Nibe F2050 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Nibe F2050 (56 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 160 mensen. Heb je een vraag over Nibe F2050 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/56
Handleiding voor installateur
Lucht/water-warmtepomp
NIBE F2050
IHB NL 2220-1
631420

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Nibe
Categorie: Warmtepomp
Model: F2050

Foutcodes Nibe F2050

Foutcodes uit de officiële handleiding, met betekenis en oplossing.

Code Betekenis Oplossing
12 Sensorfout BT12 - Sensor uitgaand water in F2050 1. Controleer of de sensoringang BT12 een open circuit of kortsluiting heeft. 2. Controleer of de sensor correct werkt (zie hoofdstuk 'Storingen in comfort'). 3. Als het probleem aanhoudt, controleer de defecte besturingskaart AA23 in de F2050.
15 Sensorfout BT15 - Sensor vloeistofleiding in F2050 1. Controleer of de sensoringang BT15 een open circuit of kortsluiting heeft. 2. Controleer of de sensor correct werkt (zie hoofdstuk 'Storingen in comfort'). 3. Als het probleem aanhoudt, controleer de defecte besturingskaart AA23 in de F2050.
162 Condensor uit hoog - Te hoge temperatuur van uitde condensor (zelf-resetterend) 1. Controleer op laag debiet tijdens verwarming. 2. Controleer of temperaturen niet te hoog zijn ingesteld. 3. Wacht totdat het systeem zichzelf reset.
163 Condensor in hoog - Te hoge temperatuur bij ingang van de condensor (zelf-resetterend) 1. Controleer of temperatuur gegenereerd wordt door een andere warmtebron. 2. Wacht totdat het systeem zichzelf reset.
183 Bezig met ontdooien - geen alarm, maar een bedrijfsstatus Dit is geen fout, maar een normale bedrijfsstatus die verschijnt wanneer de warmtepomp de ontdooiingsprocedure uitvoert. Geen actie vereist.
220 Hoge druk alarm - De hogedrukschakelaar (63H1) is 5 keer geactiveerd binnen 60 minuten of continu gedurende 60 minuten 1. Controleer op onvoldoende luchtcirculatie of geblokkeerde warmtewisselaar en maak schoon. 2. Controleer op open circuit of kortsluiting op ingang voor hogedrukschakelaar (63H1). 3. Controleer of hogedrukschakelaar defect is. 4. Controleer of expansieklepje correct is aangesloten. 5. Controleer of serviceklep gesloten is. 6. Controleer besturingskaart in de F2050. 7. Controleer op laag of geen debiet tijdens verwarming. 8. Controleer of circulatiepomp defect is. 9. Controleer zekering F (4A).
221 Lage druk alarm - Te lage waarde op de lagedruksensor, 3 keer binnen 60 minuten 1. Controleer op open circuit of kortsluiting op ingang voor lagedruksensor. 2. Controleer of lagedruksensor defect is. 3. Controleer besturingskaart in de F2050. 4. Controleer op open circuit of kortsluiting op ingang voor zuiggassensor (Tho-S). 5. Controleer of zuiggassensor (Tho-S) defect is.
223 BECom fout - Communicatie tussen de besturingskaart en communicatiekaart is onderbroken 1. Controleer of er 22 volt gelijkstroom (DC) op schakelaar CNW2 van de besturingskaart (PWB1) staat. 2. Controleer of willekeurige werkschakelaars voor F2050 uit staan. 3. Controleer of kabeltraçé correct is.
224 Ventilator alarm - Afwijkingen in de ventilatorsnelheid in de F2050 1. Controleer of de ventilator vrij kan ronddraaien. 2. Controleer besturingskaart in de F2050 op defecten. 3. Controleer of ventilatormotor defect is. 4. Controleer of besturingskaart in de F2050 vuil is en maak schoon. 5. Controleer zekering (F2).
230 Continu hoog heetgas - Temperatuurafwijking heetgassensor (Tho-D), twee keer in 60 minuten of continu gedurende 60 minuten 1. Controleer of de sensor werkt (zie hoofdstuk 'Omgevingstemperatuursensor'). 2. Controleer op onvoldoende luchtcirculatie of geblokkeerde warmtewisselaar. 3. Als de fout tijdens koeling blijft bestaan, controleer of er mogelijk te weinig koudemiddel is. 4. Controleer besturingskaart in de F2050.
254 Communicatie fout - Communicatiefout met accessoirekaart 1. Controleer of F2050 spanning heeft. 2. Controleer op fouten in de communicatiekabel.
261 Hoge temperatuur in warmtewisselaar - Temperatuurafwijking sensor warmtewisselaar (Tho-R1/R2), vijf keer in 60 minuten of continu gedurende 60 minuten 1. Controleer of de sensor werkt (zie hoofdstuk 'Storingen in comfort'). 2. Controleer op onvoldoende luchtcirculatie of geblokkeerde warmtewisselaar. 3. Controleer besturingskaart in de F2050. 4. Controleer of er te veel koudemiddel is.
262 Vermogenstransistor te heet - IPM (intelligente vermogensmodule) geeft vijf keer FO-signaal (uitvoerfout) weer in 60 minuten 1. Dit kan zich voordoen wanneer de 15V voeding naar de inverter-PCB instabiel is. 2. Controleer en stabiliseer de voeding.
263 Inverter fout - Spanning van de inverter vier keer binnen 30 minuten buiten de parameters 1. Controleer op storing in aandevoeding. 2. Controleer of serviceklep gesloten is. 3. Controleer op onvoldoende koudemiddel. 4. Controleer op compressorfout. 5. Controleer defecte printplaat voor inverter in de F2050.
264 Inverter fout - Communicatie tussen printplaat voor inverter en regelplaat is uitgevallen 1. Controleer op open circuit in aansluiting tussen printplaten. 2. Controleer defecte printplaat voor inverter in de F2050. 3. Controleer defecte besturingskaart in de F2050.
265 Inverter fout - Doorlopende afwijking op vermogenstransistor gedurende 15 minuten 1. Controleer of ventilatormotor defect is. 2. Controleer defecte printplaat voor inverter in de F2050.
266 Onvoldoende koudemiddel - Onvoldoende koudemiddel gedetecteerd tijdens opstarten in de koelmodus 1. Controleer of serviceklep gesloten is. 2. Controleer op losse verbinding sensor (BT15, BT3). 3. Controleer op defecte sensor (BT15, BT3). 4. Controleer of er te weinig koudemiddel is.
267 Inverter fout - Startvoorcompressor mislukt 1. Controleer defecte printplaat voor inverter in de F2050. 2. Controleer defecte besturingskaart in de F2050. 3. Controleer op compressorfout.
268 Inverter fout - Overstroom, Inverter A/F-module 1. Controleer op plotselinge stroomonderbreking.
271 Koude buitenlucht - Temperatuur van BT28 onder de waarde waarbij bedrijf is toegestaan 1. Controleer weersomstandigheden (koudeweersomstandigheden). 2. Controleer op sensorfout.
272 Warme buitenlucht - Temperatuur van BT28 boven de waarde waarbij bedrijf is toegestaan 1. Controleer weersomstandigheden (warmeweersomstandigheden). 2. Controleer op sensorfout.
277 Sensorfout Tho-R - Sensorfout warmtewisselaar in de F2050 1. Controleer op open circuit of kortsluiting sensoringang. 2. Controleer of sensor werkt (zie hoofdstuk 'Storingen in comfort'). 3. Controleer defecte besturingskaart in de F2050.
278 Sensorfout Tho-A - Sensorfout buitentemperatuursensor in de F2050 1. Controleer op open circuit of kortsluiting sensoringang. 2. Controleer of sensor werkt (zie hoofdstuk 'Storingen in comfort'). 3. Controleer defecte besturingskaart in de F2050.
279 Sensorfout Tho-D - Sensorfout heetgas in de F2050 1. Controleer op open circuit of kortsluiting sensoringang. 2. Controleer of sensor werkt (zie hoofdstuk 'Storingen in comfort'). 3. Controleer defecte besturingskaart in de F2050.
280 Sensorfout Tho-S - Sensorfout zuiggas in de F2050 1. Controleer op open circuit of kortsluiting sensoringang. 2. Controleer of sensor werkt (zie hoofdstuk 'Storingen in comfort'). 3. Controleer defecte besturingskaart in de F2050.
281 Sensorfout LPT - Sensorfout lagedrukzender in de F2050 1. Controleer op open circuit of kortsluiting sensoringang. 2. Controleer of sensor werkt (zie hoofdstuk 'Storingen in comfort'). 3. Controleer defecte besturingskaart in de F2050. 4. Controleer op fouten in het koudemiddelcircuit.
294 Niet-compatibele lucht/water-warmtepomp - Warmtepompen binnenmodule werken niet goed samen vanwege technische parameters 1. Controleer of buiten- en binnenmodule compatibel zijn. 2. Als niet compatibel, vervang één van de modules met een compatibele versie.
3 Sensorfout BT3 - Sensoringang aandwater in F2050 1. Controleer of de sensoringang BT3 een open circuit of kortsluiting heeft. 2. Controleer of de sensor correct werkt (zie hoofdstuk 'Storingen in comfort'). 3. Als het probleem aanhoudt, controleer de defecte besturingskaart AA23 in de F2050.
404 Sensorfout BP4 - Sensor hogedruk-verwarming/lagedruk-koeling in F2050 1. Controleer op open circuit of kortsluiting sensoringang. 2. Controleer of sensor werkt (zie hoofdstuk 'Storingen in comfort'). 3. Controleer defecte besturingskaart AA23 in de F2050.

Handleiding Nibe F2050 – volledige tekst

VeiligheidsinformatieIn deze handleiding worden de installatie- en onderhouds-procedures voor uitvoering door specialisten beschreven.De handleiding moet bij de klant worden achtergelaten.SymbolenUitleg van symbolen die in deze handleiding gebruikt kunnenworden.Voorzichtig!Dit symbool duidt aan dat een persoon of de ma-chine gevaar loopt.LET OP!Dit symbool duidt belangrijke informatie aan overzaken waar u rekening mee moet houden tijdensinstalleren of onderhouden van de installatie.TIPDit symbool duidt tips aan om het gebruik van hetproduct te vergemakkelijken.KeurmerkUitleg van symbolen die op label(s) van het product kunnenstaan.Brandgevaar!Lees de gebruikershandleiding.Lees de gebruikershandleiding.Lees de installateurshandleiding.SerienummerHet serienummer voor de F2050 is te vinden op de zijkantvan de voet.DATALET OP!Voor onderhoud en ondersteuning hebt u het se-rienummer van het product (14 cijfers) nodig.NIBE F2050Hoofdstuk 1 | Belangrijke informatie4Belangrijke informatie

Inspectie van de installatieVolgens de geldende voorschriften moet de verwarmingsinstallatie aan een inspectie worden onderworpen voordat dezein gebruik wordt genomen. De inspectie moet door een daartoe bevoegd persoon worden uitgevoerd.

TransportDe F2050 moet verticaal worden getransporteerd en opge-slagen. Voorzichtig. Zorg ervoor dat de warmtepomp niet kan kantelentijdens transport. Controleer of F2050 tijdens transport niet is beschadigd. VAN DE STRAAT HEFFEN OM OP DE LOCATIEOP TE STELLEN. Als het oppervlak dit toestaat, is het het eenvoudigste omeen palletwagen te gebruiken om de warmtepomp naar deopstelruimte te verplaatsen. Als de warmtepomp over een zachte ondergrond moetworden vervoerd, zoals een gazon, raden wij aan om eenkraanwagen te gebruiken die het product direct tot op dedenitieve locatie kan tillen. Als de warmtepomp met eenkraan geheven wordt, moet de verpakking goed intact zijn. Als er geen kraanwagen kan worden gebruikt, kan dewarmtepomp worden verplaatst met een lange steekwagen. De warmtepomp moet worden vastgepakt vanaf de zwaarstekant en er zijn twee mensen voor nodig om hem op te tillen.

TIL HET PRODUCT VAN DE PALLET OP NAARDE DEFINITIEVE POSITIEVerwijder de verpakking en de bevestigingsband naar depallet voor het tillen. Plaats hijsbanden rond alle poten. Geadviseerd wordt omhet tillen van de pallet naar de basis met twee mensen tedoen. AFDANKENHaal bij het afdanken de warmtepomp in de omgekeerdevolgorde uit elkaar. Til in dat geval niet op bij de pallet, maarbij de bodemplaat. Montage•Plaats de warmtepomp op een geschikte plek buitenshuisom absoluut te voorkomen dat het koudemiddel bij lekkagenaar binnen kan lopen via ventilatieopeningen, deuren ofandere openingen. Ook moet er geen gevaar bestaan voorletsel of schade op andere manieren.

•Als de warmtepomp wordt geplaatst op een locatie waarweglekkend koudemiddel zich zou kunnen ophopen, bij-voorbeeld onder het grondniveau (in een verlaging of uit-sparing), moet de installatie voldoen aan dezelfde eisenals voor gasdetectie en de ventilatie van machinekamers. Waar van toepassing moeten de eisen met betrekking totontstekingsbronnen worden aangehouden.

•Plaats de F2050 buiten op een stevige, vlakke ondergronddie bestand is tegen het gewicht, bij voorkeur een beton-nen ondergrond. Als er betonnen platen worden gebruikt,moeten deze gelegd zijn op asfalt of grind. •De onderste rand van de verdamper mag niet lager liggendan de gemiddelde sneeuwdiepte ter plekke of minimaal300 mm boven de grond. De basis moet minimaal 70 mmgroot zijn. •De F2050 mag niet worden geplaatst in de buurt van ge-luidsgevoelige muren, bijv. naast een slaapkamer. •Zorg er ook voor dat de plaatsing geen overlast oplevertvoor de buren. •De F2050 mag niet zo worden geplaatst dat recirculatievan de buitenlucht mogelijk is. Recirculatie zorgt voorminder vermogen en een verslechterde eciëntie. •De verdamper moet worden afgeschermd tegen recht-streekse wind / , aangezien dit een negatieve invloed opdeontdooifunctie heeft.

Plaatsde F2050tegende verdam-per op een plaats die is afgeschermd tegen de wind /. •Door ontdooiing kunnen grote hoeveelheden condens ensmeltwater worden geproduceerd. Condens moet via eenafvoer of iets vergelijkbaars worden weggevoerd (ziehoofdstuk “Condenswater”). •Wees bij de installatie voorzichtig, zodat u geen krassenveroorzaakt op de warmtepomp. Plaats de F2050 niet direct op het gazon of een andere niet-stevige ondergrond. 7Hoofdstuk 2 | Bezorging en verwerkingNIBE F2050Bezorging en verwerking.

INSTALLATIEGEBIEDDe afstand tussen de F2050 en de muur van het huis moet minimaal 150 mm bedragen. De vrije ruimte boven de F2050moet ten minste 1 000 mm bedragen. De vrije ruimte aan de voorkant moet ten minste 1 000 mm bedragen met het oogop toekomstig onderhoud.CondensatieDe lekbak voor condenswater verzamelt het condenswateren voert dit af.Voorzichtig!Voor het functioneren van de warmtepomp is hetbelangrijk dat condenswater wordt afgevoerd endat de condenswaterafvoer niet dusdanig wordtgeplaatst dat dit tot schade aan de woning kanleiden.De condensafvoermoetregelmatig wordengecon-troleerd, vooral in het najaar.

Maak deze indiennodig schoon.•Het condenswater (tot 50 liter / 24 uur) dat in de opvang-bak wordt verzameld, moet via een leiding naar een ge-schikte afvoer worden geleid, waarbij de kortst mogelijkeroute buitenshuis wordt aanbevolen.•De leidingsectie die kan bevriezen moet worden verwarmdvia de verwarmingskabel om bevriezing te voorkomen.TIPDe leidingmet verwarmingskabelvoor het aftap-pen van de opvangbak van condenswater wordtniet meegeleverd.•Leg de leiding vanaf de warmtepomp schuin naar benedenaan.•De uitlaat van de leiding voor condenswater moet zich opeen vorstvrije diepte bevinden.•Gebruik een waterzak voor installaties waarbij luchtcircu-latie kan optreden in de leiding voor condenswater.•De isolatie moet afdichten langs de onderkant van de op-vangbak voor condenswater.LEKBAKVERWARMING, BEDIENINGDe lekbakverwarming wordt voorzien van voeding wanneerer aan een van de volgende voorwaarden wordt voldaan:1.

De compressor is al minstens 30 minuten na de laatstestart in bedrijf.2. De omgevingstemperatuur is lager dan 1 °C.AFTAPPEN VAN CONDENSCaisson van steenAls de woning over een kelder beschikt, moet de caissonvan steen zo worden geplaatst dat het condenswater geennadelige eecten heeft op de woning. Eventueel kan decaisson van steen direct onder de warmtepomp wordengeplaatst.9Hoofdstuk 2 | Bezorging en verwerkingNIBE F2050

Doorspoelen afvoerkanaalLeg de leiding vanaf de warmtepomp schuin naar benedenaan. De condenswaterleiding moet zijn uitgerust met eenwaterslot om luchtcirculatie in de leiding te voorkomen.LET OP!Als geen van deze aanbevelingen wordt gebruikt,moet er worden gezorgd voor een goede afvoervan condenswater.Geleverde componenten1 x communicatiekabel1 x lterbal (G1") (QZ2)2 x exibele leidingen (DN25,G1") met 4 x pakkingenNIBE F2050Hoofdstuk 2 | Bezorging en verwerking10

AlgemeenLeidingen moeten volgens de geldende normen en richtlijnenworden aangesloten. De afmeting van de leiding mag niet kleiner zijn dan deaanbevolen leidingdiameter volgens de tabel. Maar elk sys-teem moet afzonderlijk zijn berekend op het beheren vande aanbevolen systeemdebieten. MINIMALE SYSTEEMDEBIETENDe installatie moet ten minste zijn berekend op het minimaleontdooidebiet bij een pompwerking van 100%, zie de tabel. Minimaal aan-bevolen lei-dingafmetin-gen (mm)Minimaal aan-bevolen lei-dingafmetin-gen (DN)Minimale de-biet tijdensontdooien(100% pomp-snelheid (l/s)Lucht/water-warmtepomp22200,19F2050-6F2050-10Voorzichtig. Een te klein systeem kan tot schade aan het pro-duct en storingen leiden. De F2050 kan alleen functioneren tot een retourtemperatuurvan ongeveer 55 °C en een uitgaande temperatuur van on-geveer 58 °C vanuit de warmtepomp.

Hoewel de F2050 niet is voorzien van afsluiters op de zijdevan het verwarmingssysteem, zouden deze moeten wordengeïnstalleerd voor toekomstige servicedoeleinden. De retour-temperatuur wordt beperkt door de retourleidingsensor. WATERVOLUMEBij koppeling met F2050 wordt vrije doorstroming in het kli-maatsysteem aanbevolen voor de juiste warmteoverdracht. Dit kan worden gerealiseerd met een omloopklep. Als vrijedoorstroming niet mogelijk is, adviseren wij om een buffervat(NIBE UKV) te plaatsen. De volgende watervolumes wordenaanbevolen-10-6F205050 l20 lMinimaal volume,klimaatsysteemtijdens verwar-ming/koeling80 l50 lMinimaal volume, klimaatsysteem tijdens vloer-koelingVoorzichtig. Voordat de warmtepomp wordt aangesloten, moetde leidinginstallatie worden doorgespoeld om tevoorkomen dat componenten beschadigd of ver-stopt raken door verontreinigingen.

SYSTEEMSCHEMASysteemschema met warmtapwater en een verwarmings-systeem. Het verwarmingssysteem en het warmtapwatersysteemmoeten conform de geldende regels van de benodigde vei-ligheidsuitrusting worden voorzien.

SymboolverklaringBetekenisSymboolAfsluiterAftapkraanTerugslagklepCirculatiepompExpansievatFilterbalDrukmeterPOverstortventielWisselklep/shuntLucht/water-warmtepompRadiatorsysteemRegelmoduleHuishoud-warmtapwaterBoilerLeidingkoppelingverwarmingssysteemcircuitEen lijst met compatibele producten vindt u in het hoofdstuk“Compatibele binnenmodules (VVM)enregelmodules (SMO)".LET OP!Het aansluiten op een regelmodule is anders danhet aansluiten op een binnenmodule.Zie de installatiehandleiding van de binnenmodu-le/regelmodule.Ontlucht de warmtepomp met de aansluiting “aanvoer afgif-tesysteem” (XL1) met behulp van de ontluchtingsnippel opde meegeleverde exibele slang.Als volgt installeren:•expansievat•drukmeter•veiligheidskleppen•aftapklepVoor het aftappen van de warmtepomp tijdens langdurigestroomuitvallen.•terugslagklepInstallaties met slechts één warmtepomp: een terugslag-klep is alleen nodig in gevallen waarbij de plaatsing vande producten ten opzichte van elkaar kan zorgen voor re-circulatie.Cascade-installaties: iedere warmtepomp moet wordenvoorzien van een terugslagklep.•laadpomp•afsluiterOm toekomstig onderhoud te vergemakkelijken.•meegeleverde lterbal (QZ2)Geïnstalleerd vóór aansluiting “retour afgiftesysteem”(XL2) (de onderste aansluiting) op de vacuümpomp.•wisselklep.Bij het aansluiten op de regelmodule en als het systeemmoet kunnen werken met zowel het klimaatsysteem alsde warmwaterboiler.Op de afbeelding ziet u aansluiting op de regelmodule.NIBE F2050Hoofdstuk 4 | Aansluiting van de leidingen22

LAADPOMPDe laadpomp (niet inbegrepen bij het product) wordt inge-schakeld en bediend vanaf de binnenmodule/de regelmodu-le. Hij heeft een ingebouwde vorstbeschermingsfunctie enmag daarom niet worden uitgeschakeld bij vorstgevaar.Bij temperaturen onder +2 °C loopt de laadpomp periodiekom te voorkomen dat het water gaat bevriezen in het laad-circuit. De functie biedt ook bescherming tegen overtempe-ratuur in het laadcircuit.DRUKVAL, ZIJDE VAN HETVERWARMINGSSYSTEEMFLEXIBELE SLANG LEIDINGAANSLUITINGENAlle buitenleidingen moeten geïsoleerd zijn met leidingisola-tie met een dikte van ten minste 19 mm.De meegeleverde flexibele slangen fungeren als trillingsdem-pers. De exibele leidingen zijn zo gemonteerd dat er eenelleboog ontstaat waardoor ze als trillingsdempers fungeren.Alternatieve installatieF2050 kan worden geïnstalleerd met binnenmodule (VVM)of regelmodule (SMO).

De vereiste veiligheidsuitrusting moetworden geïnstalleerd conform de geldende voorschriftenvoor alle koppelingsopties.De vereiste veiligheidsuitrusting moet worden geïnstalleerdconform de geldende voorschriften voor alle installatie-op-ties.Zie voor meer installatie-opties.nibenl.nlACCESSOIRES AANSLUITENInstructies voor het aansluiten van accessoires zijn te vindenin de bijgeleverde installatie-instructies voor elk accessoire.Zie hoofdstuk Accessoires voor een lijst met accessoires diekunnen worden gebruikt met de F2050.23Hoofdstuk 4 | Aansluiting van de leidingenNIBE F2050

Algemeen•De elektrische installatie en de bedrading moeten wordenuitgevoerd conform de nationale bepalingen. •Ontkoppel de F2050 voordat u een isolatietest van de be-drading in het pand uitvoert. •Als van een automatischezekeringgebruik wordt gemaakt,moet deze minimaal trigger-type "C" hebben. Zie hoofd-stuk "Technische specicaties" voor de zekeringwaarde. •Als het gebouw is uitgerust met een ALS moet de F2050worden voorzien van een afzonderlijke ALS. •F2050 moetworden geïnstalleerd via een werkschakelaar. Dekabeldikte moet berekend zijn opde gebruikte zekering-capaciteit. •De ALS moet een nominale uitschakelstroom hebben vanmaximaal 30 mA. De ingaande voeding moet 230V~ 50Hzzijn en verlopen via eenelektrische verdeelkast met zeke-ringen.

•Het leiden van de kabels voor sterkstroom en signalenmoet gebeuren aan de hand van kabeldoorvoeren aan derechterkant van de warmtepomp, gezien vanaf de voor-kant. •De communicatiekabel moet een afgeschermde kabel zijnmet drie geleiders. •Sluit de laadpomp aan opde regelmodule. Kijk in de instal-latiehandleiding van uw regelmodule waar de laadpompmoet worden aangesloten. Voorzichtig. De elektrischeinstallatie en het onderhoud moetenworden uitgevoerd ondertoezicht van een erkendelektrotechnisch installateur. Schakel, voordat umet het onderhoud aanvangt, de stroom met ge-bruikmaking van de werkschakelaar uit. Voorzichtig. Controleer voordat het product wordt gestart deaansluitingen, de netspanning en de fasespanningom schadeaan de elektronica van de warmtepompte voorkomen. Voorzichtig. Tijdens het aansluiten moet rekening worden ge-houden met de externe regeling. Voorzichtig.

Als de voedingskabel beschadigd is, mag dezeuitsluitend worden vervangen door NIBE, zijn ser-vicevertegenwoordiger ofeen soortgelijke erkendepersoon om gevaar en schade te voorkomen. Voorzichtig. Start het systeem niet voordat u het gevuld hebtmet water. Componenten in het systeem kunnenanders beschadigd raken. Voorzichtig.

AansluitingenSPANNINGAANSLUITINGDe ingaande voedingskabel (W1) is bijgevoegd en is in defabriek aangesloten op de klemmenstrook X1. Buiten dewarmtepomp is er ca. 1,8 m of kabel beschikbaar.Aansluiting 2 x 230 VL1 L2 L3PENX1Aansluiting 1 x 230 VL1 L2 L3PENX1Lijst met onderdelenKabeldoorvoer, cascadeschakelingUB1Kabeldoorvoer, communicatieUB2Kabeldoorvoer, verwarmingskabel (EB14)UB3Kabel, ingaande voedingW1Aansluiting afgiftesysteem, aanvoerXL1Aansluiting afgiftesysteem, retour (naar F2050)XL2Communicatiekabel (geleverd door installateur) moet doorkabeldoorvoer, communicatie (UB2) worden geleid, wordenaangesloten op klemmenstrook AA23-X4 en worden vastge-zet met twee kabelbinders.Voor het aansluiten van accessoire KVR 10, wordt de verwar-mingskabel (EB14) aangesloten via kabeldoorvoer UB3, zieExterne verwarmingskabel KVR 10 (Accessoire) op pagina27.25Hoofdstuk |NIBE F2050

De aansluitingis gezekerd met 250 mA (F3 op decommunicatiekaartAA23).Als er een andere kabel gebruikt moet worden, moet de ze-kering worden vervangen door een geschikte zekering (zietabel).Voorzichtig!Sluitgeen zelfregulerende verwarmingskabels aan.Onderdeelnr.Zekering (F3)Ptot (W)Lengte,verwar-mingskabel(m)718 085T100mA/250V151518 900*T250mA/250V453718 086T500mA/250V906*Af fabriek gemonteerd.De externe verwarmingskabel (EB14) wordt aangesloten opklemmenstrook X1:4–6 zoals hieronder afgebeeld:Voorzichtig!De leiding moet bestand zijn tegen de warmte vande verwarmingskabel.Om de werking te garanderen, moet accessoireKVR 10 worden gebruikt.Het leiden van de kabelsDe volgende afbeeldingen tonen de aanbevolen kabeltracésvan de elektrische aansluiting naar de condenswaterleiding.Leg de verwarmingskabel (EB14) door de doorvoer aan deonderzijde en zet deze met twee kabelbinders vast bij deelektrische aansluiting.

CascadeschakelingSMO S40F2050 (een of meer) kan communiceren met regelmodule(SMO S40) door de klemmenstrook voor communicatie(AA23-X4:1, 2, 3) in F2050 aan te sluiten op de klemmen-strook voor communicatie in SMO S40, AA100:X9-4(A), -5(B), -6(GND).SMO 40F2050 (een of meer) kan communiceren met regelmodule(SMO 40) door de klemmenstrook voor communicatie (AA23-X4:1, 2, 3) in F2050 aan te sluiten op klemmenstrook voorcommunicatie in SMO 40, AA5:X4-1(A), -2(B), -3(GND).Gestripte lengte van kabel is 6 mm.Adressering via cascadeschakelingOp de communicatieprintplaat (AA23-S3) wordt het commu-nicatieadres geselecteerd voor F2050 naar de regelmodule.Het standaardadres voor F2050 is . Bij een cascadeschake-1ling moet elke F2050 een uniek adres hebben.

Voorbereidingen•Controleer vóór inbedrijfstelling of het laadcircuit en hetklimaatsysteem gevuld en goed ontlucht zijn.•Controleer het leidingsysteem op lekkage.Vullen en ontluchtenVullen en ontluchten van het verwarmingssysteem.1. Het verwarmingssysteem is tot op de vereiste druk ge-vuld met water.2. Ontlucht het systeem met de ontluchtingsnippel (QM20)op de meegeleverde flexibele slang en mogelijk ook decirculatiepomp.CompressorverwarmingF2050 (geldt niet voor F2050-6) is uitgerust met een com-pressorverwarming die de compressor voor het opstartenopwarmt als de compressor koud is.Voorzichtig!De compressorverwarming moet gedurende 6 – 8uur vóór de eerste start worden aangesloten, ziehet hoofdstuk "Opstarten en inspectie" in de instal-lateurshandleiding voor het binnendeelNIBE F2050Hoofdstuk 6 | Inbedrijfstelling en afstelling30Inbedrijfstelling en afstelling

Inbedrijfstelling en inspectie1. De compressorverwarming (CH) moet ten minste 6 - 8uur in bedrijf zijn, voordat de compressorstart kan wor-den geactiveerd. Dit gebeurt door de regelspanning inte schakelen en de communicatiekabel af te sluiten. 2. F2050 moet een adres toegewezen krijgen als dit eenander adres moet zijn dan 1. Zie hoofdstuk "Adresseringvia cascadeschakeling". 3. De communicatiekabel op de klemmenstrook AA23-X4mag niet zijn aangesloten. 4. Schakel de isolatorschakelaar in. 5. Zorg ervoor dat de F2050 op de stroombron is aangeslo-ten. 6. Sluit na 6 – 8 uur de communicatiekabel (W2) aan op deklemmenstrook AA23-X4. 7. Start de binnenmodule weer op. Volg de instructies voor"Opstarten en inspectie" in de installatiehandleiding voorde binnenmodule. De warmtepomp start 30 minuten nadat de buiteneenheidis ingeschakeld en de communicatiekabel (W2) is aangeslo-ten (indien nodig).

Als ingeplande nodig is, moet dit worden inge-stille werkingsteld in het binnenste deel of de regeleenheid. Voorzichtig. Begin pas met elektrische werkzaamheden wan-neer de stroom er al minimaal twee minuten af isgeweest. LET OP. De stille stand moet alleen periodiek worden inge-pland, omdat het maximale vermogen is beperkttot ongeveer de nominale waarden. F2050-6 , -10Ontluchten, zijde van hetverwarmingssysteemDe eerste tijd komt er lucht vrij uit het warme water en hetkan nodig zijn om het systeem te ontluchten. Als er borrelen-de geluiden bij de warmtepomp worden waargenomen, kanhet nodig zijn om de circulatiepomp en radiatoren van hethele systeem nogmaals te ontluchten. Als het systeem sta-biel is (juiste druk en volledig ontlucht) kan het automatischeregelsysteem voor de verwarming naar behoefte wordeningesteld.

Afstelling, debietInstructies voor het bijstellen van de warmtapwaterproductievindt u in de installateurshandleiding voor de betreffendebinnenunit. Zie hoofdstuk Accessoires voor een lijst metbinnenunits en accessoires die kunnen worden gebruikt metde F2050.

stroomInstelbereik F2050 1 x 230 V: 6 – 32 AStoptemperatuur compressorInstelbereik -20 – -2 °CblockFreq 1Instelbereik: aan/uitVan frequentieInstelbereik: 25 – 117 HzTot frequentieInstelbereik: 28 – 120 HzblockFreq 2Instelbereik: aan/uitVan frequentieInstelbereik: 25 – 117 HzTot frequentieInstelbereik: 28 – 120 HzKoelen toegestaan: Hier kunt u instellen of de koelfunctiewordt geactiveerd voor de warmtepomp. Stille stand toegestaan: Hier stelt u in of de stille standvoor de warmtepomp wordt geactiveerd. Let op: u kunt nuprogrammeren wanneer de stille stand actief zal zijn. De functie mag alleen voor beperkte periodes worden ge-bruikt, omdat de F2050 mogelijk niet het berekende vermo-gen kan halen. Compressorfase detecteren: Toont in welke fase dewarmtepomp heeft gedetecteerd dat u F2050 230V~50Hzhebt.

Fasedetectie vindt normaal gesproken automatischplaats bij het opstarten van de binnenmodule/regelmodule. Deze instelling kan handmatig worden gewijzigd. Stroombegrenzing: Hier stelt u in of de stroombegrenzings-functie wordt geactiveerd voor de warmtepomp als u F2050230V~50Hz hebt. Als de functie actief is, kunt u de waardevan de maximale stroom begrenzen. BlockFreq 1: Hier kunt u een frequentiebereik selecterenwaarbinnen de warmtepomp niet mag werken. Deze functiekan worden gebruikt als bepaalde compressorsnelhedenstorende geluiden veroorzaken in het huis.

F-serie – VVM / SMODeze instellingen worden verricht op het display van hetbinnendeel/de regelmodule.MENU 5.11.1.1 - WARMTEPOMPHier voert u instellingen in die specifiek zijn voor de geïnstal-leerde warmtepomp.Koelen toegestaanInstelbereik: uit / aanStille stand toegestaanInstelbereik: ja / neeCompressorfase detecterenInstelbereik F2050 1 x 230 V: uit/aanHuidige grensInstelbereik: 6 – 32 AFabrieksinstelling: 32 AblockFreq 1Instelbereik: ja / neeblockFreq 2Instelbereik: ja / neeKoelen toegestaan: Hier kunt u instellen of de koelfunctiewordt geactiveerd voor de warmtepomp.Stille stand toegestaan: Hier stelt u in of de stille standvoor de warmtepomp wordt geactiveerd.

Let op: u kunt nuprogrammeren wanneer de stille stand actief zal zijn.De functie mag alleen voor beperkte periodes worden ge-bruikt, omdat de F2050 mogelijk niet het berekende vermo-gen kan halen.Compressorfase detecteren: Toont in welke fase dewarmtepomp heeft gedetecteerd dat u F2050 230V~50Hzhebt. Fasedetectie vindt normaal gesproken automatischplaats bij het opstarten van de binnenmodule/regelmodule.Deze instelling kan handmatig worden gewijzigd.Stroombegrenzing: Hier stelt u in of de stroombegrenzings-functie wordt geactiveerd voor de warmtepomp als u F2050230V~50Hz hebt. Als de functie actief is, kunt u de waardevan de maximale stroom begrenzen.BlockFreq 1: Hier kunt u een frequentiebereik selecterenwaarbinnen de warmtepomp niet mag werken.

Deze functiekan worden gebruikt als bepaalde compressorsnelhedenstorende geluiden veroorzaken in het huis.BlockFreq 2: Hier kunt u een frequentiebereik selecterenwaarbinnen de warmtepomp niet mag werken.33Hoofdstuk 7 | Regeling – Warmtepomp EB101NIBE F2050

In de meeste gevallen merkt de binnenmodule/regelmoduleeen storing op (een storing kan tot een verstoring in hetcomfort leiden) en wordt deze met alarmmeldingen en in-structies aangegeven op het display. Problemen oplossenVoorzichtig. In het geval dat het herstel van de defecten ge-paard gaat met werkzaamheden binnen de vastge-schroefde luiken, moet de inkomende elektriciteitdoor of onder supervisie van een erkend elektro-technisch installateur worden afgesloten via deveiligheidsschakelaar. LET OP. Alarmmeldingen worden bevestigd op de binnen-module / regelmodule (VVM / SMO). Indien de bedrijfsstoring niet wordt weergegeven op hetdisplay, kunt u de volgende adviezen opvolgen:BASISHANDELINGENControleer eerst het volgende:•Alle toevoerkabels voor de warmtepomp zijn aangesloten. •Groeps- en hoofdzekeringen van de woning. •De aardlekschakelaar van de woning.

•De zekering / automatische beveiliging van de warmte-pomp. (FC1 / FB1, FB1 alleen als KVR is geïnstalleerd. )•De zekeringen van de binnenmodule/regelmodule. •De temperatuurbegrenzers van de binnenmodule/regel-module. •Dat de luchtstroom naar de F2050 niet wordt geblokkeerddoor vreemde voorwerpen. •Dat de F2050 geen uitwendige schade heeft. F2050 START NIET•Er is geen vraag. –De binnenmodule/regelmodule vraagt niet om verwar-ming, koeling of warmtapwater. •Compressor geblokkeerd vanwege de temperatuuromstan-digheden. –Wacht tot de temperatuur binnen het werkbereik vanhet product ligt. •Minimale tijd tussen compressorstarten is nog niet bereikt. –Wacht ten minste 30 minuten en controleer dan of decompressor is gestart. •Alarm geactiveerd. –Volg de instructies op het display. F2050 COMMUNICEERT NIET•Controleer of de adressering van de F2050 correct is.

•Controleer of de communicatiekabel goed is aangeslotenen of deze werkt. LAGE WARMTAPWATERTEMPERATUUR OFGEBREK AAN WARMTAPWATERLET OP. Het warmtapwater wordt altijd ingesteld op debinnenmodule (VVM) of de regelmodule (SMO).

Dit gedeelte van het hoofdstuk over het oplossen van pro-blemen geldt alleen als de warmtepomp is aangesloten opde boiler. •Groot warmtapwaterverbruik. –Wacht totdat het warme water is verwarmd. •Onjuiste warmwaterinstellingen in binnenmodule of regel-module. –Zie de installatiehandleiding van de binnenmodule/re-gelmodule. •Verstopte filterbal. –Schakel het systeem uit. Controleer de filterbal en maakdie schoon. LAGE KAMERTEMPERATUUR•Gesloten thermostaten in meerdere kamers. –Zet de thermostaten in zoveel mogelijk kamers op max. •Onjuiste instellingen in binnendeel of regelmodule. –Zie de installatiehandleiding van de binnenmodule/re-gelmodule. •Met lucht gevulde radiatoren/vloerverwarmingslussen. –Ontlucht het systeem. 35Hoofdstuk 9 | Storingen in comfortNIBE F2050Storingen in comfort.

AlarmlijstKan de volgende oorzaken hebben:BeschrijvingAlarmtekst op de displaylarm•Open circuit of kortsluiting sensoringang•Sensor werkt niet (zie hoofdstuk "Storingenin comfort")•Defecte besturingskaart AA23 in de F2050Sensorfout, Sensor ingaand water in F2050(BT3). Sensorfout BT33•Open circuit of kortsluiting sensoringang•Sensor werkt niet (zie hoofdstuk "Storingenin comfort")•Defecte besturingskaart AA23 in de F2050Sensorfout, Sensor uitgaand water in F2050(BT12). Sensorfout BT1212•Open circuit of kortsluiting sensoringang•Sensor werkt niet (zie hoofdstuk "Storingenin comfort")•Defecte besturingskaart AA23 in de F2050Sensorfout, Sensor vloeistofleiding in F2050(BT15). Sensorfout BT1515•Laag debiet tijdens verwarming•Te hoog ingestelde temperaturenTe hoge temperatuur vanuit de condensor. Zelf-resettend.

Condensor uit hoog162•Temperatuur gegenereerd door een anderewarmtebronTe hoge temperatuur bij ingaan van de conden-sor. Zelf-resettend. Condensor in hoog163•Verschijnt als dewarmtepompde ontdooiings-procedure uitvoertgeen alarm, maar een bedrijfsstatus. Bezig met ontdooien183•Onvoldoende luchtcirculatie of geblokkeerdewarmtewisselaar•Open circuit of kortsluiting op ingang voorhogedrukschakelaar (63H1)•Defecte hogedrukschakelaar•Expansieklep niet correct aangesloten•Serviceklep gesloten•Defecte besturingskaart in de F2050•Laag of geen debiet tijdens verwarming•Defecte circulatiepomp•Defecte zekering, F(4A)De hogedrukschakelaar (63H1) is 5 keer geacti-veerd binnen 60 minuten of continu gedurende60 minuten.

Lagedrukalarm221•Willekeurige werkschakelaars voor F2050 uit•Kabeltracé onjuistCommunicatie tussen de besturingskaart en decommunicatiekaart is onderbroken. Er moet 22volt gelijkstroom (DC) op schakelaar CNW2 vande besturingskaart (PWB1) staan. BE Com. fout223•De ventilator kan niet vrij ronddraaien•Defecte besturingskaart in de F2050•Defecte ventilatormotor•Besturingskaart in de F2050 vuil•Zekering (F2) doorgeslagenAfwijkingen in de ventilatorsnelheid in deF2050. Ventilatoralarm224•Sensor werkt niet (ziehoofdstuk "Omgevings-temperatuursensor")•Onvoldoende luchtcirculatieof warmtewisse-laar•Geblokkeerd•Als de fout tijdens koeling blijft bestaan, is ermogelijk te weinig koudemiddel. •Defecte besturingskaart in de F2050Temperatuurafwijking heetgassensor (Tho-D),twee keer in 60 minuten of continu gedurende60 minuten.

Sensorfout Tho-S280•Open circuit of kortsluiting sensoringang•Sensor werkt niet (zie hoofdstuk "Storingenin comfort")•Defecte besturingskaart in de F2050•Fout in het koudemiddelcircuitSensorfout, lagedrukzender in de F2050. Sensorfout LPT281•Buiten- en binnenmodule zijn niet compatibel. Warmtepomp en binnenmodule werken nietgoed samen vanwege technische parameters. Niet-compatibele lucht/wa-ter-warmtepomp294Open circuit of kortsluiting sensoringangSensorfout, Sensor hogedruk-verwarming/lage-druk-koeling in F2050 (BP4). Sensorfout BP4404Sensor werkt niet (zie hoofdstuk "Storingen incomfort")Defecte besturingskaart AA23 in de F2050NIBE F2050Hoofdstuk 9 | Storingen in comfort38.

Als aan het systeem een externe extra boiler ofzonneverwarming is toegevoegd, moet de totale eciëntie van het systeem opnieuw worden berekend. 3Schaal voor de eciëntieklasse van de ruimteverwarming van het product A++ tot G. Model regelmodule SMO S4Schaal voor de eciëntieklasse van de ruimteverwarming van het systeem A+++ tot G. Model regelmodule SMO SNIBE F2050Hoofdstuk 11 | Technische gegevens44.

Als er een externe aanvullende ketel of zonnewarmte aan het systeem wordttoegevoegd, moet de totale eciëntie van het systeem opnieuw worden berekend.45Hoofdstuk 11 | Technische gegevensNIBE F2050

8, Yuliusa Fuchika str.603024 Nizhny NovgorodTel: +7 831 288 85 [email protected] Sp. z o.o.Al. Jana Pawla II 57, 15-703 BialystokTel: +48 (0)85 66 28 490biawar.com.plSWITZERLANDNIBE Wärmetechnik c/o ait Schweiz AGIndustriepark, CH-6246 AltishofenTel. +41 (0)58 252 21 [email protected] landen die niet in deze lijst staan, kunt u contact opnemen met NIBE Sweden of kunt u kijken op voor meernibe.euinformatie.

NIBE Energy SystemsHannabadsvägen 5Box 14SE-285 21 [email protected] NL 2220-1 631420Dit is een publicatie van NIBE Energy Systems. Alle productillustraties, feiten en specicatieszijn gebaseerd op informatie beschikbaar op het moment van goedkeuring van de publicatie.NIBE Energy Systems behoudt zich het recht voor op feitelijke of zetfouten in deze publicatie.©2022 NIBE ENERGY SYSTEMS 631420WS name: -GemensamtWS version: a969WS release date: 2022-04-12 07:36Publish date: 2022-06-10 11:10

Goedendag hoewel de temperatuur goed is ingesteld op 20 graden wordt het toch 24+ graden in de kamer. wat kan hiervan het probleem zijn en kunnen wij dit zelf oplossen? nu hebben we de ketel uitgezet, maar nu geen warm water. alvast dank voor uw antwoord.

  I de Vries - 12 April 2025

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Nibe F2050 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden