Prophete E-Bike 2019 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Prophete E-Bike 2019 (436 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets E-bike. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen. Heb je een vraag over Prophete E-Bike 2019 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Prophete |
| Categorie: | Fiets E-bike |
| Model: | E-Bike 2019 |
Handleiding Prophete E-Bike 2019 – volledige tekst
NederlandsN L 3BELANGRIJKE INSTRUCTIES • SERIENUMMERSBELANGRIJKE INSTRUCTIESDeze gebruiksaanwijzing bevat functiebeschrijvingen die voor verschillende modellen en uit-voeringsvarianten gelden. Niet alle beschreven onderdelen of functies zijn op uw E-Bike inge-bouwd of aanwezig. Er volgt hieruit geen geldige rechtmatige vordering op deze onderdelen of functies. SERIENUMMERS(Zie pagina DE3)• Lees voor het eerste gebruik de gebruiksaanwijzing aandachtig door. Zo raakt u snel-ler met uw E-Bike vertrouwd en vermijdt u een verkeerde bediening die tot schade of ongevallen kunnen leiden. Volg in het bijzonder de veiligheidsinstructies en gevaren-aanwijzingen.• De E-Bike werd in voorgemonteerde toestand geleverd.
Voor de eerste ingebruikna-me is het daarom noodzakelijk om dat de E-Bike wordt ingesteld, afgesteld en dat de onderdelen en schroeven op hun vaste zitting worden gecontroleerd (zie hoofd-stuk "Eerste ingebruikname"). Gevaar voor ongevallen en schade!• Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig en geef deze bij verkoop of het doorgeven van de E-Bike ook mee.WAARSCHUWING
NederlandsN L 5INLEIDINGGeachte klant,Van harte bedankt dat u voor een Pedelec van ons merk hebt gekozen. Onze Pedelecs zijn uitgerust met speciaal voor Prophete ontworpen innovatieve en milieuvriendelijke onderde-len die door Duitse vaklui werden ontwikkeld. U zult beslist veel rijplezier beleven aan dit product van hoge kwaliteit! Pedelec staat voor Pedal Electric Cycle en betekent dat de etser tijdens het trappen een bij-komende elektrische trapondersteuning krijgt tot aan een snelheid van 25 km/h. Dit type rij-wiel wordt in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland als ets beschouwd en is daarom niet on-derworpen aan een vergunnings- of verzekeringsplicht. U hebt voor de Pedelec (hieronder E-Bike genoemd) geen rijbewijs nodig en u mag de etspaden gebruiken.Met vriendelijke groet, keep moving. Prophete GmbH u. Co. KGINLEIDING
6N L MARKERING BELANGRIJKE INSTRUCTIES • MILIEUVOORSCHRIFTENMARKERING BELANGRIJKE INSTRUCTIESBijzonder belangrijke instructies zijn in deze gebruiksaanwijzing als volgt aangeduid: Deze waarschuwing vestigt uw aandacht op mogelijke gevaren voor uw ge-zondheid, leven of andere personen die bij gebruik van de E-Bike kunnen ont-staan. Deze waarschuwing vestigt de aandacht op mogelijke schade die tijdens de omgang of het gebruik van de E-Bike kan ontstaan. Deze informatie geeft u bijkomende tips en advies.MILIEUVOORSCHRIFTENU bent als E-Bike-etser slechts als gast in de natuur. Gebruik daarom altijd de aanwezige, aangelegde wegen. Rijd nooit door wilde, beschermd natuurgebied om uw veiligheid en deze van andere wezens niet in gevaar te brengen. Laat de natuur zo achter als u ze aangetroffen hebt.
12N L ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIESALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES• Wij raden aan om een E-Bike slechts vanaf 14 jaar te gebruiken. • Maak u eerst vertrouwd met de bediening en het bijzondere rijgedrag van de E-Bike weg van de openbare weg. Oefen in het bijzonder het starten, remmen en het nemen van scherpebochten. DeremwegvandeE-Bikeisinvergelijkingmeteennormaleetslan-ger omwille van het hogere eigen gewicht. Ongevalgevaar. • Leef steeds de nationale wettelijke voorschriften en verkeersregels na van het overeen-komstige land waarin u de E-Bike gebruikt. In Duitsland zijn deze voorschriften in het Ver-keersreglement vastgelegd. • Ledere verkeersdeelnemer moet ervoor zorgen dat hij een ander niet in gevaar brengt of schade toebrengt of meer hindert of belemmert dan de omstandigheden onvermijdelijk maken. Rijd daarom altijd vooruitziend en voorzichtig.
Houd rekening met andere weg-gebruikers. • U mag met uw E-Bike uitsluitend op de openbare weg rijden wanneer deze is uitgerust met de uitrusting die in uw land wettelijk verplicht is. In Duitsland zijn deze vereisten in het Verkeersreglement (Straßenverkehrs- Zulassungs-Ordnung - StVZO) opgenomen. InovereenstemmingmetdeStVZOmoeteenets/E-BikeinDuitslanduitgerustzijnmet - twee onafhankelijk van elkaar werkende remmen, -eenduidelijkhoorbareetsbel, - een werkend voor- en achterlicht, -spaakreectorenofreecterendestrokenopdevelgofbanden, -pedaalreectoren, -eenwitte,naarvoorwijzendereector(indiennietinhetvoorlicht geïntegreerd), -eenrode,naarachterwijzendereector(Z-reectormetgrootoppervlak). Let hierbij op dat de accu de verlichting van stroom voorziet en dus bij elke rit wordt ge bruikt en opgeladen moet zijn.
• Rijd bij slechte weersomstandigheden, zoals bij regen, sneeuw of ijzel, bijzonder voorzich-tig of verplaats uw rit naar een later tijdstip. In het bijzonder het remvermogen kan bij slechte weersomstandigheden sterk verminderen. Ongevalgevaar. • Schakel in het duister en bij slechte zichtbaarheid altijd de verlichting in. Denk eraan dat u met ingeschakelde verlichting niet alleen beter ziet, maar ook door andere weggebrui-kers beter gezien wordt. Ongevalgevaar. •Erbestaatgeenwettelijkehelmplicht. Draagechtervooruweigenveiligheideenets-helmomhoofdletselstevermijden. WijradenuaanomeenPROPHETTE-etshelmtegebruiken die in overeenstemming met DIN EN 1078 is getest. •Draagbijvoorkeuropvallendekledijmetfellekleurenenreecterendestripszodat u door andere weggebruikers beter en sneller wordt gezien. Ongevalgevaar.
NederlandsN L 13ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES • VOORGESCHREVEN GEBRUIK−Draagantislipschoenendievaneenstijvezoolzijnvoorzienengenoeggripaan de voet geven. •HetmaximumtoegelatentotaalgewichtvandeE-Bikemagnietmeerbedragendande in het hoofdstuk "Technische gegevens" aangegeven waarde. Het totaalgewicht omvatdeE-Bike,deetserenallebelasting(bv. etskorfenzijtassenmetinhoud,kin-derzitje incl. kind, aanhanger en aanhangerlast, etc. ) Een overschrijding kan tot scha-de en ongevallen met verwondingsgevaar leiden. • Technische wijzigingen mogen alleen volgens de in uw land geldende wettelijke rege-lingen (Duitsland: StVZO ) en de op het typeplaatje aangegeven DIN EN ISO en eventu-eleandereonderdeelspeciekenormenwordenuitgevoerd. Ditgeldtinhetbijzondervoor veiligheidsrelevante onderdelen, zoals bv.
frame, vork, stuur, stuurpen, zadel, za-delsteun, bagagedrager (ISO 11243), alle remonderdelen (speciale remhendel & rem-voeringen), verlichtingsinrichtingen, kruk, wielen, aanhangerkoppelingen, banden en leidingen. Gevaar voor breuk, schade en ongevallen. WAARSCHUWINGATTENTIEVOORGESCHREVEN GEBRUIKTREKKING | CITY | CARAVAN | PLOOI-E-BIKE | URBANDeze E-Bikes zijn omwille van hun concept en uitrusting bestemd om op de openbare weg en geharde wegen te worden gebruikt. De hiervoor benodigde veiligheidstechnische uitrusting werd meegeleverd en moet door de gebruiker of een vakman regelmatig worden gecontro-leerd en, indien nodig, in stand gehouden. Voor alle gebruik dat hier niet aan beantwoord of het niet naleven van de veiligheidstechni-sche instructies in deze gebruiksaanwijzing en de mogelijks daaruit volgende schade zijn producent noch handelaar aansprakelijk.
Dit geldt in het bijzonder voor het gebruik op het terrein, bij sportwedstrijden, bij elke vorm van overbelasting, niet-voorgeschreven herstelling van gebreken en het gebruik voor industriële toepassingen. Caravan- en plooi-E-Bikes zijn niet bestemd om met een trailer te worden gebruikt. Het in acht nemen van de bedrijfs- en onderhoudsinstructies behoort eveneens tot het voor-geschreven gebruik. MTB Dit type E-Bikes zijn bestemd om op aangelegde veld-, bos- en grindwegen en in het licht ter-rein te worden gebruikt. Ze zijn echter niet geschikt om op de openbare weg te worden ge-bruikt. De hiervoor benodigde veiligheidstechnische uitrusting werd niet meegeleverd en moet, indien nodig, door de gebruiker of een vakman worden aangevuld.
Voor alle gebruik dat hier niet aan beantwoord, het niet naleven van de veiligheidstechnische instructies in deze gebruiksaanwijzing en de mogelijks daaruit volgende schade zijn produ-cent noch handelaar aansprakelijk. Dit geldt in het bijzonder voor het gebruik op het terrein, bij sportwedstrijden, bij elke vorm van overbelasting, niet-voorgeschreven herstelling van ge-breken en het gebruik voor industriële toepassingen. Deze E-Bikes zijn niet bestemd om met een trailer te worden gebruikt. Het in acht nemen van de bedrijfs- en onderhoudsinstructies behoort eveneens tot het voorgeschreven gebruik.
14N L VOORGESCHREVEN GEBRUIK • EERSTE INGEBRUIKNAME & CONTROLES VOOR HET BEGIN VAN EEN RITEERSTE INGEBRUIKNAME & CONTROLES VOOR HET BEGIN VAN EEN RITINGEBRUIKNAMEDe E-Bike werd omwille van verzendingstechnische redenen in voorgemonteerde toestand geleverd. Dit betekent dat niet alle onderdelen en schroeven af fabriek vast werden aange-spannen. U moet voor de eerste ingebruikname de volgende onderdelen vast aanspannen en evt. ook instellen: • Zadelklem • Pedalen • Lampen • Korf • Stuur, stuurpen en alle stuuraanbouwonderdelen (zoals bv. remhandgrepen, etsbel, schakelhendel, draaiende handgreepschakelaar, scherm/bedieneenheid) Meer informatie in verband met het instellen en de montage vindt u in de volgende hoofd-stukken van de E-Bike-onderdelen.
VOOR U BEGINT TE FIETSENVoor elke rit moet u de volgende onderdelen op hun werking of vaste zitting controleren: • Accu met meegeleverde lader opladen • Verlichting • Remmen (incl. dichtheid bij hydr. remmen) • Spaken • Snelspanner • Fietsbel • Zadel • Vering/Dempers/Shock • Stuur • Versnellingen • Pedalen • Velgen (controleren op slijtage en of ze rond lopen) • Banden (controleren op schade en luchtdruk)Daarenboven moet u de in het onderhoudsplan aangegeven intervallen voor de controle en voor het onderhoud regelmatig uitvoeren en moet u de onderhoudsinstructies volgen (zie hoofdstuk Verzorging & onderhoud) • Controleer voor elke rit of uw E-Bike veilig is voor gebruik. Denk hierbij ook aan de mo-gelijkheid dat uw E-Bike op een onbeheerd moment is omvergevallen of door een derde werd gemanipuleerd.• Voer voor elke rit de hieronder beschreven controles en evt. instellingswerken uit.
NederlandsN L 15EERSTE INGEBRUIKNAME & CONTROLES VOOR HET BEGIN VAN EEN RIT • PEDALENPEDALENPEDALEN MONTEREN1. Schroef de rechter pedaal in de richting van de wijzers van de klok (rechts draaien) en de linker pedaal tegen de richting van de wij-zers van de klok (links draaien) vast (afb. A).2. Span beide pedalen met een dubbele steeksleutel van 15 mm of, indien technisch niet mogelijk, met een binnenzeskantsleutel van 6 mm aan in overeenstemming met de draaimomentstandaard (zie hoofdstuk Draaimomentstandaardwaarden). KLAP-PEDAAL IN-/UITKLAPPEN1. Druk de schuiver 1 (afb. B) in.2. Klap de pedalen in de gewenste positie 2 (afb. B).L RL = Links draaien R = Rechts draaienA12B• Controleer voor elke rit dat de pedalen vast zijn ingeklikt. Ongevalgevaar!WAARSCHUWING• De pedalen moeten op elk moment vast zijn aangespannen aangezien deze anders uit de schroefdraad kunnen loskomen!
16N L STUURSTUUR STARRE STUURPENBij een starre stuurpen kan, naargelang de variant, de hoogte, positie en hellingshoek van het stuur worden ingesteld. POSITIE EN HOOGTE INSTELLEN1. Maak met een binnenzeskantsleutel van 6 mm de klem-schroef los 1 (afb. C) 2. Stel de positie en hoogte van het stuur of de stuurpen in. 3. Span de klemschroef opnieuw aan 1 (afb. C) in overeen-stemming met de draaimomentstandaardwaarde (zie hoofd-stuk Draaimomentstandaardwaarden).STUURHOEK INSTELLEN1. Maak met een binnenzeskantsleutel van 6 mm de klemas-schroef los 2 (afb. C)2. Stel de hellingshoek van het stuur in. 3. Draai de stuuraanbouwdelen (bv. remhendel) terug in de uit-gangspositie.4. Span de klemasschroef opnieuw aan 2 (afb.
C) in overeenstem-ming met de draaimomentstandaardwaarde (zie hoofdstuk Draaimomentstandaardwaarden).12C• Verzeker voor elke rit en na het instellen dat het stuur, de schroeven van de stuurbeves-tiging, de sluitmechaniek en de stuursnelspanner vast zitten! Ongevalgevaar!• Het stuur mag bij het rechtuitrijden niet schuin staan. Ongevalgevaar!• Hang voor het transport van voorwerpen geen draagtassen aan het stuur aangezien het rijgedrag anders beïnvloed kan worden. Ongevalgevaar! Gebruik in de plaats uitslui-tendindehandelverkrijgbareetskorvenofstuurtassen.WAARSCHUWINGATTENTIEWAARSCHUWING•Destuurpenmaghoogstenstotaanhetmaximumtekenvandestuurschachtwordenuitgetrokken! De markering van de minimale insteekdiepte op de stuurschacht mag niet zichtbaar zijn. Gevaar voor breuk en ongevallen! Bij niet inachtname geldt de garan-tie niet!
NederlandsN L 17STUURSTUURPEN MET HOEKVERSTELLING POSITIE EN HOOGTE INSTELLEN1. Maak met een binnenzeskantsleutel van 6 mm de klemschroef los 1 (afb. D) 2. U kunt de stuurpositie of stuurpen nu in de hoogte instellen. Let hierbij steeds op de markering van de minimumdiepte. 3. Span de klemschroef opnieuw aan 1 (afb. D) in overeenstem-ming met de draaimomentstandaardwaarde (zie hoofdstuk Draaimomentstandaardwaarden). STUURPENHOEK INSTELLEN1. Maak met een binnenzeskantsleutel van 6 mm de zijdeling-se klemschroef los 3 (afb. D) 2. Stel nu de gewenste hoek aan de pen in.3. Span vervolgens de klemschroef opnieuw aan 3 (afb. D) in overeenstemming met de draaimomentstandaardwaarde (zie hoofdstuk Draaimomentstandaardwaarden). STUURPENHOEK INSTELLEN1. Maak eerst met een binnenzeskantsleutel van 4 of 5 mm de klembokschroeven 1 (afb. E) van de stuurbevestiging los.2.
Stel de hellingshoek van het stuur in. 3. Span de klembokschroef 1 (afb. E) opnieuw aan (zie hoofd-stuk Draaimomentstandaardwaarden).4. Draai evt. de stuuraanbouwdelen (bv. remhendel) terug in de uitgangspositie.WAARSCHUWING• De stuurpen mag hoogstens tot aan de markering 2 (afb. D) worden uitgetrokken! De markering van de minimale insteekdiepte 2 (afb. D) mag niet zichtbaar zijn. Gevaar voor schade en ongevallen! - Bij niet inachtname geldt de garantie niet!1E111D213
18N L STUURA-HEAD-STUURPENBij de A-Head-stuurpen kan de stuurpositie, -hellingshoek en, naargelang het model, ook de hoekinstelling worden ingesteld. De stuurhoogte is echter niet instelbaar. POSITIE INSTELLEN1. Maak eerst met een binnenzeskantsleutel van 4 of 5 mm de zijdelingse klemschroeven 1 (afb. F) van de stuurpen los.2. Stel het stuur af.3. Span de klembokschroeven opnieuw aan (zie hoofdstuk Draaimomentstandaardwaarden).HELLING INSTELLEN1. Maak eerst met een binnenzeskantsleutel van 5 mm de klemasschroef van de stuurstang los 1 (afb. G) 2. Stel de hellingshoek van het stuur in. 3. Draai de stuuraanbouwdelen (bv. remhendel) terug in de uitgangspositie.4. Span de klemasschroef 1 (afb. G) opnieuw aan (zie hoofdstuk Draaimomentstandaard-waarden).Om de speling in het stuur in te stellen, spant u de bovenste instelschroef 2 (afb. F) met een binnenzeskantsleutel van 5 mm aan.
De instel-schroef moet worden aangespannen tot er geen speling meer in de lage mogelijk is. Ze moet niet overdreven strak worden aangespannen. STUURPENHOEK INSTELLEN1. Maak eerst met een binnenzeskantsleutel van 5 of 6 mm de zijdelingse klemschroef 1 (afb. H/I) los. 2. Stel nu de gewenste hoek aan de pen in.3. Span vervolgens de klemschroef opnieuw aan 1 (afb. H/I) in overeenstemming met de draai-momentstandaardwaarde (zie hoofdstuk Draai-momentstandaardwaarden).F112G1111H11I
NederlandsN L 19STUURPLOOI-STUURPENSTUUR INKLAPPEN 1. Draai de vleugelmoer 2 (afb. J) aan de stuurpen los. 2. Draai de stuurpen naar opzij. STUUR UITKLAPPEN 1. Klap de stuurpen op de vorkbuis. Let er daarbij op dat het klemstuk 1 (afb. J) in de daarvoor bestemde verdieping ligt (vgl. afb. J). 2. Draai de vleugelmoer 2 (afb. J) vast aan. STUUR AFSTELLEN 1. Klap het stuur om, zoals beschreven in het hoof-dstuk Het stuur inklappen. 2. Draai de nu zichtbare zeskantbout 1 (afb. K) met een 6 mm inbussleutel los. De bout moet hiervoor slechts lichtjes worden losgedraaid. 3. Plaats het stuur op de vorkbuis en stel de positie in zo-als gewenst. 4. Klap het stuur om, zoals beschreven in het hoofdstuk Het stuur inklappen. 5. Draai de zeskantbout 1 (afb. L) nu opnieuw vast (zie hoofdstuk Draaimomentgegevens). 6. Klap het stuur om, zoals beschreven in het hoofdstuk Het stuur uitklappen.
STAND VAN HET STUUR INSTELLEN 1. Draai eerst de klemblokbouten 1 (afb. J) van de stu-urbevestiging met een 5 mm inbussleutel los. 2. Stel de hellingshoek van het stuur in. 3. Draai de klemblokbouten 1 (afb. J) weer vast (zie hoof-dstuk Draaimomentgegevens). 4. Draai de montageonderdelen van het stuur (bijv. rem-hendel) eventueel terug naar de uitgangsstand.J1 2K1L11
20N L STUURSPEED LIFTERMet behulp van de Speed Lifter kunt u het stuur in enkele seconden in de gewenste hoogte instellen of dit praktisch voor het transport of opslag 90° indraaien. HOOGTE INSTELLEN1. Maak de hendel 1 (afb. N) van de snelspanner los. 2. Schuif het stuur in de gewenste hoogte. 3. Duw de snelspanhendel 1 (afb. N) terug tot deze volledig neerligt (zie ook hoofdstuk Snelspanner). STUUR INDRAAIEN1. Maak de hendel 1 (afb. N) van de snelspanner los. 2. Duw de veiligheidshendel naar boven 2 (afb. N). 3. Draai het stuur nu in. Als het stuur opnieuw in de rijpositie moet worden ingesteld gaat u als volgt te werk:1. Draai het stuur in de rijrichting.2. Schuif de veiligheidshendel 2 (afb. N) volledig naar beneden.3. Duw de snelspanhendel 1 (afb. N) terug tot deze volledig neer-ligt (zie ook hoofdstuk Snelspanner). N1 2
NederlandsN L 21ZADEL | ZADELSTEUNZADEL | ZADELSTEUNHOOGTE INSTELLENDe hoogte van het zadel moet zo zijn ingesteld dat de knie tijdens het rijden niet helemaal gestrekt wordt en de tip van de voet in de zitpositie toch de bodem kan bereiken (afbeel-ding D).1. Maak de klemming van de zadelsteun los. Gebruik hiervoor een binnenzeskantsleutel van 5 of 6 mm, naargelang de va-riant 1 (afb. P).2. Stel de gewenste zadelhoogte in. Trek de zadelsteun ten hoogste tot aan de markering uit. 3. Span de schroeven opnieuw aan in overeenstemming met de draaimomentstandaardwaarde (zie hoofdstuk Draaimo-mentstandaardwaarden). Als de zadelsteun met een snelspanner wordt vastgemaakt, gaat u voor het losmaken of sluiten te werk, zoals beschre-ven in het hoofdstuk Snelspanner.HOEK EN POSITIE INSTELLENDe positie van het zadel (afstand tot het stuur) en de zadelhel-ling kunnen afzonderlijk worden ingesteld.
De helling van de za-del moet ongeveer horizontaal zijn. Aangezien de "juiste" zadel-helling zuiver subjectief wordt ondervonden, kan deze van etser tot etser verschillen.Naargelang de gebruikte zadelsteun en het gebruikte zadel kan de helling of de positie van het zadel verschillend worden inge-steld: OP• Trek de zadelsteun ten hoogste tot aan de markering van de minimale insteekdiepte uit. De markering mag niet zichtbaar zijn. Gevaar voor breuk en onge-vallen! Bij niet inachtname geldt de garantie niet!WAARSCHUWINGWAARSCHUWING• Controleer voor elke rit en in het bijzonder na het instellen van de zadelpositie de beves-tigingsschroeven en snelspanners op hun vaste zitting. Ongevalgevaar!1
22N L ZADEL | ZADELSTEUNZADELSTEUN MET KLEM (AFB. Q)1. Maak met een binnenzeskantsleutel van 13 mm de aan de zijkant van de zadelklem aangebrachte moer 1 los (afb. Q). Bij enkele modellen moet hierbij de contramoer met een binnenzeskantsleutel van 6 mm worden geconterd. 2. Stel de helling of de afstand van het zadel tot het stuur in. 3. Span de moer opnieuw aan 1 (afb. Q) in overeenstemming met de draaimomentstandaardwaarde (zie hoofdstuk Draai-momentstandaardwaarden). PATENTZADELSTEUN (AFB. R & S)1. Maak eerst met een binnenzeskantsleutel van 5 of 6 mm de onderste binnenzeskantschroef 1 (afb. R & S) los.2. Stel de helling van het zadel in. 3. Span de binnenzeskantschroef opnieuw aan 1 (afb. R & S) in overeenstemming met de draaimomentstandaardwaarde (zie hoofdstuk Draaimomentstandaardwaarden).
GEVEERDE ZADELSTEUNEen geveerde zadelsteun vangt schokken en oneffenheden van de rijbaan of de ondergrond op of minimaliseert deze. De wervelkolom en de tussenwervelschijven van de etser worden op die manier ontlast. U kunt de veersterkte afzonderlijk aanpassen. VERING INSTELLENU kunt de vering aan de onderste schroef van de zadelsteun met een binnenzeskantsleutel van 6 of 8 mm (afb. U) instel-len. hardere vering in de richting van de wijzers van de klok draaien (+)zachtere vering tegen de richting van de wijzers van de klok draaien (-)Q1 RU1 S1 1
NederlandsN L 23SNELSPANNERSNELSPANNEREen snelspanner bestaat uit een hendel 2 (afb. V + W), waar-mee de klemkracht wordt opgewekt en een contramoer 1 (afb. V) of kartelmoer. 1 (afb. W), waarmee de voorspanning kan wor-den ingesteld. U maakt de snelspanner los door de hendel om te leggen. Om te sluiten drukt u de hendel terug tot deze volledig vast zit. Bij de eerste helft van de sluitbeweging moet de hendel relatief makke-lijk, bij de tweede helft daarentegen duidelijk moeilijker worden kunnen neergedrukt. Als dit niet het geval is, moet de snelspan-ner ingesteld worden aangezien deze onvoldoende spanvermo-gen opwekt. SNELSPANNER INSTELLEN1. Maak de hendel 2 (afb. V + W) van de snelspanner los. 2. Stel de voorspanning met een binnenzeskantsleutel van 5 of 6 mm met behulp van de zeskantschroef 1 (afb. V) in. Bij snel-spanners met kartelschroef 1 (afb.
W) kunt u de instelling met de hand uitvoeren. 3. Druk de snelspanhendel 2 (afb. V + W) met voldoende kracht te-rug in. De hendel moet volledig neerliggen. ASSNELSPANNER INSTELLEN1. Maak de hendel 1 (afb. X) van de assnelspan-ner los. 2. Stel de voorspanning met behulp van de klem-moer 2 (afb. X) in.3. Druk de snelspanhendel 1 (afb. X) terug. De hendel moet volledig neerliggen.1 2 X• Verzeker voor het begin van de rit dat alle snelspanners met voldoende spankracht zijn gesloten. Bij onvoldoende gesloten snelspanners kunnen onderdelen loskomen. Onge-valgevaar!• De hendel van de snelspanner moet volledig neerliggen en mag niet opstaan! Wiels-nelspanners en framesnelspanners moeten omwille van veiligheidsredenen altijd naar achter wijzen (gezien vanuit de rijrichting). Ongevalgevaar!
24N L PLOOIFRAME • GEVEERDE VORKPLOOIFRAMEFRAME INKLAPPEN1. Draai de hendelzekering uit de hendel 1 (afb. Y).2. Maak de hendel van de framesnelspanner 2 (afb. Y) los door deze in de richting van het achterwiel te trek-ken. 3. Klap het frame in.FRAME UITKLAPPEN1. Klap het frame uit. Let hierbij op dat er geen kabels vast-geklemd raken. 2. Draai de hendel van de framesnelspanner volledig in de richting van het voorwiel 2 (afb. Y) tot de hendelzekering 1 (afb. Y) vastklikt.• Verzeker voor elke rit dat de hendel van het sluitmechanisme volledig gesloten is en door de hendelbeveiliging volledig tot aan de aanslag in de hendel zit. Het frame kan anders tijdens het rijden omklappen! Ongevalgevaar!• Let bij het uitklappen van het frame op dat u geen kabels tussen beide delen van het frame vastklemt.
Gevaar voor schade en ongevallen!WAARSCHUWINGATTENTIE12YGEVEERDE VORKVeel E-Bikes zijn met een geveerde vork uitgerust om u als etser meer rijcomfort te bieden. Bij enkele modellen kan de veervoorspanning afzonderlijk worden ingesteld. In dit geval kan de vork aan het gewicht van de etser en de belasting worden aangepast. Bij sportieve E-Bikes, zoals bv. mountainbikes, speelt ook het type bodem of terrein een be-langrijke rol. De veervoorspanning kan zo optimaal aan de terreinomstandigheden worden afgestemd.
U schakelt de veerfunctie weer in door de hendel rich-ting OPEN te draaien.DEMPER (SHOCK)U kunt de demper (ook shock genoemd) afzonderlijk afstellen, in overeenstemming met uw lichaamsgewicht en het terrein. De luchtdemper kan met behulp van luchtdruk worden ingesteld. De negatieve veerweg (ook SAG-waarde genoemd) drukt hierbij de comprimering van de demper uit die uitsluitend door het gewicht van de etser, de zitpositie en geometrie van het frame ontstaat. De SAG-waarde moet tussen de 15% en 25% van de totale veerweg (38 mm) liggen. Dit komt bij een ingebouwde demper met ca. 6 tot 8 mm. overeen. Als de SAG-waarde wordt over- of Z1 AA
26N L onderschreden, moet de luchtdruk van de demper worden aangepast. SAG-WAARDE METEN 1. Plaats een kabelbinder aan de kolf 3 (afb. AE) en schuif deze tot aan de stofdichting 2 (afb. AE).2. Neem in zitpositie op de ets plaats. Wip daarbij niet zodat de SAG-waarde niet vervalst wordt. 3. Stap voorzichtig van de ets af.4. Meet de negatieve veerweg (SAG-waarde) tussen de stof-dichting 2 (afb. AE) van de demper en de kabelbinder.DEMPER INSTELLENOverschrijdtdevoordedempervrijgegevenmaximaleluchtdruk(20,7bar/300psi)niet. Er kan anders schade aan de demper en het frame optreden. Gevaar voor schade en ongevallen!WAARSCHUWINGGebruik voor het instellen of ter controle van de luchtdruk een pomp met manometer.1. Verwijder het ventieldopje 2 (afb. AC). 2. Plaats de pomp aan de ventiel van de demper en contro-leer de luchtdruk aan de manometer. 3. Corrigeer evt. de luchtdruk.
NederlandsN L 27VERLICHTINGLampen en achterlicht worden door de accu van stroom voorzien. Bij ingeschakelde verlich-ting betekent dit meer veiligheid aangezien u ook bij het stilstaan zichtbaar blijft. Als het aandrijvingssysteem omwille van een lege accu automatisch uitschakelt, kunt u de verlich-ting nog gedurende minstens 2 uur gebruiken. VERLICHTING IN-/UITSCHAKELEN U schakelt de verlichting in of uit door de knop 1 (afb. AD) gedurende ongeveer 2-3 seconden ingedrukt te houden. Als alternatief kunt u de verlichting ook uitschakelen, door het aandrijfsysteem af te zetten. Bij systemen met de EasyControl-Display schakelt het licht automatisch in- of uit. Het kan ook, zoals boven beschreven, handmatig worden geschakeld. ACHTERLICHT MET REMLICHTFUNCTIEBij het achterlicht met remlichtfunctie is het achterlicht met een sensor uitgerust dat bij het remmen een stop-signaal geeft.
De bewegingssensor gaat aan, zodra de snelheid van de etser met meer dan 1,6 m per secon-de afneemt. LAMPEN INSTELLENStel de lamp in, zoals afgebeeld in afb. AE. Let op dat de straalbundel in geen geval te hoog ligt aangezien anders andere weggebruikers verblind kunnen worden. VERLICHTING• Schakel in het duister en bij slechte zichtbaarheid altijd de verlichting in. Denk eraan dat u met ingeschakelde verlichting niet alleen beter ziet, maar ook door andere weg-gebruikers beter gezien wordt. Ongevalgevaar. • Bij slechte zichtbaarheid, schemering en in het duister moet de accu worden gebruikt. Controleer of de accu voldoende is opgeladen. Ongevalgevaar. • Controleer bij elke rit met ingeschakelde verlichting of de lichtstraal correct is inge-steld. Deze mag in geen geval te hoog zijn aangezien u anders andere weggebruikers kunt verblinden. Ongevalgevaar.
28N L REM• De veilige omgang met de remmen is toonaangevend voor uw veiligheid bij het rijden. Zorg daarom voor uw eerste rit dat u vertrouwd bent met de remmen van uw E-Bike. Ongevalgevaar! • Controleer voor elke rit de remmen op hun werking. Verkeerd ingestelde of herstelde remmen kunnen tot verminderd remvermogen of het falen van de remmen leiden. Ongevalgevaar!• Het remvermogen is van veel factoren afhankelijk. Het kan bv. omwille van de bodem-toestand (grindwegen, losse steentjes, etc.), bijkomende belasting, bergafdalingen of slechte weersomstandigheden aanzienlijk verminderen. Bij een natte ondergrond kan de remweg ca. 60% langer zijn dan bij een droge onder-grond. Pas daarom uw rijgedrag overeenkomstig aan. Rijd langzamer en bijzonder voorzichtig. Ongevalgevaar!• Vermijd plots en hard remmen om te vermijden dat de wielen mogelijk slippen of blokkeren.
Ongevalgevaar!• Laat onderhoudswerken en herstellingen aan de remmen uitsluitend door voldoende gekwaliceerdpersoneeluitvoeren.Verkeerdingesteldeofherstelderemmenkunnentot verminderd remvermogen of het falen van de remmen leiden. Ongevalgevaar!• Vervang remonderdelen uitsluitend door originele vervangonderdelen aangezien uit-sluitend op deze manier een goede werking kan worden gegarandeerd. Ongevalge-vaar!WAARSCHUWINGATTENTIE• De remvoeringen moeten altijd vrij zijn van vuil, vet en olie aangezien het remvermo-gen anders snel of volledig kan wegvallen. Ongevalgevaar!• Controleer voor elke rit de slijtagegraad van de remschoenen. Bij rijden met sterk versleten remschoenen kan het tot een volledig verlies van het remvermogen ko-men! Ongevalgevaar!WAARSCHUWING
NederlandsN L 29REMREMHENDEL INSTELLENDe slag van de remhendel wordt door de spanning van de remkabel geregeld. 1. Maak de contraring en draai vervolgens aan de instel-schroef 1 (afb. AH) om de slag van de remhendel te rege-len.2. Houd de instelschroef vast en trek de contraring stevig aan tot hij tegen de hendelbehuizing drukt.3. Activeer de remhendel na het instellen ca. 8-10 keer in de stand om speling aan de remhendel en remvoeringen te voorkomen.4. Stel de slag van de remhendel eventueel nog eens af.REMSCHOENEN VERVANGENDe remvoeringen (ook remschoenen genoemd) verslijten bij gebruik. Controleer daarom regelmatig de slijtagegraad en vervang deze onmiddellijk ten laatste wanneer u remvermo-gen verliest: 1. Maak de schroeven van de remschoenen 1 (afb. AI) aan de linker- en rechterzijde met een binnenzeskantsleutel van 5 mm los. 2. Laat de remkabel 1 (afb. AJ) uithangen.3.
Vervang beide remschoenen.4. Hang de remkabel 1 (afb. AJ) terug in.5. Stel vervolgens de remschoenen en de remhendel opnieuw in.1 2 AIAH1 AJ1 2 • Vervang de remschoenen uitsluitend door originele vervangonderdelen. Let op dat u uitsluitend remschoenen gebruikt die geschikt zijn voor de gebruikte velg (staal of alu). Een normale werking is anders niet gewaarborgd. Ongevalgevaar!• Vervang de remschoenen altijd uitsluitend in paren aangezien de rem anders niet correct werkt of het remvermogen vermindert. Ongevalgevaar!WAARSCHUWING
30N L REMREMSCHOENEN INSTELLENDe instelling van de V-Brake-velgrem is identiek aan voor- en achterwiel. Stel eerst de rem-schoen parallel met de velg af:1. Maak (indien dit nog niet is gebeurd) de schroeven van de remschoen 1 (afb. AI) met een bin-nenzeskantsleutel van 5 mm los. 2. Stel eerst de losgemaakte remschoen parallel met de velg af. 3. Span de remschoenschroeven 1 (afb. AI) opnieuw aan (zie hoofdstuk Draaimomentstan-daardwaarden). Pas vervolgens de afstand van de remschoenen aan de velg aan:De afstand van de remschoenen tot de velg moet aan beide zijden ca. 1 mm bedragen. Bij het activeren van de remhendel moeten beide remschoenen tegelijk met de velg contact hebben. 1. Stel de afstand van de remschoenen in door aan de stelschroef 2 (afb.
AI) te draaien: Afstand tot de velg vergroten in de richting van de wijzers van de klok Afstand tot de velg verkleinen tegen de richting van de wijzers van de klok 2. Stel vervolgens de remhendel in, zoals beschreven in het hoofdstuk "Remhendel". 3. Herhaal de procedure indien de hendel nog altijd te makkelijk kan worden gesloten. HYDRAULISCHE VELGREMONDERHOUDDe gevulde MAGURA-remolie is niet onderhevig aan veroudering. De MAGURA-velgrem moet zo bij normaal gebruik niet regelmatig worden ontlucht of opnieuw worden gevuld. Als het bv. omwille van een defecte remleiding toch nodig is, laat u dit uitsluitend door gekwaliceerd vakpersoneel met overeenkomstig speciaal gereedschap uitvoeren. • De remvoeringen moeten altijd vrij zijn van vuil, vet en olie aangezien het remvermo-gen anders snel of volledig kan wegvallen. Ongevalgevaar.
• Controleer voor elke rit de slijtagegraad van de remvoeringen. Bij rijden met sterk ver-sleten remvoeringen kan het tot een volledig verlies van het remvermogen komen. On-gevalgevaar. • Vervang de remschoenen uitsluitend door originele vervangonderdelen. Let op dat u uitsluitend remschoenen gebruikt die geschikt zijn voor de gebruikte velg (staal of alu).
NederlandsN L 31REMDRUKPUNT INSTELLEN / REMVOERINGSLIJTAGE COMPENSE-RENU kunt het drukpunt van de rem aan de remhendel instellen. Dit werk moet ook worden uitgevoerd om de remvoeringslijta-ge te compenseren.1. Draai de schroef 1 (afb. AK) in de richting van de wijzers van de klok om de remvoeringen dichter bij de velgrand te bren-gen. Het drukpunt aan de remhendel zet zich nu vroeger in. U hebt evt. een Torx 25-sleutel nodig voor dit werk.REMSCHOENEN VERVANGENVervang de MAGURA-remschoenen onmiddellijk van zodra de diepte van de inkerving op de remvoering minder is dan 1 mm (afb. AL):1. Draai de schroef 1 (afb. AK) tegen de richting van de wijzers van de klok terug.2. Druk de hendel van de snelspanner 3 (afb. AM) naar bene-den om deze te openen (OPEN).3. Verwijder de remcilinder 2 van de Cantilever-sokkel 1 (afb. AM) .4. Verwijder (indien nodig) het wiel. 5.
Trek de versleten remschoenen af. 6. Reinig de remschoenopname.7. Steek de nieuwe remschoenen 1 in de opname tot ze vast-klikken (afb. AN) .8. Plaats het wiel, indien verwijderd, terug. 9. Plaats de remcilinder 2 op de Cantilever-sokkel 1 (afb. AM) .10. Sluit de snelspanhendel 3 (afb. AM) door deze naar boven te drukken (CLOSE). Als de hendel te makkelijk kan worden gesloten, moet de snelspanschroef afgesteld worden. SNELSPANNER INSTELLEN1. Druk de hendel van de snelspanner 3 (afb. AM) naar beneden om deze te openen (OPEN).2. Draai de snelspanschroef een kwartdraai in de richting van de wijzers van de klok. 3. Sluit de snelspanhendel 3 (afb. AM) door deze naar boven te drukken (CLOSE). 4. Herhaal de procedure indien de hendel nog altijd te makkelijk kan worden gesloten. 1 AKAL1 2 3 AM1 AN
32N L HYDRAULISCHE SCHIJFREMSCHIJFREM INSTELLENIn regel zijn instelwerken aan de hydraulische schijfremmen niet nodig. De remvoeringen centreren vanzelf door de remhendels te activeren. REMVOERING VERVANGEN1. Maak beide schroeven 1 (afb. AO) van het remzadel los met een binnenzeskantsleutel van 5 mm.2. Verwijder het remzadel 2 (afb. AO) van de remschijf.3. Plooi het gekromde uiteinde van de lunspen 1 (afb. AP) recht. Gebruik hiervoor een geschikt werktuig (bv. tang).4. Trek de lunspen 1 (afb. AP) uit.5. Vervang de remvoeringen 2 (afb. AP). 6. Steek de lunspen 1 (afb. AP) terug en plooi het open uiteinde zo om dat de pen niet uit de houder kan loskomen. Gebruik hiervoor een geschikt werktuig (bv. tang).7. Bevestig het remzadel door beide schroeven 1 (afb. AP) met een binnenzeskantsleutel van 5 mm aan te spannen. 8.
Activeer meermaals de overeenkomstige rem om de nieuwe remvoeringen in het remzadel te centreren. Als er nog slepen-de geluiden te horen zijn, stelt u de remmen in, zoals beschre-ven.REM•Hetmaximaleremvermogenwordtbijeennieuweremschijfofnieuweremvoeringenpas na enkele rembeurten bereikt! Ongevalgevaar!• De remschijf wordt bij het remmen zeer warm en kan brandwonden veroorzaken. Bo-vendien kunnen de schijfranden scherp zijn en snijwonden veroorzaken. Raak ze daar-om niet aan wanneer de schijf warm is of ze draait. Ongevalgevaar!• Gebruik voor de hydraulische remmen van Shimano uitsluitend minerale olie van Shimano, voor alle andere types alleen DOT4 of een gelijkaardige remvloeistof. Dit kan anders leiden tot schade, defecten tot zelfs het uitvallen van de remmen.
NederlandsN L 33TERUGTRAPREMU activeert de terugtraprem door een pedaalbeweging in de tegenovergestelde rijrichting. De terugtraprem is onderhoudsvrij en moet niet worden afgesteld.FIETSSTANDAARDFIETSSTANDAARD BEDIENEN1. Om de E-Bike te gebruiken stelt u de E-Bike op en klapt u de etsstandaard naar boven.2. Om de E-Bike te parkeren stelt u de E-Bike vast en klapt u de etsstandaard naar beneden.•BijverkeerdebedieningvandeetsstandaardbestaathetgevaardatdeE-Bike omvalt en beschadigd raakt. Gevaar voor schade! •Gebruikdeetsstandaardnietinheuvelachtigegebieden,maaruitsluitendop een vlakke en vaste ondergrond. De E-Bike kan anders omvallen. Gevaar voor schade!ATTENTIE• De terugtraprem werkt uitsluitend bij een correct geplaatste ketting! Bij een afge-sprongen ketting kunt u met de terugtraprem niet remmen! Ongevalgevaar!
•Bijsterkerembeurtenkanhetachterwielblokkerenenkuntudecontroleoverdeetsverliezen. Ongevalgevaar!• Gebruik bij langere afdalingen ook de velgremmen om te voorkomen dat de terug-traprem oververhit. Anders kan het remvermogen van de terugtraprem plots of sterk verminderen. Ongevalgevaar!WAARSCHUWINGATTENTIEREM • FIETSSTANDAARD
De volgende varianten zijn mogelijk:MOTOR*- AEG EasyDrive (Voorwielmotor) - AEG EasyDrive Heck, AEG EasyDrive+ Heck (Achterwielmotor) - AEG ComfortDrive /C, AEG EcoDrive /C, AEG SportDrive (Middenmotor) - BLAUPUNKT-voorwielmotor - BLAUPUNKT-middenmotor - BLAUPUNKT-achterwielmotorACCU*- SideClick-accu - Achterdrageraccu - Frame-accu - Downtube-accuSTUURSCHERM*- LED-stuurscherm (met USB-/Bluetooth-functie of zonder USB-/Bluetooth-functie) - Multifunctioneel LCD-scherm (met Bluetooth-functie of zonder Bluetooth-functie) - Mini-LCD-scherm - EasyControl-scherm - Rijgedrag met motorondersteuning (*=zie ook hoofdstuk Technische gegevens en Onderdeelbenaming|Leveringsomvang)• Maak u eerst vertrouwd met de bediening en het bijzondere rijgedrag van de E-Bike weg van de openbare weg. Oefen in het bijzonder het starten, remmen en het nemen van scherpe bochten.
Begin hierbij eerst met een lage ondersteuningsgraad. Ongeval-gevaar. • Rijd met een hoge ondersteuningsgraad niet in een scherpe bocht of aan lage snel-heid. Kies in de plaats een lage ondersteuningsgraad. Ongevalgevaar. • DeremwegvandeE-Bikeisinvergelijkingmeteennormaleetslangeromwillevanhet hogere eigen gewicht. Ongevalgevaar. • Van zodra u een remhendel activeert, valt de motor automatisch stil. Dit voorkomt een ongewilde vooruitbeweging in gevaarlijke situaties. (Uitsluitend bij modellen met remonderbrekingsschakelaar. ) • Als u tijdens het rijden niet meer op de pedalen trapt of met de terugtraprem remt, valt de motor met een korte vertraging automatisch stil. • De E-Bike is niet geschikt voor kilometerslange klimpartijen aangezien de motor an-ders oververhit en beschadigd kan raken. Als u enkel nog stapsvoets kunt rijden hoe-weluhetmax.
NederlandsN L 35AANDRIJVINGSSYSTEEMLED-STUURSCHERMU bedient het aandrijvingssysteem met behulp van het LED-stuurscherm aan de linkerzijde van het stuur. Het toont alle informatie die u voor de bediening van de E-Bike nodig heeft (afb. AQ). AANDRIJVINGSSYSTEEM IN-/UITSCHAKELEN1. Houd de knop 1 (afb. AQ) van het LED-stuurscherm gedurende ca. 15 seconden ingedrukt.U kunt de verlichting ook bij een voordien uitgeschakeld aandrijvingssysteem opnieuw in-schakelen (zie hoofdstuk Verlichting) De SAMSUNG-achterdrager- en AEG/ BLAUPUNKT -DownTube-accu schakelen na ca. 1 uur inactiviteit vanzelf uit. Druk op de knop op de accu om de accu opnieuw te activeren. 1AAN-/UIT-KNOP Met deze knop kunt u het aandrijvingssysteem in- en uitschakelen. 2Plus-knop + Met deze knop kunt u de trapondersteuning met telkens een niveau verho-gen.
Houd de knop een paar seconden ingedrukt om de rijondersteuning te activeren. 3Snelheidsniveau De LED-lampen geven weer welke trapondersteuning u op dit moment hebt ingesteld.4Lichtsensor De lichtsensor regelt de weergavehelderheid van de LED-verlichting van het stuurscherm. 5Acculaadtoestand De LED-lampen geven de huidige laadtoestand van de accu weer.6Min-knop - Met deze knop kunt u de trapondersteuning met telkens een niveau vermin-deren. Houd de knop 2 seconden ingedrukt om de verlichting in of uit te schakelen. • Wanneer u het aandrijvingssysteem uitschakelt, wordt de verlichting eveneens uitgeschakeld. Ongevalgevaar!ATTENTIE3 4 5 2 1 6 AQ
36N L AANDRIJVINGSSYSTEEMAANDRIJVINGSSYSTEEM BEDIENENHet aandrijvingssysteem ondersteunt u tijdens het trappen met bijkomend motorvermogen tot een snelheid van 25 km/h. U kunt vrij kiezen tussen 5 snelheidsniveaus (afb. AR). 1. Kies voor of tijdens het etsen met de Plus- 2 of Min-knop 6 (afb. AQ) het gewenste snelheidsniveau (afb. AR). Als u tijdens het etsen stopt met het bewegen van de peda-len, stopt de motor automatisch met een korte vertraging. U kunt de E-Bike met een uitgeschakeld aandrijvingssysteem als een normale ets gebruiken. RIJGEDRAG MET MOTORONDERSTEUNINGHet rijgedrag van de E-Bike verschilt tijdens het rijden met actieve motorondersteuning aan-zienlijk van dat van een normale ets. Pas daarom de ondersteuningsgraad van de motor aan de buitenomgeving (zoals bv. de rij-baanvoering, verkeersdrukte, ondergrondtype), snelheid en eigen vaardigheden aan. Rijd bv.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Prophete E-Bike 2019 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fiets E-bike Prophete
Handleiding Fiets E-bike
Nieuwste handleidingen voor Fiets E-bike