Parkside IAN 270218 PFBS 10.8 A1 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Parkside IAN 270218 PFBS 10.8 A1 (103 pagina’s), behorend tot de categorie Slijpmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 88 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Parkside IAN 270218 PFBS 10.8 A1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Parkside |
| Categorie: | Slijpmachine |
| Model: | IAN 270218 PFBS 10.8 A1 |
Handleiding Parkside IAN 270218 PFBS 10.8 A1 – volledige tekst
75 NL/BEInhoudsopgaveInleidingDoelmatig gebruik. Pagina 76Uitrusting. Pagina 76Leveringsomvang. Pagina 76Technische gegevens. Pagina 76Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen1. Veiligheid op de werkplek. Pagina 772. Elektrische veiligheid. Pagina 773. Veiligheid van personen. Pagina 784. Zorgvuldige omgang met en gebruik van elektrische apparaten. Pagina 785. Gebruik van en omgang met het accugereedschap. Pagina 796. Service. Pagina 79Veiligheidsaanwijzingen voor ieder gebruik. Pagina 80Verdere veiligheidsaanwijzingen voor ieder gebruik. Pagina 81Aanvullende veiligheidsaanwijzingen voor het schuren en snijden. Pagina 82Bijzonder veiligheidsinstructies voor het werken met draadborstels. Pagina 83Apparaatspecifieke veiligheidsinstructies voor accu-fijnboorslijpmachines. Pagina 83Veiligheidsinstructies voor acculaders. Pagina 84BedieningAccupak laden.
76 NL/BEInleidingAccu-fijnboorslijpmachine PFBS 10. 8 A1 Q InleidingGefeliciteerd met de koop van uw nieuwe apparaat. U heeft voor een hoogwaardig product gekozen. De gebruiksaanwijzing is een deel van het product. Deze bevat belangrijke aanwijzingen voor veilig-heid, gebruik en verwijdering. Maakt U zich voor de ingebruikname van het product met alle bedie-nings- en veiligheidsvoorschriften vertrouwd. Gebruik het apparaat alleen zoals beschreven en voor de aangegeven toepassingsgebieden. Overhandig alle documenten bij doorgifte van het product aan derden. Q Doelmatig gebruikDe accu-fijnboorslijpmachine is in combinatie met het dienovereenkomstige toebehoren (zoals bij de levering inbegrepen) bedoeld voor het boren, fre-zen, graveren, polijsten, reinigen, schuren en door-slijpen van hout, metaal, kunststof, keramiek of steen in droge ruimten.
Iedere wijziging of ieder verder-strekkend gebruik van het product is niet doelmatig en houdt een aanzienlijk ongevallenrisico in. De producent is niet aansprakelijk voor schade die re-sulteert uit ondoelmatig gebruik. Niet geschikt voor commercieel gebruik. Q UitrustingAccu-fijnboorslijpmachine:1 Toerentalregeling2 Accu-led3 Accuontgrendelingstoets4 Accupak5 AAN- / UIT-Schakelaar6 Spanmoer7 Wartelmoer8 SpilblokkeringAcculaadstation (zie afb. A):9 Laadstation10 Netadapter11 Laadindicator rood11 a Laadindicator groenToebehoren (zie afb.
77 NL/BEInleiding Inleiding / Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappenSecundair (Uitgang / Output):Nominale spanning: 12,6 V Laadstroom: 450 mALaadduur: ca. 3 uurIsolatieklasse: II / Informatie over geluid en trillingen:Meetwaarden voor geluid, bepaald volgens EN 60745. Het A-geluidsniveau van het elektrische gereedschap bedraagt karakteristiek:Geluidsdrukniveau LpA: 66 dB(A)Geluidsvermogen LWA: 77 dB(A)Onzekerheid K: 3 dBGehoorbescherming dragen. Gemeten versnelling, karakteristiek: Hand- / armvibratie: 3,583 m / s2Onzekerheid K = 1,5 m / s2 Opmerking: Het in deze aanwijzingen vermelde trillingsniveau werd gemeten conform een in EN 60745 genormeerde meetprocedure en kan voor de vergelijking met andere apparaten worden gebruikt. De aangegeven trillingsemissiewaarde kan ook worden gebruikt voor een inleidende in-schatting van uitslag.
Het trillingsniveau zal overeenkomstig het gebruik van het elektrische gereedschap veranderen en kan in sommige gevallen boven de in deze aanwijzingen vermelde waarde liggen. De trillingsbelasting zou kunnen worden onderschat wanneer het elektrische gereedschap regelmatig op een dergelijke wijze wordt gebruikt. Probeer de belasting door vibraties zo gering mogelijk te houden. Voor-beeldige maatregelen ter vermindering van de vi-bratiebelasting zijn het dragen van handschoenen tijdens het gebruik van het gereedschap en de be-grenzing van de gebruiksduur. Hierbij dient met alle onderdelen van de gebruikscyclus rekening te wor-den houden (bijv. tijden, waarin het elektrisch ge-reedschap is uitgeschakeld, en dergelijke, waarin het gereedschap weliswaar ingeschakeld is, maar zonder belasting loopt).
Bewaar alle veiligheidstechnische instructies en aanwijzingen om deze eventueel later te kunnen raadplegen. Het in de veiligheidsinstructies toegepaste begrip “elektrische gereedschappen” heeft betrekking op elektrische gereedschappen op netvoeding (met netkabel) en op elektrische gereedschappen op accuvoeding (zonder netkabel). 1. Veiligheid op de werkpleka) Houd het werkbereik schoon en goed verlicht. Door wanorde en onverlichte werk-bereiken kunnen ongevallen ontstaan. b) Werk met het apparaat niet in een explosiegevaarlijke omgeving met brandbare vloeistoffen, gassen of stof. Elektrische gereedschappen veroorzaken vonken die stof of dampen zouden kunnen ontsteken. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik weg van het elek-trische gereedschap. In geval van afleiding zou u de controle over het apparaat kunnen verliezen. 2.
Elektrische veiligheida) De stroomstekker van het elektrisch gereedschap (c. q. transformator) moet in de contactdoos passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden veranderd. Gebruik géén adapterstek-ker in combinatie met geaard elektrisch gereedschap. Ongewijzigde stekkers en.
78 NL/BEAlgemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappenpassende contactdozen verminderen het risico van elektrische schokken. b) Vermijd lichaamscontact met geaarde oppervlakken zoals buizen, verwar-mingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico voor elektrische schokken wanneer uw lichaam geaard is. c) Stel het apparaat niet bloot aan regen en vocht. Het binnendringen van water in een elektrisch apparaat verhoogt het risico van elektrische schokken. d) Gebruik de kabel nooit ondoelmatig, bijv. om het apparaat te dragen, op te hangen of om de steker uit de contact-doos te trekken. Houd de kabel ver-wijderd van hitte, olie, scherpe randen of bewegende apparaatonderdelen. Verwarde of beschadigde kabels verhogen het risico van elektrische schokken.
e) Gebruik alléén verlengkabels die ook voor het buitenbereik geschikt zijn wanneer u met een elektrisch gereed-schap in de openlucht werkt. Het gebruik van een voor het buitenbereik geschikte kabel vermindert het risico van elektrische schokken. f) Wanneer u met een elektrisch gereed-schap in een vochtige omgeving moet werken, dient u een foutstroom-veilig-heidsschakelaar te gebruiken. Het ge-bruik van een foutstroom-veiligheidsschakelaar vermindert het risico van elektrische schokken. 3. Veiligheid van personena) Wees steeds opmerkzaam, let op wat u doet en ga met overleg te werk met een elektrisch gereedschap. Gebruik het apparaat niet wanneer u moe bent of onder de invloed van drugs, alcohol of medicijnen staat. Een moment van on-achtzaamheid tijdens het gebruik van het ap-paraat kan tot ernstig letsel leiden.
b) Draag naast de persoonlijke veiligheidsuitrusting altijd een veiligheidsbril. Het dragen van een persoonlijke veiligheidsuitrusting zoals stof-masker, slipvaste veiligheidsschoenen, -helm of gehoorbescherming helpt, al naargelang het soort en de toepassing van het elektrische ge-reedschap, het risico voor letsel te verminderen.
c) Vermijd een ongewenste ingebruikna-me van het apparaat. Waarborg dat het elektrische gereedschap uitgeschakeld is voordat u het aan de stroomvoor-ziening en / of de accu aansluit, in de hand neemt of draagt. Wanneer u tijdens het dragen van het apparaat de vinger aan de AAN- / UIT-Schakelaar hebt of het apparaat ingeschakeld is, kan dit tot ongevallen leiden. d) Verwijder de instelgereedschappen of schroefsleutel voordat u het appa-raat inschakelt. Een gereedschap of sleutel dat / die zich in een draaiend onderdeel van het apparaat bevindt, kan letsel veroorzaken. e) Vermijd een abnormale lichaamshou-ding. Zorg altijd voor een veilige stand en houd te allen tijde het evenwicht. Op deze wijze kunt u het apparaat vooral in onverwachte situaties beter controleren. f) Draag geschikte werkkleding. Draag géén wijde kleding of sieraden.
Houd haren, kleding en handschoenen van bewegende onderdelen verwijderd. Vlotte kleding, sieraden of haren kunnen door bewegende onderdelen wordt ingetrokken. g) Wanneer stofafzuigingsinrichtingen en -opvanginrichtingen gemonteerd worden, dient u te waarborgen dat deze zijn aangesloten en correct worden gebruikt. Het gebruik van deze inrichtingen vermindert het gevaar door stof. 4. Zorgvuldige omgang met en ge-bruik van elektrische apparatena) Belast het apparaat nooit te zwaar. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor bestemde gereedschap. Met het geschikte elektrische gereedschap werkt u beter en veiliger in het voorgeschreven vermo-gensbereik. b) Gebruik géén elektrisch gereedschap met een defecte schakelaar. Een elektrisch gereedschap dat niet meer in- of uitgeschakeld Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen.
79 NL/BEAlgemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappenkan worden, is gevaarlijk en moet worden gerepareerd. c) Trek de steker uit de contactdoos en / of verwijder de accu voordat u appa-raatinstellingen uitvoert, toebehoren vervangt of het apparaat weglegt. Hierdoor voorkomt u dat het elektrische appa-raat abusievelijk ingeschakeld wordt. d) Bewaar niet-gebruikte elektrische gereedschappen buiten het bereik van kinderen. Laat géén personen met het apparaat werken die niet vertrouwd zijn met het apparaat of die deze aan-wijzingen niet hebben gelezen. Elektri-sche gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer ze door onervaren personen worden gebruikt. e) Onderhoud het apparaat zorgvuldig.
Controleer of bewegende apparaat-onderdelen optimaal functioneren en niet klemmen en of onderdelen gebro-ken of zodanig beschadigd zijn dat de functie van het apparaat belemmerd wordt. Laat beschadigde onderdelen vóór het gebruik van het apparaat re-pareren. Veel ongelukken zijn terug te voeren op slecht onderhouden elektrische apparaten. f) Houd snijgereedschappen scherp en schoon. Zorgvuldig gereinigde snijgereedschap-pen met scherpe snijranden gaan minder vaak klemmen en kunnen eenvoudiger worden geleid. g) Gebruik elektrisch gereedschap, toe-behoren, hulpgereedschap enz. over-eenkomstig deze aanwijzingen en zoals het voor dit apparaattype voor-geschreven is. Houd daarbij rekening met de werkomstandigheden en de uit te voeren werkzaamheden. Het ge-bruik van elektrische gereedschappen voor andere dan de bestemde toepassingen kan tot gevaarlijke situaties leiden. 5.
Gebruik van en omgang met het accugereedschapa) Laad de accu’s alleen in laadtoestellen die door de fabrikant worden aanbe-volen. Voor een laadtoestel dat bestemd is voor een bepaalde soort accu’s, bestaat brand-gevaar indien u het apparaat met andere accu‘s gebruikt.
b) Gebruik in elektrische gereedschappen alléén de daarvoor bestemde accu‘s. Het gebruik van andere accu’s kan leiden tot letsel en brandgevaar. c) Houd niet-gebruikte accu’s verwijderd van paperclips, munten, sleutels, spij-kers, schroeven of andere kleine me-talen voorwerpen die de contacten van de accu zouden kunnen overbruggen. Een kortsluiting tussen de accucontacten kan leiden tot brand en verbrandingen. d) Bij verkeerd gebruik kan vloeistof uit de accu’s lekken. Vermijd contact met de vloeistof. In geval van contact direct onder water afspoelen. Wanneer u de vloeistof in uw ogen krijgt, dient u bo-vendien een arts te raadplegen. Lekken-de accuvloeistof kan leiden tot huidirritaties of verbrandingen. VOORZICHTIG. EXPLOSIEGEVAAR. Niet-herlaadbare batterijen mogen nooit wor-den opgeladen. max. 50 °CBescherm de accu tegen hitte, bijv.
ook tegen voortdurend direct zonlicht, vuur, water en vocht. Er bestaat explosiegevaar. 6. Servicea) Laat uw apparaten door het servicepunt of een gekwalificeerd vakpersoneel en alléén met originele onderdelen repa-reren. Op deze wijze wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het apparaat behouden blijft.
80 NL/BEAlgemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen Veiligheidsaanwijzingen voor ieder gebruikGemeenschappelijke veiligheidsaanwij-zingen voor het slijpen, schuren met schuurpapier, werken met staalborstels, polijsten, frezen of doorslijpen:a) Dit elektrisch gereedschap kan gebruikt worden als schuurmachine, schuurpa-pier-schuurmachine, staalborstel, po-lijstmachine, voor het frezen en als doorslijpmachine. Neem de veiligheids-aanwijzingen, instructies, weergaven en gegevens, welke u samen met het apparaat ontvangt, in acht. Als u de vol-gende aanwijzingen niet in acht neemt, kunnen elektrische schok, vuur en / of zwaar letsel het gevolg zijn. b) Gebruik geen toebehoor, dat door de fabrikant niet specifiek voor dit elek-trisch gereedschap is bedoeld of aan-bevolen.
Alleen het feit dat u het toebehoor aan uw elektrisch gereedschap kunt bevestigen, is dit nog geen garantie voor een veilig gebruik. c) Het toegestane toerental van het inzet-gereedschap moet minimaal zo hoog zijn als het maximale toerental dat op het elektrische gereedschap wordt weer-gegeven. Toebehoren die sneller draaien dan toegestaan, kunnen breken of wegvliegen. d) De diameter van de buitenkant en de dikte van het inzetgereedschap moet overeenkomen met de gegevens van het elektrisch gereedschap. Fout bemeten inzetgereedschap kan niet voldoende worden afgeschermd of gecontroleerd. e) Slijpschijven, slijpwalsen of andere toe-behoren moeten precies op de slijpas of spantang van uw elektrisch gereed-schap passen.
Inzetgereedschap, dat niet precies in de opname van het elektrisch gereed-schap past, draait onregelmatig, vibreert zeer sterk en kan zodoende tot een verlies van de controle leiden. f) Op een houder gemonteerde schijf, slijpcilinder, snijdgereedschap of ander toebehoor moet volledig in de spantang of de klemkop worden geplaatst. Het „uitstekende“ resp. het vrij liggende gedeelte van de houder tussen slijp-steen en spantang of klemkop moet minimaal zijn.
Als de houder niet voldoende wordt gespannen of als de slijpsteen te ver uit-steekt, kan het inzetgereedschap los raken en met hoge snelheid eruit worden geslingerd. g) Gebruik geen beschadigd inzetgereed-schap. Controleer voor ieder gebruik het inzetgereedschap zoals schuur-schijven op splinters en scheuren, slijp-walsen op scheuren of slijtage, staal-borstels op losse of gebroken draden. Als het elektrisch gereedschap of het inzetgereedschap valt, dient u te con-troleren of het beschadigd is, of gebruik een onbeschadigd inzetgereedschap. Als u het inzetgereedschap gecontro-leerd en gemonteerd hebt, dient uzelf en andere personen zich buiten het bereik van het draaiende inzetgereed-schap te begeven en dient u het appa-raat een minuut lang met het hoogste toerental zonder belasting te laten draaien. Beschadigd inzetgereedschap breekt meestal gedurende deze periode.
h) Draag een persoonlijke veiligheidsuit-rusting. Gebruik afhankelijk van de toepassing een volledige gezichtsbe-scherming, ogenbescherming of vei-ligheidsbril. Voor zover noodzakelijk, dient u een stofmasker, gehoorbescher-ming, veiligheidshandschoenen of een speciale schort die kleine slijp- en ma-teriaaldeeltjes opvangt, te dragen. De ogen dienen tegen rondvliegende vreem-de voorwerpen te worden beschermd, die bij verschillende toepassingen ontstaan. Stof- en adembeschermingsmasker moeten de bij het gebruik ontstane stof filteren. Als u lang wordt blootgesteld aan lawaai, kunnen blijvende ge-hoorbeschadigingen ontstaan. i) Let bij andere personen op een veilige afstand ten opzichte van uw werkbe-reik. Iedereen die in het werkbereik komt, moet een persoonlijke bescher-mende uitrusting dragen.
81 NL/BEAlgemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappenreedschap kunnen rondvliegen en ook letsel buiten het directe werkbereik veroorzaken. j) Houd het gereedschap vast aan de geïsoleerde grijpvlakken als u werk-zaamheden uitvoert waarbij het inzet-gereedschap verborgen stroomleidingen of de eigen stroomkabel zou kunnen raken. Het contact met een spanningvoerende leiding kan ook de metalen apparaatdelen onder spanning zetten en zo tot een elektrische schok leiden. k) Houd het elektrisch gereedschap tij-dens het starten altijd goed vast. Tijdens het op volle toeren laten komen kan het reac-tiekoppel van de motor ertoe leiden, dat het elektrisch gereedschap verdraait. l) Indien mogelijk dient u klemmen te gebruiken om het werkstuk te fixeren.
Houd nooit een klein werkstuk in de ene hand en het elektrisch gereedschap in de andere, terwijl u het gebruikt. Door het vastklemmen van kleine werkstukken hebt u beide handen vrij voor een betere con-trole van het elektrische gereedschap. Bij het doorslijpen van ronde werkstukken zoals bijvoor-beeld houten pluggen, stangen of buizen heb-ben deze de neiging weg te rollen, waardoor het gebruikte gereedschap klem kan komen te zitten en hierdoor kan worden weggeslingerd. m) Houd de aansluitkabel uit de buurt van zich draaiend gereedschap. Mocht u de controle over het apparaat verliezen, kan de kabel worden doorgesneden of vast raken en uw hand of uw arm in het draaiende inzetge-reedschap terecht komen. n) Leg het elektrisch gereedschap nooit neer, voordat het inzetgereedschap volledig tot stilstand is gekomen.
Het draaiende inzetgereedschap kan in contact met het steunoppervlak komen, waardoor u de controle over het elektrisch gereedschap kunt verliezen. o) Draai na het vervangen van het inzet-gereedschap of instellingen aan het apparaat de spantangmoer, boorhou-der of andere bevestigingselementen stevig vast.
Losse bevestigingselementen kun-nen zich onverwacht verstellen en tot verlies van de controle leiden; onbevestigde, draaiende com-ponenten worden met geweld eruit geslingerd. p) Laat het elektrisch gereedschap niet draaien, terwijl u het draagt. Uw kleding kan door toevallig contact met het draaiende inzetgereedschap vast komen te zitten, waardoor het gereedschap zich in uw lichaam kan boren. q) Reinig regelmatig de ventilatiegleuven van uw elektrisch gereedschap. De mo-torventilatie trekt stof in de behuizing, en een sterke ophoping van metaalstof kan elektrisch gevaar veroorzaken. r) Gebruik het elektrisch gereedschap niet in de buurt van ontvlambare materia-len. Vonken kunnen deze materialen ontsteken. s) Gebruik geen inzetgereedschap welke een vloeibaar koelmiddel nodig hebben. Het gebruik van water of andere vloeibare koel-middelen kan een elektrische schok veroorzaken.
Verdere veiligheidsaanwijzin-gen voor ieder gebruikTerugslag en dienovereenkomstige veiligheidsinstructiesTerugslag is de plotselinge reactie als gevolg van een vastgeklemd of geblokkeerd draaiend inzetgereed-schap, zoals een schuurschijf, schuurband, staalbor-stel etc. Vast haken of blokkeren leidt tot een abrupte stop van het draaiende inzetgereedschap. Hierdoor wordt een ongecontroleerd elektrisch gereedschap tegen de draairichting van het inzetgereedschap versneld. Als een slijpschijf bijvoorbeeld in het werkstuk vast-klemt of blokkeert, kan zich de rand van de slijpschijf, die in het werkstuk zit, vast haakt en hierdoor het uit-breken van de slijpschijf of een terugslag kan veroor-zaken. De slijpschijf beweegt zich dan in de richting van de bedienende persoon of weg van hem, afhan-kelijk van de draairichting van de schijf op het blok-kerende punt.
Hierbij kunnen slijpschijven ook breken. Een terugslag is het gevolg van een foutief of ver-keerd gebruik van het elektrisch gereedschap. Het kan door geschikte voorzorgsmaatregelen, zoals hierna beschreven, worden verhinderd.
82 NL/BEAlgemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappena) Houd het elektrisch gereedschap goed vast en breng uw lichaam en uw armen in een positie, waarin u de krachten van een terugslag kunt opvangen. De bedie-ner kan door geschikte voorzorgsmaatregelen de krachten van de terugslag beheersen. b) Werk altijd bijzonder voorzichtig bij hoeken, scherpe randen etc. Verhinder, dat het inzetgereedschap van het werkstuk af kan kaatsen of vast kan komen te zitten. Het draaiende inzetgereed-schap kan bij hoeken, scherpe randen of als het afkaatst klem komen te zitten. Hierdoor verliest u de controle of krijgt u te maken met terugslag. c) Gebruik geen getand zaagblad. Der-gelijk inzetgereedschap veroorzaakt vaak een terugslag of een verlies van de controle van het elektrisch gereedschap.
d) Leid het inzetgereedschap steeds in dezelfde richting in het materiaal, waar de snijrand het materiaal verlaat (is die richting, waarin de spaanders worden weggeslingerd). Als u het elektrisch gereed-schap in de verkeerde richting leidt, heeft dit tot gevolg dat de snijrand van het inzetgereedschap uit het werkstuk loopt, waardoor het elektrisch gereedschap in deze richting wordt getrokken. e) Span het werkstuk bij gebruik van draaivijlen, snijschijven, snel draaiende freesgereedschappen of hardmetalen freesgereedschappen altijd in. Reeds bij een geringe blokkering in de groef komt het inzetgereedschap vast te zitten en kan dit een terugslag veroorzaken. Als een snijschijf vast komt te zitten, breekt deze normaal gesproken.
Bij het vast komen te zitten van draaivijlen, snel draaiende freesgereedschappen of hardmetalen freesgereedschappen kan het inzetgereedschap uit de groef springen en tot het verlies van de controle over het elektrisch gereedschap leiden.
Aanvullende veiligheidsaan-wijzingen voor het schuren en snijdenBijzondere veiligheidsaanwijzingen voor het schuren en snijden:a) Gebruik uitsluitend de voor uw elektrisch gereedschap toegestane schuurmiddelen en alleen voor de aanbevolen gebruiksdoeleinden. Voorbeeld: Schuur nooit met het zijdelingse oppervlak van een slijpschijf. Slijpschijven zijn bestemd voor het afschuren van materiaal met de rand van de schijf. Door zijdelingse kracht-inwerking op deze schuurschijf kan deze breken. b) Gebruik voor conische en rechte slijpstiften met schroefdraad alleen onbeschadigde houder met de juiste afmetingen en lengte, zonder onder-snijding aan de schouder. Geschikte hou-ders verhinderen de mogelijkheid van een breuk. c) Vermijd het blokkeren van de slijpschijf of een te hoge contactdruk. Voer geen extreem diepe snedes uit.
Een overbelas-ting van de slijpschijf verhoogt de belasting en het risico vast te komen zitten of te blokkeren en zodoende de mogelijkheid van een terugslag of een gebroken slijpschijf. d) Vermijd met uw hand het gebied voor en achter de draaiende slijpschijf. Als u de slijpschijf in het werkstuk van uw hand weg beweegt, kan in geval van een terugslag het elektrisch gereedschap met de zich draaiende schijf direct naar u toe slingeren. e) Mocht de slijpschijf vast komen te zit-ten of als u de werkzaamheden on-derbreekt, dient u het apparaat uit te schakelen en rustig vast te houden, totdat de schijf stil staat. Probeer nooit de nog draaiende slijpschijf uit de sne-de te trekken, anders kan een terugslag het gevolg zijn. Stel de oorzaak van het vastklemmen vast en verhelp deze. f) Schakel het elektrische gereedschap niet meer aan, zolang het nog in het werkstuk zit.
83 NL/BEAlgemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen Algemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappendat u voorzichtig verder gaat met snij-den. Anders kan de schijf vast komen te zitten, uit het werkstuk springen of een terugslag ver-oorzaken. g) Ondersteun platen of grote werkstuk-ken om het risico op terugslag door een vastgeklemde slijpschijf te verminderen. Grote werkstukken kunnen buigen onder hun eigen gewicht. Het werkstuk moet aan weers-zijden van de schijf worden ondersteund en dat zowel in de buurt van de slijpschijf alsook aan de rand. h) Wees bijzonder voorzichtig bij duiksne-des in bestaande muren of andere ge-beiden waar u geen zicht op hebt. De slijpschijf kan bij het snijden in gas- of waterlei-dingen, elektrische kabels of andere objecten een terugslag veroorzaken.
Bijzonder veiligheidsinstructies voor het werken met draad-borstelsa) Let op dat de draadborstel ook tijdens het normale gebruik draadstukken verliest. Overbelast de draden niet door een te hoge aanpersdruk. Weg-vliegende draadstukken kunnen probleemloos door dunne kleding en / of de huid dringen. b) Laat borstels voor het gebruik minstens een minuut met werksnelheid lopen. Let erop, dat tijdens deze periode geen andere persoon voor of in dezelfde lijn met de borstel staat. Tijdens de aanloop-tijd kunnen losse stukken draad wegvliegen. c) Houd draaiende staalborstels altijd weg van uw lichaam. Tijdens het werken met deze borstels kunnen kleine deeltjes en minis-cule stukjes draad met hoge snelheid wegvlie-gen en de huid penetreren.
Q Apparaatspecifieke veiligheids-instructies voor accu-fijnboor-slijpmachines Gebruik tijdens het werk de volgende veilig-heidsuitrusting: Veiligheidsbril en werkhand-schoenen. VOORZICHTIG. LETSELGEVAAR. Na het uitschakelen loopt het gereedschap nog na. Ver-mijd contact met het snel draai ende gereedschap. Beveilig het ge-reedschap. Gebruik de spaninrichting / bank-schroef om het werkstuk vast te zetten.
Het wordt daarin veiliger gehouden dan in uw hand. LETSELGEVAAR. Steun in géén geval met uw handen naast of vóór het apparaat of het te bewerken oppervlak omdat in geval van wegglijden gevaar voor letsel bestaat. BRANDGEVAAR DOOR WEGSPRIN-GENDE VONKEN. Wanneer u metaal slijpt, ontstaat een vonkenregen. Let daarom altijd op dat géén personen in gevaar worden gebracht en geen brandbare materialen in de buurt van het werkbereik zijn opgeslagen. GEVAAR DOOR STOF. De door de bewerking ontstane scha-delijke / giftige stoffen vormen een gevaar voor de gezondheid van de bedienende persoon of in de buurt aanwezige personen. Draag een ademhalingsmasker. GIFTIGE DAMPEN. Zorg bij de bewerking van kunst-stoffen, verf, lak enz. voor afdoende ventilatie. Het gebruik als zaag of het gebruik in combina-tie met zaagbladen is verboden.
Drenk materialen of te bewerken oppervlakken niet met oplosmiddelhoudende vloeistoffen. Vermijd het schuren van loodhoudende verven of andere gezondheidsschadelijke materialen. Asbesthoudend materiaal mag niet worden bewerkt. Asbest geldt als kankerverwekkend. Vermijd contact met het draaiende slijpgereed-schap. Bewerk geen vochtige materialen of oppervlakken. OPMERKING. Belast het apparaat tijdens het bedrijf niet zo sterk dat stilstand wordt ver-oorzaakt.
84 NL/BEAlgemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen / Bediening LETSELGEVAAR. Laat het uitgeschakelde apparaat eerst tot stil-stand komen voordat u het weglegt. Het apparaat moet steeds schoon, droog en vrij van olie of andere smeermiddelen zijn. Veiligheidsinstructies voor acculaders Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 alsook personen met verminderde psychische, sensori-sche of mentale vaardigheden of een gebrek aan ervaring en / of kennis worden gebruikt, als zij onder toezicht staan of geïnstrueerd werden met betrekking tot het veilige gebruik van het apparaat en de hieruit voortvloeiende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het appa-raat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht wor-den uitgevoerd. De lader is alleen geschikt voor gebruik binnenshuis.
Als de netkabel van het apparaat wordt bescha-digd, moet deze door de fabrikant of diens klan-tenservice of een gelijkwaardig gekwalificeerde persoon worden vervangen, om gevaren te vermijden. Q BedieningGebruik het apparaat nooit ondoelmatig en steeds alléén met originele onderdelen / toebehoren. Het gebruik van andere dan in deze handleiding aan-bevolen onderdelen of ander toebehoren kan gevaar voor letsel vormen. Q Accupak ladenOPMERKING. Een nieuw of lange tijd niet ge-bruikt accupak moet voor het eerste / hernieuwde gebruik worden opgeladen. Na ca. 3–5 laadcycli bereikt het accupak zijn volle capaciteit. Een laad-proces duurt ca. 180 minuten. VOORZICHTIG. LETSELGEVAAR. Onder-breek altijd de stroom-toevoer (netadapter 10 ) voordat u het accupak in / uit het laadtoestel plaatst / verwijdert. Plaats het accupak 4 in het laadstation 9.
De accu kan alleen volgens de correcte polari-teit worden geplaatst. Sluit de netadapter 10 aan op het stroomnet. Zolang het accu-pack wordt geladen, brandt de laadindiciator 11 rood. Als het laadproces is afgesloten, gaat de rode laadindicator 11 uit en begint de groene laadindicator 11 a te branden.
Het accu-pack 4 is nu gereed voor gebruik. VOORZICHTIG. Laad een accupak nooit di-rect een tweede maal na een laadproces. Hier bestaat gevaar dat het accupak overladen wordt. Q Accupak in / uit het apparaat plaatsen / verwijderenAccupak plaatsen: Zet de AAN- / UIT-Schakelaar 5 op de positie „0”. Plaats het accupak 4 zodanig in het laadstati-on dat het inklikt. Accupak verwijderen: Druk gelijktijdig op de accuontgrendelingstoet-sen 3 opzij en verwijder het accupak 4. Q Accutoestand aflezenDe toestand resp. de resterende capaciteit wordt bij ingeschakeld apparaat als volgt in de accu-led 2 weergegeven:ROOD / ORANJE / GROEN = maximale lading / vermogenROOD / ORANJE = gemiddelde lading / vermogenROOD = zwakke lading – accu opladenQ Gereedschap plaatsen / verwijderen Druk de spilblokkering 8 in en houd deze ingedrukt. Bediening.
85 NL/BEAlgemene veiligheidsinstructies voor elektrische gereedschappen / Bediening Bediening Draai de spanmoer 6 totdat de blokkering inklikt. Draai de spanmoer 6 met behulp van de combinatiesleutel 23 van de schroefdraad. Verwijder een eventueel reeds geplaatst ge-reedschap. Schuif het voorgeschreven gereedschap eerst door de spanmoer 6 voordat u het in de bij de ge-reedschapsschacht passende spantang 18 steekt. Druk de spilblokkering 8 in en houd deze ingedrukt. Steek de spantang 18 in de schroefdraadinzet en schroef vervolgens de spanmoer 6 met de behulp van de combinatiesleutel 23 vast aan de schroefdraad. OPMERKING: Gebruik de schroevendraaier-zijde van de combinatiesleutel 23 om de schroef van de spandoorn 13 los of vast te draaien. Q In- en uitschakelen / toerental instellenInschakelen / toerentalbereik instellen: Zet de AAN- / UIT-Schakelaar 5 op de positie „I”.
Stel de toerentalregeling 1 in op een stand tussen „1“ en „MAX. “. Uitschakelen: Zet de AAN- / UIT-Schakelaar 5 op de positie „0”. Q Aanwijzingen voor materiaal-bewerking / gereedschap / toerentalbereik Gebruik de freesbits voor de bewerking van staal en ijzer bij maximaal toerental. Bepaal het toerentalbereik voor de bewerking van zink, zinklegeringen, aluminium, koper en lood door een test op een proefstuk. Bewerk kunststof en materialen met een laag smeltpunt in het lage toerentalbereik. Bewerk hout met hoge toerentallen. Voer reinigings-, polijst- en poetswerkzaamheden uit met een gemiddeld toerental. De onderstaande gegevens vormen niet-bindende adviezen. Test bij het praktische werk ook zelf, welk gereedschap en welke instelling voor het te bewerken materiaal optimaal geschikt zijn.
Geschikt toerental instellenCijfer Toeren-talregeling 1Materiaal1–3 Kunststof en materialen met een laag smeltpunt6–7 Hardhout4–5 Steen, Keramiek Max Staal5Zachthout, metaalToepassingsvoorbeelden / geschikt gereedschap kiezen:Functie Toebe horen Gebruik Uitsteken (min–max) mmBoren HSS-boor 12 Hout bewerken 18–25 bij de kleinste boor is het uitstekende gedeelte 10 mm.
86 NL/BEBediening / Onderhoud en reiniging Houd er rekening mee, dat de maximale dia-meter van de samengestelde slijpstenen en van de slijpconussen en slijppennen met schroef-draad 55 mm en de maximale diameter voor schuurpapier-schuurtoebehoor 80 mm niet mag overschrijden. Opmerking: De max. toegestane lengte van een spandoorn bedraagt 33 mm. Toebehoor in de originele box opslaan of de toebehoren op een andere manier beschermen tegen beschadigingen. Het toebehoor droog en buiten het bereik van agressieve producten bewaren. Tips en advies Als u een te grote druk uitoefent, kan het gespan-nen gereedschap breken en / of het werkstuk beschadigd raken. U kunt optimale werkresul-taten bereiken, door het gereedschap met een gelijk blijvend toerental en geringe druk tegen het werkstuk aan te brengen. Houd het apparaat bij het doorslijpen met beide handen vast.
Neem de gegevens en informatie in de tabel in acht, om te voorkomen dat het spiluiteinde de geperforeerde bodem van het schuurgereed-schap aanraakt. Q Onderhoud en reinigingQ Onderhoud Voordat u het accupak 4 voor langere tijd weglegt of na langere tijd opnieuw gebruikt, moet u een complete laadcyclus uitvoeren. Mocht u een lithium-ionen-accu gedurende een langere periode opbergen, dient u regelmatig de accutoestand te controleren. De optimale accutoestand ligt tussen 50 % en 80 %. Ideali-ter bewaart u hem koel en droog. Functie Toebe horen Gebruik Uitsteken (min–max) mmFraiser Freesbits 20 Veelzijdige bewerkingen: bijv. uitdeuken, uithollen, vormen, groeven of sleuven aanbrengen 18–25Graveren Graveerbits 21 Kenmerking aanbrengen, knutselwerk-zaamheden (zie afb. D) 18–25Polijsten, ontroesten VOORZICH-TIG. Oefen met het ge-reedschap slechts lichte druk uit op het werkstuk.
87 NL/BEBediening / Onderhoud en reiniging Onderhoud en reiniging / Service / Garantie / AfvalverwerkingQ Reiniging Verwijder vuil van het apparaat. Gebruik daar-voor een droge doek. Q Service Laat uw appa-raten door het servicepunt of een ge-kwalificeerd vakpersoneel en alléén met originele onderdelen repareren. Op deze wijze wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het apparaat behouden blijft. Laat de steker of de aansluitleiding altijd door de fa-brikant van het apparaat of door diens technische dienst repareren. Op deze wijze wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het apparaat behouden blijft. Opmerking: Niet vermelde reserveonderdelen (zoals koolborstels, schakelaars) kunt u via ons Callcenter bestellen. Q GarantieU heeft op dit apparaat 3 jaar garantie vanaf de aankoopdatum.
Het apparaat is met de grootst mogelijke zorg vervaar-digd en voorafgaand aan de levering nauwkeurig gecontroleerd. Bewaar a. u. b. de kassabon als aankoopbewijs. Als u aanspraak wilt maken op garantie, neem dan a. u. b. telefonisch contact op met uw servicefiliaal. Alleen op die manier is een kostenloze verzending van uw product gegarandeerd. De garantie geldt alleen voor materiaal- of fabrica-gefouten, echter niet voor transportschade, of voor onderdelen die aan slijtage onderhevig zijn, of voor beschadigingen aan breekbare delen, bijv. schake-laars of accu’s. Het product is uitsluitend bestemd voor privé-gebruik en niet voor bedrijfsmatige doel-einden. Bij verkeerd gebruik en ondeskundige behandeling, bij gebruik van geweld en bij reparaties die niet door ons geautoriseerd servicefiliaal zijn uitgevoerd, vervalt de garantie. Uw wettelijke rechten worden door deze garantie niet beperkt.
De garantieperiode wordt niet verlengd door de aan-sprakelijkheid. Dit geldt eveneens voor vervangen en gerepareerde onderdelen. Schade en gebreken die mogelijk reeds bij de aankoop aanwezig zijn, moeten direct na het uitpakken worden gemeld, ui-terlijk echter twee dagen na de dag van aankoop.
Na verstrijken van de garantieperiode moeten alle voorkomende reparaties vergoed worden. NLService NederlandTel. : 0900 0400223 (0,10 EUR/Min. )e-mail: kompernass@lidl. nlIAN 270218BEService BelgiëTel. : 070 270 171 (0,15 EUR/Min. )e-mail: kompernass@lidl. beIAN 270218Q Afvalverwerking De verpakking bestaat uit milieuvriende-lijke materialen die u via de plaatselijke recyclingdiensten kunt afvoeren. Gooi elektrische gereedschappen nietbij het huisvuil. Conform de Europese Richtlijn 2012 / 19 / EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparaten en de vertaling hiervan in nationaal recht moeten afgedankte elektrische apparaten gescheiden worden ingezameld en worden ingezet voor milieuvriendelijk hergebruik.
88 NL/BELi-Ion Voer accu’s niet af via het huisafval!Defecte of afgedankte accu’s moeten conform Richtlijn 2006 / 66 / EC worden gerecycled.Dank de accu en / of apparaat via de desbetref-fende verzamelplaatsen af.Informeer bij uw gemeentereinigingsdienst naar de mogelijkheden voor het afvoeren van het afgedankte apparaat.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Parkside IAN 270218 PFBS 10.8 A1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Slijpmachine Parkside
Handleiding Slijpmachine
Nieuwste handleidingen voor Slijpmachine