REMKO RKL 220 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van REMKO RKL 220 (16 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 36 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over REMKO RKL 220 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | REMKO |
| Categorie: | Airco |
| Model: | RKL 220 |
Handleiding REMKO RKL 220 – volledige tekst
3 Inhoud bladzijde Veiligheidsvoorschriften 4 Beschrijving van het apparaat 5 Bediening 6 Functiekeuze 7 Voor de inbedrijfstelling 8 Condenswaterbak 9 Buitenbedrijfstelling 9 Filterreiniging 9 Verzorging en onderhoud 9 Inhoud bladzijde Milieu en recycling 10 Opheffen van storingen 10 Technische gegevens 11 Schakelschema 11 Onderdelen 12 Onderdelenlijst 13 Muurdoorvoer 14 Service en garantie 14 Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u het apparaat in bedrijf stelt / gebruikt! Bij oneigenlijk gebruik, plaatsing of onderhoud etc. of het eigenhandig veranderen van de door de fabrikant geleverde apparatenuitvoering vervalt iedere garantie. Wijzigingen voorbehouden! Mobiele airconditioners REMKO RKL 220 REMKO RKL 240 Bedieningshandleiding G Bewaar deze instructies altijd binnen handbereik of in de buurt van het apparaat! G
4 ◊ Gebruik het apparaat niet in ruimten met ontploffingsgevaar. ◊ Gebruik het apparaat niet in de buurt van olie-, zwavel- en zouthoudende dampen. ◊ Stel het apparaat niet bloot aan een direkte water-straal. Hogedrukreiniger enz. ◊ Bescherm alle elektrische snoeren van het apparaat tegen beschadiging, bijv. door dieren. ◊ Kies de verlengsnoeren afhankelijk van het aange-sloten vermogen van het apparaat, de kabellengte en het gebruiksdoel. Veiligheidsvoorschriften REMKO mobiele airconditioners zijn geproduceerd volgens de nieuwste stand van de techniek op het moment van aflevering. Omvangrijke materiaal-, functie– en kwaliteitscontroles garanderen een hoog rendement en een lange levensduur van de apparaten. Niettemin kunnen er gevaren van de apparaten uitgaan als deze door ondeskundig personeel onvakkundig of onheus worden gebruikt.
Zorg dat het apparaat op voldoende afstand van ontvlambare voorwerpen wordt geplaatst. Leg het apparaat niet op een zijkant. Zorg dat de luchtaanzuig– en de uit-blaasopeningen altijd vrij zijn van andere voorwerpen. Sluit het apparaat alleen aan op een geaard stopcontact met automatische stroomonderbreking. 230 V / 50 Hz, zekering 10 A. Transporteer het apparaat niet als het in gebruik is. Wacht na ieder transport 5 min voordat u het apparaat weer in bedrijf stelt. Er kunnen anders beschadigingen aan de compressor ontstaan. 5 MIN. Trek niet aan het kabel of knik hem te zeer af. Beschadigingen van het kabel zijn anders niet uit te sluiten. Trek het kabel altijd bij de stekker uit het stopcontact en niet door aan het kabel te trekken. Schakel het apparaat alleen met de AAN/UIT-toets uit. Schakel het apparaat niet uit door de stekker uit het stopcontact te trekken.
Maak de condenswaterbak leeg voordat u het apparaat verplaatst. Steek geen voorwerpen in de lucht-aanzuig– en uitblaasopeningen. Zet het apparaat niet direkt in de buurt van gordijnen enz. Laat een veiligheidsafstand van 50 cm vrij. min.
5 Werkwijze Een airconditioner werkt in feite als een koelkast. In een koelkast wordt warmte onttrokken aan de in de binnenruimte bewaarde levensmiddelen. Deze warmte wordt via een warmtewisselaar aan de achterkant van de koelkast, afgegeven aan de omgevingslucht. De airconditioner koelt de kamerlucht door hieraan warmte te onttrekken. De opgenomen warmte wordt aan de buitenlucht afgegeven, de gekoelde lucht wordt weer terug naar de ruimte gevoerd waar het apparaat geplaatst is. Condenswater Tijdens het koelproces wordt de aangezogen kamerlucht tot beneden het dauwpunt afgekoeld en de hierin opgenomen waterdamp slaat als condens neer op de verdamper. Het gecondenseerde water druppelt in de condensaat-opvang 7 en van daar uit in de condenswaterbak 8. De condenswaterbak moet van tijd tot tijd worden geleegd.
Onderdelen Schematische afbeelding van de werkwijze Beschrijving van het apparaat Het apparaat wordt met elektrische energie gevoed en is ontwikkeld voor een universeel, volautomatisch en probleemloos gebruik. Door de kompakte afmetingen kan het apparaat makkelijk getransporteerd en bijna overal geplaatst worden. Het apparaat werkt volgens het compressieprincipe. Het is voorzien van een luchtdichte koelinrichting, een geluid– en onderhoudsarme radiaal ventilator en een voedingskabel met stekker. De volautomatische besturing, de ingebouwde thermostaat, de ventilator met drie snelheden en de condenswaterbak met ge. ntegreerde overloopbeveiliging garanderen een storingsvrije werking. Het apparaat voldoet aan de fundamentele veiligheids– en gezondheidseisen van de desbetreffende EU-bepalingen. Het is makkelijk te bedienen en bedrijfsveilig. Hoe wordt de binnenlucht gekoeld.
In een hermetisch gesloten kringloop bevindt zich een speciaal medium, het zogenoemde koudemiddel. Het koudemiddel dient om de overtollige warmte uit de te koelen ruimte te transporteren.
In het begin van de kringloop wordt het gasvormige koudemiddel door de compressor 2 (verdichter) aangezogen, gecomprimeerd een daardoor erg verhit. Het verhitte koudemiddel komt op zijn kringloop in een wisselaar, de condensator 3. In de condensator wordt de koelmiddelstoom met behulp van de binnenlucht zover afgekoeld dat hij condenseert. De warmte wordt met behulp van een ventilator 5 afgegeven aan de buitenlucht. Via een inspuitsproeier, de smoorklep 4, wordt het onder druk staande koudemiddel ontspannen en komt in een volgende wisselaar, de verdamper 1. In de verdamper vindt de eigenlijke koeling plaats. Het vloeibare koudemiddel verdampt, de hiervoor benodigde warmte wordt aan de binnenlucht onttrokken die de ventilator 6 over de verdamper leidt. De afgekoelde lucht wordt weer naar de ruimte gevoerd, voor het koudemiddel begint de kringloop weer van voren af aan.
Door deze cyclische kringloop wordt de kamertemperatuur continu verlaagd. Omdat de koelkringloop gesloten is gaat er geen koudemiddel verloren, er vindt ook geen verbruik plaats. Handgreep Condenswaterbak Uitblaaslamellen Bedienings- paneel Transportwielen Regelhendel koele lucht Binnenlucht warme lucht Binnenlucht 1 6 4 8 7 2 3 5.
6 Bediening Als de airconditioner is ge. nstalleerd, onder inachtneming van de hoofdstukken „Veiligheidsvoorschriften“ en „Voor de inbedrijfstelling“, kunt u het apparaat aansluiten. Bedieningspaneel 1 "Aan / Uit" toets 2 "MODE" toets (functiekeuze en ventilatorsnelheid) U kunt uit 5 opties kiezen. Op het display 11 wordt de gekozen functie aangegeven. De volgorde is: AUTOžHIžMEDžLOžFAN AUTO Koelen, automatische ventilatorsnelheid, afhankelijk van de kamertemperatuur. HI Koelen, hoge ventilatorsnelheid. MED Koelen, middelste ventilatorsnelheid. LO Koelen, laagste ventilatorsnelheid. FAN Ventileren, geen koelen. 3 Display Normaal gesproken wordt op het display de ingestelde temperatuur aangegeven. Wordt de thermostaattoets of de TIMER-toets gedrukt, dan laat het display gedurende vijf seconden de betreffende instellingen zien.
4 "THERMO CONTROL" toetsen (thermostaat) Nadat de voedingsspanning is aangesloten en u het apparaat manueel heeft aangezet, is de temperatuur automatisch op 25°C ingesteld. Middels de pijl-tjestoetsen 4 kunt u de gewenste temperatuur met telkens 1°C verhogen of verlagen (20-30°C): linker pijltjestoets = hogere temperatuur, rechter pijltjestoets = lagere temperatuur. De instelling is op het display te zien 3. 5 "TIMER" toetsen (tijdklok) De tijdklok biedt twee functies: 1. Automatisch starten Het apparaat dient hierbij uitgeschakeld te zijn. Gebruik de toets "SET" om het aantal uren in te stellen waarna het apparaat dient te starten. Iedere druk op de toets verhoogt het aantal met een uur. Op het display 3 wordt de tijdsduur aangegeven, waarna het apparaat automatisch zal starten. Er kan een inschakelvertraging van maximaal 24 uur worden ingesteld.
Automatisch stoppen Bij het ingeschakelde apparaat wordt middels de toets "SET" het aantal uren ingesteld, waarna het apparaat automatisch dient te stoppen. Iedere druk op de toets verhoogt het aantal met een uur. Op het display 3 wordt de werkingstijd aangegeven. Er kan een uitschakelvertraging van maximaal 24 uur worden ingesteld. De activering wordt door de LED "TIMING OFF" 10 aangegeven. 2312 1 2 4 3 5 10 9 6 7 8 11 G De goede functie is alleen bij een ruimtetemperatuur tussen 20 - 35 °C gegarandeerd. G Wilt u de tijdklok uitzetten of de programmering veranderen, druk dan de toets "RESET". Opmerkingen betreffende de tijdklok: Wordt de toets "Aan / Uit" gedrukt als een uitschakelvertraging is geprogrammeerd, dan wordt deze programmering gewist en het apparaat schakelt zich uit. Wordt de toets "TIMER" gedrukt terwijl de tijdklok geactiveerd is, verschijnt op het display de resttijd.
Door iedere druk op de toets "TIMER" wordt de resttijd met een uur verhoogd. 6 "AUTO SWING" toets Het drukken van deze toets activeert de automatische beweging van de verticale lamellen aan de luchtuitblaas. Door het opnieuw drukken van deze toets wordt deze beweging gestopt.
7 Indien geen "AUTO SWING" wordt gewenst, dan kan door het herhaalde korte drukken op de toets "AUTO SWING" de verticale uitblaasrichting worden ingesteld. Infrarood afstandsbediening Alle instellingen kunnen ook via een infrarood afstandsbediening gekozen worden (accessoire bij RKL 220). De functies van de toetsen (zie afbeelding onder) zijn in het kapitel „Bedieningspaneel“ beschreven. Het bereik van de afstandsbediening is ca. 5 meter. Voeding: twee 1,5 V batterijen AAA (worden meegeleverd bij de afstandsbediening) Functiekeuze 1. Druk de toets "AUTO SWING". De verticale lamellen bewegen langzaam met de automatische luchtverdeling heen en weer. 2. Druk opnieuw de toets "AUTO SWING", om een vaste uitblaasrichting in te stellen. De uitblaaslamellen blijven in de laatste positie staan. Verander de stand van de verticale uitblaaslamellen nooit met de hand. 1.
Plaats het apparaat in de te ontvochten ruimte. 2. Leid de luchtafvoerslang niet naar buiten. De warme lucht blijft in de kamer, hierdoor wordt de wateropname van de lucht verhoogd. 3. Schakel het apparaat aan met de toets "Aan / Uit". 4. Stel met de pijltjestoetsen de laagste temperatuur in (20°C). 5. Kies met de toets "MODE" de laagste ventilatorsnelheid LO. Instellen van de uitblaasrichtIng Het apparaat is voorzien van verticale en horizontale lamellen. De stand van de lamellen kunt u aan de gegeven omstandigheden aanpassen. 7 LED "FULL-TANK" (Condenswaterbak is vol) De LED‘s "FULL TANK" en "MODE" gaan branden en een alarmsignaal gaat af, als de condenswaterbak vol is. De compressor schakelt automatisch uit. Nadat de condenswaterbak (bevindt zich aan de rechter kant van het apparaat) geleegd en weer teruggeplaatst is, begint het apparaat weer automatisch te werken. 8 LED "COMP.
9 LED "TIMING ON" Als deze LED brandt schakelt het apparaat na een geprogrammeerde tijd automatisch in. 10 LED "TIMING OFF" Als deze LED brandt schakelt het apparaat na een geprogrammeerde tijd automatisch uit. 11 LED bedrijfstype en ventilatorsnelheid Deze LED geeft het ingestelde bedrijfstype en de ingestelde ventilatorsnelheid aan. 12 "REMOTE-SENSOR" (sensor afstandsbediening) Via de sensor "REMOTE SENSOR" ontvangt het apparaat de door de infrarood afstandsbediening uitgezonden signalen (accessoire bij RKL 220). POWER on / off THERMO CONTROL MODE TIMER AUTO SWING reset set 1 4 2 5 6 1. Schakel het apparaat aan met de toets "Aan / Uit". 2. Stel met de pijltjestoetsen de gewenste temperatuur in. 3. Kies met de toets "MODE" de gewenste ventilatorsnelheid. AUTO, HI, MED oder LO. 1. Schakel het apparaat aan met de toets "Aan / Uit". 2. Kies met de toets "MODE" de functie FAN.
8 Voor de inbedrijfstelling Alle apparaten worden aan een permanente kwaliteits-controle onderworpen en voor de verzending zorgvuldig verpakt. Niettemin wordt u verzocht voor de installatie de goede staat van het apparaat te controleren. Noteer eventuele beschadigingen op het volgbriefje en informeer de transporteur en uw contractant. Op latere reclamaties kan geen garantie wordengegeven. Bij het koelen produceert het apparaat warme lucht. Voor het koeleffect is het noodzakelijk dat deze warme lucht uit de te koelen ruimte wordt afgevoerd. Andere mogelijkheden voor de luchtafvoer Met een plat mondstuk. Het meegeleverde mondstuk kan op verschillende manieren worden ge. nstalleerd. U kunt het mondstuk door het geopende raam leiden en met behulp van klitteband en zuignap bevestigen. U kunt het mondstuk echter ook in het gekantelde raam hangen. Steek de stekker in het stopcontact.
Verzeker u vooraf ervan dat de vereiste spanning en beveiliging aanwezig is. 230 V/1Ph, 50 Hz 10 A Raadpleeg absoluut een elektrotechnicus als u eventueel een verlengkabel wilt gebruiken. Houd ramen en deuren gesloten als het apparaat aanstaat. Vermijd direkte zoninstraling door ook gordijnen en rolluiken dicht te houden. Controleer of de condenswaterbak goed is ingezet. Het apparaat start niet als de bak niet of niet juist is geplaatst. In dit geval brandt na het inschakelen de rode LED "FULL TANK" en er gaat een alarmsignaal af. Steek de luchtafvoerslang voor de uitblaasopening aan de achterkant van het apparaat. Schuif hiervoor het verbindingsstuk van boven in de geleidesleuven tot aan de aanslag. Met een vast aangesloten luchtafvoerslang (muurdoorvoer). De meegeleverde slang wordt vast met een muurdoorvoer verbonden. Het doorvoerset is als accessoire verkrijgbaar.
Leg de meegeleverde flexibele lucht-afvoerslang zo dat er geen knikken of kronkels in zitten, om een effectief bedrijf van het apparaat te garanderen. Plaats het apparaat stabiel op een vlakke en vaste ondergrond.
Bij oneffenheden van de vloer kunnen vibraties en storende geluiden optreden. Controleer of de luchtinlaatfilter is ingezet. Gebruik het apparaat nooit zonder luchtinlaatfilter. Zonder filter vervuilen de lamellen van de warmtewisselaar en het vermogen van het apparaat neemt af. Adviezen voor een optimale werking. Afvoeren van de warme lucht Zet het apparaat na het uitpakken op zijn transportwielen en laat het apparaat minstens 5 minuten recht-op staan voordat u het inschakelt. 5 MIN. G In ieder geval dient de afvoerslang stijgend in luchtrichting te worden geleid. G Het verlengen van de luchtafvoerslang(> 400 mm) is niet geoorloofd. Als de luchtafvoer over een vast aangesloten afvoerslang wordt geleid, kan er eventueel een onderdruk ontstaan in de ruimte waarin het apparaat staat. Mocht hierdoor het vermogen van het apparaat afnemen, dient voor een drukcompensatie te worden gezorgd.
9 Condenswaterbak Van tijd tot tijd moet de ingebouwde condenswaterbak worden geleegd. Als de condenswaterbak vol is gaat een alarmsignaal af en de LED "FULL TANK" knippert. Het apparaat schakelt automatisch uit. FULL TANK 1. Wacht enkele minuten voordat u de condenswaterbak uit het apparaat haalt. Er druppelt meestal nog wat water na. 2. Neem de condenswaterbak voorzichtig uit het apparaat. 3. Giet het condensaat weg. 4. Reinig de bak met een zachte en schone doek. Buitenbedrijfstelling 8. Zet de condenswaterbak weer op de juiste plaats terug. 9. Maak de luchtinlaatfilter en de behuizing schoon. 10. Let op de aanwijzingen voor het schoonmaken en onderhoud van het apparaat. 11. Bewaar het apparaat altijd in een rechtop-positie op een tegen direkte zoninstraling beschutte, droge en strofvrije plaats. 12. Bescherm het apparaat eventueel met een kunststofhoes. 1.
Schakel het apparaat uit met de "AAN / UIT" toets. 2. Haal de stekker pas uit het stopcontact nadat u de toets "Aan / Uit" gedrukt heeft. U voorkomt zo beschadiging van de electronica. 1. Laat het apparaat ca. 2 uur in de ventilatorstand (FAN) lopen om de oppervlakte van de lamellen van de verdamper te drogen. Hierdoor voorkomt u onaangename geurtjes als u het apparaat weer opnieuw in gebruik neemt. 2. Schakel het apparaat uit met de "Aan / Uit“ toets. 3. Trek de voedingskabel bij de stekker uit het stopcontact en bevestig hem met de kabelhouder. 4. Let erop dat de kabel niet te zeer wordt gebogen of afgeknikt. 5. Leeg de condenswaterbak. 6. Laat het restwater weglopen via de slang links in de opening voor de condenswaterbak. 7. Vergeet niet de stop weer op het uiteinde van de slang te plaatsen. Er bestaat anders gevaar dat er bij een volgend gebruik water uit het apparaat wegloopt.
Bij langer niet-gebruik: 1. Neem de filter uit het apparaat. 2. Reinig de filter van stof. U kunt hiervoor een stofzuiger gebruiken. 3. Maak de filter bij sterke vervuilingen voorzichtig met lauwwarm water schoon. 4.
Laat de filter aan de lucht drogen. 5. Plaats de filter terug in het apparaat. 6. Let op dat de filter droog en niet beschadigd is. 7. Gebruik het apparaat nooit zonder filter. De verdamper vervuilt anders en het vermogen van het apparaat neemt af. Filterreiniging Het apparaat is voorzien van een luchtfilter. Deze kunt u aan de linker kant naar beneden klappen en uit het apparaat nemen. Reinigen van de kunststof behuizing: Gebruik voor het schoonmaken van de behuizing uit-sluitend een schone, zachte, vochtige doek: Let u a. u. b. op de volgende aanwijzingen: ◊ Gebruik voor het schoonmaken van het apparaat nooit chemische reinigingsmiddelen of politoeren, deze kunnen het oppervlak aantasten. ◊ Let u erop dat geen vocht in het apparaat komt. Er mag in geen geval water of andere vloeistoffen in het apparaat gesproeid worden. Dit leidt tot beschadiging van de elektrische installatie.
10 Opheffen van storingen Het apparaat werd met de modernste produktiemethoden vervaardigd en meerdere malen op een correct functioneren getest. Mochten desondanks storingen optreden, dan kunt u het apparaat aanhand van de onderstaande lijst controleren. Haal eerst de stekker uit het stopcontact voor u werkzaamheden aan het apparaat verricht Werkzaamheden aan het koudemiddelcircuit mag alleen door vakkundigen worden uitgevoerd. Zodoende is gegarandeerd dat ook bij reparaties geen koudemiddel in het milieu terecht komt. Zowel voor het koudemiddel als ook voor de onderdelen gelden bijzondere bepalingen met betrekking tot de afvalverwijdering. Belangrijke informatie m. b. t. recycling. Milieu en recycling G Niettemin kan het contact met vloeibaar koudemiddel kan tot bevriezing van de huid leiden.
Storing Mogelijke oorzaak Controleren Remedie Het apparaat start niet of schakelt zelfstandig uit. Stroomstoring. Werkt alle andere elektrische apparatuur. Spanning controleren, evt. wachten op het opnieuw starten. Netzekering is defect. Hoofdschakelaar is uitgeschakeld. Werken alle lichtstroomcircuits. Netzekering vervangen. Hoofdschakelaar inschakelen. Voedingsleiding is beschadigd. Werkt alle andere elektrische apparatuur. Reparatie door een gespecialiseerd bedrijf. Na het inschakelen werd niet lang genoeg gewacht. Zijn 3-5 minuten na het inschakelen verstreken. Start afwachten. Bedrijfslimiet wordt onder– danwel overschreden. Werkt de ventilator nog. Op het bedrijfslimiet van 20 tot 35 °C letten. Condenswaterbak zit niet op zijn juiste plaats. Zit de condenswaterbak scheef in de baklade. Bak eruit nemen en opnieuw inzetten. Condenswaterbak is vol. De LED „TANK FULL“ brandt.
Bak leeg maken. Luchtafvoerslang is afgeknikt, verlengd, naar beneden geleid of de luchtafvoerweg is verstopt. Wordt het koelvermogen groter wanneer u het apparaat zonder luchtafvoerslang of filter gebruikt. Voor een vrije luchtafvoer zorgen.
Filter is vuil, aanzuig– en/of uitblaas-opening is verstopt of geblokkeerd. Is de filter vuil. Filter reinigen. Het apparaat staat te dicht tegen de muur of te dicht naast andere voorwerpen. Is de minimale afstand van 50 cm rond het apparaat vrijgehouden. Minimale afstand in acht nemen. Ramen en deuren zijn geopend. Warmtelast is gestegen. Hebben bouwkundige veranderingen plaatsgevonden of is de toepassing veranderd. Ramen en deuren sluiten / warmtelast reduceren. Onderdruk in de ruimte waar het apparaat is geplaatst bij vaste aansluiting d. m. v. wanddoorvoer. Wordt het koelvermogen groter als het apparaat zonder luchtafvoer-slang en zonder filter wordt gebruikt. Zorgen voor drukcompensatie in de ruimte van plaatsing. Functie „Koelen“ is niet ingesteld. Is de functie „FAN“ ingesteld. Functie instellen: AUTO, HI, MED of LO. Het apparaat wordt d. m. v. de timer geschakeld.
Brandt de LED „TIMING ON“. Aan / Uit toets opnieuw drukken. Temperatuur is te hoog ingesteld. Is de ingestelde temperatuur hoger dan de kamertemperatuur. Temperatuur lager instellen. Overspanning door onweer. Zijn er in de laatste tijd bliksemin-slagen in de regio geweest. Apparaat met de schakelaar 5 min van het stroomnet afsluiten en nieuw starten. Er loopt condens-water uit het apparaat. Het apparaat staat scheef. Staat het apparaat loodrecht. Rechtop plaatsen en op een stabiele stand letten. Condenswaterbak is beschadigd. Druppelt er water uit de bak. Condenswaterbak vervangen. Water loopt uit de slang van de restlediging. Is de stop geplaatst. Slang weer goed afsluiten. Het apparaat werkt, geen verdere signalering. Fout in het IC (netonderbreking met het opnieuw inschakelen binnen ca. 5 seconden) Werken de toetsen en de controlelampjes niet.
Als u al deze functies heeft gecontroleerd en het apparaat nog steeds niet goed werkt, raadpleeg dan uw vak-handelaar. Het gebruikte koudemiddel is een zogenaamd veilig-heidskoudemiddel. Dat betekent, dat bij beschadiging van het apparaat het vrijgekomen koudemiddel geen letsel van de ademhalingsorganen van mens en dier veroorzaakt.
14 Muurdoorvoer Installatieinstructies 1. Boor een gat in de buitenmuur (muurdikte max. 480 mm) met een doorsnede van minstens 125 mm. Let op dat er op de boorplek geen voedingsleidingen aanwezig zijn! 2. Plaats de schuifbuis zo in het muurgat dat de buitenste buis (100 mm doorsnede) zich aan de binnenkant van de muur bevindt. Om koudebruggen te voorkomen, dient u de schuifbuis met geschikt isolatiemateriaal te isoleren. 3. De schuifbuis moet zodanig in het muurgat ingemetseld worden dat hij aan beide kanten van de muur niet overstaat. 4. Bevestig het rooster met 4 schroeven aan de buitenkant van de muur. Monteer het rooster zo dat geen regenwater kan indringen. 5. De terugslagklep wordt binnen ingezet en eveneens met 4 schroeven bevestigd. Het opschrift "oben" op de terugslagklep moet van binnen te zien zijn! 6. Maak bij buitenbedrijfstelling van het apparaat, b.v.
voor het begin van de wintertijd, de opening in de terugslagklep met de afsluitdop dicht, zodat geen luchtcirculatie kan plaatsvinden. Buitenrooster Terugslagklep Afsluitdop Schuifbuis min. 425 mm G Het op andere wijze gebruiken en/of bedienen dan in deze handleiding wordt aangegeven is niet toegestaan. In dat geval vervalt elke aansprakelijkheid en garantie. Het apparaat werd in de fabriek in een testopstelling meermalen op storingsvrij functioneren beproefd. Mochten desondanks storingen optreden, welke niet door de gebruiker, zoals omschreven in de hoofdstuk „Storingen opheffen” terug te voeren zijn, wendt u zich dan tot uw servicehandelaar.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met REMKO RKL 220 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco REMKO
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco