REMKO RKL 350 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van REMKO RKL 350 (16 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 34 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over REMKO RKL 350 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | REMKO |
| Categorie: | Airco |
| Model: | RKL 350 |
Handleiding REMKO RKL 350 – volledige tekst
Deze gebruiksaanwijzing moet altijd in de onmiddellijke nabijheid van het apparaat bewaard worden. Vóór ingebruikname/gebruik van dit apparaat moet deze handleiding zorgvuldig gelezen worden! Bij niet-doelmatig gebruik, opstelling, onderhoud enz. of eigenmachtige veranderingen aan de vanuit de fabriek geleverde uitvoering van het apparaat vervalt elk recht op garantie. Wijzigingen voorbehouden!
4 Veiligheidsinstructies Dit apparaat werd vóór levering onderworpen aan uitgebreide materiaal-, functie- en kwaliteitscontroles. Niettemin kunnen er gevaren uitgaan van het apparaat, als het door niet geïnstrueerde personen ondeskundig of niet-doelmatig gebruikt wordt. Neem de volgende instructies in acht: Het apparaat is niet geschikt voor bedrijf in de open lucht. Houd er rekening mee dat het apparaat niet mag worden opgesteld en werken in ruimtes waar explosiegevaar bestaat. Zorg voor voldoende veiligheidsafstand tot ontbrandbare voorwerpen. Houd er rekening mee dat het apparaat niet mag worden opgesteld en werken in olie-, zwavel- en zouthoudende atmosferen. Stel het apparaat niet op in de onmiddellijke nabijheid van vitrages, gordijnen enz. Minimumafstand 50 cm. Zorg ervoor dat de luchtaanzuig- en luchtuitblaas-openingen altijd vrij zijn van vreemde voorwerpen.
Stel het apparaat alleen op een vlakke ondergrond en stabiel op. Laat het apparaat alleen rechtop staand werken. Steek geen voorwerpen in de luchtaanzuig- en luchtuitblaasopeningen. Zet geen zware of warme voorwerpen neer op het apparaat. Stel het apparaat niet bloot aan een directe waterstraal. Laat het apparaat alleen werken binnen de toegelaten inzetgrenzen. Omgevingstemperaturen in acht nemen. Sluit het apparaat alleen aan aan een volgens de voorschriften geïnstalleerde en beveiligde en geaarde contactdoos. 230V / 50Hz, beveiliging 10A. Trek niet aan de netvoedingsleiding en knik deze niet te sterk. Schade aan de leiding kan anders niet worden uitgesloten. Houd na elk transport van het apparaat absoluut een wachttijd van 5 minuten aan, voordat u het apparaat in gebruik neemt. Daardoor beschermt u het apparaat tegen schade.
Schakel het apparaat alleen uit met de „Power“ toets en niet door de netstekker eruit te trekken. Transporteer het apparaat niet tijdens het bedrijf. Leg het apparaat niet op de zijkant.
Bescherm alle elektrische leidingen van het apparaat tegen beschadigingen, ook door dieren. Kies eventuele verlengingen van de netvoedings-leiding afhankelijk van het aansluitvermogen van het apparaat, de leidinglengte en het gebruiksdoel. Leg geen leidingen onder tapijten. Laat het apparaat nooit werken zonder luchtfilter. Richt de luchtstroom nooit direct op personen. Open nooit de behuizing van het apparaat. Er bestaat het gevaar van een elektrische schok. Werkzaamheden aan de koelinstallatie en aan de elektrische uitrusting mogen alleen gebeuren door een hiervoor geautoriseerd vakbedrijf. Transport en verpakking Alle apparaten worden onderworpen aan een continue kwaliteitscontrole en vóór verzending zorgvuldig verpakt. Het apparaat wordt geleverd in een stabiele transport-verpakking van karton. Gelieve het apparaat onmiddel-lijk bij levering te controleren.
Noteer eventuele schade of ontbrekende onderdelen op het leverbewijs en informeer de expediteur en uw contractant. Voor latere reclamaties kan geen garantie worden aanvaard. Neem bij een transport de volgende instructies in acht: Schakel het apparaat vóór het transport uit aan het bedieningspaneel en trek de netstekker eruit. Transporteer het apparaat alleen rechtop. Voor het eenvoudige en gemakkelijke transport is het apparaat uitgerust met transportwielen en twee grepen. In het interne reservoir van het apparaat wordt overtollig condensaatwater verzameld. Het valt aan te bevelen om dit water vóór het transport via de afvoer aan de achterkant van het apparaat te verwijderen. Een ander bedrijf/bediening dan beschreven in deze gebruiksaanwijzing is niet toegelaten. Bij niet-inachtneming vervalt elke aansprakelijkheid en het recht op garantie.
5 Het apparaat dient in eerste instantie voor de ruimte-koeling. Daarnaast filtert en ontvochtigt het de lucht en creëert zo een aangenaam ruimteklimaat. In de bedrijfsmodus „Ventileren“ biedt het apparaat bovendien de mogelijkheid om de ruimtelucht te circuleren zonder deze te koelen. Het apparaat werkt volautomatisch en biedt dankzij zijn microprocessorregeling een groot aantal andere opties. Het apparaat kan b. v. via de timerfunctie automatisch tijdvertraagd in- resp. uitgeschakeld worden. De bediening van het apparaat gebeurt comfortabel via het bedieningspaneel aan het apparaat of via de meegeleverde infrarood-afstandsbediening. Beschrijving van het apparaat Tot de omvang van de levering van de mobiele airconditionings RKL 290-350 behoort de infrarood-afstandsbediening en de uitlaatslang met plat mondstuk.
Bediening Vergewis u er voordat u het apparaat in gebruik neemt, van dat alle veiligheidsinstructies in acht werden genomen. Gelieve er rekening mee te houden dat het apparaat het meest efficiënt en comfortabel werkt, als het reeds vóór de warmste tijden van de dag, b. v. in de voormiddag, in gebruik genomen wordt. De gekozen ruimtetemperatuur moet 4 tot 7 °C onder de buitentemperatuur liggen. In geen geval lager, omdat de ruimtetemperatuur na uit een niet geklima-tiseerde ruimte te komen, te koud lijkt en dit tot koudeverschijnselen kan leiden. De gekozen ruimtetemperatuur heeft geen invloed op de capaciteit van het apparaat. Het is dus bij hoge temperaturen niet zinvol om het apparaat in te stellen op de laagst mogelijke temperatuur. Het apparaat is geconcipieerd voor een universele, flexibele en probleemloze inzet.
De opgenomen warmte wordt via de uitlaatslang afgegeven aan de buitenlucht. De gekoelde lucht wordt via een ventilator naar de opstellingsruimte geleid. Gevormd condensaat druppelt van de verdamper op de hete condensor, verdampt daar en wordt via de uitlaatslang naar buiten getransporteerd. Overtollig condensaat druppelt van de condensor in een condensaatval en wordt van daar door middel van een schoepenrad opnieuw naar de condensor geleid, verdampt daar en wordt met de uitlaatluchtstroom weggeleid. Het transport van de opgenomen warmte binnen het gesloten koelmiddelcircuit gebeurt door het milieu-vriendelijke koelmiddel R 407C.
6 1 Toets Aan/Uit „I / 0“ Met toets neemt u het apparaat in bedrijf of 1schakelt u het uit. 2 Toets bedrijfsmodus „MODE“ Met deze toets kunt u kiezen tussen de 2bedrijfsmodi „Koelen“ en „Ventileren“. Elke druk op de toets schakelt het toerental van de ventilator van één niveau naar het andere. De LED´s van de indicatie tonen het gekozen niveau. 8 In deze bedrijfsmodus „Koelen“ wordt de ruimte afgekoeld tot de ingestelde waarde, zolang de LED „COMP ON“ brandt. De temperatuur kan 7in een bereik van 18 tot 30 °C worden ingesteld. Het ventilatorniveau kan als volgt naar believen gekozen worden. Aangepast ventilatorniveau: LED „AUTO“ Hoogste ventilatorniveau: LED „HI“ Normaal ventilatorniveau: LED „MED“ Laagste ventilatorniveau: LED „LO“ Met de instelling „AUTO“ wordt een automatische aanpassing van het toerental aan de vereiste koelcapaciteit gerealiseerd.
Hoe groter het verschil tussen ingestelde en werkelijke ruimtetemperatuur, des te groter het ventilatorniveau. 3 Toets „AUTO SWING“ Met deze toets kan de verdeling van de uit het apparaat stromende lucht worden ingesteld. 1ste toetsdruk = continue swing-functie 2de toetsdruk = vergrendelde swing-functie 3de toetsdruk = continue swing-functie 4 Toetsen / „THERMO CONTROL“ ▲ ▼Met deze toetsen kunt u in de bedrijfsmodus „Koelen“ de door u gewenste temperatuur instellen. Als een van de Hoger/Lager toetsen geactiveerd 4 wordt, dan toont het display de gewijzigde gewenste temperatuur. De gewenste temperatuur kan in stap-pen van 1°C worden ingesteld tussen 18 en 30 °C. Bovenste toets = hogere gewenste temperatuur. Onderste toets = lagere gewenste temperatuur. Bedieningspaneel 5 Toets „TIMER“ Met deze toets kunt u het automatische in- resp. uitschakelen van het apparaat activeren.
De uitschakeltimer wordt in ingeschakelde toestand van het apparaat door de toets „SET“ uursgewijs maximaal 24 uur geprogrammeerd. De LED toont de activering. 11 6 Toets „RESET“ De geprogrammeerde timers kunnen door activering van toets „RESET“ verwijderd worden. 6 7 Toets „COMP. ON“ In het koelbedrijf werkt het apparaat volgens de geprogrammeerde gewenste temperatuur. Als de gewenste temperatuur bereikt is, dan wordt de compressor, die de koelcapaciteit genereert, uitgeschakeld. De circulatieluchtventilator werkt echter verder. Tijdens het compressorbedrijf brandt LED. 7 8 Koelbedrijf: LED „AUTO, HI, MED, LO“ Zie ook punt 2. 9 Ventilatiebedrijf: LED „FAN“ In deze bedrijfsmodus wordt de lucht in de ruimte gecirculeerd. Het apparaat koelt niet. Het ventilatorniveau kan niet gekozen worden en is automatisch op „MED“ ingesteld.
De temperatuur kan veranderd worden, hoewel het bedrijf daardoor niet verandert. 10 LED „TIMING ON“ Deze LED signaleert of er een inschakelvertraging geactiveerd is. 11 LED „TIMING OFF“ Deze LED signaleert of er een uitschakelvertraging geactiveerd is. 2 1 9 8 7 4 5 13 6 11 10 14 12 3.
7 Infrarood-afstandsbediening De batterijen in de afstandsbediening plaatsen Vóór de eerste ingebruikname moeten de mee-geleverde batterijen (2 stuks, type AAA) in de afstandsbediening geplaatst worden. 1. Schuif de afdekking van het batterijenvakje aan de achterkant van de afstandsbediening open. 2. Plaats de batterijen erin met de polen in de juiste richting. Let op de markering in het batterijenvakje. 3. Sluit het batterijenvakje weer. Algemene instructies De infrarood-afstandsbediening moet tegen vocht beschermd worden. Bij ingeschakeld apparaat wordt elke verandering van de instellingen automatisch overgedragen naar de airconditioning. De correcte ontvangst van de gegevens wordt bevestigd met een pieptoon. De zender van de infrarood-afstandsbediening moet bij veranderingen van de instellingen in principe in de richting van de airconditioning wijzen.
Een ongestoorde ontvangst van de gegevens is alleen mogelijk, als er zich tussen zender en ontvangstgedeelte geen voorwerpen zoals deuren, vitrages, gordijnen enz. bevinden. Gebruik nooit tegelijkertijd nieuwe en gebruikte batterijen. Het valt aan te bevelen om de batterijen bij langere stilstand van het apparaat uit de afstandsbediening te nemen. Verwijder ontladen batterijen onmiddellijk en vervang ze door nieuwe van de voorgeschreven kwaliteit, aangezien het gevaar van uitlopen bestaat. Functies van de infrarood-afstandsbediening Alle instellingen van het apparaat kunnen gebeuren via de meegeleverde afstandsbediening. Gelieve de functie van de toetsen af te leiden uit de paragraaf „Bedie-ningspaneel“. De reikwijdte van de afstandsbediening bedraagt ca. 5 meter. De spanningsvoeding gebeurt via twee 1,5 V batterijen AAA (meegeleverd met de afstandsbediening).
1 toets Aan/Uit „ON/OFF“ 2 toets bedrijfsmodus „MODE“ 3 toets tijdschakelklok „TIMER“ 4 toets luchtverdeling „AUTO SWING“ 5 toetsen / „THERMO CONTROL“ ▲ ▼Houd er rekening mee dat het condensaat na de heringebruikname weer uitloopt, als de stop er niet of niet correct ingestoken is. POWER on / off THERMO CONTROL MODE TIMER AUTO SWING reset set 1 5 2 3 4 12 Indicatie „DRAIN WATER“ Deze lamp signaleert dat de vlotterschakelaar van het interne reservoir het bedrijf van het apparaat heeft uitgeschakeld. Het interne reservoir wordt tijdens het normale bedrijf niet vol, omdat de uitlaatluchtventilator het gevormde en verdampte condensaat via de uitlaatslang naar de buitenlucht transporteert. Bij een zeer hoge luchtvochtigheid kan het vocht echter niet compleet worden afgevoerd en schakelt het apparaat uit.
Gelieve om na deze storingsuitschakeling het apparaat weer in gebruik te kunnen nemen als volgt te werk te gaan: 1. Schakel het apparaat uit met de „Aan/Uit“ toets en trek de netstekker eruit. 2. Zet een geschikte bak onder de condensaat-afvoer van het interne reservoir. De condensaatafvoer bevindt zich in het midden onder aan de achterkant van het apparaat. 3. Trek de stop uit de condensaatafvoer en vang het uitlopende water op. 4. Steek de stop vervolgens weer erin. 13 Display Op het display wordt de geprogrammeerde ruimtetemperatuur getoond. Door de Hoger/Lager toetsen en te activeren 3 4wordt de huidige temperatuurwaarde verlaagd of verhoogd. Als de tijdschakelklok toets wordt ingedrukt, dan 5gaat het display naar de indicatie van de resteren-de uren van een in- resp. uitschakelvertraging.
Als er 5 seconden geen toets meer wordt ingedrukt, dan wordt weer de gewenste temperatuur getoond. 14 Ontvanger infrarood-afstandsbediening Als het apparaat wordt bediend met de infrarood-afstandsbediening, dan krijgt de ontvanger hier de impulsen.
8 Vóór de ingebruikname Het apparaat wordt op de gewenste plaats, met de uitlaatkant naar de ruimte, opgesteld. Neem bij de opstelling de veiligheidsinstructies in acht. Houd ramen en deuren tijdens het bedrijf gesloten. Sluit bij direct invallend zonlicht gordijnen en jaloezieën. Aanbevelingen voor een optimaal bedrijf van het apparaat 5 MIN. Van de achterkant van het apparaat naar de muur moet een minimumafstand van 20 cm worden aangehouden. Afleiden van de warme uitlaatlucht Het apparaat genereert in het koelbedrijf vochtige en warme uitlaatlucht. Deze moet om het koeleffect te behouden uit de te koelen ruimte worden weggeleid. Om deze reden is het vereist om de meegeleverde uitlaatslang op de uitblaasopening aan de achterkant van het apparaat te steken. De uitlaatslang moet in elk geval stijgend in de richting van de lucht gelegd worden.
Onder bepaalde omstandigheden kan er bij de uitlaatluchtgeleiding via een vast aangesloten uitlaatslang, b. v. door gesloten deuren of ramen, onderdruk in de opstellingsruimte ontstaan. Als de capaciteit van het apparaat hierdoor afneemt, dan moet er voor een drukcompensatie gezorgd worden. Zorg ervoor dat de vergrendelingen aan de uitlaatslang stevig arrêteren in de beide openingen van de aansluit-opening. Leg de flexibele uitlaatslang niet in enge bochten en knik hem niet om een effectief bedrijf van het apparaat te garanderen. Varianten van de uitlaatluchtgeleiding U kunt de uitlaatlucht als volgt wegleiden uit het gebouw: 1. Met een plat mondstuk. Het meegeleverde platte mondstuk kan op verschillende manieren worden ingezet. De mogelijkheid bestaat om het platte mondstuk door het geopende raam te leiden en met klittenband en zuignappen te bevestigen.
Het platte mondstuk kan eveneens in het getuimelde raam gehangen worden. 2. Met een vast aangesloten uitlaatslang (wanddoorvoer). De meegeleverde slang wordt vast verbonden met een wanddoorvoer. Een passende doorvoer is verkrijgbaar als toebehoren.
circulatie-luchtfilter condensaatafvoer met stop Een verlenging van de uitlaatslang is niet toegelaten. De uitlaatlucht van het apparaat bevat een bepaalde hoeveelheid vocht. Om deze reden valt het aan te bevelen om de uitlaatlucht naar buiten of naar de o-pen lucht af te leiden. Laat het apparaat na het uitpakken minstens 5 minuten op zijn trans-portwielen staan, voordat u het inschakelt. Stel het apparaat stabiel op op een vlakke en stevige ondergrond. Bij oneffenheden van de vloer kunnen er trillingen en storende geluiden ontstaan. Vergewis u er voordat u de netstekker erin steekt, van dat de vereiste spanning beschikbaar is. 230V / 1~, N, PE / 50 Hz. Neem absoluut de vereiste leidingdiameters in acht, indien een verlengkabel vereist is. Alle verlengingen van de netvoedingsleiding moeten een toereikende leidingdiameter bezitten en mogen alleen volledig uitgerold gebruikt worden.
Controleer of de stop van de condensaatafvoer voorhanden en correct erin gestoken is. Er bestaat het gevaar dat water ongecontroleerd uitloopt na de ingebruikname. Laat het apparaat nooit werken zonder luchtaanzuigfilter. Zonder luchtaanzuigfilter raken de lamellen van de warmtewisselaar vervuild en de capaciteit van het apparaat neemt af. Zorg ervoor dat personen en gevoelige objecten, zoals b. v. planten, niet direct door de uitstromende luchtstroom getroffen worden. uitlaat-luchtfilter.
9 Bedrijf met een in- resp. uitschakelvertraging Er kan maximaal een in- resp. uitschakelvertraging van 24 uur worden gekozen. De activering van de toetsen „SET“ verhoogt het getal van de tijdvertraging met telkens één uur. Het aantal uren wordt getoond in het display. Automatisch uitschakelen: 1. Druk bij ingeschakeld apparaat de toets „SET“ in, de LED „OFF“ licht op. 2. Stel met de toets „SET“ de gewenste uitschakelvertraging in. Houd er rekening mee dat het display na de instelling omschakelt naar de indicatie van de gewenste temperatuur. 3. Na afloop van de ingestelde tijd schakelt het apparaat automatisch uit. Automatisch inschakelen: Het apparaat schakelt in met de het laatst uitgevoerde instellingen. Indien u andere instellingen wenst, dan moet u het apparaat inschakelen, de instellingen uitvoeren en het apparaat weer uitschakelen. 1.
Druk bij uitgeschakeld apparaat de toets „SET“ in, de LED „ON“ licht op. 2. Stel met de toets „SET“ de gewenste inschakelvertraging in. Houd er rekening mee dat het display na de instelling omschakelt naar de indicatie van de gewenste temperatuur. 3. Na afloop van de ingestelde tijd schakelt het apparaat automatisch in. Ingebruikname Vóór elke ingebruikname moeten de luchtinlaat- en luchtuitlaatopeningen op vreemde voorwerpen en het luchtaanzuigfilter op vervuiling gecontroleerd worden. Verstopte resp. vervuilde roosters en filters moeten onmiddellijk gereinigd worden, zie hoofdstuk „Verzorging en onderhoud“. Bedrijfsmodus koelen 1. Schakel het apparaat in met de toets „I/O“. 2. Kies met de toets „MODE“ de bedrijfsmodus koelen. De LED „AUTO“ moet branden. 3. Stel met de toetsen „THERMO CONTROL“ de gewenste temperatuur in. In het display wordt de gekozen gewenste temperatuur getoond. 4.
Als het ingestelde ventilatorniveau te hoog of te laag is, dan kan met de toets „MODE“ het gewenste ventilatorniveau worden ingesteld. Bedrijfsmodus ventileren (circulatielucht) 1.
Schakel het apparaat in met de toets „I/O“. 2. Kies met de toets „MODE“ de bedrijfsmodus ventileren. De LED „FAN“ moet branden. Informatie over het timerbedrijf (tijdschakelklok) Door de toets „I/O“ in te drukken wordt de functie van de timer teruggezet. Als de toets „SET“ wordt ingedrukt terwijl de functie geactiveerd is, dan wordt in het display de reste-rende tijd getoond en kan deze met dezelfde toets „SET“ gewijzigd worden. Als het apparaat van het net geïsoleerd wordt, dan is een eventueel geprogrammeerde in- resp. uitschakelvertraging verwijderd. Buitenbedrijfstelling Om het apparaat uit bedrijf te nemen schakelt u het altijd met de toets „Power“ op het bedieningspaneel resp. met de afstandsbediening uit. Trek dan pas de netstekker eruit. Schakel het lopende apparaat nooit uit door de netstekker eruit te trekken.
Opslag Als het apparaat gedurende een langere periode uit bedrijf moet worden genomen, b. v. gedurende de winter, dan moet u als volgt te werk gaan: 1. Laat het apparaat ca. 2 uur lopen in de bedrijfs-modus ventileren (Fan) om het oppervlak van de verdamperlamellen te drogen. Daardoor wordt restvocht uit het apparaat getransporteerd en u vermijdt zo onaangename geuren bij de heringebruikname. 2. Schakel het apparaat uit met de toets „I/O“, trek de netstekker eruit en wikkel de netvoedingsleiding op. 3. Zorg ervoor dat de leiding niet te sterk geknikt of gebogen wordt. De leiding kan aan de achterkant van het apparaat bevestigd worden. 4. Zet een geschikte bak onder de condensaatafvoer van het interne reservoir. De condensaatafvoer bevindt zich onder aan de achterkant van het apparaat. 5. Trek de stop van de condensaatafvoer eruit en vang het uitlopende water op. 6.
Steek de stop er vervolgens weer in. Een ontbrekende of niet correct erin gestoken stop leidt tot uitlopend water na de heringebruikname. 7. Sla het apparaat rechtop op op een tegen direct zonlicht beschermde, koele, droge en stofvrije plaats. 8.
10 Reiniging van de kunststof behuizing: Gelieve voor de reiniging alleen een schone, zachte en licht bevochtigde doek te gebruiken, waarmee u het apparaat voorzichtig afveegt. Gelieve de volgende instructies in acht te nemen: Gebruik nooit chemische reinigingsmiddelen of politoersel voor de reiniging van het apparaat. Deze kunnen het oppervlak aantasten. Gebruik alleen lauwwarm water. Maximaal 40 °C warm. Zorg ervoor dat er geen vocht in het apparaat belandt. Dit kan schade aan inwendige onderdelen tot gevolg hebben. Reinig het apparaat onder geen beding onder stromend water. Maak regelmatig en grondig de uitlaatlucht- en uitblaasopeningen schoon. Daar verzamelt vuil zich meestal het eerst. Verzorging en onderhoud De regelmatige verzorging en de inachtneming van een paar basisvoorwaarden garanderen een storingsvrij bedrijf en een lange levensduur van het apparaat.
Het apparaat moet na elke langere inzet, minstens echter eenmaal per jaar, gereviseerd en grondig gereinigd worden. Het hele koelmiddelcircuit is grotendeels onderhoudsvrij en mag alleen door hiervoor speciaal geautoriseerde vakbedrijven onderhouden resp. gerepareerd worden. Verzorgings- en onderhoudswerkzaamheden mogen alleen bij uitgeschakeld apparaat en eruit getrokken netstekker gebeuren. Laat het apparaat nooit werken zonder luchtfilter. Het luchtfilter verhindert dat de verdamper en de condensor vervuilen en de capaciteit van het apparaat afneemt. Filterreiniging Het apparaat is uitgerust met twee luchtfilters. Deze kunnen aan de achterkant eruit getrokken worden. De reiniging van de filters moet in regelmatige intervallen worden uitgevoerd. Reinig de luchtfilters in een interval van maximaal 100 uur bedrijfstijd.
Bij sterk verontreinig-de lucht moet deze interval evenredig verkort worden. 1. Schakel het apparaat uit met de Aan/Uit toets aan het bedieningspaneel of aan de infrarood-afstandsbediening. 2. Trek de netstekker eruit. 3. Neem het filter uit het apparaat. 4.
Reinig het filter van aanhechtend stof. U kunt daarvoor een stofzuiger gebruiken. 5. Reinig het filter bij sterke vervuiling voorzichtig met lauwwarm water. 6. Laat het filter drogen. 7. Zet het filter weer in het apparaat. 8. Let erop dat het filter droog en onbeschadigd is. filter Elektrisch schakelschema Legende PCB1 = bedieningspaneel PCB2 = besturingsprintplaat SM = swing-motor M1 = ventilatormotor circulatielucht M2 = ventilatormotor uitlaatlucht KM = condensaatpomp CM = compressormotor OLP = verdichterbeveiliging CX1 = condensator (M1) CX2 = condensator (M2) CX3 = condensator (CM) TH = temperatuursensor MS1 = microschakelaar (tank vol) Kleurkenmerking Y = geel W = wit R = rood BU = blauw BR = bruin BK = zwart GR = grijs.
11 Eliminering van storingen Het apparaat werd gefabriceerd met de modernste productiemethodes en de foutloze werking ervan werd meermaals gecontroleerd. Indien er niettemin functiestoringen zouden optreden, gelieve het apparaat dan te controleren aan de hand van de onderstaande tabel. Storing Mogelijke oorzaak Ter controle Uitkomst Het apparaat start niet of schakelt zich automatisch uit. Stroomuitval. Werken alle andere elektrische componenten. Spanning controleren, evt. wachten op opnieuw inschakelen. Netzekering defect. Hoofdschakelaar uitgeschakeld. Zijn alle lichtstroomcircuits operationeel. Netzekering vervangen. Hoofdschakelaar inschakelen. Netvoedingsleiding beschadigd. Werken alle andere elektrische componenten. Reparatie door een vakbedrijf. Inzettemperatuurbereik niet binnen de toegestane grenzen. Werkt de ventilator nog. Inzettemperatuurbereik van 18 tot 35 °C in acht nemen.
Intern reservoir vol. Brandt de signaallamp „Reservoir vol“. Reservoir leegmaken. De omgevingstemperatuur van het apparaat ligt buiten het werkbereik (18 tot 35 °C). Ligt de ruimtetemperatuur boven 35 °C. Het apparaat niet laten werken buiten het werkbereik. Uitlaatslang geknikt, verlengd, naar beneden geleid of verstopt. Wordt de koelcapaciteit verhoogd, als het apparaat werkt zonder uitlaatslang en zonder filter. Voor een vrije weg van de uitlaatlucht zorgen. Filterverontreiniging, aanzuig- en/of uitblaasopening geblokkeerd door vreemde voorwerpen. Zijn de filters vervuild. Wordt de koelcapaciteit verhoogd, als het apparaat werkt zonder filter. Filter reinigen en weer erin zetten. Minimale vrije ruimte te klein. Is de vereiste minimumafstand van 50 cm aangehouden. Minimumafstand aanhouden. Ramen en deuren geopend/warmtebelasting werd verhoogd.
Wordt de koelcapaciteit verhoogd, als er een raam of een deur geopend wordt. Drukcompensatie in de opstellingsruimte creëren. De bedrijfsmodus „Koelen“ is niet ingesteld. Branden de LED´s „AUTO, HI, MED of LO“ van het display. De bedrijfsmodus „AUTO, HI, MED of LO“ instellen. Het apparaat werd geschakeld met de functie timer. Branden de LED´s „AUTO, HI, MED, LO of FAN“. I / 0 toets opnieuw activeren. Temperatuurinstelling te hoog. Is de ingestelde temperatuur hoger dan die van de ruimte. Temperatuur verlagen. Overspanning door lokale blikseminslag. Was er onlangs regionaal onweer met blikseminslag. Apparaat uitschakelen en 5 min. isoleren van het net, dan opnieuw starten. Het apparaat reageert niet op de infrarood-afstandsbedie-ning. Batterijen van de afstandsbediening leeg of de zendafstand te groot. Werking op toetsdruk bij een afstand van ca. 1 m.
Nieuwe batterijen erin plaat-sen/afstand verminderen of van standplaats veranderen. Na vervanging van de batterijen de polen in de verkeerde richting. Polen van de batterijen in de juiste richting. De batterijen met de polen in de juiste richting erin plaatsen. Op de markering letten. Er loopt condensaatwater uit het apparaat. Het apparaat staat scheef. Is het apparaat verticaal opgesteld. Rechtop zetten en ervoor zorgen dat het apparaat stevig staat. De stop van de condensaat-afvoer is niet correct erin gestoken of beschadigd. Druppelt er water uit de condensaatafvoer. Stop correct erin steken of indien nodig vervangen. Het apparaat werkt zonder of met verminderde koelcapa-citeit. Indien alle functiecontroles zijn uitgevoerd en het apparaat nog altijd niet foutloos werkt, gelieve dan uw dichtstbijzijnde vakhandelaar op de hoogte te stellen.
12 Ingrepen in het koelcircuit mogen alleen worden uitge-voerd door een vakbedrijf. Daardoor is gegarandeerd dat er bij reparaties geen koelmiddel in het milieu belandt. Voor zowel het koelmiddel als de installatieonderdelen gelden speciale voorwaarden bij de verwerking. Het ingezette koelmiddel behoort tot de zogenaamde veiligheidskoelmiddelen. Dat betekent dat hoeveel-heden, die in het geval van beschadiging vrijkomen, geen verwondingen aan de ademhalingsorganen van mensen of dieren veroorzaken. Belangrijke informatie over de recyclage. Milieu en recyclage Het contact met vloeibare koelmiddelen kan bevriezingen aan de huid tot gevolg hebben. Een ander bedrijf/bediening dan beschreven in deze gebruiksaanwijzing is niet toegelaten. Bij niet-inachtneming vervalt elke aansprakelijkheid en het recht op garantie.
Klantendienst en garantie Voorwaarde voor eventuele garantieclaims is, dat de besteller of diens afnemer binnen een redelijke tijd na verkoop en ingebruikname het met het apparaat meegeleverde „Garantiecertificaat” volledig ingevuld heeft teruggestuurd aan REMKO GmbH & Co. KG. De foutloze werking van het apparaat werd in de fabriek meermaals gecontroleerd. Zouden er toch functiestorin-gen optreden die door de exploitant niet geëlimineerd kunnen worden met behulp van de eliminering van storingen, gelieve u dan te wenden tot uw handelaar of contractant. Doelmatig gebruik Bij niet-naleving van de opgaven van de fabrikant, de wettelijke eisen of na eigenmachtige veranderingen aan de apparaten is de fabrikant niet aansprakelijk voor de daaruit resulterende schade.
1107042 1107048 1107042 1107048 EDV-nr. Voorstelling van het apparaat Maat- en constructiewijzigingen die de technische vooruitgang dienen, voorbehouden. Gelieve bij de bestelling van vervangingsonderdelen naast het EDV-nr. altijd ook het serienummer van het apparaat conform het typeplaatje te vermelden. Nr.
14 Installatieschema van de wanddoorvoer Installatie-instructie 1. Maak een kerngat in de buitenmuur (max. dikte van de muur 480 mm) met een diameter van minstens 135 mm. Houd rekening met eventuele voedingsleidingen hier! 2. Zet de schuifbuis zo in de gecreëerde muurdoorbraak, dat de buitenste buis (grote diameter) zich aan de binnenkant van de muur bevindt. Om koudebruggen te vermijden isoleert u de telescoopbuis met geschikt isolatiemateriaal. 3. Metsel de schuifbuis zo in het kerngat, dat hij goed aansluit aan beide kanten van de muur. 4. Bevestig het beschermrooster met 4 schroeven aan de buitenkant van de muur. Monteer het rooster rekening houdend met bescherming tegen regen. 5. Zet de stuwklep binnen erin en bevestig deze eveneens met 4 schroeven. De tekst „oben” (boven) op de terugslagklep moet van binnen zichtbaar zijn! 6. Sluit bij de buitenbedrijfstelling van het apparaat, b.v.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met REMKO RKL 350 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco REMKO
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco