Neff NL4WR21N1 Handleiding

Neff Magnetron NL4WR21N1

Bekijk gratis de handleiding van Neff NL4WR21N1 (112 pagina’s), behorend tot de categorie Magnetron. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Neff NL4WR21N1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/112
ST4_Neff_Cover.indd 1ST4_Neff_Cover.indd 122.01.2024 10:51:4722.01.2024 10:51:47
Mikrowelle
Micro-ondes
Forno a microonde
Magnetron
[de]Gebrauchs- und Montageanleitung 2
[fr]Manuel d'utilisation et notice
d'installation ................................ 29
[it]Manuale utente e istruzioni
d'installazione ............................. 56
[nl]Gebruikershandleiding en installatie-
instructies ................................... 83
NR4WR21.1. NL4WR21.1.

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Neff
Categorie: Magnetron
Model: NL4WR21N1
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Inhoud (binnenkant): 21 l
Soort bediening: Touch
Magnetronvermogen: 900 W
Kleur van het product: Zwart
Aantal vermogenniveau's: 5
Deurscharnieren: Links
Ingebouwd display: Ja
Gewicht: 17000 g
Breedte: 596 mm
Diepte: 318 mm
Hoogte: 382 mm
Netbelasting: 1220 W
Grill: Nee
Snoerlengte: 1.75 m
Gewicht verpakking: 18900 g
Verlichting binnenin: Ja
Geïntegreerde klok: Ja
Soort klok: Elektronisch
Ontdooifunctie: Ja
Aantal automatische programma's: 7
Installatie compartiment breedte: 560 mm
Installatie compartiment diepte: 300 mm
Installatie compartiment hoogte: 382 mm
Stroom: 10 A
Inverter technologie: Ja
Aantal kookprogramma's: 4
Afmetingen binnenkant (B x D x H): 350 x 220 x 270 mm
Deur openen: Opening aan zijkant
Hoeveelheid ontdooïngsprogramma's: 3
AC-ingangsspanning: 220 - 240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 - 60 Hz
Type product: Solo-magnetron
Type beeldscherm: TFT

Handleiding Neff NL4WR21N1 – volledige tekst

Veiligheid nl83InhoudsopgaveGEBRUIKERSHANDLEIDING1 Veiligheid. 832 Materiële schade vermijden. 873 Milieubescherming en besparing. 874 Uw apparaat leren kennen. 885 Voor het eerste gebruik. 896 De Bediening in essentie. 907 Magnetron. 908 Gerechten. 929 Tijdfuncties. 9310 Kinderslot. 9411 Basisinstellingen. 9412 EasyClean. 9513 Reiniging en onderhoud. 9514 Storingen verhelpen. 9715 Afvoeren. 9816 Servicedienst. 9817 Zo lukt het. 9818 MONTAGEHANDLEIDING. 10418. 2 Veilige montage. 1041 VeiligheidNeem de volgende veiligheidsvoorschriften inacht. 1. 1 Algemene aanwijzingen¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldigdoor. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzing en de pro-ductinformatie voor later gebruik of voorvolgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transport-schade niet aan. 1.

2 Bestemming van het apparaatApparaten zonder stekker mogen alleen doorgeschoold personeel worden aangesloten. Bijschade door een verkeerde aansluiting kunt ugeen aanspraak maken op garantie. De veiligheid is alleen gewaarborgd bij eendeskundige montage volgens de montage-handleiding. De installateur is verantwoordelijkvoor een goede werking op de plaats van op-stelling. Gebruik het apparaat uitsluitend:¡ om voedsel en dranken te bereiden. ¡ onder toezicht. Houd kortstondige kookpro-cessen ononderbroken in het oog. ¡ In het huishouden en soortgelijke toepas-singen zoals bijvoorbeeld: in keukens voormedewerkers in winkels, kantoren en ande-re commerciële omgevingen, in boerderij-en; van klanten in hotels en andere verblij-ven, in bed and breakfasts. ¡ tot een hoogte van 4000m boven zeeni-veau. Dit apparaat voldoet aan de norm EN55011resp. CISPR11.

Het is een product van groep2, klasse B. Groep 2 betekent dat er micro-golven worden geproduceerd om levensmid-delen te verwarmen. Klasse B houdt in dat hetapparaat geschikt is voor huishoudelijk ge-bruik. 1.

3 Inperking van de gebruikersDit apparaat kan worden bediend door kinde-ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie-ke, sensorische of geestelijke beperkingen ofmet gebrekkige ervaring en/of kennis, indienzij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd inhet veilige gebruik van het apparaat en dedaaruit resulterende gevaren hebben begre-pen. Kinderen mogen niet met het apparaat spe-len. Reiniging en gebruikersonderhoud mogenniet worden uitgevoerd door kinderen, tenzijze 15jaar of ouder zijn en onder toezichtstaan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabelkunnen komen. 1. 4 Veiliger gebruikAccessoires altijd op de juiste manier in debinnenruimte schuiven.

nl Veiligheid84WAARSCHUWING‒Kans op brand. In de binnenruimte bewaarde brandbare voor-werpen kunnen vlam vatten. ▶ Bewaar nooit brandbare materialen in debinnenruimte. ▶ Wanneer er rook wordt geproduceerd moethet apparaat worden uitgeschakeld of destekker uit het stopcontact worden gehaalden moet de deur gesloten worden gehou-den om eventueel optredende vlammen tedoven. Losse voedselresten, vet en vleessap kunnenin brand vliegen. ▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, deverwarmingselementen en de accessoiresvrij te maken van grove verontreiniging. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Accessoires of vormen worden zeer heet. ▶ Neem hete accessoires en vormen altijdmet behulp van een pannenlap uit de bin-nenruimte. In de hete binnenruimte kunnen alcoholdam-pen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-springen. Er kunnen hete dampen en steek-vlammen naar buiten treden.

▶ Gebruik slechts geringe hoeveelhedendrank met een hoog alcoholpercentage. ▶ Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 %vol. ) in onverdunde toestand (bijv. voor hetopgieten of overgieten van gerechten) ver-hitten. ▶ Apparaatdeur voorzichtig openen. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Tijdens het gebruik worden de toegankelijkeonderdelen heet. ▶ De hete onderdelen nooit aanraken. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in debuurt zijn. Bij het openen van de apparaatdeur kan hetestoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van detemperatuur niet altijd zichtbaar. ▶ Apparaatdeur voorzichtig openen. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in debuurt zijn. Door water in de hete binnenruimte kan hetewaterdamp ontstaan. ▶ Nooit water in de hete binnenruimte gieten. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Wanneer er krassen op het glas van de appa-raatdeur zitten, kan dit barsten.

▶ Gebruik geen scherp of schurend reini-gingsmiddel of scherpe metalen schrapervoor het reinigen van het glas van de appa-raatdeur omdat dit het oppervlak kan be-schadigen.

Bij het openen en sluiten van de apparaatdeurbewegen de scharnieren zich en kunnen zeklem komen te zitten. ▶ Kom niet met uw handen bij de scharnie-ren. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneelmag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveon-derdelen worden gebruikt voor reparatievan het apparaat. ▶ Wanneer de netaansluitkabel of de appa-raataansluitkabel van dit apparaat bescha-digd raakt, moet deze worden vervangendoor een speciale netaansluitkabel of spe-ciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaaris bij de fabrikant of de klantenservice. Een beschadigde isolatie van het netsnoer isgevaarlijk. ▶ Nooit het aansluitsnoer met hete apparaat-onderdelen of warmtebronnen in contactbrengen. ▶ Nooit het aansluitsnoer met scherpe puntenof randen in contact brengen.

▶ Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen ofveranderen. Binnendringend vocht kan een elektrischeschok veroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreinigergebruiken om het apparaat te reinigen. Een beschadigd apparaat of een beschadigdnetsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶ Nooit een apparaat met gescheurd of ge-broken oppervlak gebruiken. ▶ Nooit aan het netsnoer trekken, om het ap-paraat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trek-ken. ▶ Wanneer het apparaat of het netsnoer isbeschadigd, dan direct de stekker van het.

Veiligheid nl85netsnoer uit het stopcontact halen of de ze-kering in de meterkast uitschakelen. ▶ Contact opnemen met de servicedienst. →Pagina98WAARSCHUWING‒Kans opverstikking. Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal overhet hoofd trekken en hierin verstrikt raken enstikken. ▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin-deren houden. ▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri-aal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademenof inslikken en hierdoor stikken. ▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde-ren houden. ▶ Kinderen niet met kleine onderdelen latenspelen. 1. 5 MagnetronBELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIF-TEN ZORGVULDIG LEZEN EN VOOR HETVERDERE GEBRUIK BEWARENWAARSCHUWING‒Kans op brand. Oneigenlijk gebruik van het apparaat is ge-vaarlijk en kan schade veroorzaken. Verwarm-de pantoffels, granen- pittenkussens kunnenbijvoorbeeld ook na uren nog vlam vatten.

▶ Droog nooit gerechten of kleding met hetapparaat. ▶ Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens,zwammen, vochtige poetslappen e. d. methet apparaat opwarmen. ▶ Gebruik het apparaat uitsluitend voor hetbereiden van gerechten en dranken. Levensmiddelen en de verpakkingen ervankunnen ontbranden. ▶ Nooit levensmiddelen opwarmen in verpak-kingen die bestemd zijn om ze warm tehouden. ▶ Levensmiddelen nooit zonder toezicht ver-warmen in voorwerpen van kunststof, pa-pier of ander brandbaar materiaal. ▶ Bij de magnetron nooit een te groot vermo-gen of te lange tijdsduur instellen. Houd uaan de opgaven in deze gebruiksaanwij-zing. ▶ Nooit levensmiddelen drogen met de mag-netron. ▶ Levensmiddelen die weinig water bevatten,zoals bijv. brood, nooit met een te hoogmagnetronvermogen of gedurende een telange tijd ontdooien of verwarmen. Spijsolie kan vlam vatten.

▶ Nooit vloeistof of andere voedingsmiddelenverhitten in dicht afgesloten vormen. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Levensmiddelen met een vaste schil of pelkunnen tijdens, maar ook nog na het opwar-men, exploderen. ▶ Nooit eieren in de eierschaal koken ofhardgekookte eieren in de eierschaal op-warmen. ▶ Nooit schaal- en kreeftachtige dieren ko-ken. ▶ Bij spiegeleieren of eieren in een glas dientu eerst de dooier door te prikken. ▶ Bij levensmiddelen met een vaste schil ofpel, bijv. appels, tomaten, aardappelen enworstjes, kan de schil knappen. Prik voorhet opwarmen gaatjes in de schil of vel. De warmte wordt niet gelijkmatig verdeeld inde babyvoeding. ▶ Warm nooit babyvoeding op in geslotenverpakkingen. ▶ Verwijder altijd het deksel of de speen. ▶ Na het verwarmen goed roeren of schud-den. ▶ Voordat de voeding aan het kind wordt ge-geven dient de temperatuur te worden ge-controleerd.

nl Veiligheid86Tijdens het gebruik worden de toegankelijkeonderdelen heet. ▶ De hete onderdelen nooit aanraken. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in debuurt zijn. Het onjuiste gebruik van het apparaat is ge-vaarlijk. Voorwerpen zoals oververhitte pantof-fels, pitten- of graankussen, sponzen, vochtigeschoonmaakdoekjes e. d. kunnen verbrandingtot gevolg hebben. ▶ Droog nooit gerechten of kleding met hetapparaat. ▶ Nooit pantoffels, pitten- of granenkussens,zwammen, vochtige poetslappen e. d. methet apparaat opwarmen. ▶ Gebruik het apparaat uitsluitend voor hetbereiden van gerechten en dranken. WAARSCHUWING‒Kans opbrandwonden. Bij het verwarmen van vloeistof kan er kook-vertraging ontstaan. Dit houdt in dat de kook-temperatuur wordt bereikt zonder de kenmer-kende bellen ontstaan. Al bij een kleine schokvan het recipiënt is voorzichtigheid geboden.

De hete vloeistof kan plots overkoken en weg-spatten. ▶ Zorg ervoor dat er tijdens het verwarmenaltijd een lepel in de vorm staat. Zo wordtkookvertraging voorkomen. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Ongeschikte vormen kunnen barsten. Vormenvan porselein en keramiek kunnen kleinegaatjes hebben in de handgrepen en deksels. Achter deze gaatjes bevindt zich een holleruimte. Als er vocht in deze ruimte komt, kandit barsten veroorzaken in de vormen. ▶ Alleen servies gebruiken dat geschikt isvoor de magnetron. Bij gebruik van de magnetronfunctie kunnenvormen van metaal of vormen met metalencoating leiden tot het ontstaan van vonken. Het apparaat wordt dan beschadigd. ▶ Gebruik nooit metalen vormen bij gebruikvan uitsluitend de magnetron. ▶ Alleen servies gebruiken dat geschikt isvoor de magnetron. WAARSCHUWING‒Kans op elektrischeschok. Het apparaat werkt met hoogspanning.

Gebrekkige reiniging kan het oppervlak vanhet apparaat vernietigen, de gebruiksduur ver-korten en tot gevaarlijke situaties leiden, zoalsbijvoorbeeld naar buiten komende magnetron-energie. ▶ Het apparaat regelmatig schoonmaken enresten van voedingsmiddelen direct verwij-deren. ▶ Houd de binnenruimte, deurafdichting, deuren deuraanslag altijd schoon. →"Reiniging en onderhoud", Pagina95Het apparaat nooit gebruiken wanneer dedeur van de binnenruimte of deurdichting be-schadigd is. Er kan energie van de microgol-ven naar buiten komen. ▶ Het apparaat nooit gebruiken wanneer dedeur van de binnenruimte, de deurafdich-ting of de kunststof omlijsting van de deurbeschadigd is. ▶ Alleen door de servicedienst laten repare-ren. Bij apparaten waarvan de behuizing niet is af-gedekt komt energie van microgolven vrij. ▶ De afdekking van de behuizing nooit verwij-deren.

Materiële schade vermijden nl87Materiële schade vermijden2 Materiële schade vermijden2. 1 AlgemeenLET OP. Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ont-vlammen en tot een permanente beschadiging van hetapparaat leiden. Door de explosieve verbranding kande apparaatdeur openspringen en er eventueel afval-len. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinte-ren. Door de onderdruk die ontstaat kan de binnen-ruimte naar binnen sterk vervormen. ▶ Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol. ) in on-verdunde toestand (bijv. voor het opgieten of over-gieten van gerechten) verhitten. Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnen-ruimte ontstaat er corrosie. ▶ Veeg het condenswater na elk bereiding af. ▶ Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurendelangere tijd in de gesloten binnenruimte. ▶ Bewaar geen gerechten in de binnenruimte.

Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdenshet gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubel-fronten kunnen dan beschadigd raken. ▶ Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is. ▶ Nooit het apparaat met beschadigde afdichting ofzonder afdichting gebruiken. Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak omiets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur be-schadigd raken. ▶ Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen oflaten steunen. 2. 2 MagnetronVolg deze aanwijzingen op wanneer u de magnetrongebruikt. LET OP. Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aankomt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be-schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkantkan worden aangetast. ▶ Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,moeten minstens 2cm van de wanden van de bin-nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderdzijn.

Aluminium schalen in het apparaat kunnen vonken ver-oorzaken. Door de vonken die ontstaan wordt het ap-paraat beschadigd. ▶ Gebruik geen vormen van aluminium in het appa-raat.

Het gebruik van het apparaat zonder gerechten in debinnenruimte leidt tot overbelasting. ▶ Start nooit de magnetron zonder dat er zich etens-waar in de binnenruimte bevindt. Alleen een korteserviestest vormt hierop een uitzondering. De meervoudige bereiding van magnetron-popcorn di-rect na elkaar met een te hoog magnetronvermogenkan leiden tot beschadiging van de binnenruimte. ▶ Laat tussen de bereidingen het apparaat meerdereminuten afkoelen. ▶ Stel nooit een te hoog magnetronvermogen in. ▶ Gebruik maximaal 600Watt. ▶ Het popcornzakje altijd op een glazen bord leggen. Milieubescherming en besparing3 Milieubescherming en besparing3. 1 Afvoeren van de verpakkingDe verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun-nen worden hergebruikt. ▶De afzonderlijke componenten op soort gescheidenafvoeren. 3. 2 Energie besparenAls u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaatminder stroom.

Twee kopjes met vloeistof tegelijkertijd opwarmen. ¡Het opwarmen van meerdere gerechten tegelijker-tijd vraagt minder energie dan het verwarmen vanmeerdere gerechten na elkaar. Het display in de basisinstellingen uitschakelen. ¡Het apparaat spaart energie in stand-by. Opmerkingen¡ Het display vermindert de helderheid in stand-by-stand automatisch in stand 1. ¡ Het apparaat verbruikt:– in stand-by met uitgeschakeld displaymax. 0,5W.

nl Uw apparaat leren kennen88Uw apparaat leren kennen4 Uw apparaat leren kennen4. 1 BedieningspaneelVia het bedieningsveld kunt u alle functies van uw ap-paraat instellen en informatie krijgen over de gebruiks-toestand. Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op deafbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm. 12 21TouchdisplayHet touchdisplay is zowel display als bedie-ningselement. →"Touchdisplay", Pagina882TiptoetsenMet de tiptoetsen stelt u de verschillende func-ties direct in. →"Touchvelden", Pagina884. 2 TouchveldenTouch-velden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Omeen functie te kiezen het betreffende veld selecteren. Tiptoets FunctieApparaat in- of uitschakelen. →"De Bediening in essentie",Pagina90Een instelling teruggaan. Werking starten of onderbreken.

→"De Bediening in essentie",Pagina90Tiptoets FunctieApparaatdeur openenIn het touchdisplay naar links navige-ren. In het touchdisplay naar rechts navi-geren. 4. 3 TouchdisplayIn het touchdisplay ziet u de keuzemogelijkheden ende instellingen bij de actuele functie. Om een van de punten uit te kiezen op het betreffendetekstveld tippen. InstelbereikHet instelbereik is in tegels weergegeven. Het aantal tegels toont u de actuele selectiemogelijkhe-den en reeds uitgevoerde instellingen. Druk op de be-treffende tegel om een functie te kiezen. Informatie wordt tevens in tegels weergegeven. Gebruik om meerdere tegels naar links of rechts te bla-deren de nagivatieknoppen en ⁠. Mogelijke symbolen in tegelsSymbool BetekenisDe instelwaarde bevestigen. De instelwaarde resetten. De tegel sluiten. De totaalweergave van de functie weer-geven, om instelwaarden te wijzigen. 4.

4 Automatische deuropenerAls u de automatische deuropening bedient, danspringt de apparaatdeur open. U kunt de apparaatdeurvolledig met de hand openen. Opmerkingen¡ Bij een stroomuitval werkt de automatische deur-opening niet. U kunt de deur met de hand openen.

¡ Als u de apparaatdeur tijdens het gebruik opent,wordt de werking onderbroken. ¡ Sluit u de apparaatdeur, dan wordt de werking nietautomatisch voortgezet. Start de werking. ¡ Als het apparaat langere tijd is uitgeschakeld, dangaat de apparaatdeur bij het indrukken van de deur-openingstotes open met een kleine vertraging. 4. 5 Verwarmingsmethoden en functiesOm altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij uitleg over de verschil-len en toepassingen. Naam Vermogen/standen GebruikMagnetron 90/180/360/600/"Boost" Voor het ontdooien, bereiden en verwarmen van gerech-ten en vloeistoffen. →"Magnetron", Pagina90Gerechten Voor vele gerechten zijn er voorgeprogrammeerde instel-lingen.

Voor het eerste gebruik nl89Naam Vermogen/standen GebruikReiniging Reinigingsfunctie voor de binnenruimte kiezen. →"EasyClean", Pagina95Basisinstellingen Basisinstellingen aanpassen. →"Basisinstellingen", Pagina944. 6 BinnenruimteFuncties voor de binnenruimte vergemakkelijken hetgebruik van uw apparaat. Verlichting van de binnenruimteWanneer u de apparaatdeur opent, gaat de verlichtingvan de binnenruimte aan. Wanneer de apparaatdeurlanger dan ca. 15minuten is geopend, dan schakelt deverlichting van de binnenruimte uit. Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is deverlichting van de binnenruimte aan als het programmaloopt. Wanneer het gebruik eindigt, gaat de verlichtingvan de binnenruimte uit. KoelventilatorDe koelventilator wordt zo nodig in- en uitgeschakeld. Warme lucht komt vrij via de ventilatiesleuven boven deapparaatdeur. LET OP.

Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt hetapparaat oververhit. ▶ Dek de ventilatiesleuven niet af. De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat debinnenruimte na gebruik sneller afkoelt. Wanneer hetapparaat in de magnetronfunctie wordt gebruikt, blijfthet apparaat koud, de koelventilator schakelt nietteminin. De koelventilator kan blijven draaien, ook wanneerhet gebruik van de magnetron reeds is beëindigd. 4. 7 CondenswaterBij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deurvan het apparaat condensvorming optreden. Condensis normaal en heeft geen invloed op de werking vanhet apparaat. Veeg na het bereiden het condens af. 4. 8 ApparaatdeurDe apparaatdeur kunt u met openen. Wanneer u deapparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de wer-king stopgezet. Wanneer de apparaatdeur weer is ge-sloten, kunt u het gebruik met hervatten.

Voor het eerste gebruik5 Voor het eerste gebruikStel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het ap-paraat en de accessoires. 5. 1 Eerste gebruikU moet instellingen voor de eerste ingebruikneming uit-voeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken.

Taal instellen1. Op drukken. 2. De gewenste taal kiezen. 3. Druk op ⁠. Tijd instellenVereiste:Op het display wordt 12:00 weergegeven. 1. Stel met en de uren in of selecteer een vooringe-stelde waarde op het display. 2. Druk om minuten om de minuten in te stellen. 3. Stel met en de minuten in of selecteer een voorin-gestelde waarde op het display. 4. Druk op ⁠. Datum instellenVereiste:Het display toont een datum. De dag knip-pert. 1. Met en de dag instellen. 2. Druk op de maand om de maand in te stellen. 3. Met en de maand instellen. 4. Druk op het jaar om het jaar in te stellen. 5. Met en het jaar instellen. 6. Druk op ⁠. a Er wordt aan aanwijzing weergegeven dat de eersteinbedrijfstelling is afgesloten. 5. 2 Het apparaat reinigen voordat u het voorhet eerst gebruiktVoordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met hetapparaat dient u de binnenruimte en de accessoires tereinigen. 1.

nl De Bediening in essentie90De Bediening in essentie6 De Bediening in essentie6. 1 Apparaat inschakelen▶Op drukken. a Het apparaat is klaar voor gebruik. 6. 2 Apparaat uitschakelen▶Op drukken. a Het apparaat breekt de lopende functies af. a Het display geeft gedurende enkele minuten de tijdaan. 6. 3 In werking stellen▶Op drukken. 6. 4 Werking onderbreken1. Open de apparaatdeur of druk op ⁠. a De werking wordt onderbroken. 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het ap-paraat en druk op ⁠. a De werking wordt voortgezet. 6. 5 Werking afbreken▶Op drukken. a Het apparaat breekt de lopende functies af. Magnetron7 MagnetronMet de magnetron kunt u bijzonder snel gerechten bereiden, verwarmen of ontdooien. 7. 1 MagnetronvermogenHier vindt u een overzicht van de magnetronvermogens en een aanbeveling voor het gebruik ervan.

Magnetronvermogen in watt Maximale duur in uur Gebruik90W 1:30 Gevoelige gerechten ontdooien. 180W 1:30 Gerechten ontdooien en verder berei-den. 360W 1:30 Vlees en vis bereiden of gevoeligegerechten opwarmen. 600W 1:30 Gerechten verwarmen en bereiden. "Boost"900W 0:30 Vloeistoffen verwarmen. Opmerkingen¡ Ter bescherming van het apparaat wordt het maxi-male vermogen van de magnetron "Boost" geduren-de de eerste minuten trapsgewijs tot 600W geredu-ceerd. Het maximale vermogen is na een afkoelperi-ode weer beschikbaar. ¡ De magnetronvermogens komen niet overeen methet daadwerkelijke opgenomen vermogen van hetapparaat. 7. 2 Vormen en accessoires die geschikt zijnvoor de magnetronOm uw gerechten gelijkmatig op te warmen en het ap-paraat niet te beschadigen, dient u geschikte vormenen accessoires te gebruiken.

Magnetron nl91LET OP. Als het metaal tegen de wand van de binnenruimte aankomt, ontstaan er vonken waardoor het apparaat be-schadigd kan raken of de deurruit aan de binnenkantkan worden aangetast. ▶ Metalen voorwerpen, zoals een lepel in een glas,moeten minstens 2cm van de wanden van de bin-nenruimte en de binnenkant van de deur verwijderdzijn. Niet geschikt voor de magnetronServies ToelichtingVormen van metaal Metaal laat geen micro-golven door. De gerech-ten warmen nauwelijksop. Servies met goud- of zil-verdecorMicrogolven kunnengouddecor en zilverdecorbeschadigen. Tip:Wanneer door de fa-brikant wordt gegaran-deerd dat de vorm ge-schikt is voor de magne-tron, kunt u de vorm ge-bruiken. 7. 3 Vormen testen op hunmagnetronbestendigheidControleer m. b. v. een serviestest of vormen geschiktzijn voor de magnetron.

Het apparaat mag alleen bijeen serviestest met gebruik van de magnetronfunctiezonder gerechten worden gebruikt. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden. Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderde-len heet. ▶ De hete onderdelen nooit aanraken. ▶ Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn. 1. De lege vorm in de binnenruimte plaatsen. 2. Het apparaat gedurende ½ - 1 minuut op het maxi-male magnetronvermogen instellen. 3. In werking stellen. 4. De vorm meerdere keren controleren:– Wanneer de vorm koud of handwarm is, dan isdeze geschikt voor de magnetron. – Wanneer de vorm heet is of er vonken ontstaan,dan de serviestest afbreken. De vorm is dan nietgeschikt voor de magnetron. 7. 4 QuickStart1. Druk op ⁠. 2. Start de werking met ⁠. a Het vooringestelde magnetronvermogen wordt ge-durende 1minuut gestart.

→Pagina85¡ De aanwijzingen voor het vermijden van materiëleschade in acht nemen. →Pagina87¡ De aanwijzingen voor magnetronbestendige vormenen accessoires in acht nemen. 1. Druk op "Magnetron". 2. Druk op "Magnetron-vermogen". 3. Selecteer het gewenste magnetronvermogen. 4. Druk op ⁠. 5. Druk op "Tijdsduur". 6. Stel met en de minuten in of selecteer een voorin-gestelde waarde op het display. 7. Druk op de seconden om de seconden in te stellen. 8. Stel met en de seconden in of selecteer een voor-ingestelde waarde op het display. 9. Druk op ⁠. 10. Wanneer een uitgestelde werking is gewenst, steldeze dan in. ‒ Druk op "Klaar om". ‒ Stel de gewenste tijd in. ‒ Bevestig met ⁠. Het apparaat gaat automatisch aan en uit op de in-gestelde tijd. 11. Start de werking met ⁠. a Na het einde van de tijdsduur klinkt een signaal.

Tip:Om uw apparaat optimaal te gebruiken, kunt uzich aan de informatie in de insteladviezen oriënteren. →"Zo lukt het", Pagina987. 6 Magnetronvermogen wijzigenU kunt het magnetronvermogen tijdens het gebruik wij-zigen. 1. Druk op ⁠. 2. Druk op "Magnetron-vermogen". 3. Selecteer het gewenste magnetronvermogen. 4. Druk op ⁠. 7. 7 Tijdsduur wijzigenU kunt de duur tijdens het gebruik wijzigen. 1. Druk op de ingestelde tijdsduur. 2. Stel de gewenste tijdsduur in. 3. Druk op ⁠. 7. 8 Gerechten nagarenNa het verstrijken van de tijdsduur kunt u een gerechtnagaren. 1. Druk op "Voeg extra bereidingstijd toe". 2. Stel de gewenste duur in. →"Tijdsduur instellen", Pagina93Met kunt u de ingestelde duur resetten. 3. Druk op ⁠. 4. Start de werking met ⁠. 7. 9 Werking onderbreken1. Open de apparaatdeur of druk op ⁠. a De werking wordt onderbroken.

nl Gerechten922. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het ap-paraat en druk op ⁠. a De werking wordt voortgezet. 7. 10 Werking afbreken▶Op drukken. a Het apparaat breekt de lopende functies af. Gerechten8 GerechtenMet de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij debereiding van verschillende gerechten en kiest u auto-matisch de optimale instellingen. 8. 1 Aanwijzingen bij de instellingen voorgerechtenOm een optimaal bereidingsresultaat te behalen volgt udeze aanwijzingen op:¡ Gebruik alleen levensmiddelen van onberispelijkekwaliteit. ¡ De levensmiddelen uit de verpakking nemen en af-wegen. Wanneer u het exacte gewicht op het appa-raat niet kunt instellen, dan rondt u het gewicht naarboven af. ¡ Gebruik uitsluitend voor magnetron geschikte vor-men, bijv. van glas of keramiek. ¡ Zet de levensmiddelen in de onverwarmde binnen-ruimte.

Ontdooien¡ De levensmiddelen vlak en verdeeld in porties bij-18°C invriezen en bewaren. ¡ Leg de diepvriesproducten op een vlakke vorm, bij-voorbeeld een glazen of porseleinen bord. ¡ Het kan zijn dat levensmiddelen na beëindigen vanhet programma nog niet volledig zijn ontdooid. Delevensmiddelen kunnen echter goed verder wordenverwerkt. ¡ Laat de ontdooide voedingsproducten nog 10 tot30minuten in het uitgeschakelde apparaat rusten,zodat de temperatuur gelijkmatig verdeeld wordt. ¡ Bij het ontdooien van vlees of gevogelte ontstaatvloeistof. Verwijder bij het keren de vloeistof. Devloeistof verder niet gebruiken of met andere levens-middelen in contact laten komen. ¡ Gehakt dat al ontdooid is na het keren verwijderen. ¡ Gevogelte in zijn geheel eerst met de borstzijde enstukken gevogelte eerst met de kant van het vel opde vorm leggen.

Bij spinazie en rode kool geen watertoevoegen. Aardappelen¡ Aardappels om te koken: snijd deze in stukken vangelijke grootte. Voeg per 100g twee eetlepels wateren een beetje zout toe. ¡ Aardappels in de schil: gebruik aardappels van ge-lijke grootte. Wassen en meerdere gaatjes in deschil prikken. Aardappelen nog vochtig in een vormzonder water doen. Rijst¡ Gebruik geen zilvervliesrijs of rijst in kookzakjes. ¡ Twee tot twee en een half keer de hoeveelheid wa-ter bij de rijst doen. 8. 2 Programma instellenVereiste:Het apparaat is ingeschakeld. 1. Druk op "Gerechten". 2. Een programma kiezen. 3. Druk op "Gewicht". 4. Stel met en het gewicht in of selecteer een voor-ingestelde waarde op het display. 5. Druk op ⁠. 6. Wanneer een uitgestelde werking is gewenst, steldeze dan in. ‒ Druk op "Klaar om". ‒ Stel de gewenste tijd in. ‒ Bevestig met ⁠.

Het apparaat gaat automatisch aan en uit op de in-gestelde tijd. 7. De gerechten in de binnenruimte plaatsen. 8. Sluit de deur van het apparaat. 9. Start de werking met ⁠. a Na het einde van de tijdsduur klinkt een signaal. Opmerking:Bij vele programma's verschijnen tijdensde bereiding aanwijzingen op het display. Volg dezeaanwijzingen op. Gerechten nagarenNa het verstrijken van de tijdsduur kunt u een gerechtnagaren. 1. Druk op "Voeg extra bereidingstijd toe". 2. Stel de gewenste duur in. →"Tijdsduur instellen", Pagina93Met kunt u de ingestelde duur resetten. 3. Druk op ⁠. 4. Start de werking met ⁠. Werking onderbreken1. Open de apparaatdeur of druk op ⁠. a De werking wordt onderbroken. 2. Sluit om het bedrijf te hervatten de deur van het ap-paraat en druk op ⁠. a De werking wordt voortgezet. Werking afbreken▶Op drukken. a Het apparaat breekt de lopende functies af.

Tijdfuncties9 TijdfunctiesHet apparaat beschikt over tijdfuncties waarmee u detijdsduur, het einde van het programma kunt instellen. Tijdfuncties GebruikTijdsduur Wanneer u voor de werking eentijdsduur instelt, houdt het appa-raat na het verstrijken van de tijds-duur automatisch op met verwar-men. Klaar om Voor de tijdsduur kunt u een tijdinstellen waarop de werking ein-digt. Het apparaat start automa-tisch zodat de werking op het ge-wenste tijdstip klaar is. 9. 1 TijdDe tijd verdwijnt, om het standby verbruik te reduceren. Wanneer u het display aanraakt, wordt de tijd kortston-dig weergegeven. 9. 2 Tijdsduur instellenDe tijdsduur voor de werking met "Boost" kunt u instel-len tot 30 minuten. De duur voor alle andere standenkunt u tot 90 minuten instellen. Vereiste:Een functie en een stand zijn ingesteld. 1. Druk op "Tijdsduur". 2.

Stel met en de minuten in of selecteer een voorin-gestelde waarde op het display. 3. Druk op de seconden om de seconden in te stellen. 4. Stel met en de seconden in of selecteer een voor-ingestelde waarde op het display. 5. Druk op ⁠. 6. Start de werking met ⁠.

Gerechten nagarenNa het verstrijken van de tijdsduur kunt u een gerechtnagaren. 1. Druk op "Voeg extra bereidingstijd toe". 2. Stel de gewenste duur in. →"Tijdsduur instellen", Pagina93Met kunt u de ingestelde duur resetten. 3. Druk op ⁠. 4. Start de werking met ⁠. Tijdsduur wijzigenU kunt de duur tijdens het gebruik wijzigen. 1. Druk op de ingestelde tijdsduur. 2. Stel de gewenste tijdsduur in. 3. Druk op ⁠. Tijdsduur afbrekenU kunt de tijdsduur te allen tijde afbreken. 1. Druk op de ingestelde tijdsduur. 2. Reset de tijdsduur met ⁠. Bij functies waarbij een tijdsduur nodig is, reset hetapparaat de tijdsduur terug naar de vooringesteldewaarde. 3. Druk op ⁠. 9. 3 Starttijdvoorkeuze "Klaar om" instellenHet tijdstip waarop de tijdsduur van de werking moetzijn afgerond, kunt u tot maximaal 24 uur verschuiven.

Opmerkingen¡ Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wij-zigt u het einde niet meer als de werking eenmaal isgestart. ¡ Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven,dient u ze niet te lang in de binnenruimte te latenstaan. Vereisten¡ Een functie en een stand zijn ingesteld. ¡ Er is een tijdsduur ingesteld. 1. Druk op "Klaar om". 2. Stel met en de minuten in of selecteer een voorin-gestelde waarde op het display.

nl Kinderslot943. Druk om de uren in te stellen op uren. 4. Stel met en de uren in of selecteer een vooringe-stelde waarde op het display. 5. Druk op ⁠. 6. Druk op a Het display toont de starttijd. Het apparaat bevindtzich in de wachtstand. a Als de starttijd is bereikt, begint de werking en detijdsduur loopt af. a Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een ge-luidssignaal. Op het display verschijnt een aanwij-zing dat de werking is beëindigd. a7. Voer wanneer de tijdsduur is verstreken één van devolgende acties uit:‒ Indien nodig kunt u verdere instellingen invoerenen de werking opnieuw starten. ‒ Schakel het apparaat uit met wanneer het ge-recht klaar is. Starttijdvoorkeuze "Klaar om" wijzigenOm een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kunt ude ingestelde tijd alleen wijzigen voordat de werkinggestart is en de tijdsduur afloopt. 1. Druk op ⁠. 2. Druk op "Klaar om". 3.

De gewenste tijd instellen. 4. Druk op ⁠. Starttijdvoorkeuze "Klaar om" annuleren1. Druk op ⁠. 2. "Klaar om". 3. Reset de tijd met ⁠. 4. Druk op ⁠. Kinderslot10 KinderslotBeveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per onge-luk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen. 10. 1 Kinderslot activeren1. Druk op ⁠. 2. Druk op ⁠. a De bedieningselementen zijn geblokkeerd. 10. 2 Kinderslot deactiveren1. Druk op ⁠. 2. Houd "Ontgrendel" ca. 4 seconden ingedrukt. a De bedieningselementen zijn gedeblokkeerd. Basisinstellingen11 BasisinstellingenU kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgensuw wensen instellen. 11. 1 Overzicht van de basisinstellingenHier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksin-stellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van deuitvoering van uw apparaat. Meer informatie over de afzonderlijke basisinstellingenkrijgt u op het display.

Alle andere instellingen zijn pas actief wan-neer u de instellingen opslaat. ¡ Uw wijzigingen van de basisinstellingen blijven ookna een stroomstoring bewaard. Basisinstellingen KeuzeTaal Zie de selectie op het ap-paraatTijd Tijd in het 24 h-formaatDatum Datum in formaatDD. MM. JJJJDisplay KeuzeHelderheid Standen 1 t/m 8 11Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-type afwijken)Display KeuzeTijd ¡ Indicaties(deze instelling ver-hoogt het energiever-bruik)¡ Tijdslimiet1¡ Niet weergevenStandby-indicatie ¡ Digitaal + datum¡ Digitaal1¡ Analoog¡ Analoog + datumAfstelling Display horizontaal enverticaal stellen. 1Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-type afwijken)Aardewerk KeuzeToetssignaal ¡ Aan1¡ UitGeluidssignaal ¡ Zeer kort¡ Korte duur¡ Gemiddelde duur1¡ Lange duur1Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-type afwijken).

EasyClean nl95Instellingen van het appa-raatKeuzeVerlichting ¡ Aan1¡ UitMagnetron vermogen in-stellen¡ 90W¡ 180W¡ 360W¡ 600W¡ Boost1Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-type afwijken)Personalisering KeuzeMerklogo ¡ Indicaties1¡ Niet weergevenWerking na inschakelen ¡ Hoofdmenu1¡ Magnetron¡ GerechtenKinderslot ¡ Beschikbaar1¡ Gedeactiveerd1Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaat-type afwijken)Fabrieksinstellingen KeuzeFabrieksinstellingen ¡ Afbreken¡ OvernemenInformatie KeuzeApparaat informatie "Apparaat informatie"weergeven11. 2 Basisinstellingen wijzigenVereiste:Het apparaat is ingeschakeld. 1. Druk op "Basisinstellingen". 2. Druk op de gewenste basisinstelling. 3. Wijzig de gewenste instellingen op het display. 4. Keer met terug naar het overzicht of het hoofd-menu. 11. 3 Tijd wijzigenVereiste:Het apparaat is ingeschakeld. 1.

Druk op "Basisinstellingen". 2. Druk op de basisinstelling "Tijd". 3. Stel met en de uren in of selecteer een vooringe-stelde waarde op het display. 4. Druk om minuten om de minuten in te stellen. 5. Stel met en de minuten in of selecteer een voorin-gestelde waarde op het display. 6. Druk op ⁠. 7. Keer met terug naar het overzicht of het hoofd-menu. EasyClean12 EasyCleanDe reinigingsondersteuning is een snel alternatief voorde reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reini-gingsondersteuning weekt verontreinigingen door hetverdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnenvervolgens gemakkelijker worden verwijderd. LET OP. Het apparaat kan beschadigd raken door een ondes-kundige reiniging. ▶ Nooit vloeistof in het kookcompartiment gieten. 12. 1 Reinigingsondersteuning instellenVereiste:Het apparaat is ingeschakeld. 1. Druk op "Reiniging". 2. Druk op "EasyClean". 3.

Volg de aanwijzingen op het display. 4. Druk op "Bevestigen". 5. Starten met ⁠. a Na het einde van de tijdsduur klinkt een signaal. 6. Volg de aanwijzingen op het display.

Reiniging en onderhoud13 Reiniging en onderhoudReinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om ervoor te zorgen dat het lang goed blijft werken. 13. 1 ReinigingsmiddelenGebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok. Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruikenom het apparaat te reinigen. LET OP. Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de op-pervlakken van het apparaat. ▶ Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmid-delen. ▶ Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmid-delen. ▶ Gebruik geen harde schuursponsjes of afwasspons-jes. ▶ Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voorde warmtereiniging. ▶ Glasreinigers, schrapers of onderhoudsmiddelenvoor roestvrij staal alleen gebruiken wanneer dezein de gebruiksaanwijzing voor het betreffende on-derdeel worden aanbevolen.

Het zout dat in nieuwe absorberende vaatdoekjes zitkan oppervlakken beschadigen. ▶ Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uit-wassen. In de verschillende reinigingshandleidingen kunt u le-zen welke reinigingsmiddelen geschikt zijn voor de ver-schillende oppervlakken en onderdelen.

nl Reiniging en onderhoud9613. 2 Apparaat reinigenMaak het apparaat schoon zoals voorgeschreven, zo-dat de verschillende onderdelen en oppervlakken nietdoor een verkeerde reiniging of ongeschikte reinigings-middelen beschadigd raken. WAARSCHUWING‒Kans op brand. Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brandvliegen. ▶ Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwar-mingselementen en de accessoires vrij te makenvan grove verontreiniging. WAARSCHUWING‒Kans op letsel. Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeurzitten, kan dit barsten. ▶ Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddelof scherpe metalen schraper voor het reinigen vanhet glas van de apparaatdeur omdat dit het opper-vlak kan beschadigen. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in achtnemen. 2. De aanwijzingen voor de reiniging van de onderde-len en oppervlakken van het apparaat in acht ne-men. 3.

Indien niet anders vermeld:‒ De verschillende onderdelen van het apparaatreinigen met warm zeepsop en een schoon-maakdoekje. ‒ Droog na met een zachte doek. 13. 3 Binnenruimte reinigenLET OP. Ondeskundige reiniging kan de binnenruimte beschadi-gen. ▶ Gebruik geen ovenspray, geen schuurmiddelen ofandere agressieve reinigingsproducten voor deoven. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in achtnemen. 2. Met warm zeepsop of azijnwater reinigen. 3. Bij sterke verontreiniging voor roestvrijstalen opper-vlakken geschikte ovenreiniger gebruiken. Ovenreiniger uitsluitend in een koude binnenruimtegebruiken. Tip:Om onaangename geuren te verhelpen, eenkopje water met een paar druppels citroensap ge-durende 1 tot 2minuten met maximaal magnetron-vermogen verwarmen. Om kookvertraging te vermij-den altijd een lepel er in plaatsen. 4. De binnenruimte met een zachte doek afnemen. 5.

De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in achtnemen. 2. Reinig de deurruiten met een vochtige vaatdoek eenglasreiniger. Opmerking:Donkere plekken bij de ruiten van dedeur, lijkend op vegen, zijn lichtreflecties van de ver-lichting van de binnenruimte. 3. Met een zachte doek nadrogen. 13. 5 Deurafdichting reinigenLET OP. Ondeskundige reiniging kan de deurafdichting bescha-digen. ▶ Gebruik geen metalen schraper of schraper voor vi-trokeramische kookplaat voor het reinigen. ▶ Geen schurende reinigingsmiddelen gebruiken. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in achtnemen. 2. Reinig de deurafdichting met heet zeepsop en eenzachte vaatdoek. 3. Met een zachte doek nadrogen. 13. 6 Voorzijde van het apparaat reinigenLET OP. Ondeskundige reiniging kan de voorzijde van het appa-raat beschadigen. ▶ Geen glasreiniger, metalen of glazen schraper ge-bruiken voor het schoonmaken.

▶ Om corrosie op RVS-fronten te vermijden, kalkvlek-ken, vetvlekken, zetmeelvlekken en eiwitvlekken on-middellijk verwijderen. ▶ Bij RVS-oppervlakken speciale RVS-reinigingsmid-delen voor warme oppervlakken gebruiken. 1. De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in achtnemen. 2. De voorkant van het apparaat met heet zeepsop eneen vaatdoek reinigen. Opmerking:Geringe kleurverschillen op de voorzij-de van het apparaat ontstaan door gebruik van ver-schillende materialen, zoals glas, kunststof en me-taal. 3. Bij RVS-apparaatfronten het RVS-reinigingsmiddelheel dun opbrengen met een zachte doek. Het RVS-reinigingsmiddel is verkrijgbaar bij de klan-tenservice of in de vakhandel. 4. Met een zachte doek nadrogen. 13. 7 Bedieningspaneel reinigenLET OP. Ondeskundige reiniging kan het bedieningspaneel be-schadigen. ▶ Het bedieningspaneel nooit nat afnemen. 1.

De aanwijzingen voor de reinigingsmiddelen in achtnemen. 2. Het bedieningspaneel met een microvezeldoek ofeen zachte, vochtige doek reinigen. 3. Met een zachte doek nadrogen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Neff NL4WR21N1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden