REMKO RM252 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van REMKO RM252 (36 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over REMKO RM252 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | REMKO |
| Categorie: | Airco |
| Model: | RM252 |
Handleiding REMKO RM252 – volledige tekst
InhoudVoor indienstname / gebruik van het toestel dient deze werkingshandleiding zorgvuldig gelezen te worden!Deze handleiding maakt deel uit van het toestel en dient steeds in onmiddellijke nabijheid van de opstellingsplaats, resp.
aan het toestel bewaard te worden.Wijzigingen behouden wij ons voor; voor onjuistheden en drukfouten aanvaarden wij geen verantwoordelijkheid!Veiligheidsaanwijzingen4Bescherming van het milieu en recyclage4Garantie4Transport en verpakking 5Beschrijving van het toestel5Bediening6-12Uitdienstname13Service en onderhoud13-14Storingsverhelping en klantendienst15-16Montageaanwijzing voor het vakpersoneel16-19Installatie19Dichtheidscontrole21Condensaansluiting21Elektrische aansluiting21-22Elektrisch aansluitschema23Elektrisch schakelschema24-26Voor de indienstname27Koelmiddel toevoegen27Indienstname28-29Afmetingen toestel29-30Toestelvoorstelling31-33Wisselstukkenlijst31-33Technische gegevens34-35Made by REMKO3
VeiligheidsaanwijzingenVerwijderen van de verpakkingAlle producten worden voor het transport zorgvuldig in milieuvriendelijke materialen verpakt. Lever een waardevolle bijdrage aan de afvalvermindering en het behoud van grondstoffen en berg het verpakkingsmateriaal daarom enkel op bij de overeenkomstige verzamelplaatsen. Afvoeren van gebruikte apparatenDe vervaardiging van de toestellen ondergaat een voortdurende kwaliteitscontrole. Er worden uitsluitend hoogwaardige materialen verwerkt, die voor het grootste gedeelte recycleerbaar zijn. Draag ook bij tot de milieubescherming, door U te verzekeren, dat Uw oud toestel op milieubewuste wijze volgens de regionaal geldende voorschriften, bv. door gemachtigde vaklui voor opslag en herbewerking of door opslag op verzamelplaatsen gebeurt.
GarantieVoorwaarden voor eventuele waarborgaanspraken dienen, door de besteller of zijn afnemer tijdig samen met de verkoop en indienstname van het bij het toestel geleverde „waarborgsdocument” alsook het indienstnameprotocol volledig ingevuld aan REMKO GmbH & Co. KG teruggestuurd te worden. De waarborgvoorwaarden zijn te vinden in de „Algemene verkoops- en leveringsvoorwaarden“. Daarenboven kunnen slechts tussen de contractuele partners speciale voorwaarden getroffen worden. Dienentgevolge wendt U zich svp eerst tot Uw directe contractuele partner. Bescherming van het milieu en recyclageLees voor de eerste indienstname van het toestel de werkingshandleiding zorgvuldig door. U krijgt nuttige tips, aanwijzingen alsook waarschuwingsaanwijzingen voor gevarenafwending voor personen en goederen.
Het verkeerde gebruik van de handleiding kan tot gevaren leiden voor personen, het milieu en de installatie en daarmee ook tot het verlies van mogelijke aanspraken. ■ Bewaar deze werkingshandleiding alsook de koelmiddelgegevensfiche in de nabijheid van het toestel. ■ De opstelling en installatie van het toestel en componenten mag slechts gebeuren door vakpersoneel.
■ opstelling, aansluiting en werking van het toestel en componenten dienen binnen de inzet- en werkingsvoorwaarden volgens de handleiding te gebeuren en voldoen aan de geldende regionale voorschriften. ■ De toestellen voor mobiele inzet dienen op gepaste ondergrond werkingszeker en loodrecht opgesteld te worden. Toestellen voor stationaire werking mogen enkel bediend worden in vast geïnstalleerde toestand. ■ Ombouw of wijziging van de door REMKO geleverde toestellen of componenten zijn niet toegelaten en kunnen foutfuncties veroorzaken. ■ De toestellen en componenten mogen niet in bereiken met verhoogd beschadigingsgevaar werken. De minimum vrije ruimte dient aangehouden te worden. ■ De elektrische stroomvoorziening dient volgens de vereisten van het toestel aangepast te worden.
■ De werkingszekerheid van het toestel en componenten is enkel bij doelgericht gebruik en in volledig gemonteerde toestand gewaarborgd. Veiligheidsinrichtingen mogen niet gewijzigd of overbrugd worden. ■ De bediening van toestelen of componenten met zichtbare defecten of beschadigingen is niet toegelaten. ■ Alle behuizingsdelen en toestelopeningen, vb. luchtin- en -uitlaatopeningen, dienen vrij te zijn van vreemde voorwerpen, vloeistoffen of gassen. ■ De toestellen en componenten vereisen ook voldoende veiligheidsafstand tot ontvlambare, explosieve, brandbare, aggressieve en vervuilende bereiken of atmosferen. ■ Bij de aanraking van bepaalde toesteldelen of componenten kan het tot brandwonden of letsels komen.
Het toestel wordt in een stabiele transportverpakking geleverd. Controleer svp het toestel direct bij de levering en noteer eventuele schade of ontbrekende delen op de leveringsbon en informeer de transporteur en Uw contractuele partner. Voor latere klachten kan geen waarborg aanvaard worden. Transport en verpakking RM 226 ITRM 235 ITRM 252 ITRM 268 ITRM 326 IT 2,6RM 326 IT 3,6RM 335 ITRM 426 ITRM 435 ITRM 226 AT••RM 235 AT••RM 252 AT••RM 268 AT••RM 326 AT•• •1)RM 335 AT•••RM 426 AT••••RM 435 AT••••Leverhoeveelheid1) 2 binnentoestellen RM 326 IT met 2,6 kW en 1 binnentoestel RM 326 IT met 3,5 kW koelprestatie5Beschrijving van het toestelHet kameraircotoestel RM 228-435 beschikt over een REMKO RM. AT buitendeel alsook over twee, drie of vier binnentoestellen RM. IT.
Het buitendeel dient in koelwerking voor afgave van de van het binnentoestel uit de koelende kamer aan de buitenlucht ontnomen warmte. Het buitendeel is in buitenbereik of onder inachtname van bepaalde vereisten in het binnenbereik monteerbaar. Het binnentoestel is ontworpen voor het bovenste wandbereik van het binnenbereik. De bediening gebeurt via een infrarood-afstandsbediening. Het buitendeel bestaat uit twee (kring A,B), drie (kring A,B,C) of vier (kring A,B,C,D) koelkringen met telkens een compressor, vervloeier in lamellenbouwform, smoororgaan en een resp. twee vervloeierventilatoren. De aansturing van de afzonderlijke koelkringen van het buitendeel gebeurt via de regeling van de binnentoestellen. Het binnentoestel bestaat uit verdamper in lamellenbouwwijze, verdamperventilator, regeling en condenskuip.
Aanduiding aan het binnentoestelDe aanduiding licht op overeenkomstig de instellingen. In werking licht de aanduiding op, de gekozen modus en de werkelijke temperatuur wordt aangegeven. Na instellen van de theoretische temperatuur knippert de theoretische waarde in het display op en de aanduiding springt terug naar de werkelijke waardemax. 6 mMax. afstand 6 mAanduiding op het binnentoestelTimerAutomatische modusVentilatortoerentalDisplay aanduiding van gecodeerde foutmelding, kamer- en theoretische temperatuurKoelwerkingSwingmodusSleepfunctieOntvochtigingsmodusTemperatuureenheidBedieninginfrarood-afstandsbedieningDe infrarood-afstandsbediening zendt de geprogrammeerde instellingen over een afstand tot 6 m naar het ontvangstdeel van het binnentoestel.
Een ongestoorde ontvangst van de gegevens is slechts mogelijk, wanneer de afstandsbediening op het ontvangstdeel gericht is en er geen voorwerpen de transmissie hinderen. Voorbereidend zijn de zich in de levering bevindende batterijen (2 stuks, type AAA) in de afstandsbediening te plaatsen. Trek daartoe de klep van het batterijvak uit en plaats de batterijen in de polenrichting in (zie markering). Het binnentoestel wordt comfortabel met de seriematige infrarood-afstandsbediening bediend. De overeenkomstige gegevensdoorgave wordt van het binnentoestel met een signaaltoon verlaten. Indien een programmering via de infrarood-afstandsbediening niet mogelijk is, kan het binnentoestel ook manueel bediend worden.
storingen worden gecodeerd aangegeven (zie hoofdstuk storingsverhelping en klantendienst) OPGELETVervang de ontladen batterijen direct door een nieuwe set, omdat het gevaar van uitlopen bestaat. Bij langere uitdienstnamen wordt aanbevolen de batterijen te verwijderen. AANWIJZINGManuele bedieningDe binnentoestellen kunnen manueel in werking genomen worden. Na het openen van de luchtingangsroosters kan de binnen liggende toets ingedrukt en de automatische modus geactiveerd worden.
Toets „TIMER UIT“ Met deze toets wordt de automatische uitschakeltijd van het toestel binnen de volgende 24 uur geogrammeerd Toets „HR“ Met deze toets worden de uren ingesteld. Toets „MIN“ met deze toets worden de minuten ingesteld. Toets „RESET toets“ (im batterijvak) met deze toets wordt de afstandsbediening in de levertoestand teruggezet. Toets „CLOCK“ (in batterijvak) door indrukken van deze toets wordt de tijdinstelling geactiveerd. Toets „DISPLAY“ met deze toets wordt het display aan- en uitgeschakeld (geen beïnvloeding van de toestelfunctie). Toetsen van de afstandsbediening 2. koelmodus In deze modus wordt de warme kamerlucht op de gewenste temperatuur afgekoeld. 3. ontvochtigingsmodus In deze modus wordt de kamer overwegend ontvochtigd, de ingestelde temperatuur behouden. 4. Verwarmingsmodus De verwarmingsmodus is niet mogelijk.
Toets „FAN“ met deze toets wordt het gewenste ventilatortoerental ingesteld. 4 stappen staan ter beschikking: automatisch, hoge, middel en kleine ventilatorstap. Toets „LAMELLEN“ met deze toets wordt de positie van de uitgangslamellen bepaald. Er staan 5 posities en een oscillerende functie ter beschikking. Toets „SLEEP“ Na indrukken van deze toets stijgt in koelwerking de theoretische- temperatuur binnen een uur automatisch met 1 °C, in verwarmingswerking wordt de theoretische temperatuur binnen een uur met 1 °C verminderd. Toets „SWING“ Deze toets activeert direct de oscillerende functie van de lamellen naar een betere luchtverdeling in de kamer. Toets „TIMER AAN“ met deze toets wordt de automatische inschakeltijd van het toestel binnen de volgende 24 uur geprogrammeerd. Toetsen van de afstandsbediening Toets „ON/OFF“ met deze toets neemt U het toestel in werking.
Toets „TOO HOT“ met deze toets wordt de gewenste temperatuur tot 16 °C verminderd. Toets „TOO COLD“ met deze toets wordt de gewenste temperatuur tot 31 °C verhoogd.
Het klaar zijn van de afstandsbediening wordt door het knipperende punt op de afstandsbediening gesignaleerd.Klaar zijn van de afstandsbedieningRESET ToetsDoor indrukken van de RESET-toets binnen het batterijvak kan de afstandsbediening teruggezet worden. Daarna is de tijd te programmeren (zie „CLOCK toets“).RESET 5 sec. UurtijdinstellingDoor indrukken van de CLOCK-toets binnen het batterijvak kan de uurtijd geprogrammeerd worden. In de aanduiding knippert „CLOCK“ en via de toets HR. en MIN. wordt de huidige tijd ingesteld. Een verder indrukken van de CLOCK-toets sluit de programmering af, de aanduiding knippert niet meer.CLOCK ToetsCLOCKHR/MINCLOCKDoor indrukken van de ON / OFF- toets activeert en deactiveert U Uw aircotoestel.
In het display verschijnen de voor de uitschakeling van het toestel geprogrammeerde instellingen en instelwaarden.ON/OFF ToetsON/OFF ON/OFFDe doorgave van de instellingen wordt door een symbool in het display aangegeven.Toetsenfuncties9
▲/▼ ToetsenDe toets ▼ maakt de verlaging mogelijk van de gewenste theoretische temperatuur, de toets ▲ de verhoging. In automatische modus kan de temperatuur met 1°C verhoogd resp. verlaagd worden. In ontvochtigingsmodus is geen temperatuurinstelling mogelijk.Modus koelenDe aanduiding verdwijnt na 1 min.Modus automatischMODUS ToetsGebruik de toets MODUS om tussen aparte werkingswijzen te kiezen. Ter beschikking staan 4 modussen:1. Automatische koelwerking of verwarmingswerking (niet mogelijk) 2. Koelen overwegend zomerwerkingswijze 3. Ontvochtigen zomer- of winterwerkingswijze 4. verwarmen niet mogelijkMODUSMODUSMODUSAutomatisch Koelen Ontvochtigen Verwarmen (niet mogelijk)In modus automatisch kiest de regeling bij het eerste inschakelen zelfstandig tussen verwarmings- en koelwerking. Het regelbereik ligt tussen 22 °C en 26 °C.
Dit kan met de toetsen ▲/▼ nog verhoogd of verlaagd worden.Modus AUTOMATISCHAuTOMATIschMODUSIn modus koelen wordt de kamerlucht op de ingestelde theoretische temperatuur afgekoeld. De gewenste kamertemperatuur wordt met de toetsen ▲/▼ in 1 °C stappen ingesteld. Ligt de kamertemperatuur 0,5 °C boven de gekozen theoretische temperatuur begint het binnentoestel de kamerlucht af te koelen. Wordt de ingestelde kamertemperatuur met ca. 1 °C onderschreden, schakelt de regeling de koeling uit. Ter beveiliging van de compressoren schakelt de regeling eerst na een wachttijd van 3 minuten de koeling weer in.Modus KOELENKOELWERKINGMODUS▼▲▼▲REMKO RM10
Modus VERWARMENDeze modus is niet mogelijk.In modus ontvochtigen wordt de kamertemperatuur tot 24°C verminderd. Op basis van de geringe koelmiddeltemperatuur wordt het dauwpunt van de lucht aan de lamellenwisselaar onderschreden. De overbodige vochtigheid van de lucht condenseert aan de verdamper, de kamer wordt ontvochtigd. Het ventilatortoerental kan theoretisch op automatisch ingesteld zijn, om een maximale ontvochtiging te bereiken. De ventilator wordt in automatische werking in intervallen in- en uitgeschakeld.Modus ONTVOCHTIGENONTVOchTIGINGs- WERKINGMODUSmet deze toets wordt de ventilatorsnelheid ingesteld. Er kan tussen laag, middel, hoog en automatisch ventilatortoerental gekozen worden.FAN ToetsFANFANFAN FANMet deze toets worden de luchtuitlaatlamellen individueel ingesteld.
Er kan tussen 5 posities en een oscillerende functie gekozen worden.LAMELLEN ToetsMet deze toets wordt de oscillierende functie van de luchtuitlaat- lamellen ingesteld. Dit maakt een direct omschakelen mogelijk tussen een ingestelde positie en de oscillerende functie. Met de Swingfunctie wordt de luchtverdeling in de kamer verbeterd.SWING ToetsSWINGSWINGSWING11
TIMER ToetsenMet deze toetsen wordt een in- resp. uitschakeltijd geprogrammeerd. Door indrukken van de toets timer aan resp. timer uit, wordt de timer geactiveerd en de uurtijdaanduiding verdwijnt. Het timersymbool naar in- resp. uitschakeltijd knippert. De timeraanduiding van het binnentoestel licht op. Door indrukken van de toetsen HR. en MIN. wordt de gewenste in- of uitschakeltijd ingesteld. Na succesvolle instelling knippert het timersymbool nog 30 seconden. Wordt de geprogrammeerde tijd bereikt, schakelt het toestel automatisch in resp. uit. Wordt het binnentoestel automatisch ingeschakeld, is de modus, de temperatuur en de ventilatorsnelheid van de laatste instelling geactiveerd. Het voortijdige schrappen van de in- en uitschakeltijd gebeurt door indrukken van de overeenkomstige timertoets of door de toets ON/OFF.
De timeraanduiding van het binnentoestel verdwijnt.TIMER Toets EINTimer aan HR/MIN 30 sec.TIMER Toets AUSTIMER Toets AAN/UITTimer uit HR/MIN 30 sec.toestel aan toestel uitVoorbeeld:De regeling schakelt in om 10:20. Het toestel is tot 5:00 in werking.Met deze toets wordt een programmering geactiveerd, waarmee de theoretische temperatuur in koelmodus na een uur met 1 °C en na 2 uur met 2 °C verhoogd wordt. Het toestel wordt automatisch na 8 uur uitgeschakeld.SLEEP ToetsSLEEPSLEEPSLEEPDe regeling schakelt dagelijks naar de geprogrammeerde uurtijden van het toestel in en uit. In werking zijn alle instellingen en het timersymbool op het display te zien. Buiten werking is de aanduiding en het timersymbool duidelijk zichtbaar.REMKO RM12
Op de luchtuitlaatzijde bevinden zich individueel instelbare lamellen voor horizontale luchtverdeling.Manuele luchtverdelingBinnen liggende, zich bewegende toestelbouwdelen, vb. de ventilator, vertonen tijdens de werking letselpotentieel!Enkel met uitgeschakelde Swingwerking wijzigingen doorvoeren. OPGELETVerstelhefboom linksManuele luchtverdelingVerstelhefboom rechtsUitdienstnameDefinitieve Uitdienstname1. Laat het binnentoestel 2 tot 3 uur in omgevingsluchtwerking of in koelwerking met maximale temperatuurinstelling lopen, zodat de resterende vochtigheid uit het toestel gevoerd kan worden.2. Neem de installatie door middel van de afstandsbediening buiten dienst.3. Schakel de stroomvoorziening van het toestel uit.4.
Dek het toestel zo mogelijk af met kunststoffolie om het te beschermen tegen weerinvloeden.Service en onderhoudDe regelmatige service en onderhoud waarborgen een storingsvrije werking en een lange levensduur van het toestel.Service■Hou het binnentoestel en buitendeel vrij van vervuiling, begroeiing en andere afzettingen.■Reinig het toestel enkel met een bevochtigde doek. Gebruik geen scherpe; krassende of oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen. Plaats geen waterstraal op het toestel.■Reinig voor het begin van een langere stilstandperiode de lamellen van het binnentoestel en buitendeel.Voor alle werkzaamheden aan de toestelen dient de stroomvoorziening onderbroken te worden en beveiligd tegen terug inschakelen! OPGELETTijdelijke uitdienstnameDe opslag van het toestel en componenten dient volgens de regionaal geldende voorschriften, vb.
Onderhoud■Wij bevelen aan om een onderhoudsovereenkomst met jaarlijks onderhoudsinterval met een overeenkomstige vakfirma af te sluiten. Reiniging van de condenspomp (toebehoren)Ev. bevindt zich in het binnentoestel een ingebouwde of afzonderlijke condenspomp, die het optredende condens naar hoger gelegen aflopen pompt. Let op de service en onderhoudsaanwijzingen in de afzonderlijke bedieningshandleiding. Werkwijze Controlee/Onderhoud/InspectieindienstnameMaandelijksHalfjaarlijksJaarlijksAlgemeen• •Spanning en stroom controleren• •functie compressor/ventilatoren controleren• •functie ventilatoren controleren• •Vervuiling vervloeier/verdamper• •koelmiddelvulhoeveelheid controleren• •condensafloop controleren• •Isolatie controleren• •Bewegende delen controleren• •Reiniging van de behuizingen aan het binnentoestel1. Onderbreek de stroomvoorziening naar het toestel. 2.
Open het luchtinlaatrooster aan de voorzijde en klap het naar boven. 3. Reinig het rooster en de afdekkijng met een licht bevochtigde doek. 4. Schakel de stroomvoorziening weer in. Luchtfilter van het binnentoestelReinig de luchtfilter, in een Intervall van hoogstens 2 weken. Verminder deze tijdspanne bij sterk verontreinigde lucht. Reiniging van de filter aan het binnentoestel1. Onderbreek de stroomvoorziening naar het toestel. 2. Open de voorzijde van het toestel, door het toestel naar boven te klappen en naar binnen te laten schuiven (afbeelding 2). 3. Hef de filter naar boven en trek deze langs onder uit. 3 Reiniging met de stofzuiger 4 Reiniging met lauwwarm waterZo waarborgt U telkens de werkzekerheid van de installatie. TIP4. Reinig de filter met behulp van een gewone stofzuiger. Draai hiervoor de verontreinigde zijde naar boven (afbeelding 3). 5.
Laat de filter bij het gebruik van water eerst volledig luchtdrogen, vooraleer deze weer in het toestel te plaatsen. 7. Plaats de filter voorzichtig terug. Let daarbij op de correcte plaatsing. 8. Sluit de voorzijde zoals hierboven beschreven in omgekeerde volgorde. 9. Schakel de stroomverzorging weer in. 10. Schakel het toestel weer in. 2 Rooster naar boven klappenREMKO RM14.
De zuigleiding en / of de vloeistofafscheider van de door de compressor vereistWarmtebelasting werd verhoogdWerkt het buitendeel in duurwerking. Warmtebelasting verminderen ev. extra toestel installeren / Vereiste bouwdelen isolerenStoringsverhelping en klantendienstDe toestellen en componenten worden met de modernste vervaardigingstechnieken gemaakt en meermaals op foutloze functie gecontroleerd. Desalniettemin kunnen nog functiestoringen optreden, controleer dus svp de functie volgens onderstaande lijst. Wanneer alle functiecontroles doorgevoerd werden en het toestel nog steeds niet defectvrij werkt, verwittig dan svp Uw vakhandelaar. Storing mogelijke oorzaak Controle OplossingHet toestel start niet op of schakelt zelfstandig uitStroomuitval, onderspanning, stroomnetbeveiliging defect / hoofdschakelaar uitgeschakeldWerken alle andere elektrische werkingsmiddelen.
Spanning controleren ev. wachten op weer inschakelenStroomnetleiding beschadigdWerken alle andere elektrische werkingsmiddelen. Indienststelling door een vakmanWachttijd na het inschakelen te kortZijn sinds de herstart ca. 5 minuten verlopen. Langere wachttijden inplanneninzettemperatuurbereik onder- / overschredenWerken de ventilatoren van het binnentoestel en buitendeel. Temperatuurbereiken van binnentoestel en buitendeel in het oog houdenOverspanningen door onweerWaren er de laatste tijd regionale blikseminslagen. Afschakeling van de netstroombeveiliging en opnieuw inschakelen / controle door vakmanStoring van de externe condenspompHeeft de pomp een storingsafschakeling doorgevoerd. Pomp controleren ev. reinigenHet toestel reageert niet op de afstandsbediening. Zendafstand te groot / ontvangst gestoord Bij toetsendruk signaaltoon aan binnentoestel.
ontvangstdeel beschaduwenElektromagnetische velden storen de transmissieIs de functie na uitschakelen eventuele storingsbronnen gegeven. Geen signaaloverdracht bij gelijktijdige werking van storingsbronnenToets van de FB ingeklemd / dubbele toetsenbedieningVerschijnt het “zend”-symbool in de aanduiding. Toets ontgrendelen / slechts een toets indrukkenBatterijen van de afstandsbediening leegWerden nieuwe batterijen geplaatst. Is de aanduiding onvolledig. Nieuwe batterijen plaatsenHet toestel werkt met verminderde of zonder koel- of verwarmingsprestatieFilter is verontreinigd / luchtinlaat-/uitlaatopening door vreemde voorwerpen geblokkeerdWerden de filters gereinigd. Filterreiniging doorvoerenVensters en deuren geopend. warmte-resp. koelbelasting werd verhoogdWas er een architectonische / gebruiksmatige wijziging. Vensters en deuren sluiten / extra installaties monterenGeen koel- resp.
verwarmingswerking ingesteldIs het koel-/verwarmingssymbool in de aanduiding geactiveerd. instelling van het toestel corrigerenLamellen van het buitendeel door vreemde voorwerpen geblokkeerdWerkt de ventilator van het buitendeel en zijn de lamellen vrij. Ventilator of winterregeling controleren, luchtweerstand verminderenOndichtheid in koelkringIs er rijpvorming aan de lamellen van het binnentoestel zichtbaar. Indienststelling door vakmanAan toestel komt condenswater uitAfloopbuis van verzamelcontainer verstopt / beschadigdIs de ongehinderde condens- afloop gewaarborgd. Reinigen van de afloopbuizen en de verzamelcontainerExterne condenspomp resp. vlotter defectIs de condenskuip vol water en werkt de pomp. Pomp laten vervangen door vakmanEr bevindt zich niet afgelopen condens in de condensleidingIs de condensleiding met niveauverschil geplaatst en niet verstopt.
Storingsaanduiding door knippercodeMontageaanwijzing voor het vakpersoneel■Breng het toestel in de originele verpakking zo dicht mogelijk bij de montageplaats. Zo vermijdt U transportschade. ■Controleer de verpakkingsinhoud op volledigheid en het toestel op zichtbare transportschade. Meldt eventuele defecten direct aan Uw contractuele partner en de transporteur. ■Hef het toestel bij de hoeken en niet bij de koelmiddel- of condensaansluitingen. ■De koelmiddelleidingen (inspuit- en zuigleiding), ventielen en de verbindingen zijn stoomdiffuusdicht te isoleren. Eventueel dient ook de condensleiding geïsoleerd te worden. ■Kies een montageplaats, die een vrije luchtinlaat en -uitlaat waarborgt. (zie deel „minimum vrije ruimte“). ■Installeer het toestel niet in de onmiddellijke omgeving van toestellen met intensieve warmtestraling.
De montage in de omgeving van warmtestralingen vermindert de toestelprestatie. ■Open de afsluitventielen van de koelmiddelleidingen pas na beëindiging van de volledige installatie. ■Bescherm open koelmiddelleidingen tegen het indringen van vocht door geschikte kappen, resp. kleefband en knik of druk nooit de koelmiddelleidingen in. ■Vermijdt onnodige buigingen. U minimaliseert alzo het drukverlies in de koelmiddelleidingen en waarborgt de vrije terugstroom van de compressorolie. ■Tref bijzondere voorzorgsmaatregelen met betrekking tot olieterugstroom, wanneer het buitendeel boven het binnentoestel geplaatst wordt. (zie deel „Olieterugstroommaatregelen“). ■Overschrijdt de enkele lengte van de koelmiddelleiding 5 meter, dient koelmiddel toegevoegd te worden. De hoeveelheid extra koelmiddels vindt U in het hoofdstuk „koelmiddel toevoegen“.
■Voer alle elektrische ansluitingen door volgens de geldende DIN- en VDE voorschriften. ■Bevestig elektrische leidingen steeds correct in de elektroklemmen. Het kan anders tot brand leiden. Aanduiding Oorzaak Wat te doen. E1 Sensor omgevingslucht binnentoestel defect Vakhandelaar contacterenE2 Sensor vorstbeveiliging binnentoestel defect Vakhandelaar contacterenE4 Koelmodus: Geen koelprestatie na 30 min. Vakhandelaar contacterenE5 Koelmodus: Vorstbeveiliging reageert Vakhandelaar contacterenE6 Brug binnenliggende stuurleiding onderbroken Brugstekker controlerenBelangrijke aanwijzingen voor de installatieLet beslist op de samenhorigheid van de elektro- en koelmiddelleidingen. De aansluitingen van de afzonderlijke kringen mogen niet onderling verwisseld worden. Een verwisseling kan fatale gevolgen hebben.
Kies de installatiesoortBinnentoestelHet binnentoestel is ontworpen voor een horizontale wandmontage boven de deuren. Het kan echter ook gebruikt worden in het bovenste wandbereik (min. 1,75 m boven de vloer). BuitendeelHet buitendeel is ontworpen voor een horizontale rechtstaande montage in het buitenbereik. De opstellingsplaats van het toestel dient horizontaal, vlak en vast te zijn. Extra dient het toestel tegen omkippen beveiligd te worden. Het buitendeel kan zowel buiten als binnen een gebouw opgesteld worden. Bij de buitenmontage dient U te letten op volgende aanwijzingen voor de beveiliging van het toestel voor weersinvloeden. Wanddoorbreking■Er dient een wanddoorbreking van min. 70 mm diameter en 10 mm niveauverschil van binnen naar buiten gemaakt te worden per binnentoestel. ■Wij bevelen aan het gat binnen te polijsten of bv.
met een PVC-buis te bekleden, om beschadigingen aan de leidingen te vermijden. ■Na succesvolle montage is de wanddoorbreking architectonisch met gepast dichtingsmateriaal af te sluiten. Gebruik geen cement- of kalkhoudende stoffen. MontagemateriaalHet binnentoestel wordt door middel van 4 architectonisch te plaatsen schroeven over een wandhouder bevestigd. Het buitendeel wordt door middel van 4 schroeven over een wandhouder aan de wand of via een vloerconsole op de vloer bevestigd. Minimumafstand tot sneeuw20 cmSneeuwWindbeschermingWindLeidingen in wanddoorbrekingStuurleiding CondensleidingInspuitleidingZuigleidingPVC-buisRegen Het toestel dient bij vloer- of dakopstelling met minstens 10 cm vrije vloerruimte gemonteerd te worden. Een vloerconsole is als toebehoren verkrijgbaar. ZonDe vervloeier van het buitendeel is een warmteafgevend bouwdeel.
Architectonisch dient indien nodig een beschaduwing geplaatst te worden. Dit kan door een kleine dakbedekking gebeuren. De uitgaande warmeluchtstroom mag door de maatregelen niet beïnvloed worden. WindWordt het toestel overwegend in windige omgevingen geïnstalleerd, dient er op gelet te worden, dat de uitstromende warmeluchtstroom met de voornaamste windrichting afgevoerd wordt. Is dit niet mogelijk, voorzie dan architectonisch eventueel een windbescherming. Let er op, dat de windbescherming de luchttoevoer van het toestel niet beïnvloedt. SneeuwIn gebieden met sterke sneeuwval dient U voor het toestel een montage aan de wand te voorzien. De montage dient dan minstens 20 cm boven de te verwachten sneeuwhoogte te gebeuren, om het binnendringen van sneeuw in het buitendeel te verhinderen. Een wandconsole is als toebehoren verkrijgbaar. 17.
2001201500120120Opstelling binnen een gebouw■Zorg voor een toereikende warmteafvoer, wanneer het buitendeel in de kelder, op het dak, in ruimten ernaast of hallen opgesteld is (afbeelding 5).■Installeer een extra ventilator, die over dezelfde luchtvolumestroom beschikt dan deze die in de kamer wordt opgesteld en de eventuele extra drukverliezen door luchtkanalen kan compenseren (afbeelding 5).■Waarborg een continu ongehinderde luchttoevoer van buiten, zo mogelijk door tegenover elkaar liggende, voldoende grote lucht- openingen (afbeelding 5).■Hou U aan de statische en speciale bouwtechnische voorschriften en vereisten met betrekking tot gebouwen en voorzie ev.
Aansluitingsvarianten1 Vertrek van de wand rechts2 Vertrek door de wand rechts3 Vertrek door de wand links4 Vertrek van de wand links1234Aansluitingsvarianten van het binnentoestel De toestellen zijn werkmatig voorzien van een vulling uit droge stikstof voor dichtheidscontrole. De onder druk staande stikstof ontsnapt bij het losmaken van de overtrekmoeren. OPGELETToestelinstallatieHet binnentoestel wordt over de wandhouder, onder inachtname van de in het onderste bereik bevindende luchtuitgangszijde, bevestigd. 1. Markeer volgens de afmetingen van de wandhouder de bevestigingspunten aan de statisch toelaatbare bouwwerkdelen. 2. Verwijder ev. de uitbreekopening van de behuizing. 3. Sluit, zoals verder beschreven, de koelmiddel-, elektro- en condensleiding aan het binnentoestel aan. 4.
Hang het binnentoestel licht naar achter gekipt in de wandhouder en druk dan met de onderzijde het toestel tegen de houder aan (afbeelding 6). 5. Controleer nogmaals de horizontale plaatsing van het toestel. Wandhouder van het binnentoestelDe wandhouder van het toestel dient met geschikte schroeven en pluggen bevestigd worden. InstallatieDe installatie mag slechts door gemachtigd vakpersoneel uitgevoerd worden. AANWIJZINGOlieterugstroommaatregelenWordt het buitendeel op een hoger niveau geplaatst dan het binnentoestel, dienen gepaste olieterugstroommaatregelen getroffen te worden. Dit gebeurt in de regel door het vervaardigen van een oliehefboog, die per 2,5 stijgende meter te installeren is. 6 InhangenAansluiting van de koelmiddelleidingenDe architectonische aansluiting van de koelmiddelleidingen gebeurt aan de achterzijde van het toestel.
Eventueel dient aan het binnentoestel een reductie, resp. vergroting geïnstalleerd te worden. Deze schroeven worden seriematig extra bij het binnentoestel geleverd. Na succesvolle montage dienen de verbindingen stoomdiffuusdicht geïsoleerd te worden.
De volgenden aanwijzingen beschrijven de installatie van de koelkringen en de montage van binnentoestel en buitendeel. 1. Neem de vereiste buisdiameters svp uit de tabel „Technische gegevens“. 2. Verwijder de werkmatige beschermkappen alsook de overtrekmoeren van de aansluitingen en gebruik deze voor de verdere montage. 3. Vergewis U ervan, vooraleer de koelmiddelleidingen af te vlakken, dat de overtrekmoeren op de buis voorhanden zijn. 4. Bewerk de verplaatste koelmiddelleidingen zoals hierna beschreven (blz. 20, afbeelding 7+8). OlieterugstroommaatregelenbuitendeelOliehefbogen in de zuigleiding naar het buitendeel 1 x om de 2,5 stijgende meterRadius:min. 50 mmmax. 15 mBinnentoestel19.
AANWIJZINGAfvlakwerktuig 8 Afvlakken van de koelmiddelleidingkoelmiddelleidingOntbramer 7 Ontbramen van de koelmiddelleiding 9 Correcte afvlakvormVasttrekken 1ste beksleutelTegenhouden 2de beksleutel 10 Schroeven aantrekkenAantrek- draaimoment:14“15-20 Nm38“33-40 Nm12“50-60 Nm58“65-75 Nm34“95-105 Nm5. Controleer of de afvlakking een correcte vorm heeft (afbeelding 9). 6. Doe daarna de verbinding van de koelmiddelleidingen met de aansluiting manueel, om een juiste positionering te waarborgen. 7. Bevestig nu definitief de schroeven met 2 beksleutels met de gepaste sleutelwijdte. Hou tijdens het schroeven in elk geval met een beksleutel tegen (afbeelding 10). 8. Gebruik enkel voor het temperatuurbereik inzetbare en diffuusdichte isolatieslangen. 9. Plaats de koelmiddelleidingen van het binnentoestel naar het buitendeel. Let op een toereikende bevestiging en tref ev.
maatregelen voor de olieterugstroom. 10. Let bij de montage op de buigradiussen van de koelmiddelleidingen en buig ze niet tweemaal op dezelfde plaats. Broosheid en breukgevaar kunnen de gevolgen zijn. 12. Verzeker U ervan, dat geen geluid van een lichaam overgedragen wordt op delen van het gebouw. Overdragingen van geluid van voorweropen worden door trillingsdempers verminderd. 13. Bewerk de koelmiddelleiding in het bereik van het buitendeel, zoals hiervoor beschreven. 11.
Alle elektrische installaties dienen uitgevoerd te worden door vakondernemingen. De montage van de elektroaansluitingen dient spanningsvrij te gebeuren. OPGELETDichtheidscontroleZijn alle verbindingen gemaakt wordt het manometerstation als volgt aan de overeenkomstige Schraderventielaansluitingen aangesloten, voor zover voorhanden:rood = klein ventiel = inspuitdrukblauw = groot ventiel = zuigdruk Na succesvolle aansluiting wordt de dichtheidscontrole met droge stikstof doorgevoerd. Voor de dichtheidscontrole worden de gemaakte verbindingen met lekzoekspray besproeid. Indien blazen zichtbaar zijn, is de verbinding niet correct uitgevoerd. Trek dan de schroef vaster aan of maak ev. een nieuwe afvlakking. Na succesvolle diichtheidscontrole wordt de overdruk uit de koelmiddelleidingen verwijderd en een vacuümpomp met een absolute einddeeldruk van min.
10 mbar in werking gezet, om een luchtledige kamer in de leidingen te creëren. Extra wordt aldus de voorhandene zijnde vochtigheid uit de leidingen verwijderd. Er dient een vacuüm van min. 0,05 mbar abs. bereikt te worden. OPGELETDe duur van de vacuümcreatie richt zich naar de buisleidingsvolumen van het binnentoestel en de lengte van de koelmiddelleidingen, het proces bedraagt echter minstens 60 minuten. Zijn de vreemde gassen en vochtigheid volledig uit het systeem verwijderd, worden de ventielen van het manometerstation gesloten en de ventielen van het buitendeel, zoals in hoofdstuk „indienstname“ beschreven, geopend. CondensaansluitingOp basis van de dauwpuntonderschrijding aan de verdamper komt het tijdens de koelwerking tot condensafzetting. Onder de verdampers bevindt zich een opvangkuip, die met een afloop dient verbonden te worden.
■De architectonische condensleiding is met een niveauverschil van min. 2 % te plaatsen (afbeelding 11). Eventueel voorziet U een dampfdiffuusdichte isolatie. ■Voer de condensleiding van het toestel vrij in de afloopleiding.
Ingeval condens in een afwaterleiding gevoerd wordt, voorzie een sifon als geluidsdemping. ■Bij een toestelwerking beneden 0 °C buitentemperatuur is te letten op een vorstbeveiligde plaatsing van de condensleiding. Ev. is een buisverwarming te voorzien. ■Na succesvolle plaatsing dient de vrije afloop van de condens gecontroleerd worden en een permanente dichtheid verzekerd worden. Elektrische aansluiting 11 Niveauverschil van de condensleidingminimum 2% niveauverschilDe condensslang is seriematig voor de aansluiting op de linkerzijde (vooraanzicht) voorzien. Bij de toestellen RM 226 tot RM 335 dient een stroomvoorziening als stroomnettoevoerleiding en bij de toestellen RM 426 tot RM 435 dienen twee stroomvoorzieningen naar het buitendeel, alsook een 4-aderige stuurleiding van buitendeel naar binnentoestel geplaatst te worden.
Wij bevelen voor de stuurleidingen een afgeschermde leiding met een diameter van minstens 1. 5 mm² aan. ■Wij bevelen aan, architectonisch een hoofd- / herstellingsschakelaar in de nabijheid van het buitendeel te installeren. ■Wordt bij het toestel een als toebehoren verkrijbare condenspomp gebruikt, is bij het gebruik van afschakelcontacten van de pomp ev. een extra relais ter verhoging van de schakelprestatie, voor afschakeling van de compressor, noodzakelijk. ■worden de leidingen in bereiken met sterke magnetische velden geplaatst, dienen de stuurleidingen als afgeschermde leiding uitgevoerd te zijn. ■De elektrische beveiliging van de installatie gebeurt volgens de technische gegevens. 21.
Aansluiting van de binnentoestellenVoer de aansluiting als volgt door:1. Open het luchtinlaatrooster.2. Maak de afdekking los aan de rechterzijde en onderaan rechts aan de achterzijde (afbeelding 12).3. Verbindt het toestel met de stuurleiding van het buitendeel. Zie elektrisch aansluitingschema.4. Bouw het toestel weer tesamen.Aansluiting van het buitendeelVoor de aansluiting van de leiding gaat U als volgt te werk:1. Verwijder het zich bij de aansluiting bevindende toesteldeksel.2. Kies de doormeter van de aansluitingleiding volgens de voorschriften.3. Voer beide leidingen door de kantenbeschermringen van de vaststaande aansluitingsplaat.4. Klem de leidingen aan volgens het aansluitingschema.5. Veranker de leiding in de trekontlasting en bouw het toestel weer tesamen.
(afbeelding 13).Alle elektrische stekker- en klemverbindingen dienen gecontroleerd te worden op correcte plaatsing en stevig contact en ev. aantrekken. OPGELETKlemlijst stuurleidingAfdekkingStuurleiding van buitendeelTrekontlastingKlemlijst stroomvoorziening van buitendeelStuurleiding van buitendeel 12 Aansluiting van het binnentoestel 13 Aansluiting van het buitendeel■Markeer de elektrische stuurleiding en de daartoe behorende koelmiddelleidingen van elk binnentoestel met dezelfde letter (A tot D). Sluit de leidingen enkel aan aan de aansluitingen, die met dezelfde letter gemerkt zijn. Een verwisseling van de plaatsen van stuur- en koelmiddelleidingen kan fatale gevolgen en compressorschade hebben!REMKO RM22 13 Aansluiting van de leidingStuurleiding binnentoestel CStuurleiding binnentoestel BStuurleiding binnentoestel DTrek-ontlastingenStuurleiding binnentoestel B
Koelmiddel toevoegenHet toestel bezit een koelmiddelbasisvulling. Daarenboven zijn bij koelmiddelleidingslengten van meer dan 5 meter enkele lengte per kring een extra vullhoeveelheid aan koelmiddel, overeenkomstig de navolgende tabel, toe te voegen:Na succesvolle dichtheidscontrole is de vacuümpomp door middel van een manometerstation aan de ventielaansluitingen van het buitendeel (zie hoofdstuk „Dichtheidscontrole“) aan te sluiten en een vacuüm gecreëerd.Voor de eerste indienstname van het toestel en na het ingrijpen in de koelkringloop dienen de volgende controles doorgevoerd Voor de indienstname Tijdens het omgaan met koelmiddel is overeenkomstige beschermkledij te dragen. OPGELET AANWIJZINGDe koelmiddelvulhoeveelheid dient aan de hand van de oververhittings gecontroleerd te wordenLet er op, dat het gebruikte koelmiddel steeds in vloeibare vorm gevuld wordt!
Indienstname AANWIJZINGDe indienstname mag slecht door speciaal opgeleid vakpersoneel uitgevoerd worden en overeenkomstig te documenteren. Nadat alle bouwdelen aangesloten en gecontroleerd zijn, kan de installatie in werking genomen worden. Ter beveiliging van de overeenkomstige functies dient voor de overgave aan de gebruiker een functiecontrole doorgevoerd te worden, om eventuele onregelmatigheden tijdens de toestelwerking te onderkennen. Functiecontrole en testloopControle van volgende punten. ■Dichtheid van de koelmiddelleidingen. ■Gelijkmatige loop van compressor en ventilator. ■Afgave koude lucht aan binnentoestel en verwarmde lucht aan buitendeel in koelwerking. ■Functiecontrole van het binnentoestel en alle programmaaflopen. ■Controle van de oppervlaktetemperatuur van de zuigleiding en doorgave van de verdamperoververhitting.
Hou U aan de temperatuurmeting van de thermometer aan de zuigleiding en trek hier de aan de manometer afgelezen kookpunttemperatuur van af. ■Dokumentatie van de gemeten temperaturen in indienstnameprotocol. Functietest van de werkingsmodus koelen1. Neem de afsluitkappen van de ventielen. 2. Begin de indienstname, waarbij de afsluitventielen van het buitendeel kortstondig geopend worden, tot de manometer een druk van ca. 2 bar aanduidt. 3. controleer de dichtheid van alle geplaatste verbindingen met lekzoekspray of gepaste toestelen. 4. Heeft U geen lekken vastgesteld, open de afsluitventielen door te draaien, in tegenwijzerzin, met een zeskantsleutel tot aan de aanslag. Werden ondichtheden vastgesteld, dient de foutieve verbinding opnieuw geplaatst te worden. Een nieuwe vacuümcreatie en droging is beslist noodzakelijk. 5. Schakel de architectonische hoofdschakelaar resp. de zekering in.
Meet alle vereiste waarden, breng deze onder in het indienstnameprotocol en controleer de veiligheidsfuncties. 8. Controleer de toestelsturing met de in hoofdstuk „bediening“ beschreven functies. Timer, temperatuurinstelling, Controleer beslist voor indienstname de samenhorigheid van de elektroen koelmiddelleidingen. De aansluitingen van de enkele kring mogen niet onderling verwisseld worden. Een verwisseling van de plaatsen van stuur- en koelmiddelleidingen kan fatale gevolgen (compressorschade) hebben. De indienstname van de afzonderlijke kringen dient achtereenvolgens en steeds in de volgende volgorde te gebeuren. OPGELETREMKO RM28.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met REMKO RM252 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco REMKO
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco