Ricoh Aficio SP C831DN Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Ricoh Aficio SP C831DN (87 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Ricoh Aficio SP C831DN of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Ricoh |
| Categorie: | Printer |
| Model: | Aficio SP C831DN |
| Soort bediening: | Touch |
| Kleur van het product: | Black,Grey |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Gewicht: | 97000 g |
| Breedte: | 670 mm |
| Diepte: | 684 mm |
| Hoogte: | 640 mm |
| Kleur: | Ja |
| Beeldschermdiagonaal: | 4.3 " |
| Touchscreen: | Ja |
| Frequentie van processor: | 1000 MHz |
| Processorfamilie: | Intel® Celeron® M |
| Interne opslagcapaciteit: | 250 GB |
| Ethernet LAN: | Ja |
| Geïntegreerde geheugenkaartlezer: | Ja |
| Compatibele geheugenkaarten: | SD |
| Aantal USB 2.0-poorten: | 4 |
| Intern geheugen: | 512 MB |
| Opslagmedia: | HDD |
| Duurzaamheidscertificaten: | ENERGY STAR |
| Type processor: | Ja |
| Ondersteunt Mac-besturingssysteem: | Mac OS X 10.4 Tiger,Mac OS X 10.5 Leopard,Mac OS X 10.6 Snow Leopard,Mac OS X 10.7 Lion |
| Ondersteunt Linux: | Ja |
| Maximale resolutie: | 1200 x 1200 DPI |
| Papierlade mediatypen: | Bond paper,Card stock,Plain paper,Pre-Printed,Recycled paper |
| Opwarmtijd: | 25 s |
| Andere ondersteundende systemen: | Solaris 10,Solaris 8,Solaris 9 |
| Printtechnologie: | Laser |
| Standaard interfaces: | Ethernet,USB 2.0 |
| Modus voor dubbelzijdig afdrukken: | Auto |
| Printsnelheid (zwart, standaardkwaliteit, A4/US Letter): | 55 ppm |
| Printsnelheid (kleur, standaard, A4/US Letter): | 55 ppm |
| Duplex printen: | Ja |
| Paginabeschrijving talen: | PCL 5c,PCL 6,PostScript 3 |
| Gebruiksindicatie (maximaal): | - pagina's per maand |
| Totale invoercapaciteit: | 1200 vel |
| Maximum invoercapaciteit: | 4400 vel |
| Totale uitvoercapaciteit: | 750 vel |
| Maximale uitvoercapaciteit: | 4000 vel |
| Maximale ISO A-series papierformaat: | A3 |
| ISO A-series afmetingen (A0...A9): | A3,A4,A5,A6 |
| Direct printen: | Ja |
| Tijdsduur tot de eerste pagina (zwart, normaal): | 3.4 s |
| Tijdsduur tot de eerste pagina (kleur, normaal): | 5.1 s |
| Ondersteunde network protocollen (IPv6): | TCP/IP |
| Optionele connectiviteit: | Ethernet,Parallel,Wireless LAN |
| Gemiddeld stroomverbruik tijdens printen: | 1584 W |
| Maximaal intern geheugen: | 1538 MB |
| Type invoer papier: | Papierlade |
| Totaal aantal invoerladen: | 3 |
| Maximumaantal invoerladen: | 5 |
| Papierlade mediagewicht: | 52 - 256 g/m² |
| Maximale printafmetingen: | 297 x 432 mm |
| Energy Star Typical Electricity Consumption (TEC): | 2638 kWh/week |
| ISO B-series afmetingen (B0...B9): | B4,B5 |
| Non-ISO print papierafmetingen: | Executive (184 x 267mm),Ledger (media size),Letter (media size),Legal (media size) |
| Kleurenscherm: | Ja |
| Ondersteunde server operating systems: | Windows Server 2003,Windows Server 2003 R2,Windows Server 2003 x64,Windows Server 2008,Windows Server 2008 R2,Windows Server 2008 R2 x64,Windows Server 2008 x64 |
| Aangepaste mediabreedte: | 148 - 297 mm |
| Aangepaste medialengte: | 182 - 432 mm |
| Ondersteund mediagewicht, duplex printen (aanbevolen gr/m²): | 52 - 169 g/m² |
| Maximum media lengte: | 432 mm |
Handleiding Ricoh Aficio SP C831DN – volledige tekst
Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u dit apparaat in gebruik neemt en bewaar deze voor naslag in de toekomst. Voor een veilig en correct gebruikt, dient u de Veiligheidsinfor-matie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt.Informatie die niet in deze handleiding staat, kunt u terugvinden in de HTML-/PDF-bestanden op de meegeleverde cd-rom.Aanvullen en vervangen van verbruiksartikelenProblemen oplossenAfdrukkenSnel aan de slagGebruikershand-leiding
INHOUDSOPGAVE1. Snel aan de slagVoordat u begint. 5Hoe werken deze handleidingen. 5 Lijst met opties. 6 Printertypen. 8 Modelspecifieke informatie. 8Namen en functies van onderdelen. 10Overzicht van alle apparaatonderdelen. 10Namen en functies van het bedieningspaneel van de printer. 13 Hoe werkt het display. 16Het [Home]-scherm gebruiken. 16Het weergavescherm op het bedieningspaneel. 18 De schermindeling wijzigen. 20Pictogrammen toevoegen aan het [Home]-scherm. 21Inloggen op de printer. 23 Gebruikerscodeverificatie via het bedieningspaneel. 23Gebruikerscode verificatie via een printerstuurprogramma. 23Inloggen via het bedieningspaneel. 24 Uitloggen met behulp van het bedieningspaneel. 24 Inloggen met behulp van een printerstuurprogramma. 25 Inloggen met behulp van Web Image Monitor. 26Uitloggen met behulp van Web Image Monitor. 26 Het apparaat aan-/uitzetten. 27Het apparaat aanzetten.
Problemen oplossenAls de indicatielampjes branden. 75Als het paneel een pieptoon maakt. 77De printerstatus en -instellingen controleren. 78Wanneer een lampje voor de [Status controleren]-knop gaat branden. 80Als u problemen heeft met de bediening van de printer. 82Wanneer de kleurregistratie verschuift. 88Als de afgedrukte kleur verandert. 892.
De correctiewaarden van de gradatie instellen. 89 Gradatiecorrectiepagina. 90De gradatiecorrectiewaarde op de standaardwaarde terugzetten. 92 Als de USB-verbinding problemen vertoont. 93 Als er berichten worden weergegeven. 94Statusberichten. 94 Waarschuwingsberichten (op het bedieningspaneel weergegeven). 95 Waarschuwingsberichten (die in foutlogboeken en -rapporten worden afgedrukt). 99Het foutenlogboek controleren. 110Als u niet kunt afdrukken. 111Als de Data In indicator niet brandt of knippert. 114 Overige afdrukproblemen. 115Als PictBridge-afdrukken niet werkt. 130Vastgelopen papier verwijderen. 131Papierstoringen lokaliseren. 132Als R1–R4 wordt weergegeven voor de boekjesfinisher van 2000 vellen. 134Als R5–R7 wordt weergegeven voor de boekjesfinisher van 2000 vellen. 135Als R8–R12 wordt weergegeven voor de boekjesfinisher van 2000 vellen.
1. Snel aan de slagIn dit onderdeel wordt uitleg gegeven over de symbolen die worden gebruikt in de handleidingen diezijn meegeleverd met de printer, de beschikbare opties, de namen en functies van de onderdelen en deinstallatieprocedures.Voordat u begintHoe werken deze handleidingen?Symbolen in de handleidingenDe handleiding gebruikt de volgende symbolen:Geeft punten aan waar u rekening mee moet houden wanneer u het apparaat gebruikt en een uitlegvan mogelijke oorzaken voor het vastlopen van papier, schade aan originelen of gegevensverlies. Leesdeze uitleg zorgvuldig door.Geeft een aanvullende uitleg van de functies van het apparaat aan en instructies voor het oplossen vanfouten die door de gebruiker zijn gemaakt.Dit symbool vindt u aan het eind van iedere sectie.
Het geeft aan waar u meer relevante informatie kuntvinden.[ ]Geeft de namen van de toetsen aan die op het display verschijnen of refereren naar de (plastic)knoppen op de bedieningspaneel van het apparaat.(voornamelijk in Europa en Azië)(voornamelijk in Noord-Amerika)De verschillen tussen de functies van Regio A en Regio B-modellen worden aangegeven door tweesymbolen. Lees de informatie die wordt aangegeven door het symbool dat overeenkomt met de regiovan het model dat u gebruikt. Voor meer informatie over welk symbool overeenkomt met het model datu gebruikt, zie Pag. 8 "Modelspecifieke informatie".DisclaimerDe inhoud van deze handleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.5
Documenten of gegevens kunnen mogelijk gewist worden vanwege bedieningsfouten ofapparaatstoringen.De fabrikant is in geen enkel geval aansprakelijk voor documenten die door u zijn gemaakt met behulpvan dit apparaat of voor de resultaten die voortvloeien uit het gebruik van gegevens door u.OpmerkingenDe fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele schade of kosten die kunnen voortvloeien uit hetgebruik van onderdelen die geen originele onderdelen van de fabrikant zijn bij uw kantoorapparatuur.Voor een goede afdrukkwaliteit adviseert de fabrikant u om de originele toner van de fabrikant tegebruiken.Sommige afbeeldingen in deze handleiding tonen een enigszins andere versie van het apparaat.Het IP-adresIn deze handleiding verwijst 'IP-adres' naar zowel de IPv4- als de IPv6-omgeving.
Lees de instructiesdoor die betrekking hebben op de omgeving die u gebruikt.Lijst met optiesIn dit onderdeel wordt een overzicht gegeven van de opties die op deze printer mogelijk zijn en denamen die in deze handleiding worden gebruikt.Het type 2 model is uitgerust met een harde schijf. Voor meer informatie over de verschillende modellen,zie .Pag. 8 "Printertypen" Naam van de optie Beschrijving Paper Feed Unit PB3120 Papierinvoereenheid voor 550 vellen Paper Feed Unit PB3130 Papierinvoereenheid voor 1100 vellen LCIT PB3140 Papierinvoereenheid voor 2000 vellen LCIT RT3020 Papierinvoereenheid voor 1200 vellen Mail Box CS3000 Mailbox1. Snel aan de slag6
PrintertypenDeze printer wordt geleverd in twee modellen met verschillende afdruksnelheden.Wanneer er procedures worden beschreven die modelspecifiek zijn, verwijst deze handleiding naar deverschillende printermodellen als Type 1 of Type 2. In de volgende tabel worden de modeltypesbeschreven. Modeltypes Afdruksnelheid Harde schijf Type 1 Maximaal 45 pagina's per minuut (A4 ) Optioneel Type 2 Maximaal 55 pagina's per minuut (A4 ) StandaardBepaalde types zijn misschien niet leverbaar in sommige landen. Voor details kunt u contact op nemenmet uw plaatselijke verkoper.Sommige opties zijn in een aantal landen misschien niet beschikbaar. Voor details kunt u contact opnemen met uw plaatselijke verkoper.In een aantal landen worden sommige eenheden optioneel verkocht.
Voor details kunt u contact opnemen met uw plaatselijke verkoper.Modelspecifieke informatieIn dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u kunt controleren tot welke regio uw printer behoort.Op de achterkant van de printer bevindt zich een sticker, zie afbeelding hieronder. De sticker bevatgegevens waarmee de regio van uw printer wordt geïdentificeerd. Lees wat er op de sticker staat.CQT651De volgende informatie is regiospecifiek. Lees de informatie onder het symbool dat overeenkomt met deregio van uw printer. (voornamelijk in Europa en Azië)Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een Regio A-model:1. Snel aan de slag8
• CODE XXXX -22, -27, -29 • 220 – 240 V(voornamelijk in Noord-Amerika)Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een Regio B-model: • CODE XXXX -17• 120 – 127 V • De afmetingen in deze handleiding worden gegeven in twee meeteenheden: metrisch en in inches.Als uw printer een model uit regio A is, kijkt u naar de metrische meeteenheden. Is uw printerafkomstig uit regio B, kijk dan naar de meeteenheden in inches.Voordat u begint9
Indien deprinter oververhit raakt, kan er een storing plaatsvinden.printer oververhit raakt, kan er een storing plaatsvinden.printer oververhit raakt, kan er een storing plaatsvinden.printer oververhit raakt, kan er een storing plaatsvinden.printer oververhit raakt, kan er een storing plaatsvinden.Aanzicht vanaf de voor- en rechterkant1 7 6 512111098234CQT003 1. Standaard uitvoerladeHier worden afgedrukte pagina's uitgevoerd. 2. Paneel rechtsbovenOpen deze klep om vastgelopen papier te verwijderen.3. Verlengstuk van de handinvoerWanneer u papier groter dan A4 laadt , trek het verlengstuk van de handinvoerlade naar buiten. Voordetails over de afmetingen en papiersoorten die kunnen worden gebruikt, zie Pag. 35 "Ondersteund papiervoor iedere invoerlade". 4. HandinvoerU kunt tot 100 vellen normaal papier plaatsen.5.
7. Lade 1, lade 2U kunt tot 550 vel normaal papier in elke lade plaatsen. 8. Paneel linksonderOpen deze klep wanneer u de tonerafvalfles vervangt. Als het bericht " Tonerafvalfles is vol." op het display wordt weergegeven, moet u de tonerafvalflesvervangen. 9. Aan-/uitschakelaarGebruik deze schakelaar om het apparaat aan of uit te zetten.Voer de uitschakelingsprocedure uit voor u de stroom uitschakelt. Voor informatie over het uitschakelen van deprinter, zie Pag. 28 "Het apparaat uitzetten".10. VoorpaneelOpen deze klep wanneer u toner, zwarte drumeenheid/kleurdrumeenheden of transfereenheid vervangt. 11. BedieningspaneelZie Pag. 13 "Namen en functies van het bedieningspaneel van de printer". 12. VerlengstukTrek het verlengstuk uit wanneer u op papier groter dan A3 afdrukt.Aanzicht vanaf de achter- en linkerkant1109 2 3 4 5 768CQT001 1.
Optionele interfacekaartsleufOptionele interfacekaarten kunnen worden geplaatst.Steek een optionele draadloze LAN-interfacekaart of IEEE 1284-interfacekaart in de sleuf. 2. Sleuven voor geheugenkaartenVerwijder de klep en plaats de SD-kaarten.3. USB-poort BVerbind de printer, met behulp van een USB-kabel, met een hostcomputer.Namen en functies van onderdelen11
4. EthernetpoortGebruik een netwerkinterfacekabel om de printer op een netwerk aan te sluiten. 5. USB-poort ASluit externe apparaten aan, zoals een digitale camera, een apparaat voor kaartverificatie.6. ControllerkaartTrek dit eruit om opties te installeren zoals de SDRAM module, een harde schijf of de Gigabit Ethernetkaart. 7. VentilatorVoert hitte van inwendige onderdelen af om oververhitting te voorkomen. Plaats geen voorwerpen voor of inde buurt van deze openingen. Als u dat wel doet, kan dat leiden tot printerstoringen. 8. VoedingVerbind het netsnoer met de printer. Steek het andere uiteinde in een stopcontact. 9. HandvatHoud dit handvat vast wanneer u de controllerkaart eruit trekt. 10.
Poort voor optionele gigabit ethernetkaartDoor deze klep te verwijderen en de optionele gigabit ethernetkaart te installeren, kunt u een ethernetsnoeraansluiten op de poort van de gigabit ethernetkaart.Binnenkant 3 21654CQT004 1. FuseereenheidVervang de fuseereenheid wanneer de volgende melding wordt weergegeven: • "Vervanging van fuseereenheid is nu nodig. Vervang fuseereenheid."Vervang de fuseereenheid en de transferrol tegelijk.2. TransferrolVervang de transferrol wanneer de volgende melding verschijnt: • "Vervanging van fuseereenheid is nu nodig. Vervang fuseereenheid."1. Snel aan de slag12
Vervang de transferrol en fuseereenheid tegelijk. 3. Binnenste paneelOpen deze klep wanneer u de zwarte drumeenheid/kleurdrumeenheden of de tranfereenheid vervangt.4. Zwarte drumeenheid / kleurdrumeenhedenBeginnend vanaf links wordt de toner geïnstalleerd in de volgorde zwart (K), geel (Y), magenta (M) en cyaan(C). Vervang de relevante zwarte of kleurdrumeenheid wanneer het volgende bericht verschijnt: • "De kleuren fotogeleidereenheid moet nu vervangen worden. Vervang de kleuren fotogeleidereenheid." • "De zwarte fotogeleidereenheid moet nu vervangen worden. Vervang de zwarte fotogeleidereenheid." 5. TransfereenheidVervang de transfereenheid wanneer de volgende melding verschijnt: • "Vervanging van transfereenheid is nu nodig. Vervang transfereenheid." 6.
TonerBeginnend vanaf links wordt de toner geïnstalleerd in de volgorde zwart (K), geel (Y), magenta (M) en cyaan(C).Vervang de betreffende toner wanneer de volgende melding verschijnt: • " Geen toner. Vervang tonercartridge. "Namen en functies van het bedieningspaneel van de printerDeze illustratie toont het bedieningspaneel van een printer waarop alle opties zijn geïnstalleerd.Namen en functies van onderdelen13
1234567891310111214NL CQT135 1. DisplayGeeft de toetsen weer voor iedere functie, bewerkingsstatus of berichten. Zie Pag. 18 "Het weergaveschermop het bedieningspaneel". 2. LichtsensorMet deze sensor wordt het niveau van het omgevingslicht gemeten wanneer de functie ECO Night Sensoringeschakeld is.3. [Home]-knopDruk hierop om het [Home]-scherm weer te geven. Raadpleeg voor meer informatie Pag. 16 "Het [Home]-scherm gebruiken". 4. [Uitstellen]-knopDruk op deze toets als u een afdruktaak wilt onderbreken. De toets licht op zolang het printen onderbroken is. 5. [Status controleren]-knopDruk op deze knop om de systeemstatus van de printer, de bedieningsstatus van elke functie en de huidigetaken te bekijken. U kunt hier ook de taakgeschiedenis en de onderhoudsinformatie van de printer bekijken. 6.
7. Indicatielampje Status controlerenGaat branden of knipperen wanneer er een printerfout optreedt.Brandt rood: afdrukken is niet mogelijk.Knippert geel: de printer moet binnenkort worden onderhouden of er moet een verbruiksartikel (bijv. eentonercartridge) worden vervangen. Afdrukken is mogelijk, maar een goede afdrukkwaliteit is nietgegarandeerd.Volg de instructies op die op het display verschijnen. 8. Indicatielampje HoofdstroomDit indicatielampje brandt wanneer het apparaat is ingeschakeld. Dit indicatielampje is uit wanneer de stroomis uitgeschakeld of de printer in de Energiespaarstand staat.9. [Energiespaarstand]-knopDruk op deze knop om de slaapstand in- of uit te schakelen. Zie Pag. 28 "Energie besparen". Als de printerin de slaapstand staat, knippert de knop [Energiespaarstand] langzaam. 10. [Inloggen/Uitloggen]-knopDruk hierop om in of uit te loggen. 11.
[Gebr.instel.]-knopDruk op deze knop om de standaard instellingen aan te passen aan uw eisen. Zie de Gebruiksaanwijzing. 12. [Vereenvoud. scherm]Druk op deze knop om naar het vereenvoudigde scherm over te gaan. Zie Pag. 20 "De schermindelingwijzigen". 13. Lampje voor mediatoegangDit lampje licht op als er een geheugenkaart in de mediasleuf wordt geplaatst of als de informatie hieropwordt geopend. 14. MediasleuvenGebruik deze om een SD-kaart of een USB-flashgeheugen aan te sluiten.Namen en functies van onderdelen15
Hoe werkt het display?In dit onderdeel wordt uitgelegd hoe u het scherm op het bedieningspaneel gebruikt.123Raak het display aanDruk op de [Home]-knopNL CQT660 1. [Home]-schermGeeft functies en snelkoppelingen weer. Raadpleeg voor meer informatie Pag. 16 "Het [Home]-schermgebruiken". 2. [Printer]-schermGeeft de bedieningsstatus, meldingen en functiemenu's weer. Raadpleeg voor meer informatie Pag. 18 "Hetweergavescherm op het bedieningspaneel".3. [Voorraadinformatie]-schermHiermee kunt u de printerstatus controleren, zoals de hoeveelheid toner, papier en tonerafval. • Het [Home]-scherm is ingesteld als standaardscherm zodra de printer wordt ingeschakeld. U kuntdeze standaard instelling in Functieprioriteit wijzigen. Zie de Gebruiksaanwijzing.Het [Home]-scherm gebruikenOm het [Home]-scherm weer te geven, drukt u op de [Home]-knop.1. Snel aan de slag16
De pictogrammen voor alle functies worden weergegeven op het [Home]-scherm. U kunt snelkoppelingen naar vaak gebruikte ingesloten softwaretoepassingen aan het [Home]-schermtoevoegen. De pictogrammen van toegevoegde snelkoppelingen worden weergegeven op het [Home]-scherm. De ingesloten softwaretoepassingen kunnen eenvoudig worden opgeroepen door op desnelkoppelingen te drukken. ••••• Druk niet te hard op het display of stoot het niet te hard. Anders raakt het beschadigd. MaximaalDruk niet te hard op het display of stoot het niet te hard. Anders raakt het beschadigd. MaximaalDruk niet te hard op het display of stoot het niet te hard. Anders raakt het beschadigd. MaximaalDruk niet te hard op het display of stoot het niet te hard. Anders raakt het beschadigd. MaximaalDruk niet te hard op het display of stoot het niet te hard. Anders raakt het beschadigd.
Maximaaltoelaatbare kracht is ongeveer 30 N (ongeveer 3 kgf). N = Newton, kgf = kilogramkracht. 1 kgf =toelaatbare kracht is ongeveer 30 N (ongeveer 3 kgf). N = Newton, kgf = kilogramkracht. 1 kgf =toelaatbare kracht is ongeveer 30 N (ongeveer 3 kgf). N = Newton, kgf = kilogramkracht. 1 kgf =toelaatbare kracht is ongeveer 30 N (ongeveer 3 kgf). N = Newton, kgf = kilogramkracht. 1 kgf =toelaatbare kracht is ongeveer 30 N (ongeveer 3 kgf). N = Newton, kgf = kilogramkracht. 1 kgf =9,8 N. )9,8 N. )9,8 N. )9,8 N. )9,8 N. )IT CQT65851234 1. Pictogram voorraadinformatieDruk hierop om het [Voorraadinformatie]-scherm weer te geven zodat u de hoeveelheid toner, papier entonerafval kunt controleren. 2. [Printer]Druk hierop om het [Printer]-scherm weer te geven. 3. Gebied voor snelkoppelingenU kunt snelkoppelingen naar ingesloten softwaretoepassingen aan het [Home]-scherm toevoegen.
Voor meerinformatie over het registreren van snelkoppelingen, zie de Gebruiksaanwijzing. 4. Illustratie Home-schermHet is mogelijk een afbeelding zoals een bedrijfslogo in het [Home]-scherm weer te geven.
Als u deafbeelding wilt wijzigen, raadpleeg dan de Gebruiksaanwijzing. 5. /Druk op deze toetsen om naar een andere pagina te gaan wanneer de pictogrammen niet op één paginakunnen worden weergegeven. • Als er een geïntegreerde softwaretoepassing geïnstalleerd is, wordt er een functiepictogram voorde toepassing weergegeven op het [Home]-scherm. • U kunt de volgorde van de pictogrammen wijzigen. Raadpleeg voor meer informatie deGebruiksaanwijzing. Hoe werkt het display. 17.
SysteemresetNa het voltooien van een taak wacht de printer een bepaalde tijdsduur en herstelt dan de instellingennaar de standaardwaarden die opgegeven zijn in Functieprioriteit. Deze functie wordt "Systeemreset"genoemd. Voor de procedure voor het opgeven van standaardinstellingen onder Functieprioriteitraadpleegt u de Gebruiksaanwijzing. Om de tijd van het wachten van de printer met het herstellen van de instellingen tot de standaardwaarden te wijzigen, moet u de instelling Automatische resettijd systeem gebruiken. Zie deGebruiksaanwijzing. Het weergavescherm op het bedieningspaneelHet weergavescherm laat de gebruiksstatus, meldingen en functiemenu's zien. De weergegeven functie-items dienen als selectietoetsen. U kunt een item selecteren of specificeren doorer zachtjes op te drukken. Wanneer u een item op het bedieningspaneel selecteert of opgeeft, wordt het gemarkeerd, zoals in.
Toetsen die er als volgt uitzien, kunt u niet gebruiken. ••••• Druk niet te hard op het display of stoot het niet te hard. Anders raakt het beschadigd. MaximaalDruk niet te hard op het display of stoot het niet te hard. Anders raakt het beschadigd. MaximaalDruk niet te hard op het display of stoot het niet te hard. Anders raakt het beschadigd. MaximaalDruk niet te hard op het display of stoot het niet te hard. Anders raakt het beschadigd. MaximaalDruk niet te hard op het display of stoot het niet te hard. Anders raakt het beschadigd. Maximaaltoelaatbare kracht is ongeveer 30 N (ongeveer 3 kgf). N = Newton, kgf = kilogramkracht. 1 kgf =toelaatbare kracht is ongeveer 30 N (ongeveer 3 kgf). N = Newton, kgf = kilogramkracht. 1 kgf =toelaatbare kracht is ongeveer 30 N (ongeveer 3 kgf). N = Newton, kgf = kilogramkracht. 1 kgf =toelaatbare kracht is ongeveer 30 N (ongeveer 3 kgf).
Het [Home]-scherm is ingesteld als standaardscherm zodra de printer wordt ingeschakeld. 14285367NL QCT662 1. Gebruiksstatus of mededelingenDit geeft de actuele status van de printer weer, zoals "Gereed", "Offline" en "Afdrukken. ". Informatie over deafdrukopdracht (gebruikers ID en documentnaam) verschijnt in deze sectie. 2. [Afdruktak. ]Druk hierop om de afdruktaken weer te geven die vanaf een computer zijn gestuurd. 1. Snel aan de slag18.
3. VoorraadinformatieU kunt de resterende hoeveelheid toner controleren. Druk hierop om het [Voorraadinformatie]-scherm weer tegeven. 4. [Afd. v geh.app. ]Druk hierop om het scherm voor het rechtstreeks afdrukken van bestanden vanaf een geheugenstick of -kaart.5. [Taak reset]Druk op de bijbehorende toets als u de huidige afdruktaak wilt annuleren.Als u op deze toets drukt wanneer u Hex Dump hebt geselecteerd, wordt Hex Dump geannuleerd. 6. [Taakbewerking]Druk hierop om een taak te onderbreken die op dat moment wordt verwerkt. 7. [Form Feed]Druk hierop om alle gegevens af te drukken die in de invoerbuffer van de printer zijn achtergebleven. 8.
[Ovrg functies]Druk hierop om de foutenlogboeken en de status van gespoolde taken weer te geven.Het [Informatie]-schermOm het milieubewustzijn van de gebruiker te vergroten, kunt u de printer zo instellen dat gebruikers opde hoogte worden gebracht van hoeveel papier zij hebben bespaard door de papierbesparingsfunctievan de printer te gebruiken.De verhouding voor het kleurgebruik wordt eveneens weergegeven op het [Informatie]-scherm.Als gebruikersverificatie ingeschakeld is, wordt het scherm weergegeven wanneer u zich aanmeldt opde printer. Als gebruikersverificatie niet ingeschakeld is, wordt het scherm weergegeven als hetapparaat ontwaakt uit de slaapstand of na een systeemreset. Het scherm [Informatie] verschijnt als hetapparaat wordt aangezet, ongeacht de verificatie-instellingen.NL CQT200123456 1. MeldingenEr wordt een melding van de beheerder weergegeven.Hoe werkt het display?19
2. Totaal afgedrukte pagina'sHier worden het totale aantal afgedrukte pagina's in de huidige tellerperiode en de vorige tellerperiodeweergegeven. 3. Milieuvriendelijkheidsindicator• Papiervermindering:Toont de hoeveelheid papier die bespaard is door gebruik te maken van de functies voor dubbelzijdigen gecombineerd afdrukken. De waarde staat voor het percentage bespaard papier ten opzichte vande totale hoeveelheid verbruikt papier. Als het percentage stijgt, wordt de stapel papier kleiner en groeitde bloem. Als de verhouding 76% of meer bedraagt, begint de bloem te bloeien. • Dubbelzijdig gebruik:Hier wordt de verhouding van de dubbelzijdige afdrukken ten opzichte van het totale aantal afdrukkenweergegeven. • Gecombineerd gebruik:Hier wordt de verhouding van de gecombineerde afdrukken ten opzichte van het totale aantalafdrukken weergegeven. 4.
TellerperiodesHier worden de huidige en vorige tellerperiode weergegeven. 5. [Afsluiten]Druk hierop om het [Informatie]-scherm te sluiten en terug te keren naar het bedieningsscherm. 6. KleurgebruikHier wordt de verhouding van de kleurafdrukken ten opzichte van het totale aantal afdrukken weergegeven. • Afhankelijk van de printerinstellingen, wordt het [Informatie]-scherm mogelijk niet weergegeven. Voor meer informatie raadpleegt u de Veiligheidshandleiding. • U kunt ook Web Image Monitor gebruiken om de gebruiksstatus te controleren. Raadpleeg WebImage Monitor Help voor meer informatie. • Onder [Milieuvriendelijke teller periode / bericht van beheerder] in [Systeeminstellingen], kunt ude "Tellerperiode", het "Beheerdersbericht", "Informatiescherm weergeven" en "Tijd weergeven"controleren. Alleen de beheerder kan de instellingen wijzigen.
Letters en toetsen worden in een groter formaat getoond om de bediening te vergemakkelijken. 1. Druk op de knop [Vereenvoud. scherm].NL CQT663Deze illustratie toont het vereenvoudigde scherm van het [Printer]-scherm.Druk nogmaals op de knop [Vereenvoud. scherm] om het schermcontrast te vergroten. • Druk nogmaals op de knop [Vereenvoud. scherm] om terug te gaan naar het eerste scherm vanuithet hoge-contrastscherm. • Sommige toetsen worden niet in het vereenvoudigde scherm weergegeven.Pictogrammen toevoegen aan het [Home]-schermU kunt ook pictogrammen controleren van functies en softwaretoepassingen die u uit het [Home-schermheeft verwijderd. • Namen van snelkoppelingen van maximaal 32 karakters kunnen in een standaard scherm wordenweergegeven. Als de naam van de snelkoppeling langer is dan 32 karakters, wordt het 32stekarakter vervangen door "...".
In een eenvoudig scherm kunnen slechts 30 karakters wordenweergegeven. Als de naam van de snelkoppeling langer is dan 30 karakters, wordt het 30stekarakter vervangen door "...".Hoe werkt het display?21
• U kunt tot 72 pictogrammen voor functies en snelkoppelingen registreren. Verwijder pictogrammendie u niet meer nodig heeft wanneer de limiet is bereikt. Voor meer informatie raadpleegt u deGebruiksaanwijzing. • U kunt de positie van pictogrammen wijzigen. Raadpleeg voor meer informatie deGebruiksaanwijzing.In de volgende procedure wordt een snelkoppeling naar een ingesloten softwaretoepassing in het[Home]-scherm geregistreerd.Web Image Monitor gebruiken 1. Log in op Web Image Monitor als beheerder.Voor meer informatie raadpleegt u de Gebruiksaanwijzing. 2. Ga naar [Apparaatbeheer] en klik vervolgens op [Home-scherm van apparaat beheren]. 3. Klik op [Pictogrammen bewerken]. 4. Ga naar [ Het pictogram kan toegevoegd worden.] van de positie die u wilt toevoegen en klik vervolgens op [ Toevoegen]. 5. Selecteer het functie- of snelkoppelingspictogram dat u wilt toevoegen. 6.
Klik vier keer op [OK].Gebruikersinstellingen gebruiken 1. Druk op [Pictogram toevoegen] in het [Home bewerken]-scherm.Voor informatie over toegang tot het [Home bewerken]-scherm raadpleegt u deGebruiksaanwijzing. 2. Druk op [Sel. pictogram om toe te voegen]. 3. Druk op [Toepassing]. 4. Selecteer de toepassing die u wilt toevoegen. 5. Druk op [Bestemm. select.]. 6. Bepaal de positie waar [Blanco] wordt weergegeven. 7. Druk op [Afsluiten]. 8. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen]. • Druk op [ ] in de rechterbovenhoek van het [Bestemm. select.]-scherm om de positie in deeenvoudige weergave te controleren.1. Snel aan de slag22
Inloggen op de printerDit hoofdstuk bevat meer informatie over het inloggen op het apparaat. Als Basisverificatie, Windows-verificatie, LDAP-verificatie of Integratieserver-verificatie actief is, wordthet verificatiescherm op het display weergegeven. De printer kan pas worden gebruikt nadat u uweigen Log-in gebruikersnaam en Log-in wachtwoord hebt ingevoerd. Als Gebruikerscodeverificatie isingeschakeld, kunt u de printer pas gebruiken wanneer u de Gebruikerscode hebt ingevoerd. Als u de printer kunt gebruiken, wil dat zeggen dat u ingelogd bent. Wanneer u de printer niet langerkunt gebruiken, dan betekent dat dat u bent uitgelogd. Log op tijd uit zodat er geen onbevoegd gebruikkan plaatsvinden.
Beveiligingshandleiding. Beveiligingshandleiding. Beveiligingshandleiding. Gebruikerscodeverificatie via het bedieningspaneelDeze sectie legt de procedure uit voor het inloggen op de printer via het bedieningspaneel terwijlGebruikerscodeverificatie actief is. Als Gebruikerscodeverificatie is ingeschakeld, dan moet u de gebruikerscode invoeren in een schermwaarin daarom wordt gevraagd. 1.
Voer een gebruikerscode in (maximaal acht cijfers) en druk dan op [OK]. • Om uit te loggen, drukt u op de knop [Energiespaarstand] als de taken zijn voltooid. Gebruikerscode verificatie via een printerstuurprogrammaDeze sectie legt de procedure uit voor het inloggen op de printer met een printerstuurprogramma terwijlGebruikerscodeverificatie is ingeschakeld. Wanneer Gebruikerscodeverificatie is ingeschakeld, geef dan de Gebruikerscode op in deprintereigenschappen van het printerstuurprogramma. Zie de helpfunctie van het printerstuurprogrammavoor verdere informatie. • Het PCL-printerstuurprogramma ondersteunt Gebruikerscodeverificatie. • Wanneer u ingelogd bent via Gebruikerscodeverificatie, hoeft u niet uit te loggen. Inloggen op de printer23.
Inloggen via het bedieningspaneelDeze sectie beschrijft de procedure voor het inloggen wanneer Basisverificatie, Windows-verificatie,LDAP-verificatie of Integratieserver-verificatie is ingeschakeld. 1. Druk op [Log-in]. 2. Voer een Log-in gebruikersnaam in en druk dan op [OK]. 3. Voer een Log-in wachtwoord in en druk dan op [OK].Wanneer de gebruiker is geverifieerd, wordt het scherm weergegeven voor de functie die ugebruikt.Uitloggen met behulp van het bedieningspaneelIn dit onderdeel wordt de procedure uitgelegd voor het uitloggen wanneer Basisverificatie, Windows-verificatie, LDAP-verificatie of Integratieserver-verificatie is ingeschakeld.
Inloggen met behulp van een printerstuurprogrammaVoer uw log-in gebruikersnaam en wachtwoord in die geregistreerd zijn op de printer. U hoeft dit alleente doen als u voor het eerst op de printer inlogt. Het PCL-printerstuurprogramma ondersteunt Gebruikerscodeverificatie. De procedure wordt uitgelegd met Windows 7 als voorbeeld. 1. Open het eigenschappenvenster van de printer en klik op het tabblad [Geavanceerdeopties]. Voor meer informatie over het weergeven van het dialoogvenster printereigenschappen, ziePag. 31 "De eigenschappen van het printerstuurprogramma weergeven in Windows". 2. Schakel het selectievakje [Gebruikersverificatie] in. 3. Als u het log-in wachtwoord wilt coderen, klik dan op [Driver coderingstoets. ]. Als u het wachtwoord niet wilt coderen, gaat u door naar stap 6. 4. Geef de coderingssleutel van het stuurprogramma op die al is ingesteld op de printer. 5.
Klik op [OK] om het dialoogvenster [Driver coderingstoets] te sluiten. 6. Klik op [OK] om het dialoogvenster met de eigenschappen van de printer te sluiten. 7. Open het dialoogvenster met afdrukvoorkeuren. 8. Geef de instelling voor gebruikersverificatie op. Als u het PCL 5c-printerstuurprogramma gebruikt, klikt u op het tabblad [Geldige toegang] envervolgens op [Verificatie. ]. Als u het PCL 6-printerstuurprogramma gebruikt, klikt u op het tabblad [Uitgebreide Instelling] enklikt u achtereenvolgens op [Taaksetup] en [Verificatie. ] in het gedeelte [Taaksetup]. 9. Geef een log-in gebruikersnaam en wachtwoord voor gebruikersverificatie op die al zijningesteld op de printer of de server. Geef dezelfde log-in gebruikersnaam en hetzelfde wachtwoord op als die zijn geregistreerd op deprinter of de server.
Als u geen geldige gebruikersnaam of geldig wachtwoord opgeeft, wordt het afdrukken nietgestart. 10. Klik op [OK] om het dialoogvenster [Verificatie] te sluiten. 11. Klik op [OK] om het dialoogvenster met afdrukvoorkeuren te sluiten.
Inloggen met behulp van Web Image MonitorRaadpleeg de Gebruiksaanwijzing voor informatie over inloggen met behulp van Web Image Monitor. • Voer voor Gebruikerscode verificatie een Gebruikerscode in het veld [Log-in gebruikersnaam] inen klik dan op [Login]. • Afhankelijk van de gebruikte webbrowser kan de procedure verschillen.Uitloggen met behulp van Web Image MonitorIn dit hoofdstuk wordt de procedure uitgelegd voor het uitloggen via Web Image Monitor. 1. Klik op [Uitloggen] om uit te loggen. • Wis het cache-geheugen van de webbrowser nadat u bent uitgelogd.1. Snel aan de slag26
Het apparaat aan-/uitzettenDit gedeelte beschrijft hoe u de printer in-/uitschakelt. • De printer gaat automatisch over in de slaapstand als u deze een tijdje niet gebruikt. Om in testellen hoe lang de printer wacht voordat deze in slaapstand gaat, configureert u de instellingTimer slaapstand. Zie de Gebruiksaanwijzing.Het apparaat aanzetten ••••• Zet de stroomschakelaar niet direct uit nadat u deze heeft aangezet. De harde schijf of hetZet de stroomschakelaar niet direct uit nadat u deze heeft aangezet. De harde schijf of hetZet de stroomschakelaar niet direct uit nadat u deze heeft aangezet. De harde schijf of hetZet de stroomschakelaar niet direct uit nadat u deze heeft aangezet. De harde schijf of hetZet de stroomschakelaar niet direct uit nadat u deze heeft aangezet.
De harde schijf of hetgeheugen kan hierdoor beschadigd raken, met een storing als gevolg.geheugen kan hierdoor beschadigd raken, met een storing als gevolg.geheugen kan hierdoor beschadigd raken, met een storing als gevolg.geheugen kan hierdoor beschadigd raken, met een storing als gevolg.geheugen kan hierdoor beschadigd raken, met een storing als gevolg. 1. Zorg ervoor dat de stekker van het netsnoer stevig in het stopcontact zit. 2. Zet de aan-/uitschakelaar aan.Het aan/uit indicatielampje gaat branden.CQT108 • Nadat u de schakelaar heeft ingeschakeld, verschijnt er mogelijk een scherm dat aangeeft dat deprinter bezig is met initialiseren. Schakel de printer tijdens dit proces niet uit. Initialiseren duurtongeveer drie minuten.Het apparaat aan-/uitzetten27
Het apparaat uitzetten • Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, trek dan aan de stekker, niet aan het snoer. Alsu aan het snoer trekt, kunt u het netsnoer beschadigen. Het gebruik van beschadigdenetsnoeren kan resulteren in brand of een elektrische schok. ••••• Wanneer u de printer hebt uitgeschakeld, wacht dan enkele seconden voordat u de printer weerWanneer u de printer hebt uitgeschakeld, wacht dan enkele seconden voordat u de printer weerWanneer u de printer hebt uitgeschakeld, wacht dan enkele seconden voordat u de printer weerWanneer u de printer hebt uitgeschakeld, wacht dan enkele seconden voordat u de printer weerWanneer u de printer hebt uitgeschakeld, wacht dan enkele seconden voordat u de printer weerinschakelt. Als het bericht "Turn main Power Switch off" wordt weergegeven, zet u de printer uit,inschakelt.
Als het bericht "Turn main Power Switch off" wordt weergegeven, zet u de printer uit,inschakelt. Als het bericht "Turn main Power Switch off" wordt weergegeven, zet u de printer uit,inschakelt. Als het bericht "Turn main Power Switch off" wordt weergegeven, zet u de printer uit,inschakelt. Als het bericht "Turn main Power Switch off" wordt weergegeven, zet u de printer uit,wacht u minstens 10 seconden en zet u de printer weer aan. Zet het apparaat nooit onmiddellijkwacht u minstens 10 seconden en zet u de printer weer aan. Zet het apparaat nooit onmiddellijkwacht u minstens 10 seconden en zet u de printer weer aan. Zet het apparaat nooit onmiddellijkwacht u minstens 10 seconden en zet u de printer weer aan. Zet het apparaat nooit onmiddellijkwacht u minstens 10 seconden en zet u de printer weer aan. Zet het apparaat nooit onmiddellijkweer aan nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld.
weer aan nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld. weer aan nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld. weer aan nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld. weer aan nadat u het apparaat hebt uitgeschakeld.
••••• Schakel de schakelaar uit en zorg ervoor dat het aan/uit indicatielampje naar de uit-stand gaatSchakel de schakelaar uit en zorg ervoor dat het aan/uit indicatielampje naar de uit-stand gaatSchakel de schakelaar uit en zorg ervoor dat het aan/uit indicatielampje naar de uit-stand gaatSchakel de schakelaar uit en zorg ervoor dat het aan/uit indicatielampje naar de uit-stand gaatSchakel de schakelaar uit en zorg ervoor dat het aan/uit indicatielampje naar de uit-stand gaatvoordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Anders kunnen de harde schijf of het geheugenvoordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Anders kunnen de harde schijf of het geheugenvoordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Anders kunnen de harde schijf of het geheugenvoordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Anders kunnen de harde schijf of het geheugenvoordat u de stekker uit het stopcontact haalt.
Anders kunnen de harde schijf of het geheugenbeschadigd raken, wat kan leiden tot storingen. beschadigd raken, wat kan leiden tot storingen. beschadigd raken, wat kan leiden tot storingen. beschadigd raken, wat kan leiden tot storingen. beschadigd raken, wat kan leiden tot storingen. ••••• Zet de stroom niet uit als de printer bezig is. Zet de stroom niet uit als de printer bezig is. Zet de stroom niet uit als de printer bezig is. Zet de stroom niet uit als de printer bezig is. Zet de stroom niet uit als de printer bezig is. 1. Zet de printer uit met de schakelaar. Het aan/uit indicatielampje gaat uit. Energie besparenDeze printer heeft de volgende energiebesparende functies. Modus Laag stroomverbruikAls u de printer na een handeling gedurende een bepaalde periode niet gebruikt, wordt hetscherm uitgeschakeld en schakelt de printer over naar modus Laag stroomverbruik.
Zie voor meer informatie de Gebruiksaanwijzing. U kunt de printerinstellingen voor het activeren van de modus Laag stroomverbruik wijzigen doorop de [Energiespaarstand]-knop te drukken. Zie voor meer informatie de Gebruiksaanwijzing. Voer een van de volgende handelingen uit om de modus Laag stroomverbruik te verlaten: • Raak het display aan of druk op een van de knoppen op het bedieningspaneel. • Plaats papier in de handinvoer. • Maak de papierlades open. 1. Snel aan de slag28.
SlaapstandAls u de printer gedurende een bepaalde periode niet gebruikt nadat deze over is gegaan naarde modus Laag stroomverbruik, schakelt de printer over naar de Slaapstand om het stroomverbruiknog verder te beperken. De printer gaat ook over in de Slaapstand wanneer: • Er op de [Energiespaarstand]-knop wordt gedrukt• De tijd is verstreken die is ingesteld in [Timer slaapstand] • De ECO Night Sensor (dag)licht detecteertVoor informatie over het instellen van [Timer slaapstand] en [ECO Night Sensor], zie deGebruiksaanwijzing. Om de slaapstand af te sluiten, voert u een van de volgende handelingen uit: • Druk op de [Energiespaarstand]-knop • Druk op [Status controleren]-knopUit-stand met wekelijkse timerGeef het tijdstip op wanneer de printer moet overschakelen van en naar de Uit-stand. U kunt dezetimer instellen voor maandag tot en met zondag.
Voor meer informatie over het instellen van[Wekelijkse timer], zie de Gebruiksaanwijzing. Uit-stand met ECO Night SensorDe printer detecteert (dag)licht en schakelt zichzelf 's nachts automatisch uit. Voor informatie overhet instellen van [ECO Night Sensor], zie de Gebruiksaanwijzing. • Als de printer in de slaapstand staat, knippert de knop [Energiespaarstand] langzaam. • De energiespaarstandfuncties zullen niet werken in de volgende gevallen:• Tijdens communicatie met externe apparatuur • Wanneer de harde schijf bezig is met het uitvoeren van een bewerking • Wanneer er een waarschuwingsbericht wordt weergegeven • Wanneer er een onderhoudsbericht wordt weergegeven • Wanneer er papier is vastgelopen • Wanneer de panelen van de printer zijn geopend • Als het bericht "Vervang tonercartridge.
" verschijnt • Wanneer toner wordt bijgevuld • Wanneer het scherm [Gebruikersinstellingen] wordt weergegeven • Tijdens de vastgestelde opwarmperiode • Wanneer er gegevens worden verwerkt • Wanneer bewerkingen worden geannuleerd tijdens het afdrukken • Wanneer het indicatielampje Inkomende gegevens brandt of knippertHet apparaat aan-/uitzetten29.
• Wanneer de testafdruk, de beveiligde afdruk of het opgeslagen afdrukscherm weergegevenwordt • Wanneer het scherm van een eerder opgeslagen document wordt weergegeven• Wanneer de interne koelventilator draait • De printer verbruikt in de Slaapstand minder stroom, maar het duurt langer voor het afdrukkenbegint. • Als er twee of meer energiespaarfuncties zijn ingesteld, wordt de functie waarvan aan de voorafopgegeven voorwaarden wordt voldaan, het eerst actief.1. Snel aan de slag30
De printerconfiguratie-schermen weergevenIn dit onderdeel wordt uitgelegd hoe u het configuratiescherm van de printer kunt weergeven. De eigenschappen van het printerstuurprogramma weergeven in WindowsIn dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de eigenschappen van het printerstuurprogramma opent in[Apparaten en printers]. ••••• U dient over rechten voor printerbeheer te beschikken om de printerinstellingen te wijzigen. Log inU dient over rechten voor printerbeheer te beschikken om de printerinstellingen te wijzigen. Log inU dient over rechten voor printerbeheer te beschikken om de printerinstellingen te wijzigen. Log inU dient over rechten voor printerbeheer te beschikken om de printerinstellingen te wijzigen. Log inU dient over rechten voor printerbeheer te beschikken om de printerinstellingen te wijzigen. Log inals beheerder. als beheerder. als beheerder. als beheerder. als beheerder.
••••• U kunt de standaard printerinstellingen niet voor individuele gebruikers wijzigen. De instellingen inU kunt de standaard printerinstellingen niet voor individuele gebruikers wijzigen. De instellingen inU kunt de standaard printerinstellingen niet voor individuele gebruikers wijzigen. De instellingen inU kunt de standaard printerinstellingen niet voor individuele gebruikers wijzigen. De instellingen inU kunt de standaard printerinstellingen niet voor individuele gebruikers wijzigen. De instellingen inhet dialoogvenster Printereigenschappen zijn van toepassing op alle gebruikers. het dialoogvenster Printereigenschappen zijn van toepassing op alle gebruikers. het dialoogvenster Printereigenschappen zijn van toepassing op alle gebruikers. het dialoogvenster Printereigenschappen zijn van toepassing op alle gebruikers.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Ricoh Aficio SP C831DN stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Printer Ricoh
Handleiding Printer
Nieuwste handleidingen voor Printer