Ricoh Aficio SP C730DN Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Ricoh Aficio SP C730DN (104 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 49 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Ricoh Aficio SP C730DN of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Ricoh |
| Categorie: | Printer |
| Model: | Aficio SP C730DN |
| Kleur van het product: | Wit |
| Gewicht: | 40000 g |
| Breedte: | 481 mm |
| Diepte: | 515 mm |
| Hoogte: | 360 mm |
| Kleur: | Ja |
| Beeldscherm: | LCD |
| Frequentie van processor: | 533 MHz |
| Ethernet LAN: | Ja |
| Stroomverbruik (in standby): | 50.4 W |
| Vermogensverbruik (max): | 1300 W |
| Stroomverbruik (indien uit): | 0.5 W |
| Intern geheugen: | 512 MB |
| Duurzaamheidscertificaten: | ENERGY STAR |
| Meegeleverde software: | Web Image Monitor\r\nDeskTopBinder Lite\r\nFont Manager 2000 |
| Ondersteunde beveiligingsalgoritmen: | 802.1x RADIUS |
| Power LED: | Ja |
| Ondersteunde netwerkprotocollen: | TCP/IP |
| Ondersteunt Mac-besturingssysteem: | Mac OS X 10.5 Leopard,Mac OS X 10.6 Snow Leopard,Mac OS X 10.7 Lion,Mac OS X 10.8 Mountain Lion |
| Maximale resolutie: | 2400 x 600 DPI |
| Aantal printcartridges: | 4 |
| Printkleuren: | Black,Cyan,Magenta,Yellow |
| Papierlade mediatypen: | Bond paper,Card stock,Coated paper,Envelopes,Glossy paper,Labels,Plain paper,Pre-Printed,Recycled paper,Thick paper,Thin paper |
| Opwarmtijd: | 20 s |
| Andere ondersteundende systemen: | Novell NetWare 6.x |
| Printtechnologie: | LED |
| Standaard interfaces: | Ethernet,USB 1.1,USB 2.0 |
| Afdruk Resolutie in kleur: | 2400 x 600 DPI |
| Printsnelheid (zwart, standaardkwaliteit, A4/US Letter): | 32 ppm |
| Printsnelheid (kleur, standaard, A4/US Letter): | 32 ppm |
| Duplex printen: | Ja |
| Paginabeschrijving talen: | PCL 5c,PCL 6,PostScript 3 |
| Gebruiksindicatie (maximaal): | 75000 pagina's per maand |
| Totale invoercapaciteit: | 250 vel |
| Maximum invoercapaciteit: | 1850 vel |
| Totale uitvoercapaciteit: | 200 vel |
| Maximale uitvoercapaciteit: | 200 vel |
| Maximale ISO A-series papierformaat: | A3 |
| ISO A-series afmetingen (A0...A9): | A3,A4,A5,A6 |
| Mobiele printing technologieën: | Apple AirPrint |
| Tijdsduur tot de eerste pagina (zwart, normaal): | 7.5 s |
| Tijdsduur tot de eerste pagina (kleur, normaal): | 9.8 s |
| Netwerkgereed: | Ja |
| Optionele connectiviteit: | Parallel,Wireless LAN |
| Gemiddeld stroomverbruik tijdens printen: | - W |
| Maximaal intern geheugen: | 1024 MB |
| Papierlade mediagewicht: | 56 - 220 g/m² |
| Maximale printafmetingen: | 297 x 420 mm |
| ISO B-series afmetingen (B0...B9): | B4,B5,B6 |
| Multifunctionele ladecapaciteit: | 100 vel |
| Multifunctionele lade: | Ja |
| Multifunctionele lade, mediatypen: | Postpapier |
| Ondersteunde server operating systems: | Windows Server 2003,Windows Server 2008,Windows Server 2008 R2,Windows Server 2012 |
| Stand-by LED: | Ja |
| Wifi: | Nee |
| AC-ingangsspanning: | 220 - 240 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50/60 Hz |
| Ondersteund mediagewicht, duplex printen (aanbevolen gr/m²): | 56 - 163 g/m² |
| Multifunctionele lade papiergewicht: | 56 - 256 g/m² |
Handleiding Ricoh Aficio SP C730DN – volledige tekst
Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u dit apparaat in gebruik neemt en bewaar deze voor naslag in de toekomst. Voor een veilig en correct gebruik, dient u de Veiligheidsinfor-matie in "Lees dit eerst" te lezen voordat u het apparaat gebruikt.Informatie die niet in deze handleidingstaat, kunt u terugvinden in deHTML-/PDF-bestanden op de meegeleverdecd-rom.Problemen oplossenPapier plaatsenSnel aan de slagGebruikers-handleiding
INHOUDSOPGAVE Handleidingen voor dit apparaat. 3 Lijst met handleidingen. 51. Snel aan de slagVoordat u begint. 7Hoe werken deze handleidingen. 7 Lijst met opties. 8 Modelspecifieke informatie. 9Namen en functies van onderdelen. 10Overzicht van alle apparaatonderdelen. 10Namen en functies van het bedieningspaneel van de printer. 16 Het apparaat aan-/uitzetten. 18Het apparaat aanzetten. 18Het apparaat uitzetten. 18Energie besparen. 19De printerconfiguratie-schermen weergeven. 21Weergave van de printerconfiguratie-schermen op het bedieningspaneel. 21Printerconfiguratie-schermen met een internetbrowser weergeven. 212. Papier plaatsenPapierspecificaties. 23Voorzorgsmaatregelen voor papier. 28 Papier in papierlades plaatsen. 30 Lade 1 verlengen. 34 Papier in de handinvoerlade plaatsen. 36Papier met vaste afdrukrichting of dubbelzijdig papier plaatsen. 38 Enveloppen plaatsen.
Als de afgedrukte kleur verandert. 50De correctiewaarden van de gradatie instellen. 50 Gradatiecorrectiepagina. 51De gradatiecorrectiewaarde op de standaardwaarde terugzetten. 52 Als de afdrukpositie verandert. 53 Als de USB-verbinding problemen vertoont. 55 Als er berichten worden weergegeven. 56Statusberichten. 56 Waarschuwingsberichten (op het bedieningspaneel weergegeven). 57 Waarschuwingsberichten (die in foutlogboeken en -rapporten worden afgedrukt). 63 Het foutenlogboek controleren. 68Als u niet kunt afdrukken. 69 Als de Data In indicator niet brandt of knippert. 70Overige afdrukproblemen. 71Als het afdrukken niet goed gaat. 71Het papier loopt vaak vast. 74 De afdruk wijkt af van de afbeelding op het computerscherm. 75Als de printer niet naar behoren werkt. 77 Bijkomende problemen oplossen. 79 Als PictBridge-afdrukken niet werkt. 82Vastgelopen papier verwijderen.
Handleidingen voor dit apparaatLees deze handleiding aandachtig door voor u dit apparaat in gebruik neemt. Raadpleeg de handleidingen die relevant zijn voor de handelingen die u met het apparaat wiltuitvoeren. ••••• De weergavemethode is afhankelijk van de handleiding. De weergavemethode is afhankelijk van de handleiding. De weergavemethode is afhankelijk van de handleiding. De weergavemethode is afhankelijk van de handleiding. De weergavemethode is afhankelijk van de handleiding.
••••• Adobe Adobe Adobe Adobe Adobe ®®®®® Acrobat Acrobat Acrobat Acrobat Acrobat®®®®® Reader Reader Reader Reader Reader®®®®®/Adobe Reader moeten geïnstalleerd zijn om de handleidingen als/Adobe Reader moeten geïnstalleerd zijn om de handleidingen als/Adobe Reader moeten geïnstalleerd zijn om de handleidingen als/Adobe Reader moeten geïnstalleerd zijn om de handleidingen als/Adobe Reader moeten geïnstalleerd zijn om de handleidingen alspdf-bestand te kunnen bekijken. pdf-bestand te kunnen bekijken. pdf-bestand te kunnen bekijken. pdf-bestand te kunnen bekijken. pdf-bestand te kunnen bekijken. ••••• Er moet een webbrowser geïnstalleerd zijn om de HTML-handleidingen te kunnen bekijken. Er moet een webbrowser geïnstalleerd zijn om de HTML-handleidingen te kunnen bekijken. Er moet een webbrowser geïnstalleerd zijn om de HTML-handleidingen te kunnen bekijken.
Er moet een webbrowser geïnstalleerd zijn om de HTML-handleidingen te kunnen bekijken. Er moet een webbrowser geïnstalleerd zijn om de HTML-handleidingen te kunnen bekijken. GebruikershandleidingHieronder staan samenvattingen voor de bedieningsinstructies betreffende het basisgebruik van ditapparaat, veelgebruikte functies en problemen oplossen als er een foutmelding verschijnt. Lees dit eerstLees voordat u het apparaat gebruikt het gedeelte Veiligheidsinformatie van deze handleiding. Hierin staan de regels en overeenstemming met milieuwetten.
Verkorte InstallatiehandleidingBevat instructies over het uitpakken van het apparaat tot de aansluiting van het apparaat op eencomputer. GebruiksaanwijzingBevat gedetailleerde informatie over de bediening van de printer in HTML-indeling. De volgendeonderwerpen worden in deze handleiding behandeld: • De printer configureren • Snel aan de slag • Papier plaatsen • Afdrukken • De printer configureren en beheren • Problemen oplossen • Onderhoud en specificaties • VM Card Geavanceerde eigenschapinstellingenVM Card Webhandleiding Geavanceerde eigenschapinstellingenGeeft uitleg over hoe de geavanceerde eigenschapinstellingen ingesteld worden met behulp vanWeb Image Monitor. 3.
VeiligheidshandleidingDeze handleiding is bedoeld voor de beheerders van het apparaat. Hierin wordenbeveiligingsfuncties, die de beheerders kunnen gebruiken om geknoei met gegevens ofonbevoegd gebruik van het apparaat te voorkomen, uitvoerig uitgelegd. Voor een hogerebeveiliging raden wij u aan het volgende eerst te doen: • Installeer het Apparaatcertificaat. • Schakel SSL-codering (Secure Sockets Layer) in. • Wijzig de gebruikersnaam en het wachtwoord van de beheerder met Web Image Monitor.Zie de Veiligheidshandleiding voor details.Zorg ervoor dat u deze handleiding leest wanneer u de geavanceerde beveiligingsfuncties ofgebruikers- en beheerdersverificatie instelt.Installatiehandleiding stuurprogrammaDeze handleiding beschrijft hoe u elk stuurprogramma kunt installeren en kunt configureren.4
1. Snel aan de slagIn dit hoofdstuk worden de gebruikte symbolen, namen en onderdelen in de handleidingen die met deprinter meegeleverd worden, uitgelegd en er wordt uitgelegd hoe u het configuratiescherm van deprinter kunt weergeven.Voordat u begintHoe werken deze handleidingen?Symbolen in de handleidingenDe handleiding gebruikt de volgende symbolen:Geeft punten aan waar u rekening mee moet houden wanneer u het apparaat gebruikt en een uitlegvan mogelijke oorzaken voor het vastlopen van papier, schade aan originelen of gegevensverlies. Leesdeze uitleg zorgvuldig door.Geeft een aanvullende uitleg van de functies van het apparaat aan en instructies voor het oplossen vanfouten die door de gebruiker zijn gemaakt.Dit symbool vindt u aan het eind van iedere sectie.
Het geeft aan waar u meer relevante informatie kuntvinden.[ ]Geeft de namen van de toetsen aan die op het display verschijnen of refereren naar de (plastic)knoppen op de bedieningspaneel van het apparaat.Geeft de toetsvolgorde aan die u met het bedieningspaneel moet uitvoeren.Voorbeeld: Selecteer [Host interface] Druk op [OK](Selecteer [Host interface] en druk vervolgens op de [OK]-knop.)(voornamelijk in Europa en Azië)(voornamelijk Noord-Amerika)De verschillen tussen de functies van Regio A en Regio B-modellen worden aangegeven door tweesymbolen. Lees de informatie die wordt aangegeven door het symbool dat overeenkomt met de regio7
Voor meer informatie over welk symbool overeenkomt met het model datu gebruikt, raadpleegt u de Gebruiksaanwijzing.DisclaimerDe inhoud van deze handleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.In geen enkel geval kan het bedrijf aansprakelijk worden gesteld voor directe, indirecte, speciale oftoevallige schade of gevolgschade voortvloeiend uit het hanteren of het bedienen van het apparaat.OpmerkingenDe fabrikant is niet aansprakelijk voor eventuele schade of kosten die kunnen voortvloeien uit hetgebruik van onderdelen die geen originele onderdelen van de fabrikant zijn bij uw kantoorapparatuur.Voor een goede afdrukkwaliteit adviseert de fabrikant u om de originele toner van de fabrikant tegebruiken.Sommige afbeeldingen in deze handleiding tonen een enigszins andere versie van het apparaat.Het IP-adresIn deze handleiding verwijst 'IP-adres' naar zowel de IPv4- als de IPv6-omgeving.
Naam van de optie Beschrijving VM-kaart Type W VM-kaartModelspecifieke informatieIn dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u kunt controleren tot welke regio uw printer behoort.Op de achterkant van de printer bevindt zich een sticker, zie afbeelding hieronder. De sticker bevatgegevens waarmee de regio van uw printer wordt geïdentificeerd. Lees wat er op de sticker staat.CSJ306De volgende informatie is regiospecifiek.
Lees de informatie onder het symbool dat overeenkomt met deregio van uw printer.(voornamelijk in Europa en Azië)Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een Regio A-model: • CODE XXXX -27 • 220 – 240 V(voornamelijk in Noord-Amerika)Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een Regio B-model: • CODE XXXX -17 • 120 – 127 V • De afmetingen in deze handleiding worden gegeven in twee meeteenheden: metrisch en in inches.Als uw printer een model uit regio A is, kijkt u naar de metrische meeteenheden. Is uw printerafkomstig uit regio B, kijk dan naar de Engelse meeteenheden.Voordat u begint9
BovenklepOpen deze klep om toner of zwarte drumeenheid/kleurendrumeenheid te vervangen. 2. StandaardladeHierin worden de afdrukken verzameld met de afdrukzijde omlaag. 3. BedieningspaneelU kunt het scherm handmatig omhoog zetten. Stel de hoek van het scherm af om het goed af te kunnen lezen.1. Snel aan de slag10
CSJ250Zie Pag.16 "Namen en functies van het bedieningspaneel van de printer". 4. VoorpaneelOpen deze klep wanneer u een tonerfles, enz. moet vervangen of vastgelopen papier moet verwijderen.Trek aan de hendel aan de rechterkant om de voorklep te openen. 5. HandinvoerU kunt tot 100 vellen normaal papier plaatsen.Voor details over de afmetingen en papiersoorten die kunnen worden gebruikt, zie Pag.23"Papierspecificaties". 6. HoofdstroomschakelaarGebruik deze schakelaar om de printer in en uit te schakelen.Voer de uitschakelingsprocedure uit voor u de stroom uitschakelt. Voor informatie over het uitschakelen van deprinter, zie Pag.18 "Het apparaat uitzetten". 7. Indicatielampje resterende hoeveelheid papierGeeft aan hoeveel papier er nog ongeveer in de lade zit. 8.
Standaard papierinvoerlade (Lade 1)U kunt tot 250 vellen normaal papier plaatsen.Voor details over de afmetingen en papiersoorten die kunnen worden gebruikt, zie Pag.23"Papierspecificaties". 9. Stopwand (A3, Legal en Double Letter)Til de achterste stopwand op (door eraan te trekken in de richting van de pijl) om te voorkomen dat afdrukkenin het A3-, Legal- of Double Letter-formaat achter uit de printer vallen.Zorg dat u de stopwand na gebruik weer op zijn originele plek plaatst. De wand kan beschadigen als hijgeraakt wordt door iets of als er veel druk op komt te staan. 10. Standaard ladeverlengstukGebruik dit om vellen te ondersteunen die gekruld uit de printer komen.Klap het verlengstuk open door het uiteinde naar beneden te drukken dat zich tegen de achterkant van deprinter bevindt.Zorg dat u na gebruik het standaard ladeverlengstuk weer op zijn originele plek plaatst.
11. Openingshendel bovenklepTrek deze hendel omhoog om de bovenklep te openen. 12. VentilatieopeningWarmte van interne onderdelen wordt via deze ventilatieopeningen afgevoerd om oververhitting tevoorkomen. Wanneer deze ventilatieopeningen worden afgesloten of geblokkeerd, kan dit leiden totstoringen en defecten. 13. Openingshendel voorklepTrek aan deze greep om de voorklep te openen. 14. De papierformaat-instellingsknopGebruik deze knop om het papierformaat te selecteren. Om een papierlade te gebruiken die niet op de papierformaatinstellingsknop staat, stelt u deze in op " ". In dit geval moet u het papierformaat met hetbedieningspaneel opgeven.AchteraanzichtCSJ10112365478910 1. VentilatieopeningWarmte van interne onderdelen wordt via deze ventilatieopeningen afgevoerd om oververhitting tevoorkomen.
Wanneer deze ventilatieopeningen worden afgesloten of geblokkeerd, kan dit leiden totstoringen en defecten. 2. GeheugenklepVerwijder deze klep om de optionele SDRAM-module en harde schijf te installeren. 3. VoedingVerbind het netsnoer met de printer. Steek het andere uiteinde in een stopcontact. 4. Klep voor kabelsVerwijder deze klep om de optionele interface-eenheden en de SD-kaart te installeren en de verschillendekabels aan te sluiten.1. Snel aan de slag12
5. AchterklepTil deze klep op en bevestig de klep van de papierlade als het papier groter is dan A4- of letter-formaat. 6. USB-poort ASluit externe apparaten aan, zoals een digitale camera, een apparaat voor kaartverificatie. 7. Sleuven voor geheugenkaartenVerwijder de klep en plaats de SD-kaarten. 8. Optionele interfacekaartsleufOptionele interfacekaarten kunnen worden geplaatst.Steek een optionele draadloze LAN-interfacekaart of IEEE 1284-interfacekaart in de sleuf. 9. USB-poort BSluit de printer met behulp van een USB-kabel aan op de computer. 10. EthernetpoortGebruik een netwerkinterfacekabel om de printer op een netwerk aan te sluiten.Binnenkant13245679 810CSJ230 1.
2. Binnenste paneelOpen deze klep wanneer u de zwarte drumeenheid/kleurdrumeenheden moet vervangen. 3. Openingshendel binnenklepTrek aan deze hendel om de binnenklep te openen. 4. FuseereenheidAls het volgende bericht op het bedieningspaneel verschijnt, vervang de fuseereenheid: • "Vervang binnenk.:Fuseereenh" 5. Tussenliggende transfereenheidVerschijnt het volgende bericht op het bedieningspaneel, vervang dan de tussenliggende transfereenheid: • "Verv. vereist:IntTransf" 6. TonerafvalflesHierin wordt toner verzameld die tijdens het printen vrijkomt.Als er op het scherm een bericht verschijnt met de vraag de fles te vervangen, vervang dan de tonerafvalfles. • " Tonerafvalfles vol" 7. TransferrolAls het volgende bericht op het bedieningspaneel verschijnt, vervang dan de transferrol die zich in detussenliggende transfereenheid bevindt: • "Verv.
vereist:IntTransf"Vervang de transferrol en tussenliggende transfereenheid tegelijk. 8. LED-koppenReinig de LED-koppen als er zwarte of gekleurde lijnen op afdrukken verschijnen. 9. Zwarte drumeenheid / kleurdrumeenhedenDe drumeenheden worden geïnstalleerd in de volgorde zwart (K), geel (Y), magenta (M) en cyaan (C).Vervang de relevante zwarte of kleurdrumeenheid wanneer het volgende bericht verschijnt: • "Vervanging vereist:PCU:Zwart" • "Vervanging vereist:PCU:Kleur" 10. DraaiknopAls u het papier dat vastzit er niet uit kunt trekken, verwijder het dan door aan de knop te draaien.1. Snel aan de slag14
Informatie over de functie van de interne printeropties1342CSJ312 1. SD-geheugenkaartopties • Kaart voor rechtstreeks afdrukken vanaf camera'sHiermee kunt u rechtstreeks foto's afdrukken die gemaakt zijn met een digitale PictBridge-camera. • VM-kaartMet deze kaart kunt u softwaretoepassingen installeren. • NetWare-kaartDeze kaart hebt u nodig wanneer u een NetWare-server gebruikt.Raadpleeg de Gebruiksaanwijzing voor informatie over het bevestigen van deze optie. 2. Optionele interface-eenheden • Draadloze LAN-kaartHiermee kunt u via een draadloze LAN-verbinding communiceren. • IEEE 1284 interfacekaartHiermee kunt u het apparaat aansluiten op een IEEE 1284-kabel.Raadpleeg de gebruiksaanwijzing voor informatie over het bevestigen van deze optie. 3. SDRAM-moduleU kunt 1,0 GB geheugen toevoegen.Raadpleeg de gebruiksaanwijzing voor informatie over het bevestigen van deze optie. 4.
Harde schijfHiermee kunt u documenten opslaan die afgedrukt moeten worden.Raadpleeg de gebruiksaanwijzing voor informatie over het bevestigen van deze optie.Namen en functies van onderdelen15
• Als u twee of meer SD-kaarten wilt gebruiken, die in dezelfde sleuf kunnen gestoken worden,raadpleegt u uw verkoop- of servicevertegenwoordiger.Namen en functies van het bedieningspaneel van de printerOp deze illustratie ziet u het bedieningspaneel van de printer. 1 2 3 4 5 613121110987CSJ221 1. [Job reset]-knopWanneer de printer online is, drukt u op deze knop om een actieve afdruktaak te annuleren. 2. LichtsensorMet deze sensor wordt het niveau van het omgevingslicht gemeten wanneer de functie ECO Night Sensoringeschakeld is. 3. [Switch Functions]-knopDruk op deze knop om te wisselen tussen het scherm van de printerfunctie en de schermen van de uitgebreidefuncties die op dit moment worden gebruikt. 4. DisplayGeeft de huidige printerstatus en foutmeldingen weer.Door het inschakelen van de energiespaarstand wordt de achtergrondverlichting uitgeschakeld.
Voor meerinformatie over de energiespaarstanden, zie Pag.19 "Energie besparen". 5. ScrolltoetsenDruk op deze knoppen om de cursor in elke gewenste richting te bewegen. Wanneer de knoppen [ ] [ ] [ ] [ ] in deze handleiding worden weergegeven, druk dan op de scrolltoetsmet dezelfde richting.1. Snel aan de slag16
6. Indicatielampje HoofdstroomGaat branden wanneer de printer klaar is om gegevens van een computer te ontvangen. Knippert wanneerde printer bezig is met opwarmen of wanneer er gegevens worden ontvangen. Dit indicatielampje is uitwanneer de stroom is uitgeschakeld of de printer in de Energiespaarstand staat. 7. [Suspend/Resume]-knopDruk hierop om de afdruktaak die momenteel wordt verwerkt, te onderbreken. Het indicatielampje blijftoplichten zolang de taak onderbroken is. Druk nogmaals op deze knop om de taak te hervatten. Het hervatten van een onderbroken taak gebeurtautomatisch wanneer de tijd die opgegeven is in [Tijd auto reset. ] verlopen is (standaard: ). 60 seconden60 seconden60 seconden60 seconden60 secondenZie voor meer informatie over de instelling [Tijd auto reset. ] de Gebruiksaanwijzing. 8.
Indicatielampje inkomende gegevensDit lampje knippert wanneer de printer gegevens van een computer ontvangt. Het indicatielampje Data inbrandt als er gegevens zijn om af te drukken. 9. [Menu]-knopDruk op deze knop om de huidige printerinstellingen vast te leggen en te controleren. Druk op deze knop om de standaard instellingen aan te passen aan uw eisen. Raadpleeg deGebruiksaanwijzing. 10. WaarschuwingsindicatielampjeGaat branden of knipperen wanneer er een printerfout optreedt. Brandt continu rood: afdrukken is niet mogelijk of is wel mogelijk, maar de afdrukkwaliteit kan niet wordengegarandeerd. Knippert geel: de printer moet binnenkort worden onderhouden of er moet een verbruiksartikel, zoalsprintcartridge, worden vervangen. Volg de instructies op die op het display verschijnen. 11. SelectietoetsenCorresponderen met de functie-items onderin het scherm.
Voorbeeld: wanneer u in deze handleiding instructies krijgt om op [Optie] te drukken, drukt u op deselectietoets linksonder het beginscherm. 12. [Escape]-knopDruk op deze toets om een handeling te annuleren of terug te gaan naar het vorige scherm. 13.
Het apparaat aan-/uitzettenDit gedeelte beschrijft hoe u de printer in-/uitschakelt. Het apparaat aanzetten 1. Zorg ervoor dat de stekker van het netsnoer stevig in het stopcontact zit. 2. Druk op de hoofdstroomschakelaar. CSJ313Het aan/uit indicatielampje gaat branden. • De printer maakt geluid bij het initialiseren. Dit geluid duidt niet op slecht functioneren. Het apparaat uitzetten • Wanneer u de stekker uit het stopcontact haalt, trek dan aan de stekker, niet aan het snoer. Alsu aan het snoer trekt, kunt u het netsnoer beschadigen. Het gebruik van beschadigdenetsnoeren kan resulteren in brand of een elektrische schok. ••••• Houd de hoofdstroomschakelaar niet ingedrukt als u de printer uitschakelt. Doet u dit wel, danHoud de hoofdstroomschakelaar niet ingedrukt als u de printer uitschakelt. Doet u dit wel, danHoud de hoofdstroomschakelaar niet ingedrukt als u de printer uitschakelt.
Doet u dit wel, danHoud de hoofdstroomschakelaar niet ingedrukt als u de printer uitschakelt. Doet u dit wel, danHoud de hoofdstroomschakelaar niet ingedrukt als u de printer uitschakelt. Doet u dit wel, danwordt de printer uitgeschakeld en kunnen de harde schijf en de SDRAM-module beschadigdwordt de printer uitgeschakeld en kunnen de harde schijf en de SDRAM-module beschadigdwordt de printer uitgeschakeld en kunnen de harde schijf en de SDRAM-module beschadigdwordt de printer uitgeschakeld en kunnen de harde schijf en de SDRAM-module beschadigdwordt de printer uitgeschakeld en kunnen de harde schijf en de SDRAM-module beschadigdraken, waardoor er een storing in de printer optreedt. raken, waardoor er een storing in de printer optreedt. raken, waardoor er een storing in de printer optreedt. raken, waardoor er een storing in de printer optreedt.
••••• Schakel de hoofdschakelaar uit en zorg ervoor dat het indicatielampje Aan/uit niet meer brandtSchakel de hoofdschakelaar uit en zorg ervoor dat het indicatielampje Aan/uit niet meer brandtSchakel de hoofdschakelaar uit en zorg ervoor dat het indicatielampje Aan/uit niet meer brandtSchakel de hoofdschakelaar uit en zorg ervoor dat het indicatielampje Aan/uit niet meer brandtSchakel de hoofdschakelaar uit en zorg ervoor dat het indicatielampje Aan/uit niet meer brandtvoordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Anders kunnen de harde schijf of het geheugenvoordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Anders kunnen de harde schijf of het geheugenvoordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Anders kunnen de harde schijf of het geheugenvoordat u de stekker uit het stopcontact haalt. Anders kunnen de harde schijf of het geheugenvoordat u de stekker uit het stopcontact haalt.
1. Druk op de hoofdstroomschakelaar.CSJ313De stroom wordt automatisch uitgeschakeld als het uitschakelen voltooid is.Als het scherm blijft aangeven dat er wordt uitgeschakeld, neem dan contact op met uwservicevertegenwoordiger.Energie besparenDeze printer heeft de volgende energiebesparende functies.Energiespaarstand (Uitmodus fuseereenheid)Als u de printer na een handeling gedurende een bepaalde periode niet gebruikt, wordt hetscherm uitgeschakeld en schakelt de printer over naar de energiespaarstand. De printer gebruiktminder elektriciteit in de energiespaarstand.U kunt de tijdsduur tot de printer overschakelt naar de slaapstand wijzigen bij [Timer uitzetmodusfus.eenh].
Voor meer informatie, zie de Gebruiksaanwijzing.Om de energiespaarstand af te sluiten, voert u een van de volgende handelingen uit: • Druk op een van de knoppen op het bedieningspaneel (behalve de [Andere functies]-knop) • Druk een taak af die verzonden is vanaf een computerSlaapstandAls u de printer gedurende een bepaalde periode niet gebruikt nadat deze over is gegaan naarde modus energiespaarstand, schakelt de printer over naar de slaapstand om het stroomverbruiknog verder te beperken.
De printer schakelt ook naar de slaapstand als: • De tijd is verstreken die is ingesteld in [Timer slaapstand] • Het is de dag en het tijdstip die zijn opgegeven bij [Wekelijkse timer:]Voor meer informatie over het instellen van de [Timer slaapstand] en [Wekelijkse timer:], zie deGebruiksaanwijzing.Om de slaapstand af te sluiten, voert u een van de volgende handelingen uit: • Druk op een van de knoppen op het bedieningspaneelHet apparaat aan-/uitzetten19
• Druk een taak af die verzonden is vanaf een computerStroom Uit-stand met ECO Night SensorDe printer detecteert de mate van (dag)licht en schakelt zichzelf 's nachts automatisch uit. Voorinformatie over het instellen van [ECO Night Sensor], zie de Gebruiksaanwijzing.
• De energiespaarstandfuncties werken niet als: • Communicatie met externe apparaten • Harde schijf bezig is met het uitvoeren van een bewerking • Een waarschuwing wordt weergegeven • Het bericht voor onderhoud wordt weergegeven • Er papier is vastgelopen • De panelen van de printer zijn geopend • De toner wordt bijgevuld • Het scherm met printerinstellingen wordt weergegeven • De vastgestelde opwarmperiode nog niet verstreken is • Gegevens afgedrukt worden • Handelingen opgeschort worden tijdens afdrukken • Het indicatielampje Inkomende gegevens aan is of knippert • De testafdruk, de beveiligde afdruk of het opgeslagen afdrukscherm weergegeven wordt • Het scherm van een document dat is opgeslagen, wordt weergegeven • De printer verbruikt in de Slaapstand minder stroom, maar het duurt langer voor het afdrukkenbegint.
• Als er twee of meer energiespaarfuncties zijn ingesteld, wordt de functie waarvan aan de voorafopgegeven voorwaarden wordt voldaan, het eerst actief.1. Snel aan de slag20
De printerconfiguratie-schermen weergevenIn dit onderdeel wordt beschreven hoe u het configuratiescherm van de printer kunt weergeven.Weergave van de printerconfiguratie-schermen op het bedieningspaneelIn deze sectie wordt uitgelegd hoe u de configuratieschermen kunt openen.In het configuratiescherm kunt u standaards instellen of wijzigen. ••••• Als Beheerderverificatie management is opgegeven, neem dan contact op met uw beheerder.Als Beheerderverificatie management is opgegeven, neem dan contact op met uw beheerder.Als Beheerderverificatie management is opgegeven, neem dan contact op met uw beheerder.Als Beheerderverificatie management is opgegeven, neem dan contact op met uw beheerder.Als Beheerderverificatie management is opgegeven, neem dan contact op met uw beheerder. 1. Druk op de [Menu]-knop.CSJ318 2. Selecteer de instellingen die u wilt wijzigen.
Druk op [ ] of [ ] om de volgende en vorige items te selecteren. 3. Druk op de [OK]-knop. • Wijzigingen die u aanbrengt met configuratieschermen blijven van kracht, zelfs als de stroomuitgeschakeld wordt. • Om wijzigingen aan instellingen ongedaan te maken en terug te keren naar het startscherm, druktu op de Escape-knop.Printerconfiguratie-schermen met een internetbrowser weergevenEr zijn twee modi beschikbaar in Web Image Monitor: de gastmodus en de beheerdersmodus.De weergegeven items hangen af van het printertype.GastmodusU kunt deze modus openen zonder in te loggen.De printerconfiguratie-schermen weergeven21
In de gastmodus kunnen de status en de instellingen van de printer en de status van de afdruktakenworden bekeken, maar de instellingen van de printer kunnen niet worden gewijzigd. BeheerdersmodusVoor deze modus moet een beheerder inloggen. In de beheerdersmodus kunt u verschillende printerinstellingen configureren. ••••• Als u een IPv4-adres invoert, begin de onderdelen dan niet met een nul. Bijvoorbeeld: als het adresAls u een IPv4-adres invoert, begin de onderdelen dan niet met een nul. Bijvoorbeeld: als het adresAls u een IPv4-adres invoert, begin de onderdelen dan niet met een nul. Bijvoorbeeld: als het adresAls u een IPv4-adres invoert, begin de onderdelen dan niet met een nul. Bijvoorbeeld: als het adresAls u een IPv4-adres invoert, begin de onderdelen dan niet met een nul. Bijvoorbeeld: als het adres"192. 168. 001. 010" is, moet u het invoeren als "192. 168. 1. 10". "192. 168. 001.
010" is, moet u het invoeren als "192. 168. 1. 10". "192. 168. 001. 010" is, moet u het invoeren als "192. 168. 1. 10". "192. 168. 001. 010" is, moet u het invoeren als "192. 168. 1. 10". "192. 168. 001. 010" is, moet u het invoeren als "192. 168. 1. 10". 1. Start uw internetbrowser. 2. Voer "http://(IP-adres of hostnaam van de printer)/" in de adresbalk van uwwebbrowser in. De eerste pagina van Web Image Monitor wordt weergegeven. Als de hostnaam van de printer is geregistreerd op de DNS- of WINS-server, dan kunt u dezeinvoeren. Wanneer u SSL instelt, een protocol voor gecodeerde communicatie, in een omgeving waarinserververificatie wordt gebruikt, voer dan "https://( IP-adres of hostnaam van de printer)/" in. 3. Om in de beheerdersmodus in te loggen in Web Image Monitor, klik op [Inloggen]Het dialoogvenster voor het opgeven van uw log-in gebruikersnaam en wachtwoord wordtweergegeven. 4.
2. Papier plaatsenIn dit hoofdstuk worden de beschikbare lades voor ieder papierformaat en -type beschreven en erwordt uitgelegd hoe u papier in de papierlades kunt plaatsen. PapierspecificatiesOm het gewenste afdrukresultaat te bereiken, is het belangrijk dat u de juiste invoerlade selecteert voorhet formaat, type en gewicht van het papier dat u wilt gebruiken. U moet ook het papierformaat en typecorrect invoeren op het bedieningspaneel of Web Image Monitor en/of de papierselectieknop op delade. Procedure voor het plaatsen van papier 1. Controleer de papierlade die beschikbaar is op formaat, type en gewicht van het papierdat u wilt gebruiken. Zie voor informatie over beschikbare papierlades voor ieder papierformaat de tabellen hieronder. 2. Wijzig het papierformaat en de type-instellingen voor de lade die u geselecteerd hebt.
Gebruik het bedieningspaneel van de printer of Web Image Monitor om het papierformaat en hettype te wijzigen. Als u papier plaatst in de lades 1 tot 4, pas dan het papierformaat met depapierformaatknop op de lade aan. Voor meer informatie over het wijzigen van papierinstellingen via het bedieningspaneel, zie deGebruiksaanwijzing. 3. Leg een nieuwe stapel papier in de lade. Voor informatie over het plaatsen van papier raadpleegt u Pag. 30 "Papier in papierladesplaatsen" of Pag. 36 "Papier in de handinvoerlade plaatsen". Voor informatie over het plaatsen van enveloppen raadpleegt u Pag. 40 "Enveloppen plaatsen". Specificaties papierformaatIn de volgende tabel ziet u de papierformaten die in iedere invoerlade geplaatst kunnen worden. In de kolom "Papierformaat" staan de namen van de papierformaten en hun afmetingen in millimeters en inches.
De pictogrammen en geven de richting van het papier aan metbetrekking tot de printer. De letters in de tabel duiden op het volgende: • A: Selecteer het papierformaat met behulp van het bedieningspaneel. • B: Selecteer het papierformaat met behulp van de papierformaatknop op de lade.
Engelse formaten Papierlade Horizontaal formaat Verticaal formaat Handinvoer 2,52 tot 11,69 inch 5,00 tot 49,60 inchLade 1* 3,55 tot 11,69 inch 5,83 tot 17,00 inch Lade 2 -4 5,50 tot 11,69 inch 7,17 tot 17,00 inch* In lade 1 kunt u geen papier plaatsen van 279,4 mm (11,0 inch) of breder of langer dan 420mm (16,6 inch).Specificaties papiertypeIn de volgende tabel ziet u de papiertypes die in iedere lade geplaatst kunnen worden. Zie detabel "Papiergewicht" voor het daadwerkelijke gewicht in cijfers in de kolom "Papiergewichtnr."Gebruik beide tabellen om het juiste papierformaat te zoeken voor het papier dat u gebruikt.De letters in de tabel duiden op het volgende: • A: Ondersteund • -: Niet ondersteundPapiertype Papiergewichtnr.
Papiertype Papiergewichtnr. Handinvoer Lade 1 Lade 2 – 4 Briefhoofdpapier 1 tot 7*1A Voorbedrukt papier 1 tot 7*1A Bankpost 1 tot 7*1A Karton 1 tot 7*1A Etikettenpapier 1 tot 7*1A Glanzend papier -*2A Envelop 5, 6 A - Gecoat papier 5 tot 7*1APapiergewicht Nr. Papiergewicht 1 56 – 65 g/m2 (15 – 18 lb. BANKPOST) 2 66 – 74 g/m2 (18 – 20 lb. BANKPOST) 3 75 – 90 g/m2 (20 – 24 lb. BANKPOST) 4 91 – 128 g/m2(24 – 34 lb. BANKPOST) 5 129 - 163 g/m2 (34 lb. BANKPOST - 90 lb. INDEX) 6 164 – 220 g/m2(90 lb. INDEX – 80 lb. VOORBLAD)7*1221 – 256 g/m2(80 lb. VOORBLAD – 140 lb. INDEX)*1 Papiergewicht nr. 7 is alleen beschikbaar voor de handinvoer.*2 Het is niet nodig om het papiergewicht te specificeren voor dit papiertype.Papierspecificaties27
Voorzorgsmaatregelen voor papier • Probeer niet op geniete vellen, aluminiumfolie, carbonpapier of enig soort geleidend papier tedrukken. Doet u dit wel, dan bestaat er kans op brand. Voorzorgsmaatregelen • Om papierstoringen te voorkomen, moet u het papier loswaaieren voordat u het plaatst. • Als u papier plaatst als er nog maar een paar vellen papier in de lade liggen, kan hetvoorkomen dat er meerdere vellen papier tegelijk worden ingevoerd. Verwijder al het papier,leg het op de stapel nieuwe vellen papier en waaier de hele papierstapel uit voordat u het inde lade plaatst. • Maak omgekruld of gevouwen papier recht voordat u het plaatst. • Voor meer informatie over beschikbare papierformaten en -types voor elke papierlade, ziePag. 23 "Papierspecificaties".
• Afhankelijk van de omgeving waarin de printer wordt gebruikt, kunt u soms een ritselendgeluid horen van papier dat door de printer beweegt. Dit geluid duidt niet op slechtfunctioneren. Ongeschikt papierGebruik het volgende niet om defecten en papierstoringen te voorkomen: • Papier voor inkjetprinters, thermisch faxpapier, tekenpapier, papier met geperforeerde lijnen,papier met kartelraden, OHP-transparanten of vensterenveloppen • Gebogen, gevouwen of gekreukeld papier, geperforeerd papier, glad papier, gescheurdpapier, ruw papier, dun of slap papier, stoffig papier • Er kunnen storingen optreden als u afdrukt op vellen waarop reeds is afgedrukt. Druk alleenaf op lege vellen. • Zelfs ondersteunde papiertypen kunnen papierstoringen of defecten veroorzaken als hetpapier niet in goede conditie is. Vellen kunnen vastlopen als ze niet juist zijn bewaard.
• Als u afdrukt op papier met een grove structuur, kan de afdruk wazig worden. • Plaats geen vellen die reeds bedrukt zijn door een andere printer. PapieropslagWanneer u papier bewaart, moeten de volgende voorzorgsmaatregelen altijd worden getroffen: • Bewaar het papier niet op een plek waar het wordt blootgesteld aan direct zonlicht.
• Bewaar papier niet verticaal. • Als het papier eenmaal is geopend, bewaart u het in plastic tassen.AfdrukgebiedHieronder wordt het aanbevolen afdrukgebied voor deze printer weergegeven.CEC24423314 4 1. Afdrukgebied 2. Invoerrichting 3. 4,2 mm (0,2 inch) 4. 4,2 mm (0,2 inch) • Het afdrukgebied kan variëren, afhankelijk van papierformaat, printertaal enprinterinstellingen. • Afhankelijk van de instellingen van het printerstuurprogramma is het mogelijk om buiten hetaanbevolen afdrukgebied af te drukken. Echter de werkelijke uitvoer kan afwijken of er kanzich een probleem voordoen met papierinvoer. • Als [Afdruk zonder marges] onder [Apparaatmodi] in [Afdrukinstellingen] ingeschakeld is,worden marges aan de linker-, rechter- en onderkant 0 mm. Voor meer informatie over[Afdruk zonder marges] raadpleegt u de Gebruiksaanwijzing.Voorzorgsmaatregelen voor papier29
Papier in papierlades plaatsenIn het volgende voorbeeld wordt papier in lade 1 geplaatst. • Pas tijdens het bijvullen van papier op dat uw vingers niet vast komen te zitten of dat u zeverwondt. ••••• Voor informatie over welke papierformaten en -soorten in welke lades geplaatst kunnen worden,Voor informatie over welke papierformaten en -soorten in welke lades geplaatst kunnen worden,Voor informatie over welke papierformaten en -soorten in welke lades geplaatst kunnen worden,Voor informatie over welke papierformaten en -soorten in welke lades geplaatst kunnen worden,Voor informatie over welke papierformaten en -soorten in welke lades geplaatst kunnen worden,zie Pag. 23 "Papierspecificaties". zie Pag. 23 "Papierspecificaties". zie Pag. 23 "Papierspecificaties". zie Pag. 23 "Papierspecificaties". zie Pag. 23 "Papierspecificaties".
••••• Als er vaak papierstoringen optreden, draai de stapel papier dan om en plaats de stapel terug inAls er vaak papierstoringen optreden, draai de stapel papier dan om en plaats de stapel terug inAls er vaak papierstoringen optreden, draai de stapel papier dan om en plaats de stapel terug inAls er vaak papierstoringen optreden, draai de stapel papier dan om en plaats de stapel terug inAls er vaak papierstoringen optreden, draai de stapel papier dan om en plaats de stapel terug inde lade. de lade. de lade. de lade. de lade. ••••• Plaats niet verschillende papiersoorten in één en dezelfde lade. Plaats niet verschillende papiersoorten in één en dezelfde lade. Plaats niet verschillende papiersoorten in één en dezelfde lade. Plaats niet verschillende papiersoorten in één en dezelfde lade. Plaats niet verschillende papiersoorten in één en dezelfde lade.
••••• Geef na het plaatsen het papierformaat op met behulp van het bedieningspaneel of deGeef na het plaatsen het papierformaat op met behulp van het bedieningspaneel of deGeef na het plaatsen het papierformaat op met behulp van het bedieningspaneel of deGeef na het plaatsen het papierformaat op met behulp van het bedieningspaneel of deGeef na het plaatsen het papierformaat op met behulp van het bedieningspaneel of depapierformaatknop. Geef het papiertype met behulp van het bedieningspaneel op.
Wanneer upapierformaatknop. Geef het papiertype met behulp van het bedieningspaneel op. Wanneer upapierformaatknop. Geef het papiertype met behulp van het bedieningspaneel op. Wanneer upapierformaatknop. Geef het papiertype met behulp van het bedieningspaneel op. Wanneer upapierformaatknop. Geef het papiertype met behulp van het bedieningspaneel op. Wanneer ueen document afdrukt, moet u in het printerstuurprogramma de papiersoort en het papiertypeeen document afdrukt, moet u in het printerstuurprogramma de papiersoort en het papiertypeeen document afdrukt, moet u in het printerstuurprogramma de papiersoort en het papiertypeeen document afdrukt, moet u in het printerstuurprogramma de papiersoort en het papiertypeeen document afdrukt, moet u in het printerstuurprogramma de papiersoort en het papiertypeopgeven die u ook via het bedieningspaneel hebt ingesteld.
opgeven die u ook via het bedieningspaneel hebt ingesteld. opgeven die u ook via het bedieningspaneel hebt ingesteld. opgeven die u ook via het bedieningspaneel hebt ingesteld. opgeven die u ook via het bedieningspaneel hebt ingesteld. ••••• Verplaats de zijgeleider en eindgeleider voorzichtig. Gebruik hiervoor geen brute kracht. Dit kanVerplaats de zijgeleider en eindgeleider voorzichtig. Gebruik hiervoor geen brute kracht. Dit kanVerplaats de zijgeleider en eindgeleider voorzichtig. Gebruik hiervoor geen brute kracht. Dit kanVerplaats de zijgeleider en eindgeleider voorzichtig. Gebruik hiervoor geen brute kracht. Dit kanVerplaats de zijgeleider en eindgeleider voorzichtig. Gebruik hiervoor geen brute kracht. Dit kande lade beschadigen. de lade beschadigen. de lade beschadigen. de lade beschadigen. de lade beschadigen. ••••• Als u etikettenpapier plaatst, doe dit dan één vel per keer.
• Voor lade 2 t/m 4CSJ252 2. Trek de lade voorzichtig naar buiten tot hij stopt, til de voorzijde van de lade op en trekhem dan uit de printer.CSH054Plaats de lade op een vlak oppervlak. 3. Knijp in de klem van de zijgeleider en schuif deze tot het gewenste papierformaat.CSJ119Papier in papierlades plaatsen31
4. Knijp in de eindgeleider en schuif deze naar binnen tot het standaardformaat.CSJ253 5. Als er papier in lade 2, 3 of 4 wordt geplaatst, verschuif dan de twee geleiders onderaande lade aan de hand van de papierdikte.CSJ168Als het papier 164 g/m2 of dikker is, schuif dan beide zijgeleiders naar de achterste (dikke)positie. Als het papier lichter is dan 163 g/m2, schuif dan beide geleiders naar de voorste (dunne)positie. 6. Waaier de stapel even los voordat u deze in de lade plaatst.CBK254 7. Plaats het papier zodanig dat de afdrukzijde naar boven ligtZorg dat het papier niet hoger wordt gestapeld dan de bovenste limietmarkering (bovenste lijn)binnen in de lade.2. Papier plaatsen32
CSJ121 8. Schuif de papiergeleiders tegen het papier zodat er geen ruimte meer tussen zit.Verplaats het papier in de lade niet meer dan een paar millimeter.Overmatige verplaatsing van geladen papier kan ertoe leiden dat de papierranden beschadigdraken rond de openingen van de liftplaat van de lade, waardoor vellen papier verkreukelen ofvastlopen. 9. Til de voorkant van de lade omhoog en schuif de lade voorzichtig in de printer totdatdeze stopt.CSJ310Zorg om papierstoringen te voorkomen, dat de lade stevig is geplaatst. • Verleng de lade bij het plaatsen van papier langer dan A4 of 81/2 × 11 in lade 1. Raadpleegvoor meer informatie Pag.34 "Lade 1 verlengen". • Strijk voor het plaatsen van postkaarten of 148 x 200 mm papier papierkreukels binnen 2 mmnaar boven en 0 mm naar beneden tegen de lade glad. • Briefpapier moet worden geplaatst in een specifieke richting.
Papier in de handinvoerlade plaatsen ••••• Voor informatie over welke papierformaten en -soorten in welke lades geplaatst kunnen worden,Voor informatie over welke papierformaten en -soorten in welke lades geplaatst kunnen worden,Voor informatie over welke papierformaten en -soorten in welke lades geplaatst kunnen worden,Voor informatie over welke papierformaten en -soorten in welke lades geplaatst kunnen worden,Voor informatie over welke papierformaten en -soorten in welke lades geplaatst kunnen worden,zie Pag. 23 "Papierspecificaties". zie Pag. 23 "Papierspecificaties". zie Pag. 23 "Papierspecificaties". zie Pag. 23 "Papierspecificaties". zie Pag. 23 "Papierspecificaties". ••••• Controleer of de stapel papier niet hoger is dan de limietmarkering. Het plaatsen van te veelControleer of de stapel papier niet hoger is dan de limietmarkering.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Ricoh Aficio SP C730DN stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Printer Ricoh
Handleiding Printer
Nieuwste handleidingen voor Printer