REMKO RXD350 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van REMKO RXD350 (28 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 36 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over REMKO RXD350 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | REMKO |
| Categorie: | Airco |
| Model: | RXD350 |
Handleiding REMKO RXD350 – volledige tekst
InhoudVóór het in bedrijf nemen / gebruik van dit apparaat deze gebruikshandleiding zorgvuldig lezen!!Deze handleiding maakt deel uit van het apparaat en dient steeds in directe nabijheid van de opstellocatie resp. bij het apparaat bewaard te worden.Wijzigingen voorbehouden; we aanvaarden geen aansprakelijkheid voor drukfouten en vergissingen!Veiligheidsaanwijzingen4Milieubescherming en recycling4Garantie4Transport en verpakking 5Beschrijving van het apparaat5Combinaties5Bediening6-11Uit bedrijf nemen12Verzorging en onderhoud12-13Verhelpen van storingen en service14-15Montageaanwijzingen voor vakpersoneel15-16Installeren16-19Condensaansluiting20Elektrische aansluiting20-21Elektrisch aansluitschema21Elektrisch schema22Inbedrijfstelling23Afmetingen apparaat23Apparaatafbeelding24-25Reserveonderdeellijsten24-25Technische gegevens26Made by REMKO3
VeiligheidsaanwijzingenLees voor u het apparaat voor de eerst in gebruikt neemt de gebruiks-handleiding aandachtig door. Deze bevat nuttige tips, aanwijzingen en waarschuwingen voor de veiligheid van personen en goederen. Het niet opvolgen van de gebruikshandleiding kan gevaar voor personen, het milieu, de installatie en tot het verlies van mogelijke aansprakelijkheid leiden. ■ Bewaar deze gebruikshandleiding en het koudemiddeldatablad in de buurt van het apparaat. ■ Het plaatsen en installeren van de apparaten en componenten mag alleen gebeuren door vakpersoneel. ■ Het opstellen, aansluiten en gebruik van de apparaten en componenten moet volgens de gebruiks- en bedrijfsomstandigheden uit de gebruikshandleiding en de geldende lokale voorschriften gebeuren. ■ Apparaten voor mobiel gebruik moeten veilig en verticaal op een geschikte ondergrond opgesteld worden.
Apparaten voor stationair bedrijf mogen alleen in vast geïnstalleerde toestand gebruikt worden. ■ Ombouwwerkzaamheden of veranderingen aan de door REMKO geleverde apparaten zijn niet toegestaan en kunnen storingen veroorzaken. ■ De apparaten en componenten mogen niet worden gebruikt op plaatsen met verhoogd risico op beschadigingen. De minimale vrije ruimte moet worden aangehouden. ■ De elektrische voeding moet worden aangepast aan de eisen van de apparaten. ■ De veiligheid van de apparaten en componenten is alleen gegarandeerd bij het bedoeld gebruik en in volledig gemonteerde toestand. De veiligheidsinrichtingen mogen niet worden veranderd of overbrugd. ■ Het bedienen van apparaten of componenten met zichtbare gebreken of beschadigingen is verboden. ■ Alle behuizingonderdelen en openingen in het apparaat, bijv.
■ De apparaten en componenten moeten voldoende veiligheidsafstand hebben ten opzichte van ontvlambare, explosieve, brandbare, agressieve en vervuilde zones en atmosferen. ■ Het aanraken van bepaalde onderdelen of componenten van de apparaten kan brandwonden of letsel veroorzaken. ■ Installatie-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door geautoriseerd vakpersoneel; visuele controles en reinigingswerkzaamheden mogen in spanningsloze toestand door de gebruiker uitgevoerd worden. ■ Bij het installeren, het onderhouden, het repareren of het reinigen van de apparaten moeten geschikte maatregelen worden genomen om de van de apparaten uitgaande gevaren voor personen te voorkomen. ■ De apparaten of componenten mogen niet worden blootgesteld aan mechanische belastingen, extreme vochtigheid of directe zonnestraling.
Afvoeren van de verpakkingAlle producten worden voor het transport zorgvuldig verpakt in milieuvriendelijke materialen. Lever een waardevolle bijdrage aan de vermindering van afval en het recyclen van grondstoffen en lever het verpakkingsmateriaal alleen in bij de daarvoor aangewezen inzamelplaatsen. Afvoeren van de oude apparatenDe productie van het apparaat wordt voortdurend op kwaliteit bewaakt. Er worden uitsluitend hoogwaardige materialen gebruikt, die voor het grootste deel gerecycled kunnen worden. Draag bij aan de bescherming van het milieu, door er voor te zorgen dat uw gebruikte apparaat alleen op milieuvriendelijke wijze volgens de plaatselijk geldende voorschriften, bijv. door een erkend afvalverwerkingsbedrijf en recycling of via een inzamelpunt verwerkt wordt.
Milieubescherming en recyclingGarantieVoorwaarde voor eventuele aanspraken op garantie is, dat de inkoper of zijn afnemer tegelijk met de verkoop en het in gebruik nemen de bij het apparaat meegeleverde "Garantieoorkonde" en het "Inbedrijfstellingsrapport" volledig ingevuld naar REMKO GmbH & Co. KG heeft teruggestuurd.
De apparaten worden in een stabiele transportverpakking geleverd. Controleer de apparaten direct bij de levering en noteer eventuele schade of ontbrekende onderdelen op de pakbon en informeer de transporteur en uw leverancier.Bij klachten achteraf wordt geen garantie verleend.De binnenunit van de combi-airconditioning in slpit-uitvoering dient voor het opnemen van de uit de te koelen ruimte opgenomen warmte. De buitenunit geeft deze warmte weer af aan de buitenlucht.Bij apparaten voor het koelen en verwarmen kan tijdens verwarmingsbedrijf via de binnenunit de door het buitendeel opgenomen warmte worden afgegeven in de te verwarmen ruimte.De binnenunit is ontworpen voor binnengebruik, bij systeemplafonds met Eurorasterafmetingen. De cassette bevindt zich boven het systeemplafond, alleen de afdekking is zichtbaar.
Infrarood afstandsbedieningDe infrarood-afstandsbediening zendt de geprogrammeerde instellingen over een afstand tot 6 naar het ontvangstdeel van de binnenunit. Een storingsvrije ontvangst van de gegevens is alleen mogelijk als de afstandsbediening op de ontvanger wordt gericht en er geen zijn die de overdracht belemmeren. Eerst moeten de meegeleverde batterijen (2 stuks, type AAA) in de afstandsbediening worden geplaatst. Trek daarvoor de klep van het batterijvak los en plaats de batterijen, let daarbij op de polariteit (zie markering).Vervang lege batterijen direct door een nieuwe set, omdat gevaar voor uitlopen bestaat. Bij langdurig uit bedrijf nemen wordt aanbevolen de batterijen te verwijderen. OPMERKINGmax. 6 mMax. Afstand 6 mDe binnenunit kan comfortabel bediend worden met de meegeleverde infrarood afstandsbediening.
Een correcte gegevensoverdracht wordt door de binnenunit met een pieptoon bevestigd. Als het programmeren via de infrarood afstandsbediening niet mogelijk is, kan de binnenunit ook handmatig bediend worden.Display op de binnenunitDe indicatie-LED‘s gaan branden op basis van de instellingen.LED H rood = hoog ventilatortoerentalLED M geel = midden ventilatortoerentalLED L groen = laag ventilatortoerentalHandbedieningDe binnenunits kunnen handmatig in gebruik genomen worden. Door indrukken van de toets RESET op het ontvangstdeel van de afdekking wordt de automatische modus geactiveerd.
Bij handbediening gelden de volgende instellingen:Koelbedrijf: 24 °C, Ventilatortoerental: AUTOVerwarmingsbedrijf: 26 °C, Ventilatortoerental: AUTODoor het indrukken van een toets op de infrarood afstandsbediening wordt de handbediening onderbroken.Display op de binnenunitOntvangstsdeel voor signalen van de afstandsbediening.LEDHLEDMLEDLToets RESET Handmatig bedrijfBedieningStoringen worden door codes weergegeven(zie hoofdstuk verhelpen van storingen en service). LET OP!REMKO RXD6
Toets "SWING" Deze toets activeert de pendelende lamellen voor een betere luchtverdeling in de ruimte en maakt het daarnaast mogelijk de lamellen vast te zetten. Toets "FAN" Met deze toets wordt het gewenste ventilatortoerental ingesteld. Er zijn 4 niveau's beschikbaar: automatisch, hoge, midden en lage ventilatorsnelheid. Toets "TIME-OFF" Met deze toets wordt het automatisch uitschakelen van de binnenunit geprogrammeerd. Toets "TIME-ON" Met deze toets wordt het automatische inschakelen van de binnenunit geprogrammeerd. Toets "C" Met deze toets wordt de tijdinstelling geactiveerd. Toets "R" Met deze toets wordt de afstandsbediening gereset naar de fabrieksinstellingen. Toets "NETWORK" Deze toets heeft geen functie.
Toets "SLEEP" Na het bedienen van deze toets stijgt in koelbedrijf de doeltemperatuur automatisch met 1 °C per uur; in verwarmingsbedrijf daalt de doeltemperatuur met 1 °C per uur.Toetsen op de afstandsbediening Toets "POWER" Met deze toets kunt u het apparaat in gebruik nemen Toets "TEMP" Met deze toets wordt de ge- wenste temperatuur in een bereik van 16 °C tot 30 °C in stappen van 1 °C ingesteld. Toets "TIME-SET" Met deze toets wordt de tijd ingesteld. Toets "MODE" Met deze toets kunt u de bedrijfsmodus selecteren. De binnenunit heeft 5 modi: 1. Automatische modus (COOL/HEAT): In de automatische modus wordt de temperatuur constant op de instelwaarde gehouden. 2. Koelmodus (COOL): In de koelmodus wordt de warmere ruimtelucht tot de ingestelde lagere instelwaarde afgekoeld. 3. Ontvochtigingsmodus (DRY): In deze modus wordt de ruimte hoofdzakelijk ontvochtigd. 4.
Circulatiemodus (FAN) In de circulatiemodus wordt de lucht alleen gerecirculeerd. De temperatuur in de ruimte wordt niet geregeld. 5. Verwarmingsmodus (HEAT): (alleen met RXS...H) In verwarmingmodus wordt de koudere ruimtelucht verwarmd tot de insteltemperatuur. Deze modus mag bij RXM-apparaten niet gebruikt worden (dit kan storingen veroorzaken)!Toetsen op de afstandsbediening7
De overdracht van de instellingen wordt door een symbool op het display aangegeven.ToetsfunctiesPOWER ToetsActiveer resp. deactiveer de binnenunit met de POWER-toets. Op het display verschijnen de vóór het uitschakelen van het apparaat gepro-grammeerde instelwaarden en instellingen.POWERTEMP ToetsDe toets TEMP maakt het instellen van de gewenste instel- temperatuur in stappen van 1 °C mogelijk. In de circulatiemodus FAN is deze instelling niet mogelijk.TEMP TEMPRESET Toets RNa indrukken van de dieper gelegen toets R met een kleine pen o.i.d, worden alle symbolen op het display weergegeven. Na ca. 5 seconden knippert alleen de tijd nog. Na indrukken van de dieper gelegen toets C kan door het aansluitend ingedrukt houden van de toets TIME-SET de tijd ingesteld worden. Na een succesvolle instelling, de toets C opnieuw indrukken om de tijd op te slaan. De display knippert niet meer.R 5 sec.
CTIjD Toets CNa indrukken van de dieper gelegen toets C met een kleine pen o.i.d., knippert de tijdweergave. Door de toets TIME-SET ingedrukt te houden wordt eerst langzaam en daarna steeds sneller de aangegeven tijd versteld. Na een succesvolle instelling, de toets C opnieuw indrukken om de tijd op te slaan. De display knippert niet meer.TIME-SETC CTijdinstellingREMKO RXD8
MODE ToetsDruk één keer of meerdere keren op de toets MODE om naar de auto-matische modus om te schakelen. In deze modus kiest de regeling, afhankelijk van de temperatuur, zelfstandig de COOL of HEAT modus en houdt de ingestelde temperatuurwaarde constant. Deze functie mag alleen bij RXS...H apparaten gebruikt worden. Bij RXM apparaten is alleen het koelbedrijf geactiveerd, verwarmingsbedrijf is niet mogelijk. De FAN-instelling moet op AUTO ingesteld worden.Druk op de toets MODE, als u naar een andere modus wilt omschakelen. Er zijn 5 modi beschikbaar:1. Automatisch automatische modus, automatische keuze van koel- of verwarmingsbedrijf 2. Koelen koelmodus, voornamelijk in de zomer 3. Ontvochtigen ontvochtigingsmodus, zomer- en wintergebruik 4. Circulatie circulatiemodus, geen koel- of verwarmingscapaciteit 5.
Verwarmen verwarmingsmodus, voornamelijk in de winter (alleen met RXS...H) MODE MODE MODE MODEModus AUTOMODETEMPKOELEnofVERWARMEnIngestelde temperatuur ligt onder de ruimtetemperatuurIngestelde temperatuur ligt boven de ruimtetemperatuurDruk één keer of meerdere keren op de toets MODE om naar de koelmodus om te schakelen. Gebruik deze modus om de ruimtelucht naar de de gewenste insteltemperatuur af te koelen.Stel de gewenste ruimtetemperatuur door het indrukken van de toetsen TEMP ▲/▼ in in stappen van 1 °C. Ligt de ruimtetemperatuur 1 °C boven de gewenste temperatuur en is voldoende koelmedium beschikbaar, begint de binnenunit de kamerlucht af te koelen. Wordt de ingestelde ruimtetemperatuur met ca.
Modus DRyDruk één keer of meerder keren op de toets MODE om naar de ontvochtigingsmodus om te schakelen. Gebruik deze modus om de kamer zonder regeling te ontvochtigen. Na het indrukken van de toets DRY kan de gewenste temperatuur en de lamellenstand gekozen worden. Het instellen van het ventilatortoerental is niet mogelijk. Met tussenpozen wordt de ventilator uitgeschakeld, om de temperatuur van het koelblok te verlagen. Door de lagere temperatuur komt de lucht bij de koellamellen onder het dauwpunt. Het overtollige vocht in de lucht condenseert op het koelblok en de ruimte wordt ontvochtigd. MODEOnTVOCHTIGInGsBEDRIjfModus FANDruk één keer of meerdere keren op de toets MODE om naar de circulatiemodus om te schakelen. In deze modus wordt het apparaat als recirculatieapparaat gebruikt. Er wordt geen koel- of verwarmingscapaciteit afgegeven aan de ruimtelucht.
MODECIRCuLATIEBEDRIjfIn de winter kan de warmtestuwing onder het plafond naar lagere zones van de ruimte worden getransporteerd. TIpModus hEATDruk één keer of meerdere keren op de toets MODE om naar de verwarmings-modus om te schakelen. Gebruik deze modus om de ruimtelucht naar de gewenste insteltemperatuur te verwarmen. Deze functie mag alleen met RXS. H apparaten gebruikt worden. Bij RXM apparaten is alleen het koelbedrijf geactiveerd, verwarmingsbedrijf is niet mogelijk. De ventilator start pas bij het bereiken van een lamellentemperatuur van 38°C. Stel de gewenste ruimtetemperatuur door het indrukken van de toetsen TEMP ▲/▼ in in stappen van 1 °C. Ligt de kamertemperatuur 1 °C onder de gewenste temperatuur, wordt het verwarmingsbedrijf geactiveerd. Wordt de ingestelde kamertemperatuur met ca. 1 C° overschreden, schakelt de regeling het verwarmingsbedrijf uit.
OpMERKInGSWING ToetsDe toets SWING maakt een continue en automatische verticale pendelbeweging van de lamellen mogelijk. In ingeschakelde toestand wordt de gekoelde lucht beter verdeeld in de ruimte. Wordt de toets SWING tijdens de pendelbeweging ingedrukt, stoppen de lamellen in stand waarin ze op dat moment staan. Het nogmaals indrukken van de toets start de pendelbeweging weer. SWING SWINGREMKO RXD10SWING SWING SWING SWING.
TIME ToetsenInschakeltijdUitschakeltijdDe TIME-ON/-OFF toetsen worden gebruikt voor het programmeren van een in- resp. uitschakeltijd, de TIME-SET toets voor het instellen van de tijd. Door indrukken van de toetsen TIME-ON resp. TIME-OFF, wordt de timer geactiveerd en dooft de tijdsaanduiding. Het timersymbool voor de in- resp. uitschakeltijd knippert. Door indrukken van de toets TIME-SET kan de gewenste in- of uitschakeltijd in stappen van 10 minuten ingesteld worden. Na het programmeren worden de instellingen doorgegeven aan de binnenunit. Bij de inschakelvertraging door het indrukken van de toets TIME-ON, bij de uitschakelvertraging door het indrukken van de toets TIME-OFF. Het timersymbool knippert niet meer en de binnenunit bevestigt de programmering met een pieptoon. Zodra de geprogrammeerde tijd wordt bereikt, schakelt het apparaat automatisch in, resp. uit.
Als het apparaat automatisch ingeschakeld wordt, worden de modus, de temperatuur en de ventilatorsnelheid van de laatste instelling geactiveerd. Het voortijdige wissen van de in- en uitschakeltijd gebeurt door het indrukken van de betreffende TIME-toets of de toets POWER. TIME-ON TIME-SET TIME-ONInschakeltijdTIME-OFF TIME-SETUitschakeltijdTIME-OFFNa het indrukken van de toets SLEEP verschijnt het symbool in het display en wordt de kamertemperatuur 30 minuten na het starten van deze functie met in de koelmodus 0,5 °C verhoogd en in verwarmingsmodus 0,5 °C verlaagd. Na nog eens 30 minuten wordt de kamertemperatuur in de koelmodus met 1 °C verhoogd en in de verwarmingsmodus met 1 °C verlaagd. Na nog één uur wordt de kamertemperatuur bij koelbedrijf constant 2°C boven en in verwarmingsbedrijf 2°C onder de aanvankelijke insteltemperatuur gehouden. Deze temperatuur wordt constant gehouden.
Uit bedrijf nemenTijdelijk Uit bedrijf nemen1. Laat de binnenunit 2 tot 3 uur in circulatie-bedrijf of koelbedrijf draaien met de maximale temperatuurinstelling, zodat het restvocht uit het apparaat wordt afgevoerd. 2. Neem de installatie met de afstandsbediening uit bedrijf. 3. Schakel de stroomtoevoer van het apparaat uit. 4. Controleer het apparaat op zichtbare beschadigingen en reinig het zoals in het hoofdstuk "Verzorging en onderhoud" is beschreven. Afdanken van de apparatuurHet afvoeren van de apparaten en componenten moet volgens de lokaal geldende voorschriften, bijv. door geautoriseerde gespecialiseerde bedrijven op het gebied van afvalverwerking en recycling of inzamelpunten, worden uitgevoerd. De firma REMKO GmbH & Co. KG of haar vertegenwoordigers verwijzen u graag naar een gespecialiseerd bedrijf bij u in de buurt.
Verzorging en onderhoudEen regelmatige verzorging en het opvolgen van enkele basiscondities garandeert een storingsvrij gebruik en een lange levensduur van het apparaat. Verzorging■Houd het apparaat vrij van vuil, begroeiing en andere afzettingen. ■Reinig het apparaat alleen met een vochtige doek. Gebruik geen bijtende, schurende of oplosmiddelen bevattende reinigingmiddelen. Gebruik geen waterstraal. ■Reinig vóór het begin van een langere stilstandperiode de lamellen van de binnen- en buitenunit. Aard van de werkzaamheden Controle / onderhoud / inspectieInbedrijfstellingMaandelijksHalfjaarlijksJaarlijksAlgemeen• •Spanning en stroom controleren• •Werking ventilator controleren• •Vervuiling verdamper• •Condensafvoer controleren• •Isolatie controleren• •Bewegende delen controleren• •Zo garandeert u altijd de veiligheid tijdens gebruik van de installatie.
TIPVóór alle werkzaamheden aan het apparaat moet de netvoeding uitgeschakeld en beveiligd worden tegen onbevoegd herinschakelen. LET OP. Reiniging van de afdekking van de binnenunit1. Schakel de stroomtoevoer naar het apparaat uit. 2.
Open het luchtinlaatrooster van de afdekking en klap deze naar beneden. Het filter wordt door de aan de zijkant vastgeschroefde strippen in positie gehouden (pagina 13, afbeelding 1). 3. Reinig het rooster en de afdekking met een licht bevochtigde doek. 4. Schakel de stroomtoevoer weer in. Onderhoud ■We adviseren een onderhoudsovereenkomst voor een jaarlijkse onderhoudsbeurt met een gespecialiseerd bedrijf af te sluiten. REMKO RXD12.
Luchtfilter van de binnenunitReinig het luchtfilter minimaal eens per 2 weken. Verkort deze periode bij sterk vervuilde lucht.Reiniging van de filters1. Schakel de stroomtoevoer naar het apparaat uit.2. Open het luchtinlaatrooster van de afdekking en klap deze naar beneden. Het filter wordt door de aan de zijkant vastgeschroefde strippen in positie gehouden (afbeelding 1).3. Kantel het filter iets en trek het filter eruit (afbeelding 2).4. Reinig het filter met een normale stofzuiger (afbeelding 3). Draai daarvoor de verontreinigde zijde naar boven.5. U kunt verontreinigingen ook voorzichtig met lauwwarm water en een zacht reinigingsmiddel verwijderen. Draai daarvoor de verontreinigde zijde naar onder (Afbeelding 4).6. Laat het filter na gebruik van water eerst volledig in de vrije lucht drogen, voordat u deze weer in het apparaat plaatst.7. Plaats het filter voorzichtig terug.
Let er daarbij op dat deze goed aanligt.8. Sluit de afdekking zoals hierboven beschreven is in omgekeerde volgorde.9. Schakel de stroomvoorziening weer in.10. Schakel het apparaat weer in.Reiniging van de condenspompIn de binnenunit bevindt zich een ingebouwde condenspomp, die het ontstane condens naar een hoger gelegen afvoer pompt.De pomp is vrijwel onderhoudsvrij. Laat toch de condensleidingen regelmatig op vervuiling controleren en reinig deze indien nodig.Wordt daarnaast een externe pomp gebruikt, volg dan de verzorgings- en onderhoudsaanwijzingen in de separate bedieningshandleiding op. 1 Rooster van de afdekking 2 Filter uitnemen 3 Reinigen met de stofzuiger 4 Reinigen met lauwwarm water13
Verhelpen van storingen en serviceDe apparaten en componenten worden volgens de modernste productiemethoden geproduceerd en meerdere keren op foutloze werking gecontroleerd. Als er desondanks toch storingen optreden, controleer dan de werking volgens de onderstaande lijst. Bij installaties met binnen- en buitenunit moet eveneens het hoofdstuk "Verhelpen van storingen en service" uit beide bedieningshandleidingen worden opgevolgd. Als alle controles zijn uitgevoerd en het apparaat nog steeds niet probleemloos werkt, licht dan uw gespecialiseerd bedrijf in. Storing Mogelijke oorzaak Controle OplossingHet apparaat start niet op of schakelt vanzelf uitStroomuitval, onderspanning, netzekering defect / hoofdschakelaar uitgeschakeldWerken alle andere elektrische apparaten. Spanning controleren eventueel wachten op herinschakelingNetkabel beschadigdWerken alle andere elektrische apparaten.
Reparatie door een gespecialiseerd bedrijfWachttijd na het inschakelen te kortZijn er na het herstarten ca. 5 minuten verstreken. Langere wachttijden inplannenWerktemperatuur over- / onderschredenWerken de ventilatoren van de binnen- en buitenunit. Rekening houden met temperatuurbereiken van binnen- en buitenunitOverspanningen door onweerZijn er de laatste tijd plaatselijke blikseminslagen geweest. Uitschakelen van de netzekering en opnieuw inschakelen. Controle door gespecialiseerd bedrijfStoring van de externe condenspompIs de pomp zelf door een storing uitgeschakeld. Pomp controleren evt. reinigenHet apparaat reageert niet op de afstandsbedieningZendafstand te groot/ ontvangst gestoordHoort u een pieptoon bij de binnenunit na het indrukken van een toets. Afstand terugbrengen naar minder dan 6 m en uw positie veranderenAfstandsbediening defectWerkt het apparaat in handbediend bedrijf.
ontvangstunitElektromagnetische velden storen de overdrachtWerkt het apparaat weer normaal na uitschakelen van eventuele stoorbronnen. Geen signaaloverdracht bij gelijktijdige gebruik van storingsbronnenToets van afstandsbediening klemt / dubbele toetsbedieningVerschijnt het "Zend"- symbool in het display. Toets losmaken / één toets tegelijk indrukkenBatterijen van de afstandsbediening leegZijn er nieuwe batterijen geplaatst. Is het display onvolledig. Nieuwe batterijen plaatsenHet apparaat werkt met verminderde of zonder koel- of verwarmingscapaciteitFilter is verontreinigd / luchtinlaat-/uitstroomopening door vreemde voorwerpen geblokkeerdZijn de filters gereinigd. Filters reinigenRamen en deuren open. Warmte-/resp. koelbelasting is vergroot. Zijn er bouwkundige / toepassingsgerichte veranderingen.
Ramen en deuren sluiten / extra installaties monterenGeen koel- / verwarmingsbedrijf ingesteldVerschijnt het koelsymbool op het display. Instelling van het apparaat corrigerenLamellen van de buitenunit door vreemde voorwerpen geblokkeerdWerkt de ventilator van de buitenunit en zijn de lamellen van de warmtewisselaar vrij. Ventilator of winterregeling controleren, luchtweerstand verminderenLekkage in koudekringloopIs er rijpvorming te zien op de lamellen van de binnenunit. Laten repareren door gespecialiseerd bedrijfBuitenunit bevrorenBuitenunit controleren Is de voeler van de cassette op de buitenunit goed geplaatst. Ontdooien en de voeler op een plek monteren waar de meeste ijsafzetting isEr komt condenswater uit het apparaatAfvoerleiding van de opvangbak verstopt / beschadigdIs een ongehinderde condensafvoer gewaarborgd.
reinigen. Condens kan niet afgevoerd wordenZijn de condensleidingen vrij en met verval gelegd. Werken de condenspomp en de vlotterschakelaar. De condensleiding met verval leggen resp. reinigen. Als de vlotterschakelaar resp. de condenspomp defect zijn, deze laten vervangen. Vlotter blijft hangen of klemt door teveel vervuiling. Knipperen de LED´s van het ontvangstdeel op de binnenunit. Door gespecialiseerd bedrijf laten reinigen. FunctiestoringBevriezen van het apparaatIn combinatie met RXM:verwarmingsmodus / automatische modus ingesteldModusinstelling controleren Koelbedrijf instellenREMKO RXD14.
■Breng het apparaat in de originele verpakking zo dicht mogelijk bij de montagelocatie. Zo vermijdt u transportschade. ■Controleer de inhoud van de verpakking op volledigheid en het apparaat op zichtbare transportschade. Meld eventuele schade onmiddellijk aan uw leverancier en de transporteur. ■Til het apparaat op aan de hoeken en niet aan de koudemiddel- of condensaansluitingen.
■De koudemiddelleidingen (inspuit- en zuigleiding), kleppen en verbindingen moeten dampdiffusiedicht worden geïsoleerd. Eventueel moet ook de condensleiding worden geïsoleerd. ■Kies een montageplaats, die een vrije luchtinlaat en -uitlaat waarborgt (zie de paragraaf "Minimale vrije ruimte"). ■Installeer het apparaat niet in de onmiddellijke nabijheid van apparaten met een sterke warmtestraling. De montage in de buurt van warmtebronnen vermindert de capaciteit van het apparaat. ■Sluit open koude-middelleidingen af tegen indringen van vocht met geschikte doppen, resp. plakband en dingen niet knikken of indrukken koelmiddelleidingen. ■Gebruik alleen de meegeleverde wartelmoeren voor de koudemiddelleidingen en verwijder deze pas vlak voor het aansluiten van de koudemiddelleidingen. ■Voer alle elektrische aansluitingen uit volgens de geldende DIN- en VDE-bepalingen. 15.
■Sluit de elektrische leidingen altijd goed aan op de elektrische klemmen. Anders kan er brand ontstaan. ■ Voor onderhoudswerkzaamheden aan de schakelkast moeten de in het systeemplafond onderhouds-openingen worden voorzien. ■ Eventuele ventilatiekanalen resp. -buizen voor het aansluiten van een tweede ruimte resp. een aansluiting voor verse lucht, moeten evenals de aansluitdelen worden voorzien van dampdiffusiedichte warmte-isolatie. MontagemateriaalDe binnenunit wordt door middel van 4 in de bouw te monteren draadstangen aan de ophangpunten aan de zijkanten bevestigd. Om de volledige installatie uit te kunnen voeren zijn geschikte pluggen, ophangplaten, staalprofielen, klembeugels voor koudemiddel- en condensleidingen (resp. kabelgoten) en aansluitnippels voor de condensleiding nodig.
Keuze van de installatielocatieDe binnenunit is voor montage in horizontale systeemplafonds met Euroraster-afmetingen ontworpen. Deze kan echter ook worden gebruikt voor systeemplafonds met andere afmetingen. Houd rekening met de noodzakelijke montagehoogte van de apparaten. Minimale vrije ruimteDe minimale vrije ruimte is nodig voor onderhouds- en reparatie-werkzaamheden boven het systeemplafond en voor een optimale luchtverdeling. InstallerenHet installeren mag alleen door geautoriseerd vakpersoneel worden uitgevoerd. AANWIJZINGInstallatie apparaatDe binnenunit wordt aan vier draadstangen met de afdekking naar beneden, rekening houdend met het afdekrooster en eventuele inbouwonderdelen, geïnstalleerd. 1. Markeer op basis van de afmetingen van de ingezette plafondcassette, de bevestigingspunten voor de draadstangen aan statisch geschikte delen van het gebouw boven het systeemplafond. 2.
Moeten er aansluitingen worden gemonteerd voor een tweede ruimte of toevoer van verse lucht, dan moeten de aansluitstukken vóór het monteren van het apparaat worden aangebouwd. Zie paragraaf aansluiten tweede ruimte en toevoer verse lucht. 3.
Afmetingen in mmRXD 260RXD 350RXD 520RXD 680RXD 1200Afstand A 35 mmAfstand B 25 mmApparaatophanging 615 x 280 mm 615 x 810 mm 5 Apparaat ophangenStatisch deel van het gebouw 7 Apparaat bevestigenStatisch deel van het gebouwBA615280Alle maten in mm810615 6 ApparaatophangingRXD 260-520RXD 680-1200Aansluiten van de koudemiddelleidingen De aansluiting van de koudemiddelleidingen in het gebouw gebeurt bij de RXD 260-520 aan een afgeschuinde zijde van het apparaat en bij de RXD 680-1200 in het midden van de langste zijde.Eventueel moet op de binnenunit een verloopnippel naar een grotere of kleinere diameter worden geïnstalleerd. Deze verloopnippels worden standaard meegeleverd met de binnenunit. Na de montage moeten de verbindingen dampdiffusiedicht worden geïsoleerd.De apparaten zijn vanuit de fabriek gevuld met gedroogde stikstof voor controle op lekkages.
Tweede ruimte en verse lucht aansluitingDe binnenunit is voorbereid voor de koeling van een tweede ruimte en onafhankelijk daarvan, voor de invoer van verse lucht.Er mogen slechts een enkele aansluiting voor verse lucht en een tweede ruimte worden gebruikt! LET Op!MontageaanwijzingVoor montage van de aansluitingen voor verse lucht aansluiting en een tweede ruimte, gaat u als volgt te werk:1. Let er op, dat de lamellen van de verdamper zich direct achter de te verwijderen opening bevinden en deze in geen geval beschadigd mogen worden (afbeelding 8).2. Verwijder voorzichtig de isolatie achter de opening (afbeelding 9).3. Breek nu de betreffende opening door (afbeelding 10). 4. Houd de luchtkanalen zo kort mogelijk en verleg ze met zo min mogelijk bochten. 5. Hou er rekening mee dat de verbindingskragen, schroeven, Flexibele / spiraalpijp en isolatie in de bouw moeten worden geleverd.
Aansluiting tweede ruimteDe binnenunit biedt de mogelijkheid via een luchtkanaal een tweede ruimte, met bijv. een systeemplafond, mee te koelen. Daarvoor moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:■De koelcapaciteit van de binnenunit moet voldoende zijn voor de koeling van beide ruimten.■ Tussen de beide ruimten moet een opening worden gecreëerd, waardoor een luchtcirculatie tussen de beide ruimten mogelijk is.■De kanaallengte mag niet groter zijn dan 7 m.■Om het transport van de lucht naar de tweede ruimte te waarborgen, moeten 1 resp. 2 van de 4 uitstroomopeningen van de afdekking afgesloten worden. Plak daarvoor een zwarte, enkelzijdig plakkende stofstrook over de af te sluiten openingen.
De strook moet duurzaam bestand zijn tegen de belasting door de luchtstroom.Aansluiting verse luchtZoals al beschreven bestaat de mogelijkheid met de binnenuit ook extra verse lucht (buitenlucht)aan te zuigen, in aanvulling op de ruimtelucht en de temperatuur hiervan te regelen.Deze variant wordt bij voorkeur gebruikt in ruimten waarin de lucht snel wordt verbruikt.■Let op de lokale voorschriften voor de luchtbehandeling.■Voor de aansluiting van de verse lucht moet een NW 70 verbindingskraag worden gemonteerd.■Het aandeel verse lucht mag niet meer bedragen dan 10 % van de nominale luchtvolumestroom van het apparaat.
De toevoer van verse lucht moet gebeuren door gebruik van een extra, toerentalgeregelde ventilator.■Om het indringen van regenwater te verhinderen, mag de lucht door de buitenluchtinlaat slechts met een maximale snelheid van 2,5 m/s via een stoffilter aangezogen worden.■Voor het aansluiten van de ventilator is in het gebouw een apart afgezekerde elektrische installatie noodzakelijk.Aansluiting tweede ruimtemax. 7 mTweede ruimteHoofdruimteAansluiting verse luchtVerse luchtinlaatBinnen Buiten19
CondensaansluitingDoor de dauwpuntonderschrijding bij het koelblok ontstaat er tijdens koelbedrijf condens. Onder het koelblok bevindt zich een opvangbak met seriematige condenspomp en vlotterschakelaar. Als de vlotterschakelaar op basis van een gebrekkige afvoer van de condens een veiligheidsuitschakeling veroorzaakt, schakelt de pomp direct in en loopt deze nog ca. drie minuten na. ■De in het gebouw gemonteerde condensleiding moet verlegd worden met een verval van minimaal 2 %. Monteer eventueel dampdiffusiedichte isolatie. ■ Bevindt het niveau van de condensleiding op het apparaat zich boven de apparaatuitlaat, moet de leiding direct verticaal naar boven (max. 1000 mm vanaf de onderkant van het apparaat) en daarna met verval naar de afvoer te worden verlegd. ■De condensleiding van het apparaat vrij invoeren in de 16-20 mmmin.
2% vervalVer liggende stijgleiding Te grote/kleine condensleidingGeen verval Geen vrije afvoerCondensaansluiting - fout. Condensaansluiting - goed. maximaal1000 mmmax. 100 mmafvoerleiding. Als het condens naar een afvoerleiding wordt geleid, monteer dan een sifon als stankafsluiter. ■Bij gebruik van het apparaat bij een buitentemperatuur van minder dan 0 °C moet worden gelet op een vorstvrije plaatsing van de condensafvoer. Monteer eventueel een lintverwarming langs de leiding. ■Na het verleggen de vrije afvoer van het condens controleren en zorgen voor een permanente lekdichtheid. Elektrische aansluitingVoor het apparaat moet voedingsspanningsleiding naar de buitenunit en een zesaderige (RXS) of vieradrige (RXM) stuurleiding naar de binnenunit geïnstalleerd en op de juiste wijze afgezekerd worden. Het elektrische installeren moet gebeuren door een gespeciali-seerd bedrijf.
■De klemmenstroken van de aansluitingen bevinden zich op de achterzijde van het apparaat. Na het installeren kunnen metingen na het verwijderen van de afdekking, aan de voorzijde gebeuren. ■Wordt bij het apparaat een als accessoire verkrijgbare condenspomp gebruikt, is bij het gebruik van het uitschakelcontact van de pomp evt. een extra relais voor het verhogen van het schakelvermogen en het uitschakelen van de compressor noodzakelijk. REMKO RXD20.
aansluiting van een externe condenspompAlle aansluitingen moeten gebeuren in de schakel- kast. De aansluitklemmen bevinden zich aan de zijkant van het apparaat boven het systeemplafond. Controleer of alle elektrische stekker- en klemverbindingen goed vastzitten en goed contact maken, eventueel aandraaien. LET Op. 12 Aansluiten van het apparaatGa voor het aansluiten als volgt te werk:1. Open de afdekking van de schakelkast, door de bevestigingsschroeven te verwijderen en de afdekking te verwijderen (afbeelding 12). 2. De spanningsvrije leiding door de beschermring invoeren in de schakelkast en de leiding vastzetten in de trekontlasting. 3. Sluit daarna de leiding aan volgens het aansluitschema. 4. Verbind de elektrische stekkers van de afdekking met de betreffende contrastekkers in de cassette. Verwisseling is niet mogelijk. 5. Bouw het apparaat weer samen.
Functietest van bedrijfsmodus koelen1. Schakel de stroomtoevoer in. 2. Schakel het apparaat in via de afstandsbediening en kies de koelmodus, het maximale ventilatortoerental en de laagste insteltemperatuur. 3. Meet alle vereiste waarden, noteer deze in het inbedrijfstellingsrapport en controleer de veiligheidsfuncties. 4. Controleer de besturing van het apparaat met de in het hoofdstuk "Bediening" beschreven functies timer, temperatuurinstelling, ventilatorsnelheden en het omschakelen naar de circulatie- resp. ontvochtigingsmodus. 5. Controleer de werking van de vlotterschakelaar en condenspomp, door gedestilleerd water in de condensopvangbak te gieten. We raden u aan hiervoor een fles met een tuit te gebruiken, die het water in de condensopvangbak kan leiden. Functietest van bedrijfsmodus verwarmen. (alleen bij RXS. H)1. Schakel de stroomtoevoer in. 2.
Schakel het apparaat in via de afstandsbediening en kies de verwarmingsmodus, het maximale ventilatortoerental en de hoogste insteltemperatuur. 3. Meet alle vereiste waarden, noteer deze in het inbedrijfstellingsrapport en controleer de veiligheidsfuncties. 4. Controleer de besturing van het apparaat met de in het hoofdstuk "Bediening" beschreven functies. Timer, temperatuurinstelling, ventilatorsnelheden. Afsluitende maatregelen■Monteer alle gedemonteerde onderdelen. ■Leg de werking uit aan de gebruiker. InbedrijfstellingAfmetingen apparaatRXD 260 tot 520RXD 520RXD 260, RXD 3506506502806152585801501852072858019023024528298Alle maten in mmRXD 680, RXD 12001220690298281110100100250250195810580615De inbedrijfstelling mag alleen door speciaal geschoold vakpersoneel en volgens de certificeringseisen uitgevoerd en gedocumenteerd worden.
Technische wijzigingen en specificaties onder voorbehoud!AdviesVia onze intensieve training brengen we de vakkennis van onze adviseurs steeds op de nieuwste stand. Dat draagt bij tot onze reputatie meer te zijn dan een goede, betrouwbare leverancier: REMKO, een partner, die helpt bij het oplossen van problemen. De verkoopREMKO beschikt niet alleen over een goed uitgebouwd netwerk van vertegenwoordigingen in binnen- en buitenland, maar ook over hoog gekwalificeerd vakkundig personeel voor de verkoop. REMKO-medewerkers in de buitendienst zijn meer dan alleen verkoper: voor alles dienen zij voor onze klanten adviseurs te zijn in de airconditioning- en warmtetechniek. De servicedienstOnze apparaten werken nauwkeurig en betrouwbaar. Als er onverhoopt toch een storing optreedt, dan is de REMKO servicedienst snel ter plaatse.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met REMKO RXD350 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco REMKO
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco