REMKO RXS351H Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van REMKO RXS351H (20 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over REMKO RXS351H of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | REMKO |
| Categorie: | Airco |
| Model: | RXS351H |
Handleiding REMKO RXS351H – volledige tekst
InhoudVoor het in bedrijf nemen / gebruik van dit apparaat deze gebruikshandleiding zorgvuldig lezen!Deze handleiding maakt deel uit van het apparaat en dient steeds in onmiddellijke nabijheid van de opstellingsplaats resp.
bij het apparaat bewaard te worden.Wijzigingen voorbehouden; we aanvaarden geen aansprakelijkheid voor drukfouten en vergissingen!Veiligheidsaanwijzingen 4Milieubescherming en recycling 4Garantie 4Transport en verpakking 5Beschrijving van het apparaat 5Combinaties 6Bediening 7Uit bedrijf nemen 7Verzorging en onderhoud 7Verhelpen van storingen en service 8Montageaanwijzingen voor vakpersoneel 9-11Installeren 11-12Controle op lekkages 13Condensaansluiting 13Elektrische aansluiting 13-14Elektrisch aansluitschema 14Elektrisch schema 15Vóór het in bedrijf nemen 15Koudemiddel bijvullen 16Inbedrijfstelling 16-17Afmetingen apparaat 18Technische gegevens 18Apparaatafbeelding 19Reserveonderdelenlijst 19Made by REMKO3
VeiligheidsaanwijzingenLees voor u het apparaat voor het eerst gebruikt de gebruikshandleiding zorgvuldig door. Deze bevat nuttige tips, aanwijzingen en waarschuwingen voor de veiligheid van personen en goederen. Het niet opvolgen van de gebruikshandleiding kan gevaar voor personen, het milieu, de installatie en tot het verlies van mogelijke aansprakelijkheid leiden. ■ Bewaar deze gebruikshandleiding en het koudemiddeldatablad in de buurt van de apparaten. ■ Het plaatsen en installeren van de apparaten en componenten mag alleen gebeuren door vakpersoneel. ■ De opstelling, de aansluiting, en het bedrijf van de toestellen en componenten moeten gebeuren binnen de toepassings- en gebruiksvoorwaarden volgens de handleiding, en de plaatselijk geldende voorschriften. ■ Apparaten voor mobiel gebruik moeten veilig en verticaal op een geschikte ondergrond opgesteld worden.
Apparaten voor stationair bedrijf mogen alleen in vast geïnstalleerde toestand gebruikt worden. ■ Ombouwwerkzaamheden of veranderingen aan de door REMKO geleverde apparaten zijn niet toegestaan en kunnen storingen veroorzaken. ■ De apparaten en componenten mogen niet worden gebruikt op plaatsen met verhoogd risico op beschadigingen. De minimale vrije ruimte moet worden aangehouden. ■ De elektrische voeding moet worden aangepast aan de eisen van de apparaten. ■ De veiligheid van de apparaten en componenten is alleen gegarandeerd bij het bedoeld gebruik en in volledig gemonteerde toestand. De veiligheidsinrichtingen mogen niet worden veranderd of overbrugd. ■ De bediening van apparaten of componenten met zichtbare defecten of beschadigingen is verboden. ■ Alle delen van de behuizing en openingen, bijv. luchtin- en uitgangen, moeten vrij zijn van vreemde voorwerpen, vloeistoffen of gassen.
■ Het aanraken van bepaalde onderdelen of componenten van de apparaten kan brandwonden of letsel veroorzaken. ■ Installatie, herstellingen en onderhoud mogen uitsluitend gebeuren door gemachtigd vakpersoneel, visuele controles en reinigingen kunnen door de gebruiker in spanningsloze toestand uitgevoerd worden. ■ Bij het installeren, het onderhouden, het repareren of het reinigen van de apparaten moeten geschikte maatregelen worden genomen om de van de apparaten uitgaande gevaren voor personen te voorkomen. ■ De apparaten of componenten mogen niet worden blootgesteld aan mechanische belasting, extreme vochtigheid of directe zonnestraling. Afvoeren van de verpakkingAlle producten worden voor het transport zorgvuldig verpakt in milieuvriendelijke materialen.
Lever een waardevolle bijdrage aan de vermindering van afval en het recyclen van grondstoffen en lever het verpakkingsmateriaal alleen in bij de daarvoor aangewezen inzamelplaatsen. Afvoer van de oude apparatenDe productie van het apparaat wordt voortdurend op kwaliteit bewaakt. Er worden uitsluitend hoogwaardige materialen gebruikt, die voor het grootste deel gerecycled kunnen worden. Draag bij aan de bescherming van het milieu, door er voor te zorgen dat uw gebruikte apparaat alleen op milieuvriendelijke wijze volgens de plaatselijk geldende voorschriften, bijv. door een erkend afvalverwerkingsbedrijf en recycling of via een inzamelpunt uitgevoerd wordt.
GarantieVoorwaarde voor eventuele aanspraken op garantie is, dat de inkoper of zijn af-nemer tegelijk met de verkoop en het in gebruik nemen, de bij het apparaat meegeleverde "Garantieoorkonde" en het "Inbedrijfstellingsrapport" volledig ingevuld naar REMKO GmbH & Co. KG teruggestuurd heeft. De garantievoorwaarden zijn opgenomen in de "Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden". Daarnaast kunnen alleen tussen de bij de overeenkomst betrokken partijen speciale afspraken gemaakt worden. Richt u zich daarom eerst tot uw directe leverancier.
De apparaten worden in een sta-biele transportverpakking geleverd. Controleer het apparaat direct bij de levering en noteer eventuele schade of ontbrekende onderdelen op de pakbon en informeer de transpor-teur en uw leverancier.Bij klachten achteraf wordt geen ga-rantie verleend.De buitenunit van de combi-airconditioningapparaten in splituitvoering dient tijdens koelbedrijf voor het afgeven van de door de binnenunit uit de te koelen ruimte opgenomen warmte aan de buitenlucht.Bij apparaten voor het koelen en verwarmen kan tijdens verwarmingsbedrijf via de binnenunit de door het buitendeel opgenomen warmte worden afgegeven in de te verwarmen ruimte.De buitenunit kan buiten of onder bepaalde voorwaarden binnen worden gemonteerd.De buitenunit bestaat uit een koudekringloop met compressor, condensor in lamellenuitvoering, condensorventilator, keerklep en een regelorgaan.
De besturing van de buitenunit gebeurt via de regeling van de aangesloten binnenunit. Daarom moet het hoofdstuk "Bediening" uit de gebruikshandleiding van de binnenunit worden opgevolgd. Bediening Tijdelijk uit bedrijf nemen1. Neem de installatie met behulp van de afstandsbediening buiten gebruik. 2. Schakel de stroomtoevoer van het apparaat uit. 3. Controleer het apparaat op zichtbare beschadigingen en reinig het zoals in het hoofdstuk "Verzorging en onderhoud" is beschreven. 4. Dek het apparaat indien mogelijk af met een kunststoffolie om deze tegen weersinvloeden te beschermen. Langdurig uit bedrijf nemenDe opslag van het toestel en componenten dient volgens de regionaal geldende voorschriften, bv. door gemachtigde gespecialiseerde bedrijven voor het opslaan en het recyclen en inzamelen, te worden uitgevoerd. De firma REMKO GmbH & Co.
KG of haar vertegenwoordigers verwijzen u graag naar een gespecialiseerd bedrijf bij u in de buurt. Uit bedrijf nemenEen regelmatige verzorging en het opvolgen van enkele basiscondities garandeert een storingsvrij gebruik en een lange levensduur van het apparaat. Verzorging en onderhoudVóór alle werkzaamheden aan de apparaten moet de netvoeding uitgeschakeld en beveiligd worden tegen onbevoegd herinschakelen. LET OP. Verzorging■ Houd het apparaat vrij van vuil, begroeiing en andere afzettingen. ■ Reinig de apparaten alleen met een vochtige doek. Gebruik geen waterstraal. ■ Gebruik geen bijtende, schurende of oplosmiddelen bevattende reinigingmiddelen. ■ Gebruik ook bij extreme vervuiling alleen geschikte reinigingsmiddelen. ■ Controleer eventueel de vervuilingsgraad van de lamellen van het apparaat.
■ Dek het apparaat af met een kunststoffolie, om het binnendringen van vuil in het apparaat te voorkomen. Onderhoud■ We adviseren een onderhoudsovereenkomst voor een jaarlijkse onderhoudsbeurt met een gespecialiseerd bedrijf af te sluiten.
Storing Mogelijke oorzaak Controleren OplossingHet apparaat start niet of schakelt zelfstandig uitStroomuitval, onderspanning Werken alle elektrischeapparaten. Spanning controlerenen eventueel op herinschakeling wachtenNetzekering defectHoofdschakelaar uitgeschakeld Werken alle lichtinstallaties. Netzekering vervangenHoofdschakelaar inschakelenNetkabel beschadigd Werken alle elektrischeapparaten. Reparatie dooreen gespecialiseerd bedrijfWachttijd na het inschakelen te kortZijn er na het herstartenca. 5 minuut verstreken. Langere wachttijden inplannenGebruikstemperatuurbereikover- resp. onderschredenWerken de ventilatorenvan de apparaten nog. Rekening houden mettemperatuurbereikenTijdelijke over- resp.
Reparatie door een gespecialiseerd bedrijfHet apparaat is volgens de modernste productiemethoden geproduceerd en meerdere keren op een probleemloze werking gecontroleerd. Als er desondanks toch storingen optreden, controleer dan de werking van het apparaat volgens de onderstaande lijst.
Bij installaties met binnen- en buitenunit moet eveneens het hoofdstuk "Verhelpen van storingen en service" uit beide bedieningshandleidingen worden opgevolgd. Als alle controles zijn uitgevoerd en het apparaat nog steeds niet probleemloos werkt, licht dan uw gespecialiseerd bedrijf in. Verhelpen van storingen en serviceFunctiestoringDe zuigleiding en / of de condensor van decompressors bevrorenWarmtebelasting is toegenomen Werkt de buitenunit in duurbedrijf. Warmtebelasting verminderen Evt. extra apparaat installeren / Bevroren onderdelen isolerenREMKO RXS H8.
Montageaanwijzingen voor vakpersoneelBelangrijke aanwijzingen voor de installatie■ Voor het installeren van de totale installatie moeten de gebruikshandleidingen van de binnenunit en de buitenunit worden opgevolgd. ■ Breng het apparaat in de originele verpakking zo dicht mogelijk bij de montagelocatie. Zo vermijdt u transportschade. ■ Controleer de inhoud van de verpakking op volledigheid en het apparaat op zichtbare transportschade. Meld eventuele schade onmiddellijk aan uw leverancier en de transporteur. ■ Til het apparaat op aan de hoeken en niet aan de koelmiddel- of condensaansluitingen. ■ De koelmiddelleidingen (inspuit- en zuigleiding), kleppen en verbindingen moeten dampdiffusiedicht worden geïsoleerd. Eventueel moet ook de condensleiding worden geïsoleerd. Bij duurbedrijf van het apparaat moeten de zuigleiding en de condensor in de buitenunit worden geïsoleerd.
■ Kies een montagelocatie, waar een vrije luchtinlaat en -uitlaat is gewaarborgd. (zie deel „minimum vrije ruimte“. )■ Installeer het apparaat niet in de onmiddellijke nabijheid van apparaten met een sterke warmtestraling. De montage in de buurt van warmtebronnen vermindert de capaciteit van het apparaat. ■ Open de afsluitkranen van de koudemiddelleidingen pas na het afronden van alle installatiewerkzaamheden. ■ Sluit open koude- middelleidingen tegen het binnendringen van vocht door geschikte doppen, resp. plakband en leidingen niet knikken of indrukken de koelmiddelleidingen. ■ Vermijd onnodige bochten. Zo wordt het drukverlies in de koudemiddelleidingen geminimaliseerd en wordt de vrije terugstroming van de compressorolie gewaarborgd. ■ Neem bijzondere voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de olieterugvoer, als de buitenunit hoger dan de binnenunit is geplaatst.
■ Gebruik alleen de meegeleverde wartelmoeren voor de koudemiddelleidingen en verwijder deze pas vlak voor het aansluiten van de koudemiddelleidingen. ■ Voer alle elektrische aansluitingen uit volgens de geldende DIN- en VDE-bepalingen. ■ Sluit de elektrische leidingen altijd volgens de voorschriften aan op de elektrische aansluitklemmen. Anders kan er brand ontstaan. Wanddoorvoeren■ Er dient een wanddoorbreking gemaakt te worden van minimum 70 mm diameter en 10 mm niveauverschil van binnen naar buiten per binnentoestel. ■ Wij raden u aan, de wanden van het gat af te smeren of bijv. met een PVC-buis te bekleden, om beschadigingen aan de leidingen te voorkomen. (afbeelding1). ■ Na de montage moeten de wanddoorvoeren met een geschikt afdichtmiddel worden afgesloten. Gebruik geen cement- of kalkhoudende materialen.
StuurleidingCondensleidingInspuitleidingZuigleidingPVC-buisMontagemateriaalDe buitenunit wordt met behulp van 4 bouten via een wandframe tegen de wand of op een vloerconsole aan de vloer bevestigd. Gebruik alleen voor de toepassing goedgekeurde bevestigingsmaterialen. OPMERKING 1 Leidingdoorvoer door een wand9.
Wind Als het apparaat op een winderige plaats wordt geïnstalleerd, let er dan op dat uitstromende warme lucht met de hoofdwindrichting mee afgevoerd wordt. Als dit niet mogelijk is moeten er bouwkundige voorzieningen worden aangebracht ter bescherming tegen wind (afbeelding 2). Let er op dat deze windbescherming geen negatieve invloed heeft op de luchttoevoer naar het apparaat. Opstelling binnen een gebouw■ Zorg voor voldoende warmteafvoer als het apparaat in een kelder, op het dak, in een aangrenzende ruimte of in hallen wordt geplaatst (afbeelding 4). ■ Installeer een extra ventilator met hetzelfde luchtdebiet als het in die ruimte op te stellen buitendeel en eventuele drukverliezen in de luchtkanalen kan compenseren. (afbeelding 4)Sneeuw In gebieden met sterke sneeuwval moet het apparaat bij voorkeur tegen een wand worden geïnstalleerd. De montage dient dan min.
20 cm boven de te verwachten sneeuwhogte te gebeuren, om het binnendringen van sneeuw in het buitendeel te verhinderen (afbeelding 3). Een wandconsole is leverbaar als accessoire. Wind 20 cmSneeuwKeuze van de installatielocatie De buitenunit is ontworpen voor een horizontaal staande positie buiten. De opstellocatie van het apparaat moet horizontaal, vlak en stevig zijn. Bovendien moet het apparaat worden vastgezet zodat het niet kan kantelen. De buitenunit kan zowel buiten als binnen een gebouw worden geplaatst. Bij de buitenmontage moet u rekening houden met de volgende aanwijzingen ter bescherming van het apparaat tegen weersinvloeden. RegenHet apparaat moet bij plaatsing op de vloer of op het dak met minimaal 10 cm bodemvrijheid gemonteerd worden. Bij apparaten voor het koelen en verwarmen vergroot een hogere opstelling de verwarmingscapaciteit.
De buitenunit moet indien mogelijk aan de noordzijde van het betreffende gebouw worden geplaatst. Indien mogelijk moeten er bouwkundige voorzieningen worden aangebracht die voor schaduw zorgen. Dit kan ook gebeuren door een overkapping. De uitstroom van warme lucht mag door de maatregelen echter niet beïnvloed worden. 2 Windbescherming 3 Minimum afstand tot sneeuwWarme lucht Koude verse luchtLicht- schachtBuitenunitWarme luchtLicht- schachtExtra ventilator 4 Plaatsing binnen een gebouwREMKO RXS H10.
■ Waarborg een continue en ongehinderde luchttoevoer van buiten, indien mogelijk door tegenover elkaar liggende, voldoende grote luchtopeningen. ■ Houd u zich aan de statische en andere bouwtechnische voorschriften en bepalingen in verband met het gebouw en zorg eventueel voor geluidsdemping. Minimale vrije ruimte In de volgende afbeelding is de minimale vrije ruimte voor een storingsvrij bedrijf van de apparaten weergegeven. Deze beschermzones dienen voor een onbelemmerde luchtinlaaten luchtuitlaat, om voldoende ruimte te waarborgen voor onderhoud en voor bescherming van het apparaat tegen beschadigingen. RXS 261H RXS 351H RXS 521H RXS 681H RXS 1200HA 100 mm 150 mmB 700 mm 900 mmC 400 mmD 100 mm 150 mmE 200 mm 400 mm 600 mmMaatregelen olieterugvoerAls de buitenunit hoger dan de binnenunit wordt geplaatst, moeten geschikte maatregelen voor het terugvoeren van de olie worden getroffen.
Dit gebeurt meestal door het vervaardigen van een olie-elleboog, die moet worden geïnstalleerd per 2,5 meter stijging. InstallerenDe volgende aanwijzingen hebben betrekking op het installeren van de koudekringloop en de montage van de binnen- en buitenunit. 1. De vereiste leidingdiameters kunt u vinden in de tabel "Technische gegevens" van de buitenunit. 2. Installeer de binnenunit en sluit de koudemiddelleidingen aan volgens de gebruikshandleiding van de binnenunit. 3. Let bij de montage op de buigradius van de koudemiddelleidingen en buig een leiding nooit tweemaal op dezelfde plaats. Hierdoor kan de leiding bros worden en scheuren. 4. Gebruik voor het buigen van de koperen leidingen de juiste buiggereedschappen om het dichtknikken van de leidingen te voorkomen. 5. Monteer de koudemiddelleidingen van binnenunit naar buitenunit. Zorg voor een voldoende bevestiging en neem evt.
Montageaanwijzingen van de consoles opvolgen. 7. Zorg er voor dat er geen geluid wordt overgedragen rnaar delen van het gebouw. Contactgeluiden kunnen door trillingsdempers worden verminderd. Minimale vrije ruimteLuchtaanvoer ECBADLucht-uitlaatMaatregelen olieterugvoerBuitenunitOlie-ellebogen in de zuigleiding naar het buitendeel 1 per 2,5 stijgende meterRadius:min. 50 mmmax. 15 mBinnenunitHet installeren mag alleen door geautoriseerd vakpersoneel uitgevoerd worden. OPMERKING11.
8. Verwijder de vanuit de fabriek gemonteerde beschermdoppen evenals de wartelmoeren van de aansluitingen en gebruik deze tijdens de montage.9. Zorg ervoor dat de wartelmoeren aanwezig zijn op de leiding, voordat u de koudemiddelleidingen omflenst.10.Bewerk de verlegde koudemiddelleidingen (afbeelding 5 en 6).11. Controleer of de flens de juiste vorm heeft .(afbeelding 7)12. Sluit de koppeling van de koudemiddelleidingen eerst met de hand aan op de afsluiter, om ervoor te zorgen dat deze goed aansluit. Aanvullende aanwijzingen voor installatie■ Bij het combineren van de buitenunit met meerdere binnenunits kan de procedure voor het aansluiten van de koudemiddelleidingen afwijken. Monteer in dat geval de meegeleverde verloopnippels resp.
T-stukken op de binnenunit.■ Is de enkele lengte van de verbindingsleiding groter dan 5 m, dan moet bij het in bedrijf nemen van de installatie koelmiddel worden toegevoegd(zie hoofdstuk "Koudemiddel bijvullen"“).Er mag alleen gereedschap worden gebruikt, dat geschikt is voor gebruik in de koeltechniek. Pijpsnijder, ontbramer, buigtang en felsgereedschap. OPMERKING13. Monteer de schroefkoppelingen nu definitief met 2 steeksleutels met de juiste sleutelwijdte. Houd de schroefkoppeling tijdens het aandraaien met een steeksleutel tegen (afbeelding 8).14. Voorzie ten slotte de geïnstalleerde koelmiddelleidingen, inclusief koppelingen, van een geschikte warmte-isolatie.15.
Controle op lekkagesZodra alle aansluitingen gemaakt zijn, wordt het manometerstation als volgt aangesloten op de Schraderklep, indien aanwezig:rood = kleine klep = inspuitdrukblauw = grote klep = zuigdruk. Na het maken van alle aansluitingen wordt de lektest met droge stikstof uitgevoerd. Voor het controleren op lekkages lekzoekspray spuiten op alle aansluitingen. Als er bellen te zien zijn, dan is de aansluiting niet correct uitgevoerd. Draai dan de schroefkoppelingen strakker aan of maak eventueel een nieuwe flens aan de leiding. Na succesvolle lektest de overdruk uit de koudemiddelleidingen verwijderen en een vacuümpomp met een absolute onderdruk van min. 10 mbar aansluiten, om een luchtledige te bereiken in de leidingen. Bovendien wordt op die manier het aanwezige vocht uit de leidingen verwijderd. Er moet een vacuüm van min. 20 mbar abs. worden bereikt. LET OP.
De tijdsduur voor het verkrijgen van het vacuüm is afhankelijk van het leiding- volume van de binnenunit en de lengte van de koudemiddelleidingen, de procedure duurt echter minimaal 60 minuten. Zodra de vreemde gassen en het vocht volledig uit het systeem verwijderd zijn, dan worden de ventielen van het manometerstation gesloten en de ventielen van het buitendeel, zoals beschreven in het hoofdstuk "In bedrijf nemen", geopend. CondensaansluitingDoor de dauwpuntonderschrijding bij het koelblok ontstaat er tijdens verwarmingsbedrijfcondens. Het onderste deel van de behuizing van de buitenunit is uitgevoerd als opvangbak. Hier moet de meegeleverde condensaansluiting gebruikt worden. ■ De lokale condensafvoer moet worden uitgevoerd met een verval van minimal 2 %. Eventueel moet een dampdiffusiedichte isolatie gemonteerd worden.
Daarnaast moet de onderzijde van de bekleding van de behuizing vorstvrij worden gehouden om een doorlopende afvoer van condens te waarborgen. Monteer eventueel een lintverwarming langs de leiding. ■ Na succesvolle plaatsing dient de vrije afloop van condens gecontroleerd te worden en een permanente lekdichtheid verzekerd te worden. Elektrische aansluitingEr moet een stroomaansluiting voor de netvoeding naar de buitenunit en een zesaderige stuurleiding van de buitenunit naar de binnenunit verlegd worden. Wij adviseren voor de stuurleiding een afgeschermde leiding met een doorsnede van minimaal 1,5 mm² te gebruiken. Aansluiting buitendeelVóór u begint met het aansluiten moet u de volgende aanwijzingen opvolgen:■ De schakelkast moet in de buurt van de buitenunit geïnstalleerd worden. We adviseren leen hoofd- / reparatieschakel aar te gebruiken.
■ De stroomtoevoer van de binnenunit gebeurt via de verbindingsleiding van de buitenunit. ■ De elektrische afzekering van de installatie moet gebeuren volgens de technische gegevens. ■ Wordt de buitenunit op een dak gemonteerd, dan moet ervoor worden gezorgd dat deze tegen blikseminslag wordt beschermd. Controleer of alle elektrische stekker- en klemverbindingen goed vastzitten en goed contact maken, eventueel aandraaien. LET OP. Bij enkele binnenunits zijn extra sensorleidingen resp. stuurleidingen‚ noodzakelijk. OPMERKINGHet elektrische installeren moet gebeuren door een gespecialiseerd bedrijf. De montage van de elektrische aansluiting moet spanningsloos gebeuren. LET OP. 13.
Elektrisch aansluitschema4. Voer de leiding door de beschermring van de vaste aansluitplaat.5. Sluit de leidingen aan op de klemmen volgens het aansluitschema.6. Veranker de leiding in de trekontlasting en bouw het toestel weer tesamen.Voor het aansluiten van de leiding als volgt te werk gaan:1. Demonteer het toesteldeksel.2. Verwijder de zijwand aan de kant van de aansluiting.3.
Elektrisch schemaNa succesvolle controle op lekkages de vacuümpomp via het manometerstation aansluiten op de klepaansluitingen van de buitenunit (zie hoofdstuk "Controle op lekkages") en zorgen voor een vacuüm.Vóór de eerste inbedrijfstelling van het apparaat en na ingrepen in de koudekringloop moeten de volgende controles worden uitgevoerd en in het inbedrijfstellingsrapport worden gedocumenteerd:■ Controle van alle koudemiddel- leidingen en -kleppen op lekkages met lekzoekspray en het per ongeluk verwisselen van de aanzuig- en de inspuitleiding, bij stilstand van het apparaat.■ Controle van de koudemiddel- leidingen en de isolatie op beschadigingen.■ Controleer de elektrische verbinding tussen binnen- en buitenunit op de juiste polariteit.■ Controleer alle bevestigingen, ophangingen enz.
Koudemiddel bijvullenHet apparaat beschikt over een basisvulling met koudemiddel Deze basisvulling moet afhankelijk van de combinatie met de binnenunit worden aangevuld. In de volgende tabel zijn de betreffende nieuwe, aangevulde basiskoudemiddelhoeveelheden opgegeven:Let er op dat het gebruikte koudemiddel altijd in vloeibare vorm gevuld wordt. LET OP. Inbedrijfstelling Nadat alle onderdelen zijn aangesloten en getest kan de installatie in bedrijf worden genomen. Om de juiste werking te kunnen garanderen moet vóór het overdragen aan de gebruiker een functiecontrole worden uitgevoerd, om eventuele onregelmatigheden in de werking van het apparaat vast te stellen. Deze controle is afhankelijk van de gemonteerde binnenunit. In de gebruikshandleiding van de in bedrijf te nemen binnenunit is de werkwijze vastgelegd.
Functiecontrole en proefdraaienControleer de volgende punten:■ Lekdichtheid van de koudemiddelleidingen. ■ Gelijkmatige loop van compressor en ventilator. ■ Afgifte koude lucht door de binnenunit en verwarmde lucht door de buitenunit tijdens koelbedrijf. RXS 261H RXS 351H RXS 521H RXS 681H RXS 1200HRXW 261 + 0 g - - - -RXW 351 - + 0 g - - -RXW 521 - - + 0 g - -RXW 681 - - - + 0 g -RXD 260 + 200 g - - - -RXD 350 - + 200 g - - -RXD 520 - - + 200 g - -RXD 680 - - - + 200 g -RXD 1200 - - - - + 0 gRXT 350 - + 150 g - - -RXT 520 - - + 150 g - -RXT 680 - - - + 150 g -Koelen / verwarmenDaarnaast moet bij koudemiddelleidingen van meer dan 5 meter enkele lengte per koudekringloop een extra vulhoeveelheid volgens de hiernaast opgenomen tabel worden bijgevuld:RXS 261H RXS 351H RXS 521H RXS 681HRXS 1200HEnkele leidinglengte Extra vulhoeveelheidTot en met 5 m 0 g/m 0 g/m 0 g/m 0 g/m 0 g/m5 m bis max.
25 m 25 g/m 25 g/m 25 g/m 45 g/m 65 g/m OPMERKINGDe vulhoeveelheid van het koudemiddel moet gecontroleerd worden op basis van de oververhittingDraag bij de omgang met koudemiddelen altijd de betreffende beschermende kleding. LET OP.
■ Functiecontrole van de binnenunit en het correcte verloop van alle programma's. ■ Controle van de oppervlakte-temperatuur van de zuigleiding en bepaal de verdamperoververhitting. Houd de thermometer tegen de aanzuigleiding voor het meten van de temperatuur en trek de op de manometer afgelezen kookpunttemperatuur af van de gemeten temperatuur. ■Noteer de gemeten temperaturen in het inbedrijfstellingsrapport. Functietest van de bedrijfsmodus koelen1. Neem de afsluitdoppen van de kleppen. 2. Begin de inbedrijsfstelling, door de afsluiters van de buitenunit kort te openen, tot de manometer een druk van ca. 2 bar aangeeft. 3. Controleer de lekdichtheid van alle gemaakte aansluitingen met lekzoekspray of geschikte lekzoekapparatuur. Als u geen lekkages hebt gevonden, draai dan de afsluiters met een zeskantsleutel linksom tot de aanslag open.
Als u lekkages hebt geconstateerd, dan moet de defecte aansluiting opnieuw tot stand gebracht worden. Het opnieuw tot stand brengen van een vacuüm en een droging is daarbij verplicht. OPMERKINGDoor de inschakelvertraging loopt de compressor pas enkele minuten later aan. 7. Controleer tijdens het proefdraaien alle regel-, stuur- en veiligheidsinrichtingen op hun werking en correcte instelling. 8. Controleer de apparaatbesturing- van de binnenunit op basis van de in de gebruikshandleiding beschreven functies. Timer, temperatuurinstellingen en alle modusinstellingen. 9. Meet de oververhitting, buiten-, binnen-, uitstroom- en- verdampingstemperaturen en noteer de meetgegevens Sie in het inbedrijfstellingsrapport. 10. Verwijder de manometer. 4. Schakel hoofdschakelaar in het gebouw resp. de zekering in. 5.
Schakel het apparaat in via de afstandsbediening en kies de verwarmingsmodus, het maximale ventilatortoerental en de hoogste insteltemperatuur. 3. Meet alle vereiste waarden, draag deze over in het indienstnameprotocol en controleer de veiligheidsfuncties. 4. Controleer de besturing van het apparaat op basis van de in het hoofdstuk "Bediening" beschreven functies. Timer, temperatuurinstelling, ventilatorsnelheden. Controleer na elke ingreep in de koudekringloop de afsluitkleppen en de afsluitdoppen op lekkages. Gebruik eventueel geschikt afdichtmateriaal. OPMERKINGAfsluitende maatregelen■ Stel de insteltemperatuur in op de gewenste waarde met de afstandsbediening. ■ Monteer alle gedemonteerde onderdelen. ■ Leg de werking uit aan de gebruiker. 17.
Apparaatafbeelding61245ReserveonderdelenlijstBij reserveonderdeelbestellingen naast het EDV-nr. graag ook altijd het toestelnr. en -type (zie kenplaatje) vermelden!Nr.
Technische wijzigingen en specificaties onder voorbehoud!AdviesVia onze intensieve training brengen we de vakkennis van onze adviseurs steeds op de nieuwste stand. Dat draagt bij tot onze reputatie meer te zijn dan een goede, betrouwbare leverancier: REMKO, een partner, die helpt bij het oplossen van problemen. De verkoopREMKO beschikt niet alleen over een goed uitgebouwd netwerk van vertegenwoordigingen in binnen- en buitenland, maar ook over hoog gekwalificeerd vakkundig personeel voor de verkoop. REMKO-medewerkers in de buitendienst zijn meer dan alleen verkoper: voor alles dienen zij voor onze klanten adviseurs te zijn in de airconditioning- en warmtetechniek. De servicedienstOnze apparaten werken nauwkeurig en betrouwbaar. Als er onverhoopt toch een storing optreedt, dan is de REMKO servicedienst snel ter plaatse.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met REMKO RXS351H stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco REMKO
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco