Nefit EnviLine A-W Split Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Nefit EnviLine A-W Split (16 pagina’s), behorend tot de categorie Warmtepomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 59 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Nefit EnviLine A-W Split of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | Nefit |
| Categorie: | Warmtepomp |
| Model: | EnviLine A-W Split |
Handleiding Nefit EnviLine A-W Split – volledige tekst
▶ Houd de veiligheids- en waarschuwingsinstructies aan. Bedoeld gebruikDe warmtepomp mag alleen in gesloten cv-installaties voor privégebruik worden toegepast. Ieder ander gebruik komt niet overeen met de voorschriften. Daaruit re-sulterende schade valt niet onder de fabrieksgarantie. Veiligheid van huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellenTer voorkoming van gevaar door elektrische apparatuur gelden conform EN 60335-1 de volgende instructies:“Dit toestel kan door kinderen van 8 jaar en ouder en door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale capaciteiten of gebrek aan ervaring en kennis worden gebruikt, wanneer deze onder toezicht staan of, voor wat betreft het veilig gebruik van het toestel, zijn geïnstrueerd en de daaruit resulterende gevaren begrijpen. Kinderen mogen niet met het toestel spelen.
De reiniging en het gebruikersonderhoud mogen niet door kinderen zonder toezicht worden uitgevoerd. ”“Wanneer de netaansluitkabel wordt beschadigd, moet deze door de fa-brikant of haar servicedienst of een gekwalificeerde persoon worden vervangen, om gevaar te vermijden.
”Inspectie en onderhoudOntbrekend of gebrekkig onderhoud, inspectie of onderhoud kan mate-riële schade en/of lichamelijk letsel tot zelfs levensgevaar veroorzaken. ▶ Laat de werkzaamheden alleen uitvoeren door een erkend installa-teur. ▶ Gebreken direct laten oplossen. ▶ Laat de cv-installatie eenmaal per jaar door een installateur inspecte-ren en indien nodig de noodzakelijke onderhouds- en reinigingswerk-zaamheden laten uitvoeren. ▶ Buitenunit minimaal elke twee jaar laten reinigen. ▶ We raden aan om een contract af te sluiten voor een jaarlijkse inspec-tie en een behoefteafhankelijk onderhoud met een erkend installa-teur. Ombouw en reparatiesVerkeerde veranderingen aan de warmtepomp of andere delen van de cv-installatie kunnen persoonlijk letsel en/of materiële schade tot gevolg hebben. ▶ Laat de werkzaamheden alleen uitvoeren door een erkend installa-teur.
▶ Verwijder nooit de mantel van de warmtepomp. ▶ Voer geen veranderingen uit aan de warmtepomp of andere delen van de cv-installatie. KamerluchtDe lucht in de opstellingsruimte moet vrij zijn van ontbrandbare of che-misch agressieve stoffen. ▶ Gebruik of bewaar geen licht ontvlambare of explosieve materialen in de nabijheid van het toestel (papier, benzine, verdunningen, verf, en-zovoort). ▶ Gebruik of bewaar geen corrosieve stoffen in de nabijheid van het toestel (oplosmiddelen, lijm, chloorhoudende reinigingsmiddelen, enzovoort). Veiligheidsinstructies in de tekst worden aangegeven met een gevarendriehoek. Het signaalwoord voor de waarschuwing geeft het soort en de ernst van de gevolgen aan indien de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet worden nageleefd. Belangrijke informatie zonder gevaar voor mens of mate-rialen wordt met het nevenstaande symbool gemar-keerd.
4EnviLine A/W Split • 6 720 816 441 (2015/06)Algemeen22 AlgemeenDe warmtepomp EnviLine A/W Split behoort tot een serie warmtepom-pen, die energie uit de buitenlucht wint voor verwarmen en voor de warmwatervoorziening. Door het omkeren van dit proces en het onttrekken van warmte uit het cv-water en het afgeven daarvan aan de buitenlucht kan de warmtepomp indien gewenst ook voor koelen worden gebruikt. Hiervoor geldt wel de voorwaarde, dat de cv-installatie ook voor het koelbedrijf is bedoeld. Om een complete cv-installatie te realiseren, wordt de buiten opgestel-de buitenunit op een binnenunit in het gebouw en op een eventueel aan-wezige externe bijverwarmer aangesloten, bijvoorbeeld een cv-toestel.
De binnenunit met geïntegreerde elektrische bijverwarming of de exter-ne bijverwarming zijn bedoeld als aanvullende verwarming bij een bij-zonder hoge warmtevraag, bijvoorbeeld wanneer de buitentemperatuur voor een effectief warmtepompbedrijf te laag is. De cv-installatie wordt door de bedieningseenheid HMC300 aange-stuurd, die zich in de binnenunit bevindt. De bedieningseenheid HMC300 regelt en stuurt de installatie via verschillende instellingen voor verwarming, koeling, warm water en overig bedrijf. De bewakingsfunctie schakelt bijvoorbeeld bij eventuele bedrijfsstoringen de warmtepomp uit, zodat geen schade aan wezenlijke componenten kan ontstaan. 2. 1 RegelingDe bedieningseenheid HMC300 in de binnenunit stuurt de warmtepro-ductie aan de hand van de buitentemperatuur, eventueel in combinatie met de kamerthermostaat ModuLine 1000 H (accessoire).
De tempera-tuur in het gebouw wordt afhankelijk van de buitentemperatuur automa-tisch aangepast. De gebruiker bepaalt de temperatuur van de cv-installatie, door de ge-wenste kamertemperatuur op de bedieningseenheid HMC300 of de ka-merthermostaat in te stellen. Op de binnenunit kunnen verschillende accessoires (bijvoorbeeld zwembad-, zonne- en kamerthermostaat) via de EMS plus bus worden aangesloten.
Daardoor ontstaan extra functies en instelmogelijkheden, die ook via de bedieningseenheid HMC300 worden gestuurd. Meer in-formatie over de accessoires vindt u in de bijbehorende instructies. 2. 2 Specificaties betreffende de warmtepompNa de installatie en de inbedrijfstelling van de warmtepomp zijn met re-gelmatige tussenpozen bepaalde werkzaamheden nodig. Daarbij horen de controle, of alarmen werden gegeven en eenvoudige onderhouds-werkzaamheden. Deze maatregelen kan de gebruiker in de regel zelf uit-voeren. Wanneer problemen echter blijven bestaan, moet contact met de installateur van de installatie worden opgenomen. 3 Overzicht installatieDe cv-installatie bestaat uit twee delen: de buitenunit in buitenopstelling en de binnenunit. 3. 1 Beschrijving van de functiesWanneer in de installatie tapwater is aangesloten, wordt onderscheid gemaakt tussen cv-water en tapwater.
Het cv-water wordt naar de radia-toren en naar de vloerverwarming geleid. Het tapwater wordt naar de douche en de kranen geleid. Wanneer in de installatie een boiler aanwezig is, zorgt de bedieningseen-heid HMC300 ervoor, dat de warmwatervoorziening een hogere priori-teit heeft dan het cv-bedrijf. 3. 1. 1 Warmtepomp (buitenunit)De buitenunit heeft als taak, energie uit de buitenlucht te winnen en dat aan de binnenunit over te dragen. De buitenunit beschikt over een inverterregeling, dat wil zeggen, de compressorsnelheid wordt automatisch gevarieerd, zodat exact de be-nodigde energiehoeveelheid wordt geleverd. Ook de ventilator is toe-rentalgeregeld en regelt de snelheid afhankelijk van de vraag. Daardoor blijft het energieverbruik zo laag mogelijk. OntdooienBij lage buitentemperaturen kan op de verdamper ijs worden gevormd.
Wanneer de ijslaag zo dik wordt, dat deze de luchtstroom door de ver-damper hindert, wordt een automatische ontdooiprocedure in werking gesteld. Zodra het ijs is ontdooid, keert de warmtepomp terug naar nor-maal bedrijf.
Bij buitentemperaturen boven +5°C volgt het ontdooien tijdens cv-be-drijf met verhoogd ventilatorvermogen. Bij lagere buitentemperaturen wordt voor het ontdooien de doorstroomrichting van het koudemiddel in het circuit via een 4-wegklep omgekeerd; dit type ontdooien wordt kringloopomkeren genoemd. WerkingsprincipeHet werkingsprincipe tijdens cv-bedrijf is als volgt:• De ventilator zuigt lucht door de verdamper. • De in de lucht aanwezige energie brengt het koudemiddel tot koken. Het daarbij gevormde gas wordt naar de compressor geleid. • In de compressor verhoogt de druk van het koudemiddel en de tem-peratuur daarvan neemt toe. Het opgewarmde gas wordt onder druk in de condensor geleid. De condensor bevindt zich in de binnenunit. • In de condensor wordt de energie van het gas aan het water in het warmtedragercircuit afgegeven. Het gas koelt af en wordt weer vloei-baar.
• De druk in het koudemiddel neemt af door de regeling via expansie-ventielen en het wordt terug naar de verdamper geleid. Bij het bin-nengaan van de verdamper wordt het weer gasvormig. • In de binnenunit wordt het warme water uit het warmtedragercircuit verder naar de gebouwverwarming en de warmwatervoorziening ge-leid. 3. 1. 2 BinnenunitDe binnenunit is bedoeld om de uit de buitenunit komende warmte in de cv-installatie en de boiler te verdelen. De circulatiepomp in de binnen-unit is toerentalgeregeld, zodat het toerental bij geringe vraag automati-sche wordt verminderd. Daardoor daalt het energieverbruik. Wanneer de warmtevraag bij lagere buitentemperaturen hoger is, kan bijverwarming nodig zijn. Bijverwarming kan geïntegreerd of extern zijn uitgevoerd en wordt via de bedieningseenheid HMC300 in- of uitgescha-keld.
Wanneer de buitenunit in bedrijf is, genereert de elektrische bijver-warming alleen het verschil tussen het warmtepompvermogen en de benodigde warmte. Zodra de buitenunit het benodigde cv-vermogen weer alleen opbrengt, wordt de bijverwarming automatisch uitgescha-keld.
5EnviLine A/W Split • 6 720 816 441 (2015/06)Overzicht installatie 3Binnenunit IDU Split type T of TSWanneer de buiten opgestelde buitenunit met de binnenunit IDU Split type T of TS wordt gecombineerd, vormen deze samen een complete cv- en warmwaterinstallatie, omdat de binnenunit een boiler bevat. Het om-schakelen tussen verwarming en warm water wordt met een interne 3-wegklep gerealiseerd. De geïntegreerde elektrische bijverwarming in de binnenunit wordt naar behoefte gestart.Afb. 1 Buitenunit met een binnenunit IDU Split type T of TS met geïntegreerde boiler en een elektrische bijverwarmingBinnenunit IDU Split EWanneer de buitenunit met de binnenunit IDU Split E wordt gecombi-neerd en via de buitenunit ook warm water moet worden gegenereerd, dan moet een externe boiler worden aangesloten. Het omschakelen tus-sen verwarming en warm water wordt dan met een externe 3-wegklep gerealiseerd.
6EnviLine A/W Split • 6 720 816 441 (2015/06)Overzicht installatie3Binnenunit IDU Split BWanneer de buitenunit met de binnenunit IDU Split B wordt gecombi-neerd, wordt warm water naar keuze geleverd door een combiketel of door de warmtepomp i.c.m. een single ketel. Wanneer warm water gele-verd moet worden met de warmtepomp i.c.m. een single ketel is een ex-terne boiler benodigd. Het omschakelen tussen verwarming en warm water wordt dan met een externe 3-wegklep gerealiseerd. De binnenunit beschikt over een mengventiel. Deze regelt de warmte van de externe bijverwarming, die afhankelijk van de vraag door de binnenunit wordt gestart.Afb.
3 Buitenunit met binnenunit IDU Split B met externe bijverwarming en boilerBinnenunit IDU Split B met combiketelWanneer de buitenunit met de binnenunit IDU Split B wordt gecombi-neerd, wordt warm water naar keuze geleverd door een combiketel of door de warmtepomp i.c.m. een single ketel. Wanneer warm water gele-verd moet worden met een combi ketel is een externe boiler niet beno-digd. De binnenunit beschikt over een mengventiel. Deze regelt de warmte van de externe bijverwarming, die afhankelijk van de vraag door de binnenunit wordt gestart.Afb. 4 Buitenunit met binnenunit IDU Split B met en externe bijverwarming6 720 814 461-05.1l6 720 814 461-06.2l
Element Benaming Toelichting1fav-toets ▶ Indrukken, om de favorietenfuncties voor cv-circuit 1 op te roepen.▶ Ingedrukt houden, om het favorietenmenu individueel aan te passen.2Toets extra warm water ▶ Indrukken, om de extra-warm water functie te activeren.3Warmwatertoets ▶ Indrukken, om de bedrijfsmodus warm water te kiezen.4Menu-toets ▶ Indrukken, om het hoofdmenu te openen.5Info-toets Wanneer een menu is geopend:▶ Indrukken, om aanvullende informatie over de actuele keuze op te roepen.Wanneer de standaardweergave actief is:▶ Indrukken, om het infomenu te openen.6Terug-toets ▶ Indrukken, om naar het bovenliggende menuniveau te gaan of een gewijzigde waarde te negeren.Wanneer benodigde service of een storing wordt getoond:▶ Indrukken, om tussen standaardweergave en storingsmelding te schakelen.▶ Ingedrukt houden, om uit een menu naar de standaardweergave te gaan.7Keuzeknop ▶ Draaien om een instelwaarde (bijvoorbeeld temperatuur) te veranderen of tussen de menu's of menupunten te kie-zen.Wanneer de verlichting is uitgeschakeld:▶ Indrukken, om de verlichting in te schakelen.Wanneer de verlichting is ingeschakeld:▶ Indrukken, om een geselecteerd menu of een menupunt te openen, een ingestelde waarde (bijvoorbeeld tempera-tuur) of een melding te bevestigen of om een popup-venster te sluiten.
8EnviLine A/W Split • 6 720 816 441 (2015/06)Overzicht van de meest voorkomende functies44. 1 Kamertemperatuur veranderen4. 2 Warm water instellenBediening ResultaatWanneer u het op deze dag te koud of te warm vindt: kamertemperatuur tijdelijk veranderenAutomatisch bedrijfKamertemperatuur tot de volgende schakeltijd veranderen▶ Keuzeknop draaien, om de gewenste kamertemperatuur in te stellen. De betreffende tijdsperiode wordt in het balkdiagram van het tijdprogramma grijs weergegeven. ▶ Wacht enkele seconden of druk de keuzeknop in. De bedieningseenheid HMC300 werkt met de gewijzigde instelling. De verandering geldt, tot het volgende schakelpunt van het tijdprogramma voor verwarming is bereikt. Daarna gelden weer de instellingen van het tijdprogramma.
Temperatuurverandering ongedaan maken▶ Verdraai de keuzeknop, tot de betreffende tijdsperiode in het balkendiagram van het tijdprogramma weer zwart wordt weergegeven en druk de keuzeknop in. De verandering is opgeheven. Wanneer het constant te koud of te warm is: gewenste kamertemperatuur voor cv-bedrijf en verlaagd regime instellen (bijvoorbeeld voor cv- en nachtbedrijf)Geoptimaliseerd bedrijf▶ Geoptimaliseerd bedrijf activeren (hoofdstuk 4. 3). ▶ Druk de keuzeknop in of wacht enkele seconden, om het pop-up venster te sluiten. ▶ Keuzeknop draaien, om de gewenste kamertemperatuur in te stellen. ▶ Wacht enkele seconden of druk de keuzeknop in. Verandering in het popup-venster door indrukken van de keuzeknop be-vestigen (of door indrukken van de terugtoets verwerpen). De actueel geldige kamertemperatuur wordt in de onderste helft van het display in een popup-venster getoond.
De bedieningseenheid HMC300 werkt met de gewijzigde instellingen. Automatisch bedrijf▶ Druk op de menu-toets, om het hoofdmenu te openen. ▶ Druk op de keuzeknop, om het menu Verwarmen/koelen te openen. ▶ Verdraai de keuzeknop, om het menu Temperatuurinstellingen te markeren. ▶ Druk op de keuzeknop, om het menu te openen.
▶ Wanneer twee of meer cv-circuits zijn geïnstalleerd, keuzeknop verdraaien om CV-circuit 1, 2, 3 of 4 te markeren en keu-zeknop indrukken. ▶ Verdraai de keuzeknop, om Verwarmen, Sparen, Extra verhogen of Koelen te markeren. ▶ Druk de keuzeknop in. ▶ Verdraai de keuzeknop en druk deze in, om de gewenste instelling bijvoorbeeld voor het nachtbedrijf te activeren. Wanneer de temperatuurregeling wordt geactiveerd:▶ Verdraai de keuzeknop en druk deze in, om de temperatuur in te stellen. De grenzen van de instelwaarden voor de tempe-raturen zijn van de instelling voor de telkens andere bedrijfsmodus afhankelijk. De bedieningseenheid HMC300 werkt met de gewijzigde instellingen. De instellingen hebben invloed op alle tijdprogram-ma's voor de verwarming (wanneer twee of meer cv-circuits zijn geïnstalleerd, alleen op het gekozen cv-circuit).
Tabel 3 KamertemperatuurBediening ResultaatWanneer u buiten de in het tijdprogramma ingestelde tijden warm water nodig heeft: Extra warm water activeren (= direct warmwaterfunctie). ▶ Extra warm water toets indrukken. De warmwatervoorziening is direct met de ingestelde temperatuur en voor de ingestelde duur actief. Na enkele seconden wordt in de informatiegrafiek het symbool voor extra warm water getoond. Om de functie extra warm water te activeren, voordat de ingestelde tijd is verstreken:▶ Druk opnieuw op de toets extra warm water. Wanneer u het warm water te koud of te warm vindt: Bedrijfsmodus van de warmwatervoorziening veranderen▶Warmwatertoets indrukken. De bedieningseenheid toont de keuzelijst voor de warmwatervoorziening. ▶ Verdraai de keuzeknop, om de gewenste bedrijfsmodus te markeren. ▶ Druk de keuzeknop in. De bedieningseenheid werkt met de gewijzigde instellingen.
9EnviLine A/W Split • 6 720 816 441 (2015/06)Overzicht van de meest voorkomende functies 44. 3 Bedrijfsmodus instellenMet de fabrieksinstelling is het geoptimaliseerde bedrijf actief, omdat deze bedrijfmodus het meest efficiënte bedrijf van de warmtepomp waarborgt. 4. 4 CV-circuit voor de standaardweergave kiezenIn de standaardweergave worden altijd de gegevens van slechts één cv-circuit getoond. Wanneer twee of meer cv-circuits zijn geïnstalleerd, kan worden ingesteld, op welk cv-circuit de standaardweergave betrekking moet hebben. 4. 5 FavorietenfunctiesVia de fav-toets heeft u direct toegang tot veel gebruikte functies voor cv-circuit 1. De eerste bediening van de fav-toets opent het menu voor con-figuratie van het favorietenmenu. Daar kunt u uw persoonlijke favorieten opnemen en eventueel later het favorietenmenu nog beter op uw be-hoeften aanpassen.
De werking van de fav-toets is onafhankelijk van het in de standaard-weergave getoonde cv-circuit. Via het favorietenmenu gewijzigde instel-lingen zijn altijd alleen aan cv-circuit 1 gerelateerd. Bediening ResultaatWanneer u het automatisch bedrijf wilt activeren (rekening houdend met het tijdprogramma)▶ Druk op de menu-toets, om het hoofdmenu te openen. ▶ Druk op de keuzeknop, om het menu Verwarmen/koelen te openen. ▶ Druk op de keuzeknop, om het menu Bedrijfsmodus te openen. ▶ Wanneer twee of meer cv-circuits zijn geïnstalleerd, keuzeknop verdraaien om CV-circuit 1, 2, 3 of 4 te markeren en keuze-knop indrukken. ▶ Verdraai de keuzeknop, om Auto te markeren en druk op de keuzeknop. ▶ Druk op de terug-toets en houdt deze ingedrukt, om naar de standaardweergave terug te keren.
Alle temperaturen van het actueel geldige tijdprogramma voor verwarming worden in de onderste helft van het display in een popup-venster getoond. De actueel geldige temperatuur knippert. De bedieningseenheid regelt de kamertemperatuur afhankelijk van het actieve tijdprogramma voor verwarming.
Wanneer u het geoptimaliseerde bedrijf activeren wil (zonder tijdprogramma)▶ Druk op de menu-toets, om het hoofdmenu te openen. ▶ Druk op de keuzeknop, om het menu Verwarmen/koelen te openen. ▶ Druk op de keuzeknop, om het menu Bedrijfsmodus te openen. ▶ Wanneer twee of meer cv-circuits zijn geïnstalleerd, keuzeknop verdraaien om CV-circuit 1, 2, 3 of 4 te markeren en keuze-knop indrukken. ▶ Verdraai de keuzeknop, om Geoptimaliseerd te markeren en druk op de keuzeknop. ▶ Druk op de terug-toets en houdt deze ingedrukt, om naar de standaardweergave terug te keren. De gewenste kamertemperatuur wordt in de onderste helft van het display in een popup-venster getoond. De bedieningseen-heid HMC300 regelt de kamertemperatuur continu op de gewenste kamertemperatuur. Tabel 5 Beknopte bedieningshandleiding – Bedrijfsmodi activeren6 720 816 398-05. 2O6 720 816 398-04.
2OBediening Resultaat▶ Wanneer de verlichting is ingeschakeld, keuzeknop indrukken. Nummer, bedrijfsmodus en eventueel naam van het momenteel gekozen cv-circuit worden in de onderste helft van het display weergegeven. ▶ Verdraai de keuzeknop, om een cv-circuit te kiezen. Alleen in de installatie aanwezige cv-circuits worden getoond. ▶ Wacht enkele seconden of druk de keuzeknop in. De standaardweergave heeft betrekking op het gekozen cv-circuit. Tabel 6 Overzicht – CV-circuits in de standaardweergave6 720 816 398-02. 2OBediening ResultaatWanneer u een favorietenfunctie wilt benaderen: Favorietenmenu openen▶ Druk op de fav-toets, om het favorietenmenu te openen. ▶ Verdraai de keuzeknop en druk deze in, om een favorietenfunctie te kiezen. ▶ Veranderen instellingen (bediening als bij instellen in het hoofdmenu).
Wanneer u de lijst met favorieten aan uw behoeften wilt aanpassen: Favorietenmenu aanpassen▶ Druk op de fav-toets en houdt deze ingedrukt, tot het menu voor de configuratie van het favorietenmenu wordt getoond.
10 EnviLine A/W Split • 6 720 816 441 (2015/06)Inspectie en onderhoud55 Inspectie en onderhoudDe warmtepomp heeft slechts weinig inspectie en onderhoud nodig. Voer de volgende inspectie- en onderhoudsstappen enkele malen per jaar uit om te zorgen dat het maximale vermogen en rendement van de warmtepomp behouden blijft:• Verontreinigingen en bladafval op de verdamper en de behuizing van de buitenunit verwijderen5. 1 Vuil en bladafval verwijderen▶ Verwijder vuil en bladafval met een handbezem. 5. 2 BuitenmantelIn de loop der tijd hoopt zich stof en ander vuil op in de buitenunit van de warmtepomp. ▶ Reinig de buitenkant indien nodig met een vochtige doek. ▶ Scheuren en schade aan de behuizing moeten met roestwerende verf worden hersteld. ▶ Ter bescherming van de lak kan een waslaag worden aangebracht. 5.
3 VerdamperEventueel op het verdamperoppervlak afgezette aanslag (bijvoorbeeld stof of vuil) afwassen. Reinigen verdamper:▶ Reinigingsmiddel op de verdamperlamellen op de achterzijde van de warmtepomp sproeien. ▶ Aanslag en reinigingsmiddelen met water volledig afspoelen. 5. 4 Sneeuw en ijsIn bepaalde geografische regio's of bij veel sneeuwval kan sneeuw zich ophopen aan de achterzijde en op het dak van de warmtepomp. Verwij-der de sneeuw om te voorkomen dat daardoor ijsvorming optreedt. ▶ Maak het dak vrij van sneeuw. ▶ IJs kan met warm water worden afgespoeld. 5. 5 VochtigheidOnder de buitenunit kan door condenswater, dat niet in de condensbak wordt opgevangen, vocht worden gevormd. Dat is normaal en er zijn geen speciale maatregelen nodig. 5.
6 Controle van de overstortventielen▶ Het overstortventiel mag alleen druppelen, wanneer de maximaal toegestane druk in de cv-installatie is overschreden. Wanneer het overstortventiel onder 2 bar nog druppelt, neem dan contact op met de installateur van de installatie. ▶ Waarborg, dat de afvoer van het overstortventiel zichtbaar in de ver-zamelafvoer wordt afgeleid. 5.
7 DeeltjesfilterDeeltjesfilter controlerenHet filter voorkomt, dat verontreinigingen uit de cv-installatie in de warmtepomp terecht komen. Dichtgeslibde filters kunnen storingen tot gevolg hebben. Filterreiniging▶ Ventiel sluiten (1). ▶ Kap (met de hand) afschroeven (2). ▶ Filter uitnemen en onder stromend water reinigen. ▶ Filter weer monteren. Let erop voor een juiste montage, dat de gelei-dingen in de uitsparingen op het ventiel passen (3). GEVAAR: door elektrocutie. ▶ Elektrische aansluitingen voor onderhoud aan de in-stallatie spanningsloos schakelen (zekering, installa-tieautomaat). Schade aan de installatie door gebruik van verkeerde rei-nigingsmiddelen. ▶ Gebruik geen zuur- of chloorhoudende of basische reinigingsmiddelen of schurende reinigingsmidde-len. WAARSCHUWING: De dunne aluminium lamellen zijn gevoelig en kunnen gemakkelijk beschadigd raken.
Droog de lamellen nooit direct af met een doek. ▶ Draag bij het schoonmaken veiligheidshandschoe-nen, om de handen tegen snijwonden te bescher-men. ▶ Gebruik geen hoge waterdruk. Schade aan de installatie door gebruik van verkeerde rei-nigingsmiddelen. ▶ Gebruik geen zuur- of chloorhoudende of basische reinigingsmiddelen of schurende reinigingsmidde-len. ▶ Geen sterk basische reinigingsmiddelen gebruiken, bijvoorbeeld natriumhydroxide. OPMERKING: Wanneer in de buurt van de binnenunit of de fan coil units vaak vocht wordt gevormd tijdens koel-bedrijf, kan dit duiden op een gebrekkige condensatie-isolatie. ▶ Bij vocht in de buurt van de componenten van de cv-installatie de warmtepomp uitschakelen en de instal-lateur van de installatie raadplegen. De overstortventielen moeten 1-2 maal per jaar worden gecontroleerd. Uit de uitmonding van het overstortventiel kan water druppelen.
De uitmonding van het overstortventiel (af-voer) mag nooit worden afgesloten. Voor het reinigen van het filter hoeft de installatie niet te worden afgetapt.
6 Filtervariant zonder borgring▶ Kap weer opschroeven (met de hand).▶ Ventiel openen (4).5.8 Drukbewaking en oververhittingsbeveiligingWanneer de drukbewaking is geactiveerd, wordt deze automatisch te-ruggezet, nadat de installatiedruk de juiste waarde weer heeft bereikt.▶ Druk op de manometer controleren.▶ Wanneer de druk minder is dan 0,5 bar, druk langzaam door vullen van water via het vulventiel tot maximaal 2 bar verhogen.▶ Bij twijfel over de procedure de installateur van de installatie raadple-gen.Resetten van de oververhittingsbeveiliging op de binnenunit IDU Split T/TS:▶ Voorwand onder uittrekken en naar boven toe afnemen.▶ Toets op de oververhittingsbeveiliging krachtig indrukken.▶ Voorwand weer plaatsen.Resetten van de oververhittingsbeveiliging op de binnenunit IDU Split E:▶ De installateur van de installatie raadplegen.Afb. 7 Binnenunit IDU Split E[1] ManometerAfb.
8 Binnenunit IDU Split E[1] Resetten oververhittingsbeveiligingDrukbewaking en oververhittingsbeveiliging zijn alleen in binnenunits met geïntegreerde elektrische bijverwar-ming aanwezig. Wanneer de oververhittingsbeveiliging is geactiveerd, moet deze handmatig worden gereset.Drukbewaking en oververhittingsbeveiliging zijn in serie geschakeld. Op de bedieningseenheid HMC300 gege-ven alarmen of informatie wijzen dus op een te lage in-stallatiedruk of een te hoge temperatuur van de elektrische bijverwarming.1.2.2.1.12346 720 805 915-01.1I16 720 810 156-11.1I6 720 814 469-10.1I1
13EnviLine A/W Split • 6 720 816 441 (2015/06)Internetaansluiting via IP-module 66 Internetaansluiting via IP-moduleDe binnenunit beschikt over een geïntegreerde IP-module (accessoire). Met deze IP-module kan de warmtepomp via een mobiele telefoon of ta-blet worden geregeld en bewaakt. De module is bedoeld als interface tussen cv-installatie en een netwerk (LAN) en maakt bovendien de SmartGrid-functie mogelijk. InbedrijfnameDe router moet als volgt zijn ingesteld:•DHCP actief• Poorten 5222 en 5223 mogen niet voor uitgaande communicatie zijn geblokkeerd. • Vrije IP-adres aanwezig• Op de module aangepaste adresfiltering (MAC-filter). Voor de inbedrijfname van de IP-module staan de volgende mogelijkhe-den ter beschikking:• InternetDe module krijgt automatisch een IP-adres van de router. In de basis-instellingen van de module zijn de naam en het adres van de doelser-ver opgenomen.
Zodra een internetverbinding is opgebouwd, meldt de module zich automatisch op de server aan. • Lokaal netwerkDe module heeft niet noodzakelijkerwijs een internettoegang nodig. Deze kan ook in een lokaal netwerk worden gebruikt. In dit geval kan echter de cv-installatie niet via internet worden benaderd, en de mo-dulesoftware wordt niet automatisch geactualiseerd. •AppBij de eerste keer starten van de app wordt u gevraagd, de af fabriek vooringestelde loginnaam en het wachtwoord in te voeren. De login-gegevens zijn op de typeplaat van de IP-module afgedrukt. •SmartGridDe binnenunit kan met het energiebedrijf communiceren en het ge-bruik zodanig aanpassen, dat het warmtepompvermogen het hoog-ste is, wanneer de stroom het voordeligst is.
Login-gegevens voor de IP-moduleFabricagenummer:__ __ __ __ - __ __ __ __ __ __ __ __ __ - __ __ __ __ __ __ __ __ __ __ Login-naam: ___ ___ ___ ___ ___ ___ ___ ___ ___Wachtwoord: __ __ __ __ - __ __ __ __ - __ __ __ __ - __ __ __ __Mac: ___ ___ - ___ ___ - ___ ___ - ___ ___ - ___ ___ - ___ ___ 7 Milieubescherming en afvalverwerkingMilieubescherming is een ondernemingsprincipe van de Bosch Groep. Productkwaliteit, economische rendabiliteit en milieubescherming zijn gelijkwaardige doelen voor ons. Milieuwet- en regelgeving wordt strikt nageleefd. Ter bescherming van het milieu passen wij, met inachtne-ming van economische gezichtspunten, de best mogelijke technieken en materialen toe. VerpakkingenBij het verpakken, zijn we betrokken bij de land-specifieke recyclingsy-stemen die optimale recycling waarborgen. Alle gebruikte verpakkings-materialen zijn milieuvriendelijk en recyclebaar.
AfdankenAgedankte toestellen bevatten waardevolle stoffen die moeten worden gerecycleerd. De componenten kunnen gemakkelijk worden gescheiden en de kunststoffen zijn gekenmerkt. Daardoor kunnen de verschillende componenten worden gesorteerd en gerecycleerd resp. afgevoerd. Voor het gebruik van de volledige functionaliteit zijn een internettoegang en een router met een vrije RJ45-uit-gang nodig. Hierdoor kunnen extra kosten ontstaan. Voor het regelen van de installatie met een mobiele tele-foon of tablet is een gratis app nodig. Bij de inbedrijfname de documentatie van de router aan-houden. OPMERKING: Bij vervangen van een IP-module gaan de logingegevens verloren. Voor elke IP-module gelden eigen logingegevens. ▶ Voer de login-gegevens na de inbedrijfname in het daarvoor bedoelde veld in. ▶ Na vervangen van de IP-module de gegevens van de nieuwe module invoeren.
14 EnviLine A/W Split • 6 720 816 441 (2015/06)Vaktermen7VaktermenBuitenunitDe centrale warmtebron, wordt buiten opgesteld. Bevat het gehele kou-decircuit met uitzondering van de condensor. Vanuit de buitenunit wordt gasvormig koudemiddel (verwarmingsgas) naar de binnenunit geleid. BinnenunitWordt in de woning opgesteld en verdeeld de van de buitenunit komen-de warmte over de cv-installatie en de boiler. Bevat de bedieningseen-heid HMC300 en de primaire circuitpomp voor de cv-installatie. Het in de condensor gecondenseerde koudemiddel wordt weer terug naar de buitenunit geleid. CV-installatieOmvat warmtepomp, radiatoren, vloerverwarming of ventilatorconvec-toren of een combinatie van deze elementen, wanneer de cv-installatie uit meerdere cv-circuits bestaat. CV-circuitDat deel van de cv-installatie, dat de warmte over de verschillende ruim-tes verdeeld.
Bestaat uit leidingen, circulatiepomp en radiatoren, ver-warmingsslangen van de vloeiverwarming of ventilatorconvectoren. Binnen een circuit is slechts één van de genoemde alternatieven moge-lijk. Wanneer de cv-installatie echter bijvoorbeeld over twee circuits be-schikt, kunnen in één circuit radiatoren zijn geïnstalleerd en in de andere een vloerverwarming. CV-circuits kunnen met en zonder mengmodule zijn uitgevoerd. Ongemengd cv-circuitIn een ongemengd cv-circuit wordt de temperatuur in het circuit alleen door de energie gestuurd die van de warmtebron komt. Gemengd cv-circuitIn een gemengd cv-circuit mengt de mengmodule retourwater uit het cir-cuit met warm water dat van de warmtebron komt.
Daardoor kunnen ge-mengde cv-circuits met een lagere temperatuur dan andere cv-installaties werken, bijvoorbeeld om vloerverwarmingen, die met lagere temperaturen werken, van radiatoren te scheiden, die hogere tempera-turen nodig hebben. MengmoduleDe mengmodule is een ventiel, dat koeler retourwater met warm water van de warmtebron mengt, om een bepaalde temperatuur te bereiken.
De mengmodule kan in een cv-circuit of in de binnenunit voor de externe bijverwarming zijn opgenomen. 3-wegklepDe 3-wegklep verdeelt warmte-energie over de cv-circuits of de boiler. Deze beschikt over twee vaste standen, zodat verwarming en warmwa-tervoorziening niet tegelijkertijd kunnen plaatsvinden. Dit is tegelijker-tijd de meest effectieve werkwijze, omdat het warm water altijd op een bepaalde temperatuur wordt verwarmd, terwijl de cv-watertemperatuur continu wordt aangepast op de buitentemperatuur. Externe bijverwarming in bivalent bedrijfDe externe bijverwarming is een afzonderlijke warmtebron, die via lei-dingen met de binnenunit is verbonden. De in de bijverwarming gepro-duceerde warmte wordt via een mengmodule geregeld. Daarom wordt deze ook bijverwarmer met menger of cv-toestel genoemd.
De bedie-ningseenheid HMC300 regelt het in- en uitschakelen van de bijverwar-ming aan de hand van de bestaande warmtevraag. Warmtebronnen zijn elektrisch, olie- of gasgestookt cv-toestel. KoudecircuitHet hoofdonderdeel van de warmtepomp, die energie uit de buitenlucht wint en deze als warmte aan het primaire circuit geeft. Bestaat uit ver-damper, compressor, condensor en expansieventiel. In het koudecircuit circuleert het koudemiddel. VerdamperWarmtewisselaar tussen lucht en koudemiddel. De energie uit de lucht, die door de verdamper wordt gezogen, brengt het koudemiddel tot ko-ken, waardoor dit gasvormig wordt. CompressorBeweegt het koudemiddel door het koelcircuit van de verdamper naar de condensor. Verhoogt de druk van het gasvormige koudemiddel. Met toenemende druk wordt ook de temperatuur hoger.
CondensorWarmtewisselaar tussen koudemiddel in koudecircuit en water in het warmtedragercircuit. Tijdens de warmte-overdracht daalt de tempera-tuur in het koudemiddel, dat in de vloeibare toestand overgaat. ExpansieventielVerlaagt de druk van het koudemiddel na de condensor. Aansluitend wordt het koudemiddel terug in de verdamper geleid, waar het proces opnieuw begint.
Omvormer/inverterBevindt zich in de warmtepomp en maakt de toerentalregeling van de compressor mogelijk afhankelijk van de warmtevraag. SpaarfaseEen tijdsperiode tijdens het automatisch bedrijf, met bedrijfsmodus Sparen. Automatisch bedrijfDe verwarming wordt volgens het tijdprogramma verwarmd en automa-tisch wordt omgeschakeld tussen de bedrijfsmodi. BedrijfsmodusDe bedrijfsmodi voor verwarmen zijn: Verwarmen en Sparen. Deze worden met de symbolen en weergegeven. De bedrijfsmodi voor warmwaterbereiding zijn: Warmwater, Warmwa-ter spaar en Uit. Aan iedere bedrijfsmodus is een instelbare temperatuur toegekend (be-halve bij Uit). VorstbeveiligingAfhankelijk van de gekozen vorstbeveiliging wordt bij buiten- en/of ka-mertemperatuur onder een bepaalde kritische drempel de cv-pomp in-geschakeld. De vorstbeveiliging voorkomt het bevriezen van de verwarming.
Gewenste kamertemperatuur (ook wel wens- of streeftemperatuur/kamertemp. streef)De door de verwarming nagestreefde kamertemperatuur. Deze kan indi-vidueel worden ingesteld. BasisinstellingIn de bedieningseenheid vast opgeslagen waarden (bijvoorbeeld com-plete tijdprogramma's), die te allen tijde ter beschikking staan en indien nodig kunnen worden hersteld. VerwarmingsfaseEen tijdsperiode tijdens het automatisch bedrijf, met bedrijfsmodus Verwarmen. KinderslotInstellingen in de standaardweergave en in het menu kunnen alleen wor-den veranderd, wanneer het kinderslot (toetsblokkering) is uitgescha-keld (pagina 8).
15EnviLine A/W Split • 6 720 816 441 (2015/06)Vaktermen 7MenginrichtingModule, die automatisch waarborgt, dat warm water bij de tappunten maximaal met de op de menginrichting ingestelde temperatuur kan wor-den afgetapt.Geoptimaliseerd bedrijfIn geoptimaliseerd bedrijf is het automatisch bedrijf (het tijdprogramma voor verwarming) niet actief en er wordt constant op de voor het geopti-maliseerde bedrijf ingestelde temperatuur verwarmd.ReferentieruimteDe referentieruimte is de ruimte in de woning, waar een afstandsbedie-ning is gemonteerd. De kamertemperatuur in deze ruimte dient als stuur-grootheid voor het toegekende cv-circuit. De afstandsbediening ModuLine 1000 H is voor het koelbedrijf nodig.SchakeltijdEen bepaalde tijd, waarop bijvoorbeeld de verwarming start of warm wa-ter wordt geproduceerd.
Een schakeltijd is onderdeel van een tijdpro-gramma.Temperatuur van een bedrijfsmodusEen temperatuur, die aan een bedrijfsmodus is toegekend. De tempera-tuur is instelbaar. Houd de toelichting over de bedrijfsmodi aan.AanvoertemperatuurTemperatuur, waarmee het opgewarmde water in het cv-circuit van de centrale verwarming vanuit de warmtebron naar de verwarmingsopper-vlakken stroomt.BoilerEen boiler slaat opgewarmd drinkwater op in grotere hoeveelheden. Daardoor is voldoende warm water aan de tappunten (bijvoorbeeld kra-nen) ter beschikking. Dit is bijvoorbeeld ideaal voor uitgebreid douchen.Tijdprogramma voor verwarmingDit tijdprogramma zorgt voor de automatische omschakeling tussen de bedrijfsmodi op de vastgelegde schakeltijden.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Nefit EnviLine A-W Split stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Warmtepomp Nefit
Handleiding Warmtepomp
Nieuwste handleidingen voor Warmtepomp