Rendamax R2700 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Rendamax R2700 (88 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Rendamax R2700 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/88
Rendama
x
Technische documentatie
R2700 R2800 R2900
Doc430/2789CV01H

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Rendamax
Categorie: Verwarmingsketel
Model: R2700

Handleiding Rendamax R2700 – volledige tekst

De types R2704 t/m R2709 zijn geschikt voor distributiedrukken van zowel 25 als 100 mbar. Bij hogere gasdrukken dient in overleg met het plaatselijke gasbedrijf een aparte gasdrukregelaar te worden geplaatst. De minimale voordruk mag nooit beneden 20 mbar komen (zie par. 5.3.1).

De types R2804 t/m R2809 zijn geschikt voor distributiedrukken van zowel 25 als 100 mbar. Bij hogere gasdrukken dient in overleg met het plaatselijke gasbedrijf een aparte gasdrukregelaar te worden geplaatst. De minimale voordruk mag nooit beneden 20 mbar komen (zie par. 5.3.1).

De types R2904 t/m R2909 zijn geschikt voor distributiedrukken van zowel 25als 100 mbar. Bij hogere gasdrukken dient in overleg met het plaatselijke gasbedrijf een aparte gasdrukregelaar te worden geplaatst. De minimale voordruk mag nooit beneden 20 mbar komen (zie par. 5.3.1).

Rendamax Doc430/2789CV01H 11 1 Inleiding 1. 1 Rendamax B. V. Opgericht in 1968, heeft Rendamax B. V. vanuit haar Neder landse basis een wereldwijde reputatie opgebouwd in ontwikke ling, productie en marketing van gasgestookte “high performan ce” ver-warmingsunits voor professionele toepassingen in het vermogensgebied van 45 tot 1200 kW. Door de unieke opbouw onderscheiden deze verwarmingsunits zich door hun:- hoog thermisch rendement- milieuvriendelijkheid (ze voldoen aan strengste milieueisen)- gering gewicht en klei ne afmetingen- duurzaamheid- laag geluidsniveau- groot regelbereik- leverbaarheid in velerlei uitvoeringen. Actieve en marktgerichte research stelt Rendamax in staat oplossingen te bieden voor de meest uitdagende verwarmings eisen. 1. 2 LeverancierRendamax producten worden in uw land verkocht door uw leverancier (zie kaft).

Voor adviezen of meer informatie met betrekking tot onze producten is uw Rendamax leverancier u gaarne van dienst. 1. 3 Deze documentatieDeze documentatie is samengesteld ten behoeve van de vol gende doelgroepen:- de technisch adviseur- de installateur- de onderhoudsmonteur- de gebruiker. Om deze doelgroepen van de benodigde informaties te voor zien heeft Rendamax ervoor gekozen een zo compleet mogelij ke technische documentatie samen te stellen in de vorm van dit boek. Mocht u als lezer van dit document op- of aanmerkingen hebben, aarzel dan niet om ons dit mee te delen. De leverancier (zie kaft) zal u graag behulpzaam zijn indien u aanvullende gegevens wenst. De volgende aspecten van de units worden behandeld:- algemene beschrijving - technische specifi caties- noodzakelijke voorzieningen voor het ontwerpen en installeren- installatie voorbeelden- onderhoudsinstructies.

De bedieningsinstructies voor de gebruiker zijn op de unit bevestigd. Tevens vindt u deze in hoofdstuk 6. 1. 4 ServiceVoor het inbedrijfstellen en het verlenen van service voor on derhoud staat de servicedienst van de leverancier steeds tot uw beschikking.

Rendamax12 Doc430/2789CV01H 1. 5 Algemeen voorbehoudToepassing, installatie en onderhoud van Rendamax producten dient altijd te geschieden met inachtneming van de voor deze installaties geldende (wettelijke) eisen, voorschriften en nor men. Alle door Rendamax B. V. verstrekte gegevens, informatie en suggesties met betrekking tot haar producten zijn op zorgvuldig onderzoek gebaseerd. Daar echter toepassing, installatie en exploitatie ervan geschie den buiten invloed van Rendamax B. V. , aanvaardt deze, noch enige andere met Rendamax B. V. verbonden organisatie, hiervoor geen enkele aansprakelijkheid. Wijzigingen kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden doorgevoerd. Rendamax B. V. verplicht zich daarmee niet om eerder geleverde producten dienover eenkomstig aan te passen. 2 Beschrijving 2.

1 AlgemeenDe Rendamax R2700/R2800/R2900 units zijn milieuvriendelijke gasgestookte verwarmings-ketels, die moduleren van 25 % tot 100 % van hun maximale belasting. De serie R2700 bestaat uit 10 typen in het vermogensgebied van 95 tot 597 kW. De serie R2800 bestaat uit 10 typen in het vermogensgebied van 95 tot 553 kW. De serie R2900 bestaat uit 10 typen in het vermogensgebied van 96 tot 566 kW. De units hebben een extreem lage NOx en CO uitstoot waardoor deze ketels aan de strengste Europese milieu eisen vol doen. De R2700/R2800/R2900 serie is voor alle betreffende Europe se landen CE gekeurd en staat gere-gistreerd onder het product identifi catienummer 0063AQ6600. De units zijn zowel in open (categorie B23) als gesloten (cate gorie C53, C33 of C63) toestel lever-baar. Standaard wordt de unit elektrisch bedraad, volledig samengebouwd en afgetest geleverd.

Een temperatuurregelaar vergelijkt de gewenste watertempera tuur met de aanvoerwatertempera-tuur en stuurt een signaal naar de frequentieomvormer om zo nodig de belasting aan te passen. Het gevormde mengsel wordt door de gekoelde premix brander gevoerd en verbrand. De premix brander is opgebouwd uit bimetalen vinpijpen (inwendig RVS en uitwendig aluminium) en giet-ijzeren waterverdeelstukken. De warmte-uitwisseling vindt plaats in een twee- of drietal warmtewisselaars. De 1ste warmtewis-selaar is opgebouwd uit gladde RVS buizen. De 2de warmtewisselaar is voorzien van gelaserlaste RVS vinpijpen. Beide warmtewisselaars zijn voorzien van gietijzeren geprofi leerde waterverdeelstukken die een optimale doorstroming garanderen. De brander en de 1ste en 2de warmtewisselaars zijn in serie geschakeld.

Bij de R2900 is een 3de warmtewisselaar nageschakeld welke bestaat uit één of meerdere in serie geschakelde RVS vinpijp(en) in de vorm van een spiraal en is geplaatst achter op de rookgas-verzamelkast. De waterdoorstroming wordt verzorgd door de ketelpomp. De 3de warmtewisselaar is parallel aan de ketel geschakeld en wordt doorstroomd met ± 5 à 10% van de totale volume-stroom.

Rendamax Doc430/2789CV01H 13De R2700/R2800/R2900 unit heeft een kleine waterinhoud waardoor hij in staat is de watertem-peratuur snel aan verande rende omstandigheden aan te passen. Hij kan zonder enige beperking van de retourwatertemperatuur toegepast worden. Een standaard meegeleverde pomp zorgt voor het benodigde waterdebiet.ToepassingsmogelijkhedenDe R2700/R2800/R2900 unit is door zijn samenstelling geschikt voor gebruik in verwarmingssy-stemen:- met constante aanvoertemperatuur- weersafhankelijk gestookt - laag temperatuur condenssysteem- condenserend geoptimaliseerd- besturing m.b.v. gebouwenoptimalisatiesysteem (0-10 Vdc, zie 5.3.2 aansluitklemmen).Fig. 4 De Rendamax R2900* De R2700 en R2800 unit zijn identiek met uitzondering van de 3de warmtewisselaar

Rendamax Doc430/2789CV01H 15 2. 2. 1 Beschrijving hoofdonderdelenDe ketel is opgebouwd uit de volgende hoofdcomponenten:Ventilator [25]Deze bestaat uit een slakkenhuis, een schoepenwiel en een elektromotor. Met behulp van de ventilator wordt verbrandings lucht aangezogen en in druk verhoogd. Luchtinlaatdemper [29]Een speciaal ontwikkelde luchtinlaatdemper zorgt voor een laag geluidsniveau. Als optie kan deze voorzien worden van een luchtfi lter of een luchttoevoeropening voor toepassing als gesloten toestel. Gasstraat [13]Het hoofdonderdeel van de gasstraat is de hoofdgasklep/-verhoudingsdrukregelaar [24]. De gas-hoeveelheid wordt af hankelijk van de luchthoeveelheid geregeld. De luchthoeveel heid varieert met het toerental van de ventilator. Standaard is de unit voorzien van een gasfi lter [11]. Mengkanaal [7]In deze ruimte wordt het gas en de verbrandingslucht intensief gemengd.

Brander [9]Nadat het gas/lucht-mengsel met behulp van een verdeelplaat [8] over de brander is verdeeld, wordt het mengsel aan het branderoppervlak verbrand waarbij de vlam naar beneden is gericht. De brander is water- en luchtgekoeld. De waterverdeel stukken zijn uitgevoerd in gietijzer en zijn geprofi leerd om een optimale verdeling en doorstroming te verkrijgen. Warmtewisselaars [10, 12 en 17]De 1ste warmtewisselaar [10] bestaat uit RVS gladde pijpen. Deze draagt een groot deel van de ver-brandingsenergie over aan het systeemwater. De 2de warmtewisselaar [12], welke bestaat uit RVS gelaserlaste vinpijpen, draagt de overige warm te uit de rookgassen over aan het systeemwater. Alle waterver deelstukken zijn uitgevoerd in gietijzer en zijn geprofi leerd om een optimale verde-ling en doorstroming te verkrijgen.

Bij de R2900 is een 3de warmtewisselaar [17] nageschakeld welke bestaat uit één of meerdere in serie geschakelde RVS vinpijp(en) in de vorm van een spiraal en is geplaatst achter op de rook-gasverzamelkast. De waterdoorstroming wordt verzorgd door de ketelpomp. De derde warmte-wisselaar is parallel aan de ketel geschakeld en wordt doorstroomd met ± 5 à 10% van de totale volumestroom. Wateromloopleidingen [15]Deze leidingen verbinden de brander en de warmtewisselaars onderling. WateraansluitingenDeze bestaan uit een aanvoer- [5] en een retouraansluiting [1]. Op de beide aansluitingen is een vul/aftapkraan [6] aangebracht. Op de aanvoeraansluiting zijn het veiligheidsventiel [4], de stro-mingsschakelaar [3] en de temperatuurvoeler aangebracht.

Ketelpomp [31]De ketelpomp is op de retouraansluiting van de unit gemon teerd en elektrisch direct op de over-eenkomstige klemmen in de aansluitkast aangesloten. De capaciteit en de opvoerhoogte van de pomp is voldoende om behalve de ketelweerstand ook enige systeemweerstand te overwinnen. Rookgasverzamelkast [19]Onder de warmtewisselaar bevindt zich de roestvaststalen rookgasverzamelkast, die is voorzien van een rookgasafvoer [16], een condensafvoer [22] en een inspectie opening [23].

Rendamax16 Doc430/2789CV01HFrame [14]Het frame is een constructie van stalen profi elen. Trillingsdem pers worden los meegeleverd en dienen na positionering van de unit gemonteerd te worden. Beplating [28]De beplating bestaat uit gemakkelijk (zonder gereedschap) te verwijderen panelen. ElektrogroepHiertoe behoort de regeling en de beveiliging van de unit. Aansluitkast [26]Elektrische ketelvoeding, manipuleerklemmen, aansluitkast, pompaansluiting en pomprelais zijn ondergebracht in een makkelijk bereikbare aansluitkast. Via de kabelgoot aan de binnenzijde van de ketel [21] zijn de aansluitkabels eenvoudig door te voeren naar de aansluitkast. 2. 3 De regelingBij warmtevraag zal de stand-alone ketel, indien aan alle vo0rwaarden is voldaan en er geen be-veiligingen zijn aangesproken, in bedrijf komen.

Deze warmtevraag ontstaat indien:• de gemeten aanvoertemperatuur van de ketel lager is dan de gewenste temperatuur• er door verdraaien van de bedrijfskeuzeschakelaar is gekozen voor servicebedrijf j1 of j2• onafhankelijk van de bedrijfsstand (i, q, F, j1 of j2) wanneer de vorstbeveiliging heeft aangesproken. De geïntegreerde temperatuurregelaar zal door de verandering van het ventilatortoerental de belasting in de ketel zodanig aanpassen dat de gewenste temperatuur wordt bereikt en constant gehouden wordt. Afhankelijk van de door de ventilator verplaatste hoeveelheid lucht zal een bepaalde hoeveelheid gas worden bijgevoegd. Hierdoor kan het ketelvermogen traploos worden gemoduleerd en kan de warmtevraag nauwkeurig worden gevolgd. Indien de aanvoertemperatuur stijgt boven de gewenste aanvoertemperatuur vermeerderd met de in te stellen hysterese zal de ketel uit bedrijf gaan.

4 De beveiligingDe volgende beveiligingen zijn op de ketel aangebracht:• temperatuurbewaking: - maximaal temperatuurbewaking (STW) - maximaal temperatuurbegrenzing (STB)(beiden zijn instelbaar)• vorstbeveiliging: - d. m. v. een buitenvoeler, indien de buitentemperatuur tot onder de 0 °C is gedaald - op basis van de aanvoertemperatuur, indien deze zich onder 5 °C bevindt en/of de watertem-peratuur zich onder de 10 °C bevindt• waterstromingsbeveiliging (SW)• gaskleppentest• gaskleppen lektest (optioneel)• vlambewaking d. m. v. ionisatiestroommeting• minimale luchtdrukbewaking (LDW)• clixon-beveiliging ketelvoedingspomp tegen oververhitting. Indien een van deze beveiligingen actief wordt, zal de ketel in een vergrendelde of blokkerende storing gaan en uitgeschakeld worden. Vergrendelende storingen kunnen slechts na het opheffen van de oorzaak d. m. v.

Rendamax Doc430/2789CV01H 17 3 Veiligheid Installatie voorschriftenLees deze voorschriften voordat met de installatie wordt begonnen. Het toestel dient door een erkende installateur volgens de geldende nationale en lokale normen en voorschriften geïnstal leerd te worden. De installatie is uitsluitend te gebruiken voor verwarmingssyste men tot een maximum watertem-peratuur van 90 °C. Uitdrukkelijk wordt gesteld dat deze installatievoorschriften als aanvulling op de bovenbedoelde normen en voorschriften moeten worden gezien en dat bovenbedoelde normen en voorschriften voorrang hebben op de informatie in deze techni sche documentatie. Toegepaste pictogrammen y Instructie die van essentieel belang is voor het correct functio neren van de installatie. w Het niet nauwkeurig opvolgen van handelingen, bedieningspro cedures, etc.

kan resulteren in ernstige beschadiging van de installatie, persoonlijk letsel of schade voor het milieu. v Gevaar voor elektrische schokken. x Nuttige informatie. OnderhoudWerkzaamheden aan de elektrische installatie mogen uitslui tend door een erkende installateur worden uitgevoerd conform de elektrotechnische regels. Werkzaamheden aan de gastechnische en hydraulische installa tie mogen uitsluitend door hier-voor opgeleid personeel uitgevoerd worden volgens de veiligheidsvoorschriften voor gasinstal-laties. w Houd onbevoegde personen weg van de installatie. Plaats geen voorwerpen op de unit. Blijf uit de buurt van de warmwateraansluiting en schoor-steen i. v. m. verbrandingsge vaar. Verbreek voor aanvang van onderhouds- en servicewerkzaam heden de voedingsspanning en sluit de gaskraan in de gastoe voerleiding.

Plaatdelen mogen alleen verwijderd worden voor onderhouds- en servicedoeleinden. Plaats na het plegen van onderhouds- en servicewerkzaamheden alle panelen terug. Veiligheidsvoorzieningen w De installatie mag nooit ingeschakeld worden met verwijderde plaatdelen of buiten werking zijnde veiligheidsvoorzieningen.

Rendamax18 Doc430/2789CV01HInstructie- en waarschuwingsstickers x Instructie- en waarschuwingsstickers aangebracht op de installatie mogen nooit verwijderd dan wel afgedekt worden en dienen gedurende de gehele levensduur van de installatie leesbaar te zijn. Vervang beschadigde of onleesbare instructie- en waarschuwingsstickers onmiddellijk. Modifi catie Modifi catie van de installatie mag alleen uitgevoerd worden met schriftelijke goedkeuring van de fabrikant. Ontploffi ngsgevaarVolg bij werkzaamheden in de ketelruimte de daarvoor gelden de voorschriften “werken in een ruimte met ontploffi ngsgevaar” op. InstallatieHet toestel dient door een erkende installateur volgens de geldende nationale en lokale normen en voorschriften geïnstal leerd te worden. Volg alle veiligheidsinstructies nauwkeurig op. BedieningIn het geval van een gaslekkage: schakel de unit uit en draai de gaskraan dicht.

Open deuren en ramen en waarschuw de betrokken instanties. Bij hernieuwde ingebruikstelling uitsluitend conform de ge bruiksaanwijzing te werk gaan. Technische specifi catiesDe in deze technische documentatie vermelde specifi caties mogen niet overschreden worden. 4 Levering en transport 4. 1 LeveringStandaard wordt de unit compleet sa mengebouwd, getest en in krimpfolie verpakt afgeleverd. Controleer bij levering, na verwijdering van de krimpfolie, de unit op beschadigingen. Controleer of het geleverde in overeenstemming is met het gevraagde. Controleer bij levering of het elektrisch- en gasstraat schemanummer (met eventuele wijzigingsletter) overeenkomt met de gegevens op het typeplaatje. 4. 2 VerpakkingDe unit wordt op een onderstel van houten blokken en stootran den geleverd en is in krimpfolie verpakt. 4.

Rendamax Doc430/2789CV01H 19Fig. 6 VerplaatsingStandaard deuropeningDe afmetingen van de unit zijn zodanig dat de types met een maximale breedte (B) van 830 mm (zie technische gegevens) met verwijderde buitenbeplating door een standaard deurope ning van 80 cm te transporteren zijn.RollenNa het verwijderen van de houten blokken is het mogelijk de unit over buizen te rollen.Fig. 7 Verplaatsing d.m.v. rollenHijsenOnderstaande fi guur laat zien hoe de unit veilig te hijsen is. Om beschadiging aan het plaatwerk te voorkomen moet deze eerst verwijderd worden. De houten balken tussen de banden zorgen ervoor dat de unit tijdens het hijsen niet beschadigd wordt.

Rendamax20 Doc430/2789CV01HFig. 8 HijsenATTENTIE: w - Zorg ervoor dat de hefbanden van de juiste kwaliteit zijn!! - Verplaats de unit nooit over de hoofden van mensen!!Demonteren en monterenWanneer door afmetingen en/of gewicht van de unit een directe plaatsing niet mogelijk is, dan is het mogelijk de ketel gedeelte lijk te demonteren. Wanneer echter een vergaande demontage noodzakelijk is, adviseren wij vroegtijdig contact met uw Renda max leverancier op te nemen. De unit kan in delen geleverd worden, welke reeds zijn voorgetest.Wij geven u het dringende advies om demontage- en montage werkzaamheden door de service-dienst van uw Rendamax leverancier te laten uitvoeren (meerprijzen).

Rendamax Doc430/2789CV01H 23Fig. 13 Montage trillingsdemperBescherming tegen vorstBij een buiten bedrijf zijnde unit bestaat in de winter gevaar voor bevriezing. Tap daarom het wa-ter af m.b.v. de vul- en aftapkranen. 5 Installatie 5.1 VoorschriftenHet toestel dient door een erkende installateur volgens de geldende nationale en lokale normen en voorschriften geïnstal leerd te worden.Het in bedrijf stellen dient bij voorkeur te geschieden door de servicedienst van uw Rendamax leverancier, welke tevens de samenstelling en kwaliteit van het systeemwater vastlegt.

5.2 Stookruimte 5.2.1 Algemeen- Door de constructie van de unit zijn de stralingsverliezen te verwaarlozen- Door het lage geluidsniveau is verdere geluidsisolatie van de ruimte overbodig- Door de hoge opstelling van de elektrische componenten is een sokkel overbodig- Door zijn constructie is de benodigde opstellingsruimte zeer gering- De inzetbaarheid van de ketel wordt vergroot door de moge lijkheid deze als gesloten toestel te leveren (zie hoofdstuk 5.3.4).

Rendamax24 Doc430/2789CV01H 5.2.2 OpstellingOm moeilijkheden te vermijden, gelden voor de stookruimte de volgende richtlijnen:a Stel het toestel op in een vorstvrije ruimteb Let op de plaatsing en temperatuurgevoeligheid van de apparatuurc Maak de stookruimte voldoende groot zodat er voldoende ruimte rondom het toestel aanwezig is voor onderhoud en eventuele vervanging van onderdelen.De geadviseerde minimaal vrije ruimte is:- 450 mm aan een zijkant- 800 mm aan de andere zijkant- 450 mm aan de achterzijde- 1000 mm aan de voorzijde (vrije loopstrook).Indien de afstanden kleiner zijn, zal dit de onderhoudswerk zaamheden bemoeilijken.DakopstellingBij dakopstelling of installaties waarbij het ketelhuis het hoogste punt van het systeem is, is de volgende beveiliging van belang.

y De unit mag NOOIT het hoogste punt van de installatie zijn; met andere woorden de aanvoer- en retourleidingen van de ketel (vanuit de ketel gezien) moeten eerst omhoog lopen en daarna naar beneden.Hoewel elke unit standaard is uitgevoerd met een waterstro mingsbeveiliging, eisen plaatselijke instanties dikwijls een centrale laagwaterstandbeveiliging. Bij meerdere units is hier voor slechts één extra beveiliging nodig.Fig. 14 Dakopstelling

Rendamax Doc430/2789CV01H 25Fig. 15 Zolderopstelling 5. 2. 3 VentilatieDe ventilatie van de stookruimte dient te voldoen aan de gel dende nationale en lokale normen en voorschriften. Let m. b. t. het ventileren op de volgende punten: y a Handhaaf de geldende nationale en lokale normen en voor schriften voor de afmetingen van de doorlaten en de beveili ging van een eventuele mechanische ventilatieb Maak de luchttoevoeropeningen transversaal in twee tegenover elkaar staande wandenc Gebruik toevoerroosters met een grote breedte en een kleine hoogted Maak de ventilatie-afvoer verticaal door het plafonde Bij onvoldoende luchttoevoer kan mechanische toevoer van ventilatielucht noodzakelijk zijn. 5. 3 Aansluitingen 5. 3. 1 GasaansluitingDe gasaansluiting dient door een erkende installateur volgens de geldende nationale en lokale normen en voorschriften geïnstalleerd te worden.

De gasaansluiting bevindt zich aan de achterzijde van de ketel. De types R2700 t/m R2703, R2800 t/m R2803 en R2900 t/m R2903 zijn niet zonder meer geschikt voor aansluiting op een 100 mbar net. De druk voor het toestel dient gereduceerd te worden m. b. v. een gasdrukregelaar tot 25 mbar. Vanaf type 04 zijn alle ketels geschikt voor distributiedrukken van zowel 25 als 100 mbar. Het drukverlies in de aansluitleidingen moet zodanig zijn, dat bij maximale belasting van het toe-stel, de druk nooit beneden de 20 mbar bij L-gas daalt (17 mbar bij H-gas). 5. 3. 2 Elektrische aansluitingDe elektrische aansluitingen en voorzieningen dienen te vol doen aan de geldende nationale en lokale normen en voor schriften. Het toestel is geheel voorbedraad volgens de met het toestel meegeleverde elektrische schema’s.

w De elektrische aansluitingen, manipuleerklemmen en het ketel pomprelais bevinden zich in een separate aansluitkast achter het voorpaneel (blauw extrusie-profi el). Dit voorpaneel is eenvoudig te verwijderen door het aan de onderkant naar voren te trekken (zie fi g. 4).

Rendamax26 Doc430/2789CV01HDe aan te sluiten kabels (voeding, besturing) worden aan de achterzijde van de unit binnen gevoerd en via de kabelgoot aan de rechterbinnenkant naar de voor in de ketel geplaatste aan-sluitkast gebracht. De aansluitkast is voorzien van kabelwartels en aansluitklemmen.De ketelpomp is uitgevoerd met een thermische beveiliging en een pomprelais.Fig. 16 AansluitkastMet de aan/uit-schakelaar op het bedieningspaneel kan de unit in- of uitgeschakeld worden. Het ketelpomprelais kan hiermee echter niet spanningsloos gemaakt worden.De installateur dient binnen een stookruimte een all-polige hoofdwerkschakelaar met een contact-opening van minimaal 3 millimeter in het voedingscircuit naar de unit op te nemen. Hiermee kan de gehele unit (incl. ketelvoedingspomprelais) t.b.v. onderhoud of bij calamiteiten spanningsloos gemaakt worden.

x Overeenkomstig de geldende normen en voorschriften dient buiten een stookruimte een zoge-naamde brandschakelaar te worden gemonteerd. In geval van calamiteit kan hiermee de voeding naar de unit worden onderbroken.Aardlekschakelaars in combinatie met frequentie-omvormers kunnen problemen geven. In enkele landen is dit zelfs verbo den. Hiervoor zijn twee redenen te noemen:a. Alle gelijkrichterbelastingen (dus niet alleen frequentieomvor mers) kunnen in de nettoevoer een gelijkstroom veroorzaken die de gevoeligheid van de veiligheidsschakelaar verminderdb. Door asymmetrische belastingen van radio-ontstoringsfi lters kan de aardlekschakelaar voortij-dig in werking komen, waardoor een ongewenst uitvallen van de unit op zou kun nen treden.

Uit de pompgrafi eken kan men eveneens het optimale bedrijfspunt qua pomp-rendement en opgeno men vermogen bepalen.**** optioneel 1 fase pomp. Toename opgenomen vermogen: ca. 10%, toename aanloop-vertraging: ca. 3 sec.Voor verdere energiebesparing is optioneel voor de serie R2800 en R2900 een toerengeregelde pomp verkrijgbaar. Raadpleeg hiervoor uw Rendamax leverancier. Regeling en optiesDe ketels zijn standaard uitgerust met een modulerende regeling. Deze kan via een 0-10 Vdc sig-naal temperatuurafhankelijk worden gestuurd. Ook een boiler voorrangschakeling behoort tot de

starttijdvervroeging• anti-legionella functie (65 °C)• invloed interne ruimtevoeler uitschakelbaar• 2 draadsverbinding (scom-bus)• display in 6 verschillende talen• externe bediening t. b. v. KM628 met weergave van statussen, bedrijfsuren, aantal starts, mo-dulatiegraad en temperaturen. E6. 1111Dit is een regeling waarmee twee secundaire groepen weersafhankelijk kunnen worden geregeld. Daarnaast kan ook een tapwater groep worden geregeld met de mogelijkheid voor het ingeven van 2 verschillende gewenste waardes. Per secundaire groep zijn alle instellingen separaat instel-baar. Deze E6 regelaar kan verder worden uitgebreid met een optimalisatieregeling per secundai-re groep (BM). De ketel wordt indirect weersafhankelijk geregeld. Verder zijn de mogelijkheden:• maximale aanvoertemperatuur is per verwarmingsgroep instelbaar• de stooklijn kan met een parallelverschuiving verhoogd worden t. b.

Rendamax Doc430/2789CV01H 29AansluitklemmenKlem OmschrijvingL1-L2-L3 Ketel voeding, afzekeren met resp. 10 A of 16 A, bij N-PE gebruik van installatie-automaten moeten deze aan een C-uitschakelkarakteris-tiek voldoen. 8- 9 Boilerpomp aansturing. Deze uitgang voert spanning (230 V) indien de ketel in bedrijf is als gevolg van een warmte vraag voor tapwater. (klem 8 is fase, klem 9 is nul)10 -11 Vrijgave ketel (230 V). Wanneer deze klemmen worden doorverbonden, wordt de ketelpomp gestart en de ketel vrij gegeven. Bij verbreking gaat de ketel uit bedrijf. De pomp gaat na een instelbare nalooptijd uit bedrijf. Deze klemmen kun-nen o. a. ook gebruikt worden om de ketels 's zomers buiten bedrijf te stel len met behoud van tapwaterbereiding. 12 -13 Bedrijfssignaal (230 V, 50 Hz, 1 A, N. O. ).

Het be drijfssignaal valt af indien een sto-ring vaker dan 2 maal binnen 6 minuten voorkomt (storingscode wordt afgebeeld in het display met daarboven een "3") of bij een storing die langer dan 6 minuten actief is. Dit signaal is reeds verder voorbedraad met potentiaalvrije contacten voor externe voeding, OK en alarm (93, 94 en 95). 14 -15 Aansturing externe hoofdgasklep. Deze uitgang voert spanning (230 V) vanaf het moment dat de ketel in bedrijf komt totdat de ketel uit bedrijf gaat. Deze uitgang kan onder andere gebruikt worden voor het sturen van hydraulische kleppen, een ketelhuis venti latie of een hoofdgasklep. (klem 15 is fase, klem 14 is nul)16 -17 Boiler thermostaat (230 V). Wanneer deze klemmen worden door verbonden zal de ketel een aanvoer temperatuur proberen te maken die is ingesteld voor boiler lading. Deze functie werkt alleen indien de klemmen 34-35 zijn doorverbonden.

De boilertemperatuur kan ook via een voeler worden geregeld (klemmen 35-36). 18 -19 Blokkerende ingang (230 V). Indien de verbinding tussen deze klemmen wordt verbroken zal de ketel uit bedrijf gaan en blijven wachten tot de verbinding her-steld wordt (na 6 min.

wachten of na 3 x dezelfde on derbreking binnen 6 min. wordt deze ingang vergren delend en moet handmatig gereset worden). 20 -21 Vergrendelende ingang (230 V). Indien de verbinding tussen deze klemmen wordt verbroken zal de ketel vergrendelend uit bedrijf gaan. Herstel de verbin-ding en druk op de resetknop. 30 -31 Buitenvoeler* (2 draads 1,01 kΩ PTC). Na het aan sluiten van een temperatuurvoe-ler wordt deze bij het inschakelen van de voedingsspanning automatisch her-kend. *132 -33 Verdelervoeler* (2 draads 1,01 kΩ PTC). Deze voe ler kan de temperatuur meten van de open verdeler. Deze wordt gebruikt bij het aansturen van een t o e r e n g e r e g e l d e k e t e l p o m p. 35 -36 Boilervoeler* (2 draads 1,01 kΩ PTC). Na het aan sluiten van een geschikte voeler wordt deze bij het inschakelen van de voedingsspanning automatisch herkend. De klemmen 34-35 mogen niet doorverbonden zijn.

Deze functie heeft ten op-zichte van de boilerthermostaat het voordeel dat ook een nacht verlaging en een anti-legionellaschakeling mogelijk is (alleen met BME, E6 of KKM). 37 -38 Externe beïnvloeding (2-10 Vdc = +10 °C - +90 °C)*Bij spanningen kleiner dan 2 V zal de ketel over schakelen op “constante aanvoer bedrijf”. (Instellen bij P1)39 -40 Belastingsmelding*. Hierbij is het mogelijk de ketel belasting uit te lezen. 0-100 % = 0-10 Vdc. De maxi male belasting bedraagt 5 mA. Voor langere aansluitdraden (>5 m) wordt het ge bruik van een signaalversterker aanbevolen. 41 -42 Busaansluiting SCOM (let op polariteit: klem 41 is plus en klem 42 is massa). 43 -44 Aan deze klemmen kan een 0-10 Vdc analoog signaal worden afgenomen dat recht evenredig varieert met de actuele belasting van de ketel en dat t. b. v. het sturen van een toerengeregelde ketelvoedingspomp kan worden toegepast. D. m. v.

twee parameters, een voor begrenzing van het minimaal pomptoerental en een voor de ketelbelasting bij maximaal pomptoerental, kan de regelcurve worden ingesteld.

Rendamax30 Doc430/2789CV01Htussen deze curve en het maximaal pomptoerental m. b. v. de temperatuurverschil regelaar. * Het toepassen van afgeschermde kabels wordt aanbevolen. *1 De waarde van deze sensor doet dienst bij vorstbeveiliging en weersafhankelijk regelen van de aanvoertemperatuur (mits een additionele regelaar is aangesloten). 5. 3. 3 WateraansluitingenHet toestel dient door een erkende installateur volgens de geldende nationale en lokale normen en voorschriften geïnstal leerd te worden. De aanvoer- en retouraansluitingen bevinden zich aan de achterzijde van de unit. Ondersteuning wateraansluitingenHet wordt aanbevolen om de aanvoer- en retourleiding te ondersteunen. Dit voorkomt beschadi-ging door overbelasting (gewicht) en vereenvoudigt het onderhoud. Fig.

17 OndersteuningDe unit behoort tot de categorie doorstroomtoestellen en is niet geschikt voor toepassing in open of drukloze systemen. In dat geval dient een (platen-)warmtewisselaar te worden geïnstal leerd waardoor systeemscheiding wordt gerealiseerd. De unit is standaard uitgevoerd met een ketel-pomp die de minimaal vereiste watercirculatie door de ketel garandeert. De capaciteit en opvoer-hoogte van de pomp is voldoende om behalve de ketelweerstand ook enige systeemweerstand te overwinnen. w De ketelpomp is echter géén systeempomp. Indien de systeemweerstand meer bedraagt dan de beschikba re opvoerhoogte, zal de ketel door de stromingsschakelaar worden uitgeschakeld.

Om dit te voorkomen moet men de lengte en de diameter van de primaire leidingen tot de aanslui-ting op de drukloze verdeler dusdanig kiezen, dat de resterende opvoerhoogte van de pomp (zie tabel 12) niet wordt overschreden. Aanbevolen wordt om handafsluiters tussen de wateraanslui tingen en de installatie te monteren. w Om de stilstandsverliezen te beperken wordt soms een gemo toriseerde keerklep in de aanvoer- of retourleiding geplaatst.

Ook kan men hiervoor een mechanische terugslagklep gebrui-ken of de speciale drukloze verdeler welke optioneel door Ren damax geleverd kan worden. Stilstandsverliezen zijn verder te beperken door de ketel uit te schakelen via de manipuleer klem-men "vrijgave ketel". Bij een goed gedimensioneerde drukloze verdeler zal de natuurlijke stro-ming door de ketel te verwaarlo zen zijn.

Rendamax Doc430/2789CV01H 31 5.3.4 Verbrandingsluchtaanvoer 5.3.4.1 AlgemeenDe unit is optioneel leverbaar als gesloten toestel. Dit vereenvoudigt de plaatsingsmogelijk-heden binnen het gebouw.Richtlijnen en installatievoorschriftenHet rookgasafvoer- en luchtaanzuigsysteem dient door een erkende installateur volgens de gel-dende nationale en lokale normen en voorschriften geïnstalleerd te worden.De totale weerstand van het luchtaanzuig- en het rookgasaf voerkanaal mag een drukval van 1,0 mbar niet overschrijden.Indien de unit als gesloten toestel wordt toegepast, zijn open T-stukken of draft-o-staten niet toegestaan. 5.3.4.2 LuchttoevoerkanaalHet luchttoevoerkanaal mag enkelwandig zijn uitgevoerd in:- kunststof- dunwandig aluminium- fl exibel aluminium (let op weerstand).Fig.

Rendamax32 Doc430/2789CV01HFig. 19 Aansluiting luchttoevoerDe aansluiting van het luchttoevoerkanaal is altijd aan de bovenzijde van de unit.Meerdere units mogen niet zonder advies van uw Rendamax leverancier samen worden aangeslo-ten op hetzelfde luchttoe voer- of rookgasafvoerkanaal.Neem hiervoor contact op met uw Rendamax leverancier.In verband met sneeuw moet de luchttoevoer minimaal 30 cm bovendaks uitsteken en voorzien zijn van een kruiskap.De uitmondingsopening dient minimaal 100 cm bovendaks te eindigen, uitgaande van een plat dak.Fig. 20 Hoogte luchttoevoer en rookgasafvoerOnderlinge maaiveld-afstand tussen de uitmonding rookgasaf voer en de opening luchttoevoer moet ten minste de breedte van de unit bedragen.

Rendamax Doc430/2789CV01H 33Fig. 21 Afstand luchttoevoer en rookgasafvoerVorming van hinderlijk condenswater moet worden voorkomen. Wanneer gedurende het aanwar-men condensatie optreedt, moet dit condensaat terug naar de unit kunnen stromen.Inspectie van het luchtaanzuig- en rookgasafvoerkanaal moet mogelijk zijn. 5.3.5 Rookgasafvoer 5.3.5.1 AlgemeenDe aansluiting, de uitmondingspositie en -hoogte ten opzichte van mogelijke obstakels moet voldoen aan de geldende natio nale en lokale normen en voorschriften. De rookgasafvoeraansluiting bevindt zich aan de achterzijde van de unit en is ontworpen voor directe aansluiting op een corrosiebestendig afvoerkanaal.Aluminium of roestvrij staal wordt sterk aanbevolen.

Omdat een kleine overdruk in de rookgas-afvoer bij koude start aanwezig is, dienen de afvoerkanalen bij voorkeur naadloos te worden uitgevoerd.Door het hoge rendement kan ook bij toepassing als hoog gestookte ketel condensvorming optre-den in de schoorsteen. y De condensafvoer mag nooit worden geblokkeerd!Het direct aansluiten op gemetselde kanalen is niet toegestaan omdat de schoorsteenverliezen kleiner dan 17% zullen zijn.In de volgende tabel zijn de rookgasgegevens van alle typen vermeld.

Rendamax Doc430/2789CV01H 35De mate van afkoeling van de verbrandingsgassen is afhankelijk van:a de isolatiewaarde van de schoorsteenb de omgevingstemperatuurc het uitmondingssysteem.De uitmondingsdiameters van de units zijn zodanig gekozen dat men altijd een gemiddelde rook-gassnelheid verkrijgt van ca. 4,7 m/s. Bij de unit heeft men een maximale overdrukbesteding van ca. 1,0 mbar (100 Pa) voor het rookgasafvoersysteem (zie tabel 10 voor lengten). y Door hun hoge weerstand dienen in het algemeen bochten met een R/D verhouding kleiner dan 1 te worden vermeden. Het kan echter voorkomen dat deze toch toegepast moeten worden, bereken daarom de schoor-steenlengte met behulp van tabel 10.Wij adviseren om het horizontale kanaalstuk met afschot te monteren zodat optredende condens-vorming via de ketel kan worden afgevoerd.Fig. 22a Schoorsteenaansluiting R2700/R2800Fig.

22b Schoorsteenaansluiting R2900 w De R2700 en R2800 mogen niet worden aangesloten op rook gasafvoerkanalen met kunststof voe-ring of kunststof rookgas-afvoeren (raadpleeg de geldende normen). De maximale rook-gastem-peratuur zal, bij vollast en bij een wateraanvoertempera tuur van 80 °C, de 175 °C voor de R2700, de 150 °C voor de R2800 en de 90 °C voor de R2900 niet overschrijden. De R2700 en R2800 zijn uitgerust met een schoorsteenlengte compensator. y Sluit een rookgasafvoer nooit rechtstreeks aan op de com pensator.

Rendamax36 Doc430/2789CV01HDe compensator moet altijd vrij staan. Hij mag de schoorsteen wand nooit raken. De rookgasaf-voer op de unit moet eerst 70 cm verticaal omhoog lopen, voordat deze van diameter of richting mag worden veranderd. Aan de onderkant van de rookgasafvoerring zijn openingen aangebracht welke nooit geblokkeerd mogen worden. Een vrije doorstroom van condens en eventueel regenwater moet ge waarborgd blijven. De aansluiting van de rookgasafvoer bevindt zich aan de achterzijde van de unit.Berekening diameterVoor berekening en controle van de inwendige diameter van een afvoersysteem met mechanische afvoer wordt verwezen naar de geldende nationale en lokale voorschriften en normen.Berekening lengteDe in onderstaande tabel genoemde lengten zijn slechts voor verdere berekening van de totale lengte. De maximale verticale schoorsteenlengte mag de 60 m niet overschrijden.

x Indien er geen directe aansluiting op het riool aanwezig is, kan men gebruik maken van een water-verzamelbak met pomp en niveauschakelaar die het condenswater naar de riolering pompt.Het lozen van condens in dakgoten is niet toegestaan.De unit is uitgevoerd met een sifon, die voorkomt dat er rook gassen in de stookruimte terecht komen.De aansluiting op de riolering dient zodanig plaats te vinden, dat er een open verbinding onder de condensafvoer van de unit ontstaat (zie fi g. 23). Daarnaast moet de afvoerleiding over eenkomstig de geldende voorschriften worden voorzien van een sifon/stankafsluiter.Zorg ervoor, dat de afstand tussen de condensuitlaat van de ketelsifon en de afvoerleiding mini-maal 5 mm is. Hierdoor ontstaat de vereiste open verbinding en het vereenvoudigt voorkomende onderhoudswerkzaamheden en inspecties.

Rendamax Doc430/2789CV01H 39Fig. 23 Condensafvoer 5.4 Hydraulisch systeem 5.4.1 AlgemeenHoewel het niet de bedoeling is een compleet handboek voor het ontwerpen van de meest uiteen-lopende hydraulische syste men te maken zijn de gegevens toch omvangrijker dan gege vens welke in het algemeen wordt verstrekt bij conventionele verwarmingsketels. De R2700/R2800/R2900 unit is een doorstroomketel waardoor de watersnelheden aan een be-paald minimum en maximum gebonden zijn.In tabel 12 en 14 is het vereiste verband tussen de drie groot heden Q-P-t aangegeven en wel bij vollast. Door de hoge doorstroomsnelheid is de unit minder gevoelig voor waterhard heid. Hierdoor mag, bij een aanvoertemperatuur van 80 °C, de waterhardheid maximaal 14 °dH bedra-gen (zie 5.4.5 waterkwa liteit).

5.4.2 Waterstroming 5.4.2.1 Stroming en weerstandAan de minimaal vereiste watercirculatie over de unit moet te allen tijde zijn voldaan (anders spreekt de stromingsbeveiliging aan en valt de unit in storing). Toepassing van afsluiters, terug-slagkleppen, systemen waarbij meerdere units aan een geza menlijke transportleiding zijn gekop-peld, etc. mag de minimaal vereiste watercirculatie niet beletten.

Rendamax Doc430/2789CV01H 41Wanneer in het systeem luchtverhitters (ventilatie, luchtbehandeling) of platenwarmtewisselaars (tapwater) opgenomen worden, is er doorgaans een kleine ∆T gewenst over deze luchtverhitters en/of warmtewisselaars.De waterhoeveelheid over het totale secundaire circuit is hierdoor meestal groter dan over de units. y De drukloze verdeler dient zodanig gedimensioneerd te zijn dat de watersnelheid het maximum van 0,5 m/s niet overschrijdt. In dit geval wordt de diameter van de drukloze verdeler bere kend door het watervolume over het secundair circuit.Als het watervolume van het secundaire systeem groter is dan het primaire circuit ontstaat er een mengtemperatuur die lager is dan de gewenste aanvoertemperatuur uit de unit. De regeling reageert hierop en stuurt de regelfuncties (kleppen e.d.) in het systeem open.

Ook een mechanische terugslag klep is mogelijk (let op de weerstand). Deze kleppen dienen ervoor om waterzijdi ge kortsluiting over de uitgeschakelde unit te vermijden.

Rendamax Doc430/2789CV01H 43 5. 4. 2. 5 WaterstromingsbeveiligingDe unit is met een waterstromingsbeveiliging uitgerust. Deze stelt de unit buiten werking zodra de waterstroming door de unit beneden de minimum ver-eiste waarde komt. 5. 4. 3 Waterdruk 5. 4. 3. 1 Bedrijfsdruk y Bij een maximale aanvoertemperatuur van 90 °C en een minimale waterstroming zoals die op-treedt bij een ∆T van 20 K bij vollast, moet de minimale bedrijfsdruk groter zijn dan 1,5 bar. De bedrijfsdruk dient te worden gemeten terwijl de pomp uitstaat. Wordt een lagere bedrijfsdruk gewenst, dan moet men de maximale aanvoertemperatuur aanpassen. Minimale bedrijfsdrukbarAanvoertemperatuur°C∆T bij vollastK>1,5>190802020Tabel 14 Minimale bedrijfsdrukken 5. 4. 3. 2 KetelexpansievatGeadviseerd wordt een ketelexpansievat in de retourleiding tussen de pomp en ketelafsluiters te plaatsen. 5. 4. 3.

3 SysteemexpansievatDe grootte van het expansievat wordt bepaald door het water volume van het systeem. Wij advise-ren om het systeemexpan sievat in het nulpunt (midden) van de drukloze verdeler te plaatsen. 5. 4. 3. 4 WaterdrukbeveiligingStandaard worden alle units voorzien van een overstortventiel van 3 bar. Als optie kunnen over-stortventielen worden geleverd die zijn afgesteld tussen 3 en 6 bar. 5. 4. 4 WatertemperatuurDe maximaal toelaatbare temperatuur van het aanvoerwater is ingesteld op 90 °C. Deze werkt blokkerend. Indien de maxi maalthermostaat bij 100 °C aanspreekt, valt de unit uit en komt hij niet automatisch terug in bedrijf wanneer de watertempera tuur beneden de ingestelde maximaaltem-peratuur is gedaald. 5. 4. 5 Waterkwaliteit x De samenstelling en kwaliteit van het systeemwater is direct van invloed op de prestaties van het totale systeem en de levensduur van de unit.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Rendamax R2700 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden