Qlima P228 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Qlima P228 (136 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 51 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Qlima P228 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Qlima |
| Categorie: | Airco |
| Model: | P228 |
| Kleur van het product: | Wit |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Timer: | Ja |
| Soort: | Splitssysteem |
| Air conditioner functies: | Koeling |
| Ionisator: | Nee |
| Jaarlijks energieverbruik (koelen): | 1076 kWu |
| Jaarlijks energieverbruik (verwarming) (warmer stookseizoen): | - kWu |
| Jaarlijks energieverbruik (verwarming) (gemiddelde stookseizoen): | - kWu |
| Energie-efficiëntieklasse (koeling): | A |
| Extern geluidsniveau: | - dB |
| Intern geluidsniveau (hoge snelheid): | 65 dB |
| Energieverbruik per uur (koeling): | - kWu |
| Energieverbruik per uur (verwarming): | - kWu |
| Jaarlijks energieverbruik (verwarming) (kouder stookseizoen): | - kWu |
| Ontwerpbelasting (koeling): | 2.8 kW |
| Ontwerpbelasting (verwarming) (warmer stookseizoen): | - kW |
| Ontwerpbelasting (verwarming) (gemiddelde stookseizoen): | - kW |
| Ontwerpbelasting (verwarming) (kouder verwarmingsseizoen): | - kW |
| Autofan: | Ja |
| Wifi: | Nee |
| AC-ingangsspanning: | 220 - 240 V |
| Type beeldscherm: | LED |
| Timerduur (maximum): | 24 uur |
| Comfort-slaapstand: | Ja |
| Binnenunit geluidsvermogensniveau: | 55 dB |
Handleiding Qlima P228 – volledige tekst
51 VEILIGHEID ALGEMEENBestudeer voor de veiligheid deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig! Personen, die met de gebruiks-aanwijzing niet vertrouwd zijn, mogen deze airconditioner niet gebruiken. Wij raden u aan deze gebruiksaanwijzing op een veilige plaats te bewaren voor latere raadpleging.A. Gebruik geen beschadigde kabel.B. Kabel niet afklemmen of knikken.C. Plaats op een vlakke ondergrond.D. Niet voor een open raam plaatsen.E. Niet met chemicaliën in contact brengen.F. Niet bij een warmtebron plaatsen.G. Niet onderdompelen.H. Niets morsen.I. Niets in het apparaat steken.J. Geen verlengkabel gebruiken.K. Buiten bereik van kinderen houden.L. Niet zelf repareren.: OGÓLNE ZASADY BEZPIECZEŃTWADla własnego bezpieczeństwa przeczytaj dokładnie treść instrukcji obsługi klimatyzatora! Osobom, które nie zapoznały się z instrukcją obsługi niniejszego urządzenia, zabrania się z niego korzystać.
189Geachte mevrouw, meneer,Van harte gefeliciteerd met de aankoop van uw airconditioner. Naast het koelen van de lucht heeft deze airconditioner nog een drietal functies, namelijk luchtontvochtiging, -circulatie en luchtfiltratie. De verrijdbare airconditioner is uiterst gemakkelijk te bedienen en te verplaatsen. U heeft een kwaliteitsproduct aangeschaft waar u nog vele jaren plezier van zult hebben, mits u de airconditioner verantwoord gebruikt. Lees daarom eerst deze gebruiksaanwijzing voor een optimale levensduur van uw airconditioner.Wij wensen u veel koelte en comfort met uw airconditioner.Met vriendelijke groeten, PVG Holding B.V.Afdeling klantenservice
A VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENLees deze gebruikershandleiding aandachtig alvorens het toestel te gebruiken en bewaar het voor later. Installeer dit toestel enkel wanneer het voldoet aan de lokale/nationale wetgeving, regelgeving en normen. Dit product is bedoeld om gebruikt te worden als een airconditioner in woningen en is alleen geschikt voor gebruik bin-nenshuis in woonkamers, keukens en garages op droge plaatsen, in normale huishou-delijke omstandigheden. GBELANGRIJK• Gebruik het apparaat nooit met een beschadigd snoer of stekker. Klem het snoer nooit af en voorkom contact met scherpe kanten. • De installatie moet volledig in overeenstemming zijn met de ter plaatse geldende voorschriften, bepalingen en normen. • Het apparaat is uitsluitend geschikt voor gebruik op droge plaatsen, binnenshuis. • Controleer de netspanning.
• Dit apparaat is uitsluitend geschikt voor een geaard stopcontact, aansluitspanning 220-240 Volt/ 50 Hz. • Het apparaat MOET altijd geaard worden aangesloten. Als de stroomvoorziening niet geaard is, mag u het apparaat absoluut niet aansluiten. GBELANGRIJK• De stekker moet altijd makkelijk toegankelijk zijn als het apparaat is aangesloten. • Lees deze gebruiksinstructie zorgvuldig en volg de aanwijzingen. Controleer vóór het aansluiten van het apparaat of:• de aansluitspanning overeenkomt met die op het typeplaatje;• stopcontact en stroomvoorziening geschikt zijn voor het apparaat;• de stekker van het snoer in het stopcontact past;• het apparaat op een stabiele en vlakke ondergrond staat. Laat de elektrische installatie controleren door een erkend vakman als u er nietzeker van bent dat alles in orde is. • De airconditioner is een veilig apparaat.
Het is volgens de CE veiligheids-normen gefabriceerd. Toch dient u, zoals bij ieder elektrisch apparaat, voorzichtig te zijn bij het gebruik ervan. • De luchtinlaten en luchtuitlaten nooit afdekken.
• Leeg het waterreservoir via het wateraftappunt voordat u het apparaat ver-plaatst. • Breng het apparaat nooit in contact met chemicaliën. • Steek geen voorwerpen in de openingen van het apparaat. • Breng het apparaat nooit in contact met water. Het apparaat niet met water besproeien of onderdompelen in verband met kortsluitingsgevaar. • Haal altijd eerst de stekker uit het stopcontact voordat het apparaat of een onderdeel ervan moet worden schoongemaakt of vervangen. • Sluit het apparaat NOOIT aan met behulp van een verlengsnoer. Is een geschikt geaard stopcontact niet voorhanden, laat dit dan installeren door een erkend elektricien. 190.
191• Wees uit veiligheidsoverwegingen altijd voorzichtig met kinderen in de buurt van dit apparaat, zoals met ieder elektrisch apparaat. • Laat eventuele reparaties –buiten het regelmatig onderhoud om- altijd uitvoeren door een erkend servicemonteur of uw leverancier, anders kan dit leiden tot het vervallen van de garantie. • Haal altijd de stekker uit het stopcontact als het apparaat niet wordt gebruikt. • Een beschadigd elektriciteitssnoer alleen laten vervangen door de leverancier of een bevoegd persoon/servicepunt. • Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde lichamelijke, geestelijke of zintuiglijke vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij er toezicht wordt gehouden op en instructies worden gegeven voor het gebruik van het apparaat door iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid.
• Er dient toezicht te worden gehouden op kinderen om er zeker van te zijn dat zij niet met het apparaat spelen. • Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en mensen met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking en door mensen die geen ervaring met of kennis over het apparaat hebben als er toezicht op hen wordt gehouden of ze instructies hebben gekregen over veilig gebruik van het apparaat en op de hoogte zijn van de risico’s. • Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat spelen. • Reiniging en onderhoud dient niet te worden uitgevoerd door kinderen waarop geen toezicht wordt gehouden. GLET OP. • De ruimte waarin dit apparaat wordt gebruikt nooit volledig luchtdicht afsluiten. Dit voorkomt onderdruk in deze ruimte. Negatieve druk (=onderdruk) de veilige werking van geisers, afzuigkappen, ovens e. d. ontregelen.
• Het niet volgen van de aanwijzingen kan leiden tot het vervallen van de garantie op het apparaat. • Til het toestel altijd met twee personen. Specifieke informatie met betrekking tot toestellen met R290 / R32 koelgas.
• Lees alle waarschuwingen aandachtig. • Gebruik tijdens het ontdooien en reinigen van het toestel geen andere hulpmid-delen dan deze die aanbevolen worden door de fabrikant. • Het toestel moet geplaatst worden in een ruimte zonder continue ontstekings-bronnen (bijvoorbeeld: open vuur, toestellen op gas of elektriciteit in werking). • Niet doorboren en niet verbranden. • Dit toestel bevat Y g (zie typeplaatje op de achterkant van het toestel) R290 / R32 koelgas. • R290 / R32 is een koelgas dat voldoet aan de Europese richtlijnen op milieuge-bied. Geen delen van het koelmiddelcircuit doorboren. Houd er rekening mee dat koelmiddelen een geurstof kunnen bevatten. • Als het toestel geïnstalleerd, gebruikt of bewaard wordt in een niet geventileerde ruimte, moet deze ruimte geschikt zijn om de ophoping van koelmiddel te voor-komen.
Een risico op brand of een explosie kan het gevolg zijn vanwege het ont-steken van het koelmiddel door elektrische verwarmers, kachels of andere ontste-kingsbronnen.
• Het toestel moet opgeslagen worden op een manier waarop mechanische defec-ten voorkomen worden. • Personen die aan het koelmiddelcircuit werken of het bedienen moeten over de juiste certificatie beschikken die werd uitgegeven door een erkende organisatie die de bekwaamheid garandeert voor het werken met koelmiddelen overeen-komstig een specifieke beoordeling die erkend wordt door de industriële organi-saties. • Reparaties moeten uitgevoerd worden gebaseerd op de aanbevelingen van de fabri-kant. Onderhoud en reparaties die de hulp van ander gekwalificeerd personeel vereisen, moeten uitgevoerd worden onder toezicht van een persoon die gespecialiseerd is in het gebruik van brandbare koelmiddelen. Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en bewaard in een kamer met een opper-vlakte van meer dan 4 m2.
Het apparaat moet worden bewaard in een goed geventileerde ruimte met afmetingen die overeenstemmen met de gespecificeerde afmetingen voor werking. INSTRUCTIES VOOR HET HERSTELLEN VAN APPARATEN DIE R290 / R32 BEVATTEN1 ALGEMENE INSTRUCTIESDeze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor personen met de nodige ervaring in elektronica, elektriciteit, koeltechniek en mechanica. 1. 1 Controle van de omgevingVoer vóór het werken aan systemen die brandbare koelmiddelen bevatten de veiligheidscontroles uit die nodig zijn om te verzekeren dat het risico op ontsteking minimaal is. Vooraleer het koelsysteem hersteld kan worden moet vóór aanvang van de werkzaamheden aan de volgende voorzorgsmaatregelen voldaan zijn. 1.
2 WerkprocedureHet werk zal uitgevoerd worden volgens een gecontroleerde procedure om het risico uit te sluiten dat er een brandbaar gas of brandbare damp aanwezig is terwijl het werk uitgevoerd wordt. 1. 3 Algemene werkomgevingAl het onderhoudspersoneel en alle andere personen die in de omgeving aan het werk zijn zullen op de hoogte gebracht worden van het werk dat uitgevoerd wordt. Werken in besloten ruimtes zal vermeden worden.
De omgeving rond de werken zal afgezet worden. Verzeker dat de toestand in de ruimte veilig is en vrij is van brandbare stoffen. 1. 4 Controle op de aanwezigheid van koelmiddelDe omgeving zal vóór en tijdens de werkzaamheden gecontroleerd worden met een geschikt detectiemiddel voor koelmiddel om te verzekeren dat de technicus op de hoogte is van mogelijk brandbare atmosferen. Verzeker dat de apparatuur die gebruikt wordt voor lekdetectie geschikt is om gebruikt te worden bij koelmiddelen, dit wil zeggen vonkvrij, adequaat afgedicht of intrinsiek veilig. 1. 5 Aanwezigheid van een brandblusapparaatAls er heet werk uitgevoerd wordt op de koeluitrusting of daaraan verbonden onderdelen zal geschikte brandblusapparatuur ter plaatse beschikbaar zijn. Plaats een brandblusapparaat met droog poeder of CO2 naast het laadgebied. 1.
6 Geen ontstekingsbronnenNiemand zal tijdens werken aan een koelsysteem waarbij leidingen blootgesteld worden waarin zich eerder het brandbare koelmiddel bevond of nog steeds in bevindt, ontstekingsbronnen gebruiken op een manier die een risico op brand of een explosie met zich meebrengt. Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief sigaretten roken, moeten op een voldoende afstand gehouden worden tijdens het installeren, herstellen, verwijderen en afvoeren. Tijdens deze handelingen kan brandbaar koelmiddel in de omgeving vrijkomen. Vóór aanvang van de werken zal de omgeving rond de apparatuur gecontroleerd worden om te verzekeren dat er geen brandgevaar of risico op explosie aanwezig is. Er zullen borden met “Verboden te roken” geplaatst worden. 192.
1931. 7 Geventileerde omgevingVerzeker dat de omgeving open is of dat er voldoende geventileerd wordt vooraleer het systeem te openen of heet werk uit te voeren. Het niveau van ventilatie zal behouden blijven tijdens de periode waarin de werkzaamheden uitgevoerd worden. De ventilatie moet vrijgekomen koelmiddel veilig afvoeren en het liefst zo veel mogelijk naar de atmosfeer verdrijven. 1. 8 Controles van de koeluitrustingWanneer er elektrische onderdelen vervangen worden zullen de nieuwe onderdelen geschikt zijn voor hun doel en aan de juiste specificaties voldoen. De onderhoudsrichtlijnen van de fabrikant zullen te allen tijde gevolgd worden. Contacteer bij twijfel de technische dienst van de fabrikant voor bijstand.
De volgende controles zullen uitgevoerd worden bij installaties die brandbare koelmiddelen gebruiken: • De grootte van de lading overeenkomstig de afmetingen van de kamer waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten geïnstalleerd worden is. • De in- en uitlaten van de ventilatie naar behoren werken en niet geblokkeerd worden. • Als er een onrechtstreeks koelcircuit gebruikt wordt, zal het secundaire circuit gecontroleerd worden op de aanwezigheid van koelmiddel. • De aanduidingen op de uitrusting zichtbaar en leesbaar blijven. Aanduidingen en tekens die onleesbaar zijn zullen gecorrigeerd worden.
• Leidingen of onderdelen met koelmiddel worden in een positie geïnstalleerd waarbij het onwaarschijnlijk is dat ze blootgesteld worden aan stoffen die de onderdelen die koelmiddel bevatten zullen corroderen, tenzij de onderdelen gemaakt zijn uit materialen die van nature bestand zijn tegen corrosie of gepast beveiligd zijn tegen corrosie. 1. 9 Controle van elektrische apparatuurInitiële veiligheidscontroles zullen deel uitmaken van de procedure voor het herstellen en onderhouden van elektrische onderdelen.
Indien er een fout aanwezig is die de veiligheid in het gedrang kan brengen zal er geen voeding op het circuit aangesloten worden tot wanneer dit probleem opgelost is. Als de fout niet onmiddellijk gecorrigeerd kan worden maar de werking verder gezet moet worden, zal een adequate tijdelijke oplossing gebruikt worden. Dit zal gemeld worden aan de eigenaar van de uitrusting zodat alle partijen op de hoogte zijn. Initiële veiligheidscontroles zullen het volgende bevatten:• dat condensatoren ontladen zijn: dit zal gebeuren op een veilige manier om de kans op vonken te vermijden;• dat er geen onderdelen en bedrading onder spanning blootgesteld worden tijdens laden, recupereren of spoelen van het systeem;• dat het systeem voortdurend geaard is. 2 HERSTELLINGEN AAN AFGEDICHTE ONDERDELEN2.
1 Tijdens herstellingen aan afgedichte onderdelen moet alle elektrische voeding afgekoppeld worden van de apparatuur vóór het verwijderen van afgedichte deksels, enz. Als het absoluut nodig is dat de voeding tijdens onderhoudswerken aan de apparatuur aangesloten blijft moet een permanente lekdetectie geplaatst worden ter hoogte van het meest kritische punt om te waarschuwen voor een mogelijk gevaarlijke situatie. 2. 2 Er zal in het bijzonder aandacht besteed worden aan het volgende om te verzekeren dat tijdens het werken aan elektrische onderdelen de behuizing niet gewijzigd wordt op een manier waarop het niveau van beveiliging beïnvloed wordt. Dit zal beschadiging van kabels, een teveel aan aansluitingen, klemmenblokken die niet volgens specificatie zijn, beschadigingen aan dichtingen, onjuiste plaatsing van pakkingen, enz. bevatten. Verzeker dat de apparatuur stevig gemonteerd is.
Verzeker dat de dichtingen of dichtingsmaterialen niet zodanig verouderd zijn dat ze het binnendringen van brandbare atmosferen niet meer kunnen voorkomen. Vervangonderdelen zullen voldoen aan de specificaties van de fabrikant.
OPMERKING Het gebruik van siliconen afdichtingsmiddel kan de effectiviteit van sommige types van apparatuur voor lekdetectie verminderen. Intrinsiek veilige onderdelen moeten niet geïsoleerd worden vooraleer er aan gewerkt wordt. 3 HERSTELLINGEN AAN INTRINSIEK VEILIGE ONDERDELENBreng geen permanent inductieve of capacitieve ladingen aan op het circuit zonder te verzekeren dat deze de maximaal toegelaten spanning en stroom voor de gebruikte apparatuur niet overschrijden.
Intrinsiek veilige onderdelen zijn enkel deze onderdelen van het type waaraan gewerkt kan worden onder spanning in een brandbare atmosfeer. De testapparatuur zal van de juiste klasse zijn. Vervang onderdelen enkel door onderdelen met de specificaties van de fabrikant. Andere onderdelen kunnen leiden tot ontsteking van het koelmiddel in de atmosfeer ten gevolge van een lek. 4 BEKABELINGControleer dat de bekabeling niet beïnvloed is door slijtage, corrosie, overmatige druk, trillingen, scherpe randen of andere negatieve omgevingseffecten. De controle zal ook rekening houden met de effecten van veroudering of voortdurende trillingen die veroorzaakt worden door compressoren of ventilatoren. 5 DETECTIE VAN BRANDBARE KOELMIDDELENEr zullen onder geen omstandigheden mogelijke ontstekingsbronnen gebruikt worden tijdens het zoeken naar of detecteren van lekken van koelmiddel.
Een halidelamp (of een andere detector met open vlam) zal niet gebruikt worden. 6 METHODES VAN LEKDETECTIEDe volgende methodes van lekdetectie worden als aanvaardbaar beschouwd voor systemen die brandbare koelmiddelen bevatten. Elektronische lekdetectoren zullen gebruikt worden om brandbare koelmiddelen te detecteren maar de gevoeligheid kan onvoldoende zijn of ze moeten opnieuw gekalibreerd worden. (Detectieapparatuur zal gekalibreerd worden in een omgeving vrij van koelmiddel. )Verzeker dat de detector geen mogelijke ontstekingsbron is en geschikt is voor het gebruikte koelmiddel. Lekdetectie-apparatuur zal ingesteld worden op een percentage van de LEL van het koelmiddel en zal gekalibreerd worden volgens het koelmiddel dat gebruikt wordt en het gepaste percentage aan gas (25 % maximum) bevestigd is.
Vloeistoffen voor lekdetectie zijn geschikt voor gebruik voor de meeste koelmiddelen maar het gebruik van detergenten die chloor bevatten zal vermeden worden omdat het chloor kan reageren met het koelmiddel en het koperen leidingwerk kan corroderen.
Als er een vermoeden van een lek is zullen alle open vlammen verwijderd/gedoofd worden. Als er een lek van koelmiddel gevonden dat soldeerwerk vereist zal al het koelmiddel uit het systeem gerecupereerd worden of geïsoleerd worden (door middel van afsluitventielen) in een deel van het systeem op een veilige afstand van het lek. Zuurstofvrije stikstof (OFN) zal dan door het systeem geblazen worden, zowel vóór als tijdens het soldeerwerk. 7 VERWIJDEREN EN VERDRIJVENBij het openen van het koelmiddelcircuit om herstellingen uit te voeren - of voor een andere reden - zullen de conventionele procedures gebruikt worden. Het is echter belangrijk dat de beste praktijken gevolgd worden omdat er met brandbaarheid rekening gehouden moet worden.
De volgende procedure zal gevolgd worden: verwijder het koelmiddel; spoel het circuit met een inert gas; verdrijf; spoel opnieuw met het inert gas; open het circuit door snijden of solderen. De lading aan koelmiddel zal gerecupereerd worden in de gepaste recuperatieflessen. Het systeem zal “gespoeld” worden met OFN om de eenheid in een veilige toestand te brengen. Dit proces moet mogelijk enkele keren herhaald worden. Perslucht of zuurstof zal niet gebruikt worden voor deze taak. Spoeling zal bereikt worden door het breken van het vacuüm met OFN en er zal verder gevuld worden tot de werkingsdruk bereikt wordt. Daarna wordt de druk afgelaten naar atmosfeer en wordt er uiteindelijk terug vacuüm getrokken. Dit proces zal herhaald worden tot er zich geen koelmiddel meer in het systeem bevindt.
Na het gebruiken van de laatste lading OFN zal de druk afgelaten worden tot atmosferische druk om werken aan de apparatuur toe te laten. Deze handeling is zeer belangrijk als er soldeerwerken aan het leidingwerk uitgevoerd moeten worden. Verzeker dat de uitlaat van de vacuümpomp zich niet in de buurt bevindt van ontstekingsbronnen en dat er ventilatie is.
8 LAADPROCEDURESNaast de conventionele laadprocedures zullen de volgende vereisten gevolgd worden. Verzeker dat de verschillende koelmiddelen niet gemengd worden tijdens het gebruiken van de laadapparatuur. Slangen of leidingen zullen zo kort mogelijk zijn om de hoeveelheid aan koelmiddel dat zich hierin kan bevinden te minimaliseren. De flessen zullen rechtop geplaatst worden. Verzeker dat het koelsysteem geaard is vooraleer het systeem met koelmiddel geladen wordt. Breng etiketten aan op het systeem als het volledig geladen is (als dit nog niet het geval is). 194.
195Men moet uiterst voorzichtig zijn om het koelsysteem niet te overvullen. Vooraleer het systeem opnieuw te laden zal er een druktest met OFN uitgevoerd worden. Het systeem zal na het laden, maar vóór ingebruikname, getest worden op lekken. Een tweede controle op lekken zal uitgevoerd laten vóór het verlaten van de site. 9 ONTMANTELINGVooraleer deze procedure uitgevoerd wordt is het van essentieel belang dat de technicus de apparatuur en al zijn details volledig kent. Het is goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden. Vóór het uitvoeren van deze taak zal een monster van de olie en het koelmiddel genomen worden voor het geval een analyse vereist is vooraleer het gerecupereerde koelmiddel opnieuw gebruikt wordt. Het is van essentieel 4 GB belang dat er voeding beschikbaar is vooraleer met deze taak gestart wordt. a) Leer de uitrusting en de werking kennen.
b) Isoleer het systeem elektrisch. c) Verzeker vóór het proberen uitvoeren van deze procedure dat: mechanische behandelingsapparatuur beschikbaar is, indien nodig, voor het behandelen van de flessen met koelmiddel. d) Alle persoonlijke beveiligingsapparatuur beschikbaar is en gebruikt wordt; er wordt te allen tijde tijdens het recuperatieproces toezicht gehouden door een bevoegd persoon. e) Recuperatie-apparatuur en flessen voldoen aan de gepaste normen. f) Pomp het koelsysteem leeg, indien mogelijk. g) Maak, als er geen vacuüm getrokken kan worden, een verdeelstation zodat het koelmiddel uit de verschillende delen van het systeem verwijderd kan worden. h) Verzeker dat de fles op de weegschaal staat vóór aanvang van de recuperatie. i) Start de recuperatiemachine en bedien deze volgens de instructies van de fabrikant. j) Overvul de flessen niet.
l) Verzeker dat de flessen na het vullen en het voltooien van het proces de flessen en de apparatuur onmiddellijk van de site verwijderd worden en dat alle isolatiekleppen op de apparatuur in gesloten stand staan. m) Gerecupereerd koelmiddel zal niet in een ander koelsysteem geladen worden tenzij het gereinigd en gecontroleerd werd. 10 ETIKETTERINGEr zal een etiket op de apparatuur aangebracht worden dat aangeeft dat het ontmanteld werd en er geen koelmiddel meer aanwezig is. Dit etiket zal gedateerd en ondertekend worden. Verzeker dat er etiketten op de apparatuur aangebracht zijn die aangeven dat de uitrusting brandbaar koelmiddel bevat. 11 RECUPERATIEBij het verwijderen van koelmiddel uit een systeem, voor onderhoud of ontmanteling, is het goede praktijk dat alle koelmiddelen veilig verwijderd worden.
Verzeker dat tijdens het overbrengen van koelmiddel in flessen de juiste flessen voor recuperatie van koelmiddel gebruikt worden. Verzeker dat een voldoende aantal flessen voor het opslaan van de totale lading van het systeem beschikbaar is. Alle cilinders die gebruikt zullen worden zijn toegewezen aan het gerecupereerde koelmiddel en voorzien van een etiket voor dat koelmiddel (dit wil zeggen speciale cilinders voor de recuperatie van koelmiddel). Cilinders zullen voorzien zijn van een overdrukventiel en bijhorende afsluitventielen die zich in goed werkende staat bevinden. De inhoud van recuperatieflessen wordt verdreven en, indien mogelijk, worden de flessen gekoeld vóór de recuperatie van start gaat.
Controleer vóór het gebruiken van de recuperatiemachine dat deze goed werkt, gepast onderhouden werd en dat verbonden elektrische onderdelen afgedicht zijn om ontsteking te voorkomen in het geval van vrijgekomen koelmiddel. Raadpleeg de fabrikant bij twijfel. Het gerecupereerde koelmiddel zal terug gestuurd worden naar de leverancier in de juiste fles en met de correct ingevulde Waste Transfer Note. Meng koelmiddelen niet in recuperatie-eenheden en vooral niet in cilinders.
Verzeker dat, wanneer compressoren of de olie van compressoren verwijderd moet worden, deze leeg gemaakt werden tot een aanvaardbaar peil om te garanderen dat er geen brandbaar koelmiddel achterblijft in het smeermiddel. Het verwijderingsproces zal uitgevoerd worden vooraleer de compressoren teruggestuurd worden naar de leveranciers. Elektrische verwarming van de behuizing van de compressor zal enkel toegepast worden om dit proces te versnellen. Wanneer olie uit een systeem afgelaten wordt, zal dit op een veilige manier gebeuren.B DE INSTALLATIEGLET OP!Vóór de ingebruikname van uw airconditioner moet deze minimaal 2 uur rechtop hebben gestaan.De airconditioner is verplaatsbaar en kan gemakkelijk ergens anders worden geplaatst. Let daarbij op het volgende: Zorg dat het apparaat rechtop en op een vlakke ondergrond staat.
Het apparaat niet in badkamer, douche of in een andere natte omgeving gebruiken. Voor een goede luchtcirculatie tenminste 50 cm rondom het apparaat vrij houden. Het slangverbindingsstuk met slang aan de achterzijde van de unit op de 7luchtuitlaat 6 steken. Zorg dat de slang een vrije doorgang heeft naar buiten. Sluit hierbij het 6raam of de deur zo ver mogelijk.GOPMERKINGDe flexibele luchtafvoerslang kan tot ca. 1500 mm worden uitgerekt. 6De lengte van deze slang(en) is op de capaciteit van het apparaat bere-kend. Het gebruik van andere slangen of verlengstukken kan storingen aan het apparaat veroorzaken. De lucht moet ongehinderd kunnen stromen, anders kan dit oververhitting van het apparaat of condensatie van water in de luchtafvoerslang tot gevolg hebben. Zorg er daarom voor dat er geen knikken of scherpe bochten in de luchtslang(en) zitten.
197C BEDIENING1 2 4 5 61. Toets timer 2. Toets modus3. Toets omlaag4. Toets omhoog5. Snelheidsknop6. Aan/uit schakelaarUitzicht en werking van het bedieningspaneel Slaap-indicator Timing indicator Indicator verwarming* Indicator ventilator Indicator ontvochtiging Indicator koeling Indicator luchtstroming Indicatie hoge snelheid Indicatie gemiddelde snelheid Indicatie lage snelheid Indicator watertank vol* Alleen voor koelen en verwarmen model."Vóór aanvang van de activiteiten die worden beschreven in dit deel: 1) Zoek een plaats in de buurt van een stopcontact. 2) Installeer, zoals weergegeven in Afb.5 en Afb.5a, de uitlaatslang en pas ook de stand van het venster aan.
3) Sluit, zoals weergegeven in Afb.6, ook de afvoerslang aan (alleen gebruiken voor het verwarmingsmodel) ;4) Steek het netsnoer in een geaard AC220~240V/50Hz stopcontact; 5) Druk op de AAN/UIT-knop om de airconditioner aan te zetten. 1.Vóór gebruik Opmerking:- Bereik werkingstemperatuur: Maximale koeling Minimale koeling DB/WB(°C) 35/24 18/12 Maximale verwarming Minimale verwarming DB/WB(°C) 27/--- 7/---Controleer of de afvoerslang juist werd gemonteerd. Aandachtspunten voor koelen en ontvochtigen: - Wacht bij het gebruiken van de functies voor koelen en ontvochtigen minstens 3 minuten tussen het AAN/UIT zetten. - Voedingsspanning voldoet aan de vereisten.- Het stopcontact biedt wisselspanning. - Het stopcontact niet delen met andere toestellen. - Voedingsspanning is 220 - 240 V AC, 50 Hz WiFi Manualwww.qlima.comAfb. 6Afb. 5 & 5a
2. Koelen Druk op de toets “Modus” tot het pictogram “Koelen” wordt weergegeven. Druk op de toets “OMLAAG” of “OMHOOG” om de gewenste kamertemperatuur in te stellen. (16 - 31 °C)- Druk op de toets “LUCHT” om de luchtsnelheid te selecteren. 3. Ontvochtigen Druk op de toets “Modus” tot het pictogram “Ontvochtigen” wordt weergegeven. - De temperatuur wordt automatisch ingesteld op een temperatuur 2; lager dan de huidige kamertemperatuur. (16 - 31 °C)- De ventilatormotor wordt automatisch ingesteld op LAGE luchtsnelheid. 4. Ventilator- Druk op de toets “Modus” tot het pictogram “Ventilator” wordt weergegeven. - Druk op de toets “LUCHT” om de luchtsnelheid te selecteren. 5. Verwarming (deze functie is niet beschikbaar voor een unit met uitsluitend koeling) - Druk op de toets “Modus” tot het pictogram “Verwarmen” wordt weergegeven.
- Druk op de toets “OMLAAG” of “OMHOOG” om de gewenste kamertemperatuur in te stellen. (16 - 31 °C)- Druk op de toets “LUCHT” om de luchtsnelheid te selecteren. 6. Bediening van de timer Timer AAN zetten: - Druk, als de airconditioner UIT staat, op de toets “Timer” en selecteer de tijd waarop het toestel AAN moet schakelen via de toetsen voor het instellen van temperatuur en tijd. - “Ingesteld tijdstip voor AANSCHAKELEN” wordt weergegeven op het bedieningspaneel. - De tijd voor AANSCHAKELEN kan worden ingesteld van 0-24 uur. Timer UIT zetten- Druk, als de airconditioner AAN staat, op de toets “Timer” en selecteer de tijd waarop het toestel UIT moet schakelen via de toetsen voor het instellen van temperatuur en tijd. - “Ingesteld tijdstip voor UITSCHAKELEN” wordt weergegeven op het bedieningspaneel. - De tijd voor UITSCHAKELEN kan worden ingesteld van 0-24 uur. 7.
SWING (luchtstroom)Door bij ingeschakeld toestel op deze toets te drukken, zal de ventilatieklep ononderbroken naar links en rechts draaien; door opnieuw op deze toets te drukken zal het bewegen stoppen en de ventilatieklep in die stand blijven. 8. SLAAPFUNCTIE - Druk, in de modus koelen, op de toets SLAPEN om de temperatuur in te stellen. De temperatuur verhoogt 1°C na een uur en maximaal 2 °C na 2 uur. - Druk, in de modus verwarmen, op de toets SLAPEN om de temperatuur in te stellen. De temperatuur verlaagt 1 °C na een uur en maximaal 2 °C na 2 uur. Druk opnieuw op de toets SLAPEN om de instelling te annuleren. 198.
199Uitzicht en werking van de afstandsbediening182 5 64 71. Toets temperatuur verhogen2. Toets ventilatorsnelheid3. Indicator slaapmodus4. Indicator automatische luchtstroming5. Modus-toets6. Uurprogrammering7. Toets Aan/Uit8. Toets temperatuur verlagenD LUCHTFILTERDe airconditioner is uitgerust met een schermfilter om de grotere stofdeeltjes te verwijderen.Het gaasfilter moet regelmatig (2x per week) schoongemaakt worden. Reinig de luchtfilter met een neutraal reinigingsmiddel in lauw water (40ºC) en laat het langzaam drogen.Voor het uitnemen en terugplaatsen van het schermfilter.GLET OP!• Gebruik de airconditioner nooit zonder het gaasfilter.E DRAINAGEAlarmfunctie interne watertank volDe interne watertank in de airconditioner heeft één veiligheidsschakelaar voor het waterpeil die het waterpeil regelt.
Als het waterpeil een ingesteld niveau bereikt, gaat het indicatielampje voor een volle watertank branden. (Als de waterpomp defect is en het waterpeil hoog is, verwijder dan de rubberen afdichting onderaan de unit en laat al het water weglopen.)PERMANENTE WATERAFVOERE - Als u van plan bent om de unit gedurende langere tijd niet te gebruiken, verwijder dan de rubberen dichting uit het afvoergat onderaan de unit en koppen een afvoerslang aan op de onderste klem. Al het water in de watertank zal weglopen. - U kunt het water afvoeren zoals hierboven wordt beschreven als de unit in de modus VERWARMEN actief is.GOPMERKINGEN- De afstandsbediening niet laten vallen- De afstandsbediening niet op een plaats leggen waar deze wordt blootgesteld aan direct zonlicht
- Als de waterpomp defect is, kan de continue afvoer worden gebruikt. In deze toestand wordt de waterpomp niet geactiveerd. De unit kan zo ook goed werken. Als de waterpomp defect is, kan het water ook onderbroken worden afgevoerd. Sluit in dit geval, als het indicatielampje voor een volle watertank gaat branden, een afvoerslang aan op de onderste klem, al het water zal nu uit de container lopen. De unit kan zo ook goed werken. G ONDERHOUDGPAS OP!Schakel eerst de unit uit en trek de stekker uit het stopcontact voor u het apparaat of filter gaat schoonmaken.Gebruik voor het regelmatig schoonmaken van de buitenkant van het apparaat uitsluitend een zachte, vochtige doek. Voor het onderhoud van de filters, zie hoofdstuk D “Luchtfilter”.GOPMERKINGGebruik het apparaat nooit zonder gaasfilter.H OPBERGEN Leeg het waterreservoir (zie hoofdstuk E). Maak het gaasfilter schoon (zie ook hoofdstuk D).
Zet het apparaat 2 uren aan in luchtcirculatiestand, waardoor het binnen-werk volledig droog wordt. Berg het apparaat in een stofvrije en droge plaats op.1100
I STORINGENStoring Oorzaak Oplossing1. Eenheid schakelt niet aan na het drukken op de AAN/UIT knop- Het lampje van de waterindicator knippert en de watertank is volLaat het water uit de watertank lopen- De kamertemperatuur is hoger dan de ingestelde temperatuur. (Elektrische verwarmingsmodus).Reset de temperatuur- De kamertemperatuur is lager dan de ingestelde temperatuur. (Koelmodus)Reset de temperatuur2. Onvoldoende koelDe deuren en ramen staan niet dicht.Zorg ervoor dat alle deuren en ramen dicht staanEr bevinden zich warmtebronnen in de kamer.Verwijder de warmtebronnen indien mogelijkDe slang voor de luchtuitlaat is niet aangesloten of geblokkeerd.Sluit de slang voor de luchtuitlaat aan of reinig dezeDe temperatuur is te hoog ingesteld Reset de temperatuurDe luchtinlaat is geblokkeerd Reinig de luchtinlaat3.
Veel lawaaiHet vloeroppervlak is niet waterpas of vlak genoegPlaats de unit op een vlak, waterpas oppervlak indien mogelijkHet lawaai is afkomstig van het stromen van het koelmiddel binnenin de airconditionerDit is normaal4. Code E0 De sensor van de kamertemperatuur is defectWacht 3 minuten totdat de temperatuur is gedaald en zet het apparaat opnieuw aan5. Code E1 De temperatuursensor van de condensor is defect.Vervang de temperatuursen-sor van de condensor6. Code E2 De watertank is vol in de modus koelenVerwijder de rubberen stop en laat het water uit het apparaat lopen7. Code E3 De temperatuursensor van de verdamper is defect.Vervang de temperatuursen-sor van de verdamper8. Code E4 De watertank is vol in de modus verwarmen Leeg het waterreservoirProbeer nooit zelf het apparaat uit elkaar te nemen of te repareren. Bij onvak-kundige reparatie vervalt de garantie.
J GARANTIEBEPALINGENU krijgt op de airconditioner 24 maanden garantie vanaf de aankoopdatum. Binnen deze periode worden alle materiaal- en fabricagefouten kosteloos verhol-pen. Hierbij gelden de volgende regels:1. Alle verdere aanspraken op schadevergoeding, inclusief gevolgschade wijzen wij uitdrukkelijk af. 2. Reparatie of vervanging van onderdelen binnen de garantietermijn leidt niet tot verlenging van de garantie. 3. De garantie geldt niet wanneer veranderingen zijn aangebracht, niet-origi-nele onderdelen zijn gemonteerd of reparaties zijn verricht door derden. 4. Onderdelen die aan normale slijtage onderhevig zijn, zoals de filter, vallen buiten de garantie. 5. De garantie geldt uitsluitend als u de originele, gedateerde aankoopbon overlegt en als op geen van beiden veranderingen zijn aangebracht. 6.
De garantie geldt niet bij schade ontstaan door handelingen die afwijken van die in de gebruiksaanwijzing of door verwaarlozing. 7. De verzendkosten en het risico van het opsturen van de airconditioner of onder delen daarvan, komen altijd voor rekening van de koper. 8. Schade, veroorzaakt door het niet gebruiken van de geschikte filters, valt buiten de garantie. Om onnodige kosten te voorkomen, raden wij u aan eerst altijd zorgvuldig de gebruiksaanwijzing te raadplegen. Wanneer deze geen uitkomst biedt, kunt u de airconditoner ter reparatie aanbieden bij uw dealer. Werp elektrische apparatuur niet weg bij het huisvuil; lever het in op de daar-voor aangewezen plaats. Neem contact op met de plaatselijke autoriteiten voor informatie waar apparatuur kan worden ingeleverd.
Wanneer elektrische appara-ten worden weggegooid op de vuilstort of in de dump, kunnen gevaarlijke stof-fen in het grondwater en in de voedselketen terecht komen met alle gevolgen voor de gezondheid. Bij de vervanging van oude apparaten door nieuwe is de leverancier wettelijk verplicht zonder kosten het oude apparaat voor vernieti-ging in te nemen.
Batterijen niet in het vuur werpen, daar deze kunnen explode-ren of gevaarlijke vloeistoffen kunnen uitstoten. Indien u de afstandsbediening vervangt of vernietigt, de batterijen uitnemen en deze conform de geldende wetgeving·weggooien daar deze schadelijk zijn voor het milieu. Milieu-informatie: Deze apparatuur bevat gefluoreerde broeikasgassen zoals opgenomen in het Protocol van Kyoto. De apparatuur mag alleen worden gerepa-reerd of gedemonteerd door professioneel, geschoold personeel. Deze apparatuur bevat koelmiddel R290 / R32 in de hoeveelheid als aangegeven in bovenstaande tabel. Laat R290 / R32 niet ontsnappen in de atmosfeer: R290 / R32 is een gefluoreerd broeikasgas met een broeikasgaseffect (GWP) = 3. 1102.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Qlima P228 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Airco Qlima
Handleiding Airco
Nieuwste handleidingen voor Airco