REMKO MVT 950 DC Handleiding

REMKO Airco MVT 950 DC

Bekijk gratis de handleiding van REMKO MVT 950 DC (28 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over REMKO MVT 950 DC of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/28
Versie NL – W10
REMKO MVT
MVT 600 DC, MVT 900 DC, MVT 950 DC, MVT 1050DC
Inverter multisplit-buitenunits
Bediening · Techniek · Reserveonderdelen

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: REMKO
Categorie: Airco
Model: MVT 950 DC

Handleiding REMKO MVT 950 DC – volledige tekst

InhoudVóór het in bedrijf nemen / gebruik van dit apparaat deze gebruikshandleiding zorgvuldig lezen!!Deze handleiding maakt deel uit van het apparaat en dient steeds in directe nabijheid van de opstellocatie resp. bij het apparaat bewaard te worden.

Deze Nederlandse gebruiksaanwijzing is een verta-ling van de originele Duitse handleiding.Wijzigingen voorbehouden; we aanvaarden geen aansprakelijkheid voor drukfouten en vergissingen!Veiligheidsaanwijzingen4Milieubescherming en recycling4Garantie4Toepasselijk gebruik5Transport en verpakking 5Beschrijving van het apparaat5-6Combinaties7-8Bediening9Uit bedrijf nemen9Verzorging en onderhoud9Verhelpen van storingen en service10-11Montageaanwijzingen voor vakpersoneel12-14Installeren14-15Controle op lekkages15Elektrische aansluiting16Elektrisch schema17-18Elektrisch aansluitschema19Vóór het in bedrijf nemen20Koudemiddel bijvullen20Inbedrijfstelling20-22Afmetingen apparaat23Apparaatafbeeldingen24Reserveonderdeellijsten25Technische gegevens25-263

VeiligheidsaanwijzingenAfvoeren van de verpakkingAlle producten worden voor het transport zorgvuldig verpakt in milieuvriendelijke materialen. Lever een waardevolle bijdrage aan de vermindering van afval en het recyclen van grondstoffen en lever het verpakkingsmateriaal alleen in bij de daarvoor aangewezen inzamelplaatsen. Afvoeren van de apparaten en componentenBij de productie van de apparaten en componenten worden uitsluitend recyclebare materialen gebruikt. Draag bij aan de bescherming van het milieu, door er voor te zorgen dat apparaten of componenten (bijv. batterijen) niet in het huisvuil komen maar alleen op milieuvriendelijke wijze volgens de plaatselijk geldende voorschriften, bijv. door een erkend afvalverwerkingsbedrijf en recycling of via een inzamelpunt worden verwerkt.

GarantieVoorwaarde voor eventuele aanspraken op garantie, is dat de inkoper of zijn af-nemer tegelijk met de verkoop en het in gebruik nemen de bij het apparaat meegeleverde "Garantieoorkonde" en het inbedrijfstellingsrapport volledig ingevuld naar REMKO GmbH & Co. KG terug heeft gestuurd. De garantievoorwaarden zijn opgenomen in de "Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden". Daarnaast kunnen alleen tussen de bij de overeenkomst betrokken partijen speciale afspraken gemaakt worden. Richt u zich daarom eerst tot uw directe leverancier. Milieubescherming en recyclingLees voor u het apparaat voor het eerst gebruikt de gebruikshandlei-ding zorgvuldig door. Deze bevat nuttige tips, aanwijzingen en waarschuwingen voor de veiligheid van personen en goederen.

Het niet opvolgen van de gebruikshand-leiding kan gevaar voor personen, het milieu, de installatie en tot het verlies van mogelijke aansprakelijk-heid leiden. ■ Bewaar deze gebruikshandleiding en het koudemiddeldatablad in de buurt van het apparaat. ■ Het plaatsen en installeren van de apparaten en componenten mag alleen gebeuren door vakpersoneel.

■ Het opstellen, aansluiten en gebruik van de apparaten en componenten moet volgens de gebruiks- en bedrijfsomstandigheden uit de gebruikshandleiding en de geldende lokale voorschriften gebeuren. ■ Apparaten voor mobiel gebruik moeten veilig en verticaal op een geschikte ondergrond opgesteld worden. Apparaten voor stationair bedrijf mogen alleen in vast geïnstalleerde toestand gebruikt worden. ■ Ombouwwerkzaamheden of veranderingen aan de door REMKO geleverde apparaten zijn niet toegestaan en kunnen storingen veroorzaken. ■ De apparaten en componenten mogen niet worden gebruikt op plaatsen met verhoogd risico op beschadigingen. De minimale vrije ruimte moet worden aangehouden. ■ De elektrische voeding moet worden aangepast aan de eisen van de apparaten. ■ De veiligheid van de apparaten en componenten is alleen gegarandeerd bij het bedoeld gebruik en in volledig gemonteerde toestand.

De veiligheidsinrichtingen mogen niet worden veranderd of overbrugd. ■ De bediening van apparaten of componenten met zichtbare defecten of beschadigingen is verboden. ■ Alle behuizingonderdelen en openingen in het apparaat, bijv. luchtinlaat- en luchtuitstroomopeningen, moeten vrij zijn van vreemde voorwerpen, vloeistoffen of gassen. ■ De apparaten en componenten moeten voldoende veiligheidsafstand hebben ten opzichte van ontvlambare, explosieve, brandbare, agressieve en vervuilde zones en atmosferen. ■ Het aanraken van bepaalde onderdelen of componenten van de apparaten kan brandwonden of letsel veroorzaken. ■ Installatie-, reparatie- en onderhoudswerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door geautoriseerd vakpersoneel; visuele controles en reinigingswerkzaamheden mogen in spanningsloze toestand door de gebruiker uitgevoerd worden.

■ Bij het installeren, het repareren, het onderhouden of het reinigen van de apparaten moeten geschikte maatregelen worden genomen om de van de apparaten uitgaande gevaren voor personen te voorkomen.

De apparaten worden in een stevige transportverpakking geleverd. Controleer het apparaat direct bij de levering en noteer eventuele schade of ontbrekende onderdelen op de pakbon en informeer de transporteur en uw leverancier. Bij klachten achteraf wordt geen garantie verleend. Beschrijving van het apparaatTransport en verpakking De buitenunit dient tijdens koelbedrijf voor het afgeven van de door de binnenunit uit de te koelen ruimte opgenomen warmte aan de buitenlucht. Bij verwarmingsbedrijf kan de door de buitenunit opgenomen warmte via de binnenunit worden afgegeven aan de lucht in de te verwarmen ruimte. In beide bedrijfsmodi wordt het door de compressor te leveren capaciteit exact aangepast aan de vraag en wordt de insteltemperatuur met minimale temperatuurschommelingen geregeld.

Door deze "Inverteertechniek" wordt ten opzichte van conventionele split-systemen energie bespaard en de geluidsemissie tot een minimum gereduceerd. De buitenunit kan buiten of onder bepaalde voorwaarden binnen worden gemonteerd. De binnenunit is ontworpen voor gebruik binnen, bovenaan de wand. De bediening gebeurt via een infrarood-afstandsbediening. De buitenunit bestaat uit een kringloop met compressor, een condensor in lamellenuitvoering, drie elektronische expansiekleppen en een condensorventilator. De buitenunit is te combineren met REMKO binnenunits uit de serie MXW met de juiste koelcapaciteit (zie hoofdstuk "Combinaties"). De besturing van de koudekringloop van de buitenunit gebeurt via de regeling van de binnenunits.

Voor het gebruik van het apparaat bij lage buitentemperaturen is een thermische condensordrukregeling als winterregeling voor de besturing van het toerental van de condensorventilator ingebouwd. Vloerconsoles, wandconsoles en koudemiddelleidingen zijn verkrijgbaar als accessoires.

Schema koudekringloop buitenunit MVT 900DCTCETCETCECondensorventilatorKeerklepCondensorRegelorgaan Capillaire buisInspuitleiding AInspuitleiding BInspuitleiding CAansluitklepZuigleiding CAansluitklepZuigleiding AAansluitklepZuigleiding BCompressorToepasselijk gebruikDe apparaten dienen al naar gelang de uitvoering en uitrusting uitsluitend te worden toegepast als airconditioning om het bedrijfsmedium lucht binnen een gesloten ruimte op te warmen of af te koelen. Ander of verdergaand gebruik geldt als niet toepasselijk gebruik. Voor de hieruit voortvloeiende schade is de fabrikant / leverancier van de machine niet aansprakelijk. Het risico wordt uitsluitend door de gebruiker gedragen. Bij het toepasselijk gebruik hoort ook het inachtnemen van de bedienings- en installatie-instructies en het nakomen van de onderhoudsbepalingen. 5.

BedieningEen regelmatige verzorging, onderhoud en het opvolgen van enkele basiscondities garandeert een storingsvrij gebruik en een lange levensduur van het apparaat. Verzorging en onderhoudVóór alle werkzaamheden aan de apparaten moet de netvoeding uitgeschakeld en beveiligd worden tegen onbevoegd herinschakelen. LET OP. Tijdelijk uit bedrijf nemen1. Laat de binnenunit 2 tot 3 uur in circulatie- of koelbedrijf draaien met de maximale temperatuurinstelling, zodat het restvocht uit het apparaat wordt afgevoerd. 2. Neem de installatie met de afstandsbediening uit bedrijf. 3. Schakel de stroomtoevoer van het apparaat uit. 4. Dek het apparaat indien mogelijk af met een kunststoffolie om deze tegen weersinvloeden te beschermen. Langdurig uit bedrijf nemen Het afvoeren van de apparaten en componenten moet gebeuren volgens de lokaal geldende voorschriften, bijv.

door geautoriseerde gespecialiseerde bedrijven op het gebied van afvalverwerking en recycling of inzamelpunten. Uit bedrijf nemenVerzorging■ Houd het apparaat vrij van vuil, begroeiing en andere afzettingen. ■ Reinig het apparaat alleen met een vochtige doek. Gebruik geen water-straal. ■ Gebruik geen bijtende, schurende of oplosmiddelen bevattende reinigingmiddelen. ■ Reinig vóór het begin van een langere stilstandperiode de lamellen van de binnen- en buitenunit, terwijl de ventilator draait. Onderhoud ■ Wij raden u aan een onderhoudscontract met een jaarlijkse onderhoudsinterval met een gespecialiseerd bedrijf af te sluiten. Op deze manier is de bedrijfszekerheid van de installatie altijd gegarandeerd. TIPDe bediening van de compressor in de buitenunit gebeurt via de regeling van de stuurprint in de buitenunit.

Aard van de werkzaamheden Controle/Onderhoudg/InspectieInbedrijfstellingMaandelijksHalfjaarlijksJaarlijksAlgemeen• •Spanning en stroom controleren• •Werking compressor• •Werking ventilator controleren• •Vervuiling condensor• •Vulhoeveelheid koudemiddel controleren• •Condensafvoer controleren• •Isolatie controleren• •Bewegende delen controleren• •Lektest koudekringloop• • 1)Wettelijke voorschriften eisen een jaarlijkse lektest van de koudekringloop in relatie tot de vulhoeveelheid van het koudemiddel. De controle en het documenteren hiervan moet gebeuren door het betreffende vakpersoneel. OPMERKING1) Zie instructiesDe firma REMKO GmbH & Co. KG of haar vertegenwoordigers verwijzen u graag naar een gespecialiseerd bedrijf bij u in de buurt. Help mee bij het besparen van energie tijdens standby.

Wordt het apparaat, de installatie of de component niet gebruikt, raden we het onderbreken van de voedingsspanning aan. Componenten met een veilig-heidsfunctie zijn uitgesloten van onze aanbeveling. TIP9.

Het apparaat is volgens de modernste productiemethoden geproduceerd en meerdere keren op een probleemloze werking gecontroleerd. Als er desondanks toch storingen optreden, controleer dan de werking van het apparaat volgens de onderstaande lijst. Bij installaties met binnen- en buitenunit moet eveneens het hoofdstuk "Verhelpen van storingen en service" uit beide bedieningshandleidingen worden opgevolgd. Als alle controles zijn uitgevoerd en het apparaat nog steeds niet probleemloos werkt, licht dan uw gespecialiseerd bedrijf in. Verhelpen van storingen en serviceFunctiestoringHet apparaat werkt met verminderde resp. zonder koelcapaciteit. Verwisseling van de koudemiddel-leidingenZijn de inspuitleidingen en zuigleidingen van de kringlopen A, B en C op de juiste manier aangesloten.

Corrigeren door een gespecialiseerd bedrijfVerwisseling van de elektrische-stuurleidingenZijn de stuurleidingen van e koudemiddelleidingen van de kringlopen A, B en C op de juiste manier aangesloten. Corrigeren door een gespecialiseerd bedrijfLuchtinlaat en/of lucht-uitstroomopeningen zijn door vreemde voorwerpen geblokkeerd. Vreemde voorwerpen in de luchtinlaat- en luchtuitstroomzones. Reinig de lamellen. Luchtweerstand verminderen. Warmte- resp. windbelasting is toegenomen. Zijn er bouwkundige /toepassingsgerichte veranderingen. Verminderen van de warmte/wind-belasting door geschikte maatregelen. Geen warmteafgifte mogelijk. Werkt de ventilator van de buitenunit. Ventilator / winterregeling controleren. Lekkage in koudekringloopIs er een sterke rijpvorming zichtbaar op de grote afsluitklep. Reparatie door een gespecialiseerd bedrijf.

Netzekering vervangen Hoofdschakelaar inschakelenNetkabel beschadigdWerken alle elektrische apparaten. Reparatie door een gespecialiseerd bedrijfWachttijd na het inschakelen te kortZijn er na het herstarten ca. 5 minuut verstreken. Langere wachttijden inplannenGebruikstemperatuurbereik over- resp. onderschredenWerken de ventilatoren van de apparaten nog. Rekening houden met temperatuurbereikenTijdelijke over- resp. onderspanningLaten controleren door een gespecialiseerd bedrijfUit- en weer inschakelen van de installatieUitschakelcontact van de externe condenspomp geopendStaat de externe condenspomp van de binnenunit in "Storing". Afvoer van de condenspomp reinigenPomp laten vervangenDe zuigleiding en / of de condensor van de compressors bevrorenWarmtebelasting is toegenomenWerkt de buitenunit in duurbedrijf. Warmtebelasting verminderen evt.

Montageaanwijzingen voor vakpersoneel■ Voor het installeren van de totale installatie moeten de gebruiks-handleidingen van de binnen- en buitenunit worden opgevolgd. ■ Breng het apparaat in de originele verpakking zo dicht mogelijk bij de montagelocatie. Zo vermijdt u transportschade. ■ Controleer de inhoud van de verpakking op volledigheid en het apparaat op zichtbare transportschade. Meld eventuele schade onmiddellijk aan uw leverancier en de transporteur. ■ Til het apparaat op aan de hoeken en niet aan de koudemiddel- of condensaansluitingen op. ■ De koudemiddelleidingen (inspuit- en zuigleiding), kleppen en verbindingen moeten dampdiffusiedicht worden geïsoleerd. Eventueel moet ook de condensleiding worden geïsoleerd.

■ Kies een montageplaats, die een vrije luchttoe- en -afvoer waarborgt (zie de paragraaf “Minimale vrije ruimte”)■ Installeer het apparaat niet in de onmiddellijke nabijheid van apparaten met een sterke warmtestraling. De montage in de buurt van warmtebronnen vermindert de capaciteit van het apparaat. Belangrijke aanwijzingen voor het installerenLet beslist op de juiste combinaties en aansluitposities van elektrische- en koudemiddelleidingen. De aansluitingen van de individuele kringlopen mogen niet onderling verwisseld worden. Een verwisseling kan fatale gevolgen hebben. LET OP. Markeer de koudemiddelleidingen (inspuit- en zuigleiding) evenals de daarbij horende elektrische stuurleiding van elke binnenunit met een letter. Sluit de leidingen alleen aan op de aansluitingen die bij elkaar horen. OPMERKINGWanddoorvoeren■ Er moet een opening in de wand worden gemaakt van min.

70 mm doorsnede en 10 mm verval van binnen naar buiten per binnenunit gemaakt worden. ■ Wij raden u aan, de binnenwanden van het gat af te smeren of bijv. met een PVC-buis te bekleden, om beschadigingen aan de leidingen te voorkomen. (pagina 11, afbeelding 1). ■ Na de montage moeten de wanddoorvoeren met een geschikt afdichtmiddel worden afgesloten.

Gebruik geen cement- of kalkhoudende materialen. MontagemateriaalDe binnenunit wordt met 4 bouten met een wandframe tegen de wand of op een vloerconsole aan de vloer bevestigd. Gebruik alleen voor de toepassing goedgekeurde bevestigingsmaterialen. OPMERKINGAfhankelijk van de koelcapaciteit van de binnenunit zijn verschillende koudemiddelleidingen noodzakelijk. OPMERKING■ Open de afsluitkleppen van de koudemiddelleidingen pas na het afronden van alle installatiewerkzaamheden. ■ Sluit open koude-middelleidingen tegen het binnendringen van vocht door geschikte doppen, resp. plakband en de koelmiddelleidingen niet knikken of er op drukken. ■ Vermijdt onnodige bochten. Zo wordt het drukverlies in de koudemiddelleidingen geminimaliseerd en wordt de vrije terugstroming van de compressorolie gewaarborgd.

■ Neem speciale maatregelen voor de terugvoer van de olie als de buitenunit boven de binnenunit geplaatst is (zie paragraaf lieterugstromingsmaatregelen). ■ Is de enkele lengte van de koudemiddelleiding langer dan 5 meter, moet koudemiddel worden toegevoegd worden. De hoeveelheid bij te vullen koudemiddel kunt u vinden in het hoofdstuk «Koudemiddel bijvullen». ■ Gebruik alleen de meegeleverde wartels voor de koudemiddelleidingen en verwijder deze pas vlak voor het aansluiten van de koudemiddelleidingen. ■ Sluit de elektrische aansluitingen aan volgens de geldende DIN- en VDE-bepalingen. ■ Sluit de elektrische leidingen altijd volgens de voorschriften aan op de elektrische aansluitklemmen. Anders kan er brand ontstaan. REMKO MVT12.

StuurleidingCondensleidingInspuitleidingZuigleidingPVC-buis 1 Leidingdoorvoer door een wandKeuze van de installatielocatie De buitenunit is voor een horizontale staande montage in de buitenlucht ontworpen. De opstellocatie van het apparaat moet horizontaal, vlak en stevig zijn. Bovendien moet het apparaat worden vastgezet zodat het niet kan kantelen. De buitenunit kan zowel buiten als binnen een gebouw opgesteld worden. Bij buitenmontage moet u rekening houden met de volgende aanwijzingen ter bescherming van het apparaat tegen weersinvloeden. RegenHet apparaat moet bij plaatsing op de vloer of op een dak met minimaal 10 cm bodemvrijheid gemonteerd worden. Een vloerconsole is als accessoire verkrijgbaar. ZonDe condensor van de buitenunit is een module die warmte afgeeft. Instraling van de zon verhoogt de temperatuur van de lamellen en vermindert daardoor de warmteafvoer van de condensor.

De buitenunit moet indien mogelijk aan de noordzijde van het betreffende gebouw worden geplaatst. Indien mogelijk moeten er bouwkundige voorzieningen worden aangebracht die voor schaduw zorgen. Dit kan ook gebeuren door een kleine overkapping. De uitstroom van warme lucht mag door deze maatregelen echter niet beïnvloed worden. WindAls het apparaat op een winderige plaats wordt geïnstalleerd, let er dan op dat uitstromende warme lucht met de hoofdwindrichting mee afgevoerd wordt. Als dit niet mogelijk is moeten er bouwkundige eventueel een windscherm geplaatst worden (afbeelding 2). Let er op dat dit windscherm geen negatieve invloed heeft op de luchttoevoer naar het apparaat. Wind 2 Windscherm20 cmSneeuw 3 Minimale afstand tot sneeuwSneeuwIn gebieden met sterke sneeuwval moet het apparaat bij voorkeur tegen een wand worden geïnstalleerd. De montage moet dan min.

Opstelling binnen een gebouw■ Zorg voor voldoende warmteafvoer als het apparaat in een kelder, op het dak, in een aangrenzende ruimte of in een hal wordt geplaatst (afbeelding 4). ■ Installeer een extra ventilator met hetzelfde luchtdebiet als het in die ruimte op te stellen buitendeel en eventuele drukverliezen in de luchtkanalen kan compenseren (afbeelding 4). ■ Waarborg een continue en ongehinderde luchttoevoer van buiten, indien mogelijk door tegenover elkaar liggende, voldoende grote luchtopeningen (afbeelding 4). ■ Volg de statische en andere bouwtechnische voorschriften en bepalingen in verband met het gebouw op en zorg eventueel voor geluidsdemping. Warme luchtKoude verse luchtLicht- schachtBuitenunitWarme luchtLicht- schachtextra ventilator 4 Plaatsing binnen een gebouw13.

Minimale vrije ruimteIn de afbeeldingen hiernaast is de minimale vrije ruimte voor een storingsvrij bedrijf van de apparaten weergegeven. Deze vrije zones dienen voor een onbelemmerde luchtinlaat en luchtuitstroming, om voldoende ruimte te waarborgen voor onderhoud en voor bescherming van het apparaat tegen beschadigingen. OlieterugvoermaatregelenAls de buitenunit hoger dan de binnenunit wordt geplaatst, moeten geschikte maatregelen voor het terugvoeren van de olie worden getroffen. Dit gebeurt meestal door het maken van een olie-elleboog, die om de 2,5 meter stijging moet worden geïnstalleerd. Installeren OPMERKINGHet installeren mag alleen door geautoriseerd vakpersoneel worden gedaan. De volgende aanwijzingen hebben betrekking op het installeren van de koudekringloop en de montage van de binnen- en buitenunit. 1.

De vereiste leidingdiameters kunt u vinden in de tabel "Technische gegevens" van de buitenunit. 2. Installeer de binnenunit en sluit de koudemiddelleidingen aan volgens de gebruikshandleiding van de binnenunit. 3 Let bij de montage op de buigradius van de koudemiddelleidingen en buig een leiding nooit tweemaal op dezelfde plaats. Minimale vrije ruimte EDCALuchtuitstromingLuchtaanvoerBOlieterugvoermaatregelenBuitenunitOlie-ellebogen in de zuigleiding naar het buitendeel 1 x per 2,5 meter stijgingRadius:min. 50 mmmax. 15 mBinnenunitMVT 600 DCMVT 900 DC- 1050 DCA 100 mm 200 mmB 1200 mm 1500 mmC 600 mm 600 mmD 150 mm 150 mmE 600 mm 500 mmHierdoor kan de leiding bros worden en scheuren. 4. Gebruik voor het buigen van de koperen leidingen de juiste buiggereedschappen om het dichtknikken van de leidingen te voorkomen. 5. Monteer de koudemiddel-leidingen van de binnenunit naar de buitenunit.

Zorg voor een voldoende bevestiging en neem evt. maatregelen voor de olieterugvoer. 6. Installeer de buitenunit met het wandframe resp. met de vloerconsole aan statisch geschikte delen van het gebouw. Montageaanwijzingen van de consoles opvolgen. 7.

Zorg ervoor dat er geen contactgeluiden op delen van het gebouw overgedragen worden. Contactgeluiden kunnen door trillingsdempers worden verminderd. 8. Verwijder de in de fabriekaangebrachte beschermdoppen en wartelmoeren van de afsluitklepaansluitingen en gebruik deze bij de verdere montage. 9. Controleer voordat u de koudemiddelleidingen omflenst, de wartel-moer op de leiding aanwezig is. 10. Bewerk de verlegde koudemiddelleidingen (pagina 12, afbeelding 5+6). 11. Controleer of de flens de juiste vorm heeft (pagina 12, afbeelding 7). REMKO MVT14.

Er mag alleen gereedschap worden gebruikt, dat geschikt is voor gebruik in de koeltechniek. Buigtang, pijpsnijder, ontbramer en felsgereedschap. OPMERKINGFelsgereedschapKoudemiddelleidingOntbramer 7 Correcte flensvormControleer of de aangesloten inspuit- en zuigleidingen bij elkaar horen. Let op de lettermarkeringen. De aansluitingen van de individuele kringlopen mogen niet onderling verwisseld worden. LET OP. 12. Installeer eerst de verbindingen van de koudemiddel-leidingen met de afsluit-kleppen met de hand, om voor een goed passende aansluiting de waarborgen. 13. Bevestig daarna de koppelingen definitief met 2 steeksleutels met de juiste sleutelwijdte. Houd tijdens het vastschroeven in ieder geval met een steeksleutel tegen (afbeelding 8). 14. Voorzie ten slotte de geïnstalleerde koelmiddelleidingen, inclusief koppelingen, van een geschikte warmte-isolatie. 15.

Gebruik alleen voor het temperatuurbereik toepasbare en diffusiedichte isolatieslangen. 16. Ga bij het aansluiten van alle overige koudemiddelleidingen aan de afsluitkleppen te werk zoals hierboven beschreven. Let altijd op de markering van de bijbehorende kringlopen van inspuit- en zuigleidingen. Aanvullende aanwijzingen voor het installeren■ Bij het combineren van de buitenunit met binnenunit MXW 350 wijken de aansluitingen van de koudemiddelleidingen af. Monteer de bij de buitenunit meegeleverde meegeleverde verloopnippels op de buitenunit. ■ Is de enkele lengte van de verbindingsleidingen langer dan 5 m, dan moet bij de eerste inbedrijfstelling van de installatie koudemiddel worden bijgevuld. (zie hoofdstuk "Koudemiddel bijvullen").

Vastdraaien met 1e steeksleutelTegenhouden met 2e steeksleutel 8 Schroefkoppelingen vastdraaienAanhaal- moment:14“15-20 Nm38“32-40 Nm12“50-60 Nm58“65-75 Nm34“95-105 NmControle op lekkagesZodra alle aansluitingen gemaakt zijn, wordt het manometerstation als volgt aangesloten op de Schraderkleppen, indien aanwezig:rood = kleine klep = inspuitdrukblauw = grote klep = zuigdruk. Na het maken van alle aansluitingen wordt de lektest met droge stikstof uitgevoerd. Voor het controleren op lekkages lekzoekspray spuiten op alle aansluitingen. Als er bellen te zien zijn, dan is de aansluiting niet correct uitgevoerd. Draai dan de schroefkoppelingen strakker aan of maak eventueel een nieuwe flens aan de leiding. Na succesvolle lektest de overdruk uit de koudemiddelleidingen verwijderen en een vacuümpomp met een absolute onderdruk van min.

10 mbar aansluiten, om een luchtledige te bereiken in de leidingen. Bovendien wordt op die manier het aanwezige vocht uit de leidingen verwijderd. v 5 Ontbramen van de koudemiddelleiding 6 Omflenzen van de koudemiddelleiding15.

Elektrische aansluitingBij de apparaten MVT 600-1050 DC moet een netvoedingsaansluitleiding en de vieraderige stuurleiding (levering binnenunit) van de binnenunit naar de buitenunit verlegd worden. Wij adviseren voor de stuurleiding een leiding met een doorsnede van minimaal 1,5 mm² te gebruiken. Aansluiten van de buitenunitVóór u begint met het aansluiten moet u de volgende aanwijzingen opvolgen:■ De schakelkast moet in de buurt van de buitenunit geïnstalleerd worden. We adviseren leen hoofd- / reparatieschakelaar te gebruiken (afbeelding 9). ■ De netvoeding van de binnenunit gebeurt via de verbindingsleiding van de buitenunit. ■ De elektrische afzekering van de installatie moet gebeuren volgens de technische gegevens. Noodzakelijke doorsneden aanhouden. ■ Wordt de buitenunit op een dak gemonteerd, moet ervoor worden gezorgd dat deze tegen bliksem-inslagen wordt beschermd.

■ Markeer de elektrische stuurleiding en de daarbij horende koudemiddelleidingen van elke binnenunit met dezelfde letter. (A tot D). 9 Aansluiten van de buitenunitEr moet een vacuüm van min. 20 mbar abs. tot stand worden gebracht. LET OP. De tijdsduur voor het verkrijgen van het vacuüm is afhankelijk van het leiding-volume van de binnenunit en de lengte van de koudemiddelleidingen, de procedure duurt echter minimaal 60 minuten. Zodra de vreemde gassen en het vocht volledig uit het systeem verwijderd zijn, de kleppen van het manometerstation sluiten en de kleppen van de buitenunit openen, zoals beschreven is in het hoofdstuk "Inbedrijfstelling". Het elektrische installeren moet gebeuren door een gespecialiseerd bedrijf. De montage van de elektrische aansluiting moet spanningsloos gebeuren. LET OP.

Vóór het in bedrijf nemen Na succesvolle lek-test moet de vacuümpomp via het manometerstation op de klepaansluitingen van de buitenunit (zie hoofdstuk "Lektest") worden aangesloten en moet er een vacuüm tot stand worden gebracht. Vóór de eerste inbedrijfstelling van het apparaat en na ingrepen in de koudekringloop moeten de volgende controles worden uitgevoerd en in het inbedrijfstellingsrapport worden gedocumenteerd: ■ Controleer alle koudemiddel-leidingen en kleppen met lekzoekspray of zeepwater op lekkages en per ongeluk verwisselen van zuig- en inspuitleiding, bij stilstand van het apparaat. ■ Controleer alle koudemiddel-leidingen en isolatie op beschadigingen. ■ Controleer alle elektrische verbindingen tussen binnen- en buitenunit op de correcte polariteit. ■ Controleer alle bevestigingen, ophangingen etc. op goede bevestiging en correcte hoogte.

Inbedrijfstelling De inbedrijfstelling mag alleen door speciaal geschoold vakpersoneel uitgevoerd en gedocumenteerd worden. Voor de inbedrijfstelling van de totale installatie moeten de gebruikshandleidingen van de binnenunit en de buitenunit worden opgevolgd. OPMERKINGNadat alle onderdelen aangesloten en getest zijn, kan de installatie in gebruik genomen worden. Om de juiste werking te kunnen garanderen moet vóór het overdragen aan de gebruiker een functiecontrole worden uitgevoerd, om eventuele onregelmatigheden in de werking van het apparaat vast te stellen. Deze controle is afhankelijk van de gemonteerde binnenunit. In de gebruikshandleiding van de in bedrijf te nemen binnenunit is de werkwijze vastgelegd. Koudemiddel bijvullenHet apparaat beschikt over een basisvulling met koudemiddel.

Daarnaast moet bij koudemiddelleidingen van meer dan 5 meter enkele lengte per koudekringloop een extra vulhoeveelheid volgens de hiernaast opgenomen tabel worden bijgevuld:Let er op dat het gebruikte koudemiddel altijd in vloeibare vorm gevuld wordt. LET OP.

OPMERKINGDe vulhoeveelheid van het koudemiddel moet gecontroleerd worden op basis van de oververhitting. Draag bij de omgang met koudemiddelen altijd de betreffende beschermende kleding. LET OP. MVT 600 DC - 1050 DCEnkele leidinglengteExtra vulhoeveelheidTot en met 5 m0 g/m 0 g/m5 m tot max. 15 m per kringloop30 g/m 30 g/mREMKO MVT20.

Controleer beslist vóór de inbedrijfstelling of de aangesloten elektrische en koudemiddelleidingen bij elkaar horen. De aansluitingen van de individuele kringlopen mogen niet onderling verwisseld worden. Een verwisseling van de stuur- en koudemiddelleidingen kan fatale gevolgen hebben (schade aan de compressor). De inbedrijfstelling van de individuele kringlopen moet na elkaar gebeuren. LET OP. Functiecontrole en proefdraaienControleer de volgende punten:■ Lekdichtheid van de koelmiddel-leidingen. ■ Gelijkmatige loop van compressor en ventilator. ■ Afgifte van koude lucht bij de binnenunit en verwarmde lucht door de buitenunit tijdens koelbedrijf. ■ Functiecontrole van de binnenunit en alle programma's. ■ Controle van de oppervlakte-temperatuur van de zuigleiding en bepaal de verdamperoververhitting.

Houd de thermometer tegen de aanzuigleiding voor het meten van de temperatuur en trek de op de manometer afgelezen kookpunttemperatuur af van de gemeten temperatuur. ■ Noteer de gemeten temperaturen in het inbedrijfstellingsrapport. Functietest van bedrijfsmodus koelen1. Verwijder de afsluit-doppen van de kleppen. 2. Begin met de inbedrijf-stelling, door de afsluitkleppen van de buitenunit kort te openen, tot de manometer een druk van ca. 2 bar aangeeft. 3. Controleer de lekdichtheid van alle gemaakte aansluitingen met lekzoekspray of geschikte lekzoekapparatuur. Als u geen lekkages hebt gevonden, draai dan de afsluitkleppen met een zeskantsleutel linksom tot de aanslag open. Als u lekkages hebt geconstateerd, moet de defecte aansluiting opnieuw tot stand gebracht worden. Het opnieuw tot stand brengen van een vacuüm en een droging is daarbij verplicht. 4.

OPMERKINGDoor de inschakelvertraging loopt de compressor pas na enkele minuten aan. 8. Controleer de besturing van de binnenunit op basis van de in de gebruikshandleiding beschreven functies. Timer, temperatuurinstellingen en alle modusinstellingen. 9. Meet de oververhitting, buiten-, binnen-, uitstroom- en verdamper-temperaturen en noteer de meetgegevens in het inbedrijfstellingsrapport. Controleer na elke ingreep in de koudekringloop de afsluitkleppen en de afsluitdoppen op lekkages. Gebruik eventueel geschikt afdichtmateriaal. OPMERKINGControleer de individuele bedrijfsparameters met behulp van de display op de buitenunit, zoals op pagina 22 is beschreven en noteer deze in het inbedrijfstellingsrapport. OPMERKINGAfsluitende maatregelen■ Stel de insteltemperatuur in op de gewenste waarde met de afstandsbediening. ■ Monteer alle gedemonteerde onderdelen.

■ Geef de gebruiker instructies over het gebruik van de installatie. 7. Controleer tijdens het proefdraaien alle regel-, stuur- en veiligheidsinrichtingen op hun werking en correcte instelling. 10 Verwijder de manometer. 11. Ga bij alle andere koudekringlopen te werk zoals eerder beschreven. 21.

Functiecontrole en proefdraaienTijdens het gebruik van de installatie kunnen de bedrijfsparameters opgevraagd worden op het display van de buitenunit. De volgende parameters worden achtereenvolgens weergegeven: MVT 600 / 900 DC- Frequentie van de compressor - Bedrijfsmodus - Momentele koel- of verwarmingscapaciteit - Aantal binnenunits - Temperatuur sensor luchtinlaat verdamper - Temperatuur sensor heetgas - Stroomopname buitenunit - Openingsgraad van elektronische expansieklep nr. 1 - Openingsgraad van elektronische expansieklep nr. 2 - Openingsgraad van elektronische expansieklep nr.

REMKO MVT24Apparaatafbeelding MVT 600 DC / MVT 900 DC / MVT 950 DC / MVT 1050 DCBij reserveonderdeelbestellingen naast het EDV-nr. graag ook altijd het apparaatnr. en apparaattype (zie typeplaatje) opgeven!9312116574108Wijzigingen in de afmetingen en de constructie, door de technische doorontwikkeling, voorbehouden.Nr.

Technische wijzigingen en specificaties onder voorbehoud!REMKO INTERNATIONAL… en altijd dicht bij u in de buurt!Maak gebruik van onze ervaring en adviesAdviesVia onze intensieve training brengen we de vakkennis van onze adviseurs steeds op de nieuwste stand. Dat draagt bij tot onze reputatie meer te zijn dan een goede, betrouwbare leverancier: REMKO, een partner, die helpt bij het oplossen van problemen.De verkoopREMKO beschikt niet alleen over een goed uitgebouwd netwerk van vertegenwoordigingen in binnen- en buitenland, maar ook over hoog gekwalificeerd vakkundig personeel voor de verkoop. REMKO-medewerkers in de buitendienst zijn meer dan alleen verkoper: voor alles dienen zij voor onze klanten adviseurs te zijn in de airconditioning- en warmtetechniek. De servicedienstOnze apparaten werken nauwkeurig en betrouwbaar.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met REMKO MVT 950 DC stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden