REMKO RKL 491 DC S-Line Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van REMKO RKL 491 DC S-Line (28 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 29 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over REMKO RKL 491 DC S-Line of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | REMKO |
| Categorie: | Airco |
| Model: | RKL 491 DC S-Line |
Handleiding REMKO RKL 491 DC S-Line – volledige tekst
Montage- en gebruikershandleiding (vertaling van het origi-neel)Vóór het in bedrijf nemen / gebruik van dit apparaat dezeinstallatiehandleiding zorgvuldig lezen!!Deze handleiding maakt deel uit van het apparaat en dientsteeds in directe nabijheid van de opstellocatie resp. bij hetapparaat bewaard te worden.Wijzigingen voorbehouden; we aanvaarden geen aansprakelijkheidvoor drukfouten en vergissingen!
Inhoudsopgave1 Veiligheids- en gebruiksinstructies. 41. 1 Algemene veiligheidsvoorschriften. 41. 2 Markering van instructies. 41. 3 Kwalificaties van het personeel. 41. 4 Gevaren bij het niet-opvolgen van de veiligheidsvoorschriften. 41. 5 Veiligheidsbewust werken. 51. 6 Veiligheidsvoorschriften voor de exploitant. 51. 7 Veiligheidsvoorschriften voor montage-, onderhouds- en inspectiewerkzaamheden. 51. 8 Zelfstandige ombouw en veranderingen. 51. 9 Toepasselijk gebruik. 61. 10 Garantie. 61. 11 Transport en verpakking. 61. 12 Milieubescherming en recycling. 62 Technische gegevens. 72. 1 Apparaatgegevens. 73 Structuur en functie. 84Bediening. 95 Montage 11. 6 Verbindingsleiding 13. 7 Elektrische aansluiting 17. 8 Verhelpen van storingen 18. 9 Verzorging en onderhoud 19. 10 Buiten gebruik stellen 20. 11 Apparaatafbeelding en reserveonderdeellijsten 21. 11. 1 Apparaatafbeelding binnenunit 21.
1 Veiligheids- engebruiksinstructies1. 1 Algemene veiligheidsvoor-schriftenLees de handleiding voor het eerste gebruik vanhet apparaat zorgvuldig door. Deze bevat nuttigetips, instructies en waarschuwingen voor de veilig-heid van personen en goederen. Het niet opvolgenvan de gebruikshandleiding kan gevaar voor per-sonen, het milieu, de installatie en tot het verliesvan mogelijke aansprakelijkheid leiden. Bewaar deze gebruikshandleiding en het koelmid-delgegevensblad in de buurt van het apparaat. 1. 2 Markering van instructiesDeze paragraaf geeft een samenvatting van allebelangrijke veiligheidsaspecten voor een optimalepersoonlijke bescherming en voor een veilig enstoringvrij bedrijf. De in deze handleiding gegeven instructies en vei-ligheidsvoorschriften dienen opgevolgd te worden,zodat ongelukken, persoonlijk letsel en beschadi-gingen worden vermeden.
Direct aan de apparatenaangebrachte instructies dienen absoluut teworden opgevolgd en in goed leesbare toestand teworden gehouden. Veiligheidsvoorschriften zijn in deze handleidinggemarkeerd door bepaalde symbolen. Verderbeginnen de veiligheidsvoorschriften met bepaaldesignaalwoorden die de aard van de risico's aan-geven. GEVAAR. Bij het aanraken van spanningvoerende delenbestaat direct levensgevaar door een stroom-stoot. Beschadiging van de isolatie of van com-ponenten kan levensgevaarlijk zijn. GEVAAR. Deze combinatie van symbool en signaalwoordwijst op een direct gevaarlijke situatie die dedood of zwaar letsel tot gevolg heeft, als dezesituatie niet wordt gemeden. WAARSCHUWING. Deze combinatie van symbool en signaalwoordwijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die dedood of zwaar letsel tot gevolg kan hebben, alsdeze situatie niet wordt gemeden. VOORZICHTIG.
Deze combinatie van symbool en signaalwoordwijst op een mogelijk gevaarlijke situatie diegering of licht letsel tot gevolg kan hebben endie materiële schade of aantasting van hetmilieu kan veroorzaken, als deze situatie nietwordt gemeden. AANWIJZING.
Deze combinatie van symbool en signaalwoordwijst op een mogelijk gevaarlijke situatie diemateriële schade of aantasting van het milieukan veroorzaken, als deze situatie niet wordtgemeden. Met dit symbool wordt gewezen op nuttige tips,adviezen en informatie over hoe een efficiënten storingsvrij bedrijf gewaarborgd kanworden. 1. 3 Kwalificaties van het personeelHet personeel voor de inbedrijfstelling, bediening,het onderhoud, de inspectie en de montage dientover de betreffende kwalificaties voor deze werk-zaamheden te beschikken. 1. 4 Gevaren bij het niet-opvolgenvan de veiligheidsvoorschriftenHet niet opvolgen van de veiligheidsvoorschriftenkan zowel gevaar voor personen opleveren alsvoor het milieu en voor apparatuur. Het niet-opvolgen van de veiligheidsvoorschriften kanleiden tot het verlies van iedere aanspraak opschadevergoeding.
nHet uitvallen van belangrijke functies van deapparatuur. nHet feit dat voorgeschreven methodes betref-fende normaal en technisch onderhoud nietwerken. nHet in gevaar brengen van personen door elek-trische en mechanische effecten. 1. 5 Veiligheidsbewust werkenDe in deze handleiding vermelde veiligheidsin-structies, de bestaande nationale voorschriften tervoorkoming van ongevallen evenals eventueleinterne arbeids-, bedrijfs- en veiligheidsvoor-schriften van het bedrijf moeten in acht wordengenomen. 1. 6 Veiligheidsvoorschriften voorde exploitantDe veiligheid van de apparaten en componenten isalleen gegarandeerd bij het bedoeld gebruik en involledig gemonteerde toestand. nHet plaatsen, installeren en onderhouden vande apparaten en componenten mag alleengebeuren door vakpersoneel.
nEventueel aanwezige aanraakbescherming(rooster) voor bewegende delen mag nietworden verwijderd bij een apparaat dat inbedrijf is. nDe bediening van apparaten of componentenmet zichtbare defecten of beschadigingen isverboden. nHet aanraken van bepaalde onderdelen ofcomponenten van de apparaten kan brand-wonden of letsel veroorzaken. nDe apparaten of componenten mogen nietworden blootgesteld aan mechanische belas-ting, extreme vochtigheid of extreme tempera-turen. nRuimten waarin koudemiddel kan lekken vol-doende te laden en te ventileren. Andersbestaat er gevaar voor verstikking. nAlle delen van de behuizing en openingen, bijv. luchtin- en uitgangen, moeten vrij zijn vanvreemde voorwerpen, vloeistoffen of gassen. nDe apparaten mogen niet worden gebruikt ineen sterk stof- /resp. chloorhoudende omge-ving of in stallen met ammoniakhoudendeatmosfeer.
Een gebruik gedurende het hele jaarwordt niet geadviseerd. nLaat het apparaat niet gedurende langereperiodes zonder toezicht. 1. 7 Veiligheidsvoorschriften voormontage-, onderhouds- eninspectiewerkzaamhedennBij het installeren, het repareren, het onder-houden of het reinigen van de apparatenmoeten geschikte maatregelen wordengenomen om de van de apparaten uitgaandegevaren voor personen te voorkomen. nHet opstellen, aansluiten en gebruik van deapparaten en componenten moet volgens degebruiks- en bedrijfsomstandigheden uit degebruikshandleiding en de geldende lokalevoorschriften gebeuren. nMen dient zich aan de regionale verordeningenen wetten te houden, zoals de wet op dewaterhuishouding. nDe elektrische voeding moet worden aange-past aan de eisen van de apparaten. nDe apparaten mogen uitsluitend op die puntenworden bevestigd die de fabrikant hiervoorheeft voorzien.
De apparaten mogen uitslui-tend aan constructies of wanden of op vloerenworden bevestigd of geplaatst die deze belas-ting kunnen dragen. nApparaten voor mobiel gebruik moeten veiligen verticaal op een geschikte ondergrondopgesteld worden. Apparaten voor stationairbedrijf mogen alleen in vast geïnstalleerde toe-stand gebruikt worden. nDe apparaten en componenten mogen nietworden gebruikt op plaatsen met verhoogdrisico op beschadigingen. De minimale vrijeruimte moet worden aangehouden. nDe apparaten en componenten moeten vol-doende veiligheidsafstand hebben ten opzichtevan ontvlambare, explosieve, brandbare,agressieve en vervuilde zones en atmosferen. nVeiligheidsinrichtingen moeten niet wordengewijzigd of omzeild. 1. 8 Zelfstandige ombouw enveranderingenHet ombouwen of wijzigen van de apparaten ofcomponenten is niet toegestaan en kan storingenveroorzaken.
1. 9 Toepasselijk gebruikDe apparaten dienen al naar gelang de uitvoeringen uitrusting uitsluitend te worden toegepast alsairconditioning om het bedrijfsmedium lucht binneneen gesloten ruimte op te warmen of af te koelen. Ander of verdergaand gebruik geldt als niet toe-passelijk gebruik. Voor de hieruit voortvloeiendeschade is de fabrikant / leverancier van demachine niet aansprakelijk. Het risico wordt uitslui-tend door de gebruiker gedragen. Bij het toepasse-lijk gebruik hoort ook het inachtnemen van debedienings- en installatie-instructies en hetnakomen van de onderhoudsbepalingen. De in de technische specificaties opgegevengrenswaarden mogen in geen geval worden over-schreden. 1.
10 GarantieVoorwaarde voor eventuele aanspraken opgarantie is, dat de inkoper of zijn afnemer tegelijkmet de verkoop en het in gebruik nemen, de bij hetapparaat meegeleverde "Garantieoorkonde" vol-ledig ingevuld naar REMKO GmbH & Co. KGteruggestuurd heeft. De garantievoorwaarden zijnopgenomen in de "Algemene verkoop- en leve-ringsvoorwaarden". Daarnaast kunnen alleentussen de bij de overeenkomst betrokken partijenspeciale afspraken gemaakt worden. Neemdaarom eerst contact op met uw directe handels-partner. 1. 11 Transport en verpakkingDe apparaten worden in een stevige transportver-pakking geleverd. Controleer het apparaat directbij de levering en noteer eventuele schade of ont-brekende onderdelen op de pakbon en informeerde transporteur en uw leverancier. Bij klachtenachteraf wordt geen garantie verleend. WAARSCHUWING. Plastic folie en tassen etc. zijn gevaarlijkspeelgoed voor kinderen.
Daarom:- Verpakkingsmateriaal kan niet wordenonzorgvuldig. - Verpakking mag niet toegankelijk zijn voorkinderen. 1. 12 Milieubescherming enrecyclingAfvoeren van de verpakkingAlle producten worden voor het transport zorg-vuldig verpakt in milieuvriendelijke materialen.
Lever een waardevolle bijdrage aan de verminde-ring van afval en het recyclen van grondstoffen enlever het verpakkingsmateriaal alleen in bij dedaarvoor aangewezen inzamelplaatsen. Afvoeren van de apparaten en componentenBij de productie van de apparaten en compo-nenten worden uitsluitend recyclebare materialengebruikt. Draag bij aan de bescherming van hetmilieu, door er voor te zorgen dat apparaten ofcomponenten (bijv. batterijen) niet in het huisvuilkomen maar alleen op milieuvriendelijke wijze vol-gens de plaatselijk geldende voorschriften, bijv. door een erkend afvalverwerkingsbedrijf en recyc-ling of via een inzamelpunt worden verwerkt. REMKO RKL 6.
3 Structuur en functieBeschrijving van het apparaatHet apparaat is bijzonder geschikt voor een flexibelgebruik maar kan eveneens stationair opgesteldworden. Het mobiele klimaatregelapparaatbeschikt over een binnenunit die bedoeld is ombinnen op de grond opgesteld te worden, alsookover een buitendeel dat bedoeld is om in de vrijelucht op een muur of op de ondergrond gemon-teerd te worden In beide bedrijfsmodus "koelen"wordt het door de compressor te leveren capaciteitexact aangepast aan de vraag en wordt de instel-temperatuur met minimale temperatuurschomme-lingen geregeld.Door deze "inverter-techniek" wordt, ten opzichtevan conventionele splitsystemen, energie bes-paard en wordt het geproduceerde geluidsniveauteruggebracht tot een zeer beperkte waarde.
Doormiddel van de zeer flexibele verbindingsleidingwordt de warmte afgevoerd naar het buitendeel.Het buitendeel geeft de opgenomen energie doormiddel van een bijkomende warmtewisselaar (con-denser) af aan de omgevingslucht. Het bij de koe-lende werking geproduceerde condensaat wordtmet behulp van een in de binnenunit voorzienecondensaatpomp afgevoerd naar het buitendeel enverdampt daar op de warmtewisselaar. Het appa-raat filtert en droogt de lucht en creëert op dezewijze een aangenaam binnenklimaat. Het apparaatwerkt volledig automatisch en biedt dankzij demicroprocessorregeling een breed scala aan bijko-mende opties.De bediening van het apparaat is eenvoudig uit tevoeren met behulp van de meegeleverde infraroo-dafstandsbediening. 21435678LALALEIG ATLEAfb.
4 BedieningDe bediening kan plaatsvinden via het op het apparaat voorziene bedieningspaneel of via de standaardvoorziene infrarood-afstandsbediening. De functiebediening van de toetsen is onderling gelijk, terwijl debenamingen verschillen kunnen vertonen. Voor de ingebruikname van de infrarood-afstandsbedieningdienen de batterijen correct worden aangebracht. 9 67582 1REMOTEDRAIN WATERAUTOSWING TIMINGONOFFTIMERSETRESETTHERMO CONTROLCOMP. ONDE-HUM. FAN LO MED HI AUTOMODE34101112131415 1316Afb. 3: BedieningspaneelLegenda1 Toets „ON / OFF“ (Aan / Uit)2 Toets „MODE“ (Werkingsmodus – Ventilator-trap)Door middel van de LED´s wordt de ventilatortrapin de geselecteerde werkingsmodus koelen AUTO-HI-MED-LO of recirculeren-FAN aangeduid. 3 LED „AUTO“ (Ventilatorbedrijf)Weergave van de automatische ventilatorbedrijf4 LED „HI“ (Ventilatorbedrijf)Weergave van hoge ventilatorbedrijf.
5 LED „MED“ (Ventilatorbedrijf)Weergave van gemiddelde ventilatorbedrijf6 LED „LO“ (Ventilatorbedrijf)Weergave van lage ventilatorbedrijf7 LED „DE- HUM. “ (Ontvochtigende werking)Weergave van ontvochtigende werking8 LED „FAN“ (Recirculatiewerking)Weergave van recirculatiewerking9 LED „COMP. ON“ (Compressorwerking)De regeling stuurt het koelvermogen door het in- ofuitschakelen van de compressor. De compressor-werking wordt aangeduid door middel van de LED. Wanneer de LED knippert, wordt de compressormaximaal 3 minuten geactiveerd. 10 Toets „▼ ▲“ TemperatuurinstellingDe gewenste temperatuur kan door middel van detoetsen „▼ ▲“ in stappen van 1°C ingesteldworden tussen 16 en 30°C. 11 DisplayDe display geeft de ingestelde gewenste tempera-tuur of de resterende tijd van een geprogram-meerde timer aan.
De inschakeltimer kan in uitgeschakelde, en de uit-schakeltimer in de ingeschakelde toestand tot 24uur op voorhand worden geprogrammeerd. Doorhet indrukken van de toets "RESET" kunnen beidetimers gewist worden. 13 LED „TIMING ON und OFF“Weergave van de activering (LED ON) of deacti-veren (LED OFF) van In- en uitschakeltimer14 Toets „AUTO SWING“Door het indrukken van de toets "AUTO SWING"kan de richting van de uittredende lucht doormiddel van bewegende lamellen vast of oscillerendingesteld worden. 15 LED „DRAIN WATER“Wanneer de pomp het geproduceerde condensaatniet kan afvoeren, wordt er een akoestisch alarmgegeven, in combinatie met een knipperende LED„DRAIN WATER“. Na het leegmaken van hetreservoir via de condensaatafvoer, is het apparaatweer klaar voor gebruik. 16 Infrarood-ontvangerVia de sensor ontvangt het apparaat de signalenvan de infrarood-afstandsbediening.
IR21101214FANTEMP.ON/OFFFUZZYCTIMERMODE17Afb. 4: Infrarood-afstandsbedieningIR: Infrarood-zenderKoelwerking ( )1. Schakel het apparaat in met behulp van detoets "I / 0“.2. Stel met behulp van de temperatuurselectiede gewenste temperatuur in.3. Selecteer met behulp van de toets"MODE“ de gewenste ventilatorwerkingAUTO, HI, MED of LO.Recirculatiewerking ( )1. Schakel het apparaat in met behulp van detoets "I / 0“.2. Stel met behulp van de toets "MODE“ dewerkingsmodus FAN in. (Afstandsbediening)In de recirculatiewerking kan de buitenunit in de tekoelen ruimte aanwezig blijven. Hang de buitenunitechter niet aan de binnenunit.Weergave ventilatorsnelheid: = hoge toerental = gemiddelde toerental = lage toerentalFUZZY = automatische toerentalOntvochtigende werking DE-HUM. ( )Stel de binnenunit en de buitenunit in de te drogenruimte op.1.
Let er op dat de binnenunit geen warme luchtvan de buitenunit aanzuigt.2. Hang de buitenunit niet aan de binnenunit.3. Let er op dat: Het tijdens de drogendewerking ontstane condensaat mag niet naarde buitenunit gepompt worden omdat hetanders opnieuw zou afgegeven worden aande lucht in de te drogen ruimte, of uit de bui-tenunit zou lopen.4. Verwijder de condensaataf- 2 Minimaleafstand tot wand voerslang aan de rugzijdevan de binnenunit uit de houder en verwijderde dop.5. Laat het condensaat onder invloed van dezwaartekracht in een reservoir of afvoerlopen. AANWIJZING!Let er op dat het externe reservoir nietoverloopt. Waterschade kan daar hetgevolg van zijn.6. Schakel het apparaat in met behulp van detoets "I / 0“.7. Stel met behulp van de temperatuurselectiede kleinste gewenste temperatuur in.8. Stel met behulp van de "MODE“ toets delaagste ventilatietrap LO in. REMKO RKL 10
5 MontageMontageaanwijzingHet klaar voor gebruik geleverde apparaat is buit-gerust met een 3,0 m lange verbindingsleiding,nuttige lengte 2,3 m, tussen binnenunit en buiten-unit en dus klaar voor gebruik. Verschillendeaccessoires voor de montage van de buitenunitworden meegeleverd.BinnenunitDe binnenunit wordt op de gewenste locatiegeplaatst, met de luchtuitlaatzijde gericht naar deruimte. Houd bij het opstellen rekening met deminimale vrije ruimte van min. 20 cm rondom hetapparaat.VerbindingsleidingDe verbindingsleiding kan door een open raam ofeen deurspleet naar buiten worden gelegd. De ver-bindingsleiding kan worden gescheiden van debinnenunit en biedt zo de extra mogelijkheid dezedoor een opening in de wand (Ø min. 60 mm) teleggen.
Houd bij het leggen van de verbindingslei-ding rekening met het volgende:nDe verbindingsleiding mag nooit worden inge-klemd of dichtgeknikt.nEr mag geen trekkracht of andere mechani-sche kracht worden uitgeoefend op de verbin-dingsleiding.nDe leidingisolatie en de beschermmantelmogen niet worden beschadigd.BuitenunitDe buitenunit geeft de uit de ruimte getranspor-teerde warmte af aan de buitenlucht. Hiervoor kande buitenunit op de vloer worden geplaatst of aande buitenwand worden gehangen.Opstellen op de vloer20 cm20 cmAfb. 5: Minimale afstand ten opzichte van de wandOm de buitenunit op een terras of een balkon teplaatsen, is het gebruik van bevestigingshulpmid-delen niet noodzakelijk. Het buitendeel moetwaterpas en tegen direct zonlicht beschermdworden opgesteld. Een minimale afstand van 20cm vanaf de luchtinlaatzijde naar de wand aan-houden.
Een vrije luchtuitstroom moet gewaar-borgd zijn (min. 50 cm afstand tot hindernissen).De verbindingsleiding wordt door een spleet in hetraam (Afb. 5) of deur geleid (Afb. 7).Afb. 6: Minimale afstand niet aangehouden 11
Afb. 7: Montagespeling buitenunitMontage tegen de buitenwand met wandhoudernBevestig de meegeleverde wandhouder tegende wand.nHang de buitenunit in de wandhouders en zetdeze vast met de meegeleverde bouten M4(Afb. 8 en Afb. 9).De wandhouders kunnen met de meegeleverdebevestigingselementen (pluggen 6 mm enschroeven) worden bevestigd.Mochten deze ongeschikt zijn voor de aard van dewand, moet de klant zorgen voor bevestigingsele-menten met voldoende houdkracht. Zorg bij demontage dat de toevoerleiding niet wordt belast ende isolatie niet wordt beschadigd. De minimaleafstand aanhouden. De luchtuitlaat van binnen- enbuitenunit mag niet worden geblokkeerd.Afb. 8: Noodzakelijke luchtcirculatie353 mm220 mm1Afb. 9: Afstanden montagehouder1 Bevestigingsbout M4MontagehoogteDe buitenunit (onderkant) mag max. 1,8 m bovende opstelhoogte van de binnenunit worden gemon-teerd (Afb. 10).
Wordt de buitenunit onder deopstelhoogte van de buitenunit gemonteerd, mageen hoogteverschil van 1,5 m niet worden over-schreden.20 cmmax. 1,8 mAfb. 10: Maximale montagehoogteBevestiging op de buitenwand met bevesti-gingsbandenDe bevestiging van de buitenunit met bevestigings-banden is een andere mogelijkheid voor hetbevestigen van de buitenunit aan een wand ofbalustrade. REMKO RKL 12
nHang de wandhouders aan de buitenunit enbevestig ze met de bouten (M4).nHang één kant van de bevestigingsband metde karabijnhaak in de bevestigingsogen van debuitenunit.nHang het andere uiteinde van de bevestigings-band aan de door de klant aan te brengen oog-bouten in de wand of balustrade (Afb. 11). Zorgvoor een stevige bevestiging. AANWIJZING!Afhankelijk van het weer kan uit de condensaf-voer aan de achterzijde van het buitendeelcondensatie rennen en ruis veroorzaken. Dit isnormaal. Kies de montagelocatie van de bui-tenunit zodanig, dat door het weglopendewater geen schade kan ontstaan of verbind deaansluiting met een afvoer. 2143Afb. 11: Montage met bevestigingsbanden1: Karabijnhaak2: Bevestigingsoog3: Bevestigingsbout M44: Oogbout6 VerbindingsleidingDe verbindingsleiding is via snelkoppelingen ver-bonden met de binnenunit.
Deze maken het moge-lijk de verbindingsleiding voor montagedoeleindente scheiden van de binnenunit. zonder dat koude-middel verloren gaat. GEVAAR!Het apparaat moet gedurende de gehele pro-cedure van het net gescheiden zijn! Het magpas weer in bedrijf worden genomen als alleverbindingen weer zijn hersteld en gecontro-leerd. De bevestigingen en alle afdekkingenmoeten eerst weer zijn aangebracht. GEVAAR!Bij het verbinden of scheiden van de verbin-dingsleiding moet de betreffende bescher-mende uitrusting worden gedragen. AANWIJZING!Lekkage van koudemiddel draagt bij aan de kli-maatverandering. Koudemiddelen met eengeringer broeikaseffect dragen bij een lekkageminder bij aan de opwarming van de aarde dandegene met een hoger broeikaseffect. Ditapparaat bevat koudemiddel met een broeikas-effect van 1975.
Hierdoor heeft een lekkagevan 1 kg van dit koudemiddel een 1975 keergrotere invloed op de opwarming van de aardedan 1 kg CO2, over een periode van 100 jaar.Geen werkzaamheden aan het koudecircuit uit-voeren of het apparaat demonteren in onder-delen - altijd de hulp inroepen van vakperso-neel. 13
Instructies voor het scheiden van de verbin-dingsleiding:nDe apparaten slechts kort voor de montagescheiden en de apparaten slechts zolanggescheiden houden als absoluut noodzakelijkis.nVoordat de leidingen weer worden verbonden,moet gewaarborgd worden dat geen vuil, voch-tigheid of andere vreemde voorwerpen dewerking van de snelkoppelingen benadelen.nMonteer altijd de bevestigingsklem na het ver-binden van de leidingen.nHet scheiden en verbinden van de leidingenmag alleen gebeuren door geautoriseerd vak-personeel.nHet apparaat kan bij een correcte uitvoeringvan de werkzaamheden ca. 7 keer wordengescheiden en weer worden verbonden,zonder dat een noemenswaardige afname vande koelcapaciteit te verwachten is.De volgende procedure moet hierbij wordenaangehouden:1. Schakel het apparaat uit.2. Trek de netstekker uit het stopcontact.3.
Verwijder de 2 schroeven van de afdekkingaan de achterkant van het apparaat(Afb. 12). 212Afb. 12: Achteraanzicht binnenunit1: Afdekking2: Schroeven4. Trek de afdekking van het apparaat.5. Schroef de bevestigingsklem van de verbin-dingsleiding (Afb. 13).6. Druk op de borglip aan de zijkant van destekkerverbinding en trek de stekker uit destekkerbus (Afb. 13).7. Verwijder het bovengedeelte van de houderdoor het losdraaien van de beide schroeven(Afb. 13).8. Trek de condensslang los (Afb. 13). REMKO RKL 14
21345Afb. 13: Demontage van verbindingsleiding1: Verbindingsleiding2: Bevestigingsklem3: Stekkerverbinding4: Condensslang5: Bevestigingsklem9. Schroef de linker wartelmoer los met demeegeleverde steeksleutel SW 24. Hierbijmet een tweede steeksleutel SW 21 hetonderste koppelingsdeel tegen houden(Afb. 14). AANWIJZING!Verdraai nooit het starre onderstegedeelte. AANWIJZING!Uit de condensslang kan eventueel nogrestvloeistof komen.10. Losschroeven, tot de verbinding isgescheiden. AANWIJZING!Mocht koudemiddel zacht sissend weg-lekken, ga dan altijd verder met los-schroeven.11. Schroef de rechter wartelmoer los met demeegeleverde steeksleutel SW 24. Hierbijmet een tweede steeksleutel SW 21 hetbovenste koppelingsdeel tegen houden(Afb. 15). AANWIJZING!Verdraai nooit het starre bovenstegedeelte.12. Losschroeven, tot de verbinding isgescheiden.
AANWIJZING!Mocht koudemiddel zacht sissend weg-lekken, ga dan altijd verder met los-schroeven.13. Schroef de meegeleverde beschermkappenop de 4 koppelingshelften (Afb. 16).14. Zorg evt. voor een wanddoorvoer voor deverbindingsleiding van Ø 60 mm.15. Na het opstellen, resp. de montage van debinnenunit en de buitenunit volgt het aan-sluiten van de verbindingsleiding aan de bin-nenunit in omgekeerde volgorde.16. Controleer na het aansluiten van de verbin-dingsleiding de snelkoppelingen op lekdicht-heid.ABCDAfb. 14: Losschroeven van de linker wartelmoerA: TegenhoudenB: VastdraaienC: LosdraaienD: Bevestigingsklemmen 15
8 Verhelpen van storingenHet apparaat is volgens de modernste productiemethoden geproduceerd en meerdere keren op een pro-bleemloze werking gecontroleerd. Ontstaan echter toch storingen, controleer dan het apparaat volgens deonderstaande lijst. Als alle controles zijn uitgevoerd en het apparaat nog steeds niet probleemloos werkt,neem dan contact op met een gespecialiseerd bedrijf in uw buurt.Storing in de werkingFoutbeschrijving Oorzaak VerhelpenHet apparaat start niet op Stroomuitval Spanning controleren ev.
wachtenop herinschakelingNetzekering of besturingszeke-ring defectLaten vervangenNetstekker niet in het stopcon-tactNetstekker in het stopcontact stekenCondensreservoir vol, indicatie"DRAIN WATER" knippertReservoir via de condensafvoerslanglegenTimerbedrijf geactiveerd Eind van de timertijd afwachten ofopnieuw op de toets "I / 0" drukkenHet apparaat werkt met eenlagere luchtcapaciteitAfvoerlucht- resp. uitlaatope-ning vervuild resp.
Foutcode Storing verhelpen / opmerking40 AC(PCON) overstroom aangesproken41 IPM printplaat communicatiefout42 IPM printplaat algemene fout43 IPM printplaat DC overstroom44 PFC overstroom45 Over-/onderspanning46 IPM printplaat stroomfout47 PFC overtemperatuur9 Verzorging en onder-houdEen regelmatige verzorging en het opvolgen vanenkele basisvoorwaarden, waarborgen een sto-ringsvrij gebruik en een lange levensduur van hetapparaat.Het apparaat moet na elke langere gebruiksduur,echter minimaal één keer per jaar, worden nage-keken en grondig worden gereinigd.De gehele koude-installatie mag alleen door hier-voor speciaal geautoriseerde vakbedrijven wordenonderhouden, resp. gerepareerd. GEVAAR!Vóór alle werkzaamheden aan het apparaatmoet de netvoeding worden uitgeschakeld enbeveiligd tegen onbevoegd herinschakelen! 1Afb.
18: Filter verwijderen1 FilternReinig de apparaten met een vochtige doek.Gebruik geen waterstraal.nGebruik geen bijtende, schurende of oplosmid-delhoudende reinigingmiddelen.nGebruik ook bij extreme vervuiling alleengeschikte reinigingsmiddelen.nLeeg het condensreservoir en controleer vooren na een gebruiksseizoen of de diameter vande condensleiding is verminderd door veront-reinigingen. In dat geval moet deze wordengereinigd. AANWIJZING!Controleer evt. de vervuilingsgraad van dewarmtewisselaarlamellen.nHet luchtfilter van de binnenunit regelmatig,indien nodig ook vaker.nWe adviseren een onderhoudscontract meteen gespecialiseerd bedrijf. Op deze manier is de bedrijfszekerheid van deinstallatie altijd gegarandeerd! AANWIJZING!Gebruik de binnenunit nooit zonder origineelfilter.
Luchtfilter van de binnenunitReinig het luchtfilter minimaal om de 2 weken. Ver-kort deze periode bij sterk verontreinigde lucht.Reiniging van het filter van de binnenunitGa voor het reinigen als volgt te werk:1. Trek de netstekker uit het stopcontact.2. Trek het filter uit het apparaat (Afb. 18)3. Verwijder het stof van het filter. Bij lichte ver-vuiling kunt u eventueel een stofzuigergebruiken.4. Reinig het filter bij sterke vervuiling voor-zichtig in lauwwarm water.5. Laat het filter in de omgevingslucht drogen.6. Plaats het filter weer in het apparaat.10 Buiten gebruik stellen AANWIJZING!Schakel het werkende apparaat nooit uit doorhet uit het stopcontact trekken van de net-stekker.Tijdelijk uit bedrijf nemenMoet het apparaat gedurende langere tijd uitbedrijf worden genomen, bijv. gedurende dewinter, moet als volgt te werk worden gegaan:1. Laat het apparaat ca.
2-3 uur werken in cir-culatiebedrijf. Hierdoor wordt restvocht uit hetapparaat verwijderd.2. Neem het apparaat via de toets "I / 0" op hetbedieningspaneel uit bedrijf. Trek dan pas denetstekker uit het stopcontact en het net-snoer opwikkelen op het apparaat.3. Leeg het interne condensreservoir via decondensafvoerslang aan de achterkant vande binnenunit.4. Voor opslag van de binnen- en buitenunit ineen binnenruimte, controleren of er geencondenswater meer aanwezig is in de buiten-unit. Verwijder de plug uit de buiteneenheidvoor het verwijderen van het condenswater.5. Reinig het filter en de kunststofoppervlakken.6. Hang de buitenunit aan de buitenunit.7. Bescherm het apparaat met kunststoffolietegen stof.8. Het apparaat tegen zonlicht beschermd opeen koele, droge locatie opslaan. REMKO RKL 20
11.2 Reserveonderdeellijst binnenunitVoor het bestellen van reserveonderdelen graag direct contact opnemen met REMKO GmbH & Co.KG. BELANGRIJK!Voor het waarborgen van een correcte levering van de reserveonderdelen, altijd het apparaattype en hetbetreffende serienummer (zie typeplaatje) opgeven.Nr.
Nr. Aanduiding RKL 491 DC RKL 491 DC 30 VerdamperventilatorOp aanvraag na opgave van het serienummer31 Compressor, cpl.32 Verdamper33 Koppeling, set (1x m / 1x v)34 Verbindingsleiding, cpl.35 Bevestigingsblok, cpl.36 Condensafvoerslang37 Toetsenbordprintlaat38 Folietoetsenbord39 Stuurprintplaat40 IPM beveiligingsprintplaat41 Netsnoer met stekker42 Hoofdprintplaat43 Condensorprintplaat44 Bekleding voor ventilator45 Sensor circulatie46 Sensor vorstbeveiligingBij de bestelling van reserveonderdelen naast het serienr. ook altijd het apparaatnr. en apparaattype (zietypeplaatje) opgeven! 23
11.3 Apparaatafbeelding buitenunitAfb. 20: Explosietekening buitenunitWijzigingen in de afmetingen en de constructie door technische doorontwikkeling zijn ons voorbehouden.11.4 Reserveonderdeellijst buitenunitNr. Aanduiding RKL 491 DC RKL 491 DC 50 AchterwandOp aanvraag na opgave van het serienummer51 Voorwand52 Apparaatbodem53 Bekleding voor ventilator54 Condensorventilator55 Bevestiging voor verdamperventilator56 Condensorventilator, motor57 Condensor58 Afdichting Reserveonderdelen zonder afbeelding AfstandsbedieningOp aanvraag na opgave van het serienummer Condensor, compressor Bevestigingsset voor buitenunit, cpl. WandhouderBij de bestelling van reserveonderdelen naast het serienr. ook altijd het apparaatnr. en apparaattype(zie typeplaatje) opgeven! REMKO RKL 24
Het adviesVia onze intensieve training brengen we de vakkennis van onze adviseurs steeds op de nieuwste stand. Dit heeft ons de reputatie opgeleverd, meer te zijn dan een goede, betrouwbare leverancier: REMKO, een partner, die helpt bij het oplossen van problemen. De verkoopREMKO beschikt niet alleen over een goed uitgebouwd netwerk van vertegenwoordigingen in binnen- en buitenland, maar ook over hoog gekwalificeerd vakkundig personeel voor de verkoop. REMKO-medewerkers in de buitendienst zijn meer dan alleen verkoper: voor alles dienen zij voor onze klanten adviseurs te zijn in de airconditioning- en warmtetechniek. De servicedienstOnze apparaten werken nauwkeurig en betrouwbaar. Als er onverhoopt toch een storing optreedt, dan is de REMKO servicedienst snel ter plaatse.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met REMKO RKL 491 DC S-Line stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco REMKO
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco