Neff V68YYX4B0 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Neff V68YYX4B0 (32 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 47 mensen. Heb je een vraag over Neff V68YYX4B0 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Neff |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | V68YYX4B0 |
Handleiding Neff V68YYX4B0 – volledige tekst
27 1 VeiligheidNeem de volgende veiligheidsvoorschriften inacht. 1. 1 Algemene aanwijzingen¡Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigdoor. ¡Bewaar de gebruiksaanwijzingen, de appa-raatpas en de productinformatie voor latergebruik of voor volgende eigenaren. ¡Sluit het apparaat in geval van transport-schade niet aan. 1. 2 Bestemming van het apparaatApparaten zonder stekker mogen alleen doorgeschoold personeel worden aangesloten. Bijschade door een verkeerde aansluiting kunt ugeen aanspraak maken op garantie. De veiligheid is alleen gewaarborgd bij eendeskundige montage volgens de montage-handleiding. De installateur is verantwoordelijkvoor een goede werking op de plaats van op-stelling. Gebruik het apparaat uitsluitend:¡om voedsel en dranken te bereiden. ¡onder toezicht. Houd kortstondige kookpro-cessen ononderbroken in het oog.
¡voor huishoudelijk gebruik en in geslotenruimtes binnen de huiselijke omgeving. ¡tot een hoogte van 2000m boven zeeni-veau. Gebruik het apparaat niet:¡op boten of in voertuigen. ¡met een externe timer of een separate af-standsbediening.
Dit geldt niet voor het ge-val dat de werking middels de doorEN50615 genoemde apparaten wordt uitge-schakeld. ¡om gevaarlijke of explosieve stoffen en dam-pen af te zuigen. ¡om kleine onderdelen of vloeistoffen af tezuigen. Als u een actief, geïmplanteerd medisch appa-raat (zoals een pacemaker of defibrillator)2.
Veiligheid nldraagt, ga dan bij uw arts na of dit voldoet aande Richtlijn 90/385/EEG van de Raad van deEuropese Gemeenschappen van 20 juni 1990alsmede EN 45502-2-1 en EN 45502-2-2, enconform VDE-AR-E 2750-10 is geselecteerd,geïmplanteerd en geprogrammeerd. Als aandeze voorwaarden wordt voldaan en er boven-dien non-ferro pannen met non-ferro handgre-pen worden gebruikt, kan deze inductiekook-plaat zonder bezwaar worden gebruikt, mits ditnatuurlijk op de juiste wijze gebeurt. 1. 3 Inperking van de gebruikersDit apparaat kan worden bediend door kinde-ren vanaf 8 jaar en door personen met fysieke,sensorische of geestelijke beperkingen of metgebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij on-der toezicht staan of zijn geïnstrueerd in hetveilige gebruik van het apparaat en de daaruitresulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen nietworden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze15jaar of ouder zijn en onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabelkunnen komen. 1. 4 Veilig gebruikWAARSCHUWING‒Kans op verstikking. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademenof inslikken en hierdoor stikken. Kleine onderdelen uit de buurt van kinderenhouden. Kinderen niet met kleine onderdelen latenspelen. Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal overhet hoofd trekken en hierin verstrikt raken enstikken. Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinde-ren houden. Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaalspelen. WAARSCHUWING‒Kans op vergiftiging. Teruggezogen verbrandingsgassen kunnen lei-den tot vergiftiging. Vuurbronnen die de luchtin de ruimte verbruiken (bijv.
In combinatie met eeningeschakelde afzuigkap wordt aan de keukenen aan de naastgelegen ruimtes lucht onttrok-ken. Zonder voldoende luchttoevoer ontstaater een onderdruk. Giftige gassen uit deschoorsteen of het afvoerkanaal worden terug-gezogen in de woonruimte. Altijd voor voldoende luchttoevoer zorgen,wanneer het apparaat in luchtafvoermoduswerkt, en er tegelijkertijd vuurbron is die ge-bruik maakt van de aanwezige lucht. U kunt het apparaat alleen dan zonder risicogebruiken wanneer de onderdruk in de ruim-te waarin de vuurbron zich bevindt niet gro-ter is dan 4 Pa (0,04 mbar). Dit kan wordenbereikt wanneer de voor de verbranding be-nodigde lucht door niet afsluitbare openin-gen, bijv. in deuren, ramen, in combinatiemet een ventilatiekast in de muur of door an-dere technische voorzieningen, kan wordentoegevoerd.
Een luchtaanvoer/afvoereenheidin de muur alleen is niet voldoende om aande minimale eisen te voldoen. Raadpleeg in ieder geval het bedrijf dat inuw huis zorgt voor de schoorsteenreiniging. Dit bedrijf is in staat het totale ventilatiesys-teem van uw huis te beoordelen en kan eenvoorstel doen voor passende maatregelenop het gebied van de luchttoevoer. Indien het apparaat alleen met recirculatiewordt gebruikt, is een onbeperkt gebruik mo-gelijk. WAARSCHUWING‒Brandgevaar. Zonder toezicht koken op kookplaten met vetof olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorza-ken. Verlies hete oliën en vetten daarom nooit uithet oog. Nooit proberen om een vuur met water teblussen, maar het apparaat uitschakelen endan de vlammen bijv. met een deksel of eenblusdeken afdekken. Het kookvlak wordt erg heet. Nooit brandbare voorwerpen op het kook-vlak of in de directe omgeving leggen.
nl VeiligheidHet apparaat wordt heet. Nooit brandbare voorwerpen of spuitbussenbewaren in laden direct onder de kookplaat. Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat on-gelukken veroorzaken, bijvoorbeeld door over-verhitting, in brand vliegen of ontploffende ma-terialen. Dek de kookplaat niet af. Na gebruik de kookplaat altijd met de hoofd-schakelaar uitschakelen. Niet wachten tot de kookplaat automatischuitschakelt omdat er zich geen potten enpannen meer op bevinden. De vetafzettingen in de vetfilters kunnen ont-branden. Apparaat nooit zonder vetfilter gebruiken. De vetfilters regelmatig reinigen. Nooit in de omgeving van het apparaat metopen vuur werken (bijv. flamberen). Het apparaat alleen in de buurt van eenvuurbron voor vaste brandstoffen (bijv. houtof kolen) installeren wanneer de vuurbroneen afgesloten, niet verwijderbare afscher-ming heeft. Er mogen geen vonken weg-springen.
WAARSCHUWING‒Kans op brandwon-den. Tijdens het gebruik worden het apparaat enzijn aanraakbare onderdelen heet, vooral eeneventueel aanwezig kookplaatframe. Wees voorzichtig om het aanraken van ver-warmingselementen te voorkomen. Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit debuurt worden gehouden. Kookplaatbeschermroosters kunnen tot onge-vallen leiden. Nooit kookplaatbeschermroosters gebruiken. Voorwerpen van metaal worden zeer snel heetop de kookplaat. Leg nooit voorwerpen van metaal, zoalsmessen, vorken, lepels of deksels, op dekookplaat. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. Het apparaat voor het schoonmaken latenafkoelen. Wanneer er hete vloeistoffen in het apparaatkomen, het vetfilter of het overloopreservoirpas verwijderen nadat het apparaat is afge-koeld. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
Wanneer de netaansluitkabel of de apparaat-aansluitkabel van dit apparaat beschadigdraakt, moet deze worden vervangen dooreen speciale netaansluitkabel of speciale ap-paraataansluitkabel die verkrijgbaar is bij defabrikant of de klantenservice. Als het netsnoer van dit apparaat wordt be-schadigd, moet het door geschoold vakper-soneel worden vervangen. Een beschadigd apparaat of een beschadigdnetsnoer is gevaarlijk. Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. Nooit een apparaat met gescheurd of gebro-ken oppervlak gebruiken. Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-paraat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-ken. Wanneer het apparaat of het netsnoer is be-schadigd, dan direct de zekering in de me-terkast uitschakelen. Neem contact op met de klantenservice. Pagina26Binnendringend vocht kan een elektrischeschok veroorzaken.
Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger ge-bruiken om het apparaat te reinigen. Bij hete apparaatonderdelen kan de kabeliso-latie van elektrische apparaten smelten. Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elektri-sche apparaten nooit in contact komt methete onderdelen van het apparaat. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem vande pan en de kookzone, kunnen kookpannenplotseling omhoog springen. Zorg ervoor dat de kookzone en de bodemvan de pan altijd droog zijn. Nooit bevroren kookgerei gebruiken. Bij de bereiding au-bain-marie kunnen dekookplaat en kookvorm barsten door overver-hitting. De au-bain-marie kookvorm mag niet in di-rect contact komen met de bodem van depan die met water is gevuld. Gebruik alleen hittebestendige vormen. 4.
Materiële schade voorkomen nlEen apparaat met een gebarsten of gebrokenoppervlak kan tot snijwonden leiden. Het apparaat niet gebruiken als het opper-vlak ervan gebarsten of gebroken is. Kinderen en volwassenen kunnen door denaar beneden vallende draaiknop gewond ra-ken. Verwijder vóór het reinigen de draaiknop. Plaats de draaiknop uitsluitend op de daar-voor bedoelde plek op het bedieningspa-neel. Laat kinderen niet spelen met de knop. WAARSCHUWING‒Gevaar: magnetisme. Let op. Magnetisme Opgelet voor personen met een pace-maker In het bedieningspaneel of in het bedienings-element worden permanente magneten toege-past. Deze kunnen elektronische implantaten,zoals pacemakers, of insulinepompen beïn-vloeden. Personen met elektronische implantaten die-nen minimaal een afstand van 10 cm tot hetbedieningspaneel en tot magnetische bedie-ningselementen aan te houden.
Nooit het bedieningselement in de zakkenvan kleding dragen. 2 Materiële schade voorkomenHier vindt u de meest voorkomende oorzaken van schade en tips om deze te voorkomen. Schade Oorzaak MaatregelVlekken Bereiden zonder toezicht. Het bereidingsproces in de gaten houden. Vlekken, defecten Gemorste levensmiddelen, vooral diegenemet hoog suikergehalte. Onmiddellijk met een schraper voor vitrokera-mische kookplaat verwijderen. Vlekken, defecten ofbreuken in het glasDefect kookgerei, kookgerei met gesmoltenemaille of kookgerei met koperen- of alumini-umbodem. Gebruik geschikt kookgerei dat in een goedeconditie is. Vlekken, verkleurin-genOngeschikte reinigingsmethoden. Alleen reinigingsmiddelen gebruiken die ge-schikt zijn voor glaskeramiek en reinig dekookplaat alleen wanneer deze koud is.
Defecten of breukenin het glasStoten of vallend kookgerei, kookaccessoiresof andere harde of scherpe voorwerpen. Bij het koken niet tegen het glas stoten ofvoorwerpen op de kookplaat laten vallen. Krassen, verkleurin-genRuwe pannenbodems of het verplaatsen vande pan op de kookplaat. Kookgerei controleren.
Kookgerei bij het ver-plaatsen optillen. Krassen Zout, suiker of zand. Gebruik de kookplaat niet als plaats om ietsop te zetten of als werkvlak. Krassen Materiaalresten tussen de kookplaat en dedraaiknop. Houd het steunvlak van de draaiknop schoon. Schade aan het appa-raat. Koken met diepgevroren kookgerei. Nooit bevroren kookgerei gebruiken. Schade aan de panof aan het apparaatKoken zonder inhoud. Nooit een pan zonder inhoud op een hetekookzone plaatsen of verhitten. Glasbeschadigingen Gesmolten materiaal op de hete kookzone ofhete deksels van pannen op het glas. Geen bakpapier of aluminiumfolie en geenkunststof containers of pandeksels op dekookplaat leggen. Oververhitting Heet kookgerei op het bedieningspaneel ofop het kader. Plaats heet kookgerei nooit op deze gebie-den. 5.
nl Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming en besparing3. 1 Afvoeren van de verpakkingDe verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-nen worden hergebruikt. De afzonderlijke componenten op soort gescheidenafvoeren. 3. 2 Energie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaatminder energie. Een kookzone kiezen die bij de grootte van de pan past. Het kookgerei gecentreerd plaatsen. Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die over-eenkomt met de diameter van de kookzone. Tip: Fabrikanten van kookgerei geven vaak de bovendi-ameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de bo-demdiameter. Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedektekookzones verbruiken veel energie. Pannen afsluiten met een passend deksel. Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaataanzienlijk meer energie nodig. Deksel zo min mogelijk oplichten.
Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veel ener-gie. Glazen deksel gebruiken. Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zon-der het deksel op te lichten. Pannen met vlakke bodem gebruiken. Als de bodem niet vlak is, wordt het energieverbruikhoger. Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levens-middel. Groot kookgerei met weinig product heeft meer ener-gie nodig om op te warmen. Met weinig water koken. Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meerenergie is er nodig om op te warmen. Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand. Eenpassende doorkookstand gebruiken. Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie. Pas de ventilatiestand aan de intensiteit van de kook-damp aan. Een lagere ventilatiestand betekent minder energie-verbruik. Kies bij intensieve kookdampen op tijd een hogere ven-tilatiestand. De geuren verdelen zich minder in de ruimte.
Schakel het apparaat uit wanneer dit niet langer nodigis. Bij het koken voldoende ventileren. Het apparaat werkt efficiënter en met minder bedrijfs-geluiden. De filter met de opgegeven intervallen reinigen of ver-vangen.
De effectiviteit van het filter blijft behouden. 4 Geschikt kookgereiEen voor inductiekoken geschikt kookgerei moet eenferromagnetische bodem hebben, dus door een mag-neet worden aangetrokken, en verder moet de bodemeven groot zijn als de kookzone. Wanneer het kookgereiop een kookplaat niet herkend kan worden, plaats danhet kookgerei op een kookplaat met de eerstvolgendekleinere diameter. 4. 1 Grootte en kenmerken van het kookgereiOm het kookgerei correct te herkennen, moet u met de grootte en het materiaal van het kookgerei rekening houden. Alle panbodems moeten volledig vlak en glad zijn. Met Kookgerei-test controleert u of het kookgerei geschikt is. "Kookgerei-test", Pagina19Kookgerei Materialen EigenschappenAanbevolen kookge-reiRoestvaststalen kookgerei met sandwich-bo-dem welke de warmte goed verdeelt.
Dit kookgerei verdeelt de warmte gelijkmatig,warmt snel op en waarborgt zijn herkenning. Ferromagnetisch kookgerei van geëmailleerdstaal, gietijzer, of speciale pannen voor induc-tie van edelstaal. Dit kookgerei warmt snel op en wordt veiligherkend. Geschikt De bodem is niet volledig ferromagnetisch. Als de diameter van het ferromagnetische op-pervlak kleiner is dan de bodem van het kook-gerei, warmt alleen het ferromagnetische op-pervlak op. Daardoor verdeelt de warmte nietgelijkmatig. 6.
Uw apparaat leren kennen nlKookgerei Materialen EigenschappenKookgereibodems met aluminiumaandeel. Deze bodems van het kookgerei verkleinenhet ferromagnetische oppervlak, waardoorminder vermogen aan het kookgerei wordt af-gegeven.
Het kan zijn dat deze pannen onvol-doende of helemaal niet worden herkend endaarom ook onvoldoende worden verwarmd.Niet geschikt Kookgerei van normaal dun staal, glas, aar-dewerk, koper of aluminium.OpmerkingenGebruik tussen de kookplaat en de pan in principegeen adapterplaten.Verwarm geen leeg kookgerei en geen kookgerei metdunne bodem, omdat deze zeer sterk verhit kunnenraken.5 Uw apparaat leren kennen5.1 Uw nieuwe apparaatInformatie over uw nieuwe apparaat21345VetfilterGeurfilter bij circulatiefunctie of akoestische filterbij afvoerluchtfunctie 1KookplaatBedieningspaneelOverloopreservoir5.2 Speciale accessoiresAl naar gelang de inbouwvariant van het apparaat zijn erverschillende accessoires verkrijgbaar, welke u in devakhandel, bij de klantenservice of via onze officiëlewebsite kunt kopen.LuchtafvoersetLuchtcirculatiesetGeurfilter voor circulatiefunctieAkoestisch filter voor luchtafvoer1Afhankelijk van de apparaatuitvoering.7
De elektronica kan oververhit raken.Bedieningselement Twist Pad®Met deze magnetische draaiknop kunt u de kookplaatmet een eenvoudige draaibeweging bedienen.De controlelampen rondom de draaiknop geven de sta-tus van de selectie aan.Touch-knoppenWanneer de kookplaat opwarmt, lichten de symbolenvan de knoppen op die op dat moment beschikbaarzijn.Sensor FunctieHoofdschakelaarCombineren/scheiden van de kookzonesFrying SensorSensor FunctieTimerfuncties / KinderslotFavorietenknopConnectiviteitDe knoppen van de verschillende functies branden wit,voor zover de functies beschikbaar zijn.
Bedieningselement Twist Pad® nl5. 4 Verdeling van de kookzonesHet aangegeven vermogen wordt gemeten met de genormeerde pannen, die in IEC/EN 60335-2-6 zijn beschreven. Het vermogen kan al naar gelang de grootte of materiaal van het kookgerei variëren. A AGebied Hoogste kookstand Vermogensstand 9PowerBoost2. 200W3. 700W Vermogensstand 9PowerBoost3. 300W3. 700WIn de vermogensstand 9 bereikt de kookplaat het in detabel aangegeven vermogen, om de voorverwarmingstij-den te verkorten, en houd dit gedurende een zekere tijdaan, zolang er geen andere kookzone aan dezelfde kanin bedrijf is. 5. 5 KookzoneControleer voordat u met het koken begint of het for-maat van de pan bij de kookzone past waarmee ukookt:Gebied Type kookzone Kookzone met enkele kringFlex-Zone"Flex Zone", Pagina135. 6 Restwarmte-indicatieDe kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie.
Zolang de restwarmte-indicator brandt, mag ude kookzone niet aanraken. Indicatie BetekenisDe kookzone is heet. De kookzone is warm. 5. 7 VerzadigingsindicatieDe plaat is met een verzadigingsindicatie uitgerust. Wanneer de geurfilters zijn verzadigd, dan gaat bran-den en moet u de filters vervangen. "Geurfilter of akoestisch filter", Pagina236 Bedieningselement Twist Pad®Met deze magneetknop kunnen kookzones, vermogens-standen en andere kookplaatinstellingen worden gese-lecteerd. De knop kan op het centrale gebied van hetbedieningspaneel worden geplaatst, waar deze blijft zit-ten. Daarnaast kan de knop te allen tijde worden verwij-derd. Hij bestaat uit twee delen, welke gemakkelijk verwijderdkunnen worden. Wanneer deze van een metalen opper-vlak wordt genomen, dan kan het onderste deel op ditvlak bevestigd blijven. Voor het gebruik de twee delenweer in elkaar zetten. 6.
1 Twist Pad® positioneren en bedienen1. De kookplaat met inschakelen. 2. De knop in het centrale bereik van het bedieningspa-neel aan het met gemarkeerde punt op het glas zet-ten. 3.
Om een kookzone in te schakelen, de draaiknop terhoogte van de gewenste kookzone indrukken. 4. De knop draaien en een vermogensstand kiezen. 6. 2 GebruiksaanwijzingenBinnenin de draaiknop bevindt zich een sterke magneet. Neem daarom volgende aanwijzingen in acht:De draaiknop niet in de omgeving van magnetischegegevensdragers, zoals creditcards of kaarten metmagneetstroken brengen. De gegevensdragers kun-nen worden beschadigd. Bovendien kunnen er storin-gen bij televisies en beeldschermen optreden. 9.
nl Software-updateMetalen deeltjes die aan de onderkant blijven plak-ken, kunnen krassen veroorzaken op het oppervlakvan de kookplaat. De draaiknop altijd schoon hou-den. Als de knop vuil is, werkt hij mogelijk niet naarbehoren. Zie Reinigen van de knop. Pagina216. 3 Twist Pad® verwijderenU kunt de draaiknop tijdens het koken van de kookzoneverwijderen. Wanneer u de draaiknop verwijderd, dan wordt de func-tie Pauze gedurende 10 minuten ingeschakeld. Pagina17 Als u de draaiknop na het verstrijken vandeze tijd niet in zijn positie terugzet, schakelt de kook-plaat uit. WAARSCHUWING‒Brandgevaar. Wanneer u tijdens deze 10 minuten een metalen voor-werp op het gebied van de draaiknop legt, dan kan dekookzone verder verwarmen. Schakel de kookzone altijd middels de hoofdschake-laar uit. 6.
4 Gebruik zonder draaiknop Twist Pad®Wanneer u de draaiknop kwijt bent of in andere situa-ties, kunt u de kookplaat ook zonder TwistPad gebrui-ken. Hiervoor:1. De kookplaat met inschakelen. 2. Binnen de volgende 5 seconden de symbolenen tegelijk gedurende 4 seconden indrukken. Erklinkt een waarschuwingssignaal en brandt. 3. Druk meerdere malen op tot de aanwijzing van degewenste kookzone gaat branden. 4. Stel aansluitend met of de gewenste vermo-gensstand in. De kookzone is ingeschakeld en verwarmt. OpmerkingenIn deze modus is slechts de basisfunctie van dekookzone beschikbaar. U kunt de draaiknop altijd weer op de programmeer-zone positioneren. 7 Software-updateWanneer het apparaat met HomeConnect is verbonden,dan kunnen enkele functies via een software-update be-schikbaar zijn. Verdere informatie over de beschikbaarheid van derge-lijke functies vindt u op de website www. neff-home.
com8 FunctiesU kunt uw apparaat gebruiken in de luchtafvoermodusof in de luchtcirculatiemodus. 8. 1 Gebruik met afvoerluchtDe aangezogen lucht wordt door de vetfilters gereinigden via een buizensysteem naar de buitenlucht afge-voerd.
De lucht mag niet worden afgevoerd ineen schoorsteen die wordt gebruikt voorafvoergassen van apparaten bestemdvoor het verbranden van gas of anderebrandstoffen (dit geldt niet voor ventilatie-apparatuur). Komt de afvoerlucht terecht in eenrook- of afvoergasschoorsteen die nietin gebruik is, dan dient hiervoor toe-stemming van een vakbekwameschoorsteenveger te worden verkre-gen. Wordt de afvoerlucht door de buiten-muur geleid, dan raden wij u aan eentelescoop-muurkast te gebruiken. 8. 2 Gebruik met circulatieluchtDe aangezogen lucht wordt door de vetfilters en eengeurfilter gereinigd en weer teruggeleid in de ruimte. Monteer een geurfilter om geurtjes tevoorkomen bij het gebruik van de circula-tiefunctie. De verschillende manieren omhet apparaat met circulatielucht te gebrui-ken, vindt u in onze catalogus of kunt unavragen bij uw speciaalzaak.
Het daar-toe benodigde toebehoren is verkrijgbaarbij de speciaalzaak, de klantenservice ofin de online-shop. Opmerking: Bij intensief en langdurig koken wordtvocht in de lucht van de ruimte afgegeven. Wanneer uhet apparaat in de circulatiefunctie gebruikt, dan radenwij aan de keuken afdoende te ventileren, bijvoorbeelddoor het kortstondig openen van een raam, om de over-tollige vochtigheid af te voeren. 9 Voor het eerste gebruikHoud de volgende adviezen aan. 9. 1 Eerste reinigingVerpakkingsresten van het kookplaatoppervlak verwijde-ren en het oppervlak met een vochtige doek afvegen. 10.
De Bediening in essentie nlEen lijst met de aanbevolen reinigingsmiddelen vindt uop de officiële website www. neff-home. com. Meer informatie over onderhoud en reiniging. Pagina219. 2 Apparaat voorbereidenVoor een correcte werking moet u de componenten indeze volgorde plaatsen:1. De filters plaatsen. 2. Het metalen vetfilter plaatsen. Opmerking: Het apparaat nooit zonder metalen vetfilteren overloopreservoir gebruiken. 9. 3 Koken met inductieVergeleken met gangbare kookplaten brengt inductieko-ken enkele veranderingen met zich mee en biedt heteen aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het ko-ken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudigeronderhoud en reiniging. Het biedt ook een betere warm-teregeling, omdat de warmte direct in het kookgereiwordt opgewekt. 9. 4 KookgereiEen lijst van het aanbevolen kookgerei vindt u op de of-ficiële website www. neff-home. com.
Meer informatie over het passende kookgerei. Pagina69. 5 Functie instellenHet apparaat wordt geleverd met vooringestelde circula-tiefunctie. Wanneer uw kookplaat met luchtafvoer naar buiten isgeïnstalleerd, moet u de instelling op deze modusconfigureren. Meer informatie kunt u vinden in hoofdstuk"Basisinstellingen", Pagina179. 6 Home Connect instellenAls u het apparaat voor de eerste keer inschakelt, wordtde instelling van het thuisnetwerk opgevraagd. Op hetdisplay licht gedurende enkele seconden op. Tik om het verbinden met Home Connect te starten op en houd de aanwijzingen in hoofdstuk aan. Om de instelling te beëindigen, de kookplaat uitschake-len. U kunt de instelling HomeConnect ook op een andertijdstip uitvoeren. 10 De Bediening in essentie10. 1 Kookplaat inschakelenOp drukken. De symbolen van de kookzones en de momenteelbeschikbare functies branden.
2 De kookplaat uitschakelen aanraken tot de indicaties doven. Alle kookzones zijn uitgeschakeld. Opmerking: Wanneer alle kookzones langer dan 59se-conden uitgeschakeld zijn, dan schakelt de kookplaatuit. 10. 3 De vermogensstand in de kookzonesinstellenDe kookzone heeft 17 vermogensstanden, die van tot met tussenwaarden worden weergegeven. Kies devermogensstand die voor het product en de geplandebereiding het meest geschikt is. 1. Druk de draaiknop ter hoogte van de gewenste kook-zone in om de kookzone te selecteren. is helderder verlicht. 2. Draai aan de draaiknop om de gewenste vermogens-stand te selecteren. De vermogensstand is ingesteld. Opmerking: Wanneer er geen kookgerei op de kook-plaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert degekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordtde kookzone uitgeschakeld.
QuickStartAls u vóór het inschakelen van het apparaat een ofmeerdere pannen op een kookzone plaatst, herkentde kookplaat deze en kiest de kookplaat automatischde kookzone voor één van de pannen. Vervolgens inde volgende 59 seconden de vermogensstand kie-zen, anders schakelt de kookplaat zelf uit. Vermogensstand wijzigen of kookzoneuitschakelen1. De kookzone kiezen. 2. De vermogensstand met de draaiknop wijzigen of op0 zetten. De vermogensstand van de kookzone wordt gewij-zigd of de kookzone wordt uitgeschakeld. 10. 4 KookadviezenDe tabel geeft aan welke vermogensstand ( ) voor welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd ( )kan va-riëren afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen. Om voor te verwarmen,vermogensstand 8 - 9 instellen. 11.
5 -SudderenStoofvlees 4-5 60-100Goulash 23-4 50-60Sudderen / braden met weinigvet 1Schnitzel, al dan niet gepaneerd 6-7 6-10Steak (3 cm dik) 7-8 8-12Borst van gevogelte (2cm dik) 5-6 10-20Hamburger (2 cm dik) 6-7 10-20Vis en visfilet, gepaneerd 6-7 8-20Garnalen en krab 7-8 4-10Sauteren van verse groente enpaddestoelen7-8 10-20Diepvriesgerechten, bijv. koe-kenpangerechten6-7 6-10Omelet (na elkaar bakken) 3. 5-4. 5 3-10Frituren, 150-200g per portiein 1-2l olie, in porties frituren1Diepvriesproducten, bijv. frites,kip-nuggets8-9 -Groente, paddestoelen, gepa-neerd, in bierdeeg of in tempura6-7 -Klein gebak, bijv. beignets, Berli-ner bollen, fruit in bierdeeg4-5 -11 KapregelingDe kookzone beschikt over een in het kookvlak geïnte-greerd luchtafvoersysteem.
Het luchtafvoersysteem wordt via de luchtkwaliteitssen-sor aangestuurd, welke automatisch de kookdamp her-kent en de optimale stand kiest. De functies voor het aansturen van het luchtafvoersys-teem worden hierna beschreven. U kunt de fabrieksinstellingen te allen tijde wijzigen. "Basisinstellingen", Pagina17Opmerking: Om de prestaties te verbeteren, laag kook-gerei gebruiken. Bij hoog kookgerei het deksel schuinplaatsen. 11.
1 Automatische start voor de ventilatieWanneer u de aan de eerste kookzone een vermogens-stand toewijst, dan begint het afvoerluchtsysteem auto-matisch te werken. De luchtkwaliteitssensor herkent au-tomatische de kookdamp en kiest de optimale stand. De indicatie brandt. Na deze automatische start kunt u de ventilatiestand wij-zigen. Ventilatiestand wijzigen of deactiveren. Pagina1211. 2 Functies van de sensorenU kunt de ventilatiewerking van de luchtkwaliteitssensorte allen tijde in- of uitschakelen. De luchtkwaliteitssensor herkent automatische de kook-damp en kiest de optimale ventilatiestand. Voor het uitschakelen de gewenste ventilatiestand kie-zen of de draaiknop op zetten. Om de functie in te schakelen, aan de draaiknop draai-en, totdat gaat branden. 11. 3 KapregelingDe kookzone heeft 17 ventilatiestanden, welke van tot met tussenliggende waarden worden weergegeven.
Favorietenknop nlIntensiefstanden inschakelen1. Druk op. 2. De gewenste intensiefstand kiezen:Intensiefstand I: draai aan de draaiknop, totdat gaat branden. Draai opnieuw aan de draaiknop, tot-dat gaat branden. Intensiefstand II: draai aan de draaiknop totdat gaat branden. Opmerking: Nach ca. 8minuten schakelt het apparaatzelfstandig terug naar ventilatiestand. Intensiefstanden wijzigen of uitschakelen1. Druk op. 2. Met de draaiknop de gewenste ventilatiestand kiezenof op aanpassen. 11. 5 Naventilatie voor ventilatieDe ventilatie loopt nog enkele minuten na het uitschake-len van de kookzone met de hoofdschakelaar na. Een vereiste daarvoor is dat de kookzone minimaal éénminuut is ingeschakeld en dat de ventilatie loopt. De ventilatie schakelt zich na het verstrijken van de be-treffende tijdsduur automatisch uit. Deze tijdsduur hangtaf van de functie, waarin het apparaat is geïnstalleerd.
Bij ingeschakelde ventilatie is de ventilatiestand verlicht. U kunt de ventilatie te allen tijde uitschakelen, door op te drukken. 12 FavorietenknopMet de functie kunt u twee functies of kookinstellingenkiezen, om deze op snel toegankelijk te maken. 12. 1 Favorietenknop functies toekennenVereiste: Het apparaat met Home Connect verbinden. Home Connect1. Om functies toe te kennen, de Home Connect appopenen en de aanwijzingen opvolgen. 2. Zodra u de functies heeft toegekend, kunt u deze ge-bruiken:Functie 1: kort drukken. Functie 2: lang drukken. Opmerking: Wanneer u geen functie heeft toegekend,dan schakelt zich uit na het inschakelen van de kook-plaat. 13 Flex ZoneDe flexibele kookzone maakt het voor u mogelijk omkookgerei in gelijk welke vorm of grootte naar wens teplaatsen. Hij bestaat uit vier inductoren, die onafhanke-lijk van elkaar functioneren.
1 Plaatsen van het kookgereiDe flexibele kookzone kan op twee manieren wordengeconfigureerd, al naar gelang welk kookgerei wordtgebruikt. Om een goede warmteherkenning en warmte-verdeling te waarborgen, het kookgerei goed gecen-treerd te plaatsen, zoals op de afbeeldingen is weerge-geven. Als een gecombineerde kookzoneAanbevolen voor het komen met slechts één stuk kook-gerei. Plaatsen van het kookgerei afhankelijk van de groot-te:Aanbevolen langwerpig kookgerei :Als twee gescheiden kookzonesAanbevolen voor het koken met twee stukken kookge-rei. U kunt de voorste en achterste zone gescheiden van el-kaar gebruiken en voor elke een eigen vermogensstandinstellen. 13. 2 Schakel Flex Zone in1. Plaats het kookgerei op de kookzone. 13.
nl Tijdfuncties2. Het apparaat herkent het kookgerei en kiest de kook-zone. Al naar gelang de grootte en positie van de pan wor-den de kookzones automatische gescheiden of ver-bonden. Als de flexibele zone is verbonden, licht rood op. OpmerkingenU kunt de instellingen van de kookzone handmatigwijzigen door aan te raken. Wanneer u het kookgerei van een actieve verbondenkookzone verplaatst of optilt, start automatische eenzoekfunctie. Elke kookgerei, dat bij deze zoekactiebinnen de kookzone wordt gevonden, wordt ver-warmd met de eerder gekozen kookstand. 14 TijdfunctiesUw kookplaat beschikt over verschillende functies voorhet instellen van de bereidingstijd:UitschakeltimerTimerAan de knop is standaard de functie Uitschakeltimertoegekend. U kunt de sensor echter ook aan één vande hierboven genoemde functies toekennen.
Deze instel-lingen kunt u via de Home Connect app of onder Basis-instellingen wijzigen Pagina17. 14. 1 UitschakeltimerMet de functie kunt u een bereidingstijd in een kookzo-ne en de automatische uitschakeling ervan na het ver-strijken van de ingestelde tijd programmeren. Uitschakeltimer inschakelen1. Kies de kookzone en de gewenste vermogensstand. 2. Op tippen. en branden. 3. Draai, om de gewenste bereidingstijd in te stellen, dedraaiknop binnen 10 seconden. 4. Raak aan om te bevestigen. De bereidingstijd begint af te lopen. 1 minuut voorhet verstrijken van de geselecteerde tijd klinkt eensignaal. U kunt de toestand van het levensmiddelcontroleren en indien nodig de bereidingstijd verlen-gen. Wanneer de bereidingstijd is verstreken, schakelt dekookzone uit en er klinkt een signaal.
OpmerkingenWanneer in een kookzone, waarin Frying Sensor isgeactiveerd, een bereidingstijd is geprogrammeerd,begint de geprogrammeerde bereidingstijd af te tel-len, zodra het gekozen temperatuurniveau is bereikt. Druk, om de aanwijzing tussen de functietemperatuurFrying Sensor en de geprogrammeerde bereidingstijdte wisselen, op de gekozen temperatuur.
Uitschakeltimer wijzigen of uitschakelen1. Kies de kookzone en raak vervolgens het symboolaan. 2. De bereidingstijd met de draaiknop wijzigen of op zetten om de functie uit te schakelen. 14. 2 TimerMet de functie kunt u een timer activeren. Deze functieis onafhankelijk van de kookzones en andere instellin-gen. Deze schakelt de kookzones niet automatisch uit. Timer inschakelenVereiste: de functie toewijzen. 1. Raak aan. 2. Aan de draaiknop draaien om de gewenste tijd te se-lecteren. De tijd begint af te lopen. Als de tijd is verstreken, klinkt er een signaal en knip-peren de displays. Timer wijzigen of uitschakelen1. Raak aan. 2. De tijd met de draaiknop wijzigen of op zettenom de functie uit te schakelen. 15 PowerBoostMet deze functie verhit u grote hoeveelheden water snel-ler dan met.
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voorzover de andere kookzone aan dezelfde kant niet in ge-bruik is. 15. 1 PowerBoost inschakelen1. Kies de kookzone. 2. Draai aan de draaiknop totdat vermogensstand ver-schijnt. 3. Draai de draaiknop opnieuw totdat gaat branden. De functie is ingeschakeld. Opmerking: Deze functie kunt u ook bij het koken metsamenhangende FlexZone inschakelen. 15. 2 PowerBoost uitschakelen1. Kies de kookzone. 14.
PanBoost nl2. Draai aan de draaiknop en kies een andere vermo-gensstand. dooft. De functie is gedeactiveerd. Opmerking: Om de elektronica-elementen binnenin dekookplaat te beschermen, schakelt deze functie zich on-der bepaalde omstandigheden automatisch uit. 16 PanBoostMet deze functie verhit u pannen sneller dan met. DePowerBoost functie niet met braadpannen gebruiken, decoating kan daarbij beschadigd raken. U kunt de functie via Home Connect of Favorietenknopactiveren. Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar, voorzover de andere kookzone aan dezelfde kant niet in ge-bruik is. Anders knipperen in de indicatie van de geko-zen kookzone en. Vervolgens wordt automatischingesteld. 16. 1 GebruiksadviezenLeg geen deksel op de pan. Nooit lege pannen zonder toezicht verhitten. Alleen koude pannen gebruiken. Pannen met volkomen effen bodem gebruiken. Geenpannen met dunne bodem gebruiken.
16. 2 Schakel PanBoost inVereiste: de functie toewijzen. "Favorietenknop", Pagina131. Kies de kookzone. 2. Op drukken. 3. brandt. De functie is geactiveerd. Opmerking: Deze functie kunt u ook bij het koken metsamenhangende FlexZone inschakelen. 16. 3 PanBoost uitschakelen1. Kies de kookzone. 2. Draai aan de draaiknop en kies een andere vermo-gensstand. dooft. De functie is gedeactiveerd. Opmerking: Om hoge temperaturen te vermijden scha-kelt deze functie na 30 seconden automatisch uit. 17 WarmhoudfunctieDeze functie kunt u gebruiken om chocolade of boter tesmelten en gerechten warm te houden. U kunt de functie via Home Connect of Favorietenknopactiveren. 17. 1 Schakel Warmhoudfunctie inVereiste: de functie toewijzen. "Favorietenknop", Pagina131. Kies de gewenste kookzone. 2. Druk op. brandt. De functie is ingeschakeld. 17. 2 Schakel Warmhoudfunctie uit1. Kies de kookzone. 2.
18 PowerTransferMet deze functie kunt u de kookstand en de geprogram-meerde bereidingstijd van de ene naar de andere kook-zone overdragen. 18. 1 PowerTransferVereiste: Verplaats de pan naar een kookzone die nietingeschakeld is en nog niet vooraf is ingesteld of waar-op eerder geen andere pan stond. 1. Verplaats het kookgerei. Het kookgerei wordt herkend. Op het display van de nieuwe kookzone knipperen af-wisselend de eerder gekozen vermogensstand en. 15.
nl Frying Sensor2. Om de instellingen over te nemen, met de draaiknopde nieuwe kookzone selecteren. De oorspronkelijke kookzone stelt zich op in. De instellingen zijn op de nieuwe kookzone overge-dragen. Opmerking: Wanneer u een nieuw kookgerei op eenandere kookzone plaatst, voordat u de instellingen heeftbevestigd, dan kunt u deze functie voor het nieuwekookgerei gebruiken. 19 Frying SensorMet deze functie kunt u smelten, sauzen bereiden, sau-teren, frituren of braden, waarbij de temperatuur ondercontrole wordt gehouden. In de plaats van tijdens het koken telkens weer de ver-mogensstand aan te passen, eenmaal de gewenstetemperatuur kiezen. De sensoren onder de keramischeglasplaat meten dan de temperatuur van het kookgereien houden deze tijdens het volledige kookproces con-stant. Deze functie is beschikbaar op de kookzones die met zijn gemarkeerd.
Functies TemperatuurSmelten 70-80ºCSauzen bereiden 110 - 120ºCBraden 140ºCBraden 160ºCBraden 180-200ºCBraden 220ºC19. 1 Aanbevolen kookgereiVoor deze functie werd speciaal kookgerei ontwikkeld,dat optimale resultaten levert. Het aanbevolen kookgerei kunt u verkrijgen via de servi-cedienst, de vakhandel of onze onlineshop www. neff-home. com. Opmerking: U kunt ook ander kookgerei gebruiken. Af-hankelijk van de kwaliteit van het kookgerei kan de be-reikte temperatuur echter van de gekozen temperatuur-stand afwijken. 19. 2 Frying Sensor inschakelen1. Plaats het lege kookgerei op een kookzone. 2. Kookzone kiezen3. Druk op. , en de vooringestelde temperatuur gaan brandenop het display van de geselecteerde kookzone. 4. De gewenste temperatuur met de draaiknop selecte-ren. knippert op het bedieningspaneel tot de ingesteldetemperatuur is bereikt.
De op de displays weergegeven temperatuur is eenbenaderingswaarde en kan afwijken van de daadwer-kelijke temperatuur in de braadpan. Wanneer de temperatuur is bereikt, dan klinkt eensignaal en alsmede het temperatuursymbool hou-den op te knipperen. 5. Het braadvet en dan het product in de braadpandoen. Opmerking: Als u meer dan 250 ml olie nodig hebt omte koken, dan de olie toevoegen en een paar secondenwachten voordat u het te bereiden product toevoegt. 19. 3 Schakel Frying Sensor uitDe kookzone kiezen en aanraken. 19. 4 Adviezen voor het koken met FryingSensorIn de bijgevoegde documentatie vindt u een tabel metadviezen voor het koken met Frying Sensor. 20 KinderslotDe kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermeevoorkomt u dat kinderen de kookplaat inschakelen. 20. 1 Kinderslot inschakelenVereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn. Raak gedurende 4 seconden aan.
brandt 10seconden lang. De kookplaat is geblokkeerd. 20. 2 Kinderslot deactiveren1. De kookplaat inschakelen. 2. Raak gedurende 4 seconden aan. De blokkering is opgeheven. 20. 3 Automatisch kinderslotU kunt het kinderslot ook automatisch elke keer na hetuitschakelen van de kookplaat activeren. Hoe u de functie activeert en deactiveert kunt u lezen inhet hoofdstuk basisinstellingen Pagina17. 16.
Pauze nl21 PauzeMet de functie kunt u actieve bereidingsprocessen tot10 minuten onderbreken en weer starten zonder de ge-kozen instellingen te hoeven wijzigen. De functie kunt u bijvoorbeeld voor het reinigen van hetbedieningspaneel inschakelen. 21. 1 Pauze-functie activerenVerwijder de draaiknop van het bedieningspaneel. In de indicaties van de kookzones knippert. Alle actieve bereidingsprocessen worden gestopt. Deinstellingen blijven bewaard. De functie is geactiveerd. 21. 2 Pauze-functie deactiverenPlaats de draaiknop weer op het bedieningspaneel. De functie is gedeactiveerd. De bereidingsprocessenworden voortgezet. Opmerking: Na 10 minuten schakelt de kookzone auto-matisch uit. 22 Individuele veiligheidsuitschakelingWanneer een kookzone langere tijd in gebruik is en ugeen instelling wijzigt, dan activeert u de veiligheidsfunc-tie. De kookzone geeft weer en schakelt uit.
De tijd is afhankelijk van het geselecteerde vermogens-niveau. Vermogensstand Tijd1,0 - 1,5 10 uurVermogensstand Tijd2,0 - 3,5 5 uur4,0 - 5,0 4 uur5,5 - 6,5 3 uur7,0 - 7,5 2 uur8,0 - 9,0 1uurDruk op een willekeurige button. 23 BasisinstellingenU kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uwwensen instellen. 23. 1 Overzicht van de basisinstellingenIndicatie Instelling Waarde Kinderslot"Kinderslot", Pagina16 - Handmatig. 1 - Automatisch. - Functie uitgeschakeld. Akoestische signalen - Het bevestigingssignaal, het foutsignaal en het signaalvoor verkeerd gebruik zijn gedeactiveerd. - Het foutsignaal is geactiveerd. - Het bevestigingssignaal en het signaal voor verkeerdgebruik zijn geactiveerd. - Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld 1. Geluidsvolume van de akoestische signalen - Stil. - Gemiddeld. 1 – Luid.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Neff V68YYX4B0 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden