Prophete City 2020 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Prophete City 2020 (342 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets E-bike. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Prophete City 2020 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/342

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Prophete
Categorie: Fiets E-bike
Model: City 2020

Handleiding Prophete City 2020 – volledige tekst

2N L SERIENUMMERS • BELANGRIJKE INSTRUCTIESSERIENUMMERS(Zie pagina DE3)BELANGRIJKE INSTRUCTIESDeze gebruiksaanwijzing bevat functiebeschrijvingen die voor verschillende modellen en uitvoe-ringsvarianten gelden. Niet alle beschreven onderdelen of functies zijn op uw fiets ingebouwd of aanwezig. Er volgt hieruit geen geldige rechtmatige vordering op deze onderdelen of functies.• Lees voor het eerste gebruik de gebruiksaanwijzing aandachtig door. Zo raakt u sneller met uw fiets vertrouwd en vermijdt u een verkeerde be-diening die tot schade of ongevallen kunnen leiden. Volg in het bijzonder de veiligheidsinstructies en gevarenaanwijzingen.• Lees de gebruiksaanwijzing aandachtig en geef deze bij verkoop of het doorgeven van de fiets ook mee.

NederlandsN L 3INHOUDSOPGAVEINHOUDSOPGAVESERIENUMMERS. NL 2BELANGRIJKE INSTRUCTIES. NL 2INLEIDING. NL 4VERKLARING BELANGRIJKE INFORMATIE. NL 5VERKLARING TYPEPLAATJE. NL 5ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES. NL 6DEELNAME AAN HET WEGVERKEER. NL 7VOORGESCHREVEN GEBRUIK. NL 7MILIEUVOORSCHRIFTEN. NL 8TECHNISCHE GEGEVENS. NL 9EERSTE INGEBRUIKNAME | CONTROLES VOOR HET BEGIN VAN EEN RIT. NL 10PEDALEN. NL 11STUUR. NL 12ZADEL | ZADELSTEUN. NL 16SNELSPANNER. NL 18PLOOIFRAME. NL 19GEVEERDE VORK. NL 20DEMPER SHOCK. NL 21VERLICHTING. NL 22REM. NL 24FIETSSTANDAARD. NL 30WIELEN. NL 31KRUK. NL 34VERSNELLINGSMECHANISME. NL 35KETTING. NL 42VERVOER VAN PERSONEN/LASTEN. NL 44DIEFSTALBESCHERMING. NL 45ONDERHOUD. NL 46DRAAIMOMENTSTANDAARDWAARDEN. NL 52FOUTEN VERHELPEN. NL 53WAARBORG | GARANTIE. NL 54AFVOER. NL 56FIETSPASS. NL 57.

NederlandsN L 5VERKLARING BELANGRIJKE INFORMATIE• VERKLARING TYPEPLAATJEVERKLARING BELANGRIJKE INFORMATIEBijzonder belangrijke instructies zijn in deze gebruiksaanwijzing als volgt aangeduid: Deze waarschuwing wijst op mogelijke gevaren die kunnen leiden tot ernstig of dodelijk letsel bij het hanteren of bedienen van de fiets. Deze waarschuwing waarschuwt u voor mogelijke schade die kan leiden tot licht letsel of schade aan de fiets.Deze informatie geeft u bijkomende tips en advies.VERKLARING TYPEPLAATJEHet typeplaatje bevindt zich op de zadelbuis van de fiets en wordt in deze gebruiksaanwijzing (pagina DE-2) geplakt. Voorbeeld: A Artikel no. B Serienummer (SN)C Typeaanduiding D Toegepaste normenE Symbool "Instructies lezen"WAARSCHUWINGATTENTIEProphete GmbH u. Co.

NederlandsN L 7DEELNAME AAN HET WEGVERKEER • VOORGESCHREVEN GEBRUIKDEELNAME AAN HET WEGVERKEERLedere verkeersdeelnemer moet ervoor zorgen dat hij een ander niet in gevaar brengt of schade toebrengt of meer hindert of belemmert dan de omstandigheden onvermijdelijk maken. Rijd daarom altijd vooruitziend en voorzichtig. Houd rekening met andere weggebruikers. Leef steeds de nationale wettelijke voorschriften en verkeersregels na van het overeenkomstige land waarin u de Fiets gebruikt. In Duitsland zijn deze voorschriften in het Verkeersreglement vastgelegd. U mag met uw Fiets uitsluitend op de openbare weg rijden wanneer deze is uitgerust met de uit-rusting die in uw land wettelijk verplicht is. In Duitsland zijn deze vereisten in het Verkeersreglement (Straßenverkehrs-Zulassungs-Ordnung - StVZO) opgenomen.

In overeenstemming met de StVZO moet een fiets/Fiets in Duitsland uitgerust zijn met - twee onafhankelijk van elkaar werkende remmen, - een duidelijk hoorbare fietsbel, - een werkend voor- en achterlicht, - spaakreflectoren of reflecterende stroken op de velg of banden, - pedaalreflectoren, - een witte, naar voor wijzende reflector (indien niet in het voorlicht geïntegreerd), - een rode, naar achter wijzende reflector (Z-reflector met groot oppervlak). VOORGESCHREVEN GEBRUIKCITY | TREKKING | PLOOIFIETS Deze fietsen zijn omwille van hun concept en uitrusting bestemd om op de openbare weg en ge-harde wegen te worden gebruikt. De hiervoor benodigde veiligheidstechnische uitrusting werd meegeleverd en moet door de gebruiker of een vakman regelmatig worden gecontroleerd en, in-dien nodig, in stand gehouden.

Voor alle gebruik dat hier niet aan beantwoord of het niet naleven van de veiligheidstechnische instructies in deze gebruiksaanwijzing en de mogelijks daaruit volgende schade zijn producent noch handelaar aansprakelijk.

8N L MTB |URBANDeze fietsen zijn bestemd om op aangelegde veld-, bos- en grindwegen en in het licht terrein* te worden gebruikt. Ze zijn echter niet geschikt om op de openbare weg te worden gebruikt. De hier-voor benodigde veiligheidstechnische uitrusting werd niet meegeleverd en moet, indien nodig, door de gebruiker of een vakman worden aangevuld. Voor alle gebruik dat hier niet aan beantwoord, het niet naleven van de veiligheidstechnische in-structies in deze gebruiksaanwijzing en de mogelijks daaruit volgende schade zijn producent noch handelaar aansprakelijk. Dit geldt in het bijzonder voor het gebruik van deze fietsen bij sportwedstrijden, bij niet-voorgeschreven herstelling van gebreken en bij eender welk type over-belasting.

Tot het voorgeschreven gebruikt behoort ook het naleven van de gebruiks- en onder houdsin-structies.* = alleen MTBMILIEUVOORSCHRIFTENU bent als fietser slechts als gast in de natuur. Gebruik daarom altijd de aanwezige, aangelegde wegen. Rijd nooit door wilde, beschermd natuurgebied om uw veiligheid en deze van andere we-zens niet in gevaar te brengen. Laat de natuur zo achter als u ze aangetroffen hebt. Laat geen af-val achter en vermijd schade aan de natuur door een aangepast gedrag en rijgedrag.VOORGESCHREVEN GEBRUIK • MILIEUVOORSCHRIFTEN

NederlandsN L 9VOORGESCHREVEN GEBRUIKTECHNISCHE GEGEVENSNORMDeze ets werd in overeenstemming met de huidige norm DIN EN ISO 4210 vervaardigd.MAXIMUM TOEGELATEN TOTAALGEWICHTCity | Trekking | Urban 120 kg*SUV/XXL-fiets 170 kg*MTB (vanaf 26") 120 kg*Fiets (24") 80 kg*Fiets (20") 60 kg*Plooifiets (20") 100 kg* *= Het totaalgewicht omvat de fiets, de fietser en alle belasting (bv. fietskorf en zijtassen met inhoud, kinderzitje incl. kind, aanhanger en aanhangerlast, etc.) MAXIMALE BAGAGEDRAGER/KORFBELASTINGmax. bagagedragerbelasting 25 kg**max. korfbelasting 2 kg** **= indien niets anders op het onderdeel is aangegeven VERLICHTINGSINRICHTINGDynamo • Naafdynamo • Banddynamo (6V/3W)Voorlicht • LED (lamp niet vervangbaar )Achterlicht • LED (niet vervangbaar )

NederlandsN L 11PEDALENPEDALEN MONTEREN1. Schroef de rechter pedaal in de richting van de wijzers van de klok (rechts draaien) en de linker pedaal tegen de richting van de wijzers van de klok (links draaien) vast (01 ). Span beide pedalen met een dubbele steeksleutel van 15 mm of, indien technisch niet mogelijk, met een binnenzeskantsleutel van 6 mm aan in over-eenstemming met de draaimomentstandaard (zie hoofdstuk Draaimomentstandaardwaarden). KLAPPEDAAL IN/UITKLAPPEN1. Druk de schuiver 02 in.2. Klap de pedalen in de gewenste positie 03.GEVAAR VOOR SCHADE EN ONGEVALLEN!• De pedalen moeten op elk moment vast zijn aangespannen aangezien deze anders uit de schroefdraad kunnen loskomen! Controleer daarom voor elke rit beide pedalen op hun vaste zitting.

12N L STUURSTUURSTARRE STUURPENBij een starre stuurpen kan, naargelang de variant, de hoogte, positie en hellingshoek van het stuur worden ingesteld. POSITIE EN HOOGTE INSTELLEN1. Maak met een binnenzeskantsleutel van 6 mm de klem-schroef los 04 / 07.2. Stel de positie en hoogte van het stuur of de stuurpen in. 3. Span de klemschroef opnieuw aan 04 / 07 in overeenstem-ming met de draaimomentstandaardwaarde (zie hoofdstuk Draaimomentstandaardwaarden).STUURHOEK INSTELLEN1. Maak met een binnenzeskantsleutel van 5/6 mm de klemas-schroef 05 06 / 08 los.2. Stel de hellingshoek van het stuur in. 3. Draai de stuuraanbouwdelen (bv. remhendel) terug in de uit-gangspositie.4.

Span de klemasschroef 05 06 / 08 opnieuw aan in overeen-stemming met de draaimomentstandaardwaarde (zie hoofd-stuk Draaimomentstandaardwaarden).ONGEVALGEVAAR!• Verzeker voor elke rit en na het instellen dat het stuur, de schroeven van de stuurbevestiging, de sluitmechaniek en de stuursnelspanner vast zitten! • Het stuur mag bij het rechtuitrijden niet schuin staan.• Hang voor het transport van voorwerpen geen draagtassen aan het stuur aangezien het rijgedrag anders beïnvloed kan worden. Gebruik in de plaats uitsluitend in de handel verkrijgbare fietskorven of stuurtassen.ATTENTIEWAARSCHUWING• De stuurpen mag hoogstens tot aan het maximumteken van de stuurschacht worden uitgetrokken! De markering van de minimale insteekdiepte op de stuurschacht mag niet zichtbaar zijn. Gevaar voor breuk en ongevallen!07080506

NederlandsN L 13STUURSTUURPEN MET HOEKVERSTELLING POSITIE EN HOOGTE INSTELLEN1. Maak met een binnenzeskantsleutel van 6 mm de klem-schroef los 10 .2. U kunt de stuurpositie of stuurpen nu in de hoogte instellen. Let hierbij steeds op de markering van de minimumdiepte 11. (Bij niet inachtname geldt de garantie niet.)3. Span de klemschroef opnieuw aan 10 in overeenstemming met de draaimomentstandaardwaarde (zie hoofdstuk Draai-momentstandaardwaarden). STUURPENHOEK INSTELLEN1. Maak met een binnenzeskantsleutel van 6 mm de zijdeling-se klemschroef los 09.2. Stel nu de gewenste hoek aan de pen in. 3. Span vervolgens de klemschroef opnieuw aan 09 in over-eenstemming met de draaimomentstandaardwaarde (zie hoofdstuk Draaimomentstandaardwaarden). STUURPENHOEK INSTELLEN1. Maak eerst met een binnenzeskantsleutel van 4 of 5 mm de klembokschroeven van de stuurbevestiging 12 los.2.

Stel de hellingshoek van het stuur in. 3. Span de klembokschroef opnieuw aan (zie hoofdstuk Draai-momentstandaardwaarden).4. Draai evt. de stuuraanbouwdelen (bv. remhendel) terug in de uitgangspositie.WAARSCHUWINGGEVAAR VOOR SCHADE EN ONGEVALLEN!• De stuurpen mag hoogstens tot aan de markering worden uitgetrokken! De markering van de minimale insteekdiepte mag niet zichtbaar zijn. 12091011

NederlandsN L 15STUURPLOOISTUURPENSTUUR INKLAPPEN 1. Draai de vleugelmoer 19 aan de stuurpen los. 2. Draai de stuurpen naar opzij. STUUR UITKLAPPEN 1. Klap de stuurpen op de vorkbuis. Let er daarbij op dat het klemstuk 18 in de daarvoor bestemde verdieping ligt. 2. Draai de vleugelmoer 19 vast aan. STUUR AFSTELLEN 1. Klap het stuur om, zoals beschreven in het hoofdstuk Het stuur inklappen. 2. Draai de nu zichtbare zeskantbout 20 met een 6 mm inbussleutel los. De bout moet hiervoor slechts lichtjes worden losgedraaid. 3. Plaats het stuur op de vorkbuis en stel de positie in zoals gewenst. 4. Klap het stuur om, zoals beschreven in het hoofdstuk Het stuur inklappen. 5. Draai de zeskantbout 20 nu opnieuw vast (zie hoofdstuk Draaimomentgegevens). 6. Klap het stuur om, zoals beschreven in het hoofdstuk Het stuur uitklappen. STAND VAN HET STUUR INSTELLEN 1.

Draai eerst de klemblokbouten van de stuurbevestiging 21 met een 5 mm inbussleutel los. 2. Stel de hellingshoek van het stuur in. 3. Draai de klemblokbouten weer vast (zie hoofdstuk Draai-momentgegevens). 4. Draai de montageonderdelen van het stuur (bijv. remhen-del) eventueel terug naar de uitgangsstand.18 192120

16N L ZADEL | ZADELSTEUNZADEL | ZADELSTEUNHOOGTE INSTELLENDe hoogte van het zadel moet zo zijn ingesteld dat de knie tij-dens het rijden niet helemaal gestrekt wordt en de tip van de voet in de zitpositie toch de bodem kan bereiken (22).1. Maak de klemming van de zadelsteun los. Gebruik hiervoor, naargelang de variant, een binnenzeskantsleutel van 4 / 5 / 6 mm 23 of een zeskantsleutel van 13 mm 25 en een bin-nenzeskantsleutel van 5 mm 24.2. Stel de gewenste zadelhoogte in. Trek de zadelsteun ten hoogste tot aan de markering uit. 3. Span de schroeven opnieuw aan in overeenstemming met de draaimomentstandaardwaarde (zie hoofdstuk Draaimo-mentstandaardwaarden).

Als de zadelsteun met een snelspanner wordt vastgemaakt, gaat u voor het losmaken of sluiten te werk, zoals beschre-ven in het hoofdstuk Snelspanner.GEVAAR VOOR BREUK EN ONGEVALLEN!• Trek de zadelsteun ten hoogste tot aan de markering van de minimale in-steekdiepte uit. De markering mag niet zichtbaar zijn.ATTENTIEATTENTIEONGEVALGEVAAR!• Controleer voor elke rit en in het bijzonder na het instellen van de zadelposi-tie de bevestigingsschroeven en snelspanners op hun vaste zitting. 22232524

18N L SNELSPANNERSNELSPANNEREen snelspanner bestaat uit een hendel 32/34, waarmee de klem-kracht wordt opgewekt en een contramoer 31 of kartelmoer. 33, waarmee de voorspanning kan worden ingesteld. U maakt de snelspanner los door de hendel om te leggen. Om te sluiten drukt u de hendel terug tot deze volledig vast zit. Bij de eer-ste helft van de sluitbeweging moet de hendel relatief makkelijk, bij de tweede helft daarentegen duidelijk moeilijker worden kunnen neergedrukt. Als dit niet het geval is, moet de snelspanner ingesteld worden aangezien deze onvoldoende spanvermogen opwekt. SNELSPANNER INSTELLEN1. Maak de hendel 32/34 van de snelspanner los. 2. Stel de voorspanning met een binnenzeskantsleutel van 5 of 6 mm met behulp van de zeskantschroef 31 in. Bij snelspanners met kartelschroef 33 kunt u de instelling met de hand uitvoe-ren. 3.

Druk de snelspanhendel 32/34 met voldoende kracht terug in. De hendel moet volledig neerliggen. ASSNELSPANNER INSTELLEN1. Maak de hendel 35 van de assnelspanner los. 2. Stel de voorspanning met behulp van de klem-moer 36 in.3. Druk de snelspanhendel 35 terug. De hendel moet volledig neerliggen.ONGEVALGEVAAR!• Verzeker voor het begin van de rit dat alle snelspanners met voldoende spankracht zijn gesloten. Bij onvoldoende gesloten snelspanners kunnen onderdelen loskomen. • De hendel van de snelspanner moet volledig neerliggen en mag niet op-staan! Wielsnelspanners en framesnelspanners moeten omwille van veilig-heidsredenen altijd naar achter wijzen (gezien vanuit de rijrichting). • Als de snelspanhendel zich geheel makkelijk laat dichtdrukken of in geslo-ten toestand kan worden verdraaid, is er onvoldoende voorspanning. Stel de snelspanner opnieuw in.

20N L GEVEERDE VORKGEVEERDE VORKVeel fietsen zijn met een geveerde vork uitgerust om u als fietser meer rijcomfort te bieden. Bij enkele modellen kan de veervoorspanning afzonderlijk worden ingesteld. In dit geval kan de vork aan het gewicht van de fietser en de belasting worden aangepast. Bij sportieve fietsen, zoals bv. mountainbikes, speelt ook het type bodem of terrein een belangrij-ke rol. De veervoorspanning kan zo optimaal aan de terreinomstandigheden worden afgestemd. VEERVOORSPANNING INSTELLENGEVAAR VOOR SCHADE!• Draai de instelschroef nooit over de aanslag aangezien de vork anders scha-de oploopt! ATTENTIEU kunt de veervoorspanning van de vork instellen door aan de zijdelingse instelschroef van de vorkbrug te draaien 41.

NederlandsN L 21DEMPER (SHOCK)DEMPER SHOCKU kunt de demper (ook shock genoemd) afzonderlijk afstellen, in overeenstemming met uw li-chaamsgewicht en het terrein. De luchtdemper kan met behulp van luchtdruk worden ingesteld. De negatieve veerweg (ook SAG-waarde genoemd) drukt hierbij de comprimering van de demper uit die uitsluitend door het gewicht van de fietser, de zitpositie en geometrie van het frame ontstaat. De SAG-waarde moet tussen de 20% en 40% van de totale veerweg (51 mm) liggen. Als de SAG-waarde wordt over- of onderschreden, moet de luchtdruk van de demper worden aangepast. SAGWAARDE METEN 1. Plaats een kabelbinder aan de kolf 46 en schuif deze tot aan de stofdichting 45. 2. Neem in zitpositie op de fiets plaats. Wip daarbij niet zo-dat de SAG-waarde niet vervalst wordt. 3. Stap voorzichtig van de fiets af. 4.

Meet de negatieve veerweg (SAG-waarde) tussen de stof-dichting 46 van de demper en de kabelbinder. DEMPER INSTELLENGEVAAR VOOR SCHADE EN ONGEVALLEN. • Overschrijdt de voor de demper vrijgegeven maximale luchtdruk (19 bar/275 psi) niet. Er kan anders schade aan de demper en het frame optreden. ATTENTIEGebruik voor het instellen of ter controle van de luchtdruk een pomp met manometer. 1. Verwijder het ventieldopje 44. 2. Plaats de pomp aan de ventiel van de demper en controleer de luchtdruk aan de manometer. 3. Corrigeer evt. de luchtdruk. INSTELLEN VAN DE UITGAANDE DEMPINGDe uitgaande demping regelt de uitveersnelheid van de vering na het inveren. De uitveersnelheid van de vering heeft invloed op het contact van het wiel met de grond, wat op zijn beurt weer van invloed is op de controle en efficiëntie.

NederlandsN L 23De verlichting wordt met behulp van de inschakel-knop aan de dynamo ingeschakeld. Trek de dynamo van de band weg wanneer u deze opnieuw wilt uit-schakelen. DYNAMO INSTELLEN1. Maak de schroef 50 los.2. Stel de middenas van de dynamo 49 op de wielas af.3. Stel de positie van de dynamo zo in dat het wrij-vingswiel 48 bij ingeschakelde dynamo over de hele breedte aan de band ligt.4. Span de bevestigingsschroef opnieuw aan 50 in overeenstemming met de draaimomentstandaard-waarde (zie hoofdstuk Draaimomentstandaard-waarde). NAAFDYNAMOBij een fiets met een naafdynamo kunt u de verlichting met behulp van een schakelaar recht-streeks aan de lamp in- of uitschakelen. / I / AN / ON Verlichting ingeschakeld0 / AUS / OFF Verlichting uitgeschakeldAUTO Verlichting schakelt zichzelf met behulp van een lichtsensor automatisch in of uit4849 50VERLICHTING

30N L TERUGTRAPREMU activeert de terugtraprem door een pedaalbeweging in de tegenovergestelde rijrichting. De te-rugtraprem is onderhoudsvrij en moet niet worden afgesteld.FIETSSTANDAARDFIETSSTANDAARD BEDIENEN1. Om de fiets te gebruiken stelt u de fiets op en klapt u de fietsstandaard naar boven.2. Om de fiets te parkeren stelt u de fiets vast en klapt u de fietsstandaard naar beneden.ONGEVALGEVAAR! • De terugtraprem werkt uitsluitend bij een correct geplaatste ketting of riem! Bij een afgesprongen ketting of riem kunt u met de terugtraprem niet meer remmen! • Bij sterke rembeurten kan het achterwiel blokkeren en kunt u de controle over de fiets verliezen. • Gebruik bij langere afdalingen ook de velgremmen/schijfremmen om te voor-komen dat de terugtraprem oververhit. Anders kan het remvermogen van de terugtraprem plots of sterk verminderen.

WAARSCHUWINGGEVAAR VOOR SCHADE!• Bij verkeerde bediening van de fietsstandaard bestaat het gevaar dat de fiets omvalt en beschadigd raakt. • Gebruik de fietsstandaard niet in heuvelachtige gebieden, maar uitsluitend op een vlakke en vaste ondergrond. De fiets kan anders omvallen. ATTENTIEREM • FIETSSTANDAARD

NederlandsN L 31WIELENWIELENBANDEN | SLANGDe informatie met betrekking tot de bandengrootte is op de banden afgedrukt. Zij wordt in milli-meter (ETRTO-norm- of inch aangegeven. 47.622 betekent bv. dat de bandenbreedte 47 mm be-draagt en de binnenste bandendiameter 622 mm. Houdt u zich aan de laagste en hoogste spanning die op de band is aangegeven. Als de banden-spanning lager is dan de aangegeven minimumspanning, dan kan de rubber mantel beschadigd raken, omdat de druk te groot wordt en de zijkanten kunnen scheuren. Als de spanning echter hoger is dan de aangegeven maximumspanning, dan kan de binnenband springen. U kunt de exacte bandenspanning met een luchtpomp met ingebouwde manometer of een extern banden-spanningsapparaat meten.REFLECTERENDE STRIPSBij velgen of banden met reflectorstrepen zijn er wettelijk gezien geen bijkomende spaakreflecto-ren nodig.

PECHBESCHERMINGHet pechbeschermingssysteem voor leidingen of banden maakt herstellingen bij kleine diame-ters (tot ca. 3 mm) onnodig. GEVAAR VOOR SCHADE EN ONGEVALLEN! • Controleer voor elke rit of het bandenprofiel versleten is en of er zichtbare schade merkbaar is. Vervang in geval van twijfel de banden onmiddellijk door originele vervangbanden. • Vervang defecte banden en leidingen uitsluitend in de voor de velg passende afmetingen aangezien zo de correcte werking kan worden verzekerd. • De op de banden aangegeven maximumdruk mag in geen geval worden over-schreden aangezien de leiding anders kan springen! • De banden moeten altijd over voldoende luchtdruk beschikken! Bij een te lage luchtdruk kan het rijgedrag, in het bijzonder in de bochten, negatief wor-den beïnvloed. Ook kunnen de banden lek raken en de velgen beschadigen. Bovendien verslijten de banden sneller.ATTENTIE

32N L WIELENSPAKENSpaken verbinden de velgen met de naaf De gelijkmatige spanning van de spaken is verantwoor-delijk voor het feit dat de wielen rond lopen en voor de stabiliteit van het loopwiel. Mettertijd kunnen de spaken zich zetten en is er slechts een naspanning en een centrering nodig. VELGDoor het gebruik van een V-Brake-velgrem verslijt de velg met-tertijd. Als slijtage-indicator is daarom een moer of een punt aan de zijflank van de velg aangebracht (70). Als deze niet meer zichtbaar is, is de slijtage reeds gevorderd en moet de velg on-middellijk worden vervangen.LEIDINGVENTIELENEr zijn 3 verschillende etsventielsoorten:71 Schrader-/autoventiel 72 Sclaverand-ventiel73 Dunlop-/Blitz-ventielVerwijder voor het oppompen eerst de ventieldop 74 en gebruik een voor het fietsventiel passende pomp.

Bij sclaverand-ventie-len moet u opletten dat zowel voor het oppompen als lucht afla-ten, er nog een kleine randelmoer 75 / 76 moet worden losge-GEVAAR VOOR SCHADE EN ONGEVALLEN! • Losse spaken moeten altijd onmiddellijk worden aangespannen en bescha-digde of gescheurde spaken onmiddellijk vervangen. • Laat onderhouds- en herstellingswerken met betrekking tot de spaken (bv. spaken aanspannen, vervangen of wiel centreren), uitsluitend door een vak-man met geschikt gereedschap uitvoeren. Alleen op deze manier kan een correcte werking worden verzekerd. ATTENTIEONGEVALGEVAAR!• Bij gebruik van een velgrem moeten de velgflanken altijd vrij zijn van vuil, olie en vet aangezien het remvermogen anders vermindert of de rem zelfs volledig defect raakt. GEVAAR VOOR SCHADE EN ONGEVALLEN!• Vervang de versleten velgen onmiddellijk aangezien de velgen anders onder belasting kunnen breken.

NederlandsN L 33WIELENmaakt en met de vinger kort naar boven aangetipt. Na het pompen moet de bevestigingsmoer 75 / 76 opnieuw worden dichtgedraaid en de ventieldop 74 teruggeplaatst. VOORWIEL VOORWIEL VERWIJDEREN1. V-Brake-velgrem Hang de remkabel 77 om het loopwiel later makkelijker te kunnen verwijderen. Hydraulische velgremmen: Open de snelspanhendel 80 van de velgrem [OPEN].2. Hydraulische velgremmen: Verwijder de remcilinder 79 van de Cantilever-sokkel 78 om de fiets later makkelijker te kunnen verwijderen.3. Maak de moeren, die de vaste zitting van het voorwiel garan-deren, met een sleutel van 15 mm (naargelang de uitvoering).4. Verwijder de moeren en de onderlegschijven van de as.5. Trek het voorwiel uit de asopname.VOORWIEL INBOUWEN1. Plaats het voorwiel in de asopname.2. Steek de onderlegschijven en moeren op de as.3.

Span de asmoeren met behulp van een sleutel van 15 mm opnieuw stevig aan (zie hoofdstuk Draaimomentstandaard-waarden).4. Plaats beide doppen op de asmoeren.5. V-Brake-velgrem Hang de remkabel 77 terug in. Hydraulische velgrem: Plaats de remcilinder 79 terug op de Cantilever-sokkel 78.7. Hydraulische velgrem: Sluit de snelspanhendel 80 [CLOSE]. Als ONGEVALGEVAAR!• Bij foutief ingebouwde wielen kan het rem- en rijgedrag negatief worden beïnvloed. • Span alle voorheen losgemaakte schroeven en moeren opnieuw stevig aan. Het voorwiel kan anders tijdens het fietsen losraken! Voer na de montage voorzichtig een testrit uit.WAARSCHUWING74 75 7677787980

NederlandsN L 35VERSNELLINGSMECHANISME NAAFVERSNELLINGENVERSNELLINGEN BEDIENENOm van versnelling te wisselen moet u aan het schakeldraaihandgreep draaien. Houd tijdens het schakelen kort uw trapbeweging in zodat de transmissie kan omschakelen.INSTELLEN VAN DE VERSNELLINGEN / MONTEREN EN DEMONTEREN VAN HET ACHTERWIELHieronder vindt u omschrijvingen voor het instellen van de verschillende versnellingssystemen en het monteren en demonteren van het achterwiel: SHIMANO NEXUS INTER 3VERSNELLING INSTELLEN1. Schakel de draaihandgreep van de 1e naar de 2e versnel-ling.2. Controleer of de gele markering 82 in het midden aan de binnenzijde van beide grenslijnen 83 staat.3. Als het versnellingssysteem moet worden afgesteld, maakt u eerst de contramoer 85 los.4. Stel vervolgens het versnellingssysteem met behulp van de instelschroef 86 in.5. Span na het instellen de contramoer 85 opnieuw stevig aan.6.

Controleer de correcte werking van het versnellingssysteem door meermaals de versnellingen door te schakelen.ACHTERWIEL DEMONTEREN1. Stel op de draaihandgreep de 1e versnelling in.ONGEVALGEVAAR!• Bij foutief ingebouwde wielen kan het rem- en rijgedrag negatief worden beïnvloed. • Span alle voorheen losgemaakte schroeven en moeren opnieuw stevig aan. Controleer of de borgveer correct zit. Het achterwiel kan anders tijdens het fietsen losraken! Voer na de montage voorzichtig een testrit uit. WAARSCHUWING828384 85 86VERSNELLINGSMECHANISME

36N L VERSNELLINGSMECHANISME2. Maak de bevestigingsschroef 84 aan de versnellingsbox los.3. Verwijder de versnellingsbox.4. Trek nu de zichtbare versnellingspen uit het asboorgat.5. Maak de schroef van de remtegenhouder 87 aan de linker-zijde van de fiets met een schroevendraaier los.6. Maak de asmoeren aan beide zijden van het achterwiel met een sleutel van 15 mm los.ACHTERWIEL MONTEREN1. Stel op de draaihandgreep de 1e versnelling in.2. Plaats de ketting op het tandwiel.3. Plaats het achterwiel in het uitvaleinde. Let op dat het loop-wiel recht in de opname zit en de ketting gepast gespannen is. (zie hoofdstuk Kettingspanning).4. Plaats de borgveer 88 aan de linkerzijde op de as zodat de vertanding in het uitvaleinde ligt.5. Plaats de onderlegschijf op de rechter aszijde.6. Bevestig het loopwiel aan beide zijden met de asmoeren.

Span deze met een sleutel van 15 m stevig aan (zie hoofdstuk Draaimomentstandaardwaarden).7. Bevestig de tegenhouderbeugel met behulp van de kraag-schroef 87 op de linkerzijde aan het frame.8. Schuif de versnellingspen tot aan de aanslag en de asvoering op de rechterzijde.9. Verzeker u ervan dat de 1e versnelling is ingesteld.10. Steek de versnellingsbox, zoals afgebeeld op de rechter as-moer.11. Maak de versnellingsbox met de onderste bevestigingsmoer 84 vast.12. Stel de versnelling in (zie hoofdstuk Versnellingsmechanis-me). SHIMANO NEXUS INTER 7VERSNELLING INSTELLEN1. Schakel de draaihandgreep van de 1e naar de 4e versnel-ling. 2. Controleer de huidige versnellingsinstelling door beide gele markeringen aan de achterwielnaaf te bekijken (89). De ver-snelling is correct ingesteld wanneer beide markeringen precies tegenover elkaar op een hoogte liggen.87 888990

NederlandsN L 37VERSNELLINGSMECHANISME3. U stelt het versnellingssysteem af door aan de zwarte in-stelschroef aan de draaihandgreep van het versnellingsme-chanisme te draaien (90).4. Controleer de correcte werking van het versnellingssysteem door meermaals de versnellingen door te schakelen.ACHTERWIEL DEMONTEREN1. Schakel de draaihandgreep in de 1e versnelling.2. V-Brake-velgrem Hang de remkabel 91 uit om het loopwiel later makkelijker te kunnen verwijderen. Hydraulische velgrem: Open de snelspanhendel 92 van de velgrem [OPEN].3. Hydraulische velgrem: Verwijder de remcilinder 92 van de Cantilever-sokkel 94 om de fiets later makkelijker te kunnen verwijderen.4. Maak de remtegenhouder aan de linkerzijde van de fietsen 1 los.5. Maak de asmoeren aan beide zijden van het achterwiel met een sleutel van 15 mm los.6. Neem beide asmoeren en de borgveren 96 van de as af.7.

Trek het achterwiel uit het uitvaleinde. 8. Om het achterwiel van de versnellingskabel los te maken, draait u de borgring 97 ca. 45° tegen de richting van de wij-zers van de klok. U kunt de borgring en versnellingsarm nu van het achterwiel verwijderen.ACHTERWIEL MONTEREN1. Plaats de versnellingsarm op de naaf van het achterwiel. Let op dat de gele markeringen van de schakelarm een ge-lijke dekking vertonen met de gele markeringen van de naaf (98).2. Plaats de borgring op de versnellingsarm en draai deze ca. 45° in de richting van de wijzers van de klok (97 + 98).3. Plaats het achterwiel in het uitvaleinde. 4. Plaats de borgveren op de as zodat de vertanding in het uitvaleinde ligt (99).5. Maak het achterwiel met de asmoeren vast. Let op dat het loopwiel recht in de opname zit en de ketting gepast gespan-nen is (zie hoofdstuk Kettingspanning).6.

NederlandsN L 39Draai aan de draaihandgreepschakelaar om van versnelling te wisselen. Het kijkvenster aan de draaihandgreepschakelaar geeft de ingestelde versnelling weer. Met de rechter schakelhendel schakelt u de achterste derailleur en met de linker het voorste ket-tingblad.INSTELLINGElke derailleur moet regelmatig worden afgesteld. Als dit niet gebeurt, moet u rekening houden met verhoogde slijtage, verminderd schakelcomfort tot zelfs een defect van de derailleur. Let daarom altijd op dat de derailleur correct werkt. Als u bv. de versnellingen niet meer pro-bleemloos kunt schakelen of u hoort bij het schakelen ongewone geluiden, moet de derailleur meestal worden afgesteld.VOORBEREIDENDE WERKENVoor u met de schakelinstellingen begint, controleer u eerst de volgende zaken:1. Controleer of de versnellingskabels of kabelomhulsels vuil zijn. 2.

Het achterwiel moet vast zitten en mag in geen geval speling hebben.3. De derailleur mag niet gebogen zijn. Kijk hiervoor van achteraf naar beide versnellingsrollen. Deze moeten precies op elkaar liggen zodat de ketting van de spanrol naar de geleidingsrol helemaal recht loopt.KABELSPANNING INSTELLENAls de derailleur verkeerd is opgesteld, volstaat het vaak om de kabelspanning aan de linker of rechter schakelhandgreep af te stellen:1. Span de schroef 101 een klein beetje aan.2. Controleer of de versnellingen zuiver kunnen worden ver-steld. Als dit niet het geval is, spant u de schroef nog een klein beetje meer aan. Draai ze evt. ook in de tegenoverge-stelde richting.Als de derailleur met behulp van de kabelspanning niet kan worden afgesteld, moet de derailleur opnieuw worden ingesteld.DERAILLEUR INSTELLEN1.

Schakel de ketting naar het grootste kettingblad en het kleinste tandwiel op het achterste de-ONGEVALGEVAAR! • Als de derailleur niet correct is ingesteld kan dit tot schade aan de ketting en derailleur leiden. De derailleur kan bij verkeerde instelling in de spaken te-rechtkomen. ATTENTIE101VERSNELLINGSMECHANISME

NederlandsN L 41VERSNELLINGSMECHANISMEspanner (naargelang de uitrusting) los.4. Verwijder de asmoeren en onderlegschijven.5. Trek het achterwiel uit het uitvaleinde. ACHTERWIEL MONTEREN1. Plaats de ketting op het tandwiel.2. Plaats het achterwiel in het uitvaleinde. Let op dat het loop-wiel recht in de opname zit.3. Steek de schakelbeschermbeugel (indien aanwezig) en de onderlegschijven op de as.4. Bij modellen zonder snelspanner: Bevestig het wiel met een sleutel van 15 mm aan beide zijden met de asmoeren. Span de asmoeren opnieuw aan (zie hoofdstuk Draaimomentstan-daardwaarden). Bij modellen met snelspanner: Sluit de snelspanner op een correcte manier (zie hoofdstuk Snelspanner).5. V-Brake-velgrem Hang de remkabel 111 terug in. Hydraulische velgrem: Plaats de remcilinder 114 terug op de Cantilever-sokkel 115.6. Hydraulische velgrem: Sluit de snelspanhendel 113 [CLOSE].

Als de hendel te makkelijk kan worden gesloten, moet de snelspanschroef afgesteld worden (zie hoofdstuk Remmen).7. Controleer of de rem correct werkt en stel ze evt. af (zie hoofdstuk Remmen).8. Stel de versnelling in (zie hoofdstuk Versnellingsmechanisme).115114113

42N L KETTINGKETTINGReinig en smeer de ketting regelmatig (in het bijzonder na regenachtige ritten) met fijne olie of kettingspray. Dep de overbodige olie met een doek af. KETTINGSPANNING ALLEEN BIJ MODELLEN MET NAAFVERSNELLINGDoor het uitzetten van de ketting dat door de gebruiksomstandigheden wordt bepaald, is een re-gelmatige controle van de kettingspanning nodig. Een verkeerd aangespannen ketting kan tot verhoogde slijtage leiden en storende geluiden tijdens het fietsen veroorzaken. KETTINGSPANNING CONTROLEREN1. Zet de fiets op de standaard.2. Controleer of de ketting max. 10-15 mm naar boven of onder kan worden gedrukt (116).KETTINGSPANNING INSTELLEN AAFVERSNELLINGSMECHANISME ZONDER SCHAKELBOX1. Maak de asmoeren 117 aan beide zijden van het achterwiel met een sleutel van 15 mm los.2. Verschuif het achterwiel om de kettingspanning in te stellen.

ONGEVALGEVAAR!• Het achterwiel moet recht in de asopname zitten aangezien anders het rem- en rijgedrag negatief kunnen worden beïnvloed. • Span alle voorheen losgemaakte schroeven en moeren opnieuw stevig aan. Controleer of de borgveer correct zit. Het achterwiel kan anders tijdens het fietsen losraken! Voer na de montage voorzichtig een testrit uit. WAARSCHUWINGONGEVALGEVAAR! • De ketting moet altijd voldoende gesmeerd zijn aangezien ze anders kan bre-ken. Bij modellen met een terugtraprem werkt ze dan niet meer! ATTENTIEONGEVALGEVAAR! • Een te los gespannen ketting kan tijdens het fietsen afvallen. In dit ge-val werkt de terugtraprem niet meer!! ATTENTIEca. 10 –15 mm116

44N L VERVOEREN VAN PERSONEN/LASTENVERVOEREN VAN PERSONEN/LASTENKINDERZITJEONGEVALGEVAAR. • Het rij- en remgedrag van de fiets verandert wanneer u de fiets belast. De remweg verlengt soms aanzienlijk door het bijkomende gewicht. • Gebruik voor een veilig transport speciale fietstassen, korven of spanin-richtingen. Gebruik voor het bevestigen van de lading geen losse riemen aan-gezien deze in de wielen kunnen vast raken. • Bedek tijdens het transport de verlichting niet zodat u in het duister of bij slecht zicht door andere weggebruikers wordt gezien. • Verdeel de lading altijd gelijkmatig zodat het rijgedrag (in het bijzonder in de bochten) niet meer dan nodig beïnvloed wordt. GEVAAR VOOR SCHADE EN ONGEVALLEN. • Het maximum toegelaten totaalgewicht van de fiets mag niet meer bedragen dan de in het hoofdstuk "Technische gegevens" aangegeven waarde.

Het totaalgewicht omvat naast de fiets ook de fietser en alle belasting (bv. fiets-korf en zijtassen met inhoud, kinderzitje incl. kind, aanhanger en aanhanger-last, etc. ) Een overschrijding kan tot schade en zelfs een breuk aan onder-delen leiden. • De op de bagagedrager of korf aangegeven maximaal toegelaten belasting mag niet worden overschreden. • Hang bij het transport geen zakken of andere voorwerpen aan het stuur. Het stuur kan anders breken of het rijgedrag wordt negatief beïnvloed. WAARSCHUWINGONGEVALGEVAAR. • In Duitsland mogen kinderen onder de 7 jaar alleen op een fiets worden ver-voerd wanneer er hiervoor speciaal voorziene en toegelaten kinderzitjes worden gebruikt en de fietser tenminste 16 jaar oud is (Verkeersreglement). Let bij gebruik van een kinderzitje op het maximum toegelaten gewicht van het kind en lees aandachtig de gebruiksaanwijzing van de fabrikant.

• Let op de veiligheidsinstructies van de fabrikant van het kinderzitje en lees aandachtig de gebruiksaanwijzing van het kinderzitje. • Gebruik alleen geschikte kinderzitjes die overeenstemmen met DIN EN 14344. • Monteer geen kinderzitje aan de zadelpen omdat deze anders kan breken. De bagagedrager is ook niet goedgekeurd voor plaatsing van een kinderzitje. Ge-bruik in plaats daarvan een kinderzitje dat aan de zitbuis is bevestigd. ATTENTIE.

NederlandsN L 45VERVOER VAN PERSONEN/LASTEN • DIEFSTALBESCHERMINGTRAILERSTREKKING | CITY | URBAN | MTB In principe is het mogelijk om dat soort fietsen met een aanhanger te gebruiken. Er zijn, naarge-lang het gebruiksdoel, verschillende soorten en types trailers beschikbaar. Let bij trailers voor personenvervoer vooral op dat ze ook veilig zijn. Trailers met een veiligheidszegel moeten in elk geval de voorkeur krijgen. PLOOIFIETS | JEUGDDit type fietsen is omwille van dies constructie niet bestemd om met een trailer te worden ge-bruikt. DIEFSTALBESCHERMINGNeem in uw eigen belang een beveiligingssysteem tegen diefstal mee. Sluit de fiets altijd, ook wanneer u deze slechts korte tijd onbeheerd achter laat. Gebruik uitsluitend sloten en veilig-heidsinrichtingen die op hun veiligheid zijn getest.

Wij raden sloten van het merk PROPHETE aan.ONGEVALGEVAAR!• Lees aandachtig de gebruiksaanwijzing van de trailer en let op de veilig-heidsinstructies van de trailerfabrikant.• Maakt u zich eerst weg van de openbare weg met het nieuwe rij- en remge-drag van de fiets met trailer vertrouwd! • Het maximum toegelaten totaalgewicht van de fiets mag niet meer bedra-gen dan de in het hoofdstuk "Technische gegevens" aangegeven waarde. Het totaalgewicht omvat naast de fiets ook de fietser en alle belasting (bv. fietskorf en zijtassen met inhoud, kinderzitje incl. kind, aanhanger en aan-hangerlast, etc.) Een overschrijding kan tot schade en zelfs een breuk aan onderdelen leiden. ATTENTIE

46N L ONDERHOUDONDERHOUDGEVAAR VOOR BREUK EN ONGEVALLEN. • De fiets moet regelmatig worden gecontroleerd en onderhouden. Alleen zo kan worden verzekerd dat hij continu met de veiligheidstechnische verei-sten overeenstemt en correct werkt. Voer daarom, afhankelijk van de ge-bruiksfrequentie (min. echter eenmaal per jaar) de in de afzonderlijke hoof-dstukken beschreven controleen onderhoudsvoorschriften uit. • De in de fiets ingebouwde schroeven en moeren moeten regelmatig (min. echter elke 3 maanden) op hun vaste zitting worden gecontroleerd en evt. tot de juiste dichtheid worden aangespannen. Alleen zo kan worden ver-zekerd dat de fiets continu met de veiligheidstechnische vereisten ove-reenstemt en correct werkt. Uitgezonderd zijn de afstelschroeven aan de versnellings- en remonderdelen.

• Voer herstellings-, onderhouds- en instelwerken uitsluitend zelf uit wanne-er u over voldoende vakkennis en overeenkomstig gereedschap beschikt. Dit geldt in het bijzonder voor werken aan de remmen. Verkeerde of onto-ereikende herstellings-, onderhouds- of instelwerken kunnen tot schade aan de fiets , defecten en zo ongevallen leiden. • De fiets of de afzonderlijke onderdelen worden tijdens het gebruik, bij on-gevallen of verkeerde behandeling aan hoge belasting blootgesteld. Elk type scheur, kras of kleurverandering kan een aanwijzing zijn dat het be-trokken onderdeel plots kan uitvallen. Dit geldt in het bijzonder voor gebo-gen of beschadigde veiligheidsrelevante onderdelen, zoals bv. frame, vork, stuur, stuurpen, zadel, zadelsteun, bagagedrager, alle remonderdelen (spe-ciale remhendel & remvoeringen), verlichtingsinrichtingen, kruk, wielen, aanhangerkoppelingen, banden en leidingen.

• Gebruik bij het vervangen van onderdelen uitsluitend originele vervangon-derdelen aangezien alleen deze speciaal op de fiets zijn afgestemd en een probleemloze werking kunnen garanderen. Dit geldt in het bijzonder voor veiligheidsrelevante onderdelen, zoals bv. frame, vork, stuur, stuurpen, za-del, zadelsteun, bagagedrager, alle remonderdelen (speciale remhendel & remvoeringen), verlichtingsinrichtingen, kruk, wielen, aanhangerkoppelin-gen, banden en leidingen. Als externe onderdelen voor de vervanging ge-bruikt, kan dit tot schade en defect van veiligheidsrelevante onderdelen leiden. WAARSCHUWING.

NederlandsN L 47ONDERHOUDALGEMENE ONDERHOUDSINSTRUCTIESReinig de fiets regelmatig (min. eenmaal per jaar) om schade en vliegroest te voorkomen. In het bijzonder na ritten bij regen of in de winter kan het anders door opspattend of zouthoudend wa-ter tot roestvorming komen. FIETS OPSLAAN Reinig en bewaar de fiets voor het opslaan, zoals beschreven in hoofdstuk Onderhoud. Bewaar de fiets op een droge, en tegen grote temperatuurschommelingen beschermde ruimte aangezien deze anders slecht op chroom en metalen onderdelen kunnen uitwerken. Voor de banden is het aangewezen om de fiets hangend op te slaan. LENTECONTROLEVoer na een langere standtijd een controle uit bovenop de normale onderhoudswerken die in het hoofdstuk Eerste ingebruikname/controles voor het begin van een rit beschreven zijn.

Controleer in het bijzonder de werking van de remmen, het versnellingsmechanisme, de verlichting, de luchtdruk en de vaste zitting van de schroeven, moeren en snelspanners. Smeer, indien nodig, ook de ketting.ONGEVALGEVAAR!• Let op dat er geen onderhoudsmiddel, vet of olie op de remmen, rem-schijven of banden terechtkomt aangezien het remvermogen anders kan verminderen of de wielen kunnen slippen. • Gebruik voor de reiniging nooit hogedruk- of stoomreinigers aangezien dit tot schade kan leiden (bv. elektronische en lakschade, schade door roest-vorming in de lagers, etc.). Reinig de fiets in de plaats met de hand met warm water, een fietsreinigingsmiddel en een zachte spons. • Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen aangezien deze bv. de lak kun-nen aantasten.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Prophete City 2020 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden