B-model:• CODE XXXX -17, -18 • 120 – 127 V • De afmetingen in deze handleiding worden gegeven in twee meeteenheden: metrisch en in inches.Als uw apparaat een model uit regio A is, raadpleegt u de metrische meeteenheid. Als uwapparaat een model uit regio B is, raadpleegt u de meeteenheid in inch.• Als uw apparaat een regio A-model is en op de sticker "CODE XXXX -27, -65" staat, zie dan ook" (voornamelijk Europa)".• Als uw apparaat een regio A-model is en op de sticker "CODE XXXX -29" staat, zie ook" (voornamelijk in Azië)".8

Namen van belangrijke onderdelenIn deze handleiding wordt er als volgt verwezen naar de belangrijkste onderdelen van het apparaat:• Auto Reverse Document Feeder ARDF• Auto Document Feeder ADF / automatische documentinvoer (in deze handleiding verwijst"ADF" naar de ARDF en ADF waarmee u dubbelzijdig kunt scannen)• Large Capacity Tray Bulklade (LCT)9

1. Wat kunt u met dit apparaat?U kunt een beschrijving zoeken op wat u wilt doen.Zoeken op wat u wilt doenU kunt een procedure zoeken op wat u wilt doen.Kosten besparenBRL059SDubbelzijdig afdrukken van documenten met meerdere pagina's (Dubbelzijdig kopiëren) Zie de handleiding Kopiëren / Document Server.Het afdrukken van documenten met meerdere pagina's en ontvangen faxen op één vel(Combineren (kopieerapparaat/fax)) Zie de handleiding Kopiëren /Document Server. Zie de handleiding Faxen.Ontvangen faxberichten dubbelzijdig afdrukken (2-zijdig afdrukken) Zie de handleiding Faxen.Ontvangen faxberichten digitaliseren (papierloze fax) Zie de handleiding Faxen.Bestanden verzenden vanuit de computer zonder ze af te drukken (LAN-fax) Zie de handleiding Faxen.11

Controleren hoeveel papier is bespaard (scherm [Informatie]) Zie de handleiding Snel aan de slag.Minder elektriciteit verbruiken Zie de handleiding Snel aan de slag. Zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen.Gescande bestanden gebruiken op de computerBQX138SScanbestanden verzenden Zie de handleiding Scannen.De URL verzenden van de map waarin scanbestanden moeten worden opgeslagen Zie de handleiding Scannen.Scanbestanden opslaan in een gedeelde map Zie de handleiding Scannen.Scanbestanden opslaan op media Zie de handleiding Scannen.Tekstinformatie in gescande bestanden opnemen Zie de handleiding Scannen.Verzonden faxberichten digitaliseren en ze naar een computer verzenden Zie de handleiding Faxen.1. Wat kunt u met dit apparaat?12

Het beheren en gebruiken van gedigitaliseerde documenten (Documentserver) Zie de handleiding Kopiëren / Document Server.Bestemmingen registrerenBRL060SHet bedieningspaneel gebruiken om bestemmingen in het Adresboek te registreren Zie de handleiding Faxen. Zie Scannen.Het gebruik van Web Image Monitor om bestemmingen vanaf een computer te registreren Zie de handleiding Faxen.Downloaden van bestemmingen geregistreerd in het apparaat in de bestemmingslijst van hetLAN-faxstuurprogramma Zie de handleiding Faxen.Zoeken op wat u wilt doen13

Het apparaat effectiever gebruikenBQX139SVeelgebruikte instellingen registreren en gebruiken (Programmeren) Zie de handleiding Handige functies.Veelgebruikte instellingen registreren als oorspronkelijke instellingen (programmeren alsstandaardwaarden) Zie de handleiding Handige functies.Vaakgebruikte printerinstellingen registreren in het printerstuurprogramma Zie de handleiding Afdrukken.De begininstellingen van het printerstuurprogramma wijzigen in vaakgebruikteprinterinstellingen Zie de handleiding Afdrukken.Snelkoppelingen naar veelgebruikte programma's of webpagina's toevoegen Zie de handleiding Handige functies.De volgorde van pictogrammen voor functies en snelkoppelingen wijzigen Zie de handleiding Handige functies.1. Wat kunt u met dit apparaat?14

Wat kunt u met dit apparaat?In dit onderdeel worden de functies van dit apparaat beschreven.Het [Home]-scherm aanpassenDe pictogrammen voor alle functies worden weergegeven op het [Home]-scherm.DLV122 • U kunt snelkoppelingen naar veelgebruikte programma's of webpagina's toevoegen aan het[Home]-scherm. U kunt de programma's of internetpagina's eenvoudig oproepen door op hetpictogram van de snelkoppeling te drukken.• U kunt ervoor kiezen om alleen pictogrammen weer te geven van functies en snelkoppelingen die ugebruikt. • U kunt de volgorde van de pictogrammen voor functies en snelkoppelingen wijzigen. • Zie Aan de Slag voor meer informatie over de eigenschappen op het [Home]-scherm.• Voor meer informatie over het aanpassen van het [Home]-scherm, zie de handleiding Handigefuncties.Wat kunt u met dit apparaat?15

Kopieën maken met verschillende functiesCJQ601 • U kunt in kleur kopiëren. U kunt de kleurenkopieermodus wisselen, afhankelijk van het typeorigineel en de gewenste afwerking. Zie de handleiding Kopiëren /Document Server.• U kunt stempels op kopieën afdrukken. Stempels bevatten mogelijk een nummer, een gescandeafbeelding, een datum en een paginanummer op de achtergrond. Zie de handleiding Kopiëren / Document Server.• U kunt de kleurtinten en de beeldkwaliteit van de kopieën aanpassen. Zie Kopiëren / Document Server voor meer informatie over het aanpassen van kleuren. Zie Kopiëren / Document Server voor meer informatie over het aanpassen van afbeeldingen.• U kunt de afbeelding die moet worden gekopieerd, verkleinen of vergroten. Met de functie Autom.verkl./vergr. herkent het apparaat automatisch het origineelformaat.

Bovendien kan het apparaatdan een juiste reproductieverhouding selecteren op basis van het door u opgegevenpapierformaat. Als de richting van het origineel afwijkt van die van het papier waarop u kopieert,draait het apparaat de originele afbeelding 90 graden zodat deze overeenkomt met hetkopieerpapier. Zie de handleiding Kopiëren / Document Server.• Met kopieerfuncties zoals Duplex, Combineren, Boekje en Tijdschrift kunt u papier besparen doormeerdere pagina's op één vel te kopiëren. Voor meer informatie over dubbelzijdig kopiëren raadpleegt u de handleiding Kopiëren /Document Server. Voor meer informatie over gecombineerd kopiëren, zie de handleiding Kopiëren / DocumentServer.1. Wat kunt u met dit apparaat?16

Voor meer informatie over de boekjes- en tijdschriftfunctie, zie de handleiding Kopiëren /Documentserver.• U kunt op verschillende typen papier kopiëren zoals op enveloppen en OHP-transparanten. Zie de handleiding Kopiëren / Document Server.• Met de finisher kunt u uw kopieën sorteren, nieten en perforeren. Zie de handleiding Kopiëren / Document Server.Gegevens afdrukken met verschillende functiesCJQ602 • Dit apparaat ondersteunt netwerkverbindingen en lokale verbindingen.• U kunt afdruktaken die zijn opgeslagen op de harde schijf van het apparaat en die eerder werdenverzonden vanaf computers via het printerstuurprogramma, afdrukken of wissen. U kunt kiezen uitde volgende soorten afdruktaken: Testafdruk, Beveiligde afdruk, Uitgestelde afdruk enOpgeslagen afdruk. Zie de handleiding Afdrukken.• Met de finisher kunt u uw afdrukken sorteren, nieten en perforeren.

Raadpleeg de handleiding Afdrukken voor meer informatie over nieten. Raadpleeg de handleiding Afdrukken voor meer informatie over perforeren.• Als de PictBridge-kaart is geïnstalleerd, kunt u een digitale PictBridge-camera via een USB-kabelop dit apparaat aansluiten. Op die manier kunt u de foto"s die op de camera zijn opgeslagen,afdrukken via de interface van de camera. Zie de handleiding Afdrukken.• U kunt bestanden die op een memorystick of extern geheugen staan, afdrukken en hierbijafdrukvoorwaarden instellen zoals afdrukkwaliteit en afdrukformaat.Wat kunt u met dit apparaat?17

Zie de handleiding Afdrukken.Een opgeslagen document gebruikenU kunt bestanden die zijn gescand in de kopieer-, fax-, afdruk- of scannermodus opslaan op de hardeschijf van het apparaat. Met Web Image Monitor kunt u uw computer gebruiken om opgeslagenbestanden op te zoeken, te bekijken, te verwijderen en te versturen via het netwerk. U kunt ook deprinterinstellingen wijzigen en meerdere documenten afdrukken (Documentserver).CJQ603 • U kunt opgeslagen documenten die met de scannerfunctie zijn gescand, overdragen naar uwcomputer.• Met behulp van de File Format Converter kunt u documenten opgeslagen in kopieer-,documentserver- of afdrukmodus op uw computer downloaden. • Raadpleeg de handleiding Kopiëren / Document Server voor meer informatie over het gebruikvan de Document Server.• Voor meer informatie over de Document Server in de kopieermodus, zie de handleidingKopiëren / Document Server.

Digitale faxen verzenden en ontvangenOntvangstU kunt ontvangen faxberichten opslaan in elektronische formaten op de harde schijf van hetapparaat, zonder ze te hoeven afdrukken.CJQ604Met Web Image Monitor kunt u documenten controleren, afdrukken, verwijderen, ophalen ofdownloaden met behulp van uw computer (ontvangen documenten opslaan). • Zie de handleiding Faxen.VerzendingVanaf uw computer kunt u via het netwerk (ethernet of draadloos LAN) een fax verzenden naar ditapparaat, dat deze fax vervolgens doorstuurt via de telefoonverbinding (LAN-fax).Wat kunt u met dit apparaat?19

CJQ605 • Om een fax te verzenden, selecteert u Afdrukken vanuit de Windows-toepassing waarin uwerkt, kiest u vervolgens LAN-fax als printer en geeft u tot slot de bestemming op.• U kunt ook de verzonden afbeeldingsgegevens controleren. • Zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen voor meer informatie over deapparaatinstellingen.• Voor details over hoe u deze functie moet gebruiken, zie de handleiding Faxen.Faxen verzenden en ontvangen via het [email protected]@[email protected]@xxx.comxxx@xxx.comxxx.xxx.xxx.xxxxxx.xxx.xxx.xxxxxx.xxx.xxx.xxxxxx.xxx.xxx.xxxxxx.xxx.xxx.xxxxxx@[email protected]@[email protected]@xxx.comxxx@xxx.comxxx.xxx.xxx.xxxxxx.xxx.xxx.xxxxxx.xxx.xxx.xxxxxx.xxx.xxx.xxxxxx.xxx.xxx.xxxxxx@xxx.comxxx.xxx.xxx.xxxCJQ6061. Wat kunt u met dit apparaat?20

Verzenden en ontvangen via e-mailDit apparaat zet gescande documentafbeeldingen om naar een e-mailindeling en verzendt enontvangt de e-mailgegevens via internet.• Geef een e-mailadres op in plaats van het telefoonnummer van de bestemming te kiezen(Internetfax- en e-mailverzending). Zie Faxen.• Dit apparaat kan e-mailberichten ontvangen via Internetfax of van computers (Internetfax-ontvangst en E-mailen voor afdrukken). Zie de handleiding Faxen.• Apparaten die compatibel zijn met Internetfax en computers die e-mailadressen hebben,kunnen e-mailberichten ontvangen via Internetfax.IP-faxDe IP-faxfunctie verstuurt of ontvangt documenten tussen twee faxapparaten direct via een TCP/IP-netwerk. • Geef een IP-adres of hostnaam op in plaats van een faxnummer om een document teversturen (IP-fax-verzending).

Zie Faxen.• Dit apparaat kan documenten die zijn verzonden via Internetfax ontvangen (IP-fax-ontvangst). Zie de handleiding Faxen.• Met een VoIP-gateway kan dit apparaat naar G3-faxen verzenden die zijn aangesloten opeen Public Switched Telephone Network (PSTN). • Zie Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen voor meer informatie over deapparaatinstellingen.Faxberichten via het apparaat verzenden en ontvangen zonder faxeenheidU kunt faxen verzenden en ontvangen via de faxfuncties van een ander apparaat via een netwerk (Faxop afstand).Wat kunt u met dit apparaat?21

CJQ612 • Om de faxfunctie op afstand te gebruiken, installeert u de faxverbindingseenheid op hethoofdapparaat en het subapparaat.• De procedure voor verzending van faxberichten is hetzelfde als voor het apparaat met defaxeenheid. Wanneer een taak is voltooid, bevestigt u de resultaten zoals weergegeven in deverzendgeschiedenis of afgedrukt op rapporten. • U kunt documenten die via de faxfunctie door het hoofdapparaat zijn ontvangen doorsturen naarverschillende subapparaten. • Zie de handleiding Faxen voor meer informatie.1. Wat kunt u met dit apparaat?22

De fax en scanner in een netwerk gebruikenCJQ607 • U kunt scanbestanden naar een bepaalde bestemming verzenden via e-mail (scanbestandenverzenden via e-mail). Zie de handleiding Faxen. Zie de handleiding Scannen.• U kunt scanbestanden direct naar mappen verzenden (scanbestanden verzenden met Scannennaar map). Zie de handleiding Faxen. Zie de handleiding Scannen.• U kunt Web Services on Devices (WSD) gebruiken om scanbestanden naar een clientcomputer teversturen. Zie de handleiding Scannen.Tekstinformatie bij gescande data voegenU kunt tekstinformatie vanuit een gescand document direct in het bestand opnemen zonder eencomputer te gebruiken.Bij het scannen van een document met deze functie kunt u daarin opgenomen tekst zoeken met detekstzoekfunctie en deze eventueel naar een ander document kopiëren.Wat kunt u met dit apparaat?23

CUL003 • Deze functie kan alleen worden gebruikt indien u beschikt over de OCR-eenheid.• U kunt een bestandstype selecteren uit [PDF], [Hoge compressie PDF] of [PDF/A]. • Deze functie maakt het mogelijk tekens in verschillende talen optisch te herkennen tot een maximumvan ca. 40.000 tekens per pagina. • Zie de handleiding Scannen.Voorkomen dat informatie uitlekt (beveiligingsfuncties)CJQ608 • U kunt documenten beschermen tegen onbevoegde toegang en onbevoegd kopiëren tegengaan.• Het is mogelijk om het gebruik van het apparaat te beheren en te voorkomen dat deapparaatinstellingen zonder toestemming worden gewijzigd. • Door het instellen van wachtwoorden kunt u onbevoegde toegang via het netwerk voorkomen. • Het is mogelijk om gegevens op de harde schijf te coderen of te verwijderen om de kans opgegevenslekken te minimaliseren.1. Wat kunt u met dit apparaat?24

• U kunt het gebruik van functies voor elke gebruiker beperken. • Zie de Veiligheidshandleiding.Centraal beheer van scaninstellingen en distributieMet het DSM-systeem (Distributed Scan Management) in Windows Server 2008 R2/2012 kunt u debestemmingen en scaninstellingen voor elke gebruiker in een groep afzonderlijk beheren en dezegegevens gebruiken bij het delen van gescande gegevens.U kunt dit systeem ook gebruiken om gegevens over gebruikers van het netwerk en de scanfuncties vanhet apparaat centraal te beheren. Zowel afgeleverde bestanden als gebruikersgegevens kunnenworden [email protected] dpi [email protected] dpi • Om het DSM-systeem te kunnen gebruiken, moet u een Windows-server instellen en configureren.Dit systeem wordt ondersteund door Windows Server 2008 R2 of later.

• Raadpleeg de handleiding Scannen voor meer informatie over het bezorgen van bestanden methet DSM-systeem.Het apparaat beheren en instellen met een computerMet behulp van Web Image Monitor kunt u de status van het apparaat nakijken en instellingenwijzigen.Wat kunt u met dit apparaat?25

CJQ609U kunt controleren in welke lade het papier bijna op is, informatie registreren in het Adresboek, denetwerkinstellingen opgeven, de systeeminstellingen configureren en wijzigen, taken beheren, detaakgeschiedenis afdrukken en de verificatie-instellingen configureren. • Zie de handleiding Het apparaat aansluiten / Systeeminstellingen.• Zie de Help-functie van Web Image Monitor.Onbevoegd kopiëren voorkomenU kunt op afdrukken ingesloten patronen afdrukken om onbevoegd kopiëren te voorkomen.NL CUM003Niet kopiërenNiet kopiëren1. Wat kunt u met dit apparaat?26

• Met behulp van de kopieerfunctie of het printerstuurprogramma kunt u een patroon in het af tedrukken document opnemen. Als het document gekopieerd is op een apparaat met de Copy DataSecurity Unit, worden beschermde pagina's grijs gemaakt in de kopie. Hiermee wordt het risico datvertrouwelijke informatie gekopieerd wordt geminimaliseerd. Beveiligde faxberichten wordenvervaagd voordat deze verzonden of opgeslagen worden. Als een document dat tegenongeoorloofd kopiëren wordt beschermd, wordt gekopieerd op een apparaat dat is uitgerust metde Copy Data Security Unit, dan is een pieptoon te horen.

Gebruikers worden zo op de hoogtegebracht van het feit dat er een poging tot ongeoorloofd kopiëren wordt gedaan.Indien het document wordt gekopieerd op een apparaat zonder de Copy Data Security Unit, zalde verborgen tekst opvallend worden weergegeven op de kopie; hiermee wordt aangegeven dathet een ongeoorloofde kopie is.• Met behulp van de kopieerfunctie of het printerstuurprogramma kunt u tekst in het af te drukkendocument opnemen om onbevoegd kopiëren te voorkomen. Indien het document wordtgekopieerd, gescand of opgeslagen in een Document Server via een kopieerapparaat ofmultifunctionele printer, zal de vastgelegde tekst op de kopie opvallend worden weergegeven.Hierdoor wordt onbevoegd kopiëren voorkomen. • Voor meer informatie, zie de Veiligheidshandleiding.• Voor meer informatie, zie de Help-functie van het printerstuurprogramma.

• Zie de handleiding Kopiëren / Document Server voor meer informatie over deze functie in dekopieermodus. • Voor meer informatie over deze functie in de printermodus, raadpleegt u de handleidingAfdrukken.Wat kunt u met dit apparaat?27

2. Snel aan de slagIn dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u met dit apparaat aan de slag gaat.Namen en functies van onderdelen Informatie over onderdelen (voornamelijk in Europa) • De ventilatieopeningen van het apparaat mogen niet geblokkeerd zijn. Als dit toch gebeurt,bestaat er kans op brand als gevolg van oververhitte interne elementen.Aanzicht vanaf de voor- en linkerkant1 2 3 467589DLV00210 1. ADFLaat de ADF zakken over de originelen die op de glasplaat liggen.Als u een stapel originelen in de ADF plaatst, zal de AFD automatisch de originelen één voor één invoeren.2. GlasplaatPlaats originelen hier met de bedrukte zijde naar beneden. Voor meer informatie, zie Pag. 97 "Originelenop de glasplaat plaatsen (voornamelijk in Europa)".29

3. BedieningspaneelZie Pag. 65 "Namen en functies van het bedieningspaneel".4. HoofdstroomschakelaarOm het apparaat te kunnen gebruiken, moet de hoofdstroomschakelaar ingeschakeld zijn. Als dit niet hetgeval is, opent u het klepje van de hoofdstroomschakelaar en schakelt u deze in. 5. BewegingssensorDe bewegingssensor bevindt zich aan de rechterkant van het apparaat. Voor meer informatie, zie Snel aande slag. 6. Interne lade 1Gekopieerd of afgedrukt papier en faxberichten worden hier afgeleverd. 7. VoorpaneelU kunt dit paneel openen om toegang te krijgen tot de binnenkant van het apparaat. 8. Papierladen (lade 1–2)Hier plaatst u het papier in. Voor meer informatie, zie Pag. 165 "Papier plaatsen". 9. Onderste papierladenHier plaatst u het papier in. Voor meer informatie, zie Pag. 165 "Papier plaatsen". 10.

Aanzicht vanaf de voor- en rechterkantDLV00312345267 1. ADF-verlengstukTrek dit verlengstuk uit om groot papier te ondersteunen.2. VentilatiegatenDe ventilatiegaten zorgen ervoor dat het apparaat niet oververhit raakt. 3. HandinvoerGebruik deze om te kopiëren of af te drukken op OHP-transparanten, etiketten, en papier dat niet kanworden geplaatst in de papierladen. Voor meer informatie, zie Pag. 167 "Papier in de handinvoer plaatsen". 4. PapiergeleidersAls u papier in de handinvoer plaatst, zorg er dan voor dat de papiergeleiders tegen het papier aan staan. 5. VerlengstukTrek dit verlengstuk uit als u vellen die groter zijn dan A4 , 81/2 × 11 in de handinvoer plaatst.Namen en functies van onderdelen31

6. Paneel rechtsonderOpen dit paneel wanneer papier is vastgelopen.7. RechterpaneelOpen dit paneel wanneer papier is vastgelopen.Aanzicht vanaf de achter- en linkerkantDLV004111 1. VentilatiegatenDe ventilatiegaten zorgen ervoor dat het apparaat niet oververhit raakt. Informatie over onderdelen (voornamelijk in Azië) • De ventilatieopeningen van het apparaat mogen niet geblokkeerd zijn. Als dit toch gebeurt,bestaat er kans op brand als gevolg van oververhitte interne elementen.2. Snel aan de slag32

Aanzicht vanaf de voor- en linkerkant1 2 3 467589DLV00210 1. Afdekklep van glasplaat of ADFDeze afbeelding laat de ADF zien.Sluit de klep van de glasplaat of de automatische documentinvoer (ADF) op de originelen die op de glasplaatzijn geplaatst.Als u een stapel originelen in de ADF plaatst, zal de AFD automatisch de originelen één voor één invoeren.2. GlasplaatPlaats originelen hier met de bedrukte zijde naar beneden. Voor meer informatie, zie Pag. 98 "Originelenop de glasplaat plaatsen (voornamelijk in Azië)".3. BedieningspaneelZie Pag. 65 "Namen en functies van het bedieningspaneel". 4. HoofdstroomschakelaarOm het apparaat te kunnen gebruiken, moet de hoofdstroomschakelaar ingeschakeld zijn. Als dit niet hetgeval is, opent u het klepje van de hoofdstroomschakelaar en schakelt u deze in. 5. BewegingssensorDe bewegingssensor bevindt zich aan de rechterkant van het apparaat.

7. VoorpaneelU kunt dit paneel openen om toegang te krijgen tot de binnenkant van het apparaat.8. Papierladen (lade 1–2)Hier plaatst u het papier in. Voor meer informatie, zie Pag. 165 "Papier plaatsen". 9. Onderste papierladenHier plaatst u het papier in. Voor meer informatie, zie Pag. 165 "Papier plaatsen". 10. VentilatiegatenDe ventilatiegaten zorgen ervoor dat het apparaat niet oververhit raakt.Aanzicht vanaf de voor- en rechterkantDLV00312345267 1. ADF-verlengstukTrek dit verlengstuk uit om groot papier te ondersteunen.2. VentilatiegatenDe ventilatiegaten zorgen ervoor dat het apparaat niet oververhit raakt.2. Snel aan de slag34

3. HandinvoerGebruik deze om te kopiëren of af te drukken op OHP-transparanten, etiketten, en papier dat niet kanworden geplaatst in de papierladen. Voor meer informatie, zie Pag. 167 "Papier in de handinvoer plaatsen".4. PapiergeleidersAls u papier in de handinvoer plaatst, zorg er dan voor dat de papiergeleiders tegen het papier aan staan. 5. VerlengstukTrek dit verlengstuk uit als u vellen die groter zijn dan A4 , 81/2 × 11 in de handinvoer plaatst.6. Paneel rechtsonderOpen dit paneel wanneer papier is vastgelopen. 7. RechterpaneelOpen dit paneel wanneer papier is vastgelopen.Aanzicht vanaf de achter- en linkerkantDLV004111 1. VentilatiegatenDe ventilatiegaten zorgen ervoor dat het apparaat niet oververhit raakt.Namen en functies van onderdelen35

Informatie over onderdelen (voornamelijk in Noord-Amerika) • De ventilatieopeningen van het apparaat mogen niet geblokkeerd zijn. Als dit toch gebeurt,bestaat er kans op brand als gevolg van oververhitte interne elementen.Aanzicht vanaf de voor- en linkerkant1 2 3 467589DLV00210 1. ADFLaat de ADF zakken over de originelen die op de glasplaat liggen.Als u een stapel originelen in de ADF plaatst, zal de AFD automatisch de originelen één voor één invoeren.2. GlasplaatPlaats originelen hier met de bedrukte zijde naar beneden. Voor meer informatie, zie Pag. 98 "Originelenop de glasplaat plaatsen (voornamelijk in Noord-Amerika)".3. BedieningspaneelZie Pag. 65 "Namen en functies van het bedieningspaneel". 4. HoofdstroomschakelaarOm het apparaat te kunnen gebruiken, moet de hoofdstroomschakelaar ingeschakeld zijn.

5. BewegingssensorDe bewegingssensor bevindt zich aan de rechterkant van het apparaat. Voor meer informatie, zie Snel aande slag.6. Interne lade 1Gekopieerd of afgedrukt papier en faxberichten worden hier afgeleverd. 7. VoorpaneelU kunt dit paneel openen om toegang te krijgen tot de binnenkant van het apparaat. 8. Papierladen (lade 1–2)Hier plaatst u het papier in. Voor meer informatie, zie Pag. 165 "Papier plaatsen". 9. Onderste papierladenHier plaatst u het papier in. Voor meer informatie, zie Pag. 165 "Papier plaatsen". 10. VentilatiegatenDe ventilatiegaten zorgen ervoor dat het apparaat niet oververhit raakt.Namen en functies van onderdelen37

Aanzicht vanaf de voor- en rechterkantDLV00312345267 1. ADF-verlengstukTrek dit verlengstuk uit om groot papier te ondersteunen.2. VentilatiegatenDe ventilatiegaten zorgen ervoor dat het apparaat niet oververhit raakt. 3. HandinvoerGebruik deze om te kopiëren of af te drukken op OHP-transparanten, etiketten, en papier dat niet kanworden geplaatst in de papierladen. Voor meer informatie, zie Pag. 167 "Papier in de handinvoer plaatsen". 4. PapiergeleidersAls u papier in de handinvoer plaatst, zorg er dan voor dat de papiergeleiders tegen het papier aan staan. 5. VerlengstukTrek dit verlengstuk uit als u vellen die groter zijn dan A4 , 81/2 × 11 in de handinvoer plaatst.2. Snel aan de slag38

Overzicht van apparaatoptiesOverzicht van externe apparaatoptiesKijk welk type apparaat u heeft. Zie de handleiding Lees dit eerst. Externe opties voor type 1 en 2 (voornamelijk Europa)DLV0051045671131423111298 1. Geleiderklep bannerpapierHier wordt bannerpapier geplaatst.2. Onderste papierladeHierin wordt het papier geplaatst. 3. Tafel met zwenkwielen voor de onderste papierladeBevestig de tafel met zwenkwielen als u de onderste papierlade wilt gebruiken.2. Snel aan de slag40

4. Lade 3 (LCT)Bestaat uit twee papierladen.U kunt papier zelfs plaatsen als lade 3 (bulklade) in gebruik is. U kunt de linkerhelft van de lade uittrekkenterwijl lade 3 (bulklade) in gebruik is.5. Bulklade (LCT)Hierin wordt het papier geplaatst. 6. Onderste papierladenBestaat uit twee papierladen. 7. Interne lade 2Als u deze lade als uitvoerlade selecteert, worden kopieën/afdrukken hier met de bedrukte zijde omlaagafgeleverd. 8. KoppelmoduleHiermee worden kopieën naar de finisher overgebracht. 9. Interne staffelladeHier worden meerdere vellen papier gesorteerd en gestapeld. 10. Externe ladeAls u deze lade als uitvoerlade selecteert, worden kopieën/afdrukken hier met de bedrukte zijde omlaagafgeleverd. 11.

Internal Finisher SR3130Hiermee worden meerdere vellen papier gesorteerd, gestapeld en geniet.Kopieën kunnen geperforeerd worden als de optionele perforeereenheid op de finisher is geïnstalleerd. 12. Internal Finisher SR3180Sorteert en stapelt meerdere vellen papier en niet ze samen zonder nietjes te gebruiken. 13. Finisher SR3210Hiermee worden meerdere vellen papier gesorteerd, gestapeld en geniet. Bestaat uit de volgendepapierladen: • Bovenste lade finisher • Staffellade finisherKopieën kunnen geperforeerd worden als de optionele perforeereenheid op de finisher is geïnstalleerd. 14. Booklet Finisher SR3220Hiermee worden meerdere vellen papier gesorteerd, gestapeld en geniet. Met de rughechtingsfunctie kunnenmeerdere vellen papier in het midden worden geniet en als een boekje worden gevouwen.

Externe opties voor type 1 en 2 (voornamelijk Azië)DLV0061378910161751234614151211 1. Dubbelzijdig scannen ADFPlaats hier een stapel originelen. Ze worden automatisch ingevoerd.2. ARDFPlaats hier een stapel originelen. Ze worden automatisch ingevoerd. 3. GlasplaatklepBreng deze omlaag over de originelen voor het kopiëren. 4. Geleiderklep bannerpapierHier wordt bannerpapier geplaatst. 5. Onderste papierladeHierin wordt het papier geplaatst. 6. Tafel met zwenkwielen voor de onderste papierladeBevestig de tafel met zwenkwielen als u de onderste papierlade wilt gebruiken.2. Snel aan de slag42

7. Lade 3 (LCT)Bestaat uit twee papierladen.U kunt papier zelfs plaatsen als lade 3 (bulklade) in gebruik is. U kunt de linkerhelft van de lade uittrekkenterwijl lade 3 (bulklade) in gebruik is.8. Bulklade (LCT)Hierin wordt het papier geplaatst. 9. Onderste papierladenBestaat uit twee papierladen. 10. Interne lade 2Als u deze lade als uitvoerlade selecteert, worden kopieën/afdrukken hier met de bedrukte zijde omlaagafgeleverd. 11. KoppelmoduleHiermee worden kopieën naar de finisher overgebracht. 12. Interne staffelladeHier worden meerdere vellen papier gesorteerd en gestapeld. 13. Externe ladeAls u deze lade als uitvoerlade selecteert, worden kopieën/afdrukken hier met de bedrukte zijde omlaagafgeleverd. 14.

Internal Finisher SR3130Hiermee worden meerdere vellen papier gesorteerd, gestapeld en geniet.Kopieën kunnen geperforeerd worden als de optionele perforeereenheid op de finisher is geïnstalleerd. 15. Internal Finisher SR3180Sorteert en stapelt meerdere vellen papier en niet ze samen zonder nietjes te gebruiken. 16. Finisher SR3210Hiermee worden meerdere vellen papier gesorteerd, gestapeld en geniet. Bestaat uit de volgendepapierladen: • Bovenste lade finisher • Staffellade finisherKopieën kunnen geperforeerd worden als de optionele perforeereenheid op de finisher is geïnstalleerd. 17. Booklet Finisher SR3220Hiermee worden meerdere vellen papier gesorteerd, gestapeld en geniet. Met de rughechtingsfunctie kunnenmeerdere vellen papier in het midden worden geniet en als een boekje worden gevouwen.

Externe opties voor type 1 en 2 (voornamelijk Noord-Amerika)DLV007121156781415341213109 1. TelefoonhoornDeze telefoonhoorn hoort bij de geïnstalleerde faxeenheid.Hiermee kunt u de functies Direct kiezen en Handmatig kiezen gebruiken. Met de hoorn is het ook mogelijkom het apparaat als telefoon te gebruiken.2. Geleiderklep bannerpapierHier wordt bannerpapier geplaatst. 3. Onderste papierladeHierin wordt het papier geplaatst. 4. Tafel met zwenkwielen voor de onderste papierladeBevestig de tafel met zwenkwielen als u de onderste papierlade wilt gebruiken. 5. Lade 3 (LCT)Bestaat uit twee papierladen.U kunt papier zelfs plaatsen als lade 3 (bulklade) in gebruik is. U kunt de linkerhelft van de lade uittrekkenterwijl lade 3 (bulklade) in gebruik is.2. Snel aan de slag44

6. Bulklade (LCT)Hierin wordt het papier geplaatst.7. Onderste papierladenBestaat uit twee papierladen. 8. Interne lade 2Als u deze lade als uitvoerlade selecteert, worden kopieën/afdrukken hier met de bedrukte zijde omlaagafgeleverd. 9. KoppelmoduleHiermee worden kopieën naar de finisher overgebracht. 10. Interne staffelladeHier worden meerdere vellen papier gesorteerd en gestapeld. 11. Externe ladeAls u deze lade als uitvoerlade selecteert, worden kopieën/afdrukken hier met de bedrukte zijde omlaagafgeleverd. 12. Internal Finisher SR3130Hiermee worden meerdere vellen papier gesorteerd, gestapeld en geniet.Kopieën kunnen geperforeerd worden als de optionele perforeereenheid op de finisher is geïnstalleerd. 13. Internal Finisher SR3180Sorteert en stapelt meerdere vellen papier en niet ze samen zonder nietjes te gebruiken. 14.

Finisher SR3210Hiermee worden meerdere vellen papier gesorteerd, gestapeld en geniet. Bestaat uit de volgendepapierladen: • Bovenste lade finisher • Staffellade finisherKopieën kunnen geperforeerd worden als de optionele perforeereenheid op de finisher is geïnstalleerd. 15. Booklet Finisher SR3220Hiermee worden meerdere vellen papier gesorteerd, gestapeld en geniet. Met de rughechtingsfunctie kunnenmeerdere vellen papier in het midden worden geniet en als een boekje worden gevouwen. Bestaat uit devolgende papierladen: • Bovenste lade finisher • Staffellade finisher • Boekjeslade finisherKopieën kunnen geperforeerd worden als de optionele perforeereenheid op de finisher is geïnstalleerd.Overzicht van apparaatopties45

Externe opties voor type 3 en 4 (voornamelijk Europa)DLV008104567112231191314158 1. Geleiderklep bannerpapierHier wordt bannerpapier geplaatst.2. Onderste papierladeHierin wordt het papier geplaatst. 3. Tafel met zwenkwielen voor de onderste papierladeBevestig de tafel met zwenkwielen als u de onderste papierlade wilt gebruiken. 4. Lade 3 (LCT)Bestaat uit twee papierladen.U kunt papier zelfs plaatsen als lade 3 (bulklade) in gebruik is. U kunt de linkerhelft van de lade uittrekkenterwijl lade 3 (bulklade) in gebruik is. 5. Bulklade (LCT)Hierin wordt het papier geplaatst.2. Snel aan de slag46

6. Onderste papierladenBestaat uit twee papierladen.7. Interne lade 2Als u deze lade als uitvoerlade selecteert, worden kopieën/afdrukken hier met de bedrukte zijde omlaagafgeleverd. 8. KoppelmoduleHiermee worden kopieën naar de finisher overgebracht. 9. Interne staffelladeHier worden meerdere vellen papier gesorteerd en gestapeld. 10. Externe ladeAls u deze lade als uitvoerlade selecteert, worden kopieën/afdrukken hier met de bedrukte zijde omlaagafgeleverd. 11. Internal Finisher SR3130Hiermee worden meerdere vellen papier gesorteerd, gestapeld en geniet.Kopieën kunnen geperforeerd worden als de optionele perforeereenheid op de finisher is geïnstalleerd. 12. Finisher SR3210Hiermee worden meerdere vellen papier gesorteerd, gestapeld en geniet.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Ricoh MP C2004SP stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden