Qtek S200 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Qtek S200 (184 pagina’s), behorend tot de categorie Mobiel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 84 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Qtek S200 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Qtek |
| Categorie: | Mobiel |
| Model: | S200 |
Handleiding Qtek S200 – volledige tekst
2 Lees voordat u verdergaat deze aanwijzingenMicrosoft, MS-DOS, Windows, Windows NT, Windows Server, Windows Mobile, ActiveSync, Excel, Internet Explorer, MSN, Outlook, PowerPoint en Word zijn gedeponeerde handels-merken of handelsmerken van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.HET TOESTEL IS NIET OPGELADEN WANNEER U HET UIT DE VERPAKKING HAALT.VERWIJDER DE BATTERIJ NIET WANNEER DE TELEFOON WORDT OPGELADEN.UW GARANTIE VERVALT ALS U DE BUITENSTE BEHUIZING VAN HET TOESTEL OPENT OF DEMONTEERT.OMGEVINGEN MET EXPLOSIEGEVAARAls u zich in een gebied bevindt met een mogelijk explosiegevaar of waarin ontvlambare materialen zijn opgeslagen, moet het toestel zijn uitgeschakeld en moet u zich aan alle geboden en instructies houden. Vonken kunnen in een dergelijke omgeving een explosie of brand veroorzaken, die lichamelijk letsel of zelfs de dood tot gevolg kan hebben.
Gebruikers wordt geadviseerd het toestel niet te gebruiken bij tankstations. Gebruikers wordt ten strengste aangeraden zich te houden aan de restricties met betrekking tot het gebruik van radioapparatuur in brandstofdepots, chemische fabrieken of in omgevingen waar explosies plaatsvinden. Gebieden met explosiegevaar worden vaak maar niet altijd duidelijk aangegeven. Onder deze gebieden vallen tankstations, onderdekken op boten, faciliteiten voor de overdracht of opslag van brandstof of chemische stoffen en gebieden waar de omgevingslucht chemische stoffen of deeltjes van bijvoorbeeld graan, stof of metaalpoeder bevat.BEPERKINGEN VANWEGE PRIVACYIn sommige landen moeten opnamen van telefoongesprekken openbaar worden gemaakt. Ook moet u degene met wie u belt in dat geval laten weten dat het gesprek wordt opgenomen.
3Belangrijke informatie over veiligheidBij het gebruik van dit product moet u de onderstaande veiligheidsmaatregelen in acht nemen om aanklachten en schade te voorkomen.VEILIGHEID BIJ HET GEBRUIK VAN ELEKTRISCHE PRODUCTENDit product is bedoeld om te worden gebruikt in combinatie met de meegeleverde batterij.Gebruik in combinatie met een andere stroomvoorziening kan gevaarlijk zijn. Hiervoor is geen goedkeuring verleend.VEILIGHEID IN HET VLIEGTUIGOmdat dit product het navigatiesysteem en communicatienetwerk van vliegtuigen kan storen, is het gebruik van de telefoonfunctie van dit toestel aan boord van een vliegtuig in de meeste landen verboden. Als u dit toestel in een vliegtuig wilt gebruiken, vergeet dan niet de telefoon uit te zetten door de vliegtuigmodus in te schakelen.
OMGEVINGSVEILIGHEIDGebruik dit product niet in of bij benzinestations, brandstofopslagplaatsen, chemische fabrieken en locaties waar met explosieven wordt gewerkt.OMGEVINGSVEILIGHEIDGebruik dit product niet in of bij benzinestations,brandstofopslagplaatsen, chemische fabrieken en locaties waar met explosieven wordt gewerkt of in gebieden met explosiegevaar zoals tankstations, onderdekken op boten, faciliteiten voor de overdracht of opslag van brandstof of chemische stoffen en gebieden waar de omgevingslucht chemische stoffen of deeltjes van bijvoorbeeld graan, stof of metaalpoeder bevat. Vonken kunnen in een dergelijke omgeving een explosie of brand veroorzaken,die lichamelijk letsel of zelfs de dood tot gevolg kan hebben.VEILIGHEID OP DE WEGVoertuigbestuurders mogen onder het rijden hun telefoon niet met de hand bedienen. In sommige landen mogen bestuurders handsfree bellen.
4 STORING VAN MEDISCHE APPARATUURDit product kan de werking van medische apparatuur storen. In de meeste ziekenhuizen en gezondheidscentra is het gebruik van dit apparaat verboden.NIET-IONISERENDE STRALINGGebruik dit product alleen in de aanbevolen normale omstandigheden, zodat de stralingsnormen niet worden overschreden en de veiligheid van dit product kan worden gegarandeerd. Net als bij alle andere mobiele apparaten die radiogolven uitzenden, wordt gebruikers van dit product aangeraden om de antenne tijdens het gebruik van de apparatuur niet te dicht bij het lichaam te houden. Hierdoor werkt het product optimaal en wordt de veiligheid gemaximaliseerd.
Aan de slag 11Nr. Onderdeel Functie1 MMC/SD- of SDIO-kaartsleufPlaats in deze kaartsleuf een MMC- of SD-kaart voor gegevensopslag of een SD-i/o-kaart (bijvoorbeeld een netwerkkaart). 2 Knop Camera Druk op deze knop om de camerafunctie te starten. Druk nogmaals op de knop om een foto of videoclip te maken, afhankelijk van de geselecteerde vastlegmodus. 3 Volumeknop Schuif deze regelaar omhoog of omlaag om het volume aan te passen. 4 Knop Comm Manager/Opnemen Druk op deze knop om Comm Manager te starten. Houd de knop ingedrukt om een spraaknotitie op te nemen. 5 Riembevestiging Hieraan kunt u een riem bevestigen zodat u het apparaat kunt dragen. 6 LED-indicatorèn Groen en amberkleurig voor GSM-stand-by, SMS-bericht, GSM-netwerkstatus, meldingen en statusaanduiding bij het opladen van de batterij.
Knipperend blauw voor Bluetooth-status (actief en gereed om een radiosignaal te verzenden) en knipperend groenvoor Wi-Fi-status. 7 Touchscreen Tik met de stylus op het scherm als u wilt schrijven, tekenen of onderdelen wilt selecteren. 8 Linkersoftkey Hiermee voert u de functie uit die wordt aangegeven door de label direct boven de knop. 9 Rechtersoftkey Hiermee voert u de functie uit die wordt aangegeven door de label direct boven de knop. 10 Knop Spreken Druk op deze knop om een binnenkomende oproep te beantwoorden of een nummer te kiezen. 11 Knop Start Druk op deze knop om het menu Start te openen. 12 Navigatietoets Met deze multidirectionele knop kunt u omhoog, omlaag, naar links en naar rechts bewegen door menu’s en programmafuncties. Druk op het middengedeelte om de selectie uit te voeren.
13 Knop OK Druk op deze knop om de ingevoerde gegevens te bevestigen of om het actieve programma te beëindigen. 14 Knop Beëindigen Druk op deze knop om een gesprek te beëindigen. 15 Stylus Met de stylus kunt u op het touchscreen schrijven, tekenen en onderdelen selecteren. 16 Knop Aan/Uit Druk op deze knop om uw toestel tijdelijk uit te schakelen.
Hiermee zet u het toestel in de slaapstand. Om het toestel volledig uit te zetten, houdt u de knop ongeveer 5 seconden ingedrukt. Als het toestel in de slaapstand staat, kunt u de telefoonfunctie nog steeds gebruiken om oproepen te ontvangen. Als u het toestel volledig uitschakelt,staat echter ook de telefoonfunctie uit. 17 Infraroodpoort Hiermee kunt u draadloos bestanden of gegevens met andere apparatuur uitwisselen. 18 Aansluiting autoantenneU kunt de telefoon op een autoantenne aansluiten voor een betere ontvangst van het netwerksignaal.
12 Aan de slagNr. Onderdeel Functie19 Spiegel voor zelfportretAls u een zelfportret wilt maken, houdt u het toestel zo dat de spiegel uw gezicht reflecteert.20 Cameralens De cameralens op uw toestel ondersteunt twee modi voor het maken van foto’s: Groothoekmodus (normaal) en macromodus (close-up). Als u de modus wilt wijzigen duwt u de schakelaar naar boven voor de groothoekmodus en naar beneden voor de macromodus.21 Knop Reset Druk met de stylus op de knop Reset om een soft reset van het toestel uit te voeren.22 Aansluiting voor synchronisatieVia deze aansluiting kunt u gegevens synchroniseren of de batterij opladen.23 Aansluiting hoofdtelefoonHiermee kunt u geluidsbestanden beluisteren of de hands-freeset aansluiten.24 Microfoon Hier spreekt u in wanneer u een oproep ontvangt, iemand belt of een spraakopname maakt.Accessoires123 Nr.
Accessoire Functie1 Wisselstroomadapter Hiermee wordt AC omgezet in DC voor het opladen van de batterij.2 USB-kabel Hiermee kunt u het toestel met een pc verbinden en de gegevens synchroniseren.3 Stereohoofdtelefoon Voorzien van een volumeknop en de knop Verzenden/Beëindigen. Met de knop Verzenden/Beëindigen kunt u oproepen aannemen en beëindigen.
Aan de slag 131.2 De SIM-kaart en BatterijZet altijd uw toestel uit voordat u de batterij en SIM-kaart installeert of vervangt. Volg de instructies in de Quick Start Guide om een bij uw leverancier van netwerkdiensten verkrijgbare GSM-SIM-kaart (Subscriber Identity Module) en de batterij te installeren.De SIM-kaart bevat uw telefoonnummer, uw servicegegevens en een geheugen met uw telefoonboek en berichten. Het toestel ondersteunt SIM-kaarten van 1,8 en 3 Volt. Sommige afwijkende SIM-kaarten worden niet door het toestel ondersteund. Raadpleeg uw leverancier van netwerkdiensten over een alternatieve SIM-kaart. Hieraan zijn mogelijk kosten verbonden.Uw toestel bevat een oplaadbare Li-ion polymeerbatterij. Het toestel is ontworpen om uitsluitend in combinatie met de door de fabrikant aanbevolen batterijen en accessoires te worden gebruikt.
Voorkom brand en brandwonden.• Probeer de batterij niet te openen of te repareren.• Plet of doorboor de batterij niet, sluit externe contacten niet kort en werp de batterij niet weg in vuur of water.• Stel de batterij niet bloot aan temperaturen boven 60 oC.• Vervang de batterij alleen door een batterij die geschikt is voor dit product.• Houd u bij het recyclen of wegwerpen van gebruikte batterijen aan de plaatselijke voorschriften.
14 Aan de slagHet batterijvermogen controleren• Tik op het pictogram voor de status van de batterij ( ) in de titelbalk van het scherm Today (Vandaag).• Of tik op Start > Settings (Instellingen) > tabblad System (Systeem) > Power (Energie). Informatie over batterijvermogenDe batterij opladenNieuwe batterijen zijn bij aankoop gedeeltelijk opgeladen. Voordat u het toestel kunt gebruiken, moet u de batterij installeren en opladen. Sommige batterijen werken het beste als ze verschillende keren zijn opgeladen en ontladen.
U kunt de batterij als volgt opladen:• Sluit het toestel rechtstreeks aan op een externe voedingsbron.• Sluit het toestel op de pc aan met de meegeleverde synchronisatiekabel.Laag batterijniveauWanneer de waarschuwing voor laag batterijvermogen wordt weergegeven, gaat u als volgt te werk:• Sla onmiddellijk uw gegevens op.• Synchroniseer het toestel met uw pc of laad de batterij op door de wisselstroomadapter aan te sluiten.• Schakel het toestel uit.
Aan de slag 151.3 Het toestel in gebruik nemenUw toestel aan- en uitzettenDruk op de knop Aan/Uit om het toestel in te schakelen. Wanneer u het toestel voor het eerst inschakelt, wordt u gevraagd het te kalibreren. Zie “Het toestel kalibreren” voor meer informatie.Houd de knop Aan/Uit enkele seconden ingedrukt om het toestel uit te schakelen. Vervolgens wordt u gevraagd of u het toestel volledig wilt uitzetten.Opmerking Wanneer u snel op de knop Aan/Uit drukt, wordt het toestel tijdelijk uitgeschakeld en wordt de slaapstand geactiveerd. Terwijl uw toestel in de slaapstand staat kunt u nog steeds berichten en oproepen ontvangen.Het toestel kalibrerenBij het kalibreren van het toestel tikt u met de stylus op het midden van een kruis dat over het scherm beweegt.
Deze procedure zorgt ervoor dat het onderdeel waarop u tikt ook daadwerkelijk wordt geactiveerd.Als het toestel niet correct op het tikken met de stylus reageert, voert u de volgende stappen uit om het opnieuw te kalibreren:1. Tik op Start > Settings (Instellingen) > tabblad System (Systeem) > Screen (Scherm).2. Tik op het tabblad General (Algemeen) op Align Screen (Scherm uitlijnen). Volg daarna de aanwijzingen op het scherm om het kalibreren te voltooien. Het toestel kalibreren
16 Aan de slagToets vergrendelenU kunt de toetsen op uw toestel vergrendelen zodat de toepassingen niet ongewild worden gestart terwijl het toestel zich in de slaapstand bevindt. Als deze functie actief is, kan alleen de knop Aan/Uit worden gebruikt om het toestel in te schakelen.Toetsen vergrendelen wanneer het toestel in de slaapstand staat• Tik op Start > Settings (Instellingen) > tabblad Personal (Persoonlijk) > Buttons (Toetsen). Schakel op het tabblad Lock (Vergrendelen) het selectievakje Lock all buttons except Power button (Alle toetsen vergrendelen behalve knop Aan/Uit) in.Toetsvergrendeling uitschakelen• Tik op Start > Settings (Instellingen) > tabblad Personal (Persoonlijk) > Buttons (Toetsen).
Selecteer op het tabblad Lock (Vergrendelen) Do not lock buttons (Toetsen niet vergrendelen).Scherminstellingen beherenHet weergavescherm ondersteunt drie leesrichtingen: Portrait (Staand), Landscape (right-handed) (Liggend, naar rechts) en Landscape (left-handed) (Liggend, naar links). In de modus Portrait (Staand) kunt u gemakkelijker met bepaalde programma’s werken, terwijl de modus Landscape (Liggend) zeer geschikt is voor de weergave van grote bestanden. Modus Portrait (Staand) Modus Landscape (Liggend)• Om de leesrichting te wijzigen, tikt u op Start > Settings (Instellingen) > tabblad System (Systeem) > Screen (Scherm) en selecteert u de gewenste modus.• Om de randen van de schermlettertypen in verschillende programma’s vloeiender weer te geven, schakelt u op het tabblad ClearType het selectievakje Enable ClearType (ClearType inschakelen) in.
• Als u de leesbaarheid wilt vergroten of meer informatie op het scherm wilt tonen, verplaatst u het schuifblokje op het tabblad Text Size (Tekstgrootte) om de tekstgrootte aan te passen.
Aan de slag 171.4 Het scherm Today (Vandaag)Het scherm Today (Vandaag) bevat belangrijke informatie, bijvoorbeeld informatie over op handen zijnde afspraken en statusindicatoren. Tik op een gedeelte van het scherm om het bijbehorende programma te starten.• Om het scherm Today (Vandaag) te openen, tikt u op Start > Today (Vandaag).• Als u de inhoud van het scherm Today (Vandaag) wilt wijzigen of een andere achtergrondafbeelding wilt instellen, tikt u op Start > Settings (Instellingen) > tabblad Personal (Persoonlijk) > Today (Vandaag).1Tik hierop om het menu Start te openen.2Tik hierop om de connectiviteitsstatus weer te geven.3Duidt de sterkte van het radiosignaal aan. Tik hierop om de telefonie-instellingen te wijzigen.4Tik hierop om het volume van het toestel of van de beltoon te wijzigen.5De batterijstatus.
Tik hierop om het scherm met energie-instellingen te openen.6De huidige datum en tijd. Tik hierop om onder andere de datum, de tijd en de alarmtijd in te stellen.7Tik hierop om de eigendomsgegevens in te stellen.8Hier ziet u een overzicht van uw dag, inclusief herinneringen. Tik op berichten, taken of afspraken om het bijbehorende programma te openen.9Tik hierop om het toestel te vergrendelen of te ontgrendelen. : vergrendeld. : ontgrendeld.10 Tik hierop om het aanmeldscherm van MSN weer te geven.11 Tik hierop om het scherm Calendar (Agenda) te openen.12 Tik hierop om het scherm Contacts (Contactpersonen) te openen.1611910782 3 4 512
Tik op het pictogram om alle indicatoren weer te geven.Batterij is bijna leeg Maximale signaalsterkteBatterij wordt opgeladen Geen signaalGeluid ingeschakeld Telefoon uitgeschakeldGeluid uitgeschakeld Geen telefonieserviceTrilfunctie actief Bezig met zoeken naar telefonieserviceVerbinding actief Spraakoproep wordt uitgevoerdVerbinding niet actief Oproepen worden doorgeschakeldSynchronisatie wordt uitgevoerd Oproep in de wacht gezetSynchronisatiefout Gemiste oproepGPRS (General Packet Radio Services) beschikbaarNieuwe e-mail- of tekstberichten; SMS-melding van voicemailGPRS actief RoamingGPRS wordt verbonden AlarmWi-Fi wordt verbonden (pijltoetsen bewegen);Wi-Fi verbondenToestel is vergrendeldWi-Fi aan Toestel is ontgrendeld
Aan de slag 19Het menu StartHet menu Start, in de linkerbovenhoek van het scherm Today (Vandaag), bevat een lijst met programma’s. Als u een programma wilt starten, bladert u door de programmalijst en drukt u op Enter. U kunt ook met de stylus op de naam van een programma tikken.1Tik hierop om naar het scherm Today (Vandaag) te schakelen.2Tik hierop om een programma te starten.
Als u de onderdelen in het menu Start wilt aanpassen, tikt u op Start > Settings (Instellingen) > tabblad Personal (Persoonlijk) > Menus (Menu’s).3Tik hierop om een programma te starten dat u onlangs hebt gebruikt.4Tik hierop om meer programma’s weer te geven die op het toestel zijn geïnstalleerd.5Tik hierop om de instellingen van het toestel te wijzigen.6Tik hierop om Help-informatie over het huidige scherm weer te geven.145236 1.5 De programma’s gebruikenProgramma-aanduidingenHieronder ziet u enkele pictogrammen van programma’s die vooraf op het toestel zijn geïnstalleerd.Pictogram BeschrijvingActiveSync De informatie op het toestel synchroniseren met een pc of Exchange Server.Rekenmachine Gewone rekenkundige taken uitvoeren zoals optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen.Agenda Afspraken bijhouden en aanvragen voor vergaderingen aanmaken.Camera Foto’s of videobeelden vastleggen (inclusief geluid).
20 Aan de slagPictogram BeschrijvingClearVue PDF PDF-bestanden weergeven op de Pocket PC.Comm Manager Verbindingen van het toestel beheren (bijvoorbeeld Wi-Fi, Bluetooth en ActiveSync) en schakelen tussen de beltoon en trilfunctie.Contactpersonen Gegevens van vrienden en collega’s vastleggen.Downloadagent Informatie weergeven over de downloadstatus en de gegevens die u van internet hebt gedownload.Excel Mobile Nieuwe werkmappen maken of bestaande Excelwerkmappen weergeven en bewerken.Bestandsverkenner Bestanden ordenen en beheren.Spelletjes Op het toestel zijn standaard twee spellen geïnstalleerd: Bubble Breaker en Solitaire.Help Help-onderwerpen bij een programma weergeven.Internet Explorer Web- en WAP-sites bekijken en programma’s en bestanden downloaden van internet.MIDlet Manager Java-toepassingen downloaden en installeren, bijvoorbeeld spellen en hulpprogramma’s.Messaging E-mail-, MMS- en tekstberichten verzenden en ontvangen.Modemkoppeling Het toestel als modem gebruiken.Notities Handgeschreven of getypte notities, tekeningen en opnamen maken.Telefoon Oproepen aannemen, nummers kiezen en wisselgesprekken en conference calls voeren.Afbeeldingen en video’s Afbeeldings- en videobestanden verzamelen, ordenen en rangschikken op uw toestel of op een opslagkaart.
Aan de slag 21Pictogram BeschrijvingPocket MSN Expresberichten van contactpersonen in MSN Messenger ontvangen en expresberichten verzenden en uw hotmailaccount gebruiken als u die hebt.PowerPoint Mobile PowerPoint-dia’s en -presentaties weergeven.Zoeken Zoeken naar gegevens van contactpersonen, gegevensbestanden en andere informatie die op het toestel is opgeslagen.SIM Manager De op de SIM-kaart opgeslagen gegevens van contactpersonen beheren. Ook kunt u SIM-contents kopiëren naar Contacts (Contactpersonen) op uw toestel. Taken Taken beheren.Terminal Services-client Inloggen op een pc waarop Terminal Services of Remote Desktop wordt uitgevoerd, zodat alle programma’s op de desbetreffende pc ook op het mobiele toestel beschikbaar zijn.
Voice Speed Dial U kunt spraakcodes opnemen, zodat u een telefoonnummer kunt kiezen of programma kunt starten door de bijbehorende opdracht uit te spreken.Windows Media Player Mediabestanden afspelen.Word Mobile Word-documenten maken, weergeven of bewerken.Zip Bestanden comprimeren tot ZIP-bestanden, zodat u geheugenruimte bespaart en meer gegevens op het toestel kunt opslaan.
Hoofdstuk 2 Informatie invoeren en zoeken2.1 Invoermethoden2.2 Het toetsenbord gebruiken2.3 De modus voor letterherkenning gebruiken2.4 De modus voor blokherkenning gebruiken2.5 Transcriber gebruiken2.6 Het telefoonvenster gebruiken2.7 Spraaknotities tekenen, schrijven en opnemen in het onderdeel Notes (Notities)2.8 Informatie zoeken
24 Informatie invoeren en zoeken2.1 InvoermethodenWanneer u een programma start of een veld selecteert waarin tekst of cijfers moeten worden ingevoerd, wordt automatisch het invoervenster geopend. Het invoervenster biedt toegang tot de verschillende invoermethoden van het toestel Block Recognizer (Blokherkenning), Keyboard (Toetsenbord), Letter Recognizer (Letterherkenning), Phone Pad (Telefoonvenster) en het programma Transcriber. Het pictogram van het invoervenster in de menubalk geeft aan welke invoermethode actief is.
Via de pijl voor invoerselectie (rechts van het pictogram van het invoervenster) kunt u de lijst met mogelijke invoermethoden openen.Opmerking Block Recognizer (Blokherkenning), Letter Recognizer (Letterherkenning) en Transcriber zijn niet in alle talen verkrijgbaar.Het invoervenster weergeven of verbergen• Tik op het pictogram van het invoervenster in de menubalk.Invoervenster (toetsenbord)Pijl voor invoerselectiePictogram van het invoervensterPictogram InvoermethodeSchermtoetsenbordLetterherkenning of blokherkenningTelefoonvensterTranscriber
Informatie invoeren en zoeken 252.2 Het toetsenbord gebruikenHet schermtoetsenbord is beschikbaar als u tekst kunt invoeren. Tik op de toetsen van het schermtoetsenbord om de gewenste tekst in te voeren.Tekst invoeren via het schermtoetsenbord1. Open een programma, tik op de pijl voor invoerselectie en tik op Keyboard (Toetsenbord).2. Voer tekst in door op de toetsen van het schermtoetsenbord te tikken.Het schermtoetsenbord vergroten1. Tik op de pijl voor invoerselectie en tik vervolgens op Options (Opties).2. Selecteer Keyboard (Toetsenbord) in de lijst voor de invoermethode.3. Tik op Large Keys (Grote toetsen). 2.3 De modus voor letterherkenning gebruikenIn de modus Letter Recognizer (Letterherkenning) worden de letters, cijfers en leestekens die u op het scherm schrijft omgezet in getypte tekst.Werken in de modus voor letterherkenning1.
Open een programma, tik op de pijl voor invoerselectie en tik op Letter Recognizer (Letterherkenning).2. Schrijf letters, cijfers en symbolen in het daarvoor bestemde gedeelte van het scherm.• Als u hoofdletters wilt invoeren, schrijft u in het gedeelte ABC van het invoervak (de linkerkant).• Als u kleine letters wilt invoeren, schrijft u in het gedeelte abc van het invoervak (het midden).• Als u cijfers wilt invoeren, schrijft u in het gedeelte 123 van het invoervak (de rechterkant).• Als u leestekens of symbolen wilt invoeren, tikt u in een willekeurig gedeelte van het invoervak en schrijft u vervolgens het gewenste teken.Opmerking De modus voor letterherkenning is beschikbaar als u tekst kunt invoeren.Tip Voor meer informatie over het schrijven van tekens tikt u op het vraagteken bij het invoervak.
26 Informatie invoeren en zoeken2.4 De modus voor blokherkenning gebruikenIn de modus Block Recognizer (Blokherkenning) kunt u met één beweging letters, cijfers, symbolen en leestekens op het scherm schrijven, die worden omgezet in getypte tekst.Werken in de modus voor blokherkenning1. Open een programma, tik op de pijl voor invoerselectie en tik op Block Recognizer (Blokherkenning).2.
Schrijf letters, cijfers en symbolen in het daarvoor bestemde gedeelte van het scherm.• Als u letters wilt invoeren, schrijft u in het gedeelte abc van het invoervak (de linkerkant).• Als u cijfers wilt invoeren, schrijft u in het gedeelte 123 van het invoervak (de rechterkant).• Als u symbolen of leestekens wilt invoeren, tikt u in een willekeurig gedeelte van het invoervak en schrijft u vervolgens het gewenste teken.Opmerking De modus voor blokherkenning is beschikbaar als u tekst kunt invoeren.Tip Voor meer informatie over het schrijven van tekens in de modus voor blokherkenning tikt u op het vraagteken bij het invoervak.2.5 Transcriber gebruikenTranscriber is een programma voor handschriftherkenning dat aan elkaar geschreven tekst, blokletters en combinaties daarvan kan verwerken. Transcriber werkt onzichtbaar op de achtergrond van andere programma’s.
Voor het herkennen van woorden wordt een geïntegreerd woordenboek gebruikt. Als Transcriber actief is, kunt u met de stylus op een willekeurige plaats op het scherm schrijven. Raadpleeg de Help-informatie op het toestel voor meer informatie over het gebruik van Transcriber.Transcriber starten1. Start een programma waarin u gegevens kunt invoeren, bijvoorbeeld Word Mobile.2. Tik op de pijl voor invoerselectie en tik vervolgens op Transcriber. Het beginscherm van Transcriber wordt weergegeven.
Informatie invoeren en zoeken 27Tekst invoeren via Transcriber1. Open een programma en plaats de cursor op de positie waarop u tekst wilt invoegen.2. Schrijf met de stylus op een willekeurige plaats op het scherm. Wanneer u de stylus van het scherm beweegt, worden de tekens die u hebt ingevoegd omgezet in tekst.Leestekens en symbolen invoerenTranscriber is voorzien van een schermtoetsenbord waarmee u eenvoudig leestekens en speciale tekens aan tekst kunt toevoegen.• Open een programma en tik op in de Transcriber-werkbalk.Het toetsenbord blijft zichtbaar totdat u opnieuw op de knop tikt.Tips • Om het toetsenbord te verplaatsen, houdt u de stylus op de titelbalk en sleept u het venster naar de gewenste plaats.• Als er geen tekst is geselecteerd, kunt u het toetsenbord ook weergeven door met de stylus het teken te schrijven.
Raadpleeg de Help-informatie op het toestel voor meer informatie over het gebruik van Transcriber.Tekst bewerken1. Open een programma en trek een streep door de tekst die u wilt bewerken.2. Wanneer u de stylus van het scherm af haalt, verdwijnt de streep en wordt de geselecteerde tekst gemarkeerd.3. Voer een van de volgende handelingen uit:• Voer nieuwe tekst in. • Gebruik tekens om bijvoorbeeld hoofdletters en spaties in te voegen. Raadpleeg de Help-informatie op het toestel voor informatie over het gebruik van Transcriber.
28 Informatie invoeren en zoeken2.6 Het telefoonvenster gebruikenMet het programma Phone Pad (Telefoonvenster) kunt u op een flexibele manier informatie invoeren. In het telefoonvenster kunt u eenvoudig schakelen tussen drie invoermethoden (T9, Multitik en Numeriek). Ook is een handige symbolenlijst beschikbaar. Het telefoonvenster weergeven1. Start een programma waarin u tekst kunt invoeren, bijvoorbeeld Notes (Notities).2. Tik op de pijl voor invoerselectie en vervolgens op Phone Pad (Telefoonvenster). Telefoonvenster, t9-modusTip U kunt het telefoonvenster op elk gewenst moment weergeven, behalve als de modus Camera actief is of als het scherm Today (Vandaag) wordt weergegeven.
Informatie invoeren en zoeken 29De invoermodus T9 gebruikenIn het telefoonvenster is standaard de T9-modus actief. In deze alfanumerieke modus kunt u het gemakkelijkst lopende tekst invoeren. Terwijl u op de alfanumerieke toetsen van het toetsenblok tikt, bepaalt het programma welk woord u waarschijnlijk zult willen invoeren.
In de T9-modus werkt u als volgt: • Tik op de toetsen van het toetsenblok om een woord in te voeren.• U kunt op de volgende manieren een woord invoegen in het actieve programmavenster:• Tik op een woord in de woordenlijst (direct boven het toetsenblok).• Selecteer een woord en tik op of om het woord in te voegen.• Een cijfer kunt u op de volgende manieren invoegen: • Houd de stylus op het gewenste cijfer van het toetsenblok.• Schakel over naar de numerieke modus en tik op het gewenste cijfer.• Om een spatie of tab in te voegen tikt u op .• Om door de woordenlijst te bladeren tikt u op of .• Om een hoofdletter in te voeren tikt u op .• Symbolen kunt u op de volgende manieren toevoegen: • Tik op om de meest gebruikte symbolen weer te geven in de woordenlijst.• Tik op om een symbool te kiezen uit de uitgebreide symbolenlijst.De invoermodus Multitik gebruikenDe Multitik-modus is een alfabetische modus waarin u handmatig afzonderlijke letters invoert om woorden te vormen.De invoermodus Numeriek gebruikenIn de numerieke modus kunt u op een cijfertoets tikken om een cijfer in te voeren.
30 Informatie invoeren en zoekenHet scherm Options (Opties)In het scherm Options (Opties) kunt u verschillende instellingen voor het telefoonvenster opgeven, waaronder de gewenste taaldatabase. Het scherm met opties voor het telefoonvenster kunt u op de volgende manieren weergeven:• Houd de stylus op de toets van het toetsenblok.• Tik op de pijl voor invoerselectie onder in het scherm en tik op Options (Opties). Tik op het tabblad Input Method (Invoermethode) van het scherm Input (Invoer) op Options (Opties).In het scherm Options (Opties) kunt u de volgende instellingen opgeven:• Turn on one-touch symbol entry (Met één beweging symbolen invoeren). Schakel dit selectievakje in als u steeds één symbool wilt selecteren.• Auto-hide matching word list (Woordenlijst automatisch verbergen).
Schakel dit selectievakje in als u de woordenlijst wilt verbergen nadat u een woord hebt geselecteerd.• Turn on screen tap sound (Geluid bij tikken op het scherm). Schakel dit selectievakje in als er een geluid moet worden weergegeven wanneer u op een toets tikt.• Automatically add a space after selecting a word (Spatie invoegen na woordkeuze). Schakel dit selectievakje in als na elk woord automatisch een spatie moet worden ingevoegd.• Enable pop-up menu for deleting user-defined words (Venstermenu voor het wissen van door de gebruiker gedefinieerde woorden). Schakel dit selectievakje in om een venstermenu weer te geven wanneer u op een woord tikt dat uit de gebruikersdatabase afkomstig is.Het scherm Options (Opties)
Informatie invoeren en zoeken 312.7 Spraaknotities tekenen, schrijven en opnemen in het onderdeel Notes (Notities)Met Notes (Notities) kunt u rechtstreeks op het scherm van het toestel tekenen. Ook kunt u op het scherm schrijven om notities in uw eigen handschrift op te slaan. U kunt ook een aparte notitie opnemen (een spraaknotitie) of een opname aan een notitie toevoegen.Zie het gedeelte “Notities” van hoofdstuk 7 voor meer informatie over het gebruik van notities.2.8 Informatie zoekenU kunt zoeken naar bestanden en andere onderdelen die opgeslagen zijn in de map My Documents (Mijn documenten) of op een in uw toestel geïnstalleerde opslagkaart. U kunt naar bestandsnamen zoeken of in uw gegevens zoeken naar een bepaald woord. U kunt onder andere zoeken in e-mailberichten, notities, afspraken, contactgegevens, taken en de on line Help-informatie.Een bestand of onderdeel zoeken1.
Tik op Start > Programs (Programma’s) > Search (Zoeken).2. In het veld Search for (Zoeken naar) kunt u het volgende doen: • De bestandsnaam, het woord of andere informatie typen waarnaar u wilt zoeken.• Tikken op het pictogram met de pijl omlaag ( ) en in de lijst een onderdeel selecteren waarnaar u al eerder hebt gezocht.3. In het veld Type kunt u tikken op het pictogram met de pijl omlaag ( ) en een gegevenstype selecteren om de zoekopdracht te verfijnen.4. Tik op Search (Zoeken). Het systeem begint de bestanden te zoeken in de map My Documents (Mijn documenten) en submappen.5. Tik in de lijst Results (Resultaten) op het onderdeel dat u wilt openen.Opmerking Het opslagkaartsymbool geeft aan dat een bestand zich op een opslagkaart bevindt.
34 Telefoonfuncties3.1 De telefoon gebruikenU kunt het toestel net als een standaard mobiele telefoon gebruiken om oproepen te starten, te ontvangen en bij te houden en om SMS/MMS-berichten te versturen. Ook kunt u rechtstreeks vanuit de lijst Contacts (Contactpersonen) een oproep starten en contactgegevens van uw SIM-kaart kopiëren naar Contacts (Contactpersonen) op uw toestel.Het scherm Phone (Telefoon)Het scherm Phone (Telefoon) biedt toegang tot de oproepgeschiedenis, snelkiesnummers en de telefonie-instellingen. Het scherm Phone (Telefoon) kunt u op de volgende manieren weergeven:• Tik op Start > Phone (Telefoon).• Druk op de knop Spreken ( ).De knop Spreken Uw PIN-code opgevenDe meeste SIM-kaarten zijn beveiligd met een PIN-code (Personal Identification Number) die door de serviceprovider is ingesteld. Als u het toestel wilt gebruiken, moet u altijd eerst de PIN-code invoeren.1.
Voer de PIN-code in die u van uw serviceprovider hebt ontvangen.2. Tik op Enter.Opmerking Als u drie keer een onjuiste PIN-code invoert, wordt de SIM-kaart geblokkeerd. Als dit gebeurt, kunt u de SIM-kaart deblokkeren met behulp van de PUK-code (PIN Unblocking Key) die u van uw serviceprovider hebt ontvangen.
Telefoonfuncties 35Telefoonfunctie in- en uitschakelenIn de meeste landen bent u verplicht om uw telefoon aan boord van een vliegtuig uit te schakelen. U schakelt de telefoonfunctie niet uit door het toestel uit te schakelen.Door de telefoonfunctie uit te schakelen, zet u uw toestel in de vliegtuigmodus. In deze modus kunt u alle functies gebruiken, behalve de telefoonfunctie.• Tik op het signaalpictogram ( ) en tik vervolgens op Comm Manager. Tik op het venster Comm Manager op de knop Phone (Telefoon) om de telefoonfunctie uit te schakelen.• Als u de telefoon weer wilt gebruiken, schakelt u de telefoonfunctie in door opnieuw te tikken op de knop Phone op het venster Comm Manager.Het toestelvolume aanpassen1. Tik op het luidsprekerpictogram ( ).2.
In het venster Volume kunt u het volgende doen:• Beweeg de schuifregelaar om het telefoonvolume ( ) of toestelvolume ( ) te wijzigen.• Tik op Vibrate (Trillen) of Off (Uit) om het volume van zowel het toestel als het oproepsignaal te wijzigen.Het volume aanpassen Opmerkingen • Het gespreksvolume kunt u alleen tijdens een oproep wijzigen. Als u het volume op een ander moment aanpast, wordt het volume van het oproep- of waarschuwingssignaal of van de MP3-weergave gewijzigd. • Wanneer u de trilfunctie activeert, wordt het geluid automatisch gedempt en trilt het toestel bij een binnenkomende oproep. Een pictogram in de titelbalk ( ) geeft aan dat de trilfunctie actief is.
36 Telefoonfuncties3.2 Een oproep startenUitgaande oproepen kunt u starten vanuit de onderdelen Phone (Telefoon), Contacts (Contactpersonen), Speed Dial (Snelkiezen), Call History (Oproepgeschiedenis) en SIM Manager.Een oproep starten vanuit Phone (Telefoon)1. Tik op Start > Phone (Telefoon).2. Tik op de toetsen in het scherm Phone (Telefoon) om het gewenste nummer in te voeren en tik vervolgens op de knop Spreken.Knop SprekenTip Als u een verkeerd nummer hebt ingevoerd, tikt u op de knop Pijl-terug ( ) om de cijfers één voor één te wissen. Als u alle cijfers wilt wissen, houdt u de stylus op de knop Pijl-terug.Een oproep starten vanuit Contacts (Contactpersonen)Tik op Start > Contacts (Contactpersonen).
Voer vervolgens een van de volgende handelingen uit:• Druk boven of onder op de navigatietoets om een contactpersoon te selecteren en druk twee keer op de knop Spreken (eerst om het nummer in het telefoonvenster weer te geven en vervolgens om het nummer te kiezen).• Tik eerst op de gewenste contactpersoon en vervolgens op het gewenste telefoonnummer.• Houd de stylus op de gewenste contactpersoon en tik vervolgens in het venstermenu op Call Work (Werk bellen), Call Home (Thuis bellen), of Call Mobile (Mobiel bellen).
Telefoonfuncties 37Een van meerdere telefoonnummers van een contactpersoon kiezenWanneer u een nummer kiest via de lijst met contactpersonen, wordt standaard het mobiele nummer (m) van een contactpersoon gebeld. Desgewenst kunt u een ander standaardtelefoonnummer instellen. 1. Tik op Start > Contacts (Contactpersonen). 2. Druk boven of onder op de navigatietoets om de gewenste contactpersoon te selecteren. 3. Druk links of rechts op de navigatietoets om een andere letter voor de nummeraanduiding te kiezen. Een oproep starten vanuit Call History (Oproepgeschiedenis)1. Tik in het scherm Phone (Telefoon) op Call History (Oproepgeschiedenis). 2. Tik op Menu > Filter en tik vervolgens op een categorie. 3. Blader naar de gewenste contactpersoon of het gewenste telefoonnummer en tik vervolgens op Call (Oproep).
Een oproep starten vanuit Speed Dial (Snelkiezen)Snelkiesnummers zijn veelgebruikte nummers die u met één tikbeweging kunt kiezen. Wanneer u bijvoorbeeld in het onderdeel Speed Dial (Snelkiezen) een contactpersoon hebt toegewezen aan locatie 2, kunt u in het scherm Phone (Telefoon) de stylus op houden om deze contactpersoon te bellen. U kunt alleen snelkiesnummers koppelen aan nummers die u eerder aan de lijst met contactpersonen hebt toegevoegd. Een snelkiesnummer instellen1. Tik in het scherm Phone (Telefoon) op Speed Dial (Snelkiezen). 2. Tik op Menu > New (Nieuw). 3. Tik op een contactpersoon. Selecteer het telefoonnummer waaraan u een snelkiesnummer wilt koppelen. 4. Selecteer in het vak Location (Locatie) een beschikbare locatie voor het nieuwe snelkiesnummer. Opmerking Locatie 1 is meestal gereserveerd voor de voicemailbox.
Bij het instellen van een nieuw snelkiesnummer wordt standaard de eerstvolgende beschikbare locatie gekozen. Als u een locatie kiest waaraan eerder een ander nummer is toegewezen, wordt het oude nummer vervangen.
Tips • Als u een snelkiesnummer wilt instellen vanuit de lijst met contactpersonen, houdt u de stylus op de naam van de gewenste contactpersoon, tikt u op Add to Speed Dial (Toevoegen als snelkiesnummer), selecteert het telefoonnummer waarvoor u een snelkiesnummer wilt instellen en selecteert u vervolgens de gewenste locatie voor het nieuwe nummer. • Als u een snelkiesnummer uit de lijst Speed Dial (Snelkiezen) wilt verwijderen, houdt u de stylus op het gewenste nummer en tikt u vervolgens op Delete (Verwijderen).
38 TelefoonfunctiesEen oproep starten vanuit SIM ManagerIn het onderdeel SIM Manager (SIM-beheer) kunt u de gegevens op uw SIM-kaart weergeven, contactgegevens van de SIM-kaart naar de lijst met contactpersonen in het toestel verplaatsen en oproepen starten via de SIM-kaart.Een oproep starten voor een SIM-contactpersoon1. Tik op Start > Programs (Programma’s) > SIM Manager. Wacht tot de gegevens van de SIM-kaart zijn geladen.2. Houd de stylus op de gewenste contactpersoon of het gewenste telefoonnummer en tik vervolgens op Call (Oproep).3.3 Een oproep ontvangenWanneer u een oproep ontvangt, wordt er een bericht weergegeven. U kunt kiezen of u de binnenkomende oproep wilt beantwoorden of negeren.
Een binnenkomende oproep beantwoorden of afwijzen• Tik op Answer (Beantwoorden) of druk op de knop Spreken op het toestel om de oproep te beantwoorden.• Tik op Ignore (Negeren) of druk op de knop Beëindigen op het toestel om de oproep af te wijzen.Een oproep beëindigenAls u een actieve oproep wilt beëindigen, tikt u op End (Einde) of drukt u op de knop Beëindigen op het toestel om de verbinding te verbreken.3.4 Smart DialingSmart Dialing is een programma dat het invoeren van telefoonnummers vereenvoudigt. Wanneer u begint met het invoeren van een telefoonnummer, wordt automatisch gezocht naar overeenkomstige telefoonnummers op de SIM-kaart, in de lijst met contactpersonen en in de oproepgeschiedenis (dus in alle binnengekomen, uitgaande en gemiste oproepen).
Vervolgens kunt u het gewenste nummer of de gewenste contactpersoon selecteren in de gefilterde lijst.Smart Dialing startenOpen het scherm Phone (Telefoon) en tik op het eerste cijfer van het nummer dat u wilt bellen. Het venster Smart Dialing wordt automatisch weergegeven. U kunt het venster vergroten of verkleinen door op de pijl te tikken.
Telefoonfuncties 39Normale grootte van venster Vergroot venster Er wordt gezocht naar telefoonnummers die overeenkomen met de cijfers die u hebt ingevoerd. De lijst met gevonden nummers wordt automatisch vernieuwd wanneer u een extra cijfer invoert of een cijfer verwijdert. De lijst kan telefoonnummers en/of namen van contactpersonen bevatten.Met behulp van Smart Dialing een oproep starten of een tekstbericht verzenden1. Voer enkele cijfers van het gewenste telefoonnummer in.2. Blader door de lijst in het venster Smart Dialing. Tik op de pijltoetsen ( / ) of druk boven of onder op de navigatietoets om de gewenste contactpersoon of het gewenste telefoonnummer te selecteren.3. Wanneer u boven of onder op de navigatietoets drukt, wordt de markering een regel verplaatst. Wanneer u op de pijltoetsen tikt, wordt de markering een pagina verplaatst.4.
Voer een van de volgende handelingen uit:• Wanneer u het gewenste telefoonnummer of de gewenste contactpersoon hebt geselecteerd, tikt u op Talk (Spreken).• Als u een ander telefoonnummer van de geselecteerde contactpersoon wilt kiezen, houdt u de stylus op de naam van de contactpersoon en tikt u vervolgens op het gewenste telefoonnummer.
40 Telefoonfuncties Houd de stylus op de naam van de contactpersoon om het venstermenu weer te geven• Als u een tekstbericht naar de geselecteerde contactpersoon wilt verzenden, houdt u de stylus op de naam van de contactpersoon en tikt u vervolgens op Send Text Message (Tekstbericht verzenden).Tip Tik op de naam van de contactpersoon in het venstermenu om de contactgegevens te bekijken of te wijzigen. (Dit kan alleen als de contactgegevens in het toestel zijn opgeslagen.)Smart Dialing instellen1. Tik in het scherm Phone (Telefoon) op Menu > Smart Dialing Options (Smart Dialing-opties).2.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Qtek S200 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Mobiel Qtek
Handleiding Mobiel
Nieuwste handleidingen voor Mobiel