Pfaff Select 4.2 Handleiding

Pfaff Naaimachine Select 4.2

Bekijk gratis de handleiding van Pfaff Select 4.2 (40 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 27 mensen. Heb je een vraag over Pfaff Select 4.2 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/40
Gebruiksaanwijzing

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Pfaff
Categorie: Naaimachine
Model: Select 4.2

Handleiding Pfaff Select 4.2 – volledige tekst

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Lees alle instructies door voordat u deze huishoudnaaimachine in gebruik neemt. Wanneer u een elektrisch apparaat gebruikt, moet u altijd de belangrijke veiligheidsvoorschriften in acht nemen, inclusief het volgende:Bewaar de instructies op een geschikte plaats, dicht bij de machine. Zorg dat u ze overhandigt als de machine overgaat naar een derde partij. Dit apparaat is bedoeld voor gebruik door volwassenen. Het apparaat kan onder toezicht van een volwassene worden gebruikt door (i) kinderen van 8 tot 12 jaar en (ii) personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale vermogens of gebrek aan ervaring en kennis, mits ze instructies hebben ontvangen met betrekking tot het gebruik van het apparaat op een veilige manier en de gevaren ervan te begrijpen.

Reiniging en onderhoud door de gebruiker mogen niet zonder supervisie door kinderen worden uitgevoerd. Het is niemand toegestaan om met de machine te spelen. Kinderen tot 8 jaar mogen de machine niet gebruiken. WAARSCHUWING - U beperkt als volgt het risico van brandwonden, brand, een elektrische schok of lichamelijk letsel: • Een naaimachine mag nooit onbewaakt worden achtergelaten met de stekker in het stopcontact. Het stopcontact waarop de machine is aangesloten, moet gemakkelijk toegankelijk zijn. Haal de stekker van deze naaimachine altijd direct uit het stopcontact na het gebruik en voordat u de machine gaat reinigen, afdekpanelen ervan verwijdert, voordat u de machine smeert of wanneer u andere servicewerkzaamheden uitvoert die in de gebruiksaanwijzing staan. • Laat kinderen er niet mee spelen. Let goed op wanneer deze naaimachine wordt gebruikt door of in de buurt van kinderen.

• Gebruik deze naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor hij bedoeld is en zoals die worden beschreven in deze handleiding. Gebruik alleen accessoires die door de producent zijn aanbevolen, zoals in deze handleiding wordt beschreven.

• Gebruik deze naaimachine nooit wanneer het netsnoer of de stekker beschadigd is, als de naaimachine niet goed werkt, als de naaimachine gevallen of beschadigd is of in het water heeft gelegen. Breng de naaimachine in dat geval naar de dichtstbijzijnde ofciële dealer of een onderhoudscentrum voor onderzoek, reparatie en elektrische of mechanische bijstelling.

• Gebruik de naaimachine nooit wanneer de ventilatie-openingen geblokkeerd zijn. Houd de ventilatieopeningen van de naaimachine en het voetpedaal vrij van opgehoopt stof, pluisjes en loshangende lappen stof. • Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen. Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naaimachinenaald. • Gebruik altijd de juiste steekplaat. Wanneer u de verkeerde steekplaat gebruikt, kan de naald breken. • Gebruik geen kromme naalden. • Trek of duw tijdens het naaien niet aan de stof. Hierdoor kunt u namelijk de naald buigen, waardoor deze kan breken. • Draag een veiligheidsbril. • Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, de spoel plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke.

• Laat geen voorwerpen in een opening vallen en steek geen voorwerpen in openingen van de naaimachine. • Gebruik de naaimachine niet buiten. • Gebruik de naaimachine niet in een omgeving waar spuitbussen worden gebruikt of waar zuurstof wordt toegediend. • Voordat u de stekker uit het stopcontact haalt, moet u eerst alle knoppen op de uit-stand zetten (“0”). • Trek de stekker niet aan het netsnoer uit het stopcontact. Pak de stekker vast, niet het snoer. • Het voetpedaal wordt gebruikt om de machine te bedienen. Plaats nooit andere voorwerpen op het voetpedaal. • Gebruik de machine niet als hij nat is. • Als het ledlampje beschadigd of kapot is, moet het worden vervangen door de fabrikant of diens servicevertegenwoordiger of een persoon met dezelfde kwalicaties, om gevaar te voorkomen.

• Als het snoer van het voetpedaal is beschadigd, moet het worden vervangen door de fabrikant of diens servicevertegenwoordiger of een persoon met dezelfde kwalicaties om gevaar te voorkomen. • De machine mag alleen worden gebruikt met een voetpedaal van het type GTC-3 vervaardigd door Dan Yang Guoti Motor & Appliance Co.

SERVICE UITVOEREN AAN DUBBEL GEÏSOLEERDE APPARATEN In een dubbel geïsoleerd product zitten twee isolatiesystemen in plaats van aarding. Dubbel geïsoleerde apparaten hebben geen aardingsvoorziening en die mag ook niet aan het apparaat worden toegevoegd. Het repareren van een dubbel geïsoleerd product vereist de hoogste nauwkeurigheid en een grondige kennis van het systeem en mag alleen worden uitgevoerd door deskundige technici. De reserveonderdelen voor dubbel geïsoleerde producten moeten identiek zijn aan de onderdelen in het product. Een dubbel geïsoleerd product is gemarkeerd met de woorden ‘DUBBELE ISOLATIE’ OF ‘DUBBEL GEÏSOLEERD’.

71 3456789101112 13 14150 1Introductie0 Standaard naaivoet Voor IDT™ systeem select™ 4.2, 3.2 Niet voor IDT™ systeem select™ 2.21 Siersteekvoet Voor IDT™ systeem select™ 4.21 Transparante voet Niet voor IDT™ systeem3 Blindzoom- en overlockvoet Voor IDT™ systeem select™ 4.2, 3.2 Niet voor IDT™ systeem select™ 2.24 Rits- en kantvoet Voor IDT™ systeem select™ 4.2, 3.2 Niet voor IDT™ systeem select™ 2.25 Knoopsgatvoet6 Stopvoet select™ 4.27 Rolzoomvoet select™ 4.28 Geleider voor doorstikken/quilten9 Vilten ringetje10 Garenschijven11 Naaldendoosje12 Extra garenpen 13 Tornmesje14 Kwastje15 SpoeltjesStandaard toebehorenGa voor meer informatie over accessoires naar uw PFAFF® dealer.

9IntroductieProgramma Naaivoet Toepassing4.2 3.2/2.2G G 0/1Voor alle werkjes met rechte steek en doorstikwerk tot 6 mm.Voor het afwerken en het maken van applicaties. Ook voor tapering, ajour borduurmotieven en cordonneerwerk geschikt.0/1Rechte steek: Voor naai- en doorstikwerk, waarvoor een linker naaldpositie nodig is.

Zigzagsteek: Om af te werken, applicaties te maken, tapering, ajour- en cordonneerwerk.0/1Rechte steek: Voor al het naai- en doorstikwerk, waarvoor een rechter naaldpositie nodig is.Zigzagsteek: Om af te werken, het maken van applicaties, tapering.0/1Rechte steek: Voor al het naai- en doorstikwerk, waarvoor een rechter naaldpositie nodig is.Zigzagsteek: Om af te werken, het maken van applicaties, tapering, cordonneerwerk.H H 0/3Voor onzichtbaar zomen op steviger materiaal.I I 0/1Een klassieke decoratiesteek.K K 0/3Voor decoratieve zomen en buitenranden op jnmateriaal bijv. bij lingerie.L L 0/1Voor het platstikken van naden bijv. in badstof of van het aan of op elkaar stikken van twee stoagen.M M 0/1Voor het opnaaien van elastiek, scheurtjes stoppen en stukjes inzetten.

10IntroductieTabel nuttige steken - stretchstekenProgramma Naaivoet Toepassing4.2 3.2/2.2D D 0/1Decoratieve rekbare steek voor doorstikwerk en randversieringen. De stof dient hierbij 180º te worden gedraaid.E E 0/1Voor het doorstikken en overstikken van rekbaar materiaal, zoals bandjes, zomen en biesjes.F F 0/1Een decoratieve stretchsteek voor het afzomen resp. omnaaien van zomen op pyjama’s en joggingpakken.G G 0/1Voor rekbare naden, bijv.

kruisnaden en voor naden in sport- en badpakken.Voor elastische naden, waarvoor een linker naaldpositie nodig is.0/1Uiterst linker naaldpositie (bij versterkte rechte- en zigzagsteek) Voor elastische naden, waarvoor een linker naaldpositie nodig is.0/1Middelste naaldpositie (bij versterkte rechte- en zigzagsteek) Voor elastische naden, waarvoor een middelste naaldpositie nodig is.0/1Uiterst rechter naaldpositie (bij versterkte rechte- en zigzagsteek) Voor elastische naden, waarvoor een rechter naaldpositie nodig is.H H 0/1Elastische sluit- en afwerknaad voor grof breiwerk. De stof dient daarbij 180º te worden gedraaid.I I 0/3Rekbare sluit- en afwerknaad rafelend materiaal.K K 0/3Rekbare sluit- en afwerknaad steviger of minder rafelend materiaal.L L 0/1Voor het plat- of tegen elkaar naaien van naden of van twee aan elkaar liggende stoagen.

Ook voor rekbaar materiaal.M M 0/1Voor het opnaaien van elastiekbandjes, het platnaaien van badstofnaden en voor sierzoomnaden.IG - 0/1Voor het aan elkaar naaien en afwerken van grof gebreide stoffen en jersey.KM KM 0/1Een luchtige siernaad.

11IntroductieProgramma Naaivoet Toepassing4.2 3.2/2.2LC - 0/1Een decoratiesteek bijv. voor woontextiel.LD - 0/1Een decoratiesteek bijv. voor woontextiel.LG - 0/1Een decoratiesteek bijv. voor folkloreborduursels.LI LI 0/1Een siersteek bijv. voor badaccessoires.EK - 0/1Een decoratiesteek bijv. voor woontextiel.EL - 0/1Voor het doorstikken resp. bedekken van rekbaar materiaal, zoals bandjes, zomen of biesjes.FG FG 0/1Een doorstiknaad voor patchwork en quilten.ID - 0/1Elastische decoratiesteek bijv. voor sportkleding.IF - 0/1Een elastische decoratiesteek. Voor het omnaaien van zomen bijv. op pyjama’s en joggingpakken. De stof dient daarbij 180º te worden gedraaid.LK LK 0/1Een elastische decoratiesteek.LMK LMK 0/1Een elastische decoratiesteek.MG - 0/1Een elastische decoratiesteek.

12Het bedienen van de naaimachineBovenklepDe bovenklep (7) omhoog zetten.De steken zijn afgebeeld aan de binnenkant van de bovenklep.Voetpedaal aansluitenVerbind de stekker van het pedaal met de contactbus (2) van de naaimachine en met het stopcontact. Het naaitempo wordt door het indrukken van het pedaal geregeld. Daarnaast kunt u het naaitempo ook regelen met de schuifschakelaar aan de zijkant van het pedaal. Stand = naaitempoStand = volledig naaitempoGebruik voetpedaal GTC-3 voor deze naaimachine. HoofdschakelaarDruk op de hoofdschakelaar (1) om de machine en de verlichting in te schakelen.Nu kan er met de naaimachine worden gewerkt.Let op: Uw select™ naaimachine is erop gebouwd om de beste resultaten te leveren bij normale kamertemperatuur.

Extreem warme en koude temperaturen kunnen de naairesultaten nadelig beïnvloeden.Let op: Na het uitschakelen kan er nog restspanning in de machine aanwezig zijn. Daardoor kan het licht nog enkele seconden blijven branden terwijl de stroom wordt verbruikt. Dit is normaal voor een energiezuinig apparaat.

13Het bedienen van de naaimachineAccessoirebox Uw PFAFF® select™ naaimachine heeft een draaibaar werklak met accessoirebox (16).De select™ 4.2 naaimachineheeft een speciale accessoirebox met vakjes voor de diverse extra accessoires. Alle accessoires zijn genummerd en hebben hun eigen plaats.Werkvlak verwijderen / vrije armOm met de vrije arm te naaien, draait u de accessoiredoos naar links en tilt u deze omhoog uit de opening. Controleer bij het terugplaatsen van de accessoiredoos dat het werkvlak weer precies aansluit op de vrije arm van de naaimachine.

14AHet bedienen van de naaimachineSpoelenDe machine voor het spoelen voorbereidenHoud het handwiel (4) vast en draai de handwiel-koppelschijf (3) in pijlrichting tot aan de aanslag. Daardoor staat de naald tijdens het opwinden stil.Spoel op de winderas plaatsen Hoofdschakelaar (1) uitschakelen.Plaats de lege spoel zodanig, dat de stift (A) van de spoelwinderas (6) in het gaatje van de spoel past. Het PFAFF®-logo wijst omhoog.Druk nu de spoel naar rechtsAttentie: De machine kan alleen spoelen indien de spoelwinderas op de rechter aanslag staat.

15ABCABHet bedienen van de naaimachineSpoelen vanaf de garenpenSchuif het naaigaren op de garenpen (9). Voor het gelijkmatig afrollen van het garen en voor het vastzetten van de klos moet u al naar gelang de dikte van de klos een bijpassende garenschijf op de garenpen schuiven.InrijgenHet naaigaren van achter naar voren in de geleider A leggen en door opening B naar rechts onder haak C trekken. Het begin van de draad meerdere keren rechtsom om het spoeltje wikkelen.SpoelenHoofdschakelaar inschakelen (1). Het begin van de draad vasthouden en het voetpedaal indrukken. Zodra de spoel vol is, eindigt het opwinden automatisch. De draad doorknippen, de spoel naar links drukken en van de spoelwinderas nemen.Niet vergeten:De handwiel-koppelschijf (3) weer tot de aanslag terugdraaien. Dan het handwiel (4) naar u toe draaien tot het klikt.

16ABCHet bedienen van de naaimachineSpoelen van de tweede garenpenPlaats de tweede garenpen (8) in de daarvoor bestemde opening en schuif het naaigaren op de garenpen.InrijgenHet naaigaren van achter naar voren in geleider A leggen en door opening B naar rechts onder haak C trekken. Het begin van de draad meerdere keren rechtsom om het spoeltje wikkelen.SpoelenHoofdschakelaar inschakelen (1). Het begin van de draad vasthouden en het voetpedaal indrukken. Zodra de spoel vol is, eindigt het opwinden automatisch. De draad doorknippen, de spoel naar links drukken en van de as nemen.Niet vergeten:De handwiel-koppelschijf (3) weer tot de aanslag terugdraaien. Dan het handwiel (4) naar u toe draaien tot het klikt.TIP: Indien de bovendraad reeds is ingeregen, kunt u zonder problemen vanaf de tweede garenpen opspoelen, zonder de machine uit te rijgen.

17CHet bedienen van de naaimachineSpoelen door de naaldOok bij een geheel ingeregen machine is het mogelijk om te spoelen. Zet de persvoetlichter (15) naar boven. Trek de bovendraad onder de naaivoet door en dan door de rechter inrijggleuf (12) naar boven.Rijg nu de draad van links naar rechts door de draadhefboom (10).De hefboom moet daarbij in de bovenste stand staan.Trek de draad vervolgens naar rechts onder de geleidingshaak C. Wikkel de draad dan meerdere keren om het spoeltje. Het voetpedaal indrukken en het spoelen door de naald kan beginnen.

18CABDEEHet bedienen van de naaimachinePlaatsen van de spoel in het spoelhuis Hoofdschakelaar uitschakelenSpoelhuis eruit nemenHoud de grijperklep aan de zijkant vast en draai de klep naar u toe.Trek het klepje (E) van het spoelhuis naar u toe en trek het spoelhuis eruit. Laat het klepje los en neem de lege spoel eruit.Spoel inzettenPlaats de volle spoel (met het PFAFF®-logo in de richting van het spoelhuis) in het spoelhuis. Trek daarbij de draad zijdelings in gleuf A, daarna onder het spanningsplaatje (B), tot hij in het gaatje (zie pijltje) blijft liggen.Controleren: Wanneer u aan de draad trekt, moet de spoel met de klok meedraaien.Spoelhuls inzettenHoudt het klepje E van het spoelhuis vast en schuif het huis tot de aanslag op stift C van de grijper.

Het open gedeelte D van het huis moet naar boven wijzen.Controleren: Trek met een rukje aan de spoeldraad, daarbij mag het spoelhuis niet uit de grijper vallen.

19BADC E GFHHet bedienen van de naaimachineInrijgenBovendraad inrijgen Hoofdschakelaar uitschakelen.De persvoetlichter (15) omhoog zetten. Het handwiel naar u toe draaien tot de draadhevel (10) helemaal boven staat. Schuif het garen op de garenpen (9) en zet het vast met een passende garenschijf.Trek het garen nu met beide handen in de draadgeleider A en onder geleidingshaakje B. Leid de draad door de linker inrijggleuf C naar beneden. Het garen van links naar rechts om punt D omhoog leiden door de rechter inrijggleuf E tot de draadhevel F. Daar moet de draad van links naar rechts in de draadhevel F worden getrokken. Daarna door de rechter inrijggleuf G weer naar beneden en tenslotte de draad vanaf de zijkant achter een van de twee draadgeleiders H boven de naald trekken.Hoe u de draad door de naald steekt is op de volgende bladzijde beschreven.

20CABHet bedienen van de naaimachineDraadinsteker (model 4.2)Het inrijgen van de naald gaat vlot en eenvoudig met behulp van de PFAFF® draadinsteker (22). De naaivoet omlaag brengen. Aan het handwiel draaien tot de naald in de hoogste stand staat. Druk nu de insteker geheel naar beneden en duw hem dan van u af naar de naald toe tot het haakje door het oog van de naald steekt. De draad voor de naald achter het haakje klemmen.Laat nu de insteker terug draaien en laat het garen voorzichtig los. Tegelijkertijd de insteker terug naar boven laten glippen. Nu kunt u de draadlus verder door het oog van de naald trekken.Inrijgen van de tweelingnaaldTweelingnaald inzettenDe tweede garenpen plaatsen en op beiden een klosje garen zetten.In de linker inrijggleuf (12) bevindt zich de spanningsplaat A.

Let er bij het inrijgen op, dat u een draad links en rechts voorbij de spanningsplaat A voert.De draden verder normaal inrijgen tot boven de naald, ze mogen daarbij niet in elkaar draaien.Trek de draad links en rechts door de draadgeleider (23) en rijg de naalden in.Let op: De dikte en het onregelmatige oppervlak van speciale garens, zoals metallic garens, kan de mate van wrijving op de draad verhogen. Door de spanning te verminderen, voorkomt u dat de naald breekt.

22Het bedienen van de naaimachinePersvoetlichterMet de persvoetlichter (15) wordt de naaivoet omhoog of omlaag gebracht.Naaivoet verwisselenNaaivoet verwijderen Hoofdschakelaar uitschakelenDe naald in de hoogste stand brengen. Druk gelijktijdig het voorste gedeelte van de naaivoet omhoog en het achterste gedeelte omlaag tot de voet vrij van de naaivoethouder (26) komt.Naaivoet vastklikkenLeg de naaivoet zodanig onder de naaivoethouder (26), dat bij het omlaag brengen van de persvoetlichter (15) de pennetjes van de voet in de opening van de naaivoethouder klikken.Controleren: Door de naaivoet omhoog te brengen kunt u nagaan of de naaivoet goed vastzit.

23Het bedienen van de naaimachineIngebouwd Dubbel Transport (IDT™ systeem)Voor een soepele verwerking van iedere stofsoort biedt PFAFF® de ideale oplossing: het IDT™ systeem (Ingebouwd Dubbel Transport). Net als bij industriële machines zorgt het IDT™ systeem bij gelijke steeklengte voor een gelijktijdig stoftransport zowel van onder als van boven. De stof wordt nauwkeurig getransporteerd. Bij dunne of lastige stoffen zoals zijde of rayon voorkomt het Ingebouwd Dubbel Transport het rimpelen van de naad. Ruiten en strepen sluiten perfect aan door het IDT™ systeem. Het IDT™ systeem zorgt ervoor dat alle lagen van quiltprojecten op één lijn blijven liggen, zodat de bovenlagen niet worden uitgerekt.Het IDT™ systeem inschakelenBreng de naaivoet omhoog.

Druk IDT™ systeem omlaag totdat deze vastklikt.Belangrijk: Voor al uw naaiwerk met het IDT™ systeem kunt u alleen naaivoeten met een uitsparing aan de achterzijde gebruiken.Het IDT™ systeem uitschakelenHoud het IDT™ systeem met twee vingers bij de geribbelde greep vast. Druk het IDT™ systeem omlaag en trek het vervolgens van u af en laat het IDT™ systeem langzaam omhoog komen.

24CBAHet bedienen van de naaimachineNaald wisselen Hoofdschakelaar uitschakelen (1)Verwijderen: Breng de naaivoet in de hoogste positie en zet de naald in de hoogste stand. Nu de naaldklemschroef (25) losdraaien en de naald naar beneden uit de houder nemen.Inzetten: De platte kant van de naald A moet naar de achterkant wijzen. Met de naaivoet omlaag de naald tot het stuitpunt omhoog in de houder schuiven en met het klemschroefje (25) vastdraaien.Bovendraadspanning instellen Stel de gewenste draadspanning (11) in met behulp van A.De gewenste instelwaarde van de bovendraadspanning tussen 4 en 5 (bij dunne stoffen iets lager). Bij borduren en knoopsgaten tussen 2 en 3.Transporteur uitschakelen/verzinkenVoor sommige naaiwerkjes, bijv. stoppen in een spanraam, moet de transporteur worden uitgeschakeld. Daartoe opent u de grijperklep en schuift u schuif A geheel naar rechts.

252827Het bedienen van de naaimachineInstelwiel voor de steekbreedteDe steekbreedte kan met het instelwiel (27) traploos worden veranderd. Bij het instellen van de breedte mag de naald zich niet in de stof bevinden.Basisinstelling: Het instelwiel voor de steekbreedte (27) op het symbool (maximale steekbreedte) zetten.Uitzondering: De rechte steek wordt met steekbreedte 0 genaaid.In het hoofdstuk „2. Nuttige steken en praktisch naaien” vindt u in de tabellen tips voor de steekbreedte-instelling van enkele steken. Ook tijdens het naaien heeft u de mogelijkheid de steekbreedte te veranderen. Instelwiel NaaldpositieNaast de middelste naaldpositie , kunnen veertien andere naaldposities worden geselecteerd door het instelwiel voor de naaldpositie (28) trapsgewijs naar links resp. naar rechts te draaien.

De uiterste linker naaldpositie bereikt u, door het instelwiel (28) tot de aanslag naar rechts te draaien. De uiterst rechter naaldpositie wordt ingesteld door het instelwiel naar links te draaien. De naald mag bij het veranderen van de naaldpositie niet in het naaiwerk steken.Attentie: Indien u een rechter naaldpositie heeft geselecteerd, kunt u met het instelwiel voor steekbreedte (27 de steek aan de linkerkant verbreden en smaller maken. Dit geldt omgekeerd ook voor een linker naaldpositie.

262019A19Het bedienen van de naaimachineAchteruit naaienZolang u de achteruitnaaiknop (20) naar beneden gedrukt houdt, naait de naaimachine achteruit.Instelwiel voor de steeklengteSteeklengteMet het instelwiel voor de steeklengte (19) kunt u de steeklengte tussen 0 en 6 mm traploos instellen door de gewenste steeklengte naast de instelmarkering te kiezen.KnoopsgatTussen de cijfers 0 en 1 vindt u het symbool „knoopsgat” (A). In dit gedeelte ligt de optimale steekdichtheid voor het naaien van knoopsgaten en om te borduren. Hoe verder u richting 0 draait, hoe korter wordt de steek.StretchstekenVoor het naaien van de stretchsteken moet het lengte-instelwiel (19) naar beneden tot de aanslag in het donkergrijze gedeelte worden gedraaid.

27BBABHet bedienen van de naaimachineDirect Keuze ToetsenNuttige steken instellenAan iedere steek zijn letters toegevoegd, die u ook op de Direct Keuze Toetsen vindt. Door het indrukken van één of meerdere toetsen wordt een steek geselecteerd en de machine is gereed om te naaien. Toets B is voor het vrijmaken van ingedrukte tiptoetsen.In de bovenklep (7) vindt u de stekentabel met alle nuttige steken en steekcombinaties. Stretchsteken instellenAlle steken met de gekleurde achtergrond zijn stretchsteken, d.w.z. ze zijn voor rekbaar materiaal geschikt.

Druk de gewenste toets naar beneden en draai het instelwiel voor steeklengte (19) tot de aanslag in het donkergrijze gedeelte.Met toets B kunt u ingedrukte toetsen weer vrij maken.Nuttige- en stretch-steekcombinatiesDoor het intoetsen van twee of meerdere toetsen kunt u combinaties van nuttige steken maken.Het instelwiel voor de steeklengte kan daarbij zowel in het normale naaibereik als in het stretchbereik zijn.Alle steekcombinaties staan afgebeeld in de stekentabel op de bovenklep van de machine. Met toets B kunnen de toetsen weer worden vrijgemaakt.

284.23.22.2–Nuttige steken en praktisch naaienSteek Steek nummersteekbreedte in mmsteeklengte in mmIDT™ systeemingeschakeld = uitgeschakeld =bovendraadspanningnummer van de naaivoetSteekToelichting op de naai-adviestabellenIn de navolgende tabellen staan door ons aanbevolen instellingen, die u voor het betreffende naaiwerk nodig heeft. Aanvullend geven deze tabellen nog meer instructies, die voor het naaien van de geselecteerde steken nodig zijn.De keuze van de naaivoet, de instelling van de bovendraadspanning en óf met in- resp. uitgeschakeld IDT™ systeem bijvoorbeeld genaaid moet worden.Werk steeds met de middelste naaldpositie , voor zover in de tekst niet anders beschreven.Sommige stoffen geven nog verf af waardoor de stoffen of uw naaimachine kunnen verkleuren.

Het kan moeilijk of onmogelijk zijn om deze verkleuring te verwijderen.Fleece- en denimstoffen in met name rood en blauw bevatten vaak overtollige verf.Wanneer u vermoedt dat uw stof/kledingstuk overtollige verf bevat, was het dan altijd voor voordat u het naait of borduurt om verkleuring te voorkomen.

29BANuttige steken en praktisch naaienBovendraadspanningOm een perfect stiksel te krijgen moeten de boven- en onderdraadspanning goed op elkaar zijn afgestemd. De normale instelling voor nuttige steken ligt in het bereik tussen 4 – 5.Controleer de spanning met een brede zigzagsteek. De verknoping van de draden moet daarbij in het midden tussen de stoagen liggen.Bij een te vast ingestelde bovendraadspanning ligt de verknoping bovenop de stof. Bij een te los ingestelde bovenspanning ligt de verknoping onder de stof.Wijzigingen aan de bovendraadspanning worden beschreven op pagina 24.DoorstikkenDe rechte steek G kan met 15 verschillende naaldposities worden genaaid, zodat u bij het doorstikken de naaivoet altijd langs de stofkant kunt geleiden. De breedte voor het doorstikken bepaalt u door de naaldpositie.

Het verder van de kant doorstikken wordt gemakkelijk gemaakt door de ingegraveerde lijnen op de steekplaat of met behulp van de geleider voor doorstikken (standaard accessoire No. 8). De geleider voor doorstikken wordt in opening A van de naaivoethouder gestoken en met stelschroef B vastgezet.Te hoge spanningTe lage spanningOptimale spanning

30ACB4.2G 0 2.5 3-5 0/13.2G 0 2.5 3-5 0/12.2G 0 2.5 – 3-5 0/14.2G 2- 1-2 3-5 0/13.2G 2- 1-2 3-5 0/12.2G 2- 1-2 – 3-5 0/1Nuttige steken en praktisch naaienRechte steekDe steek G is de standaard rechte steek. De steeklengte kan naar wens tot 6 mm worden ingesteld. Verscheidene werkzaamheden kunnen door het wijzigen van de naaldpositie gemakkelijker worden uitgevoerd, bijv. het doorstikken van een kraag of het inzetten van een ritssluiting. U heeft de keuze uit vijftien naaldposities (zie bladzijde 25).Let erop, dat de naald bij het instellen van de positie in de hoogste stand staat.ZigzagsteekVoor het afwerken van verschillend materiaal is behalve de overlocksteek ook de zigzagsteek, steekbreedte 5 geschikt. Daarbij mag de stof maar voor de helft onder de naaivoet liggen.

Let er bij het afwerken van de stofranden op, dat de naald afwisselend in en buiten de stofkant steekt.Voor het afwerken van de kant moet de naald in de stof steken en vervolgens naast de kant. De afwerkbreedte kan tot op 2 mm worden verkleind. Voor het afwerken van lastige dunne stoffen, is de blindzoomvoet nr. 3 zeer geschikt. Bij het naaien wordt de draad over staafje C gelegd en dat voorkomt het omrollen van de stofkant. De bovendraadspanning daarbij iets lager zetten.De knipkant moet aansluitend langs de geleider B worden gevoerd. Deze kunt u met stelschroef A verzetten.Belangrijk! Bij gebruik van de blindzoom-voet voor het afwerken met de zigzagsteek stelt u de rechter naaldpositie in het bereik tussen 3 – 5 mm (geen andere naaldpositie gebruiken).SteekSteek

314.2D/H 5- 1-2 3-5 0/33.2D/H 5- 1-2 3-5 0/32.2D/H 5- 1-2 – 3-5 0/3ABNuttige steken en praktisch naaienBlindzoomsteekDe blindzoomsteek H leent zich het beste voor onzichtbare zomen, handmatig zomen vervalt in de meeste gevallen. Voor gebreide stoffen blindzoomsteek H en voor stretchstoffen blindzoomsteek D.• De zoomkant afwerken.• De zoom op zoombreedte naar binnen omslaan.• Sla het werkstuk zover terug, dat de afgewerkte zoomkant 1 cm naar buiten steekt.• Nu de stof zo onder de voet leggen, dat de vouw in de bovenlaag aansluitend langs geleider B ligt.• Selecteer met het instelwiel voor de naaldpositie (28) de rechter naaldpositie .• Bij het insteken in de vouw mag de naald maar één weefseldraad opnemen.Steek D is een elastische blindzoomsteek. De zoom wordt genaaid en gelijktijdig afgewerkt, d.w.z.

het extra afwerken van de stofnaad vervalt daardoor.OpgeletAls de steken aan de rechterkant zichtbaar zijn, moet de geleider B met behulp van stelschroef A iets naar links worden verplaatst. Tip: Indien u blindzoomsteeksteek H of blindzoomsteek D wilt naaien met een steekbreedte van minder dan 5 mm, gebruik dan naaivoet 0.Steek H Steek DSteek

324.2K 5- 3-5 0/33.2K 5- 3-5 0/32.2K 5- – 3-5 0/34.2I 5- 3-5 0/33.2I 5- 3-5 0/32.2I 5- – 3-5 0/3Nuttige steken en praktisch naaienSteekstretchstretchstretchSteekstretchstretchstretchOverlocksteekHoe ziet een overlocksteek eruit?Voor elastische en gebreide stoffen bieden de steken van uw select™ naaimachine een keur aan overlocksteken, waarmee u in één bewerking tegelijkertijd twee delen aan elkaar kunt naaien en afwerken. Ze zijn rekbaarder dan gewone stiksels, zeer duurzaam en bovendien vlug genaaid.TIP: Wij adviseren bij het naaien van overlocknaden de blindzoomvoet nr. 3 te gebruiken. U kunt daarmee de naad steeds gelijkmatig geleiden en u voorkomt tevens, dat bij bredere naden de stof trekt. Vergeet niet om de rode markering van de naaivoet naar rechts te zetten.

Zo geleidt u de rand van de stof.Open overlocksteek (K)Met deze steek kunt u stevige materialen die niet erg rafelen, zonder problemen aan elkaar naaien.TIP: Let erop, dat de naald net buiten de rechter stofkant insteekt.Gesloten overlocksteek (I)Met steek I kunnen jersey-kwaliteiten perfect worden afgewerkt. U kunt er eveneens mouwboordjes of tricotkragen mee aanzetten.TIP: Let erop, dat het boordje tijdens het aannaaien iets moet worden uitgerekt.Opgelet!Indien u, tijdens het afwerken met de overlocksteek, een andere steekbreedte kiest dan 5 mm , moet u erop letten dat de naald niet op de stift van de naaivoet komt. De naald kan dan afbreken.

334.2M 5- 1-2.5 3-5 0/13.2M 5- 1-2.5 3-5 0/12.2M 5- 1-2.5 – 3-5 0/14.2G 0 3 3-5 73.2G 0 3 3-52.2G 0 3 – 3-5Nuttige steken en praktisch naaienSteekGenaaide zigzagsteekBehalve voor verstelwerkzaamheden wordt deze steek vanwege zijn hoge elasticiteit ook gebruikt voor het aan- of opnaaien van dubbelwandig- of enkel tailleband en gewoon elastiek bijv. bij ondergoed.• Knip het oude elastiek direkt aan de kant af.• Rimpel de stof op maat met de 6 mm lange rechte steek.• Schuif het zo voorbewerkte deel tussen of onder het elastiek en steek het overdwars met kopspelden vast.• Met de genaaide zigzagsteek vastnaaien. Het einde van het band iets laten overlappen en eveneens met de genaaide zigzagsteek vastzetten.SteekZomen met de rolzoomvoetMet de rolzoomvoet kunt u zonder problemen een blouse, sjaal of volant met een rechte steek zomen, zonder deze vooraf in te strijken.

Doordat de rand omgerold wordt ontstaat een keurige en duurzame zoom, rafels krijgen geen kans.• Vouw het begin van de zoom ca. 2 mm in.• Leg de ingevouwen zoom onder de zoomvoet en naai enkele steken.• De naald in de stof laten, de voet omhoog brengen en de zoom in de zoomtrechter leiden.• De naaivoet omlaag brengen en de stof in een rechte lijn in de zoomtrechter begeleiden. Let daarbij op, dat de stof niet onder de rechter voethelft loopt.TIP: Bij zijde, viscose en voering en ook bij chiffonstoffen komt de rolzoom met een zigzagsteek bijzonder goed tot zijn recht.extra acces-soire

344.2G 0 3 3-5 0/13.2G 0 3 3-5 0/12.2G 0 3 – 3-5 0/1Nuttige steken en praktisch naaienSteekZoom met de tweelingnaaldDe tweelingnaald is niet alleen inzetbaar voor borduurwerk of biesjes, maar u kunt er ook doorstikwerk mee uitvoeren.Professionele zomen in rekbaar materiaal zoals in T-shirts, gebreide stof of sportkleding kunt u vlot en eenvoudig met de tweelingnaald verwerken. Tweelingnaalden zijn verkrijgbaar in verschillende breedten. De gebruikelijke breedte voor doorstikwerk is 4 mm. Let erop, dat u bij stretchstoffen uitsluitend een stretchnaald gebruikt.

Om te vermijden dat de naald de steekplaat raakt, stelt u deze op de middelste naaldpositie in.• Strijk de zoom eerst op de gewenste breedte om.• Daarna de zoom aan de rechter stofkant op de dubbele laag doorstikken.• Ten slotte de overtollige stof van de zoom langs het stiksel wegknippen.TIP: Bij ribuwelen stoffen of ander stretchmateriaal kunt u de zoom beter rijgen.

354.2CBA 5- 53.2CBA 5- 52.2CBA 5- – 5Nuttige steken en praktisch naaienSteekKnoopsgatenHet naaien van knoopsgaten is met alle select™-modellen heel eenvoudig, omdat de stof niet gedraaid hoeft te worden.Normaal worden knoopsgaten in verstevigde, dubbele stof genaaid. Desondanks is het bij menig materiaal zoals bijv. zijde, organza en viscose nodig, dat daaronder nog dubbel vloeipapier wordt meegevoerd, zodat de stof tijdens het naaien niet uitrekt.Ook Avalon (van Madeira) leent zich hiervoor uitstekend. Het is een speciale vlieseline dat in water oplost. Bij materiaal zoals uweel, leer of dikke wollen stoffen, transporteert de machine anders. Dan kan de vlieseline zowel onder als op de stof worden gelegd. Het transport wordt dan door de stof minder afgeremd. Desondanks is het soms nodig (bij dikke mantelstof bijv.) met naaivoet nr.

1 en ingeschakeld IDT™ systeem de knoopsgaten te maken.Het mooiste steekbeeld krijgt u met stop- en borduurgaren.Geef met behulp van een textielstift of kopspeld de beginpunten van de knoopsgaten aan en probeer ze eerst uit op een proeapje. Bij dikke stoffen de rupsen grover afstellen.Attentie: Steeds als u een knoopsgat begint, de slede van de voet geheel naar u toe schuiven, d.w.z. de rode pijl ligt parallel langs het eerste streepje. De rode streepjes op de voet zijn om de 0,5 cm aangebracht. Ze geven u houvast bij het bepalen van de lengte van het knoopsgat.Knoopsgaten maken • Plaats de knoopsgatvoet en schuif de slede van de voet geheel naar u toe.• Kies steek 1 (C) en naai de rechter rups van het knoopsgat tot de gewenste lengte. Knip de bovendraad na een paar steekjes af.

36BANuttige steken en praktisch naaienWij adviseren u voor het openknippen van een knoopsgat een tornmesje te gebruiken.• Kies steek 2 (B). Houd de toets ingedrukt voor het maken van enkele trenssteken.• Kies steek 3 (A) en naai de linker rups van het knoopsgat tot de gewenste lengte.• Kies steek 4 (B). Houd de toets ingedrukt voor het maken van enkele trenssteken.• Laat toets B los en naai enkele afhechtsteken.• Knip het knoopsgat met een schaar of een tornmesje voorzichtig open. Attentie: Indien u heel jne knoopsgaatjes wilt naaien kunt u de knoopsgatbreedte met het instelwiel voor de steekbreedte (27) tot op 3 mm verminderen. Gebruik hiervoor de middelste naaldpositie .Knoopsgat met vuldraadOm de duurzaamheid van knoopsgaten bijv. in sportkleding te behouden, is het verstandig deze met een vuldraad te verstevigen.

Ook bij alle rekbare materialen is de vuldraad belangrijk, omdat deze het uitrekken van een knoopsgat voorkomt.• Maak een lus van de vuldraad, leg deze over het achterste nokje A en trek de draadjes onder de naaivoet recht naar voren.• Span de draadjes rechts en links in het nokje B.• De slede van de voet tot de aanslag naar voren schuiven en het knoopsgat naaien zoals links beschreven.• Trek de lus van de vuldraad in het knoopsgat en knip de draden af.

37DCGFEAB4.2G - - 2-3 63.2G - - 2-32.2G - - – 2-3Nuttige steken en praktisch naaienSteekextra acces-soireNaaien uit de vrije handStopvoet aanzetten:Breng de naald in de hoogste stand. Druk de beugel van de voet tegen het achterstuk en schuif de stift tot de aanslag in gat C. Daarbij wordt geleidervork G om de naaldstang gelegd. De beugel E moet over de naaldklemschroef F liggen. Nu met schroef D vastdraaien.Uit de vrije hand positie:Druk de persvoetlichter iets van u af bij het omlaag brengen van de voet. Dan valt hij vanzelf in de eerste stand B (uit de vrije hand positie)• Transporteur verzinken.• Haal de onderdraad naar boven en houd de draden bij de beginsteken vast.• Kies een rechte steek of een zigzagsteek.• Houd een gelijkmatige snelheid aan en verplaats de stof met de hand.TIP: Verplaats de stof voor gelijkmatige steken gelijkmatig en rustig.

Verplaats de stof zo, dat de steken niet kruisen.Knopen aanzettenMet de zigzagsteek G (steekbreedte 4 mm) kunt u knopen met twee of vier gaatjes eenvoudig aanzetten.• Naaivoet verwijderen en de transporteur verzinken.• Draai het handwiel naar u toe en verschuif het geheel zodanig, dat de naald in het linkergat van de knoop steekt.• Breng nu de persvoethouder omlaag, waardoor de knoop wordt vastgehouden.

384.2G 0 3 3-5 43.2G 0 3 3-5 42.2G 0 3 – 3-5 44.2G 4 - 2-3 -3.2G 4 - 2-3 -2.2G 4 - – 2-3 -Nuttige steken en praktisch naaienSteekRits inzettenEr zijn verschillende mogelijkheden om ritsen in te zetten. Voor rokken is de aan beide zijden bedekte ritssluiting aan te bevelen, voor heren- en damespantalons de eenzijdig bedekte ritssluiting. De vakhandel biedt verschillende ritsen aan. Wij adviseren u voor vaste stoffen zoals jeans, een metalen rits te gebruiken. Voor alle andere stoffen een kunststof rits.Bij alle soorten ritsen is het belangrijk dicht langs de tandjes van de rits te naaien. Daarvoor kunt u de ritsvoet links of rechts plaatsen.Aanvullend kunt u met behulp van de 15 naaldposities de naald zodanig instellen, dat hij krap naast de tandjes insteekt. Is de naaivoet rechts geplaatst, mag de naaldpositie alleen naar rechts worden verschoven.

Is de naaivoet links geplaatst, mag de naald alleen naar links worden verschoven.Uiterst linker naaldpositieUiterst rechter naaldpositieSteek• Naai de knoop nu aan. Let erop, dat de naald ook in het rechter gaatje steekt.Vastnaaien• Rechte steek door draaien van het instelwiel voor de breedte (27) op 0 instellen.• Naaldpositie met instelwiel (28) zodanig veranderen, dat de naald in één van beide gaatjes steekt.• Enkele afhechtsteken naaien.

39Onderhoud en storingenSteekplaat verwisselen Hoofdschakelaar uitschakelen (1)Het reinigen van de naaimachine is heel belangrijk, u wordt ervoor beloond met een zacht geluid en een langere levensduur. Hoe vaker u de machine gebruikt, des te meer onderhoud hij vraagt.Steekplaat verwijderen• Breng de naaivoet omhoog en verwijder het werkblad met accessoiresbox.• Schuif nu de punt van een kleine schroevendraaier in de opening tussen steekplaat en naaimachine. Met een kwartslag naar rechts springt de steekplaat voor de helft uit de bevestiging. Nu de schroevendraaier onder de gesloten kant schuiven en de steekplaat met een kwartslag optillen en wegnemen.Aanbrengen• De steekplaat vanaf de achterkant opleggen en met beide handen aan de voorkant neerdrukken, tot u hoort dat deze inklikt.

Controleer vóór het naaien of de steekplaat vlak ligt.Reinigen Hoofdschakelaar uitschakelen (1)• Steekplaat verwijderen en de transporteur verzinken.• Reinig nu met de stofkwast de transporteur en de grijperruimte.• Breng een druppel olie aan op de haak (iedere 8 bedrijfsuren) zoals aangegeven op de afbeelding.Let op: Gebruik alleen naaimachine-olie van goede kwaliteit!

40Onderhoud en storingenNaaistoring opheffenDe naad is niet regelmatigDe spanningen zijn veranderd. Boven- en onderdraadspanning controleren.Te dik, onregelmatig of te hard garen. Uitsluitend goede kwaliteit naaigaren gebruiken.De onderdraad is ongelijk opgespoeld. Niet uit vrije hand spoelen, maar de draad door de spoelvoorspanning leiden.Grote lussen onder of boven de stof. Opnieuw en goed inrijgen. Boven- en onderdraadspanning controleren.De naald breekt afDe naald is niet hoog genoeg tot de aanslag ingezet.Naald opnieuw tot aan de aanslag schuiven.De naald is krom. Nieuwe naald inzetten.De naald is te dun of te dik. Nieuwe naald inzetten.Door trekken of duwen aan de stof is de naald verbogen en staat op de steekplaat.De machine alleen laten transporteren, of zelf alleen de stof sturen.Het spoelhuis is niet juist ingezet.

Bij het inzetten de spoel tot de aanslag op de as van de grijper schuiven.De bovendraad verknooptZie bovenstaande redenen. Zie hierboven.Bij te strakke draadspanning. Draadspanning controleren.Bij slechte kwaliteit naaigaren, of te lang bewaard en uitgedroogd garen.Uitsluitend goede kwaliteit garen gebruiken.Bij te dik garen. Naald met lang oog inzetten (systeem 130 N).De machine slaat steken overDe naald is niet goed ingezet. Naald tot aanslag omhoog schuiven, platte kant naar achteren.Er is een onjuiste naald ingezet. Naaldsysteem 130/705 H inzetten.De naald is krom of bot. Nieuwe naald inzetten.De machine is niet goed ingeregen. Inrijgpad controleren.De naald is te dun voor het garen. Dikkere naald inzetten.

41Onderhoud en storingenDe machine loopt zwaarEr zitten draadjes of vezeltjes in de grijperbaan.Draadjes verwijderen.Belangrijke aanwijzingen!Voor het wisselen van de naaivoeten en naalden moet de hoofdschakelaar worden uitgeschakeld. De ingeregen machine niet zonder stof in beweging zetten. Bij het verlaten van de machine, ook kortstondig, altijd de hoofdschakelaar uitschakelen. Dit is vooral belangrijk, als er kinderen in de buurt zijn. De machine transporteert niet of onregelmatigTeveel vuil of stof is tussen de tandjes van de transporteur geperst.Steekplaat afnemen, stof met kwastje verwijderen.Transporteur is verzonken. Schuif C (zie bladzijde 24) staat rechts.Schuif C (zie bladzijde 24) naar links zetten.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Pfaff Select 4.2 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden