REMKO RKS371H Handleiding

REMKO Airco RKS371H

Bekijk gratis de handleiding van REMKO RKS371H (28 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 66 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over REMKO RKS371H of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/28
REMKO – alles beresterk.
REMKO RKS 327 H – 371 H
Wandairconditioner
Splitsysteem
Uitgave NL – P07
Bediening
Techniek
Onderdelen

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: REMKO
Categorie: Airco
Model: RKS371H

Handleiding REMKO RKS371H – volledige tekst

3 Bewaar deze instructies altijd binnen handbereik of in de buurt van het apparaat. G G Inhoud bladzijde Veiligheidsvoorschriften 4 Transport en verpakking 4 Beschrijving van het apparaat 4 Systeemopbouw 5 Bediening 5 Buitenbedrijfstelling 10 Onderhoud 11 Opheffen van Storingen 12 Technische gegevens 13 Afmetingen 14 Montageinstructies voor de installateur 15 Installatie 18 Inhoud bladzijde Dichtheidsproef 19 Winterregeling 19 Elektrische aansluiting 20 Elektrisch schakelschema 21 Condenswater 21 Voorbereiding van de inbedrijfstelling 23 Bijvulling van koudemiddel 24 Inbedrijfstelling 24 Storingsanalyse voor gekwalificeerd personeel 25 Milieu en recycling 25 Service en garantie 25 Certificaat over de eerste inbedrijfstelling 26 Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u het apparaat in bedrijf stelt / gebruikt! Bij oneigenlijk gebruik, plaatsing of onderhoud etc.

4 Veiligheidsvoorschriften Voor de levering werd dit apparaat aan uitgebreide materiaal-, functie– en kwaliteitscontroles onderworpen. De apparaten mogen uitsluitend gebruikt worden voor de doeleinden waarvoor ze zijn gemaakt. Bij onheus gebruik kunnen gevaren van de apparaten uitgaan. Neem absoluut de volgende aanwijzingen in acht. à Gebruik de binnenunit niet buiten. à Zorg dat de personen die bekend zijn met de bediening van de airconditioner, het apparaat op zichtbare gebreken aan de bedienings– en veilig-heidsmechanismen controleren, voordat zij het apparaat in bedrijf stellen. à De spanningstoevoer van het apparaat dient uitge-schakeld en tegen het onbedoeld en onverwacht inschakelen door derden beveiligd te zijn, voordat werkzaamheden aan het apparaat worden uitgevoerd. à Stel het apparaat alleen in gemonteerde staat in bedrijf en gebruik het enkel conform de bestemming.

à Het verwijderen van afdekkingen, beschermroosters enz. terwijl het apparaat aan staat is gevaarlijk en kan tot een ongecontroleerde werking leiden. à Gebruik het apparaat enkel binnen de aangegeven bedrijfstemperaturen. Let op de omgevingstemperatuur. à Zorg dat het apparaat op voldoende afstand van ont-vlambare voorwerpen wordt geplaatst. à Installeer de binnenunit niet in de buurt van verwar-mingen of achter gordijnen. Hou de beschreven veiligheidsafstanden aan. à Zorg dat de luchtaanzuig- en uitblaasopeningen altijd vrij zijn van andere voorwerpen. à Steek geen voorwerpen in de luchtaanzuig– en uit-blaasopeningen en zet geen voorwerpen op de apparaten. à Sluit de binnenunit alleen aan op een correct geїnstaleerde en geaarde stroomvoorziening. à Het apparaat mag niet in ruimten met ontploffings-gevaar geplaatst en gebruikt worden.

à Voor het gebruik in zeer stofhoudende of aggressieve lucht is het apparaat eveneens niet geschikt. à Gebruik in de directe omgeving van het apparaat geen ontvlambare spray‘s zoals haar– of lakspray.

à Stel het apparaat niet bloot aan een directe water-straal. Hogedrukreiniger enz. à Bescherm de binnenunits en de afstandsbediening tegen vocht. à Bescherm alle elektrische snoeren en verbindings-leidingen van het apparaat tegen beschadiging, b. v. door dieren. à Open nooit de behuizing van het apparaat. U zou gevaar lopen voor een elektrische schok. à Controleer regelmatig de ongehinderde afvoer van het condensaat. à Gebruik de binnenunit nooit zonder luchtfilter. à De buitenunit is voorzien van een beveiliging tegen het uit– en onmiddelijk weer inschakelen, om schade aan de compressor te voorkomen. Het opnieuw starten is pas na een wachttijd van 3 minuten weer mogelijk. à Een optimale functie van het apparaat wordt alleen gegarandeerd bij binnentemperaturen van +17 tot +30 °C en buitentemperaturen van -7 tot +43 °C.

à Reinigings– en kleinere onderhoudswerkzaamheden kunnen door de gebruiker of een door hem aange-wezen gekwalificeerd persoon worden uitgevoerd, overeenkomstig de in het hoofdstuk „Onderhoud“ beschreven maatregelen. à Alle REMKO klimaatproducten zijn uitgerust met het milieuvriendelijke koudemiddel R 407 C. à Installatie– en reparatiewerkzaamheden mogen alleen door erkend en gekwalificeerd personeel worden uit-gevoerd. Beschrijving van het apparaat De airconditioners REMKO RKS 327 H tot 371 H bestaan uit een REMKO RKS. H-AT buitenunit die tegen de muur of op de grond wordt opgesteld en een binnenunit RKS. H-IT die binnen aan de muur wordt gemonteerd. De binnenunit dient om een ruimte te koelen of, in de overgangsseizoenen herfst en voorjaar, te verwarmen. Daarnaast filtert en ontvocht de binnenunit de lucht en zorgt zo voor een aangenaam binnenklimaat.

Het apparaat voorziet verder in de mogelijkheid om een ruimte alleen te ventileren of te ontvochten. Het apparaat werkt volautomatisch en biedt, dank zij de microprocessorregeling, een groot aantal verdere opties.

De bediening van de binnenunit gebeurt comfortabel met behulp van de infrarood afstandsbediening die tot de leveringsomvang behoort. De buitenunit dient om de warmte die door de binnen-unit uit de te koelen ruimte wordt opgenomen, aan de buitenlucht af te geven. Zoals bij alle klimaatproducten van REMKO, zorgt het milieuvriendelijke koudemiddel R 407C voor het transport van de warmte. Transport en verpakking De apparaten worden geleverd in een stabiele transport-verpakking uit karton. Controleer het apparaat a. u. b. on-middellijk bij levering. Noteer eventuele beschadigingen op het volgbriefje en informeer de transporteur en uw contractant. Op latere reclamaties kan geen garantie worden gegeven.

5 Systeemopbouw Bediening Handbediening De apparaten kunnen handmatig worden bediend, b.v. als de afstandsbediening niet correct functioneert of niet beschikbaar is. U heeft de keuze uit twee instellingen : AUTO HEAT (Verwarmen) In de AUTO modus verwarmt het apparaat de temperatuur van de ruimte tot de vast ingestelde temperatuur van 24 °C is bereikt. COOL (Koelen) In de COOL modus koelt het apparaat de temperatuur van de ruimte tot de vast ingestelde temperatuur van 24 °C is bereikt. 1 Binnenunit RKS ... H-IT 2 Buitenunit RKS ... H-AT 3 Infrarood afstandsbediening 4 Verbindingsleidingen 5 Luchtfilter 6 Aanzuigrooster 7 Uitblaaslamel met swingmotor 8 Manuele luchtklep (verborgen) 9 Uitleespaneel en ontvangstdeel 10 Manueel bedieningspaneel 11 Afsluitkleppen 12 Condensorventilator 13 muurdoorvoer 14 Condensaatansluiting RKS ... H-AT 15 Condensaatansluiting RKS ...

H-IT 11 3 4 7 8 15 9 5 Buitenbereik Binnenbereik 2 1 14 12 10 13 6 Druk de gewenste toets met een geschikt voorwerp. U kunt de handbediening afzetten door nogmaals de toets te drukken. RKS 327 H RKS 335 H Handbediening RKS 350 H en RKS 371 H Achter het luchtaanzuigrooster bevindt zich enkel een verborgen toets A om de handbediening in te schakelen. Druk deze toets om de bedrijfsmodus AUTO in te stellen. Druk deze toets nog een keer om de bedrijfsmodus Cool in te stellen. Als u deze toets nogmaals drukt, wordt de handbediening uitgeschakeld. RKS 350 H RKS 371 H A A Handbediening RKS 327 H en RKS 335 H Achter het luchtaanzuigrooster bevinden zich de twee verborgen toetsen voor de handbediening.

6 Plaatsen van de batterijen in de afstandsbediening Voordat u het apparaat in bedrijf kunt stellen, dient u de meegeleverde batterijen in de afstandsbediening te plaatsen (2 stuks, type AAA). 1. Schuif hiervoor het klepje aan de voorkant van de afstandsbediening naar beneden weg en plaats de batterijen. 2. Let op de juiste positie van de polariteit. Zie markering in het batterijvak. 3. Sluit het klepje van het batterijvak. De toetsen van de afstandsbediening 1 ON / OFF Met deze toets zet u het apparaat aan. 2 TEMP. Met deze toets kunt u de gewenste temperatuur instellen. De temperatuur is instelbaar van 18 °C tot 30 °C in stappen van 1 °C. 3 ECONOMIC RUNNING Deze toets dient om de temperatuur stapsgewijs in de economy modus te verhogen. 4 TIMER ON / TIMER OFF Met deze toetsen wordt het automatisch in– of uit-schakelen binnen de volgende 24 uur ingesteld.

5 TIME ADJUST Met deze toets wordt de klok in de betreffende programma‘s ingesteld. 6 CANCEL Met deze toets wordt een ingesteld timerprogramma gestopt. 7 OK Met deze toets worden de geprogrammeerde instellingen naar de binnenunit verzonden. 8 CLOCK Met deze toets wordt het tijdprogramma geopend. 9 MODUS De airconditioner beschikt over 5 bedrijfsmodi: 1. Automatisch (AUTO): Deze modus houdt de temperatuur konstant op de ingestelde waarde. 2. Koelen (COOL): In deze modus wordt de warmere ruimtelucht afgekoeld tot de ingestelde lagere temperatuur. 3. Ontvochten (DRY): In deze modus wordt de kamer voornamelijk ontvocht. 4. Verwarmen (HEAT): In deze modus wordt de koudere ruimtelucht verwarmd tot de ingestelde hogere temperatuur. 5. Ventileren (FAN) In deze modus wordt de lucht enkel gerecirculeerd. De kamer wordt niet op temperatuur gebracht.

7 Zet het apparaat met de ON / OFF toets aan of uit. Het display laat de waarden en instellingen zien die ingeprogrammeerd waren voordat het apparaat uitgeschakeld werd. ON / OFF Toets Functieverloop TEMP. toets Met de toets kan de gewenste temperatuur worden ingesteld. In alle bedrijfsmodi is de temperatuur instelbaar, alleen in de modus FAN (recirculatie) is geen programmering van de temperatuur mogelijk. Functieverloop 21 ECONOMIC RUNNING toets Door het drukken van de toets wordt de temperatuur 1 uur na het starten 1 °C verhoogd. De verandering van de temperatuur wordt niet op de afstandsbediening aan-gegeven. Na 2 uur is de temperatuur 2 °C gestegen. Vervolgens blijft de termperatuur constant. Om deze functie uit te schakelen kunt u de toets of de toets drukken. Het symbool verdwijnt.

Functieverloop / De functies van de toetsen Via de infrarood afstandsbediening kunnen de volgende commandos binnen een afstand van 7 m worden uitgevoerd. Richt u hiervoor de afstandsbediening op de ontvanger die zich rechts aan de binnenunit bevindt. Timer toetsen De TIMER toetsen worden gebruikt om een in– of uitschakelvertraging te programmeren. Als u de airconditioner vertraagd wilt laten starten, druk dan de toets en programmeer de gewenste starttijd door de toets te drukken. Nadat de tijd is ingesteld dient de programmering met de toets naar de binnenunit te worden verzonden. Wilt u de airconditioner vertraagd laten uitschakelen, druk dan de toets en programmeer de tijd zoals boven beschreven. In beide gevallen verschijnt beneden op het display een tijdsbestek.

De gewenste tijd kan in stappen van 10 minuten worden ingesteld met de toets , zolang als de dubbele punt tussen de uren en de minuten knippert. Wordt de programmering met de toets verstuurd, verdwijnt het knipperen. Bij de programmering van de inschakel-vertraging blijven de bedrijfsmodus, de gewenste temperatuur en de ventilatorsnelheid van de laatste instelling gehandhaafd.

8 Mode toets Gebruik de Mode toets als u naar een andere bedrijfsmodus wilt omschakelen. U kunt uit 5 functies kiezen. 1. „AUTO“: Automatisch, automatische keuze van koel– en verwarmingsfunctie 2. „COOL“: Koelen, voornamelijk zomerbedrijf 3. „DRY“: Ontvochten, zomer– of winterbedrijf 4. „HEAT“: Verwarmen, voornamelijk winterbedrjf 5. „FAN“: Ventileren, geen koel– of verwarmingsprestatie Functieverloop AUTO COOL DRY HEAT FAN Modus AUTO Om naar de automatische modus om te schakelen, dient u een– of meermaals de toets te drukken tot op het display AUTO verschijnt. In deze modus kiest de regeling, afhankelijk van de temperatuur, zelf de COOL of de HEAT modus en houdt de ingestelde temperatuur constant. De FAN instelling moet eveneens op FAN AUTO worden ingesteld.

Ingestelde temperatuur ligt boven de ruimtetemperatuur KOELEN of VERWARMEN Ingestelde temperatuur ligt onder de ruimtetemperatuur AUTO FAN Functieverloop Clock toets 0:00 18:40 Na twee seconden de toets te hebben gedrukt, kan de tijd ingesteld worden. Met een korte druk op de toets worden de minuten in stappen van telkens 1 minuut, en door een lange druk in grotere stappen ingesteld, zolang de dubbele punt tussen de uur– en minuten-indicatie knippert. Door het verzenden van de programmering, met de toets , stopt het knipperen. Functieverloop 0:00 18:40 0:01 Korte druk op de toets Lange druk op de toets ....... 0:11 TIME ADJUST toets Door deze toets in de programma‘s klok, Timer On en Timer OFF te drukken, wordt de gewenste tijd geprogrammeerd.

Functieverloop 0:00 0:01 Korte druk op de toets Lange druk op de toets 0:11 Cancel toets Door de toets CANCEL te drukken, wordt de geprogrammeerde in– of uitschakel-vertraging gedeactiveerd. Functieverloop OK toets Door de toets OK te drukken, wordt de geprogrammeerde in– of uitschakelvertraging naar de airconditioner verzonden. Het knipperen van de dubbele punt tussen de uur- en minutenindicatie stopt. 22:30 0:10 ....... Functieverloop

9 Modus COOL Gebruik de modus „COOL“ als u de ruimte op de gewenste temperatuur wilt afkoelen. Verlaag de temperatuur in stappen van 1°C door de toets te drukken. De goede ontvangst van de instellingen wordt door de binnenunit met een pieptoon bevestigd. Na een wachttijd van ongeveer 3 minuten begint de airconditioner te koelen. Deze wachttijd is een beveiliging van de compressor, om een aan– en uitschakelen van de compressor te vermijden. Wanneer de gemeten temperatuur ca. 2 °C onder de ingestelde temperatuur gekomen is, schakelt de regeling de koeling af. Functieverloop COOL AUTO KOELING Modus DRY Het koelregister zakt op grond van de geringe mediumtemperatuur onder het dauwpunt van de lucht, een uitcondenseren van de luchtvochtigheid is het gevolg. De DRY modus ontvocht zodoende de ruimte. Na het drukken van de toets „DRY“ kan de gewenste temperatuur en de lamellenstand worden gekozen.

In bepaalde intervallen schakelt de ventilator af, om de temperatuur van de lamellen te laten dalen. ONTVOCHTING Functieverloop DRY COOL Fan toets Als de FAN toets wordt gedrukt, verschijnt op het display de ventilatorsnelheid „AUTO“. Met iedere verdere druk op de toets wordt een lagere snelheid gekozen. Functieverloop AUTO LOW MED HIGH Modus HEAT In de „HEAT“ modus heeft u de mogelijkheid om de ruimte in de overgangsseizoenen voorjaar en herfst te verwarmen. Druk de toets „HEAT„. De ingestelde temperatuur dient hoger dan de ruimtetemperatuur te zijn. Wanneer de ruimtetemperatuur 1 C° hoger dan de ingestelde temperatuur is, schakelt de regeling de verwarming af. Daalt de ruimtetemperatuur onder de ingestelde waarde, start de verwarming na een wachttijd van 3 minuten weer opnieuw. Functieverloop HEAT DRY VERWARMING AIR DIRECTION toets De toets kan bij de apparaten niet geactiveerd worden.

10 Buitenbedrijfstelling Tijdelijke buitenbedrijfstelling 1. Schakel de binnenunit met behulp van de afstands-bediening uit. 2. Onderbreek de netspanning van de installatie via de hoofdschakelaar of beveiliging. 3. Controleer de binnenunit en de buitenunit op zicht-bare beschadigingen. 4. Reinig de binnenunit en de buitenunit zoals beschreven in het hoofdstuk „Onderhoud“. 5. Bescherm de buitenunit indien mogelijk met een kunststof hoes tegen weersinvloeden. Definitieve buitenbedrijfstelling De deinstallatie van de airconditioner kan vanuit milieu-technisch oogpunt enkel door een gespecialiseerd bedrijf worden uitgevoerd. REMKO GmbH & Co. KG of uw contractant zijn graag behulpzaam bij het vinden van een erkend bedrijf voor koudetechniek in uw buurt.

LOCK toets Door het drukken van de verzonken, linker toets wordt de afstandsbediening voor een verdere programmering of een verdere instelling geblokkeerd. Het symbool verschijnt op het display. Functieverloop Manuele luchtverdeling Aan de uitblaaskant van de apparaten bevinden zich individueel instelbare lamellen waarmee de horizontale luchtverdeling ingesteld kan worden. Voor het instellen van de lamellen brengt u de regel-hendel in de gewenste positie. Veiligheidsaanwijzing à Verstel de lamellen nooit terwijl het apparaat aan staat! à Steek uw hand niet in het apparaat! U loopt gevaar dat u uw hand aan de ventilatormotor verwondt. Swing toets Met de toets kunt u het oscillerende lamel laten bewegen of arreteren. In deze stand wordt de gekoelde lucht beter in de ruimte verdeeld.

Het apparaat voorziet in de mogelijkheid van een automatische instelling van de verticale uitblaaslamel en boven-dien van een horizontale luchtverdeling door de manueel instelbare verticale lamellen. Functieverloop RESET toets Door het drukken van de verzonken, rechter toets wordt de afstandsbediening volledig teruggesteld. Functieverloop 0:00 88:88 88:88 88:88 0:00 24 88

11 à Hou de apparaten vrij van vervuilingen en andere afzettingen, de buitenunit bovendien vrij van aangroei. à Maak de apparaten met een bevochtigde doek schoon. Stel de apparaten niet aan een waterstraal bloot. à Gebruik geen schuurmiddel en geen scherpe of oplosmiddelhoudende reinigers. à Maak het apparaat ook bij sterke vervuiling enkel mit een geschikt reinigingsmiddel schoon. à Controleer voor en na een bedrijfsseizoen of de doorsnede van de condensafvoerslangen niet door vuilafzettingen smaller geworden is. Indien ja, moeten zij gereinigd worden. à Controleer eventueel de verontreinigingsgraad van de lamellen van de warmtewisselaar. à Maak met regelmatige tussenpozen, indien nodig ook vaker, de luchtfilter van de binnenunit schoon, zoals op deze bladzijde beschreven. à Dek de buitenunit met een kunstofhoes af zodat er geen vuil in het apparaat kan indringen.

G De hoofdvoeding dient uitgeschakeld en tegen opnieuw inschakelen beveiligd te worden, voordat werkzaamheden aan de apparaten worden verricht. Onderhoud Periodiek onderhoud en het in acht nemen van enkele elementaire regels garanderen een storingsvrij functio-neren en een lange levensduur van het apparaat. G Gebruik de binnenunit nooit zonder originele filter. Zonder filter zouden de lamellen van de warmte-wisselaar van de binnenunit vuil raken en het rendement van het apparaat afnemen. 7. Verwijder de verontreinigingen aan de beiden lucht-filters voorzichtig met lauwwarm water. Laat vochtige filters altijd eerst drogen voordat u ze terug in het apparaat plaatst. 3. Trek de rechter en linker luchtfilter naar voren eruit. 8. Plaats de filter terug en maak het aanzuigrooster weer dicht.

Onderbreek de spanningstoevoer van het apparaat en zorg ervoor dat deze niet onbedoeld en onver-wacht weer ingeschakeld kan worden. 2. Maak het aanzuigrooster open door het rooster links en rechts over de arrêteerstand te trekken, naar boven te klappen en te laten inklikken. Reiniging van de buitenunit Reinig de buitenunit voor een langere periode van niet-gebruik, om een storingsvrije werking aan het begin van de koelperiode te garanderen. à Reinig voor een langere periode van niet-gebruik de lamellen van de warmtewisselaar van de buitenunit bij lopende ventilator. G Gebruik beschermingshandschoenen om snijver-wondingen te voorkomen. à Wij adviseren om een servicecontract met een erkend en gespecialiseerd bedrijf af te sluiten. Zo garandeert u te allen tijde de bedrijfsveiligheid van de installatie. 4. Trek vervolgens de fijnfilter naar voren eruit. 5.

Let op dat de fijnfilter slechts een gedeelte van de lucht filtert en zich enkel achter een van de twee luchtfilters befindt. 6. Reinig de filter met een gewone stofzuiger.

12 Opheffen van Storingen Het apparaat werd met de modernste produktiemethoden vervaardigd en meerdere malen op een correct functioneren getest. Mochten desondanks storingen optreden, dan kunt u het apparaat aanhand van de onderstaande lijst controleren. G G Voordat werkzaamheden aan het apparaat worden verricht, moet de netspanning afgeschakeld (zekering of beveiligingsschakelaar) en tegen het onbedoeld weer inschakelen beveiligd worden. Als u alle functies gecontroleerd heeft en het apparaat nog steeds niet correct werkt, raadpleeg dan uw vakhandelaar of neem direct contact op met REMKO GmbH & Co. KG. Storing Mogelijke oorzaak Controleren Remedie Het apparaat start niet of schakelt zelfstandig af. Stroomuitval, onderspanning, problemen in het stroomnet van het energiebedrijf Werkt alle andere elektrische apparatuur. Knippert de groene LED aan de binnenunit.

Was de spanningstoevoer kort onderbroken. Na terugkeer van de netspanning: RKS 327 bis 371: herstart na 3 min. in de ingestelde modus. Netzekering defect / hoofdschakelaar is uitgeschakeld Werken alle lichtstroomcircuits. Netzekering vervangen / Hoofdschakelaar inschakelen Voedingskabel is beschadigd Werkt alle andere elektrische apparatuur. Door een gespecialiseerd bedrijf laten repareren Wachttijd na het inschakelen te kort Zijn ca. 5 minuten na het herstarten verstreken. Langere wachttijd inplannen Ingestelde temperatuur is hoger of lager dan de bedrijfstemperatuur Werken de ventilatoren van de binnenunit en van de buitenunit. Temperatuurbereik van binnen– en buitenunit in acht nemen Overspanning door onweer Zijn er in de laatste tijd in de regio blikseminslagen geweest.

of Timer 5 maal / sec. Door een gespecialiseerd bedrijf laten repareren De binnenunit reageert niet op de afstands-bediening. Timer-instelling op „inschakelen“ Is de Timer geactiveerd. Programmering wissen en het starten van het apparaat afwachten Bij het vervangen werd niet op de juiste polariteit van de batterijen gelet Is de polariteit correct. Batterijen met de juiste polariteit plaatsen Afstand tussen afstandsbediening en binnenunit te groot / ontvangst gestoord Wordt het signaal bij een afstand van ca. 3 m aan de binnenunit overgedragen. Afstand tot onder 6 m verkorten en van standplaats wisselen Afstandsbediening defect Werkt het apparaat in de stand „manueel“. Afstandsbediening vervangen Ontvangdeel ofwel de infrarood afstandsbediening zijn aan te sterke zonstraling blootgesteld. Worden de signalen bij beschaduwing overgedragen.

Zender of ontvanger beschaduwen Elektromagnetische velden storen de signaaloverdracht Reageert de binnenunit als evt. Storingsbronnen zijn uitgeschakeld. Geen signaaloverdracht als tegelijk-ertijd storingsbronnen aanstaan Toets van de afstandsbediening zit geklemd / duppele toetsbediening Verschijnt het symbool op het display. Toets losmaken / enkel één toets drukken Batterijen van de afstandsbediening zijn leeg Zijn nieuwe batterijen geplaatst. Is de indicatie onvolledig. Batterijen door nieuwe vervangen Temperatuur is te hoog ingesteld Is de ingestelde temperatuur hoger dan die van de ruimte. Lagere temperatuur instellen Het apparaat levert minder of geen koel– danwel verwarm-prestatie. Filter is vuil, aanzuig– en/of uit-blaasopening geblokkeerd Zijn de filters gereinigd.

Filters reinigen Ramen en deuren zijn geopend / warmtelast is gestegen Is er bouwkundig of in de toepassing van het apparaat iets veranderd. Ramen en deuren sluiten / aanvullende units monteren Functie „Koelen“ is niet ingesteld Is het symbool op het display geactiveerd.

Juiste instellung kiezen Functie „Verwarmen“ niet ingesteld Is het symbool op het display geactiveerd. Juiste instellung kiezen Lamellen van de buitenunit door vreemde voorwerpen geblokkeerd Werkt de ventilator van de buitenunit, zijn de lamellen van de warmtewisselaar vrij. Ventilator of winterregeling controleren, luchtweerstand reduceren Lek in het koelcircuit Is rijpvorming op de lamellen zichtbaar. Door een gespecialiseerd bedrijf laten repareren Er loopt condenswater uit de binnenunit. Afvoerbuis van de opvangbak verstopt/ beschadigd Kan het condenswater ongehinderd afstromen. Afvoerbuis en opvangbak reinigen Externe condensaatpomp of vlotter defect Is de opvangbak vol water en werkt de pomp niet. Pomp door een gespecialiseerd bedrijf laten vervangen COOL HEAT.

15 Minimale vrije ruimte In de onderstaande afbeelding zijn de minimale vrije ruimten aangegeven die nodig zijn om de buitenunit storings-vrij te laten werken. A B C D E RKS 327 H AT 200 900 300 100 200 RKS 335 H AT 200 900 300 100 200 RKS 350 H AT 200 1200 300 150 400 RKS 371 H AT 300 1500 300 150 600 A B E C D Montageinstructies voor de installateur Belangrijke aanwijzingen voor de installatie à Gebruik uitsluitend de meegeleverde wartelmoeren van de koudemiddelleidingen. Andere onderdelen kunnen schade aan de schroefdraden veroorzaken. à De apparaten zijn slechts in beperkte mate geschikt om in computerruimten te worden geїnstalleerd, omdat het herstarten na een stroomuitval niet of enkel bij bepaalde instellingen gewaarborgd is.

à De maximale lengte van de koudemiddelleiding bedraagt voor deze apparaten respectievelijk 10 en 15 meter, bij een maximaal hoogteverschil van respectievelijk 5 en 8 meter. à Controleer de inhoud van de verpakking op volledig-heid en op zichtbare transportschade. à Gebreken dienen onmiddelijk aan de contractant of transporteur te worden gemeld. Reclamaties achteraf worden niet aanvaard. à Breng het apparaat bij voorkeur in de originele verpakking zo dicht mogelijk naar de plaats van montage, om transportschade te vermijden. à Instaleer de buitenunit en de binnenunit niet direct in de buurt van objecten met sterke warmte-instraling. Glas reflectievlakken, lampen, etc. à De condensafvoerleiding moet met een afschot van minimaal 2 % gelegd worden. à Wordt de leiding op de riolering aangesloten, moet een sifon worden aangebracht.

De bovenkant van de sifon mag niet hoger dan de onderkant van de binnenunit zijn. à Controleer voor de installatie of de elektrische voeding overeenkomt met de gegevens op het typeplaatje. à Verwijder de beschermkappen van de aansluitingen pas kort voor het verbinden met de koudemiddel-leidingen. à Alle elektrische aansluitingen dienen overeenkomstig de geldenden voorschriften te worden uitgevoerd.

à De elektrische voeding wordt alleen op de binnen-unit aangesloten. Er wordt aanbevolen om de verbindings– en sensorleidingen naar de buitenunit samen met de koudemiddelleidingen te leggen. à De binnenunit en de buitenunit van de airconditioners van REMKO zijn technisch op elkaar afgestemd. Bij gebruik van andere componenten vervalt de garantie. à Bij de installatie en het onderhoud van lucht-behandlingsinstallaties kunnen gevaren door hoge drukken en elektrische spanning ontstaan. à Als het apparaat in werking is, kan de temperatuur van enkele onderdelen van het koudemiddelcircuit tot boven 70 °C oplopen. Bij gedemonteerde afdekkingen is daarom extra voorzichtigheid geboden. à De luchtinlaat– en uitlaatopeningen mogen niet door meubels, gordijnen e. d. belemmerd worden. à De koudemiddelleidingen mogen niet geknikt of ingedeukt worden.

Dek open koudemiddelaanslui-tingen met passende doppen of tape af, zodat geen vocht kan indringen. à Vermijd onnodige bochten zodat het drukverlies zo gering mogelijk gehouden wordt en de storingsvrije terugstroom van de compressorolie gewaarborgd is. à Wordt de buitenunit hoger dan de binnenunit opgesteld, dienen bijzondere voorzieningen (oliehef-bogen) voor de olieterugvoer te worden getroffen. à Kies de plaats van montage zodanig, dat een vrije luchtaanzuig en -uitblaas gegarandeerd is. Zie onder-staande afbeelding voor de minimaal vrije ruimte. à Let op dat de elektrische leidingen stevig in de klemmen bevestigd zijn. à Let op dat alle koudemiddelleidingen, met inbegrip van de verbindingsstukken en afsluiters van een diffusiedichte, thermische isolatie voorzien zijn.

Muurdoorvoeringen Om de verbindingen tussen binnenunit en buitenunit te kunnen realiseren, zijn muurdoorvoeringen onvermijd-baar. Let u op de volgende punten: à Voor de verbindingsleidingen naar de buitenunit moet in de buitenmuur een gat met een doorsnede van minstens 70 mm worden geboord.

à Het gat moet van binnen naar buiten een afschot van minstens 10 mm hebben. à Controleer voor het begin van de werkzaamheden dat er op de boorplek geen toevoerleidingen (water etc. ) aanwezig zijn. à Wij raden u aan de binnenkant van het gat te voeren of b. v. met een pvc-buis te bekleden om beschadiging van de leidingen te voorkomen. à Na de montage dient de muurdoorvoering met een geschikte dichtingsmassa te worden gesloten. Gebruik geen cement– of kalkhoudend materiaal.

16 Zon: De lamellencondensor van de buitenunit is tijdens het koelbedrijf een warmteafgevend onderdeel. Zoninstraling verhoogt de temperatuur van de lamellen nog eens extra en reduceert zodoende de warmteafgifte van de condensor. De buitenunit dient naar mogelijkheid aan de noordkant van het gebouw te worden geplaatst. Er wordt aanbevolen om bij de installatie voorzieningen voor beschaduwing te treffen. Dit kan b. v. door een klein afdakje gerealiseerd worden. De uittredende warme luchtstroom mag door deze maatregelen echter niet beїnvloed worden. Regen: Bij vloer– of dakopstelling dient tussen apparaat en vloer/dak met een afstand van minimaal 10 cm (maat X in de onderstaande tekening) van de grond te worden monteerd. Zo wordt bij regen vervuiling en roestvorming door spatwater vermeden. Een vloerconsole is als accessoire verkrijgbaar.

Plaats van opstelling van de buitenunit De buitenunit moet op een horizontale, vlakke en stabiele plaats opgesteld worden. Bovendien dient ervoor zorg gedragen te worden, dat het apparaat niet kan omkantelen. De buitenunit kan zowel buiten als ook binnen in een gebouw geplaatst worden. Indien u de buitenunit buiten opstelt, let dan op de volgende aanwijzingen om het apparaat tegen weersinvloeden te beschermen. Sneeuw: Als het apparaat ook in de winter wordt bedreven, is een muurmontage van de buitenunit het meest geschikt. De unit moet in dit geval minstens 20 cm boven de te verwachten sneeuwhoogte worden gemonteerd om het indringen van sneeuw in de buitenunit te verhinderen. Een muurconsole is als accessoire verkrijgbaar.

Wind: Als het apparaat voor het merendeel in een winderige omgeving wordt geїnstalleerd, dient erop gelet te worden dat de uittredende warme luchtstroom met de hoofdwindrichting wordt uitgeblazen. Indien dit niet mogelijk is, moet eventueel in een bescherming tegen de wind worden voorzien. Let erop dat de windbescherming de luchttoevoer van het apparaat niet belemmert.

Wind Plaatsing in een gebouw: Neem de volgende informatie in acht als de buitenunit binnen in een gebouw geplaatst wordt. à Zorg voor een ongehinderde luchttoevoer van buiten, liefst door tegenover elkaar gelegen luchtopeningen, die voldoende groot zijn. à Vermijd geluidshinder in woonruimten door voldoende geluidsisolatie. à Blokkeer of barricadeer in geen geval de aanzuig-roosters. à Neem de statische en verdere bouwtechnische voorschriften en bedingen met betrekking tot het gebouw in acht. à Plaats het apparaat niet in ruimten met zeer stoffige of aggressieve lucht. Deze afstanden zijn noodzakelijk voor een ongehinderde luchtaanzuig en -uitblaas, voor onderhoud en reparatie-werkzaamheden en tevens om het apparaat tegen beschadiging te beschermen.

17 Montage van de binnenunit Neem voor de montage van de binnenunit absoluut de volgende aanwijzingen in acht: à Monteer de binnenunit zodanig dat de vereiste minimale afstanden worden aangehouden. à Monteer de binnenunit zodanig dat een ongehinderde condenswaterafvoer en een vrije luchtaanzuig en luchtuitblaas steeds gewaarborgd is. à De binnenunit wordt met een muurbeugel gemonteerd. à De muurbeugel wordt met schroeven en voor de wand passende pluggen bevestigd. De bevestigingsmaten van de afzonderlijke apparatentypen vindt u in hoofdstuk „Afmetingen“. Olieterugvoermaatregelen Als de buitenunit op een hoger niveau als de binnenunit wordt geplaatst, moeten geschikte maatregelen voor de olieterugvoer worden genomen. Dit geschiedt normaliter door het maken van een olie-hefboog die iedere 2,5 stijgende meter geїnstalleerd moet worden.

Licht- schacht Extra ventilator Buitenunit Warme lucht Licht- schacht Warme lucht Koude verse lucht Voorbeeld voor optie 2 en 4 Demontage van de muurbeugel Om de muurbeugel te kunnen monteren moeten delen van de omkasting van de binnenunit gedemonteerd worden. 1. Leg de binnenunit met de achterkant naar boven op een zachte onderlaag. 2. Trek het linker afdekpaneel uit de geleidingssleuven. 3. Verwijder op dezelfde wijze het rechter afdekpaneel uit de geleidingssleuven. à Let a.u.b. voor de montage op de verschillende uitlaatmogelijkheden (1 tot 4) van de koudemiddel-leidingen, condensafvoerslangen en stuurleidingen te leggen. à Zorg bij koelbedrijf voor genoeg warmteafvoer als de buitenunit in de kelder, op zolder, in nevenruimten of hal wordt geplaatst.

18 5. Verwijder de door de fabrikant meegeleverde wartel-moeren van de apparaten. 6. Gebruik bij de verdere montage alleen de wartel-moeren die door de fabrikant zijn meegeleverd. 7. Verzeker u ervan, voordat de koudemiddelleidingen geflenst wordt, dat de wartelmoeren zich op de buizen bevinden. ongelijke dikte scheurvormingen scheurvormingen golvend JUIST 9. Controleer of de rand goed gevormd is. 10. Breng de verbinding van de koudemiddelleidingen met de koppelingen en de afsluiters eerst met de hand tot stand, om zeker te zijn dat zij goed zitten. 11. Zet nu de koppelingen met 2 gaffelsleutels met de juiste sleutelwijdte goed vast. 12. Bij het vastschroeven moet u met een tweede sleutel tegenhouden. Zie afbeelding. Installatie Volg bij de installatie de onderstaande instructies: 1. Controleer de vereiste buisdoorsneden aanhand van de tabel „Technische gegevens“.

Gebruik alleen koudemiddel leidingen van koel-technische kwaliteit. 2. Kies een van de voornoemde uitlaatmogelijkheden van de leidingen en snij de buizen van de koude-middel aansluitleidingen overeenkomstig af. 3. Let u bij de montage op de buigingsstraal van de koudemiddelleidingen en buig een plaats van de buis nooit tweemaal. Verbrossing en scheurrisico kunnen het gevolg zijn. 4. Gebruik voor de montage het volgende gereedschap: G Er mag alleen gereedschap gebruikt worden dat voor toepassing op koeltechnisch gebied geschikt is. 13. De geїnstalleerde koudemiddelleidingen en de koppelingen moeten van een thermische isolatie worden voorzien. 14. Gebruik alleen diffusiedichte isolatieslangen die voor het temperatuurbereik zijn toegelaten. 15.

Als u voor de uitlaatmogelijkheid 2 of 4 heeft gekozen (leidingen door de muur), moet u de condensaat– en de stuurleiding door het muurgat in de binnenunit inbrengen. Als u een extra condensaatpomp nodig heeft, moet u deze van tevoren monteren. 16.

Hang de binnenunit ietwat naar achteren gekanteld in de reeds gemonteerde muurbeugel en druk dan met de onderkant het apparaat tegen de beugel. Tegenhouden 1. Gaffelsleutel Tegenhouden 2. Gaffelsleutel 4. Maak de bevestigingsschroven los en verwijder de muurbeugel van het apparaat. 5. Monteer de muurbeugel en hang het apparaat eraan op. 6. Schroef het apparaat met de bevestigingsschroeven vast aan de beugel. 7. Na de montage moeten de gedemonteerde panelen weer in omgekeerde volgorde worden gemonteerd. 8. Bewerk de gelegde koudemiddelleiding zoals hierna beschreven: Ontbramer Koudemiddelleiding Randomlegstempel.

19 G Er moet een vacuum van min. 0,05 mbar worden bereikt. G Als de enkele lengte van de verbindingsleiding langer is dan 5 m, moet er bij de eerste inbedrijf-stelling van de installatie koudemiddel bijgevoegd worden. Zie het hoofdstuk „Koudemiddelbijvulling“. Winterregeling Voor een goed functioneren van de installatie moeten de bedrijfslimieten (druk en temperatuur van het koude-middel) van de binnen– en buitenunit absoluut in acht genomen worden. Door de ingebouwde winterregeling worden de bedrijfs-limieten ook bij buitentemperaturen tot -7 °C constant gehouden en het koel– of verwarmbedrijf gehandhaafd. De aan de uitgangsleiding van de condensor gemon-teerde temperatuurvoeler registreert de condensatie-temperatuur van het koudemiddel tijdens het koelbedrijf.

Nadat de gassen en de vochtigheid volledig uit het systeem zijn verwijderd, worden de ventielen van de manometerset gesloten en de ventielen van de buiten-unit geopend, zoals beschreven in hoofdstuk „Inbedrijf-stelling“. 17. Leg de koudemiddelleidingen van de binnenunit naar de buitenunit. Let op dat de leidingen goed bevestigd zijn en tref eventueel maatregelen voor de olieterugvoer. 18. Leg de stuurleiding in hetzelfde leidingkanaal. 19. Installeer de buitenunit met behulp van de muur– of vloerconsole aan delen van het bouwwerk die stevig genoeg zijn om het gewicht te dragen. Neem hierbij de installatie-instructies voor de consolen in acht. 20. Controleer dat geen geluid naar andere delen van het gebouw overgedragen wordt. Mechanische trillingen worden door trillingdempers beperkt. 21.

Verwijder de beschermdoppen en de wartelmoeren van de afsluitkleppen en gebruik deze voor de verdere montage. 22. Controleer, voordat de koudemiddelleidingen geflenst worden, dat de wartelmoer op de buis zit. Gebruik uitsluitend de door de fabrikant meegeleverde wartelmoeren. 23. Sluit de koudemiddelleidingen aan op de buitenunit , zoals boven beschreven.

Dichtheidsproef Nadat de verbindingsleidingen zijn gelegd, wordt de manometerset als volgt aan de overeenkomstige schräderventiel-aansluiting bevestigd: blauw = grote afsluiter = zuigdruk Na de aansluiting wordt de dichtheidstest met droog stikstof uitgevoerd. Voor de dichtheidsproef worden de verbindingen met lekzoekspray bespoten. Als er gasbellen te zien zijn, is de verbinding niet goed uitgevoerd. Trek in dit geval de schroeven vaster aan of maak eventueel een nieuwe flens. Na de dichtheidsproef wordt de overdruk uit de koude-middelleidingen verwijderd en de vacuumpomp inge-schakeld om de leidingen te vacumeren. Wij adviseren hiervoor een tweetraps vacuumpomp te gebruiken met een absolute partiële einddruk van min. 0,01 mbar bij een pompcapaciteit van min. 1,5 m³/h. De tijd die voor de evacuatie nodig is (min. 30 min.

), is afhankelijk van het leidingvolume, de lengte van de koudemiddelleidingen en van de hoeveelheid vocht in de leidingen. De regellogica regelt de bedrijfsspanning van de con-densorventilator door de spanning aan de benodigde condensatietemperatuur aan te passen. De regeling van de bedrijfsspanning leidt tot een traps-gewijze aanpassing van het ventilatortoerental, afhanke-lijk van de bedrijfsdruk en de buitentemperatuur. Om deze redenen kan het tijdens het koelbedrijf in de winter gebeuren dat de draaibeweging van de ventilator volledig stopt. Temperatuurvoeler Winterregeling.

20 Elektrische aansluiting Bij alle apparaten moet de elektrische voeding aan de binnenunits worden geïnstaleerd. De beveiliging van de installatie dient overeenkomstig de technische gegevens en de plaatselijke omstandigheden te geschieden. Neem voor de opstelling en inbedrijfstelling de plaatselijk geldende toepassingsrichtlijnen en de voorschriften van de plaatselijke nutsbedrijven in acht. Aansluiting van de binnenunit De aansluiting van de leidingen dient als volgt te gebeuren: 1. Open de afdekking van de aansluitruimte aan de binnenunit. 2. Sluit de voedingskabel van de binnenunit op het stroomnet aan. 3. Sluit de door de gebruiker te verzorgen verbindings-leidingen aan op de aansluitklemmen van de binnen-unit, zoals hierna beschreven. 4. Leg de door de gebruiker te verzorgen verbindings-leidingen naar de buitenunit.

Aanwijzingen voor de elektrische aansluiting Bij alle airconditioningapparaten zijn de binnenunits uitgerust met aansluitklemmen voor de netaansluiting en de door de gebruiker te verzorgen verbindingsleiding. ´Het voedingskabel is bij alle apparaten reeds vast in de binnenunit bedraad. Als het voedingskabel niet lang genoeg is, moet u het vervangen, met inachtneming van de benodigde doorsnede en klemaansluitingen. Bij de apparaten RKS 350 H moet bovendien de meege-leverde sensorleiding worden gelegd. Als een grotere afstand dan 10 m overbrugd moet worden, dient u de leiding te verlengen. Let op de volgende aanwijzingen voordat u met de aan-sluiting begint: à Voordat met werkzaamheden aan het apparaat wordt begonnen, moet de hoofdvoeding uitge-schakeld en tegen opnieuw inschakelen be-veiligd worden.

à Elektrische installaties mogen alleen door bevoegd en gekwalificeerd personeel overeenkomstig de geldende voorschriften worden uitgevoerd. à Installeer een alpolige hoofdschakelaar in de voedingsleiding, in de buurt van de binnenunit. Wij adviseren een hoofd– respectievelijk beveiligings-schakelaar te installeren.

à De voeding van de buitenunit geschiedt door de binnenunit via de verbindingsleiding. à De doorsnede van de elektrische voeding is afhankelijk van de bouwkundige omstandigheden en het aangesloten vermogen van de apparaten. à De volgende combinaties van de door de gebruiker te verzorgen verbindingsleiding zijn mogelijk: RKS 327 H tot RKS 350 H Een 3 aderige en een 2 aderige verbindingsleiding of een 5 aderige verbindingsleiding. RKS 371 H Een 3 aderige en een 6 aderige verbindingsleiding. à Onder bepaalde omstandigheden is het raadzaam om bij de apparaaten RKS 335 H tot RKS 371 H de stuurleiding en de voedingskabel (L / N / PE) van de buitenunit in twee leidingen van verschillende door-snede te splitsen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met REMKO RKS371H stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden