REMKO RWK520 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van REMKO RWK520 (28 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 30 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over REMKO RWK520 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | REMKO |
| Categorie: | Airco |
| Model: | RWK520 |
Handleiding REMKO RWK520 – volledige tekst
3Made by REMKOVoor ingebruikneming / gebruik van de apparaten moet dezehandleiding zorgvuldig worden gelezen!Deze handleiding is onderdeel van het apparaat en moet altijd inde buurt van de opstelplaats resp. bij het apparaat worden bewaard.Wijzigingen voorbehouden; wij zijn niet aansprakelijk voor vergissingen en drukfouten!InhoudVeiligheidsaanwijzingen 4Milieubescherming en recycling 4Garantie 4Transport en verpakking 5Apparaatbeschrijving 5Combinaties 6Bediening 7-14Buitenwerkingstelling 15Verzorging en onderhoud 15-16Verhelpen van storingen en klantenservice 17-18Montageaanwijzing voor geschoold personeel 19-20Installatie 20Condensaataansluiting 21Elektrische aansluiting 21Elektrisch aansluitschema 22Elektrisch schakelschema 22-23Ingebruikneming 24Afmetingen van het apparaat 24Technische gegevens 25Weergave van het apparaat 26Vervangingsonderdelenlijst 26
4Milieubeschermingen recyclingGarantieVoorwaarden voor eventuelegarantieclaims zijn dat de besteller of diens afnemer binnen een redelijke tijd na de verkoop en de ingebruikne-ming het bij het apparaat gevoegde “garantiecertificaat” volledig inge-vuld aan REMKO GmbH & Co. KG heeft teruggezonden. De garantievoorwaarden zijn ver-meld in de “Algemene handels- en leveringsvoorwaarden”. Daarnaast kunnen er alleen tussen de verdrags-partners speciale overeenkomsten worden getroffen. Hiertoe dient u eerst contact op te nemen met uw directe verdragspartner. Afvoer van de verpakkingAlle producten worden voor het transport zorgvuldig verpakt in milieuvriendelijke materialen. U kunt een belangrijke bijdrage leveren aan de vermindering van afval en het behoud van grondstoffen door het verpakkingsmateriaal uitsluitend af te geven bij de daartoe bestemde inzamelpunten.
Afvoer van deoude apparatenDe apparaatvervaardiging is on-derhevig aan een voortdurende kwaliteitscontrole. Er worden uitsluitend hoogwaardige ma-terialen verwerkt, die voor het grootste deel gerecycled kunnen worden. U kunt bijdragen aan de milieubescherming door ervoor te zorgen dat uw oude apparaat op milieuvriendelijke wijze wordt afgevoerd volgens de geldende regionale voorschriften, bijv. door geautoriseerde gespecialiseerde afvoer- en recyclingsbedrijven of inzamelpunten. gewaarborgd wanneer deze volgens het bestemde doel en in compleet gemonteerde toestand worden gebruikt. Veiligheidsvoor-zieningen mogen niet worden gewijzigd of overbrugd. ■ Apparaten of componenten met duidelijke gebreken of bescha-digingen mogen niet worden gebruikt. ■ Alle behuizingsonderdelen en ap-paraatopeningen, bijv.
■ Aanraking van bepaalde appa-raatonderdelen en componenten kan brandwonden en ander letsel veroorzaken. ■ Installatie-, reparatie- en onder-houdswerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door geautoriseerd en geschoold personeel; de exploitant kan zelf visuele controles en reinigings-werkzaamheden uitvoeren indien het apparaat spanningsloos is. ■ Bij installatie-, reparatie-, onder-houds- en reinigingswerkzaam-heden aan het apparaat moeten geschikte voorzorgsmaatregelen worden getroffen om van het apparaat uitgaande gevaren voor personen uit te sluiten. ■ De apparaten en componenten mogen niet worden blootge-steld aan mechanische belasting, extreme vochtigheid en direct zonnestraling. Lees voordat u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt de handlei-ding zorgvuldig door.
Deze bevat nuttige tips, aanwijzingen en waarschuwingen ter voorkoming van gevaren voor personen en zaken. Niet-naleving van de handleiding kan leiden tot gevaren voor personen, het milieu en de installatie, en daardoor tot verlies van het recht op garantie. ■ Bewaar deze handleiding in de buurt van de apparaten. ■ De apparaten mogen uitsluitend door geschoold personeel worden opgesteld en geïnstalleerd. ■ Opstelling, aansluiting en gebruik van de apparaten en componen-ten moeten plaatsvinden volgens de gebruiks- en bedrijfsvoorwaar-den van de handleiding en de regionale voorschriften moeten worden nageleefd. ■ De mobiele apparaten moeten veilig en loodrecht worden op-gesteld op een geschikte onder-grond. Stationaire apparaten mo-gen uitsluitend worden gebruikt in geïnstalleerde toestand.
■ Ombouwen of wijzigen van de door REMKO geleverde appara-ten en componenten is niet toe-gestaan en kan functiestoringen veroorzaken. ■ De apparaten en componenten mogen niet worden gebruikt op plaatsen waar verhoogd beschadi-gingsgevaar bestaat. De minimum vrije ruimtes moeten worden aangehouden.
5Schema koelcircuitverdamperventilatoraansluiting zuigleidingaansluiting inspuitleidingverdamperDe verbinding tussen het binnenapparaat en het buitendeelbestaat uit koelmiddelleidingen.condensaatleiding (uitsluitend bij RKS ...H)zuigleidingcondensaatleidingcondensorventilatorafsluitklepbuitenbinnenbinnenapparaatinspuitleidingSysteemconstructiebuitendeelHet binnenapparaat van de combi-airconditioners in split-uitvoering dient voor het opnemen van de warmte die uit het te koelen vertrek wordt ontnomen. Het buitendeel geeft deze warmte af aan de buiten-lucht.Bij apparaten voor koelen en verwar-men is het mogelijk om tijdens het verwarmen de warmte die door het buitendeel is opgenomen, door het binnenapparaat te laten afgeven.Het apparaat is ontworpen voor gebruik binnenshuis en voor bevesti-ging boven aan de muur.
Het wordt bediend met een infrarood-afstands-bediening.Het binnenapparaat bestaat uit een lamellenverdamper, verdamperven-tilator, regeling en condensaatbak. Het binnenapparaat kan worden gecombineerd met REMKO bui-tendelen met een overeenkomstig koelvermogen. Het buitendeel wordt aangestuurd door de regeling van het binnenapparaat.Als toebehoren zijn condensaat-pompen verkrijgbaar.Transport en verpakking ApparaatbeschrijvingDe apparaten worden geleverd in een stevige transportverpakking. Controleer de apparaten direct na aflevering; noteer eventuele schade of ontbrekende onderdelen op het afleveringsbewijs en breng de expe-diteur en uw verdragspartner op de hoogte.Voor reclamaties achteraf wordt geen aansprakelijkheid aanvaard.
7Indicatie op het binnenapparaatPower (groen) apparaat ingeschakeldTimer (geel) timer geactiveerdProtect (rood) compressor- beschermingRun (groen) compressormodusDisplayindicatie van gecodeerde foutmelding, kamer- en gewenste temperatuurLege batterijen dient u direct te vervangen door een nieuwe set, omdat anders het gevaar bestaat dat ze gaan lekken. Bij een lange buitenwerkingstelling is het raadzaam de batterijen te verwijderen. Max. afstand 6 mmax. 6 mInfrarood-afstandsbedieningStoringen worden in code weer-gegeven. (Zie het hoofdstuk Verhelpen van storingen en klantenservice)BedieningTer voorbereiding moeten de meegeleverde batterijen (2 stuks, type AAA) in de afstandsbediening worden geplaatst. Verwijder daartoe het deksel van het batterijvak en breng de batterijen correct aan (zie markering).
De infrarood-afstandsbediening zendt de geprogrammeerde instellin-gen over een afstand van max. 6 m naar de ontvanger van hetbinnenapparaat. Storingvrije ontvangst van de gegevens is alleen mogelijk wanneer de afstandsbediening op de ontvan-ger is gericht en er geen voorwerpen zijn die overdracht hinderen. Indicatie op het binnenappa-raatDe indicatie brandt afhankelijk van de instellingen. Tijdens het bedrijf brandt de indicatie en worden de geselecteerde modus en de gewens-te temperatuur weergegeven. HandbedieningDe binnenapparaten kunnen hand-matig in bedrijf worden gesteld. Na het openen van het luchtinlaatroos-ter kan de toets eronder ingedrukt en de automatische modus geacti-veerd worden.
Tijdens de handbediening gelden de volgende instellingen:Koelmodus: 24 °C, Ventilatorsnelheid AUTOVerwarmingsmodus: 26 °C, Ventilatorsnelheid AUTODoor op een toets van de infrarood-afstandsbediening te drukken, wordt de handbedieningsmodus onderbro-ken. Het binnenapparaat laat zich een-voudig bedienen met de standaard afstandsbediening. Het binnenapparaat bevestigt de correcte gegevensoverdracht met een geluidssignaal.
8Toetsen op de afstandsbedieningToetsen op de afstandsbediening Toets “ON/OFF” Met deze toets stelt u het apparaat in werking. Toets “TOO WARM” Met deze toets verlaagt u de gewenste temperatuur totmax. 16 °C. Toets “TOO COOL” Met deze toets verhoogt u de gewenste temperatuur totmax. 31 °C. Toets “MODUS” Met deze toets selecteert u de bedrijfsmodus. Het binnen- apparaat beschikt over 4 modi: 1. Automatische modus In deze modus werkt het ap-paraat in de koelmodus of in de verwarmingsmodus. Bedrijfscyclus van de compressor:Aan 20 min. 10 min. Uit 2. Koelmodus In deze modus wordt de warme kamerlucht tot de gewenste tem-peratuur afgekoeld. 3. OntvochtigingsmodusIn deze modus wordt het vertrek vooral ontvochtigd; de ingestelde temperatuur blijft behouden. 4. Verwarmingsmodus (uitsluitend RWH 260-680) In deze modus wordt de warme kamerlucht tot de gewenste temperatuur verwarmd.
Toets “FAN” Met deze toets stelt u het gewenste ventilatortoerental in. Deze heeft 4 standen: auto- matisch, hoog, middelmatig en laag. Toets “LAMELLEN” Met deze toets bepaalt u de po-sitie van de uitlaatlamellen. Er zijn 5 posities en een oscillatiefunctie beschikbaar. Toets “SLEEP” Door indrukken van deze toetsstijgt tijdens de koelmodus de gewenste temperatuur binnen een uur automatisch met 1 °C; in de verwarmingsmodus wordt de gewenste temperatuur binnen een uur met 1 °C verlaagd. Toets “SWING” Deze toets activeert direct de oscillatiefunctie van de lamellen voor een betere luchtverdeling in het vertrek. Toets “TIMER AAN” Met deze toets programmeert u de automatische inschakeltijd van het apparaat binnen de komende 24 uur. Toets “TIMER UIT” Met deze toets programmeert u de automatische uitschakel-tijd van het apparaat binnen de komende 24 uur.
9Een knipperende punt op de afstandsbediening geeft aan dat deze klaar is voor gebruik.Afstandsbediening klaar voor gebruikOverdracht van de instellingen De overdracht van de instellingen wordt aangegeven door een symbol op de display.RESET-Toets Door op de RESET-toets in het batterijvak te drukken, kan de afstandsbe-diening worden gereset. Daarna dient men de klok te programmeren (zie “CLOCK-toets”).RESET 5 sec. klokinstellingDoor op de CLOCK-toets in het batterijvak te drukken, kan de klok worden geprogrammeerd. Op de indicatie knippert “CLOCK” en met de toets HR. en MIN. kan de actuele tijd worden ingesteld. Door nogmaals op de toets CLOCK te drukken, wordt de programmering afgesloten, de indicatie knippert niet meer.CLOCK-ToetsCLOCKHR/MINCLOCKDe overdracht van de instellingen wordt aangegeven door een symbool op de display.Toetsfuncties
10+– ToetsenMet de ON / OFF-toets schakelt u de airconditioner in en uit. Op de display worden de voor de uitschakeling van het apparaat geprogrammeerde instel-lingen en instelwaarden weergegeven.ON/OFF-ToetsON/OFF ON/OFF- +-+MODUS-Toets Gebruik de toets MODUS om tussen de verschillende bedrijfsmodi te schake-len. Er zijn 3 modi beschikbaar:1. Automatisch koelmodus 2. Koelen vooral voor gebruik in de zomer 3. Ontvochtigen voor gebruik zomers en ‘s winters 4. Verwarmen, vooral voor gebruik ‘s winters (uitsluitend RWH 260-680)MODUSMODUSMODUSAutomatisch Koelen Ontvochtigen VerwarmenModus AutomatischDe indicatie gaat na 1 min. uit.Modus KoelenMet de toets – kan de gewenste temperatuur worden verlaagd; met de toets + kan deze worden verhoogd. Deze instelling is alleen mogelijk in de koelmodus.
In de automatische modus wordt de vaste temperatuur met 1 °C verlaagd met de toets –, toets en met 1 °C verhoogd met de +. Een temperatuurinstelling is niet mogelijk. In de ontvochtigingsmodus is tempera-tuurinstelling niet mogelijk.REMKO RWK / RWH
11In de modus Automatisch kiest de regeling zelfstandig voor de verwarmings- of de koelmodus. Als gewenste temperatuur is 24 °C vast ingesteld. De temperatuur kan worden ingesteld tussen 22 °C en 26 °C. Deze kan met de toetsen + – nog 1 °C hoger of lager worden gemaakt. 1 °C hoger of lager worden gemaakt. Modus AUTOMATISCHKOELEnMODUSIn de modus Koelen wordt de kamerlucht afgekoeld tot de ingestelde ge-wenste temperatuur. De gewenste kamertemperatuur wordt in stappen van 1 °C ingesteld met de toetsentoetsen + –. Wanneer de kamertemperatuur 1 °C bo- Wanneer de kamertemperatuur 1 °C bo-ven de ingestelde temperatuur ligt, begint het binnenapparaat de kamerlucht af te koelen. Zodra de kamertemperatuur ca. 0,5 °C lager wordt dan de ingestelde temperatuur, wordt de koeling uitgeschakeld door de regeling.
Ter bescherming van de compressor schakelt de regeling pas na een pauzetijd van 3 minuten de koeling weer in. Modus KOELENKOELMODUSMODUSIn de ontvochtigingsmodus wordt de kamertemperatuur verlaagd tot 24°C. Wegens de lage koelmiddeltemperatuur wordt het dauwpunt van de lucht bij de lamellenwisselaar onderschreden. Het overtollige vocht in de lucht condenseert bij de lamellenwisselaar, het vertrek wordt ontvochtigd. Het ventilatortoerental dient op Automatisch ingesteld te zijn om een maximale ontvochtiging te bereiken. In de automatische modus wordt de ventilator met intervallen in- en uitgeschakeld. Modus ONTVOCHTIGENOnTVOCHTIGInGS-MODUSMODUSVERWARMInGSMODUSMODUSBij de serie RWH kunt u in de verwarmingsmodus het vertrek in de lente en de herfst verwarmen. De gewenste kamertemperatuur wordt in stap-pen van 1 °C ingesteld met de toetsen.
Wanneer de kamertempera-tuur 1 °C lager is dan de ingestelde temperatuur, begint het binnenappa-raat de kamerlucht op te warmen. Zodra de ingestelde kamertemperatuur met ca. 0,5 °C wordt overschreden, wordt de verwarming uitgeschakeld door de regeling.
12FAN-ToetsLAMELLEN-ToetsSWING-ToetsFANFANFAN FANSWING SWING SWINGMet deze toets stelt u de luchtuitblaaslamellen afzonderlijk in. Er kan worden gekozen tussen 5 posities en een oscillatiefunctie.Met deze toets wordt de oscillatiefunctie van de luchtuitlaatlamellen inge-steld. Dit maakt directe omschakeling mogelijk tussen een ingestelde positie en de oscillatiefunctie. Met de swingfunctie wordt de luchtverdeling in het vertrek verbeterd.Met deze toets stelt u de ventilatorsnelheid in. Deze kan worden ingesteld op een laag, middelmatig, hoog en automatisch ventilatortoerental.REMKO RWK / RWH
13SLEEP-ToetsSLEEPSLEEPSLEEPTIMER-ToetsenMet deze toetsen kunt u de in- en uitschakeltijd programmeren. Door op de toets Timer Aan of Timer Uit te drukken, wordt de timer geactiveerd en verdwijnt de klokweergave. Het timersymbool voor de in- resp. uitschakel-tijd knippert. De timerindicatie van het binnenapparaat brandt. Door op de toetsen HR. en MIN. te drukken, stelt u de gewenste in- of uitschakeltijd in. Nadat de instelling is gemaakt, knippert het timersymbool nog 30 seconden. Zodra de geprogrammeerde tijd is bereikt, schakelt het apparaat zichzelf automatisch in of uit. Wanneer het binnenapparaat automatisch is ingescha-keld, zijn de modus, de temperatuur en de ventilatorsnelheid van de laatste instelling geactiveerd. De in- of uitschakeltijd kan voortijdig worden gewist door op de desbetreffende timertoets of op ON/OFF te drukken.
De timerin-dicatie van het binnenapparaat gaat uit.Timer Aan HR/MIN 30 sec.TIMER-Toets AANMet deze toets kunt u een programma activeren dat in de koelmodus de gewenste temperatuur na een uur met 1 °C verhoogt en na 2 uur met 2 °C. In de verwarmingsmodus wordt de gewenste temperatuur na een uur met 1 °C en na 2 uur met 2 °C verlaagd. Na 8 uur wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld.
14verstelhendel linksHandmatige luchtverdelingverstelhendel rechtsVoorbeeld:De regeling schakelt in om 10:20 AM. Het apparaat is tot 5:00 PM in bedrijf. De regeling schakelt uit om 5:00 PM. Het apparaat is tot 10:20 AM buiten bedrijf. De regeling schakelt in om 10:20 AM.apparaat Uitapparaat Aan30 sec.HR/MINTimer UitNa het programmeren schakelt de regeling het apparaat onmiddellijk uit. De regeling schakelt het apparaat dagelijks in en uit op de geprogrammeerde tijd. Tijdens het bedrijf zijn alle instellingen zichtbaar op de display. Wanneer het apparaat buiten bedrijf is, zijn alleen de timerinstellingen zichtbaar.TIMER-Toets AAN/UITTIMER-Toets UITHandmatige luchtverdelingAan de luchtuitlaatzijde bevinden zich afzonderlijk instelbare lamellen voor horizontale luchtverdeling.Inwendige bewegende onder-delen van het apparaat, bijv.
15Voordat er werkzaamhedenworden uitgevoerd aan het ap-paraat, moet de spanningsvoor-ziening worden onderbroken en worden beveiligd tegen herin-schakeling!Zo zorgt u ervoor dat het ap-paraat altijd veilig kan worden gebruikt!Soort werkControle / onderhoud / inspectieIngebruiknemingMaandelijksHalfjaarlijksJaarlijksAlgemeen •Spanning en stroom controleren • •Werking van de ventilator controleren • •Vervuiling lamellenwisselaar • •Condensaatafvoer controleren • •Isolatie controleren • •■ Gebruik geen scherpe, schurende of oplosmiddelhoudende reini-gingsmiddelen.■ Reinig voor een lange stilstand-periode de lamellen van het ap-paraat.Onderhoud ■ Wij adviseren een onderhouds-contract voor jaarlijks onderhoud met een gespecialiseerd bedrijf af te sluiten.Verzorging■ Houd het apparaat vrij van vervuiling, begroeiing en andere afzettingen.■ Reinig het binnenapparaat en het buitendeel met een vochtige doek.Gebruik geen waterstraal.BuitenwerkingstellingTijdelijke buitenwerkingstelling1.
Laat het binnenapparaat 2 tot 3 uur bij een maximale tem-peratuurinstelling lopen in de circulatieluchtmodus of in de koelmodus, zodat het resterende vocht uit het apparaat wordt ver-wijderd.2. Stel de installatie met behulp van de afstandsbediening buiten werking.3. Schakel de spanningsvoorziening van het apparaat uit.4. Controleer het apparaat op zicht-bare schade en reinig het zoals in het hoofdstuk “Verzorging en onderhoud” is beschreven.OnbepaaldebuitenwerkingstellingDe apparaten en componenten moeten worden afgevoerd volgens de geldende regionale voorschriften, bijv. door geautoriseerde en gespe-cialiseerde afvoer- en recyclings- bedrijven of inzamelpunten. De firma REMKO GmbH & Co.
KG of uw verdragspartner noemt u graag een gespecialiseerd bedrijf bij u in de buurt.Verzorging en onderhoudRegelmatige verzorging en de inachtneming van enkele basisvoor-waarden waarborgen een storingvrij bedrijf en een lange levensduur van het apparaat. ATTENTIE TIP
16Reiniging van de condensaat-pomp (toebehoren)Het is mogelijk dat zich in het bin-nenapparaat een ingebouwde of afzonderlijke condensaatpomp be-vindt, die het condensaat naar hoger gelegen afvoerpunten pompt.Neem de verzorgings- en onder-houdsaanwijzingen in de afzonder-lijke handleiding in acht.4. Reinig het filter met behulp van een gewone stofzuiger . (afb. 2)Draai daartoe de verontreinigde zijde naar boven.5. U kunt vuil ook voorzichtig ver-wijderen met lauw water en een mild reinigingsmiddel. Draai daartoe de verontreinigde zijde naar beneden .(afb. 3)6. Wanneer u het filter met water reinigt, dient u het volledig te la-ten drogen voordat u het terug-plaatst in het apparaat.7. Breng het filter voorzichtig aan. Zorg ervoor dat het goed wordt aangebracht.8. Sluit de voorzijde zoals boven beschreven in omgekeerde volg-orde.9. Schakel de spanningsvoorziening weer in.10.
Schakel het apparaat weer in.Reiniging van de behuizing1. Onderbreek de spanningsvoor-ziening van het apparaat.2. Open het aanzuigrooster aan de voorzijde en klap het naar boven.3. Reinig het rooster en de behui-zing met een zachte vochtige doek.4. Schakel de spanningsvoorziening van het apparaat weer in.Luchtfilter van het binnen- apparaatReinig het luchtfilter uiterlijk om de twee weken. Reinig het vaker bij sterk vervuilde lucht.Reiniging van de filters1. Onderbreek de spanningsvoor-ziening van het apparaat.2. Open de voorzijde van het appa-raat door het rooster omhoog te klappen en te laten vastklikken.3. Til het filter omhoog en trek het eruit in benedenwaartse richting (afb. 1). 1 Rooster omhoog klappen 2 Reiniging met de stofzuiger 3 Reiniging met lauw waterREMKO RWK / RWH
17FunctiestoringZie ook het vervolg van deze “tabel voor het verhelpen van storingen” op de volgende pagina. Verhelpen van storingen en klantenserviceDit apparaat is met behulp van de modernste productiemethoden vervaardigd en is meermaals gecontroleerd op een foutloze werking. Mochten er toch functiestoringen optreden, kunt u het apparaat controleren aan de hand van de onderstaande lijst. Bij installaties met binnenapparaat en buitendeel dient u ook het hoofdstuk “Verhelpen van storin-gen en klantenservice” in beide handleidingen in acht te nemen. Wanneer alle functiecontroles zijn uitgevoerd en het apparaat desondanks niet foutloos werkt, dient u contact op te nemen met de dichtstbijzijnde speciaalzaak. storing mogelijke oorzaak controleren oplossingHet apparaat start niet of schakelt zelfstandig uit. Stroomuitval, onderspanning. Werken alle andereelektrische bedrijfsmiddelen.
Spanning controlerenen eventueel op herinschakeling wachten. Netzekering defect. Hoofdschakelaar uitgeschakeld. Zijn alle stroomcircuitsin orde. Netzekering vervangen. Hoofdschakelaar inschakelen. Netsnoer beschadigd. Werken alle andereelektrische bedrijfsmiddelen. Laten repareren dooreen gespecialiseerd bedrijf. Pauzetijd na het inschakelen is te kort. Is het apparaat opnieuw gestart na ca. 5 minuten. Langere pauzetijdaanhouden. Gebruikstemperatuuronder- of overschreden. Werken de ventilatoren vanbinnenapparaat en buitendeel. Temperatuurgrenzen van binnen-apparaat en buitendeel in acht nemen. Overspanning door bliksem. Zijn er onlangs blikseminslagen bij u in de buurt geweest. Netzekering uitschakelen en op- nieuw inschakelen. Laten controleren door een gespecialiseerd bedrijfStoring van de externe condensaatpomp. Heeft de pomp een storings-uitschakeling uitgevoerd.
Pomp controleren eventueel reinigenHet apparaat reageert niet op de afstandsbedieningAfstand tot het apparaat is te groot / ontvangst is gestoordGeeft het binnenapparaat een geluidssignaal wanneer u op een toets drukt.
Afstand kleiner dan 6 m maken en van standplaats veranderenAfstandsbediening defect Werkt het apparaat ophandbediening. Afstandsbediening vervangenOntvanger of zender krijgt te veel direct zonlichtWerkt de functie wel in de schaduw. Zender resp. ontvangerin de schaduw plaatsenElektromagnetische veldenstoren de signaaloverdrachtWerkt de functie wel na uitschakeling van eventuele storingsbronnen. Geen signaaloverdracht bij gelijk-tijdig bedrijf van storingsbronnenToets van de afstandsbediening zit klem / is tweemaal ingedruktVerschijnt het symbool ”zenden” op de display. Toets ontgrendelen / slechts een toets indrukkenBatterijen van de afstandsbedie-ning zijn leegZijn er nieuwe batterijen aange-bracht. Is de indicatie onvolledig. Nieuwe batterijen aanbrengen.
18Indicatie Oorzaak Wat te doen. E1 Verwarmingsmodus: Geen verwarmingsvermogen na 30 min. (koelmiddeltekort)Contact opnemen met een speciaalzaakE2 Vorstbescherming is geactiveerd Contact opnemen met een speciaalzaakE3 Verdamperventilatormotor heeft een te laag toerental of is defect Normale bedrijfstoestandE5 Circulatieluchttemperatuursensor binnenapparaat defect/geactiveerd Contact opnemen met een speciaalzaakE6 Vorstbeschermingssensor binnenapparaat defect/geactiveerd Contact opnemen met een speciaalzaakE7 Temperatuursensor van het buitendeel defect/niet aanwezig Contact opnemen met een speciaalzaakE9 Koelmodus: Geen verwarmingsvermogen na 30 min. (koelmiddeltekort) Contact opnemen met een speciaalzaakStoringsindicatie door knipperende codestoring mogelijke oorzaak controleren oplossingHet apparaat werkt met een lagerof zonder koelvermogen.
Filter is verontreinigd/ luchtinlaat- / uitlaatopening door ongewenste voorwerpen geblokkeerdZijn de filters gereinigd. Filters reinigenRamen en deuren geopend /warmte-/koelbelastingis verhoogd. Is er sprake van een bouwkundige /toepassingsmatige verandering. Ramen en deuren sluiten /extra installaties monterenGeen koelfunctie ingesteld Is het symbool “koelen” geactiveerd op de display. Instelling van het apparaatcorrigerenLamellen van het buitendeel doorongewenste voorwerpen geblokkeerdWerkt de ventilator van het bui-tendeel, zijn de wissellamellen vrij. Ventilator of winterregelingcontroleren, luchtweerstand verminderenLekkage in het koelcircuitIs er rijpvorming zichtbaar op de wissellamellen van het binnen-apparaat. Laten repareren dooreen gespecialiseerd bedrijf.
Er treedt condensaatwater uit het apparaatAfvoerbuis van het reservoiris verstopt of beschadigdIs een onbelemmerde condensaatafvoer gewaarborgd. Afvoerbuis en reservoir reinigenExterne condensaatpomp of vlotter defectIs de opvangbak vol water en werkt de pomp niet.
Pomp laten vervangen door een gespecialiseerd bedrijfEr bevindt zich niet-weggelopen condensaat in de condensaatlei-dingIs de condensaatleiding hellend aangebracht en niet verstopt. De condensaatleiding hellend aanleggen, resp. reinigenCondensaat kan niet worden afgevoerdZijn de condensaatleidingen vrij en hellend aangelegd. Werkt de condensaatpomp en de vlotter-schakelaar. De condensaatleiding hellend aanleggen, resp. reinigen. Is de vlotterschakelaar of de conden-saatpomp defect, dan moet deze worden vervangen. REMKO RWK / RWH.
19120 1201500120200Minimum vrije ruimtes / maten in mmMinimum vrije ruimtesDe minimum vrije ruimtes zijn enerzijds nodig voor onderhouds- en reparatiewerkzaamheden en ander-zijds voor een optimale luchtverde-ling. Belangrijke aanwijzingen voor de installatieMontagemateriaalHet binnenapparaat wordt met 4 door de klant te leveren schroeven op een wandhouder bevestigd. Keuze van de installatieplaatsHet binnenapparaat is ontworpen voor horizontale wandmontageboven deuren. Het kan ook boven aan muren (min. 1,75 m boven de vloer) worden aangebracht. ■ Scherm open koelmiddelleidingen door geschikte doppen en plak-band af tegen binnendringend vocht; koelmiddelleidingen niet knikken of indrukken. ■ Vermijd onnodige buiging. Zo minimaliseert u het drukverlies in de koelmiddelleidingen en waar-borgt u de onbelemmerde retour-leiding van de compressorolie.
■ Tref speciale maatregelen voor de retourleiding van de olie indien het buitendeel hoger dan het binnenapparaat is aangebracht (zie paragraaf Olieretourleidings-maatregelen). ■ Wanneer de lengte van de koel-middelleiding langer is dan 5 meter, moet er koelmiddel wor-den toegevoegd. De hoeveelheid extra koelmiddel vindt u in het hoofdstuk “Koel-middel toevoegen”. ■ Gebruik uitsluitend de meege-leverde wartelmoeren van de koelmiddelleidingen en verwijder deze pas kort voordat u de koel-middelleidingen aansluit. ■ Voer alle elektrische aansluitingen uit volgens de geldende DIN- en VDE-voorschriften. ■ Bevestig elektrische leidingen altijd correct aan de elektro- klemmen. Anders kan er brand ontstaan. ■ Bij het installeren van de comple-te installatie moeten de handlei-dingen van het binnenapparaat en het buitendeel in acht worden genomen.
Meld eventuele gebrekend direct aan uw verdragspartner en aan de expediteur. ■ Til het apparaat op aan de hoeken en niet aan de koel- middel- of condensaataan- sluitingen. ■ De koelmiddelleidingen (in-spuit- en zuigleiding), kleppen en verbindingen moeten stoomdicht worden geïsoleerd. Eventueel moet ook de condensaatafvoer-leiding worden geïsoleerd. ■ Kies de montageplaats zodanig dat een vrije luchtinlaat en -uit-laat is gewaarborgd (zie de para-graaf “Minimum vrije ruimtes”). ■ Installeer het apparaat niet vlakbij apparaten met een intensieve warmtestraling. (Bij montage in de buurt van warmtestraling neemt het vermo-gen van het apparaat af)■ Open de afsluitkleppen van de koelmiddelleidingen pas nadat de installatie is voltooid. Montageaanwijzing voor geschoold personeel.
201234De installatie mag uitsluitend door geautoriseerd en geschoold personeel worden uitgevoerd. Het apparaat is in de fabriek voorzien van een vulling be-staand uit gedroogde stikstof voor dichtheidscontrole. De onder druk staande stikstof komt vrij wanneer de wartel-moeren losraken. Olieretourleidingsmaatregelenbuitendeeloliehevelbochtstuk in de zuigleiding naar het buitendeel1 per 2,5 steigende meterradius:50 mmmax. 8/10 mbuitendeelDe wandhouder van de apparaten moet worden bevestigd met ge-schikte schroeven en pluggen. Na de montage moeten de verbin-dingen stoomdicht worden geïso-leerd. Inspuit-leidingZuig-leiding RWK 260 RWK 350 RWK 520RKM 6103/8 “ 1/2 “Bijartikel - -RKM 613 - Bijartikel -RKM 620 - - BijartikelRKM 710 Bijartikel - -RKM 713 - Bijartikel -RKM 720 - - BijartikelRKM 810 Bijartikel - -RKM 813 - Bijartikel -4.
Hang het binnenapparaat iets naar achteren gekanteld in de wandhouder en druk dan het ap-paraat met de onderzijde tegen de houder. 5. Controleer nogmaals of het ap-paraat horizontaal hangt. (afb. 4)Aansluiting van dekoelmiddelleidingenDe koelmiddelleidingen worden aangesloten op de achterzijde van het apparaat. Eventueel moet op het binnenap-paraat een verloopstuk worden gemonteerd. Deze schroefverbindingen worden standaard geleverd als bijartikel bij het binnenapparaat. InstallatieHet apparaat wordt bevestigd aan de wandhouder, waarbij rekening moet worden gehouden met de luchtuitlaatzijde aan de onderkant. 1. Teken de bevestigingspunten af op statisch betrouwbare punten van de muur conform de afme-tingen van de wandhouder. 2. Verwijder eventueel de uitbreek-opening van de behuizing. 3.
Installatie van het apparaat1 Afvoer langs de muur rechts2 Afvoer door de muur rechts3 Afvoer door de muur links4 Afvoer langs de muur linksAansluitvariantenAansluitvariantenDe volgende aansluitvarianten voor de koelmiddel-, condensaat- en besturingsleidingen kunnen worden gebruikt. OlieretourleidingsmaatregelenWanneer het buitendeel hoger wordt aangebracht dan het binnen-apparaat, moeten er geschikte olie-retourleidingsmaatregelen worden getroffen. Dit gebeurt meestal in de vorm van een oliehevelbochtstuk waarvan er 1 per stijgende 2,5 m moet worden geïnstalleerd. AANWIJZING ATTENTIE 4 Horizontale uitlijningREMKO RWK / RWH.
21Aansluiting van het binnenapparaatcontactstripafdekkingbesturingsleidingsnoerontlastingbesturingsleidingBij de apparaatserie RWK moet een besturingsleiding met 4 aders worden aangebracht tussen het binnenapparaat en het buitendeel, bij de apparaatserie RWH is een besturingsleiding met 6 aders nood-zakelijk. ■ Wij adviseren een hoofd- / repa-ratieschakelaar te installeren in de buurt van het buitendeel. ■ Het buitendeel wordt van span-ning voorzien, het binnenappa-raat wordt gevoed via de bestu-ringsleiding tussen het buitendeel en het binnenapparaat. ■ De contactstrips van de aan-sluitingen bevinden zich aan de achterzijde van het apparaat. Na de installatie kunnen metingen,Aansluiting van het binnen- apparaatGa bij de aansluiting als volgt te werk:1. Open het luchtinlaatrooster. 2. Maak de afdekking aan de rech-terkant los. 3.
Sluit het apparaat met de bestu-ringsleiding aan op het buiten-deel. Zie het elektrische aansluit-schema. 4. Zet het apparaat weer in elkaar. na verwijdering van de afdek-king, vanaf de voorzijde worden uitgevoerd. ■ Wanneer het apparaat wordt gebruikt met een als toebehoren verkrijgbare condensaatpomp, is eventueel bij gebruik van een uit-schakelcontact voor de pomp een extra relais nodig voor verhoging van het schakelvermogen, voor uitschakeling van de compressor. ■ De contactstrips van de aanslui-tingen bevinden zich aan de ach-terzijde van het binnenapparaat. ATTENTIEAlle elektrische installatiewerk-zaamheden moeten worden uitgevoerd door een gespeciali-seerd bedrijf. De montage van de elektroaansluitingen moet spanningsloos gebeuren.
Bij de apparaten moet een beveiligde netaansluiting voor de spannings-voorziening van het buitendeel en een besturingsleiding naar binnen-apparaat worden geïnstalleerd. Elektrische aansluitingDe condensaatslang wordt stan-daard meegeleverd en is bedoeld voor aansluiting op de linkerzijde (gezien vanaf de voorkant).
2% hellingWegens onderschrijding van het dauwpunt bij het register ontstaat er tijdens het verwarmen condensaat-vorming. Onder het register bevindt zich een opvangbak die moet worden aange-sloten op een afvoer. ■ De door de klant te leveren con-densaatleiding moet een helling van min. 2% hebben (afb. 5). Eventueel kunt u voorzien in een stoomdichte isolatie. ■ Steek de condensaatleiding van het apparaat in de afvoerleiding. Wanneer het condensaat wordt afgevoerd naar een afvalwater-leiding, dient u een sifon aan te brengen als stankafsluiter. ■ Wanneer het apparaat wordt gebruikt bij een buitentempera-tuur lager dan 0 °C, moet de condensaatleiding vorstvrij zijn aangelegd. Eventueel dient men te zorgen voor buisverwarming. ■ Na installatie van de leidingen moet worden gecontroleerd of het condensaat goed wordt afge-voerd en of de leidingen perma-nent dicht zijn.
24De ingebruikneming mag uitsluitend worden uitgevoerd door speciaal geschoold perso-neel en dient volgens het attest te worden gedocumenteerd. Bij de ingebruikneming van de gehele installatie moeten de handleidingen van het binnen-apparaat en van het buitendeel in acht worden genomen. 3. Meet alle benodigde waarden, vermeld deze in het ingebruikne-mingsprotocol en controleer de veiligheidsfuncties. 4. Controleer de apparaatbesturing met de in het hoofdstuk “Bedie-ning” beschreven functies. Timer, temperatuurinstelling, ventilatorsnelhedenFunctietest van de bedrijfs- modus Koelen1. Schakel de spanningsvoorziening in. 2. Schakel het apparaat in met behulp van de afstandsbediening en selecteer de koelmodus, het maximale ventilatortoerental en de laagste gewenste tempera-tuur. 3. Meet alle benodigde waarden, vermeld deze in het ingebruikne-mingsprotocol en controleer de veiligheidsfuncties.
4. Controleer de apparaatbesturing met de in het hoofdstuk “Bedie-ning” beschreven functies. Timer, temperatuurinstelling, ventilator-snelheden en het omschakelen naar de ventilatie- en ontvochti-gingsmodus. 5. Controleer de werking van de condensaatleiding door gedestil-leerd water in de condensaatbak te gieten. Geadviseerd wordt om hiervoor een fles met een tuit te gebruiken die het water in de condensaat-bak kan leiden. Afsluitende maatregelen■ Monteer alle gedemonteerde onderdelen. ■ Geef de exploitant instructies over het gebruik van de instal-latie. Functietest van de bedrijfs- modus Verwarmen (uitsluitend bij koelen/verwar-men-buitendelen)1. Schakel de spanningsvoorziening in. 2. Schakel het apparaat in met be-hulp van de afstandsbediening en selecteer de verwarmingsmodus, het maximale ventilatortoerental en de hoogste gewenste tem-peratuur.
Technische wijzigingen voorbehouden, gegevens onder voorbehoud!REMKO GmbH & Co. KG Klima- und WärmetechnikIm Seelenkamp 12 · D-32791 LagePostfach 1827 · D-32777 LageTelefoon +49 5232 606-0Fax +49 5232 606-260E-mail [email protected] www.remko.deAdviezenDoor intensieve cursussen brengen wij de vakkennis van onze adviseurs altijd up-to-date. Dit heeft ons de naam gegeven meer te zijn dan een goede en betrouwbare leverancier: , een REMKOpartner, die problemen helpt oplossen.VerkoopREMKO beschikt niet alleen over een uit-gebreid verkoopnetwerk in het binnen- en buitenland, maar ook over bijzonder hooggekwalificeerd verkooppersoneel. REMKO-medewerkers in de buitendienst zijn meer dan verkopers: ze moeten vooral adviseurs zijn voor onze klanten op het gebied van airconditionings- en verwarmingstechniek.KlantenserviceOnze apparaten werken nauwkeurig en betrouwbaar.
Mocht er desondanks een storing optreden, dan is de REMKOklantenservice snel ter plaatse. Ons uitgebreide netwerk van ervaren speci-aalzaken garandeert u altijd betrouwbare service op korte termijn.REMKO In HEEL EUROPA… en ook vlakbij u in de buurt!Maak gebruik van onze ervaring en adviezen
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met REMKO RWK520 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco REMKO
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco