REMKO MXD260 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van REMKO MXD260 (24 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over REMKO MXD260 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | REMKO |
| Categorie: | Airco |
| Model: | MXD260 |
Handleiding REMKO MXD260 – volledige tekst
InhoudVóór het in bedrijf nemen / gebruik van dit apparaat deze gebruiks-handleiding zorgvuldig lezen!!Deze handleiding maakt deel uit van het apparaat en dient steeds in directe nabijheid van de opstellocatie resp. bij het apparaat bewaard te worden.Wijzigingen voorbehouden; we aanvaarden geen aansprakelijkheid voor drukfouten en vergissingen!Veiligheidsaanwijzingen4Milieubescherming en recycling4Garantie4Transport en verpakking 5Beschrijving van het apparaat5Combinaties5Bediening6-12Uit bedrijf nemen13Verzorging en onderhoud13-14Verhelpen van storingen en service15-16Montageaanwijzingen voor vakpersoneel17het installeren17Condensaansluiting18Elektrische aansluiting19Elektrisch aansluitschema en apparaatkeuze20Elektrisch schema20Inbedrijfstelling21Afmetingen apparaat21Apparaatafbeelding22Reserveonderdelenlijst22Technische gegevens23Made by REMKO3
VeiligheidsaanwijzingenLees voor u het apparaat voor de eerst in gebruikt neemt de gebruiks-handleiding aandachtig door. Deze bevat nuttige tips, aanwijzingen en waarschuwingen voor de veiligheid van personen en goederen. Het niet opvolgen van de gebruikshandleiding kan gevaar voor personen, het milieu, de installatie en tot het verlies van mogelijke aansprakelijkheid leiden. ■ Bewaar deze gebruikshandleiding en het koudemiddeldatablad in de buurt van het apparaat. ■ Het plaatsen en installeren van de apparaten en componenten mag alleen gebeuren door vakpersoneel. ■ Het opstellen, aansluiten en gebruik van de apparaten en componenten moet volgens de gebruiks- en bedrijfsomstandigheden uit de gebruikshandleiding en de geldende lokale voorschriften gebeuren. ■ Apparaten voor mobiel gebruik moeten veilig en verticaal op een geschikte ondergrond opgesteld worden.
Apparaten voor stationair bedrijf mogen alleen in vast geïnstalleerde toestand gebruikt worden. ■ Ombouwwerkzaamheden of veranderingen aan de door REMKO geleverde apparaten zijn niet toegestaan en kunnen storingen veroorzaken. ■ De apparaten en componenten mogen niet worden gebruikt op plaatsen met verhoogd risico op beschadigingen. De minimale vrije ruimte moet worden aangehouden. ■ De elektrische voeding moet worden aangepast aan de eisen van de apparaten. ■ De veiligheid van de apparaten en componenten is alleen gegarandeerd bij het bedoeld gebruik en in volledig gemonteerde toestand. De veiligheidsinrichtingen mogen niet worden veranderd of overbrugd. ■ De bediening van apparaten of componenten met zichtbare defecten of beschadigingen is verboden. ■ Alle behuizingonderdelen en openingen in het apparaat, bijv.
■ Het aanraken van bepaalde onderdelen of componenten van de apparaten kan brandwonden of letsel veroorzaken. ■ Installatie-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door geautoriseerd vakpersoneel; visuele controles en reinigingswerkzaamheden mogen in spanningsloze toestand door de gebruiker uitgevoerd worden. ■ Bij het installeren, het repareren, het onderhouden of het reinigen van de apparaten moeten geschikte maatregelen worden genomen om de van de apparaten uitgaande gevaren voor personen te voorkomen. ■ De apparaten of componentenmogen niet worden blootgesteld aan mechanische belastingen, extreme vochtigheid of directe zonnestraling. Afvoeren van de verpakkingAlle producten worden voor het transport zorgvuldig verpakt in milieuvriendelijke materialen.
Lever een waardevolle bijdrage aan de vermindering van afval en het recyclen van grondstoffen en lever het verpakkingsmateriaal alleen in bij de daarvoor aangewezen inzamelplaatsen. Afvoeren van de apparaten en componentenBij de productie van de apparaten en componenten worden uitsluitend recyclebare materialen gebruikt. Draag bij aan de bescherming van het milieu, door er voor te zorgen dat apparaten of componenten (bijv. batterijen) niet in het huisvuil komen maar alleen op milieuvriendelijke wijze volgens de plaatselijk geldende voorschriften, bijv. door een erkend afvalverwerkingsbedrijf en recycling of via een inzamelpunt worden verwerkt.
GarantieVoorwaarde voor eventuele aanspraken op garantie, is dat de inkoper of zijn af-nemer tegelijk met de verkoop en het in gebruik nemen de bij het apparaat meegeleverde "Garantieoorkonde" en het inbedrijfstellingsrapport volledig ingevuld naar REMKO GmbH & Co. KG terug heeft gestuurd. De garantievoorwaarden zijn opgenomen in de "Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden". Daarnaast kunnen alleen tussen de bij de overeenkomst betrokken partijen speciale afspraken gemaakt worden.
AfsluitklepNetaansluitingDe apparaten worden in een stevige transportverpakking geleverd. Controleer het apparaat direct bij de levering en noteer eventuele schade of ontbrekende onderdelen op de pakbon en informeer de transporteur en uw leverancier. Bij klachten achteraf wordt geen garantie verleend. Beschrijving van het apparaatTransport en verpakking De binnenunit van de combi-airconditioning in split-uitvoering dient voor het opnemen van de uit de te koelen ruimte opgenomen warmte. De buitenunit geeft deze warmte weer af aan de buitenlucht. Bij apparaten voor het koelen en verwarmen kan tijdens verwarmingsbedrijf via de binnenunit de door het buitendeel opgenomen warmte worden afgegeven in de te verwarmen ruimte. Het apparaat is ontworpen voor gebruik binnen, bovenaan de wand. De bediening gebeurt via een infrarood-afstandsbediening.
BedieningInfrarood afstandsbedieningDe infrarood afstandsbediening stuurt de geprogrammeerde instelling over een afstand tot 6 m naar de ontvanger op de binnenunit. Een storingsvrije ontvangst van de gegevens is alleen mogelijk als de afstandsbediening op de ontvanger wordt gericht en er geen voorwerpen zijn die de overdracht belemmeren.Ter voorbereiding moeten de meegeleverde batterijen (2 stuks, type AAA) in de afstandsbediening geplaatst worden. Trek daarvoor de klep van het batterijvak los en plaats de batterijen, let daarbij op de polariteit (zie markering).De binnenunit kan comfortabel bediend worden met de meegeleverde infrarood afstandsbediening. Een correcte gegevensoverdracht wordt door de binnenunit met een pieptoon bevestigd.
Als het programmeren via de infrarood afstandsbediening niet mogelijk is, kan de binnenunit ook handmatig bediend worden.Storingen worden door codes weergegeven(zie hoofdstuk verhelpen van storingen en service). LET OP!Vervang lege batterijen direct door een nieuwe set, omdat gevaar voor uitlopen bestaat. Bij langdurig uit bedrijf nemen wordt aanbevolen de batterijen te verwijderen. OPMERKINGmax. 6 m Maximale afstandHandbedieningDe binnenunits kunnen handmatig in gebruik genomen worden. Door indrukken van de toets RESET op het ontvangstdeel van de afdekking wordt de automatische modus geactiveerd.
Bij handbediening gelden de volgende instellingen:Koelbedrijf: 24 °C, Ventilatortoerental: AUTOVerwarmingsbedrijf: 26 °C, Ventilatortoerental: AUTODoor het indrukken van een toets op de infrarood afstandsbediening wordt de handbediening onderbroken.Display op de binnenunitOntvangstdeel voor signalen van de afstandsbediening.Bedrijfs-displayAlarmdisplayDisplay op de binnenunitDe indicatie-LED‘s gaan branden op basis van de instellingen.LED H rood = hoog ventilatortoerentalLED M geel = midden ventilatortoerentalLED L groen = laag ventilatortoerentalTimer-displayVentilatorontdooienREMKO MXD6
Toets "ECONOMIC RUNNING" Na het indrukken van deze toets stijgt de theoretische temperatuur in koelbedrijf binnen één uur automatisch 1°C, bij verwarmingsbedrijf daalt de theoretische temperatuur binnen één uur 1°C. Toets "AIR DIRECTION" Met deze toets kunt u de stand van de uitstroomlamellen instellen. U heeft de beschikking over 5 standen en een pendelfunctie. Toets "SWING" Deze toets activeert direct de pendelende functie van de lamellen voor een betere luchtverdeling in de ruimte. Toets "TIMER ON/OFF" Met deze toets wordt de automatische inschakeltijd van het apparaat binnen de volgende 24 uur geprogrammeerd. Toets "CLOCK" Deze toets opent het klokprogramma. Toets "OK" Deze toets geeft de geprogrammeerde gegevens door aan de binnenunit. Toets "CANCEL" Deze toets stopt een ingesteld timerprogramma.
Toets "LOCK / RESET" (verzonken toetsen) De linker LOCK-toets verbied de verdere bediening, de rechter RESET de display weer.Toetsen op de afstandsbediening Toets "AAN/UIT"Met deze toets kunt u het apparaat in gebruik nemen Toets "MODE" Met deze toets kunt u de bedrijfsmodus selecteren. De binnenunit heeft 5 modi: 1. Automatische modus In deze modus werkt het apparaat in de koel- of verwarmingsmodus. 2. Koelmodus In deze modus wordt de warme ruimtelucht naar de gewenste temperatuur afgekoeld. 3. Ontvochtigingsmodus In deze modus wordt de ruimte voornamelijk ontvochtigd, de ingestelde temperatuur wordt vastgehouden. 4. Verwarmingsmodus In deze modus wordt de warme ruimtelucht verwarmd naar de gewenste temperatuur. 5. Circulatiemodus In deze modus wordt de ruimtelucht gecirculeerd.Het selecteren van een temperatuur is niet mogelijk.
Toets "Temp ▲ ▼ " Met deze toets kan de gewenste temperatuur tussen 17- 30 °C worden ingesteld. Toets "FAN SPEED" Met deze toets wordt het gewenste ventilatortoerental ingesteld. Er zijn 4 niveau's beschikbaar: automatisch, hoge, midden en lage ventilatorsnelheid.Toetsen op de afstandsbediening7
De overdracht van de instellingen wordt door een symbool op het display aangegeven.Door het bedienen van de AAN / UIT- toets schakelt u uw airconditioning aan en uit. Op het display verschijnen de vóór het uitschakelen van het apparaat geprogrammeerde instellingen en instelwaarden.AAN/UIT ToetsAAN/UIT AAN/UITMaak gebruik van de toets MODE voor het omschakelen tussen de afzonderlijke bedrijfsmodi. Er zijn 5 modi beschikbaar:1. Automatisch automatische keuze van koel- of verwarmingsbedrijf2. Koelen voornamelijk in de zomer3. Ontvochtigen gebruik in zomer en winter4. Verwarmen voornamelijk in de winter5. Circulatie alleen voor luchtcirculatieMODE ToetsMODEAutomatisch Koelen Ontvochtigen VerwarmenCirculatieMODE MODE MODE MODEIn de modus automatisch kiest de regeling zelf tussen verwarmings-, koel en circulatiebedrijf.
Het ventilatortoe-rental wordt automatisch aangepast aan de omstandigheden.Modus AUTOMATISCHKOELENofVERWARMENDe insteltemperatuur ligtonder de ruimtetemperatuur▲▼OFofCIRCULATIEDe insteltemperatuur ligtboven de ruimtetemperatuurDe toetsen p/q maken het mogelijk de insteltemperatuur te verlagen en te verhogen.pq ToetsenpqToetsfuncties2010:49TEMPKLOKSPEEDCOOLLOW2010:49TEMPKLOKSPEEDCOOLLOW2010:49TEMPKLOKSPEEDCOOLLOW2010:49TEMPKLOKSPEEDAUTOAUTO2010:49TEMPKLOKSPEEDCOOLLOW2010:49TEMPKLOKSPEEDCOOLLOW2010:49TEMPKLOKSPEEDCOOLLOW2010:49TEMPKLOKSPEEDCOOLLOW2010:49TEMPKLOKSPEEDCOOLLOW2010:49TEMPKLOKSPEEDVENTILATORLOW2010:49TEMPKLOKSPEEDAUTOLOW2010:49TEMPKLOKSPEEDCOOLLOW202310:4910:49TEMP TEMPKLOK KLOKSPEED SPEEDAUTO AUTOAUTO AUTO2010:49TEMPKLOKSPEEDDRYLOW2010:49TEMPKLOKSPEEDHEATLOW°C°C°C°C°C°C°C°C°C °C°C°C°C °C°C°CREMKO MXD8
> 6 min. > 3 min. > 6 min. 30 sec. 30 sec. InsteltemperatuurInsteltemperatuur -2°CVentilatorbedrijf binnenunitVentilatorbedrijf buitenunitCompressorbedrijf buitenunitWerkelijke temperatuurStart koelbedrijfKoelbedrijfStop koelbedrijfFunctiediagramBedrijfStopIn de koelmodus wordt de lucht in de ruimte tot de insteltemperatuur afgekoeld. De gewenste ruimtetemperatuur kan met de toetsen ▲/▼ in stappen van 1 °C ingesteld worden. Ligt de temperatuur in de ruimte 1 °C boven de gekozen insteltemperatuur, begint de binnenunit met afkoelen van de lucht in de ruimte. De inverter-regeling controleert het verschil tussen de insteltemperatuur en de ruimtetemperatuur. Bij een groot verschil wordt een hoge koelcapaciteit tot stand gebracht. Bij een klein verschil wordt een lagere koelcapaciteit tot stand gebracht. De luchtuitstroomtemperatuur en de ruimtetemperatuur worden zo zeer gelijkmatig gehouden.
Als de ruimtetemperatuur ca. 2 °C lager wordt dan de insteltemperatuur, schakelt de regeling de koeling uit. Ter bescherming van de compressor schakelt de regeling pas na een wachttijd van 3 minuten de koeling weer in. Modus KOELENKOELBEDRIJF▲▼enIn de modus ontvochtigen moet de ruimtetemperatuur ingesteld worden op 24°C. Door de lage temperatuur van het koudemiddel komt de lucht bij de verdamper onder het dauwpunt. Het overtollige vocht in de lucht condenseert op de verdamper, de ruimte wordt zo ontvochtigd. Het ventilatortoerental moet worden ingesteld op automatisch, zodat een maximale ontvochtiging wordt bereikt. Het ventilatortoerental wordt automatisch aangepast aan de omstandigheden. Modus ONTVOCHTIGENONT- VOCHTIGINGS- BEDRIJF30 sec.
VERWARMINGS- BEDRIJFFunctieverloop modus verwarmen> 6 min. > 3 min. > 6 min. 30 sec. 30 sec. Insteltemperatuur +5 °CInsteltemperatuur +2 °CVentilatorbedrijf binnenunitVentilatorbedrijf buitenunitCompressorbedrijf buitenunitWerkelijke temperatuurStop verwarmingsbedrijfVerwarmingsbedrijfStart verwarmingsbedrijfFunctiediagramBedrijfStopKeerklep30 sec. 30 sec. Tijdens de condensatiecyclus wordt de verdamperventilator van de binnenunit en de condensorventilator van de buitenunit uitgeschakeld. Na beëindiging van de cyclus worden de ventilatoren weer naar het laatst ingestelde niveau geschakeld. < 7 min. Ontdooitijd15 sec. 60 sec. Ventilatorbedrijf binnenunitVentilatorbedrijf buitenunitCompressorbedrijf buitenunitBedrijfStopKeerklep30 sec. 30 sec. 30 sec. 3 min. ▲▼ENMODEIn de modus verwarmen hebt u de mogelijkheid de ruimte in de herfst en de lente te verwarmen.
De gewenste ruimtetemperatuur kan met de ▲/▼ toetsenstappen van 1 °C ingesteld worden. Komt de temperatuur in de kamer 1 °C onder de insteltemperatuur, begint de binnenunit met het verwarmen van ruimtelucht. De inverter-regeling controleert het verschil tussen de insteltemperatuur en de ruimtetemperatuur. Bij een groot verschil wordt een hoge verwarmingscapaciteit tot stand gebracht. Bij een klein verschil wordt een lagere verwarmingscapaciteit tot stand gebracht. De luchtuitstroomtemperatuur en de ruimtetemperatuur worden zo constant gehouden. Als de ruimtetemperatuur toch ca. 2 °C hoger wordt dan de insteltemperatuur, schakelt de regeling de verwarming uit. Ter bescherming van de compressor schakelt de regeling pas na een wachttijd van 3 minuten de verwarming weer in.
In de verwarmingsmodus wordt de ventilatormotor van de binnenunit vertraagd ingeschakeld om het uitstromen van koude lucht te voorkomen. De lamellen van de buitenunit kunnen bij lage temperaturen bevriezen. Door het omkeren van de koudekringloop wordt in intervallen een ontdooiing uitgevoerd.
Tijdens het ontdooien geeft het display "H1" aan. Modus VERWARMENVENTILATOR2010:49TEMPKLOKSPEEDHEATLOW2010:49TEMPKLOKSPEEDDRYAUTO2010:49TEMPKLOKSPEEDHEATLOW2310:49TEMPKLOKSPEEDHEATLOW2310:49TEMPKLOKSPEEDHEATMEDDe verwarmingsmodus heeft prioriteit. Schakelt één binnenunit naar de verwarmingsmodus, schakelen de andere binnenunits die in de koelmodus werken de koeling uit. Tijdens verwarmingsbedrijf kan niet gekoeld worden. LET OP. °C°C°C°C°CREMKO MXD10.
Met deze toets wordt het ventilatortoerental ingesteld. Er kan worden gekozen tussen een laag, midden en een automatisch ventilatortoerental.FAN SPEED Toets▲ ▲In de modus ventileren circuleert de lucht in de kamer alleen. De temperatuur in de ruimte kan in deze modus niet worden veranderd. Het koel- of verwarmingsbedrijf zijn niet ingeschakeld.Modus CIRCULATIECIRCULATIEMODEVENTILATOR SPEEDMet deze toets wordt een programma geactiveerd waarmee de insteltemperatuur in de koelmodus na één uur 1 °C en na 2 uur 2 °C stijgt. In de verwarmingsmodus wordt de insteltemperatuur na één een uur met 1 °C en na 2 uur met 2 °C verlaagd. Het display op de binnenunit gaat uit. Met de TURBO-functie wordt de maximale ventilatorsnelheid ingeschakeld.ECONOMIC RUNNINGECONOMIC RUNNINGECONOMIC RUNNING ToetsgedeactiveerdMet deze toetsen wordt de pendelfunctie van de luchtuitstroomlamellen ingesteld.
Met de pendelfunctie wordt de luchtverdeling in de ruimte verbeterd. Voor het gericht positioneren van de luchtuitstroomlamellen moet de AIR DIRECTION toets kort ingedrukt worden.
Met deze toetsen kan een in- resp. uitschakeltijd geprogrammeerd worden. Door het indrukken van de Timer on toets resp. Timer off toets wordt de timer ingeschakeld. Het kloksymbool ON TIMER resp. OFF TIMER verschijnt. Door het indrukken van de TIME ADJUST toets wordt de gewenste in- of uitschakeltijd ingesteld. Door het indrukken van de TIME ADJUST pijltoets wordt de tijd in stappen van 10 min. ingesteld. Door het indrukken van beide TIME ADJUST pijltoetsen kan de tijd sneller worden ingesteld. Zodra de geprogrammeerde tijd wordt bereikt, schakelt het apparaat automatisch in, resp. uit. Als het apparaat automatisch ingeschakeld wordt, worden de modus, de temperatuur en de ventilatorsnelheid van de laatste instelling geactiveerd. Door het indrukken van de OK-toets wordt de uitgevoerde TIMER-instelling opgeslagen.
Het voortijdig wissen van het in- en het uitschakeltijdstip gebeurt door het indrukken van de CANCEL-toets. De timerindicatie van de binnenunit gaat uit.
Een regelmatige verzorging en het opvolgen van enkele basiscondities garandeert een storingsvrij gebruik en een lange levensduur van het apparaat. Verzorging en onderhoudVóór alle werkzaamheden aan hetapparaat moet de netvoeding uitgeschakeld en beveiligd worden tegen onbevoegd herinschakelen. LET OP. Tijdelijk Uit bedrijf nemen1. Laat de binnenunit 2 tot 3 uur in circulatie- of koelbedrijf draaien met de maximale temperatuurinstelling, zodat het restvocht uit het apparaat wordt afgevoerd. 2. Neem de installatie met de afstandsbediening uit bedrijf. 3. Schakel de stroomtoevoer van het apparaat uit. 4. Controleer het apparaat op zichtbare beschadigingen en reinig het zoals in het hoofdstuk "Verzorging en onderhoud" is beschreven. Langdurig Uit bedrijf nemen Het afvoeren van de apparaten en componenten moet gebeuren volgens de lokaal geldende voorschriften, bijv.
door geautoriseerde gespecialiseerde bedrijven op het gebied van afvalverwerking en recycling of inzamelpunten. De firma REMKO GmbH & Co. KG of haar vertegenwoordigers verwijzen u graag naar een gespecialiseerd bedrijf bij u in de buurt. Uit bedrijf nemenVerzorging■ Houd het apparaat vrij van vuil, begroeiing en andere afzettingen. ■ Reinig het apparaat alleen met een vochtige doek. Gebruik geen bijtende, schurende of oplosmiddelen bevattende reinigingmiddelen. Gebruik geen waterstraal. ■ Reinig vóór het begin van een langere stilstandperiode de lamellen van de binnen- en buitenunit. Onderhoud ■ Wij raden u aan een onderhoudscontract met een jaarlijkse onderhoudsinterval met een gespecialiseerd bedrijf af te sluiten. Zo garandeert u altijd de veiligheid tijdens gebruik van de installatie.
TIPAard van de werkzaamhedenControle/Onderhoudg/InspectieInbedrijfstellingMaandelijksHalfjaarlijksJaarlijksAlgemeen• •Spanning en stroom controleren• •Werking compressor/ventilatoren controleren• •Vervuiling condensor/verdamper• •Vulhoeveelheid koudemiddel controleren• •Condensafvoer controleren• •Isolatie controleren• •Bewegende delen controleren• •Lektest koudekringloop• • 1)Wettelijke voorschriften eisen een jaarlijkse lektest van de koudekringloop in relatie tot de vulhoeveelheid van hetkoudemiddel. De controle en het documenteren hiervan moet gebeuren door het betreffende vakpersoneel. OPMERKINGReiniging van de afdekking van de binnenunit1. Schakel de stroomtoevoer naar het apparaat uit. 2. Open het luchtinlaatrooster van de afdekking en klap deze naar beneden. Het filter wordt door de aan de zijkant vastgeschroefde strippen in positie gehouden (pagina 14, afbeelding 1). 3.
2 Reinigen met de stofzuiger 3 Reinigen met lauwwarm waterLuchtfilter van de binnenunitReinig het luchtfilter minimaal eens per 2 weken. Verkort deze periode bij sterk vervuilde lucht.Reiniging van de filters1. Schakel de stroomtoevoer naar het apparaat uit.2. Open het luchtinlaatrooster van de afdekking en klap deze naar beneden. Het filter wordt door de aan de zijkant vastgeschroefde strippen in positie gehouden (afbeelding 1).3. Kantel het filter iets en trek het filter eruit (afbeelding 1).4. Reinig het filter met een normale stofzuiger (afbeelding 2).Draai daarvoor de verontreinigde zijde naar boven.5. U kunt verontreinigingen ook voorzichtig met lauwwarm water en een zacht reinigingsmiddel verwijderen. Draai daarvoor de verontreinigde zijde naar onder(Afbeelding 3).6. Laat het filter na gebruik van water eerst volledig in de vrije lucht drogen, voordat u deze weer in het apparaat plaatst.7.
Plaats het filter voorzichtig terug. Let er daarbij op dat deze goed aanligt.8. Sluit de afdekking zoals hierboven beschreven is in omgekeerde volgorde.Reiniging van de condenspompIn de binnenunit bevindt zich een ingebouwde condenspomp, die het ontstane condens naar een hoger gelegen afvoer pompt.De pomp is vrijwel onderhoudsvrij. Laat toch de condensleidingen regelmatig op vervuiling controleren en reinig deze indien nodig.Wordt daarnaast een externe pomp gebruikt, volg dan de verzorgings- en onderhoudsaanwijzingen in de separate bedieningshandleiding op.9. Schakel de stroomvoorziening weer in.10. Schakel het apparaat weer in. 1 Filter uitnemenREMKO MXD14
Verhelpen van storingen en serviceFunctiestoringDe apparaten en componenten worden volgens de modernste productiemethoden geproduceerd en meerdere keren op foutloze werking gecontroleerd. Als er desondanks toch storingen optreden, controleer dan de werking volgens de onderstaande lijst. Bij installaties met binnen- en buitenunit moet eveneens het hoofdstuk "Verhelpen van storingen en service" uit beide bedieningshandleidingen worden opgevolgd. Als alle controles zijn uitgevoerd en het apparaat nog steeds niet probleemloos werkt, licht dan uw gespecialiseerd bedrijf in. Storing Mogelijke oorzaak Controle OplossingHet apparaat start niet op of schakelt vanzelf uitStroomuitval, onderspanning, netzekering defect / hoofdschakelaar uitgeschakeldWerken alle andere elektrische apparaten.
Spanning controleren eventueel wachten op herinschakelingNetkabel beschadigdWerken alle andere elektrische apparaten. Reparatie door een gespecialiseerd bedrijfWachttijd na het inschakelen te kortZijn er na het herstarten ca. 5 minuten verstreken. Langere wachttijden inplannenWerktemperatuur over- / onderschredenWerken de ventilatoren van de binnen- en buitenunit. Rekening houden met temperatuurbereiken van binnen- en buitenunitOverspanningen door onweerZijn er de laatste tijd plaatselijke blikseminslagen geweest. Uitschakelen van de netzekering en opnieuw inschakelen. Controle door gespecialiseerd bedrijfStoring van de externe condenspompIs de pomp zelf door een storing uitgeschakeld. Pomp controleren evt. reinigenHet apparaat reageert niet op de afstandsbedieningZendafstand te groot/ ontvangst gestoordHoort u een pieptoon bij de binnenunit na het indrukken van een toets.
Afstand terugbrengen naar minder dan 6 m en uw positie veranderenAfstandsbediening defectWerkt het apparaat in handbediend bedrijf. Afstandsbediening vervangenOntvangst- resp. zendunit krijgt teveel zonWerkt het apparaat na het maken van schaduw. Zorgen voor schaduw bij zend- resp.
ontvangstunitElektromagnetische velden storen de overdrachtWerkt het apparaat weer normaal na uitschakelen van eventuele stoorbronnen. Geen signaaloverdracht bij gelijktijdige gebruik van storingsbronnenToets van afstandsbediening klemt / dubbele toetsbedieningVerschijnt het "Zend"- symbool in het display. Toets losmaken / één toets tegelijk indrukkenBatterijen van de afstandsbediening leegZijn er nieuwe batterijen geplaatst. Is het display onvolledig. Nieuwe batterijen plaatsenHet apparaat werkt met verminderde of zonder koel- of verwarmingscapaciteitFilter is verontreinigd / luchtinlaat-/uitstroomopening door vreemde voorwerpen geblokkeerdZijn de filters gereinigd. Filters reinigenRamen en deuren open. Warmte-/resp. koelbelasting is vergroot. Zijn er bouwkundige / toepassingsgerichte veranderingen.
Ramen en deuren sluiten / extra installaties monterenGeen koel- / verwarmingsbedrijf ingesteldVerschijnt het koelsymbool op het display. Instelling van het apparaat corrigerenLamellen van de buitenunit door vreemde voorwerpen geblokkeerdWerkt de ventilator van de buitenunit en zijn de lamellen van de warmtewisselaar vrij. Ventilator of winterregeling controleren, luchtweerstand verminderenLekkage in koudekringloopIs er rijpvorming te zien op de lamellen van de binnenunit. Laten repareren door gespecialiseerd bedrijfBuitenunit bevrorenBuitenunit controleren Is de voeler van de cassette op de buitenunit goed geplaatst. Ontdooien en de voeler op een plek monteren waar de meeste ijsafzetting isEr komt condenswater uit het apparaatAfvoerleiding van de opvangbak verstopt / beschadigdIs een ongehinderde condensafvoer gewaarborgd.
reinigen. Condens kan niet afgevoerd wordenZijn de condensleidingen vrij en met verval gelegd. Werken de condenspomp en de vlotterschakelaar. De condensleiding met verval leggen resp. reinigen. Als de vlotterschakelaar resp. de condenspomp defect zijn, deze laten vervangen. Vlotter blijft hangen of klemt door teveel vervuiling. Knipperen de LED´s van het ontvangstdeel op de binnenunit. Door gespecialiseerd bedrijf laten reinigen. 15.
Montageaanwijzingen voor vakpersoneelBelangrijke aanwijzingen voor de installatieMinimale vrije ruimteDe minimale vrije ruimte is nodig voor onderhouds- en reparatiewerkzaamheden en voor een optimale luchtverdeling. Minimale vrije ruimteAlle maten in mmVoor de inbedrijfstelling van de totale installatie moeten de gebruikshandleidingen van de binnenunit en de buitenunit worden opgevolgd. ■ Breng het apparaat in de originele verpakking zo dichtmogelijk bij demontagelocatie. Zo vermijdt utransportschade. ■ Controleer de inhoud van de verpakking op volledigheid en het apparaat op zichtbare transportschade. Meld eventuele schade onmiddellijk aan uw leverancier en de transporteur. ■ Til het apparaat op aan de hoeken en niet aan de koudemiddel- of condensaansluitingen op. ■ De koudemiddelleidingen (inspuit- en zuigleiding), kleppen en verbindingen moeten dampdiffusiedicht worden geïsoleerd.
Eventueel moet ook de condensleiding worden geïsoleerd. ■ Kies een montageplaats, die een vrije luchttoe- en -afvoer waarborgt (zie de paragraaf "Minimale vrije ruimte")■ Installeer het apparaat niet in de onmiddellijke nabijheid vanapparaten met een sterke warmtestraling. De montage in de buurt van warmtebronnen vermindert de capaciteit van het apparaat. ■ Verleg de koudemiddelleidingen van de binnen- naar de buitenunit. ■ Sluit open koude-middelleidingen tegen het binnendringen van vocht door geschikte doppen, resp. plakband en de koelmiddelleidingen niet knikken of er op drukken. ■ Gebruik alleen de meegeleverde wartels voor de koudemiddelleidingen en verwijder deze pas vlak voor het aansluiten van de koudemiddelleidingen. ■ Sluit de elektrischeaansluitingen aan volgens de geldende DIN- en VDE-bepalingen.
MontagemateriaalDe binnenunit wordt door middel van 4 in de bouw te monteren bouten op een wandframe bevestigd. Om de volledige installatie uit te kunnen voeren, moet u de meegeleverde montagematerialen gebruiken. Geschikte pluggen, ophangplaten, staalprofielen, klembeugels voor koudemiddel- en condensleidingen (resp. kabelgoten) en aansluitnippels voor de condensleiding moeten lokaal ter beschikking gesteld worden. Keuze van de installatielocatie De binnenunit is voor montage in horizontale systeemplafonds met Euroraster-afmetingen ontworpen. Deze kan echter ook worden gebruikt voor systeemplafonds met andere afmetingen. Houd rekening met de noodzakelijke montagehoogte van de apparaten. 1000100010001000Het installerenHet installeren mag alleen door geautoriseerd vakpersoneel worden gedaan.
AANWIJZINGInstallatie apparaatDe binnenunit wordt aan vier draadstangen met de afdekking naar beneden, rekening houdend met het afdekrooster en eventuele inbouwonderdelen, geïnstalleerd. 1. Markeer op basis van de afmetingen van de ingezette plafondcassette, de bevestigingspunten voor de draadstangen aan statisch geschikte delen van het gebouw boven het systeemplafond. 17.
Het apparaat is vanuit de fabriek gevuld met gedroogde stikstof voor controle oplekkages. De onder druk staande stikstof ontwijkt bij het losdraaien van de wartelmoeren. LET OP. CondensaansluitingDoor de dauwpuntonderschrijding bij het koelblok ontstaat er tijdens koelbedrijf condens. Onder het koelblok bevindt zich een opvangbak met seriematige condenspomp en vlotterschakelaar. Als de vlotterschakelaar op basis van een gebrekkige afvoer van de condens een veiligheidsuitschakeling veroorzaakt, schakelt de pomp direct in en loopt deze nog ca. drie minuten na. ■ De in het gebouw gemonteerde condensleiding moet verlegd worden met een verval van minimaal 2 %. Monteer eventueel dampdiffusiedichte isolatie. ■ Bevindt het niveau van de condensleiding op het apparaat zich boven de apparaatuitlaat, moet de leiding direct verticaal naar boven (max. zie p.
19) en daarna met verval naar de afvoer te worden ■ De condensleiding van het apparaat vrij invoeren in de afvoerleiding. Als het condens naar een afvoerleiding wordt geleid, monteer dan een sifon als stankafsluiter. ■ Bij gebruik van het apparaat bij een buitentemperatuur van minder dan 4 °C moet worden gelet op een vorstvrije plaatsing van de condensafvoer. Monteer eventueel een lintverwarming langs de leiding. ■ Na het verleggen de vrije afvoer van het condens controleren en zorgen voor een permanente lekdichtheid. Ver liggende stijgleidingGeen vervalCondensaansluiting - fout. Aansluiten van de koudemiddelleidingen De aansluiting van de koudemiddelleidingen in het gebouw gebeurt bij de MXD 200-350 in het midden van de langste zijde. Eventueel moet op de binnenunit een verloopnippel naar een grotere of kleinere diameter worden geïnstalleerd.
Deze verloopnippels worden standaard meegeleverd met de binnenunit. Na de montage moeten de verbindingen dampdiffusiedicht worden geïsoleerd. 5 Apparaat ophangenStatisch deel van het gebouw615280 ApparaatophangingRXD 260-6602.
Hang de binnenunit aan de draadstangen en breng het apparaat met de onderste moeren in een waterpasstand (afbeelding 5). 3. Houd daarbij een afstand tot het plafond van 35 mm aan. Sluit, zoals verder beschreven, de koelmiddel-, elektro- en condensleiding aan op de binnenunit. 4. Controleer nogmaals of het apparaat waterpas hangt. 5. Draai vervolgens de contramoeren aan en monteer de afdekking. REMKO MXD18.
Elektrische aansluitingVoor de apparaten moeten een netvoeding worden aangesloten op de binnenunit en een vieraderige stuurleiding worden geïnstalleerd naar de buitenunit, deze moeten voldoende afgezekerd zijn. Het elektrische installeren moet gebeuren door een gespecialiseerd bedrijf. De montage van de elektrische aansluiting moet spanningsloos gebeuren. LET OP. Voer de aansluiting uit op de volgende manier:1. Open het aanzuigrooster. 2. Maak de afdekkingen aan de rechterzijde los (afbeelding 6). 3. Maak de stuurleiding op het klemmenblok los en verwijder de stuurleiding. Klemmenstrook StuurleidingAfdekkingTrekontlastingStuurleiding van buitenunit 6 Aansluiten van het apparaat4. Sluit de in de bouw verlegde stuurleiding aan op de klemmen (zie elektrisch aansluitschema p. 20). 5. Verbind de in de bouw verlegde stuurleiding vakkundig met de meegeleverde stuurleiding. 6.
Steek de stekker van de stuurleiding aan op de betreffende stekkeraansluiting in de buitenunit. 7. Bouw het apparaat weer samen. In de leveromvang van het apparaat bevindt zich een vijf meter lange, vieraderige stuurleiding voor het verbinden van de binnenunit met de buitenunit. Binnenin de stuurleiding naar de buitenunit bevindt zich een dataleiding, die zorgt voor de communicatie tussen binnen- en buitenunit. Via deze leiding wordt het de capaciteit van de koel- resp. verwarmingscapaciteit geregeld en storingsmeldingen doorgegeven aan de binnenunit. Mocht deze lengte niet voldoende zijn, kan de stuurleiding bij de binnenunit verlengd worden. ■ We adviseren lokaal in de buurt van het apparaat een hoofd- / reparatieschakelaar te installeren. ■ De klemmenstroken van de aansluitingen bevinden zich op de achterzijde van het apparaat.
Na het installeren kunnen metingen na het verwijderen van de afdekking, aan de voorzijde gebeuren. ■ Wordt bij het apparaat een als accessoire verkrijgbare condenspomp gebruikt, is bij het gebruik van het uitschakelcontact van de pomp evt.
Functietest van bedrijfsmodus koelen1. Schakel de stroomtoevoer in. 2. Schakel het apparaat in via de afstandsbediening en kies de koelmodus, het maximale ventilatortoerental en de laagste insteltemperatuur. Inbedrijfstelling De inbedrijfstelling mag alleen door speciaal geschoold vakpersoneel en volgens de certificeringseisen uitgevoerd en gedocumenteerd worden. Voor de inbedrijfstelling van de totale installatie moeten de gebruikshandleidingen van de binnenunit en de buitenunit worden opgevolgd. OPMERKINGControleer de instelling van de DIP-schakelaars op de print, zoals afgebeeld op pagina 20. Stel indien nodig de DIP-schakelaars in voor het betreffende binnenunittype. OPMERKINGFunctietest van bedrijfsmodus verwarmen. 1. Schakel de stroomtoevoer in. 2.
Schakel het apparaat in via de afstandsbediening en kies de verwarmingsmodus, het maximale ventilatortoerental en de hoogste insteltemperatuur. Afsluitende maatregelen■ Monteer alle gedemonteerde onderdelen. ■ Geef de gebruiker instructies over het gebruik van deinstallatie. 3. Meet alle vereiste waarden, noteer deze in het inbedrijfstellingsrapport en controleer de veiligheidsfuncties. 4. Controleer de besturing van het apparaat met de in het hoofdstuk "Bediening" beschreven functies timer, temperatuurinstelling, ventilatorsnelheden en het omschakelen naar de circulatie- resp. ontvochtigingsmodus. 5. Controleer de werking van de condensleiding, door gedestilleerd water in de condensopvangbak te gieten. We raden u aan hiervoor een fles met een tuit te gebruiken, die het water in de condensopvangbak kan leiden. 3.
Meet alle vereiste waarden, noteer deze in het inbedrijfstellingsrapport en controleer de veiligheidsfuncties. 4. Controleer de besturing van het apparaat met de in het hoofdstuk "Bediening" beschreven functiestimer, temperatuurinstelling, ventilatorsnelheden. Controleer na elke ingreep in de koudekringloop de afsluitkleppen en de afsluitdoppen op lekkages. Gebruik eventueel geschikt afdichtmateriaal.
Technische wijzigingen en specificaties onder voorbehoud!AdviesVia onze intensieve training brengen we de vakkennis van onze adviseurs steeds op de nieuwste stand. Dat draagt bij tot onze reputatie meer te zijn dan een goede, betrouwbare leverancier: REMKO, een partner, die helpt bij het oplossen van problemen. De verkoopREMKO beschikt niet alleen over een goed uitgebouwd netwerk van vertegenwoordigingen in binnen- en buitenland, maar ook over hoog gekwalificeerd vakkundig personeel voor de verkoop. REMKO-medewerkers in de buitendienst zijn meer dan alleen verkoper: voor alles dienen zij voor onze klanten adviseurs te zijn in de airconditioning- en warmtetechniek.De servicedienstOnze apparaten werken nauwkeurig en betrouwbaar. Als er onverhoopt toch een storing optreedt, dan is de REMKO servicedienst snel ter plaatse.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met REMKO MXD260 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco REMKO
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco