Remeha HMI Gas 610 ECO PRO - Bedieningspaneel Handleiding


Pagina's 36 Nederlands Verwarmingsketel

Bekijk de handleiding van Remeha HMI Gas 610 ECO PRO - Bedieningspaneel gratis online of download de PDF. Deze handleiding is 35 keer bekeken. Vraag over dit model? Stel een vraag

België
NL
Bedieningspaneel
HMI Gas 310/610 ECO PRO
Installatie-,
gebruikers- en
servicehandleiding
125483-01

Beoordeel deze handleiding


Foutcodes Remeha HMI Gas 610 ECO PRO - Bedieningspaneel

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing Pagina
5v[17 Configuratiefout of default parametertabel niet in orde. Parameterfout in de PCU print. Vervang PCU print. 27
5v[18 Configuratiefout of PSU print niet herkend. Verkeerde PCU print voor deze ketel. Vervang PCU print. 27
5v[19 Configuratiefout of parameters df-dV onbekend. Parameterfout. df en dV opnieuw instellen. 27
5v[20 Configuratieprocedure actief. Kort actief na inschakelen van de ketel. Geen actie. 27
5v[21 Communicatiefout met de SU print. Slechte verbinding. Controleer of de SU print juist in de connector op de PCU print is geplaatst. 27
5v[22 Vlamwegval tijdens bedrijf. Geen ionisatiestroom. Ontlucht de gasleiding. Controleer of de gaskraan goed geopend is. Controleer de gasaanvoerdruk. Controleer correcte werking en afstelling van het gasblok. Controleer luchttoevoer en rookgasafvoer op verstopping. Controleer op rookgasrecirculatie. 27
5v[24 Gaslekcontrole fout. Slechte verbinding, defect gasblok of defecte gaslekcontrole VPS. Controleer de bedrading. Vervang het gasblok. Vervang gaslekcontrole VPS. 27
5v[25 Interne fout SU print. Vervang SU print. 27
e[00 Parameter storage unit PSU niet gevonden. Slechte verbinding. Controleer de bedrading. 28
e[01 Veiligheidsparameters niet in orde. Slechte verbinding of defecte PSU. Controleer de bedrading. Vervang de PSU. 28
e[02 Aanvoertemperatuursensor kortgesloten. Slechte verbinding, sensor niet of slecht aangesloten of defecte sensor. Controleer de bedrading. Controleer de goede werking van de sensoren. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Vervang de sensor indien nodig. 28
e[03 Aanvoertemperatuursensor open. Slechte verbinding, sensor niet of slecht aangesloten of defecte sensor. Controleer de bedrading. Controleer de goede werking van de sensoren. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Vervang de sensor indien nodig. 28
e[04 Temperatuur warmtewisselaar te laag. Slechte verbinding, geen doorstroming, sensor niet of slecht aangesloten of defecte sensor. Controleer de bedrading. Ontlucht de CV-installatie. Controleer de doorstroming (richting, pomp, kleppen). Controleer de waterdruk. Controleer de warmtewisselaar op vervuiling. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Controleer de goede werking van de sensoren. Vervang de sensor indien nodig. 28
e[05 Temperatuur warmtewisselaar te hoog. Slechte verbinding, geen doorstroming, sensor niet of slecht aangesloten of defecte sensor. Controleer de bedrading. Ontlucht de CV-installatie. Controleer de doorstroming (richting, pomp, kleppen). Controleer de waterdruk. Controleer de warmtewisselaar op vervuiling. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Controleer de goede werking van de sensoren. Vervang de sensor indien nodig. 28
e[06 Retourtemperatuursensor kortgesloten. Slechte verbinding, sensor niet of slecht aangesloten of defecte sensor. Controleer de bedrading. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Controleer de goede werking van de sensoren. Vervang de sensor indien nodig. 28
e[07 Retourtemperatuursensor open. Slechte verbinding, sensor niet of slecht aangesloten of defecte sensor. Controleer de bedrading. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Controleer de goede werking van de sensoren. Vervang de sensor indien nodig. 28
e[08 Retourtemperatuur te laag. Slechte verbinding, geen doorstroming, sensor niet of slecht aangesloten of defecte sensor. Controleer de bedrading. Controleer de warmtewisselaar op vervuiling. Ontlucht de CV-installatie. Controleer de doorstroming (richting, pomp, kleppen). Controleer de waterdruk. Controleer de goede werking van de sensoren. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. 28
e[09 Retourtemperatuur te hoog. Slechte verbinding, geen doorstroming, sensor niet of slecht aangesloten of defecte sensor. Controleer de bedrading. Controleer de warmtewisselaar op vervuiling. Ontlucht de CV-installatie. Controleer de doorstroming (richting, pomp, kleppen). Controleer de waterdruk. Controleer de goede werking van de sensoren. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. 28
e[10 Te veel verschil tussen aanvoer- en retourtemperatuur. Geen doorstroming, sensor niet of slecht aangesloten of defecte sensor. Ontlucht de CV-installatie. Controleer de waterdruk. Controleer de goede werking van de verwarmingspomp. Controleer de doorstroming (richting, pomp, kleppen). Controleer de warmtewisselaar op vervuiling. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Controleer de goede werking van de sensoren. Vervang de sensor indien nodig. 29
e[11 Te veel verschil tussen aanvoer- en retourtemperatuur. Geen doorstroming, sensor niet of slecht aangesloten of defecte sensor. Ontlucht de CV-installatie. Controleer de waterdruk. Controleer de goede werking van de verwarmingspomp. Controleer de doorstroming (richting, pomp, kleppen). Controleer de warmtewisselaar op vervuiling. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Controleer de goede werking van de sensoren. Vervang de sensor indien nodig. 29
e[12 Luchtdrukverschilschakelaar is aangesproken of temperatuur warmtewisselaar boven normaal bereik (maximaalthermostaat STB). Mogelijke oorzaken: luchttoevoer of rookgasafvoer verstopt, slechte verbinding, geen doorstroming, sensor niet of slecht aangesloten of defecte sensor. Controleer luchttoevoer en rookgasafvoer op verstopping. Controleer de bedrading. Controleer de waterdruk. Controleer de goede werking van de verwarmingspomp. Controleer de doorstroming (richting, pomp, kleppen). Controleer de warmtewisselaar op vervuiling. Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Controleer de goede werking van de sensoren. Vervang de sensor indien nodig. 29
e[14 5 mislukte branderstarts. Geen ontstekingsvonk, wel ontstekingsvonk maar geen vlamvorming, of wel vlam maar geen of onvoldoende ionisatie (<3 µA). Bij geen ontstekingsvonk: controleer bekabeling van de ontstekingstrafo, ionisatie-/ontstekingselektrode, doorslag naar massa/aarde en aarding; de tabel vermeldt ook defecte aansturing van de SU print. Bij ontstekingsvonk zonder vlamvorming: controleer luchttoevoer en rookgasafvoer op verstopping, opening van de gaskraan en gasaanvoerdruk; ontlucht de gasleiding; controleer werking en afstelling van het gasblok, conditie van het branderdek en bekabeling van het gasblok; de tabel vermeldt ook defecte aansturing van de SU print. Bij vlam met geen of onvoldoende ionisatie: controleer opening van de gaskraan, gasaanvoerdruk, bekabeling van de ionisatie-/ontstekingselektrode, aarding, ionisatie-/ontstekingselektrode, werking en afstelling van het gasblok en conditie van het branderdek. 29
e[16 Vals vlamsignaal. Ionisatiestroom gemeten terwijl er geen vlam mag zijn, nagloeiende brander door te hoog CO2, defecte ontstekingstrafo of defecte gasklep. Controleer de ionisatie-/ontstekingselektrode. Stel CO2 af. Vervang de ontstekingstrafo indien nodig. Controleer de gasklep en vervang deze indien nodig. 30
e[17 Gasklep storing SU print. Slechte verbinding of defecte SU print. Controleer de bedrading. Controleer de SU print en vervang deze indien nodig. 30
e[34 Ventilatorstoring. Slechte verbinding of defecte ventilator. Controleer de bedrading. Controleer de goede trek ter hoogte van de aansluiting op de schoorsteen. Vervang de ventilator indien nodig. 30
e[35 Aanvoer en retour verwisseld. Verkeerde doorstroomrichting, slechte verbinding, sensor niet of slecht aangesloten of defecte sensor. Controleer de doorstroming (richting, pomp, kleppen). Controleer of de sensor goed gemonteerd is. Controleer de goede werking van de sensoren. Vervang de sensor indien nodig. 30
e[36 5x vlamverlies. Geen of onvoldoende ionisatiestroom. Ontlucht de gasleiding. Controleer of de gaskraan goed geopend is. Controleer de gasaanvoerdruk. Controleer correcte werking en afstelling van het gasblok. Controleer luchttoevoer en rookgasafvoer op verstopping. Controleer op rookgasrecirculatie. 30
e[37 Communicatiefout met de SU print. Slechte verbinding. Controleer of de SU print juist in de connector op de PCU print is geplaatst. 30
e[38 Communicatiefout met de SCU print. Slechte verbinding of defecte SCU print. Controleer de bedrading. Vervang de SCU print. 30
e[39 Blokkerende ingang in vergrendelende mode. Slechte verbinding, externe oorzaak of fout ingestelde parameter. Controleer de bedrading. Neem de externe oorzaak weg. Controleer parameters. 30

Alle foutcodes Remeha Verwarmingsketel

Product specificaties

Merk: Remeha
Categorie: Verwarmingsketel
Model: HMI Gas 610 ECO PRO - Bedieningspaneel

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Remeha HMI Gas 610 ECO PRO - Bedieningspaneel stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden