Olimpia Splendid Sherpa S3 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Olimpia Splendid Sherpa S3 (408 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Olimpia Splendid Sherpa S3 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Olimpia Splendid |
| Categorie: | Warmtepomp |
| Model: | Sherpa S3 |
Handleiding Olimpia Splendid Sherpa S3 – volledige tekst
0502INHOUD120530640808515158161716Accessoires die worden meegeleverd met het apparaat 2.1 Locatie in koude klimaten selecterenVoorkom direct zonlicht5.15.2Voorzorgsmaatregelen bij aanbrengen van elektrische bedradingVoorzorgsmaatregelen voor de bedrading van de voedingVereiste veiligheidsinrichtingVerwijder kap van de schakelkastInstallatie van de buitenunit voltooien 8.18.28.38.48.5 AfmetingenInstallatievoorschriftenPositie van de afvoeropeningRuimtevereisten voor onderhoud 6.16.26.36.4 6VEILIGHEIDSMAATREGELENACCESSOIRESVOORBEREIDINGEN VOOR INSTALLATIEBELANGRIJKE INFORMATIE OVER HET KOELMIDDELINSTALLATIELOCATIEINSTALLATIEVOORZORGSMAATREGELENBEDRADING BUITENUNIT7INSTALLEER DE VERBINDINGSLEIDING121113141412RkoelmiddelleidingenLekdetectieWarmte-isolatieVerbindingsmethodeVerwijder vuil of water in de leidingenLuchtdicht testenLucht verwijderen met vacuümpompToe te voegen hoeveelheid koelmiddel7.17.27.37.47.57.67.77.8 1414090910100507091115
Onderhoud mag alleen worden uitgevoerd zoals aanbevolen door de fabrikant van de apparatuur. Onderhouds- en reparatiewerkzaamheden waarbij de hulp van andere deskundig personeel nodig is moeten worden uitgevoerd onder toezicht van de persoon die bevoegd is voor het gebruik van brandbare koelmiddelen. WAARSCHUWINGLet op: brandgevaar/brandbare materialen02 Lees vóór de installatie deze instructies zorgvuldig door. Houd deze handleiding bij de hand voor toekomstige raadpleging. Onjuiste installatie van apparatuur of accessoires kan leiden tot een elektrische schok, kortsluiting, lekkage, brand of andere schade aan de apparatuur. Zorg ervoor dat u alleen gebruik maakt van accessoires die zijn gemaakt door de leverancier en speciaal zijn ontworpen voor de apparatuur. Laat de installatie te allen tijde over aan een professional.
Alle in deze handleiding beschreven activiteiten moeten worden uitgevoerd door een erkende monteur. Zorg tijdens de installatie en onderhoud van het apparaat ervoor dat u passende persoonlijke beschermingsmiddelen draagt, zoals handschoenen en een veiligheidsbril. Neem contact op met uw dealer voor verdere ondersteuning. INFORMATIEi1 VEILIGHEIDSMAATREGELENDe hier vermelde voorzorgsmaatregelen zijn onderverdeeld in de onderstaande typen. Ze zijn zeer belangrijk, dus zorg ervoor dat u ze nauwgezet volgt. Betekenissen van symbolen voor GEVAAR, WAARSCHUWING, LET OP en OPMERKING. Geeft een levensgevaarlijke situatie aan die, indien deze niet vermeden wordt, kan leiden tot dood of ernstig letsel. GEVAARGeeft een mogelijke gevaarlijke situatie aan die, indien deze niet vermeden wordt, kan leiden tot dood of ernstig letsel.
WAARSCHUWINGLET OPGeeft een mogelijke gevaarlijke situatie aan die, indien deze niet vermeden wordt, kan leiden tot licht of middelzwaar letsel. Het wordt ook gebruikt om te waarschuwen tegen onveilige praktijken. Geeft een situatie aan die kan leiden tot accidentele schade aan apparatuur of eigendommen.
OPMERKINGVerklaring van symbolen op de binnen- of buitenunitWAARSCHUWINGLET OPLET OPLET OPLET OPDit symbool geeft aan dat de handleiding zorgvuldig moet worden gelezen. Dit symbool geeft aan dat dit apparaat gebruik maakt van een brandbaar koelmiddel. Er bestaat brandgevaar als gelekt koelmiddel wordt blootgesteld aan een externe ontstekingsbron. Dit symbool geeft aan dat onderhoudspersoneel moet omgaan met deze apparatuur aan de hand van de installatiehandleiding. Dit symbool geeft aan dat onderhoudspersoneel moet omgaan met deze apparatuur aan de hand van de installatiehandleiding. Dit symbool geeft aan dat informatie beschikbaar is, zoals de gebruikers- of installatiehandleiding.
03 Voordatu elektrische aansluitonderdelen, moet u de stroomschakelaar uitzetten. Wanneer servicepanelen worden verwijderd, kunnen delen onder spanning gemakkelijk per ongeluk worden aangeraakt. Laat het apparaat nooit onbeheerd achter zonder onderhoudspaneel tijdens de installatie of onderhoud. Raak waterleidingen tijdens en onmiddellijk na gebruik niet aan, aangezien de leidingen heet kunnen zijn en u uw handen eraan kunt branden. Om letsel te voorkomen moet u wachten met het aanraken van de leidingen tot ze een normale temperatuur bereiken of u moet veiligheidshandschoenen dragen. Raak geen schakelaars aan met natte vingers. Het aanraken van een schakelaar met natte vingers kan een elektrische schok veroorzaken. Wanneeru elektrische onderdelen moet aanraken, schakelt u alle stroomtoevoer naar het apparaat uit.
GEVAAR Maak plastic verpakkingen kapot en gooi ze weg om te voorkomen dat kinderen met ze spelen. Kinderen die spelen met plastic zakken lopen het risico op dood door verstikking. Gooi verpakkingsmaterialen zoals spijkers en andere houten of metalen dingen op een veilige manier weg om letsel te voorkomen. Verzoek uw dealer of gekwalificeerd personeel om het installatiewerk volgens deze handleiding uit te voeren. Installeer het apparaat niet zelf. Onjuiste installatie kan leiden tot waterlekkage, elektrische schokken of brand Gebruik voor het installatiewerk alleen de voorgeschreven accessoires en onderdelen. Het gebruik van niet voorgeschreven onderdelen kan leiden tot waterlekkage, elektrische schokken, brand of losraken/vallen van het apparaat. Installeer het apparaat op een plaats die zijn gewicht kan dragen.
Zorg ervoor dat alle elektrische werkzaamheden op een apart circuit worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel en volgens de lokale wet- en regelgeving en deze handleiding. Onvoldoende capaciteit van het voedingscircuit of onjuiste elektrische aanleg kunnen leiden tot elektrische schokken of brand. Zorg ervoor dat u een aardlekschakelaar installeert volgens de lokale wet- en regelgeving. Als u geen aardlekschakelaar installeert, kan dit leiden tot elektrische schokken en brand. Zorg ervoor dat alle bedrading veilig is. Gebruik de voorgeschreven draden en controleer of de aansluitklemmen of draden/kabels beschermd zijn tegen water en andere nadelige externe krachten. Onvolledig aansluiten of aanbrengen kan brand veroorzaken. Bekabel de voeding op dusdanig wijze dat het voorpaneel stevig kan worden vastgezet.
Als het voorpaneel niet op zijn plaats zit kunnen de aansluitklemmen oververhit raken of leiden tot elektrische schokken of brand. Zorg na het voltooien van het installatiewerk ervoor dat er geen koelmiddel lekt. Raak koelmiddel nooit rechtstreeks aan om ernstige bevriezing te voorkomen. Raak de koelleidingen tijdens en onmiddellijk na gebruik nooit aan, aangezien de koelleidingen heet of koud kunnen zijn afhankelijk van de toestand van het koelmiddel dat door de koelleidingen, compressor en andere koelonderdelen stroomt. Brandwonden of bevriezing zijn mogelijk als u de koelleidingen aanraakt. Om letsel te voorkomen moet u wachten met het aanraken van de leidingen tot ze een normale temperatuur bereiken of u moet veiligheidshandschoenen dragen. Raak de interne onderdelen (pomp, back-upverwarming enz. ) tijdens en onmiddellijk na gebruik niet aan.
Het aanraken van de interne onderdelen kan brandwonden veroorzaken. Om letsel te voorkomen moet u wachten met het aanraken van de interne onderdelen tot ze een normale temperatuur bereiken of u moet veiligheidshandschoenen dragen. WAARSCHUWING Aard het apparaat.
De aardweerstand moet voldoen aan de lokale wet- en regelgeving. Sluit het aardedraad niet aan op gas- of waterleidingen, bliksemafleiders of telefoonaardedraden. Onvolledige aarding kan elektrische schokken veroorzaken. - Gasleidingen:Brand of een explosie kan optreden bij een gaslek. - Waterleidingen:Harde vinylbuizen zijn geen effectieve aarding. - Bliksemafleiders of aardedraden van de telefoon:De elektrische drempelwaarde kan abnormaal stijgen als deze door een bliksemschicht wordt geraakt. Installeer de voedingskabel op minstens 1 meter (3 ft) afstand van televisies of radio's om interferentie of ruis te voorkomen (afhankelijk van de radiogolven, is een afstand van 1 meter (3 ft) mogelijk niet voldoende om ruis op te heffen). Was het apparaat nooit met water. Dit kan elektrische schokken of brand veroorzaken.
Het apparaat moet worden geïnstalleerd volgens de nationale bedradingsvoorschriften. Indien de voedingskabel beschadigd is, moet deze worden vervangen door de fabrikant, zijn onderhoudsmonteur of gelijkwaardig gekwalificeerd personeel om gevaar te voorkomen. LET OP.
04OPMERKING Over gefluoreerde gassen- Deze airconditioner bevat gefluoreerde gassen. Zie het desbetreffende label op het apparaat voor specifieke informatie over het type gas en de hoeveelheid. Nationale gasvoorschriften moeten worden nageleefd. - Installatie, onderhoud en reparatie van het apparaat moeten worden uitgevoerd door een erkende monteur. - Deïnstallatie en recycling van het product moeten worden uitgevoerd door een erkende monteur. - Als het systeem is voorzien van een lekdetectiesysteem, moet dit minstens elke 12 maanden worden gecontroleerd op lekken. Wanneer het apparaat wordt gecontroleerd op lekken, is het zeer raadzaam om alle controles te registreren. Installeer het apparaat niet op de volgende plaatsen:- Waar een nevel van (minerale) olie of oliedampen aanwezig zijn. Kunststofonderdelen kunnen worden aangetast en hierdoor losraken of gaan lekken.
- Waar corrosieve (bijtende) gassen (zoals zwavelzuurgas) worden geproduceerd. Waar corrosie van koperleidingen of gesoldeerde onderdelen kan leiden tot koelmiddellekkage. - Waar machines zijn die elektromagnetische golven uitzenden. Elektromagnetische golven kunnen het regelsysteem ontregelen en storing van de apparatuur veroorzaken. - Waar brandbare gassen kunnen lekken, waar koolstofvezels of ontbrandbare stof in de lucht rondzweven of waar gewerkt wordt met vluchtige brandbare stoffen zoals thinner of benzine. Deze typen gas kunnen brand veroorzaken. - Waar de lucht een hoog zoutgehalte heeft, zoals in de buurt van de zee. - Waar de spanning regelmatig fluctueert, zoals in fabrieken. - In voer- of vaartuigen. - Waar zuur- of alkalische dampen aanwezig zijn.
Dit apparaat kan alleen worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vermogens of gebrek aan ervaring en kennis als ze geïnstrueerd worden over het veilig gebruik van het apparaat en als ze de mogelijke gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet spelen met het apparaat.
Reinigings- en gebruikersonderhoud mag niet zonder toezicht door kinderen worden uitgevoerd. Kinderen moeten onder toezicht staan om ervan verzekerd te zijn dat ze niet met het apparaat spelen. Als de voedingskabel beschadigd is, moet de kabel worden vervangen door de fabrikant of zijn onderhoudsmonteur of een gelijkwaardig gekwalificeerde persoon. VERWIJDERING: dit product mag niet als ongesorteerd huishoudelijk afval worden weggegooid. Dergelijk afval moet afzonderlijk worden verzameld om speciaal te worden verwerkt. Gooi elektrische apparaten niet weg als ongesorteerd huishoudelijk afval, maar gebruik gescheiden inzamelingsvoorzieningen. Neem contact op met uw lokale overheid voor informatie over de beschikbare inzamelingssystemen.
Als elektrische apparaten op vuilnisbelten of afvalstortplaatsen worden weggegooid, bestaat de kans dat er gevaarlijke stoffen in het grondwater lekken en zo in de voedselketen terechtkomen, wat gevaarlijk is voor uw gezondheid en welzijn. De bedrading moet worden uitgevoerd door professionele monteurs volgens de nationale bedradingsvoorschriften en dit schakelschema. De vaste bedrading moet in overeenstemming met de nationale regelgeving zijn voorzien van een all-polige onderbrekingsinrichting met een scheidingsafstand van minstens 3 mm in alle polen en een aardlekschakelaar (RCD) van minder dan 30 mA. Controleer het installatiegebied (muren, vloeren enz. ) op verborgen gevaren, zoals water, elektriciteit en gas, voordat u begint aan de bekabeling of het aanleggen van leidingen.
Controleer vóór installatie of de voeding van de gebruiker voldoet aan de elektrische installatievereisten van het apparaat (inclusief betrouwbare aarding, lekkage en elektrische belasting met draaddiameter, enz. ). Het product mag pas worden geïnstalleerd als er wordt voldaan aan de voorschriften voor de elektrische installatie van het product.
Bij het installeren van meerdere airconditioners op een gecentraliseerde manier, moet u de load balance van de 3-fasige voeding controleren en voorkomen dat meerdere apparaten op dezelfde fase van de 3-fasige voeding worden samengevoegd. De unit moet stevig worden bevestigd, met zonodig versterkingsmaatregelen.
2 ACCESSOIRES2.1 Accessoires die worden meegeleverd met het apparaatHoeveelheidTechnische gegevenshandleiding111VormNaamInstallatiemateriaalVoorbereidingen voor installatieZorg ervoor dat u de modelnaam en het serienummer van het apparaat bevestigt.Behandeling 3 VOORBEREIDINGEN VOOR INSTALLATIEEnergielabel105Installatie- en gebruikershandleiding buitenunit (deze handleiding)Verbindingsadapter voor de wateruitlaat1. Hanteer het apparaat met de tilband links en het handvat rechts en trek beide zijden van de tilband tegelijkertijd omhoog om te voorkomen dat de tilband loskomt van het apparaat.1111
2. Tijdens het hanteren van het apparaat houd beide zijden van de tilband horizontaal. houd uw rug recht3. Verwijder na het monteren van het apparaat de tilband van het apparaat door aan 1 kant van de tilband te trekken. Raak de luchtinlaat en aluminium vinnen van het apparaat niet aan om letsel te voorkomen. Gebruik om schade te voorkomen niet de grepen in de ventilatorroosters. De unit is topzwaar! Voorkom dat het apparaat valt door verkeerde hellen tijdens de omgang ermee.LET OP4 BELANGRIJKE INFORMATIE OVER HET KOELMIDDELDit product bevat gefluoreerd gas dat niet naar de lucht mag worden afgevoerd.Koelmiddeltype: R32; GWP-hoeveelheid: 675.GWP=AardopwarmingsvermogenHoeveelheid door de fabriek voorgevuld koelmiddel in het apparaatKoelmiddel/kg Ton CO2 equivalent4 kW1,50 1,026 kW1,50 1,028 kW1,65 1,1110 kW1,651,11Model06
Hoeveelheid door de fabriek voorgevuld koelmiddel in het apparaatKoelmiddel/kg Ton CO2 equivalent1-fasig 12kW 1,84 1,241-fasig 14kW1,84 1,241-fasig 16kW 1,84 1,243-fasig 12kW1,841,243-fasig 14kW 1,84 1,243-fasig 16kW1,841,24Model5 INSTALLATIELOCATIE Neem passende maatregelen om te voorkomen dat het apparaat door kleine dieren wordt gebruikt als schuilplaats. Kleine dieren die in contact komen met elektrische onderdelen kunnen storingen, rook of brand veroorzaken. Geef de klant de nodige aanwijzingen om het gebied rondom het apparaat schoon te houden. WAARSCHUWINGFrequentie van controles op lekkage van koelmiddel- Apparatuur die minder dan 3 kg gefluoreerde broeikasgassen of hermetisch afgesloten apparatuur bevat, die dienovereenkomstig is geëtiketteerd en minder dan 6 kg gefluoreerde broeikasgassen bevat, wordt niet aan lekcontroles onderworpen.
- Apparaten die gefluoreerde broeikasgassen van 5 ton CO2 of hoger bevatten, maar minder dan 50 ton CO2-equivalent, moeten minstens elke 12 maanden worden gecontroleerd. Bij gebruik van een lekdetectiesysteem moet dit minstens elke 24 maanden gebeuren. - Alleen gecertificeerd personeel is bevoegd voor de installatie, bediening en onderhoud van dit apparaat. LET OP Kies een installatieplaats die voldoet aan de volgende condities en waarmee uw klant akkoord gaat. - Plaatsen die goed geventileerd zijn. - Plaatsen waar het apparaat buren niet stoort. - Veilige plaatsen die berekend zijn op het gewicht en trilling van het apparaat en waar het apparaat waterpas staat. - Plaatsen waar er geen mogelijkheid is van lekken van brandbaar gas of producten. - De apparatuur is niet bedoeld voor gebruik in een mogelijk explosieve omgevingslucht. - Plaatsen waar genoeg ruimte is voor onderhoud.
- Plaatsen waar de lengten van leidingen en bedrading binnen de toelaatbare bereiken vallen. - Plaatsen waar water dat uit het apparaat lekt geen schade kan veroorzaken aan de locatie (bijvoorbeeld in het geval van een geblokkeerde afvoerleiding).
- Plaatsen waar regen zoveel mogelijk kan worden vermeden. - Installeer het apparaat niet op plaatsen die vaak worden gebruikt als werkruimte. Bij bouwwerkzaamheden (bijvoorbeeld slijpen enz. ) waar veel stof wordt gemaakt, moet het apparaat worden afgedekt. - Plaats geen voorwerpen of apparatuur bovenop het apparaat (bovenplaat). - Klim, zit en sta niet op het apparaat. - Zorg ervoor dat voldoende voorzorgsmaatregelen worden genomen in geval van lekkage van koelmiddel volgens de relevante lokale wet- en regelgeving. - Installeer het apparaat niet in de buurt van de zee of op plaatsen waar corrosiegas aanwezig is. Let bij het installeren op plaatsen die blootgesteld zijn aan sterke wind op het volgende. Sterke wind van 5 m/sec of meer die tegen de luchtuitlaat van het apparaat blaast, kan storing veroorzaken (b. v.
afzuiging van afvoerlucht), en kan de onderstaande gevolgen hebben:- Afname van de operationele capaciteit. - Regelmatige snelle vorstvorming tijden het verwarmen. - Verstoring van de werking door een hogere druk. - Doorbranden van motor. 08- Wanneer een sterke wind voortdurend tegen de voorkant van het apparaat blaast, kan de ventilator zeer snel gaan draaien tot het breekt. 07.
②①>300>300>600(muur of obstakel)Handhaaf afstandLuchtuitlaat LuchtinlaatLuchtinlaat>600 (eenheid: mm)Onder normale omstandigheden, zie de onderstaande afbeeldingen voor de installatie van het apparaat:• Installeer het apparaat met de zuigzijde naar de muur gericht om blootstelling aan wind te voorkomen. • Installeer het apparaat nooit op een plaats waar de zuigzijde rechtstreeks aan wind kan blootstaan. • Installeer een horizontale keerplaat aan de luchtafvoerzijde van het apparaat om blootstelling aan wind te voorkomen. • In gebieden met zware sneeuwval is het erg belangrijk om een installatieplaats te kiezen waar de sneeuw het toestel niet aantast. Als zijwaartse sneeuwval mogelijk is, moet u ervoor zorgen dat de warmtewisselaarspoel niet wordt blootgesteld aan sneeuw (bouw eventueel een zijdelingse overkapping). 5.
1 Locatie in koude klimaten selecterenZie “Behandeling” in sectie “3 Voorbereidingen Voor Installatie”. Als u het apparaat in een koud klimaat gebruikt,volg dan de onderstaande aanwijzingen. OPMERKING08① Bouw een grote luifel. ② Bouw een voetstuk. Installeer het apparaat hoog genoeg van de grond om te voorkomen dat hij wordt ondergesneeuwd. 5. 2 Voorkom direct zonlichtDe buitentemperatuur wordt gemeten met de thermistor van de buitenunit, waardoor het noodzakelijk is om de buitenunit in de schaduw of onder een overkapping te installeren om direct zonlicht te vermijden zodat de thermistor niet beïnvloed wordt door de warmte van zon. Er kan ook worden gekozen voor een andere vorm van bescherming van het apparaat. • Zorg ervoor dat er voldoende ruimte is om de installatie uit te voeren. Plaats de uitlaatzijde in een rechte hoek ten opzichte van de windrichting.
• Leg een waterafvoerkanaal rondom de fundering aan om afvalwater rondom het apparaat af te voeren. • Als het water niet goed uit het apparaat wegloopt, monteert u het apparaat op een fundering van betonblokken, enz.
(De hoogte van de fundering moet ongeveer 100 mm zijn (zie afbeelding: 6-3). • Bij het installeren van het apparaat op een plaats die regelmatig blootgesteld staat aan sneeuw, moet u er specifiek voor zorgen dat de fundering zo hoog mogelijk wordt verheven. • Als u het apparaat installeert op een bouwframe, installeer dan een waterdichte plaat (niet inbegrepen) op ongeveer 100 mm van de onderzijde van het apparaat om druipen van afvoerwater te voorkomen (zie de rechterafbeelding).
Bij onoverdekte omgevingen moet een sneeuwwerende beschutting moet worden geïnstalleerd: (1) om te voorkomen dat regen en sneeuw de warmtewisselaar aantasten, resulterend in slechte verwarmingscapaciteit van het apparaat en na lange accumulatie de warmtewisselaar bevriest; om te voorkomen dat de luchtthermistor van de buitenunit wordt blootgesteld aan direct zonlicht, waardoor opstarten wordt verhinderd; (3) om ijzel te voorkomen. WAARSCHUWINGOPMERKING.
(eenheid: mm)Betonnen kelder Rubberen schokbestendige matVaste grond of dakbedekkingAfb: 6-3Afb: 6-4Model A B C D E F G H I4/6kW8/10/12/14/16kW100811183754564265236636561341911101101701707128651602304/6 kW (eenheid: mm)8/10/12/14/16 kW (eenheid: mm)HBAfb: 6-1Afb: 6-2FGIABCE DCAE DHFGI096.1 Afmetingen6 INSTALLATIEVOORZORGSMAATREGELEN Controleer de sterkte en het niveau van de installatieondergrond zodat het apparaat niet trilt of lawaai maakt tijdens het gebruik. Zet het apparaat goed vast met funderingsbouten volgens de tekening in de onderstaande afbeelding (gebruik vier Schroef de funderingsbouten tot 20 mm van het funderingsoppervlak in.6.2 Installatievoorschriften
A(mm)Eenheid4~16 kWAfb: 6-6Afvoeropening4/6 kW AfvoeropeningDe afvoeropening is afgedicht met een rubberen stop. Als de kleine afvoeropening niet voldoet aan de afvoervereisten, mag de grote afvoeropening tegelijkertijd worden gebruikt.8/10/12/14/16 kW1) Bij het installeren van één apparaat per rij.6.4.2 Bij een installatie van meerdere rijen 106.3 Positie van de afvoeropening6.4 Ruimtevereisten voor onderhoud6.4.1 In geval van een gestapelde installatie Er moet een elektrische verwarmingsband worden geïnstalleerd als het water bij koud weer niet kan worden afgevoerd, zelfs niet als de grote afvoeropening open staat.Het wordt aanbevolen om het apparaat te installeren met de elektrische basisverwarming.LET OP1) Als de toegang tot de luchtuitlaat wordt geblokkeerd.
2) Als de toegang tot de luchtinlaat wordt geblokkeerd.Het is noodzakelijk om de waterafvoeraansluitleiding te installeren als het apparaat gestapeld wordt gemonteerd, waardoor condensaatstroom naar de warmtewisselaar wordt voorkomen.OPMERKINGAfb: 6-5≥500mmA≥200mm≥500mm≥200mm≥300mm
ABControleer punt van buitenunitControleer punt van binnenunitDCAfb. 7-212 Wees voorzichtig met componenten bij aansluiting van verbindingsleidingen. Om te voorkomen dat de koelmiddelleidingen tijdens het lassen oxideren, moet stikstof worden bijgevuld. Anders zal het circulatiesysteem verstopt raken.LET OP7.2 LekdetectieGebruik zeepwater of lekdetector om elke verbinding te controleren op lekkage (zie Afb. 7-2).
A is een afsluiter aan de hogedrukzijdeB is een lagedrukafsluiter aan de zijkantC en D zijn verbindingsleidingen van binnen- en buitenunits7.3 Warmte-isolatieOm te voorkomen dat kou of warmte in de verbindingsleiding naar de externe omgeving wordt afgevoerd tijdens de werking van de apparatuur, moet u zorgen voor effectieve isolatiemaatregelen voor de gas- en vloeistofleiding apart.1) De buis aan de gaszijde moet geschuimd isolatiemateriaal met gesloten cellen gebruiken, dat brandvertragend is van B1-klasse en de hittebestendigheid tot boven 120°C.2) Wanneer de buitendiameter van koperen buis mm is, moet de dikte van de isolerende laag ten minste 15 mm zijn. Wanneer de 3) Gebruik bijgevoegde warmte-isolerende materialen, en breng deze aan zonder opening voor de verbindingsdelen van de binnenunitleidingen.
15m 15m4/6 kW 0 g (L-15)×20 g8/10/12/14/16 kW 0 g (L-15)×38 gTotale hoeveelheid extra koelmiddelKoelmiddel toevoegenModelTotale lengte van vloeistofleiding L(m)147.5 Verwijder vuil of water in de leidingen1) Verwijder vuil of water voordat u de leidingen aansluit op de buiten- en binnenunits. 2) Was de leidingen met stikstof onder hoge druk; gebruik nooit koelmiddel van de buitenunit. 7.6 Luchtdicht testenLaad stikstof onder druk na het aansluiten van de leidingen van de binnen- en buitenunit om luchtdicht te testen. LET OP7.7 Lucht verwijderen met vacuümpomp1) Gebruik vacuümpomp om een vacuüm te trekken, gebruik nooit koelmiddel om te ontluchten. 2) Vacuüm trekken moet gebeuren vanaf de vloeistofzijde.
7.8 Toe te voegen hoeveelheid koelmiddelOnder druk staande stikstof [4,3MPa (44 kg / cm2) voor R32] moet worden gebruikt bij de luchtdichte testen.Draai de kleppen voor hoge/lage druk vast voordat ustikstof onder druk laadt.Laad de drukstikstof via de connector op de drukventielen.Luchtdichte testen mogen nooit zuurstof, ontvlambaar gas of giftig gas gebruiken.Bereken het toegevoegde koelmiddel op basis van de diameter en de lengte van de vloeistofpijpleiding van de aansluiting van de buitenunit/binnenunit.Als de lengte van de buis aan de vloeistofzijde minder dan 15 meter is, is het niet nodig om meer koelmiddel toe te voegen, dus moet de lengte van de buis aan de vloeistofzijde bij het berekenen van het toegevoegde koelmiddel 15 worden ingekort.
15De vast bedrading moet worden voorzien van een hoofdschakelaar of andere vorm van onderbreking, met een contactscheiding in alle polen, volgens de relevante lokale wet- en regelgeving. Schakel de voeding uit voordat u aansluitingen maakt. Gebruik alleen koperdraden. Knijp nooit gebundelde kabels en zorg ervoor dat ze niet in contact komen met de leidingen en scherpe randen. Zorg ervoor dat er geen externe druk wordt uitgeoefend op de aansluitklemconnectors. Alle veldbedrading en componenten moeten worden geïnstalleerd door een erkende elektricien en voldoen aan de relevante lokale wet- en regelgeving.De veldbedrading moeten worden uitgevoerd volgens het met het apparaat meegeleverde aansluitschema en de onderstaande instructies.Zorg ervoor dat u een aparte voeding gebruikt. Gebruik nooit een voeding die gedeeld wordt met een ander apparaat.Zorg voor aarding.
Aard het apparaat niet aan een gas- of waterpijp, overspanningsafleider of telefoonaardedraad. Onvolledige aarding kan elektrische schokken veroorzaken.Zorg ervoor dat u een aardlekschakelaar (30 mA) installeert. Als dit wordt nagelaten is er kans op een elektrische schok.Zorg ervoor dat u de benodigde zekeringen of stroomonderbrekers installeert.WAARSCHUWINGDe aardlekschakelaar moet een hoge snelheid type stroomonderbreker van 30 mA (
In het geval dat de MCA hoger is dan 63A, moeten de draaddiameters worden geselecteerd volgens de nationale bedradingsregelgeving. 2. Selecteer een stroomonderbreker met een contactscheiding in alle polen van minimaal 3 mm voor volledige scheiding, waarbij MFA wordt gebruikt om de stroomonderbrekers en aardlekschakelaars te selecteren: 8. 3 Vereiste veiligheidsinrichtingNominale stroom van apparaat: (A) Nominaal dwarsdoorsnedeoppervlak (mm2) Flexibele snoerenKabel voor vaste bedradingTabel 8-1 3 0,5 en 0,75 1 en 2,5>3 en 6 0,75 en 1 1 en 2,5>6 en 10 1 en 1,5 1 en 2,5>10 en 16 1,5 en 2,5 1,5 en 4>16 en 25 2,5 en 4 2,5 en 6>25 en 32 4 en 6 4 en 10>32 en 50 6 en 10 6 en 16>50 en 63 10 en 16 10 en 25OPMERKINGMCA : Min. Circuit Amp. (A) TOCA : Totaal Overstroom Amp. (A)MFA : Max. Zekering Amp. (A)MSC : Max. Zekering Amp.
De ruimte is gevuld met lekkend koelmiddel(Alle koelmiddel is weggelekt.)4/6 kW Afb. 11-1BuitenunitBinnenunit2510 TESTUITVOERINGWerk volgens de "belangrijkste punten voor uitvoeren van test" op de kap van de elektrische schakelkast. 11 VOORZORGSMAATREGELEN BIJ LEKKEN VAN KOELMIDDEL LET OPInstalleer een mechanische ventilator om de koelmiddeldikte te verminderen, onder een kritisch niveau. (regelmatig ventileren).Installeer een lekalarmvoorziening voor de mechanische ventilator als u niet regelmatig kunt ventileren.
De maximale vulhoeveelheid koelmiddel in een afgesloten ruimte.De maximale hoeveelheid koelmiddel in het apparaat moet in overeenstemming zijn met het volgende: mmax = 2,5 x (LFL) x 1,8 x (A)of het vereiste minimale vloeroppervlak Amin om een apparaat met koudemiddelvulling te installeren mc moet in overeenstemming zijn met het volgende: Amin=(mc / (2,5 x (LFL) x 1,8))waarmmax is de toegestane maximale lading in een ruimte, in kgB ij ruimte, in m2Amin is het vereiste minimale omgevingsruimte, in m2mc is de hoeveelheid koelmiddel in het apparaat, in kgLFL is de laagste ontvlambare limiet in kg/m3, de waarde is 0,306 voor R32-koelmiddel5/4 1/25/4 2Wanneer de hoeveelheid koelmiddel in het apparaat meer dan 1,842 kg is, moet aan de volgende vereisten worden voldaan. Het proefdraaien kan pas beginnen als de buitenunit minimaal 12 uur op de stroom is aangesloten.
Het proefdraaien kan niet beginnen voordat alle kleppen zijn aangebracht. Forceer het apparaat niet, anders kan het apparaat de beveiligingsstatus bereiken of zelfs gevaar veroorzaken.
Max. differance in heightdownsideDe ruimte is gevuld met lekkend koelmiddel.(Alle koelmiddel is weggelekt.)8/10/12/14/16 kWAfb. 11-2BinnenunitBuitenunit26B. Lekalarm met betrekking tot mechanische ventilatorA. Ventilator(Lekalarm moet worden geïnstalleerd op plaatsen die koelmiddel kunnen bevatten) BinnenunitAfb. 11-312 OVERDRAGEN AAN KLANTDe gebruikershandleiding van de binnenunit en de gebruikershandleiding van de buitenunit moeten aan de klant worden gegeven. Leg de inhoud van de gebruikershandleiding gedetailleerd uit aan de klanten.
Vervang nooit een zekering door een andere zekeringmet de verkeerde nominale stroom of andere dradenwanneer een zekering doorslaat. Gebruik van draad of koperdraad kan ertoe leiden dat hetapparaat defect raakt of brand veroorzaakt. Langdurig blootstelling aan de luchtstroom kanschadelijk zijn voor uw gezondheid. Steek geen vingers, stangen of andere voorwerpen inde luchtinlaat of -uitlaat. Dit kan letsel veroorzaken als de ventilator met hogesnelheid draait. Gebruik nooit ontvlambare spray zoals haarlak in deomgeving van het apparaat. Dit kan brand veroorzaken. Steek nooit voorwerpen in de luchtinlaat of -uitlaat. Voorwerpen die de ventilator met hoge snelheid raken,kunnen gevaar opleveren. Gooi dit product niet weg als ongesorteerdgemeentelijk afval. Dergelijk afval moet apartworden ingezameld voor specialebehandeling.
Neem contact op met uw dealer om lekkage vankoelmiddel te voorkomen. Wanneer het systeem wordt geïnstalleerd en in een kleineruimte wordt gebruikt, moet de concentratie van hetkoelmiddel onder gespecificeerde limieten worden houden. Anders kan de zuurstofgebrek in de ruimte ontstaan, wat tot gevaarlijke situaties kan leiden. Het koelmiddel in de warmtepomp is veilig en lektnormaal niet. Als het koelmiddel in de ruimte lekt, kan contact met openvuur, verwarming of een fornuis schadelijk gasveroorzaken. Schakel alle verwarmingsapparaten uit, ventileer deruimte en neem contact op met de dealer waar u hetapparaat hebt gekocht. Gebruik de warmtepomp niet totdat een onderhoudsmonteurbevestigt dat het gedeelte waar het koelmiddel lekt, isgerepareerd. Gebruik de warmtepomp niet voor andere doeleinden.
Gebruik de apparaat niet voor het koelen vanprecisie-instrumenten, voedsel, planten, vlees ofkunstwerken om schade of aantasting te voorkomen. Het apparaat uitzetten, de stroomonderbrekeruitschakelen of het netsnoer loskoppelen voordat u hetapparaat schoonmaakt. Dit om mogelijke elektrische schokken en letsel tevoorkomen. Zorg ervoor dat een aardlekdetector is geïnstalleerd omelektrische schokken of brand te voorkomen. Zorgervoor dat de warmtepomp geaard is. Zorg ervoor dat het apparaat is geaard en dat de aardedraadniet is aangesloten op een gas- of waterleiding,bliksemafleider of telefoonaardedraad om elektrischeschokken te voorkomen. Verwijder de ventilatorbescherming van de buitenunitniet om letsel te voorkomen. Hanteer de warmtepomp niet met natte handen. Dit kan een elektrische schok veroorzaken. Raak de vinnen van de warmtewisselaar niet aan.
Controleer na langdurig gebruik de standaard en defitting op beschadigingen. Als het apparaat beschadigd is, kan het omvallen en letselveroorzaken. Om zuurstofgebrek te voorkomen, moet de ruimtevoldoende worden geventileerd als andereverwarmingsapparatuur samen met de warmtepompwordt gebruikt. Installeer een afvoerslang om goede afvoer teverzekeren. Vocht door slechte afwatering kan de omgeving, meubels,etc. aantasten. Raak nooit de interne delen van de controller aan. Verwijder het voorpaneel niet. Sommige interne onderdelenzijn gevaarlijk en aanraking kan storingen veroorzaken. Voer het onderhoud nooit zelf uit. Neem contact op met uw dealer voor onderhoud.
OPMERKINGOPMERKING2813 GEBRUIK EN FUNCTIES13. 1 BeschermingsmiddelenKoeling Verwarming Wanneer de beveiligingsapparatuur start, sluit u de handmatige aan/uit-schakelaar en herstart nadat het probleem is opgelost. 13. 2 Over stroomuitvalAls de stroom wordt onderbroken, moet u alle werkzaamheden onmiddellijk stoppen13. 3 VerwarmingscapaciteitEen beveiligingsfunctie voorkomt dat de warmtepomp geactiveerd voor enkele minuten als het opnieuw opstart onmiddellijk na gebruik. De binnenunit in hetzelfde systeem kan niet tegelijkertijd koelen en verwarmen. 13. 6 Kenmerken van verwarmingsfunctie13. 7 Ontdooien tijdens verwarmenTijdens het ontdooien stoppen de ventilatormotoren van de buitenunit. 13. 4 Compressorbeveiliging13. 5 Koelen en verwarmen Stel kleine kinderen, planten of dieren nooit rechtstreeks bloot aan de luchtstroom. Dit kan een negatieve invloed hebben op kinderen, dieren en planten.
Laat een kind niet op de buitenunit klimmen en plaats er geen voorwerpen op. Vallen of tuimelen kan letsel veroorzaken. Gebruik de warmtepomp niet wanneer u een insecticide of ontsmettingsmiddel in de ruimte gebruikt. Dit om te voorkomen dat chemicaliën in het apparaat worden afgezet, wat de gezondheid van mensen die overgevoelig zijn voor chemicaliën in gevaar kan brengen. Plaats geen apparaten die open vuur produceren op plaatsen die worden blootgesteld aan de luchtstroom van het apparaat of onder de binnenunit. Hitte kan onvolledige verbranding of vervorming van het apparaat veroorzaken. Installeer de warmtepomp niet op plaatsen waar ontvlambaar gas kan ontsnappen. Als het gas lekt en rond de warmtepomp blijft hangen, kan er brand uitbreken. Het apparaat is niet bedoeld voor gebruik door jonge kinderen of mensen met verminderde vermogens.
Jonge kinderen moeten in het oog gehouden worden onder om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen De zonwering van de buitenunit moet periodiek worden gereinigd en gecontroleerd.
Deze raamvorm is een warmteafvoer van componenten die, als ze vast komen te zitten, de levensduur van de onderdelen kunnen aantasten als gevolg van langdurige oververhitting. De temperatuur van het koelcircuit kan hoog zijn. Houd de verbindingskabel uit de buurt van de koperen leiding. Met deze beveiligingsapparatuur wordt de warmtepomp uitgeschakeld als een herstart wordt geforceerd. De beschermingsvoorzieningen kunnen worden geactiveerd in diverse omstandigheden:geblokkeerd. buitenunit. Als storingen optreden door bliksem of mobiele telefoons, schakelt u de handmatige aan/uit-schakelaar uit en dan weer aan. Druk vervolgens op de ON/OFF-knop. De stroomtoevoer wordt weer ingeschakeld. Als de automatische herstartfunctie is geactiveerd, wordt het apparaat automatisch opnieuw opgestart.
Het verwarmen gebeurt met een warmtepompproces waarbij warmte wordt geabsorbeerd uit de buitenlucht en wordt afgegeven aan het water binnenshuis. In de verwarmingsmodus absorbeert de airconditioner warmte van buitenaf en geeft deze binnen warmte af. Zodra de buitentemperatuur is verlaagd, neemt de verwarmingscapaciteit af. Het wordt geadviseerd het apparaat samen met verwarmingsapparatuur te gebruiken wanneer de buitentemperatuur erg laag is. In extreme koude hoger gelegen gebieden zullen binnenunits uitgerust met elektrische verwarming om betere prestaties leveren (raadpleeg de gebruikershandleiding van de binnenunit voor details)1. De motor in de buitenunit blijft 60 seconden actief om restwarmte af te voeren wanneer de buitenunit tijdens het verwarmen het commando UIT ontvangt. 2.
Als een storing in de warmtepomp optreedt, sluit u de warmtepomp opnieuw aan op de voeding en schakelt u deze vervolgens opnieuw in. Als de warmtepompbeheerder de bedrijfsmodus heeft ingesteld, kan de warmtepomp niet op andere modi dan de vooraf ingestelde modus werken. Stand-by of Geen prioriteit wordt weergegeven in het bedieningspaneel.
Aan het begin van het verwarmen wordt het water niet onmiddellijk heet. Na 3-5 minuten (afhankelijk van de temperatuur binnen of buiten de kamer) nadat de binnenwarmtewisselaar is verwarmd, wordt het water heet. Tijdens gebruik kan de ventilatormotor in de buitenunit onder hoge temperatuur stoppen met draaien. Tijdens het verwarmen zal de buitenunit soms bevriezen. Om de efficiëntie te verhogen, begint het apparaat automatisch met ontdooien (ongeveer 2 ~ 10 minuten) en vervolgens wordt water uit de buitenunit afgevoerd.
De Th-sensorconnector is nat of er zit water in. Droog deconnector. Voeg watervaste lijm toe3. Th-sensorstoring; vervang de sensor. Storing van aanzuigtemperatuursensor (Th)1. Geen draadverbinding tussen hoofdbesturingskaart PCB Ben hoofdbesturingskaart van hydraulische module. Sluit dedraad aan. 2. Controleer op een sterk magnetische veld of sterkestroomstoringsbronnen zoals liften, stroomtransformatorenenz. Scherm het apparaat af of verplaats het apparaat naareen andere plek. Communicatiestoring tussen de binnen- en buitenunit1. De Tp-sensorconnector zit los. Sluit hem opnieuw aan. 2. De Tp-sensorconnector is nat of er zit water in. Droog deconnector. Voeg watervaste lijm toe3. Tp-sensorstoring; vervang de sensor. Storing van afvoertemperatuursensor (Tp)1. Controleer of de PCB- en driverbord voorzien zijn vanstroom. Controleer of het PCB-indicatielampje brandt of niet.
Sluit de voedingskabel opnieuw aan als het lampje niet brandt. 2. Als het lampje wel brandt, controleer dan dedraadverbinding tussen de hoofd-PCB en driver-PCB.
Sluit dedraad opnieuw aan of vervang hem als deze loszit of kapot is. 3. Vervang respectievelijk de hoofd-PCB- en driverbord. Communicatiestoring tussen omvormermodule PCB A en hoofdbesturingskaart PCB B3x L0/L1 -bescherming29Wanneer een veiligheidsvoorziening wordt geactiveerd, wordt er een storingscode in het bedieningspaneel weergegeven. Zie de onderstaande tabel voor een lijst van alle storingen en corrigerende maatregelen. Reset de veiligheidsvoorziening door het apparaat UIT en IN te schakelen. Neem contact op met uw lokale dealer als het resetten van deze veiligheidsvoorziening mislukt. 13. 8 Storingscodes.
301. Een sterke wind of orkaan heeft ervoor gezorgd dat deventilator in de tegenovergestelde richting heeft gedraaid.Verander de richting van het apparaat of maak een beschuttingom de ventilator te beschermen tegen (zeer) harde wind.2. De ventilatormotor is kapot en moet worden vervangen.Storing van DC-ventilator1. Controleer of de voedingsingang in het beschikbare bereik is.2. Schakel het apparaat diverse keren snel uit en in. Laat hetapparaat langer dan 3 minuten uitgeschakeld dan ingeschakeld.3. Het circuitdefectgedeelte van de hoofdbesturingskaart isdefect. Vervang de hoofd-PCB.Spanningsstoring van het hoofdcircuit1. De druksensorconnector zit los. Sluit hem opnieuw aan.2. Druksensorstoring; vervang de sensor.Druksensorstoring Zie P0Lagedrukbescherming(Pe
311. Dezelfde reden als P1. 2. Voedingsspanning van het apparaat is laag; verhoog despanning naar het benodigde bereik. Overbelastingsbeveiliging van de compressor. Warmtemodus, DHW-modus:1. De waterloop is laag; watertemperatuur is hoog, of er luchtzit in het watersysteem. Ontlucht. 2. De waterdruk is lager dan 0,1 Mpa; vul het water bij vooreen waterdruk van 0,15~0,2 Mpa. 3. Teveel koelmiddel gebruikt. Vul opnieuw met de juistehoeveelheid koelmiddel. 4. De elektrische expansieklep is vergrendeld of dewikkelconnector zit los. Tik-tik de klepbehuizing en sluit de connector aan en koppel hem los. Herhaal dit proces meerdere keren om ervoor te zorgen dat de klep goed werkt. Installeer de wikkeling op de juiste SWW-modus: Watertankwarmtewisselaar is kleiner. Koelmodus:1. De deksel van de warmtewisselaar is niet verwijderd. Verwijder deze. 2.
De warmtewisselaar is vuil of het oppervlak wordtgeblokkeerd. Maak de warmtewisselaar schoon of verwijder deobstructie. Hogedrukbescherming1. Dezelfde reden als P1. 2. TW_out temperatuursensor zit los. Sluit hem opnieuw aan. 3. T1 temp. sensor zit los. Sluit hem opnieuw aan. 4. T5 temp. sensor zit los. Sluit hem opnieuw aan. Hoge afvoertemperatuur bescherming. 1. Voedingsspanning van het apparaat is laag; verhoog despanning naar het benodigde bereik. 2. De ruimte tussen de apparaten is te nauw voorwarmtewisseling. Vergroot de ruimte tussen de apparaten. 3. De warmtewisselaar is vuil of het oppervlak wordtgeblokkeerd. Maak de warmtewisselaar schoon of verwijder deobstructie. 4. De ventilator werkt niet. De ventilatormotor of ventilator iskapot en moet worden vervangen. 5. Teveel koelmiddel gebruikt. Vul opnieuw met de juistehoeveelheid koelmiddel. 6.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Olimpia Splendid Sherpa S3 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Warmtepomp Olimpia Splendid
Handleiding Warmtepomp
Nieuwste handleidingen voor Warmtepomp