Ricoh IM 4000 Handleiding

Ricoh Printer IM 4000

Bekijk gratis de handleiding van Ricoh IM 4000 (416 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Ricoh IM 4000 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/416
Voor een veilig en juist gebruik, zorg ervoor dat u de
"Veiligheidsinformatie" leest voordat u het apparaat gebruikt.
Voor informatie die u niet in deze
handleiding heeft kunnen vinden, zie de
online handleidingen die beschikbaar zijn
via onze website (https://www.ricoh.nl/)
of via het bedieningspaneel.
Juridische informatie en contactgegevens
Specificaties voor de machine
Problemen oplossen
Papier en toner bijvullen
Web Image Monitor
Documentserver
Scannen
Afdrukken
Faxen
Kopiëren
Snel aan de slag
Over deze handleiding
Gebruikers-
handleiding
Geselecteerde versie

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Ricoh
Categorie: Printer
Model: IM 4000

Handleiding Ricoh IM 4000 – volledige tekst

Voor een veilig en juist gebruik, zorg ervoor dat u de "Veiligheidsinformatie" leest voordat u het apparaat gebruikt.Voor informatie die u niet in deze handleiding heeft kunnen vinden, zie de online handleidingen die beschikbaar zijn via onze website (https://www.ricoh.nl/) of via het bedieningspaneel.Juridische informatie en contactgegevensSpecificaties voor de machineProblemen oplossenPapier en toner bijvullenWeb Image MonitorDocumentserverScannenAfdrukkenFaxenKopiërenSnel aan de slagOver deze handleidingGebruikers-handleidingGeselecteerde versie

Hoe werken deze handleidingen?Symbolen in de handleidingenIn deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt:Geeft aan waar u op moet letten tijdens het gebruik van functies. Dit symbool geeft punten aan die ertoekunnen leiden dat het product of de service onbruikbaar wordt of dat er gegevens verloren gaan als deinstructies niet worden opgevolgd. Zorg er dus voor dat u deze uitleg leest.Geeft een aanvullende uitleg van de functies van het apparaat aan en instructies voor het oplossen vanfouten die door de gebruiker zijn gemaakt.[ ]Geeft de namen van toetsen of knoppen op het product of display aan.1

INHOUDSOPGAVEHoe werken deze handleidingen. 1Symbolen in de handleidingen. 11. Over deze handleidingAfgekorte namen van opties. 112. Snel aan de slagDe stroom in-/uitschakelen. 17Het apparaat aanzetten. 17Het apparaat uitzetten. 18Energiespaarstand. 19Namen en functies van onderdelen. 22Aanzicht vanaf de voor- en linkerkant. 22Aanzicht vanaf de voor- en rechterkant. 24Aanzicht vanaf de achter- en linkerkant. 25Namen en functies van het bedieningspaneel. 27Touchscreen/interface. 27LED-indicatielampjes. 29De displaytaal wijzigen. 30Het Home-scherm gebruiken. 31Intuïtieve schermbediening met uw vingers. 34Het scherm "Instellingen" gebruiken. 36Het Kopieerscherm gebruiken. 39Het Kopieerscherm gebruiken (Standaard). 39Het Kopieerscherm gebruiken (Scherm waarbij u niet kunt scrollen). 41De lay-out of de weergave van de toetsen van de Kopieerfunctie wijzigen. 42Het scherm Fax gebruiken.

Instellingen als programma registreren. 55De inhoud van het programma wijzigen. 56Inloggen via het bedieningspaneel. 58Inloggen door de gebruikersnaam en het wachtwoord in te voeren. 59Inloggen met een IC-kaart. 60Inloggen met behulp van een mobiel apparaat. 61Verificatie met behulp van de gebruikerscode. 62Het inlogwachtwoord wijzigen. 62Een origineel op de glasplaat plaatsen. 64Een origineel in de automatische documentinvoer (ADF) plaatsen. 66Originelen in de ARDF plaatsen. 68Originelen in de ADF voor dubbelzijdig scannen in één beweging plaatsen. 703. KopiërenBasisprocedure voor het kopiëren van documenten. 73Een kopieertaak reserveren tijdens het uitvoeren van een andere kopieertaak. 76De huidge kopieertaak onderbreken om een ander origineel te kopiëren. 77Vergrote of verkleinde kopieën maken. 79Een kopieerverhouding of -formaat opgeven.

79Vergroten of verkleinen aan de hand van het papierformaat. 82Enigszins verkleinen om de marges te vergroten. 83Dubbelzijdig kopiëren. 85Een origineel met meerdere pagina's combineren en op een vel papier kopiëren. 87Kopiëren op enveloppen. 90Op enveloppen in de handinvoer kopiëren. 90Op enveloppen in de papierlade kopiëren. 92Kopiëren in paginavolgorde of voor elk paginanummer. 934. FaxenBasisprocedure voor het verzenden van faxen. 97Faxnummers in het adresboek registreren. 100Een faxnummer en de verzendvoorwaarden registreren. 100De geregistreerde gegevens zoals een faxnummer wijzigen/verwijderen. 102Voorbeeldweergave bekijken voor het versturen van een fax. 103De verzendresultaten van verzonden faxen bekijken. 1053.

De gegevens op het faxscherm bevestigen. 105De resultaten controleren in het rapport Communicatieresultaat. 107De resultaten controleren in het rapport Directe TX-resultaat. 107De resultaten controleren in het rapport Communicatiefout. 107Het resultaat controleren in het foutenrapport. 107Geheugenopslag-rapport bekijken. 107Controleren per e-mail. 108De gegevens bevestigen in Web Image Monitor. 1095. AfdrukkenHet printerstuurprogramma met behulp van Device Software Manager installeren. 111Device Software Manager vanaf de cd-rom installeren. 111Device Software Manager met behulp van het gedownloade bestand installeren. 114Het printerstuurprogramma installeren voor een netwerkverbinding (Windows). 117Het PCL 6-printerstuurprogramma installeren vanaf de cd-rom. 117Het PostScript 3-printerstuurprogramma installeren vanaf de cd-rom.

119Het PCL 6-/PostScript 3-printerstuurprogramma installeren met behulp van het gedownloade bestand. 120Het printerstuurprogramma voor Windows installeren. 121Als het apparaat niet kan worden gevonden. 122Het printerstuurprogramma installeren voor een netwerkverbinding (macOS). 125Het PPD-bestand installeren. 125Het apparaat registreren in [Printers en scanners]. 126De optie-instellingen opgeven. 129Basisprocedure voor het afdrukken van documenten. 131Een document afdrukken in Windows. 131Een document afdrukken in macOS. 133Op beide zijden van het papier afdrukken. 136Dubbelzijdig afdrukken opgeven (Windows). 136Dubbelzijdig afdrukken opgeven (macOS). 136Meerdere pagina's combineren en afdrukken op één vel papier. 138De functie 2 originelen combineren gebruiken (Windows). 138De functie 2 originelen combineren gebruiken (macOS). 139Afdrukken op enveloppen. 1404.

Afdrukken op enveloppen uit de handinvoer. 140Afdrukken op enveloppen uit de papierlade. 143Op de printer opgeslagen documenten afdrukken vanaf het bedieningspaneel. 147Rechtstreeks vanaf een USB-geheugenopslagapparaat of SD-kaart afdrukken. 149Afdrukbare bestandsindelingen. 149Afdrukken vanaf een geheugenopslagapparaat of scantoepassing. 1506. ScannenDocumenten scannen en de gescande gegevens verzenden per e-mail. 153Basisprocedure voor het verzenden van een e-mail. 153De e-mailbestemming opgeven in het adresboek bij het verzenden van een e-mail. 156Documenten scannen en de gescande gegevens naar een map verzenden. 158De computerinformatie bevestigen (Windows). 158Een gedeelde map aanmaken (Windows). 160De computerinformatie bevestigen (macOS). 162Een gedeelde map aanmaken (macOS). 163De gemaakte gedeelde map in het adresboek registreren. 165Basisprocedure voor het Verzenden naar map.

167Een origineel met de juiste kwaliteit en belichting scannen. 169Het bestandstype of de bestandsnaam opgeven bij het scannen van een document. 172Opmerkingen en beperkingen van bestandstypen. 1747. DocumentserverDocumenten op de documentserver opslaan. 175Documenten op de documentserver opslaan. 177Een document afdrukken met de instellingen die zijn opgegeven tijdens het scannen. 177De afdrukinstellingen wijzigen om een document af te drukken. 178Een af te drukken pagina opgeven. 1798. Web Image MonitorWeb Image Monitor gebruiken. 181Wat u kunt doen met de Web Image Monitor. 182Scherm Web Image Monitor. 184Help van Web Image Monitor opgeven. 1849. Papier en toner bijvullenPapier in de papierlade plaatsen. 1875.

Papier plaatsen in lade 1 tot 4. 188Papier in de handinvoer plaatsen. 192Papier in lade 3 (LCT) plaatsen. 194Papier in de bulklade (LCT) plaatsen. 196Het papierformaat opgeven als dit niet automatisch wordt gedetecteerd. 197Papier met afwijkende afmetingen instellen via het bedieningspaneel. 198De instellingen voor de papiersoort en de papierdikte configureren. 200Aanbevolen papierformaten en -typen. 203Lade 1-4. 203Handinvoer. 205Lade 3 (bulklade). 206Bulklade (LCT). 207Opmerkingen over speciaal papier. 207Papierdikte voor elk papiergewicht. 208Ongeschikt papier. 209Papieropslag. 210Afdrukken opslaan. 210Richting van dik papier en aanbevolen staat. 211Enveloprichting en aanbevolen staat. 212De kopieerfunctie gebruiken. 213De printerfunctie gebruiken. 213Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen. 215Kopiëren op briefpapier.

215Afdrukken op briefpapier met het printerstuurprogramma. 216Aanbevolen origineelformaten en -gewichten. 218Herkenbare formaten voor automatische papierselectie. 220De toner vervangen. 222Voorzorgsmaatregelen voor het bewaren van de toner. 223Voorzorgsmaatregelen voor het vervangen van toner. 223Verwijderen van opgebruikte toner. 225De nietjes bijvullen. 226De tonerafvalfles vervangen. 227Voorzorgsmaatregelen bij het vervangen van de tonerafvalfles. 2276.

De tonerafvalfles weggooien. 22910. Problemen oplossenWaarschuwingsgeluiden. 231De indicatielampjes, pictogrammen en berichten op het bedieningspaneel controleren. 233Als er een pictogram wordt weergegeven bij een bericht. 233Als het indicatielampje [Status controleren] brandt of knippert. 235Als het apparaat niet bediend kan worden. 237Als het apparaat niet op de juiste manier reageert op een bediening via het bedieningspaneel. 237Als het apparaat niet juist reageert op een opdracht van een computer. 241Als er meldingen worden weergegeven en het apparaat niet kan worden bediend. 243Als er een melding verschijnt tijdens het gebruik van de kopieerfunctie. 246Als een bericht verschijnt tijdens het gebruik van de documentserver. 248Als er een melding verschijnt tijdens het gebruik van de faxfunctie.

250Berichten die verschijnen tijdens werking of als het verzenden/ontvangen van een fax niet kanworden uitgevoerd. 250Berichten die verschijnen als het apparaat geen verbinding met het netwerk kan maken. 252Berichten die verschijnen als de functie Remote Fax niet beschikbaar is. 263Als een bericht wordt weergegeven tijdens het gebruiken van de afdrukfunctie. 268Berichten die verschijnen zonder foutcodes. 268Berichten die verschijnen met foutcodes. 282Wanneer er een bericht verschijnt tijdens het gebruik van de scanfunctie. 288Berichten die verschijnen op het bedieningspaneel. 288Berichten die verschijnen op de computer. 296Wanneer er andere meldingen worden weergegeven. 302Berichten die verschijnen wanneer aanmelden bij het apparaat mislukt. 304Berichten die verschijnen als het aanmelden op het apparaat via een IC-kaart mislukt.

312Berichten die verschijnen als de LDAP-server niet beschikbaar is. 313Berichten die verschijnen als er een probleem is met het certificaat. 315Berichten die verschijnen als een toepassingssite niet kan worden gebruikt. 31711. Specificaties voor de machineModelspecifieke informatie. 319Lijst van specificaties. 320Hoofdeenheidspecificaties. 3207.

2. Snel aan de slagDe stroom in-/uitschakelenAls u het apparaat wilt in- of uitschakelen, drukt u op de hoofdstroomschakelaar aan de rechterkant vanhet apparaat.• Wanneer u de faxfunctie van het apparaat gebruikt, dient u bij normaal bedrijf de stroom niet uit teschakelen. Als de stroom wordt uitgeschakeld, gaan gegevens die in het faxgeheugen zijnopgeslagen, verloren; dit gebeurt ongeveer een uur nadat het apparaat is uitgeschakeld. Als u destroom moet uitschakelen of de stroomkabel om welke reden dan ook moet lostrekken, controleerdan of 100% wordt weergegeven als beschikbaar geheugen op het scherm van de faxfunctie.Het apparaat aanzetten• Druk niet herhaaldelijk op de hoofdstroomschakelaar. Wanneer u de stroom in- of uitschakelt,wacht u minimaal 10 seconden nadat u hebt bevestigd dat de hoofdstroomindicator op derechterkant van het bedieningspaneel is in- of uitgeschakeld.D0CHIA57211.

2. Open het deksel van de hoofdstroomschakelaar aan de linkerkant vooraan van hetapparaat en druk op de schakelaar.DZB636De hoofdstroomindicator aan de rechterkant van het bedieningspaneel gaat branden.• Wanneer de stroom is ingeschakeld, kan op het scherm worden weergegeven dat het apparaatautomatisch opnieuw wordt opgestart. Schakel de hoofdstroom niet uit als het apparaat bezig ismet verwerken. Het duurt circa 7 minuten voordat het apparaat opnieuw is opgestart.• Als er een bestand is gewist uit het geheugen, dan wordt er automatisch een Stroomstoringsrapportafgedrukt zodra de stroom weer is hersteld. Dit rapport kan worden gebruikt om verlorenbestanden te identificeren.Het apparaat uitzetten• Zet het apparaat niet uit als het apparaat bezig is met een bewerking.

Als u de stroom wiltuitschakelen, bevestigt u dat de bewerking is voltooid.• Houd de hoofdstroomschakelaar niet ingedrukt als de stroom uitgeschakeld wordt. Als u dit weldoet, wordt het apparaat geforceerd uitgeschakeld. Dit kan de harde schijf of het geheugenbeschadigen en storingen veroorzaken.• Druk niet herhaaldelijk op de hoofdstroomschakelaar. Wanneer u de stroom in- of uitschakelt,wacht u minimaal 10 seconden nadat u hebt bevestigd dat de hoofdstroomindicator op derechterkant van het bedieningspaneel is in- of uitgeschakeld.2. Snel aan de slag18

D0CHIA57211. Open het deksel van de hoofdstroomschakelaar aan de linkerkant vooraan van hetapparaat en druk op de schakelaar.DZB636De hoofdstroomindicator aan de rechterkant van het bedieningspaneel wordt uitgeschakeld. Destroom wordt automatisch uitgeschakeld nadat het apparaat op de juiste manier is uitgeschakeld.EnergiespaarstandWanneer het apparaat gedurende een bepaalde periode niet wordt gebruikt, gaat het apparaatautomatisch in de "Energiespaarstand". De "Energiespaarstand" heeft twee modi, "Uitmodusfuseereenheid" en de "Slaapstand"; eerst wordt het apparaat in de Uitmodus fuseereenheid gezet.Standaard is het apparaat geconfigureerd om beide modi te gebruiken.Uitmodus fuseereenheidIn deze stand brandt het Aan/uit-indicatielampje.

Omdat de verwarming van de fuseereenheidwordt uitgeschakeld, maar het scherm van het bedieningspaneel nog wel wordt weergegeven,neemt het stroomverbruik wel af, maar kunt u toch snel aan de slag. Als u het apparaat gedurendeeen bepaalde periode niet gebruikt, maakt het apparaat een klikkend geluid en wordt deUitmodus fuseereenheid geactiveerd.• U kunt opgeven of u de Uitmodus fuseereenheid wilt inschakelen en hoelang het duurtvoordat het apparaat in Uitmodus fuseereenheid gaat onder [Uitmodus fuseereenheid(energiespaarstand) Aan/Uit].De stroom in-/uitschakelen19

Zie de gebruikershandleiding (volledige versie). SlaapstandIn deze modus wordt het display van het bedieningspaneel uitgeschakeld en knippert dehoofdstroomindicator langzaam. Het stroomverbruik wordt geminimaliseerd. Wanneer u hetapparaat gedurende een bepaalde periode niet gebruikt of op [Energiesp. st. ] ( ) drukt, wordtde Slaapmodus geactiveerd. • U kunt de tijdsduur tot het apparaat overschakelt naar de Slaapstand wijzigen bij [Timerslaapstand]. Zie de gebruikershandleiding (volledige versie). • Als u een van de volgende handelingen verricht, komt het apparaat weer uit de slaapstand:• Til de klep van de glasplaat of de ADF op. • Plaats een origineel in de ADF. • Raak het display van het bedieningspaneel aan. • De energiebesparingsfuncties worden uitgeschakeld wanneer er een fout optreedt of terwijl er eenbewerking wordt uitgevoerd.

• De energiespaarstandfuncties zullen niet werken in de volgende gevallen:• Tijdens de vastgestelde opwarmperiode• Wanneer bewerkingen worden geannuleerd tijdens het afdrukken• Bij het weergeven van een waarschuwing (het apparaat gaat in de Uitmodus fuseereenheidtenzij het paneel open is)• Bij vastgelopen papier (het apparaat gaat in de Uitmodus fuseereenheid, behalve wanneerhet paneel open is)• Als het indicatielampje Inkomende gegevens brandt of knippert (het apparaat gaat inUitmodus fuseereenheid, behalve wanneer het indicatielampje Inkomende gegevens brandtof knippert als gevolg van het ontvangen van faxen of het opslaan van documenten)• In de volgende gevallen gaat het apparaat niet over op de slaapstand:• Tijdens communicatie met externe apparatuur• Wanneer de harde schijf bezig is met het uitvoeren van een bewerking• Wanneer er een onderhoudsbericht wordt weergegeven• Wanneer de ADF, het apparaatpaneel of het ADF-paneel open staan• Wanneer het bericht "Toner bijvullen" verschijnt• Wanneer toner wordt bijgevuld• Wanneer een van de volgende schermen wordt weergegeven:• Systeeminstell.

• Teller• Informatie• Adresboek• Lade-/papierinstellingen• Wanneer er gegevens worden verwerkt• Als een bestand binnen een minuut wordt verzonden via de faxfunctie "Uitgest. verz."• Wanneer een ontvanger wordt opgenomen in de adreslijst of in een groepskieslijst• Wanneer de testafdruk, de beveiligde afdruk of het opgeslagen afdrukscherm weergegeven wordt• Wanneer het scherm van een document dat opgeslagen is in de printerfunctie verschijnt• Wanneer de interne koelventilator draait• Wanneer u toegang tot het apparaat wilt krijgen met Web Image MonitorDe stroom in-/uitschakelen21

Namen en functies van onderdelen• De ventilatieopeningen van het apparaat mogen niet geblokkeerd zijn. Dit kan leiden tot brandomdat de interne onderdelen oververhit raken.Aanzicht vanaf de voor- en linkerkant1245689D0CHIA0407731. Klep van glasplaat/automatische documentinvoer (ADF)Breng de klep omlaag op originelen die op de glasplaat liggen.Als u een stapel originelen in de ADF plaatst, zal de AFD automatisch de originelen één voor één invoeren.Pag. 66 "Een origineel in de automatische documentinvoer (ADF) plaatsen"2. GlasplaatPlaats originelen hier met de bedrukte zijde naar beneden.Pag. 64 "Een origineel op de glasplaat plaatsen"3. VentilatieopeningDe ventilatieopeningen zorgen ervoor dat het apparaat niet oververhit raakt.Nadat u grote hoeveelheden hebt afgedrukt, kan de ventilator langer blijven draaien om de temperatuur inhet apparaat te verlagen.2. Snel aan de slag22

4. BedieningspaneelPag. 27 "Namen en functies van het bedieningspaneel"5. Interne lade 1Gekopieerd of afgedrukt papier en faxberichten worden hier afgeleverd. En het papier wordt uitgevoerdonder de papierhouder die is bevestigd in de interne lade.D0CHIA57206. VoorpaneelOpen om het tonerpatroon of de tonerafvalfles te vervangen.Pag. 222 "De toner vervangen"Pag. 227 "De tonerafvalfles vervangen"7. HoofdstroomschakelaarAls u de stroom wilt in- of uitschakelen, opent u het klepje van de hoofdstroomschakelaar en drukt u op dehoofdstroomschakelaar.Pag. 17 "De stroom in-/uitschakelen"8. Papierlade (lade 1-2)Standaardpapierladen. Hier plaatst u het papier in.Pag. 187 "Papier in de papierlade plaatsen"9. Onderste papierladenOptionele papierladen. Hier plaatst u het papier in.Pag.

Aanzicht vanaf de voor- en rechterkantD0CHIA570212345671. ADF-verlengstukTrek dit verlengstuk uit om te voorkomen dat originelen die groter zijn dan B4 JIS-formaat of 81/2 × 14vallen.2. HandinvoerGebruik deze om te kopiëren of af te drukken op OHP-transparanten, etiketten, en papier dat niet kanworden geplaatst in de papierladen.Pag. 192 "Papier in de handinvoer plaatsen"3. PapiergeleidersAls u papier in de handinvoer plaatst, zorg er dan voor dat de papiergeleiders tegen het papier aan staan.4. VerlengstukTrek dit verlengstuk uit als u vellen die groter zijn dan A4 , 81/2 × 11 in de handinvoer plaatst.2. Snel aan de slag24

5. VentilatieopeningDe ventilatieopeningen zorgen ervoor dat het apparaat niet oververhit raakt.Nadat u grote hoeveelheden hebt afgedrukt, kan de ventilator langer blijven draaien om de temperatuur inhet apparaat te verlagen.6. Onderste rechterpaneelOpen dit paneel om vastgelopen papier te verwijderen.7. RechterpaneelOpen dit paneel om vastgelopen papier te verwijderen.Aanzicht vanaf de achter- en linkerkant234111D0CHIA04011. VentilatieopeningDe ventilatieopeningen zorgen ervoor dat het apparaat niet oververhit raakt.Nadat u grote hoeveelheden hebt afgedrukt, kan de ventilator langer blijven draaien om de temperatuur inhet apparaat te verlagen.2. USB-hostinterfaceGebruik de poort om verbinding te maken met het IC-kaartverificatieapparaat.3. USB 2.0-interfaceGebruik de poort om het apparaat en de computer op elkaar aan te sluiten met de USB-kabel.Namen en functies van onderdelen25

Namen en functies van het bedieningspaneelHet touchscreen (Smart Operation Panel) waarop het bedieningspaneel van het apparaat wordtweergegeven, wordt het "bedieningspaneel" genoemd.• Beide kanten van het bedieningspaneel zijn voorzien van interfaces voor het aansluiten vanexterne apparaten en kaartsleuven om een SD-kaart/USB-flashgeheugen in te steken.• Zelfs wanneer het scherm is uitgeschakeld, geven de LED-indicatoren op het frame van hetbedieningspaneel de status van het apparaat aan.Touchscreen/interfaceD0CMIC13093211. MediasleuvenPlaats een SD-kaart of USB-flashgeheugen.

U kunt de gescande gegevens opslaan of het bestand afdrukkendat op het medium is opgeslagen.• Gebruik een SD-geheugenkaart of een SDHC-geheugenkaart met een maximale capaciteit van 32 GB.U kunt geen SDXC-geheugenkaart gebruiken.• Gebruik een medium dat is geformatteerd als FAT16 of FAT32.• Sommige soorten USB-geheugenopslagapparaten kunnen niet worden gebruikt in het apparaat.• Er kunnen geen USB-verlengkabels, hubs of kaartlezers worden gebruikt.• Als de stroom van het apparaat wordt uitgeschakeld of als de media uit het apparaat wordt verwijderdterwijl het apparaat de gegevens op de media leest, dient u de gegevens op de media te controleren.• Voordat u de media uit de sleuf haalt, drukt u op het pictogram op het scherm ( / ) om deverbinding op te heffen.Namen en functies van het bedieningspaneel27

D0CMIC13062. TouchscreenHier worden het Home-scherm, het bedieningsscherm voor toepassingen en berichten weergegeven. Ubedient dit met de vingers.Pag. 31 "Het Home-scherm gebruiken"Pag. 34 "Intuïtieve schermbediening met uw vingers"3. NFC-tagWordt gebruikt om het apparaat en een smartphone/tablet aan te sluiten op de RICOH Smart DeviceConnector.Zie "Het gebruiken van de apparaatfuncties met een mobiel apparaat", Gebruikershandleiding (Volledigeversie)Pag. 61 "Inloggen met behulp van een mobiel apparaat"• U kunt de hoek van het bedieningspaneel aanpassen om de zichtbaarheid te verbeteren.D0CHIA57042. Snel aan de slag28

LED-indicatielampjesD0CMIC13101532 41. Indicatielampje voor toegang tot mediumKnippert wanneer er gegevens worden gelezen van of geschreven naar een SD-kaart.Terwijl het apparaat bezig is met het openen van de SD-kaart of het USB-flashgeheugen, dient u het apparaatniet uit te schakelen of het medium te verwijderen.• Als het indicatielampje voor mediatoegang niet oplicht wanneer er een SD-kaart in de mediasleuf wordtgeplaatst, ga dan als volgt te werk:• Plaats de SD-kaart opnieuw.• De SD-kaart is wellicht defect. Neem contact op met de winkel waar u de memorystick of hetexterne geheugen heeft gekocht.2. Indicatielampje faxGeeft de toestand van de faxfunctie aan.• Knipperend: er worden gegevens verzonden en ontvangen• Brandend: er worden gegevens ontvangen (Vervangend ontvangstbestand/Geheugenbeveiligingontvangst/Persoonlijke box)3.

Indicatielampje Data InKnippert wanneer het apparaat gegevens ontvangt die zijn verzonden via het printerstuurprogramma of hetstuurprogramma LAN-Fax.4. StatusindicatielampjeHier kunt u de status van het systeem bekijken. Het lampje blijft branden wanneer er een fout optreedt of detoner opraakt.Pag. 233 "De indicatielampjes, pictogrammen en berichten op het bedieningspaneel controleren"5. Aan/uit-indicatielampjeHet aan/uit-indicatielampje gaat branden wanneer u de hoofdstroomschakelaar inschakelt. In de Slaapstandknippert dit lampje langzaam.Namen en functies van het bedieningspaneel29

Het Home-scherm gebruikenDruk op [Home] ( ) onderaan het scherm in het midden om het Home-scherm weer te geven waaroppictogrammen voor elke functie worden weergegeven. In het Home-scherm kunt u veelgebruiktesnelkoppelingen en widgets opslaan.• Pas geen overmatige druk of kracht toe op het scherm, want dan kan het beschadigen. Maximaaltoelaatbare kracht is ongeveer 30 N (ongeveer 3 kgf). N = Newton, kgf = kilogramkracht. 1 kgf =9,8 N.• Tik op het Home-scherm om het te bedienen.Pag. 34 "Intuïtieve schermbediening met uw vingers"• U kunt pictogrammen en widgets toevoegen of verwijderen, en de volgorde ervan aanpassen.Pag. 51 "Een veelgebruikte toepassing of widget toevoegen aan het Home-scherm"D0CZPM13401 234 5678910111214 136151. InlogpictogramDit pictogram wordt weergegeven wanneer gebruikers zijn ingelogd.

Wanneer u op het pictogram drukt,worden de namen van de gebruikers weergegeven die momenteel zijn ingelogd.2. System MessageGeeft systeem- en toepassingsberichten weer. Als er twee of meer berichten zijn, worden deze afwisselendweergegeven.Als er een bericht is dat aangeeft dat de toner op is of dat er een fout is opgetreden, drukt u op het bericht omde lijst met systeemberichten te openen om de inhoud te controleren.Het Home-scherm gebruiken31

3. Help Als het apparaat is verbonden met internet en Help beschikbaar is voor het scherm dat wordt weergegeven ofvoor de fout die is opgetreden, drukt u op dit pictogram om een Help-scherm weer te geven.Vink het vakje [Cookies aanvaarden] aan in het bedieningspaneel van de browser om de Help-inhoud goedweer te geven.Zie de Gebruikershandleiding (volledige versie).4. [Inloggen]/[Uitloggen]Deze toetsen worden weergegeven wanneer gebruikersverificatie of beheerdersverificatie is ingeschakeld.Druk op de toetsen om in of uit te loggen op het apparaat.Pag. 58 "Inloggen via het bedieningspaneel"5. [Energiesp.st.] Druk hierop om de slaapstand te activeren of te beëindigen.Pag. 19 "Energiespaarstand"6. Schermen wisselen Druk hierop om naar rechts en links door schermen te bladeren. Het Home-scherm heeft vijf schermen.DZC180U kunt door de schermen bladeren door te vegen.Pag.

34 "Intuïtieve schermbediening met uw vingers"U kunt het scherm zonder pictogrammen verbergen door [Lege pagina's Home-scherm] in te stellen op [Legepagina's niet weergeven].Zie de Gebruikershandleiding (volledige versie).7. Lijst met toepassingen Druk hierop om toepassingen weer te geven die niet in het Home-scherm worden weergegeven.Pag. 51 "Een veelgebruikte toepassing of widget toevoegen aan het Home-scherm"2. Snel aan de slag32

8. Huidige weergavepositieGeeft aan welk van de vijf schermen momenteel wordt weergegeven.9. [Stoppen]Druk hierop om het scannen of afdrukken te stoppen.U kunt de instelling zodanig wijzigen dat er slechts één taak wordt gestopt met [Stoptoets om afduktaak uit testellen].Gebruikershandleiding (volledige versie).10. [Menu] Wordt weergegeven als het menu beschikbaar is in de toepassing die momenteel is geselecteerd.In het Home-scherm drukt u hierop om de pictogrammen weer op hun standaardpositie terug te plaatsen.11. [Home] Druk hierop om het Home-scherm weer te geven.12. [Terug] Druk hierop om terug te keren naar het vorige scherm.13.

Datum/Tijd en Resterende tonerDe huidige datum en tijd worden weergegeven.Om de informatie over resterende toner te bekijken, stelt u [Tijd/Resterende toner weergeven] van[Instellingen systeembalk] in op [Resterende toner].Zie de Gebruikershandleiding (volledige versie).14. [Status controleren]Druk hierop om de volgende systeemstatussen van het apparaat te controleren. Gaat rood branden als er eenfout optreedt.• Status van het apparaatGeeft de foutstatus en de netwerkstatus aan.• Operationele status van elke functieStatus van functies als Kopiëren of Scannen• Huidige taken• Taakgeschiedenis• Onderhoudsinformatie van apparaatZie de Gebruikershandleiding (volledige versie).15.

• Wanneer u op [Menu] ( ) [Home-scherm resetten] drukt en de toepassing EmbeddedSoftware Architecture op het apparaat is geïnstalleerd, worden de toepassingspictogrammen nietverwijderd.Intuïtieve schermbediening met uw vingersIn het Home-scherm of het toepassingsscherm kunt u de volgende handelingen uitvoeren door hetscherm aan te raken met uw vingers.Vegen (om tussen de schermen te wisselen)Raak het scherm aan en veeg snel met uw vinger naar links of rechts om te schakelen tussen deschermen.DZB181Slepen (om een pictogram te verplaatsen)Houd een pictogram ingedrukt en beweeg vervolgens uw vinger over het scherm om het pictogramte verplaatsen.DZB182Lang tikken (om het beschikbare menuscherm weer te geven)Houd een leeg gebied op het scherm ingedrukt om het menuscherm weer te geven.In het Home-scherm kunt u een map toevoegen of de achtergrond van het menu wijzigen.2. Snel aan de slag34

DZB183In sommige toepassingen kunt u tevens de volgende handelingen uitvoeren om het scherm te bedienen:Knijpende beweging naar binnen (om uit te zoomen op het scherm)Raak het scherm aan met uw duim en uw wijsvinger en beweeg ze naar elkaar toe in eenknijpende beweging. Deze functie is handig als u voorvertoningen van bestanden en afbeeldingenbekijkt.DZB185Knijpende beweging naar buiten (om in te zoomen op het scherm)Raak het scherm aan met uw duim en wijsvinger en beweeg ze uit elkaar. U kunt ook inzoomen ophet scherm door tweemaal snel op het scherm te tikken. Wanneer u nogmaals tweemaal snel ophet scherm tikt, keert het scherm terug naar de volledige weergave. Deze functie is handig als uvoorvertoningen van bestanden en afbeeldingen bekijkt.DZB184Het Home-scherm gebruiken35

Het scherm "Instellingen" gebruikenDruk op [Instellingen] in het Home-scherm om de instellingen van het apparaat te wijzigen, hetadresboek te bewerken of verschillende gegevens te bevestigen.In het scherm "Instellingen" staan de menu's die hieronder worden weergegeven.167892345D0CHPA51011. Systeeminstell.Geef de weergave van het bedieningspaneel, de instellingen voor apparaatbediening, bedieningsgeluiden,timer, netwerkinstellingen en andere instellingen op.Voor de lijst met instellingsitems raadpleegt u de Gebruikershandleiding (volledige versie).2. AdresboekBeheer de bestemming waar gegevens van de fax of scanner naartoe worden verzonden of beheer deverificatiegegevens voor inloggen op het apparaat.Zie de Gebruikershandleiding (volledige versie).U kunt de bediening starten door op [Adresboek] in het Home-scherm te drukken.2. Snel aan de slag36

3. Lade-/papierinstellingenGeef het formaat en de papiertype op van het papier dat in de lade is geplaatst.Zie gebruikershandleiding (volledige versie).4. Basisinstellingen bij installatieU kunt de instellingen eenvoudig configureren wanneer u het apparaat installeert.• In het scherm "Instellingen" kunt u de instellingen voor de hieronder weergegeven opties opgeven in eenWizard wanneer het apparaat naar een andere locatie wordt verplaatst of wanneer debedrijfsomgeving van het apparaat verandert.• Basisinstellingen• Netwerkinstellingen• Faxinstellingen• Op het scherm [Firmware-update] kunt u de firmware van het apparaat bijwerken.• In het hulpprogramma "Helpfunctie voor Scannen naar map" kunt u eenvoudig de bestemming opgevenom de gescande gegevens naar een computer te sturen.5.

ToepassingsinstellingenWijzig de instellingen voor de functies van het kopieerapparaat, de documentserver, fax, printer en scanner.Voor de lijst met instellingsitems raadpleegt u de Gebruikershandleiding (volledige versie).6. Alles zoekenU kunt een instellingsitem zoeken door een trefwoord in te voeren. Voer meer dan een trefwoord in om uwzoekresultaten te verfijnen.7. Taal wijzigenU kunt de taal wijzigen die op het bedieningspaneel wordt weergegeven.Het scherm "Instellingen" gebruiken37

8. InformatieBevestig het contact voor reparatieverzoeken van het apparaat of om verbruiksartikelen te bestellen.9. TellerGeef het totale aantal vellen weer dat is afgedrukt met elke functie, en druk de gegevens af.Zie de gebruikershandleiding (volledige versie).• Als beheerdersverificatie is ingesteld, neemt u contact op met de beheerder om de instellingen tewijzigen.• Wanneer u klaar bent met het uitvoeren van een bewerking, drukt u op [Home] ( ) om terug tekeren naar het normale scherm.• Wanneer u naar een instellingsitem zoekt via [Alles zoeken], kan een deel van het scherm metzoekresultaten wazig weergegeven worden. Voer hetzelfde kernwoord in en zoek opnieuw als ditgebeurt. Als de wazige weergave niet verdwijnt na het opnieuw zoeken, drukt u op het wazigedeel van het scherm terwijl u omhoog en omlaag bladert.

Het Kopieerscherm gebruikenU kunt uit twee typen kiezen voor het Kopieerscherm:StandaardweergaveDe basisfuncties die vaak worden gebruikt, worden aangegeven door middel van grote toetsen.Blader omlaag in het scherm om de grote toetsen te bekijken die worden gebruikt om de functiesvoor afwerken of bewerken te configureren.D0CZPM1303Volledige weergaveU kunt alle functietoetsen op één scherm bekijken.

U hoeft niet door de schermen te bladeren omeen functie te selecteren.• Als u van type scherm wilt wisselen, drukt u op [Menu] ( ) [Scherminstellingen] [Schermtype wisselen] op het Kopieerscherm.• U kunt dezelfde functies op elk scherm gebruiken.• Wanneer de beheerder gebruikersverificatie heeft geconfigureerd en Eigen aanpassing vangebruiker is ingeschakeld, kan elke gebruiker die inlogt het schermtype wijzigen.Het Kopieerscherm gebruiken (Standaard)U kunt de indeling en de weergave van de toetsen in het Kopieerscherm aanpassen in Standaard. Voormeer informatie, zie Pag. 42 "De lay-out of de weergave van de toetsen van de Kopieerfunctiewijzigen".Het Kopieerscherm gebruiken39

D0CZPM1305183456721. Toetsen van de kopieerfunctieDruk op een toets om de functie te selecteren die u aan de toets wilt toewijzen. Veeg op en neer over hetscherm om de toetsen buiten het zichtbare gebied weer te geven. De toetsen waaraan functies zijntoegewezen, worden weergegeven in het geel of met in de linkerbovenhoek. Afhankelijk van detoegewezen functie wordt de weergave van de toets gewijzigd volgens de opgegeven instelling.2. [Onderbreken]Een kopieertaak die bezig is onderbreken om een ander origineel te kopiëren.3. [Resetten]Stel de instellingen die in het Kopieerscherm zijn geconfigureerd opnieuw in.4. Voorbeeld van de huidige instellingsstatusGeeft een voorstelling weer van de instellingen die zijn geconfigureerd in het Kopieerscherm. Druk op deafbeelding om de lijst met instellingen weer te geven.5.

Zie "Een gedeeltelijke kopie maken als test en de rest van het origineel kopiëren", Gebruikershandleiding(volledige versie).6. [Start]Druk hierop om te kopiëren.7. Overige toetsen voor de kopieerfunctieDruk hierop om de functies te selecteren waarvan de toetsen zich buiten het zichtbare gedeelte van hetscherm bevinden. De toets van de functie die momenteel wordt geconfigureerd, wordt weergegeven bij inde linkerbovenhoek.8. Sneltaak selecterenU kunt de vooraf geprogrammeerde instellingen bekijken in het apparaat of de taakgeschiedenis. Wanneergebruikersverificatie is geconfigureerd, wordt de geschiedenis van uitgevoerde taken weergegeven voor elkeingelogde gebruiker. Wanneer u een taakgeschiedenis selecteert, worden de instellingen ervan weergegevenin het huidige Kopieerscherm.

U kunt dezelfde instellingen gebruiken als bij de vorige taak door detaakgeschiedenis te selecteren.Het Kopieerscherm gebruiken (Scherm waarbij u niet kunt scrollen)D0CZPM1307183456721. Toetsen van de kopieerfunctieDruk op een toets om de functie te selecteren die u aan de toets wilt toewijzen. De toetsen met toegewezenfuncties worden weergegeven in het geel.Als u het weergavegebied wilt bekijken in de onderstaande illustratie, drukt u op of veegt u naar links ofnaar rechts.2. [Onderbreken]Een kopieertaak die bezig is onderbreken om een ander origineel te kopiëren.3. [Resetten]Stel de instellingen die in het Kopieerscherm zijn geconfigureerd opnieuw in.Het Kopieerscherm gebruiken41

4. Voorbeeld van de huidige instellingsstatusGeeft een afbeelding weer met het aantal en de geconfigureerde instellingen in het Kopieerscherm. Druk op[Aant.] om het aantal toetsen weer te geven. Druk op de afbeelding om de lijst met instellingen weer te geven.5. [Testafdruk]Druk hierop om bij wijze van test een gedeeltelijke kopie te maken voordat u de rest van het origineel gaatafdrukken.Zie "Een gedeeltelijke kopie maken als test en de rest van het origineel kopiëren", Gebruikershandleiding(volledige versie).6. [Start]Druk hierop om te kopiëren.7. Overige toetsen voor de kopieerfunctieDruk hierop om de functies te selecteren waarvan de toetsen zich buiten het zichtbare gedeelte van hetscherm bevinden. De toets van de functie die momenteel wordt geconfigureerd, wordt weergegeven bij inde linkerbovenhoek.8.

Selecteer One Touch JobU kunt de vooraf geprogrammeerde instellingen bekijken in het apparaat of de taakgeschiedenis. Wanneergebruikersverificatie is geconfigureerd, wordt de geschiedenis van uitgevoerde taken weergegeven voor elkegeverifieerde gebruiker. Wanneer u een taakgeschiedenis selecteert, worden de instellingen ervanweergegeven in het huidige Kopieerscherm.

U kunt dezelfde instellingen gebruiken als bij de vorige taak doorde taakgeschiedenis te selecteren.De lay-out of de weergave van de toetsen van de Kopieerfunctie wijzigenU kunt de lay-out en de manier waarop de toetsen voor de Kopieerfunctie worden weergegeven in hetKopieerscherm, aanpassen in de modus Standaard (modus voor het indelen van toetsen).Wanneer de beheerder gebruikersverificatie heeft geconfigureerd en Eigen aanpassing van gebruiker isingeschakeld, kan elke ingelogde gebruiker de lay-out personaliseren.Overschakelen op een andere toetsenindelingsmodusIn het Kopieerscherm houdt u een van de toetsen ingedrukt tot het scherm verandert, en vervolgensdrukt u op [OK] om het scherm voor het indelen van toetsen te openen.2. Snel aan de slag42

Het scherm Fax gebruikenEr zijn vijf typen functies en instellingen in het Faxscherm.D0CZPM1333135421. Type bestemming selecterenSchakel het bestemmingstype tussen [Fax] (waaronder IP-Fax) en [Internetfax]. De items in het adresboek enin het scherm voor het handmatig invoeren van bestemmingen veranderen ook wanneer u het typebestemming wijzigt.2. Bevestiging van verzonden/ontvangen gegevensBlader door de ontvangen documenten die zijn opgeslagen in het geheugen of op de harde schijf van hetapparaat en druk ze af. U kunt tevens door de verzend- en ontvangstgeschiedenis bladeren en dezeafdrukken.3. VerzendinstellingenGeef de aanvullende functies op die u kunt gebruiken bij het verzenden van een fax, configureer descaninstellingen voor het te scannen origineel op de juiste manier, en bekijk een voorbeeld voordat u de faxverzendt.

U kunt vier vaak gebruikte instellingen, zoals het wisselen van verzendmodi, opgeven, die u kuntinstellen met de sneltoetsen zonder het scherm [Verzendinstellingen] te openen. U kunt ook de instellingen diemomenteel zijn opgegeven en de resterende hoeveelheid geheugen controleren.4. Specificatie van bestemmingU kunt een adres selecteren dat in het adresboek is opgeslagen door middel van één handeling. Druk op om een bestemming op te geven door middel van verschillende andere methodes zoals handmatige invoer enselecteren in de geschiedenis. U kunt tevens een nieuwe bestemming in het adresboek opslaan.5. TaakgeschiedenisDe taakgeschiedenis voor uitgevoerde taken wordt weergegeven. Wanneer gebruikersverificatie is ingesteld,wordt de taakgeschiedenis van elke geverifieerde gebruiker weergegeven. Wanneer u een taakgeschiedenisselecteert, wordt de instelling toegepast op het huidige faxscherm.

Wanneer de beheerder gebruikersverificatie en Eigen aanpassing van gebruiker heeft ingeschakeld,kan het scherm worden aangepast voor elke gebruiker.Overschakelen op een andere toetsenindelingsmodusDruk lang op een willekeurige toets en druk op [OK] op het onderstaande scherm om over teschakelen op de modus voor het sorteren van toetsen en schakel het wijzigen van de toetsenlay-out in.Toetsenlay-out wijzigenDruk lang op een toets om de lay-out te wijzigen, sleep de toets naar een nieuwe locatie en drukop [OK].µ²±³D0CMIC1355´Een toets verbergenDruk lang op een toets die u wilt verbergen, sleep deze naar [Toetsen verbergen](Prullenbakpictogram) en druk vervolgens op [OK].DZX0272. Snel aan de slag46

Een verborgen toets weergevenDruk op "Lijst met verborgen toetsen" om de verborgen toetsen weer te geven. Houd de toetsingedrukt die u wilt weergeven, sleep deze naar de weergavelocatie en druk vervolgens op [OK].DZX028De initiële plaatsing van toetsen bevestigenDruk op [Menu] ( ) [Toetsenlay-out wijzigen] [Toetsenlay-out van fabrieksinstellingencontroleren] in het Faxscherm. Druk na het bevestigen op [Terug].De standaardindeling van de toetsen herstellenDruk op [Menu] ( ) [Toetsenlay-out wijzigen] [Lay-out resetten] [Herstellen] in hetFaxscherm.Het scherm Fax gebruiken47

Het scherm Scanner gebruikenEr zijn vijf soorten functies en instellingen in het Scanscherm. D0CZPM1334134251. Type bestemming selecterenU kunt schakelen tussen [Scannen naar e-mail] en [Scannen naar map]. De items die worden weergegeven inhet adresboek en het scherm voor handmatige invoer van bestemmingen veranderen ook wanneer u het typebestemming wijzigt. 2. Status scanbest. U kunt door de verzendgeschiedenis van de verzonden documenten bladeren en documenten in de wachtrijannuleren. De verzendstatus van het bestand wordt mogelijk niet weergegeven, afhankelijk van debeveiligingsinstellingen. 3. VerzendinstellingenU kunt de scaninstellingen opgeven aan de hand van het type document dat u wilt scannen en het doel vande gescande gegevens, en een voorbeeld bekijken voordat de gegevens worden verzonden.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Ricoh IM 4000 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden