REMKO MKT 251 S-Line Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van REMKO MKT 251 S-Line (28 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 51 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over REMKO MKT 251 S-Line of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | REMKO |
| Categorie: | Airco |
| Model: | MKT 251 S-Line |
| Kleur van het product: | Zilver |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Timer: | Ja |
| Gewicht: | 33000 g |
| Breedte: | 435 mm |
| Diepte: | 430 mm |
| Hoogte: | 770 mm |
| Geluidsniveau: | 62 dB |
| Soort: | Mobiele airconditioner uit één stuk |
| Aantal snelheden: | 3 |
| Geschikt voor ruimtes tot: | 80 m² |
| Koelend medium: | R410A |
| Automatisch uitschakelen: | Ja |
| Type timer: | Digitaal |
| Air conditioner functies: | Cooling, Dehumidifying |
| Jaarlijks energieverbruik (koelen): | - kWu |
| Energie-efficiëntieklasse (koeling): | A |
| Slang diameter: | 150 mm |
| Lengte van slang: | 1.5 m |
| Koelcapaciteit in watt (opgegeven): | - W |
| Energieverbruik per uur (koeling): | 1 kWu |
| Energieverbruik per uur (verwarming): | - kWu |
| Ontvochtiging capaciteit: | 1.6 L/u |
| Luchtstroom (hoge snelheid): | 320 m³/uur |
| Koelcapaciteit (max): | - BTU/h |
| Koel capaciteit in watt (max): | 2600 W |
| Koeling energie efficientie: | 2.6 |
| AC-ingangsspanning: | 230 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
| Koelkast medium gewicht: | 580 g |
| Type beeldscherm: | LED |
Handleiding REMKO MKT 251 S-Line – volledige tekst
Montage- en gebruikershandleiding (vertaling van het origi-neel)Vóór het in bedrijf nemen / gebruik van dit apparaat dezeinstallatiehandleiding zorgvuldig lezen!!Deze handleiding maakt deel uit van het apparaat en dientsteeds in directe nabijheid van de opstellocatie resp. bij hetapparaat bewaard te worden.Wijzigingen voorbehouden; we aanvaarden geen aansprakelijkheidvoor drukfouten en vergissingen!
Inhoudsopgave1 Veiligheids- en gebruiksinstructies 4. 1. 1 Algemene veiligheidsvoorschriften. 41. 2 Markering van instructies. 41. 3 Kwalificaties van het personeel. 41. 4 Gevaren bij het niet-opvolgen van de veiligheidsvoorschriften. 41. 5 Veiligheidsbewust werken. 51. 6 Veiligheidsvoorschriften voor de exploitant. 51. 7 Veiligheidsvoorschriften voor montage-, onderhouds- en inspectiewerkzaamheden. 51. 8 Zelfstandige ombouw en veranderingen. 51. 9 Toepasselijk gebruik. 61. 10 Garantie. 61. 11 Transport en verpakking. 61. 12 Milieubescherming en recycling. 62 Technische gegevens 7. 2. 1 Apparaatgegevens. 73 Opbouw en werking 8. 4Bediening 9. 5 Montage en installatie 11. 6 Elektrische aansluiting 15. 7 Inbedrijfstelling 16. 8 Verhelpen van storingen en klantenservice 17. 9 Reiniging en onderhoud 19. 10 Uit bedrijf nemen 20. 11 Illustratie van het apparaat en onderdelenlijsten 21. 11.
1 Veiligheids- engebruiksinstructies1. 1 Algemene veiligheidsvoor-schriftenLees de handleiding voor het eerste gebruik vanhet apparaat zorgvuldig door. Deze bevat nuttigetips, instructies en waarschuwingen voor de veilig-heid van personen en goederen. Het niet opvolgenvan de gebruikshandleiding kan gevaar voor per-sonen, het milieu, de installatie en tot het verliesvan mogelijke aansprakelijkheid leiden. Bewaar deze gebruikshandleiding en het koelmid-delgegevensblad in de buurt van het apparaat. 1. 2 Markering van instructiesDeze paragraaf geeft een samenvatting van allebelangrijke veiligheidsaspecten voor een optimalepersoonlijke bescherming en voor een veilig enstoringvrij bedrijf. De in deze handleiding gegeven instructies en vei-ligheidsvoorschriften dienen opgevolgd te worden,zodat ongelukken, persoonlijk letsel en beschadi-gingen worden vermeden.
Direct aan de apparatenaangebrachte instructies dienen absoluut teworden opgevolgd en in goed leesbare toestand teworden gehouden. Veiligheidsvoorschriften zijn in deze handleidinggemarkeerd door bepaalde symbolen. Verderbeginnen de veiligheidsvoorschriften met bepaaldesignaalwoorden die de aard van de risico's aan-geven. GEVAAR. Bij het aanraken van spanningvoerende delenbestaat direct levensgevaar door een stroom-stoot. Beschadiging van de isolatie of van com-ponenten kan levensgevaarlijk zijn. GEVAAR. Deze combinatie van symbool en signaalwoordwijst op een direct gevaarlijke situatie die dedood of zwaar letsel tot gevolg heeft, als dezesituatie niet wordt gemeden. WAARSCHUWING. Deze combinatie van symbool en signaalwoordwijst op een mogelijk gevaarlijke situatie die dedood of zwaar letsel tot gevolg kan hebben, alsdeze situatie niet wordt gemeden. VOORZICHTIG.
Deze combinatie van symbool en signaalwoordwijst op een mogelijk gevaarlijke situatie diegering of licht letsel tot gevolg kan hebben endie materiële schade of aantasting van hetmilieu kan veroorzaken, als deze situatie nietwordt gemeden. AANWIJZING.
Deze combinatie van symbool en signaalwoordwijst op een mogelijk gevaarlijke situatie diemateriële schade of aantasting van het milieukan veroorzaken, als deze situatie niet wordtgemeden. Met dit symbool wordt gewezen op nuttige tips,adviezen en informatie over hoe een efficiënten storingsvrij bedrijf gewaarborgd kan worden. 1. 3 Kwalificaties van het personeelHet personeel voor de inbedrijfstelling, bediening,het onderhoud, de inspectie en de montage dientover de betreffende kwalificaties voor deze werk-zaamheden te beschikken. 1. 4 Gevaren bij het niet-opvolgenvan de veiligheidsvoorschriftenHet niet opvolgen van de veiligheidsvoorschriftenkan zowel gevaar voor personen opleveren alsvoor het milieu en voor apparatuur. Het niet-opvolgen van de veiligheidsvoorschriften kanleiden tot het verlies van iedere aanspraak opschadevergoeding.
nHet uitvallen van belangrijke functies van deapparatuur. nHet feit dat voorgeschreven methodes betref-fende normaal en technisch onderhoud nietwerken. nHet in gevaar brengen van personen door elek-trische en mechanische effecten. 1. 5 Veiligheidsbewust werkenDe in deze handleiding vermelde veiligheidsin-structies, de bestaande nationale voorschriften tervoorkoming van ongevallen evenals eventueleinterne arbeids-, bedrijfs- en veiligheidsvoor-schriften van het bedrijf moeten in acht wordengenomen. 1. 6 Veiligheidsvoorschriften voorde exploitantDe veiligheid van de apparaten en componenten isalleen gegarandeerd bij het bedoeld gebruik en involledig gemonteerde toestand. nHet plaatsen, installeren en onderhouden vande apparaten en componenten mag alleengebeuren door vakpersoneel.
nEventueel aanwezige aanraakbescherming(rooster) voor bewegende delen mag nietworden verwijderd bij een apparaat dat inbedrijf is. nDe bediening van apparaten of componentenmet zichtbare defecten of beschadigingen isverboden. nHet aanraken van bepaalde onderdelen ofcomponenten van de apparaten kan brand-wonden of letsel veroorzaken. nDe apparaten of componenten mogen nietworden blootgesteld aan mechanische belas-ting, extreme vochtigheid of extreme tempera-turen. nRuimten waarin koudemiddel kan lekken vol-doende te laden en te ventileren. Andersbestaat er gevaar voor verstikking. nAlle delen van de behuizing en openingen, bijv. luchtin- en uitgangen, moeten vrij zijn vanvreemde voorwerpen, vloeistoffen of gassen. nDe apparaten mogen niet worden gebruikt ineen sterk stof- /resp. chloorhoudende omge-ving of in stallen met ammoniakhoudendeatmosfeer.
Een gebruik gedurende het hele jaarwordt niet geadviseerd. nLaat het apparaat niet gedurende langereperiodes zonder toezicht. 1. 7 Veiligheidsvoorschriften voormontage-, onderhouds- eninspectiewerkzaamhedennBij het installeren, het repareren, het onder-houden of het reinigen van de apparatenmoeten geschikte maatregelen wordengenomen om de van de apparaten uitgaandegevaren voor personen te voorkomen. nHet opstellen, aansluiten en gebruik van deapparaten en componenten moet volgens degebruiks- en bedrijfsomstandigheden uit degebruikshandleiding en de geldende lokalevoorschriften gebeuren. nMen dient zich aan de regionale verordeningenen wetten te houden, zoals de wet op dewaterhuishouding. nDe elektrische voeding moet worden aange-past aan de eisen van de apparaten. nDe apparaten mogen uitsluitend op die puntenworden bevestigd die de fabrikant hiervoorheeft voorzien.
De apparaten mogen uitslui-tend aan constructies of wanden of op vloerenworden bevestigd of geplaatst die deze belas-ting kunnen dragen. nApparaten voor mobiel gebruik moeten veiligen verticaal op een geschikte ondergrondopgesteld worden. Apparaten voor stationairbedrijf mogen alleen in vast geïnstalleerde toe-stand gebruikt worden. nDe apparaten en componenten mogen nietworden gebruikt op plaatsen met verhoogdrisico op beschadigingen. De minimale vrijeruimte moet worden aangehouden. nDe apparaten en componenten moeten vol-doende veiligheidsafstand hebben ten opzichtevan ontvlambare, explosieve, brandbare,agressieve en vervuilde zones en atmosferen. nVeiligheidsinrichtingen moeten niet wordengewijzigd of omzeild. 1. 8 Zelfstandige ombouw enveranderingenHet ombouwen of wijzigen van de apparaten ofcomponenten is niet toegestaan en kan storingenveroorzaken.
1. 9 Toepasselijk gebruikDe apparaten dienen al naar gelang de uitvoeringen uitrusting uitsluitend te worden toegepast alsairconditioning om het bedrijfsmedium lucht binneneen gesloten ruimte op te warmen of af te koelen. Ander of verdergaand gebruik geldt als niet toe-passelijk gebruik. Voor de hieruit voortvloeiendeschade is de fabrikant / leverancier van demachine niet aansprakelijk. Het risico wordt uitslui-tend door de gebruiker gedragen. Bij het toepasse-lijk gebruik hoort ook het inachtnemen van debedienings- en installatie-instructies en hetnakomen van de onderhoudsbepalingen. De in de technische specificaties opgegevengrenswaarden mogen in geen geval worden over-schreden. 1.
10 GarantieVoorwaarde voor eventuele aanspraken opgarantie is, dat de inkoper of zijn afnemer tegelijkmet de verkoop en het in gebruik nemen, de bij hetapparaat meegeleverde "Garantieoorkonde" vol-ledig ingevuld naar REMKO GmbH & Co. KGteruggestuurd heeft. De garantievoorwaarden zijnopgenomen in de "Algemene verkoop- en leve-ringsvoorwaarden". Daarnaast kunnen alleentussen de bij de overeenkomst betrokken partijenspeciale afspraken gemaakt worden. Neemdaarom eerst contact op met uw directe handels-partner. 1. 11 Transport en verpakkingDe apparaten worden in een stevige transportver-pakking geleverd. Controleer het apparaat directbij de levering en noteer eventuele schade of ont-brekende onderdelen op de pakbon en informeerde transporteur en uw leverancier. Bij klachtenachteraf wordt geen garantie verleend. WAARSCHUWING. Plastic folie en tassen etc. zijn gevaarlijkspeelgoed voor kinderen.
Daarom:- Verpakkingsmateriaal kan niet worden onzorg-vuldig. - Verpakking mag niet toegankelijk zijn voor kin-deren. 1. 12 Milieubescherming enrecyclingAfvoeren van de verpakkingAlle producten worden voor het transport zorg-vuldig verpakt in milieuvriendelijke materialen.
Lever een waardevolle bijdrage aan de verminde-ring van afval en het recyclen van grondstoffen enlever het verpakkingsmateriaal alleen in bij dedaarvoor aangewezen inzamelplaatsen. Afvoeren van de apparaten en componentenBij de productie van de apparaten en compo-nenten worden uitsluitend recyclebare materialengebruikt. Draag bij aan de bescherming van hetmilieu, door er voor te zorgen dat apparaten ofcomponenten (bijv. batterijen) niet in het huisvuilkomen maar alleen op milieuvriendelijke wijze vol-gens de plaatselijk geldende voorschriften, bijv. door een erkend afvalverwerkingsbedrijf en recyc-ling of via een inzamelpunt worden verwerkt. REMKO MKT 6.
3 Opbouw en werkingBeschrijving van het apparaatDe lokale airco is uitermate geschikt voor een fle-xibel gebruik.De lokale airco bestaat uit een apparaat om binnenop de grond te zetten en een luchtafvoerslang omde warmte af te voeren. Het binnentoestel neemtde warmte die zich in de te koelen ruimte bevindtop in de verdamper (warmtewisselaar) en staatdeze af aan de interne koelkring. Deze voert dewarmte via een volgende warmtewisselaar (con-densor) door middel van de flexibele luchtafvoers-lang weer naar buiten af.Het in koelbedrijf gevormde condensaat wordt doormiddel van een in het apparaat aanwezige con-densaatpomp continu via de condensor geleid, diehet condensaat verdampt en via de luchtafvoers-lang weer naar buiten leidt.Het apparaat filtert en ontvochtigt de lucht encreëert op deze wijze een aangenaam binnenkli-maat.
4 BedieningDe bediening kan plaatsvinden via het op het apparaat voorziene bedieningspaneel of via de standaardvoorziene infrarood-afstandsbediening. De functiebediening van de toetsen is onderling gelijk, terwijl debenamingen verschillen kunnen vertonen. Voor de ingebruikname van de infrarood-afstandsbedieningmoeten de batterijen correct worden aangebracht.9110 1112 13142 3 4 5 678Afb.
3: BedieningspaneelLegenda1 Toets Aan/Uit „Power“2 Toets bedrijfsmodus "MODE"3 Toets ventilator „Fan Speed“4 Toets tijdklok „Timer“5+6 toetsenTemperatuur-/tijdinstelling„Timer/Temp Adjust“:5 hoger, 6 lager7 Display8 Rode storingsled:reservoir volEen akoestisch en een optisch signaal geven aan,dat de vlotterschakelaar van het interne reservoirde werking van het apparaat heeft uitgeschakeld.Het akoestische signaal verstomt na korte tijd, deled blijft actief.9 Led-weergave bedrijfsmodusGroen: koelen „Cool“ Oranje: ontvochtigen „Dehu-midify“ Geel: ventileren „Fan“10 Oranje led-weergaveVentilatorstand, met een hoog/gemiddeld/laag ven-tilatortoerental „High“/„Med“/„Low“11 Groene led-weergaveVertraging „Timer“12 Groene led-weergaveOmgevingstemperatuur „Room Temp“(wanneer deze LED brandt, wordt op het display(7) de actuele omgevingstemperatuur weerge-geven)13 Groene led-weergaveIngestelde temperatuur „Set Temp“14 Infrarood-ontvanger15 Omschakeltoets „°C/°F“(alleen op de afstandsbediening)16 Infrarood-zender(alleen op de afstandsbediening) 9
Vertraging „Timer“Met de timer kan het apparaat automatisch in- ofuitgeschakeld worden. Hiertoe wordt de in- resp. uitschakelvertraging geprogrammeerd. Automatisch inschakelen1. Het apparaat met de toets „Power“ 1 inscha-kelen. 2. De bedrijfsmodus kiezen en alle instellingenvoor de gewenste bedrijfsmodus uitvoeren. 3. Het apparaat met de toets „Power“ 1 uit-schakelen. 4. Op de toets „Timer“ 4 drukken. 5. De tijd met de toets „Timer/Temp. Adjust“ 5/6 instellen. Er kunnen alleen hele urenworden ingevoerd. 6. De led 11 knippert. Automatisch uitschakelen1. Het apparaat werkt in de eerder ingesteldebedrijfsmodus. 2. Op de toets „Timer“ 4 drukken. 3. De resterende looptijd met de toets „Timer/Temp. Adjust“ 5/6 instellen. Er kunnenalleen hele uren ingevoerd worden. 4. De led 11 brandt. 5. Het apparaat schakelt automatisch op deingestelde tijd uit. AANWIJZING.
Er ontstaat een aangename kamertemperatuur ,wanneer de gewenste normtemperatuur maxi-maal 4 tot 7 °C onder de buitentemperatuurgekozen wordt. Help mee bij het besparen van energie tijdensstandby. Wordt het apparaat, de installatie of decomponent niet gebruikt, raden we het onder -breken van de voedingsspanning aan. Compo-nenten met een veiligheidsfunctie zijn uitge-sloten van onze aanbeveling. 5 Montage en installatieMontagehandleiding en aanwijzingen voor hetopstellen van het apparaatHet apparaat wordt op de gewenste plaats opge-steld, met de uitgangszijde naar de te koelenruimte gericht. Let bij het opstellen op de volgendeaanwijzingen:nLaat het apparaat na het uitpakken minstens 5minuten op de transportwieltjes staan, voordatu het inschakelt. nZet het apparaat stabiel neer op een egale enstevige ondergrond. Bij bodemoneffenhedenkunnen trillingen en storende geluidenoptreden. Afb.
Sluit bij direct zonlicht bovendien de gordijnenen rolluiken en houdt tijdens het gebruik deramen en deuren gesloten.Afvoeren van de warme afvoerlucht AANWIJZING!De luchtafvoerslang moet altijd stijgend in deluchtrichting gelegd worden en mag niet wordenverlengd!In koelbedrijf produceert het apparaat vochtig-warme afvoerlucht die uit de te koelen ruimte afge-voerd moet worden. Om die reden is het noodza-kelijk, de meegeleverde luchtafvoerslang op deuitlaatopening aan de achterkant van het apparaataan te brengen.nLet erop dat de vergrendelingen van de lucht-afvoerslang goed in de beide openingen vande aansluitopening vastzitten. Leg de luchtaf-voerslang niet in nauwe bochten en knik deslang niet om een effectieve werking van hetapparaat te waarborgen en om daardoormogelijke schade aan luchtgeleidende compo-nenten te voorkomen!Afb.
9: Laat de slang vastklikkennDe afvoerlucht van het apparaat bevat eenbepaalde hoeveelheid vocht. Om die reden ishet aan te bevelen, de afvoerlucht naar buitentoe af te voeren.Varianten van de afvoerluchtgeleidingDe afvoerlucht kan als volgt uit het gebouw geleidworden:Via een plat mondstukHet meegeleverde platte mondstuk kan op ver-schillende manieren gebruikt worden. De mogelijk-heid bestaat om het vlakke mondstuk door hetgeopende raam te leiden en met klittenband enzuignap te bevestigen (Afb. 10). Ook kan het plattemondstuk in het gekantelde raam gehangenworden (Afb. 11). REMKO MKT 12
Via een wanddoorvoerDe meegeleverde slang wordt aan een wanddoor-voer vastgemaakt. Een passende doorvoer is alsaccessoire verkrijgbaar (Afb. 12).Afb. 10: Afvoerlucht bij een geopend raamAfb. 11: Afvoerlucht bij een gekanteld raamAfb. 12: Wanddoorvoer AANWIJZING!Onder bepaalde omstandigheden kan er bij hetafvoeren via een vast aangesloten luchtafvoers-lang, b.v. door gesloten deuren of ramen onder-druk in de plaatsingsruimte ontstaan. Mocht omdie reden het vermogen van het apparaat ver-minderen, dan moet voor drukegalisatiegezorgd worden (zorg eventueel voor een in hetgebouw aanwezige ventilatie). 13
7 InbedrijfstellingVóór inbedrijfstelling moet u altijd controleren of deluchtinlaat- en luchtuitlaatopeningen niet vuil zijnen het luchtinlaatfilter niet verontreinigd is. Ver-stopte of vervuilde roosters en filters moeten directworden gereinigd, zie het hoofdstuk "Reinigen enonderhoud".Bedrijfsmodus Koelen1. Schakel het apparaat in met behulp van detoets „POWER“.2. Kies met de toets „MODE“ de bedrijfsmodusKoelen. De led „COOL“ moet branden.3. Stel met de toetsen „TIMER/TEMP/ADJUST“ de gewenste normtemperatuur in.Op het display wordt de gekozen normtem-peratuur weergegeven. Mocht de ingesteldeventilatorstand te groot of te klein zijn, dankan met de toets „FAN SPEED“ de gewensteventilatorstand ingesteld worden.Bedrijfsmodus Luchtcirculatie1. Schakel het apparaat in met behulp van detoets „POWER“.2. Kies met de toets „FAN SPEED“ de bedrijfs-modus Ventileren.
8 Verhelpen van storingen en klantenserviceHet apparaat is volgens de modernste productiemethoden geproduceerd en meerdere keren op een pro-bleemloze werking gecontroleerd. Als er desondanks toch storingen optreden, controleer dan de werkingvan het apparaat volgens de onderstaande lijst. Als alle controles zijn uitgevoerd en het apparaat nog steedsniet probleemloos werkt, neem dan contact op met het servicepunt bij u in de buurt.FunctiestoringFoutbeschrijving Oorzaak VerhelpenHet apparaat werkt niet, het bedie-ningspaneel blijft donkerNetspanning Zorg ervoor, dat er netspanning aanwezigis (zekering)Uitval van de voe-dingsspanningSpanning controleren en evt.
wachten opherinschakelenNetzekering of bestu-ringszekering isdefectVervangenNetstekker niet in hetstopcontactBreng de netstekker aan in het stopcon-tactVoedingskabel defect De voedingskabel op schade controlerenHet apparaat werkt met verminderdeventilatiecapaciteitAfvoerlucht- of uit-gangsopeningen zijnverontreinigd resp.door vreemde voor-werpen geblokkeerdDe openingen reinigen en de vreemdevoorwerpen verwijderenFilter is vuil Filter schoonmaken volgens de aanwij-zingenKoelbelasting van deruimte is te grootWarmtebelasting verminderenHet apparaat werkt niet, led-weergaveVertraging „Timer“ knippertVertraging „Timer“ Deze is geprogrammeerd, wis de timerin-stelling.Het apparaat werkt niet, op het dis-play wordt „E1“/„H1“ weergegevenKamertemperatuur Deze ligt buiten de bedrijfsgrenzen van 16tot 35 °C. Wachten tot de omgevingstem-peratuur in het werkbereik ligt (verminderevt.
het directe zonlicht en sluit venstersen deuren).Het apparaat schakelt automatisch uit,de storingsled knippert en er klinkteen signaal (reservoir vol)Reservoir vol Om het reservoir te legen als volgt te werkgaan:1. Het apparaat uitschakelen, de net-stekker uit het stopcontact trekken.2. Zet een platte bak onder het conden-saatafvoerstuk en maak de stop los.3. Nadat het condenswater weggelopen is,de stop er weer stevig insteken. 17
Foutbeschrijving Oorzaak VerhelpenHet apparaat koelt niet goed Led-weergave Koelen De led Koelen „COOL“ moet brandenRamen, deuren, rol-luiken en gordijnenSluitenLuchtafvoerslang Moet correct zijn aangebracht. De slang mag nietgeknikt zijn, dalen of in een te nauwe bochtliggen.Luchttoevoer en luchtaf-voerDeze mag niet door vreemde voorwerpen belem-merd worden (let op de minimale vrije ruimtes)LuchtgeleidendelamellenDeze moeten vrij van vuil of vreemde voor-werpen zijnNormtemperatuur-instellingDeze mag niet te hoog zijn ingesteld (bedrijfs-grenzen van het apparaat +16 tot +35 °C).Het apparaat reageert nietop de afstandsbedieningAfstandsbediening Tussen de afstandsbediening en het apparaatmogen zich geen voorwerpen bevinden(reikwijdte ca.
9 Reiniging en onderhoudEen regelmatige verzorging en het opvolgen vanenkele basisvoorwaarden, garandeert een sto-ringsvrij gebruik en een lange levensduur van hetapparaat. GEVAAR. Vóór alle werkzaamheden aan het apparaatmoet de netvoeding worden uitgeschakeld enbeveiligd tegen onbevoegd herinschakelen. 1Afb. 15: Verwijderen van het filter1: FilternReinig de apparaten alleen met een vochtigedoek. Gebruik geen waterstraal. nGebruik geen bijtende, schurende of oplosmid-delhoudende reinigingsmiddelen. nGebruik ook bij extreme vervuiling alleengeschikte reinigingsmiddelen. nLet erop dat er geen vocht in het apparaatkomt. Reinig de afvoer- en uitlaatopeningenregelmatig. Doe dit grondig. Deze raken door-gaans het eerst vervuild AANWIJZING. Controleer evt. de vervuilingsgraad van dewarmtewisselaarlamellen. nReinig periodiek de luchtfilters van de binnen-unit.
Doe dit vaker als dat nodig mocht zijn. nWij raden aan om een onderhoudscontract afte sluiten met een gespecialiseerde firma. Op deze manier is de bedrijfszekerheid van deinstallatie altijd gegarandeerd. FilterreinigingHet apparaat beschikt over een luchtfilter. Dit kanaan de achterzijde uitgetrokken worden. Het filtermoet periodiek gereinigd worden. Reinig het lucht-filter minimaal om de 100 uur. Verkort de inter-vallen bij sterk verontreinigde lucht. Ga voor het reinigen als volgt te werk:1. Schakel het apparaat uit en neem de stekkeruit het stopcontact. 2. Trek het filter uit het apparaat (Afb. 15)3. Verwijder het stof van het filter. Bij lichte ver-ontreiniging kunt u eventueel gebruik makenvan een stofzuiger. (Afb. 16)4. Maak het filter voorzichtig schoon in lauw-warm water als het erg vuil is. (Afb. 17)5. Laat vervolgens het filter in de vrije luchtdrogen. 6.
Plaats het filter opnieuw in het apparaat. 7. Let erop dat het filter droog en onbeschadigdis. AANWIJZING. Gebruik de binnenunit nooit zonder origineelfilter.
Afb. 17: Reinigen met lauwwarm water10 Uit bedrijf nemen AANWIJZING!Schakel het werkende apparaat nooit uit doorhet uit het stopcontact trekken van de net-stekker.Tijdelijk uit bedrijf nemenIndien het apparaat langere tijd buiten bedrijfgesteld moet worden, bijvoorbeeld 's winters, moetu als volgt te werk gaan:1. Laat het apparaat circa 2 uur in de luchtcircu-latiemodus draaien om het oppervlak van deverdamperlamellen te drogen. Het reste-rende vocht wordt dan uit het apparaat ver-wijderd en u voorkomt zo onaangenamegeurtjes bij de heringebruikname.2. Schakel het apparaat uit met de toets"POWER", trek de stekker uit het stopcontacten wikkel de voedingskabel op. Let erop datde kabel niet wordt geknikt of te strak wordtopgerold.3. Plaats een geschikte opvangbak onder decondensafvoer van het interne reservoir.
Decondensafvoer bevindt zich aan de onder-zijde aan de achterkant van het apparaat.4. Trek de stop uit de condensafvoer en vanghet condenswater op dat wegstroomt.5. Plaats vervolgens de stop weer terug. Als destop niet of niet goed wordt teruggeplaatst,zal er condenswater weglopen na de herin-gebruikname.6. Bewaar het apparaat rechtop op een koele,droge en stofvrije locatie zonder direct zon-licht. Bescherm het apparaat eventueel tegenstof door middel van een kunststof kap.Afdanken van de apparatuurHet afdanken van het volledige systeem kan ommilieuredenen uitsluitend door een gespeciali-seerde firma uitgevoerd worden. De firma REMKOGmbH & Co. KG of haar vertegenwoordigers ver-wijzen u graag naar een gespecialiseerd bedrijf biju in de buurt. REMKO MKT 20
11.2 ReserveonderdelenlijstNeem rechtstreeks contact op met REMKO GmbH & Co. KG voor de bestelling van reserveonderdelen.Alle onderdeelnummers van het apparaat kunt u downloaden vanaf www.remko.de. BELANGRIJK!Voor het waarborgen van een correcte levering van de reserveonderdelen, altijd het apparaattype en hetbetreffende serienummer (zie typeplaatje) opgeven.Nr.
Nr. Omschrijving MKT 251 MKT 251 30 AansluitstukOp aanvraag onder vermelding van het serie-nummer31 Raammondstuk32 Condensaatafvoerstuk met stop33 Afstandsbediening Luchtafvoerslang compl. (nr. 29; 30; 31) Reserveonderdelen niet afgebeeld Sensor circulatie Op aanvraag onder vermelding van het serie-nummer Accessoires Wanddoorvoer 1613115 1613115 23
Het adviesVia onze intensieve training brengen we de vakkennis van onze adviseurs steeds op de nieuwste stand. Dit heeft ons de reputatie opgeleverd, meer te zijn dan een goede, betrouwbare leverancier: REMKO, een partner, die helpt bij het oplossen van problemen. De verkoopREMKO beschikt niet alleen over een goed uitgebouwd netwerk van vertegenwoordigingen in binnen- en buitenland, maar ook over hoog gekwalificeerd vakkundig personeel voor de verkoop. REMKO-medewerkers in de buitendienst zijn meer dan alleen verkoper: voor alles dienen zij voor onze klanten adviseurs te zijn in de airconditioning- en warmtetechniek. De servicedienstOnze apparaten werken nauwkeurig en betrouwbaar. Als er onverhoopt toch een storing optreedt, dan is de REMKO servicedienst snel ter plaatse.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met REMKO MKT 251 S-Line stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco REMKO
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco