Motorola T250 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Motorola T250 (136 pagina’s), behorend tot de categorie Mobiel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Motorola T250 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/136
Nederlands
Alarm
klok alarm toon
alarm status tonen
berichten
bel voice mail
uitgaande berichten
ontvangen berichten
berichten editor
VoiceNotes
cell broadcast
instellingen
Gesprek
opties
Toegang internet
$
#
Telefoon-
boek bellen via spraak
toon diensten
laatste tien
eigen telefoon nummers
beperkt kiezen
instelling snel kiezen
persoonlijke nummers
toon batterij meter
nummer weergave
doorschakelen
spraak en fax
wachtend gesprk
gesp. blokkering
beantwoorden na toets
$
antwoordapparaat
Agenda
vandaag
nieuw item
stel herinner periode in:
andere dag
herinnertoon
**
animatie
kies toetstonen
telefoon status
PIN instelling
wijzig PIN2 code
wijzig beveiligings code
uitgebreide menu
toon tijd en datum
stel tijd en datum in
tijd notatie
kies taal
wijzig contrast
activeer IR poort
telefoon slot
Quick Access instellingen
kies editor methode
wijzig muziek beltoon
Accessoire
instellingen
gesprek
meters
netwerk
electie
autoradio mute
automatisch aannemen
veiligheids timer
extern alarm
gesprek kosten
gesprek timers
teller toon instellen
weergave
instellingen gesprek kosten
levensduur timer
beschikbare netwerken
registratie
voorkeur netwerken
zoek nieuw netwerk
tel. instelling
*
automatisch handsfree
wijzig bandbeltoon of Vibra
wijzig beltoon volume
kies beltoon
kies lijn
kies beltoon 2
stel bericht beltoon in
stel alarm beltoon in
batterij spaarstand
spelletjes
torens van hanoi
bricks
baccarat
beantwoorden
calculator
Werken met menus
ª
O
C
< >
of
Menu Opties
Naslagkaart
Opties die cursief worden
weergegeven zijn alleen
beschikbaar wanneer de
Uitgebreide menus zijn
ingeschakeld.
#Indien uw service provider zijn
eigen menu heeft
toegevoegd, zal Toegang
Internet niet de eerste keuze
zijn in het menu Opties.
De beschikbaarheid hangt af
van het type SIM-kaart en de
instellingen en/of uw
abonnement op deze opties,
indien beschikbaar.
*U ziet deze optie alleen
wanneer de telefoon in een
autoset is geïnstalleerd of
wanneer een koptelefoonset
aangesloten is.
$Alleen bij modellen met een
beschermkap.
**Deze functie is niet
verkrijgbaar in alle landen.

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Motorola
Categorie: Mobiel
Model: T250

Handleiding Motorola T250 – volledige tekst

instelling††*automatisch handsfreewijzig band beltoon of Vibrawijzig beltoon volumekies beltoon††kies lijnkies beltoon 2stel bericht beltoon instel alarm beltoon inbatterij spaarstandspelletjestorens van hanoibricksbaccaratbeantwoordencalculatorWerken met menu’sªOC< >ofMenu OptiesNaslagkaartOpties die cursief worden weergegeven zijn alleen beschikbaar wanneer de Uitgebreide menu’s zijn ingeschakeld. #Indien uw service provider zijn eigen menu heeft toegevoegd, zal Toegang Internet niet de eerste keuze zijn in het menu Opties. †De beschikbaarheid hangt af van het type SIM-kaart en de instellingen en/of uw abonnement op deze opties, indien beschikbaar. *U ziet deze optie alleen wanneer de telefoon in een autoset is geïnstalleerd of wanneer een koptelefoonset aangesloten is. $Alleen bij modellen met een beschermkap.

NederlandsMenu Quick Access ‡‡Functies en posities van de opties in het menu Quick access kunnen worden gewijzigd.Speciale toetsenSTelefoon in- of uitschakelen.OGesprek, instelling, optie bevestigen.CGesprek, instelling, optie weigeren.EToegang tot het menu Quick Access.$Toegang tot het menu Opties of Telefoonboek. Druk beide toetsen tegelijkertijd in om het toetsenbord te vergrendelen bij modellen zonder beschermkap; ook kunt u met deze toetsen naar links en naar rechts bladeren.ªDruk op de onderzijde om naar beneden, en op de bovenzijde om naar boven te gaan.fDruk op deze knop om de Voicemail te bellen.BellenVoer C in en druk op O.Gebeld wordenDruk op O.Een gesprek beëindigenDruk op O of C.Een SOS-nummer bellenVoer 112O in.

U wordt automatisch doorverbonden met een telefonist(e) van de alarmcentrale.Menu Quick AccessDruk op E en dan op de juiste toets, of druk op E, ga naar de functie en druk op O om de functie te selecteren.Belvolume wijzigenDruk op E en vervolgens op de volumeknop om het belvolume hoger of lager in te stellen.Toegang intern.?in SIM opslaan?batterijmeter?IR activeren?beluister VNote?naam zoeken?ontvang.bericht?Vibra. Aan/uit?doorschakelen?EÄ1T2G4«3}5B6K7L8P9Naslagkaart

NederlandsOpname MemoDruk op de toets Opname starten/ stoppen.(?) aan de bovenzijde van de telefoon om de opname te beëindigen. Druk nogmaals op deze toets om de opname te beëindigen.Memo beluisterenSelecteer Berichten, Memo, Beluister memo of gebruik Quick Access.Laatst gekozen nummer opnieuw bellen1Druk op O om het laatst gekozen nummer weer te geven (gevoerde gesprekken).2Druk op O om het nummer te bellen.3Selecteer bel nummer en druk op O.Snel kiezenHoud de bijbehorende cijfertoets 1 - 9 ingedrukt.Een nummer uit het Telefoonboek opnieuw bellen.Druk op de Smart-knop (=) en gebruik vervolgens de volumeknop om naar het opgeslagen nummer te lopen of druk op de betreffende cijfertoets om naar een bepaalde letter te gaan.

Houd om een gesprek te beginnen = 1,5 seconde ingedrukt of druk op O.Nummers uit het Telefoonboek bellenVoer G>O in.Waarschuwing Nieuw gesprek stoppenDruk op de volumeknop wanneer de telefoon overgaat of trilt. Zo stopt u het bellen of trillen zonder echter het gesprek aan te nemen.Bellen via spraakDruk op de toets (=). Als het telefoonboek een nummer met een spraaklabel bevat, verschijnt de prompt geef naam na toon.... Wacht op het einde van de toon en spreek de bij het gewenste nummer behorende naam uit.Naslagkaart

Introductie 1NederlandsIntroductieWelkomGefeliciteerd met de aankoop van deze telefoon van Motorola, het toonaangevende bedrijf op het gebied van mobiele telecommunicatie. De telefoon is uitgerust met een ongeëvenaard batterijvermogen en biedt talrijke functies waardoor u, indien gewenst zelfs discreet, de regie van een gesprek in handen heeft. Beheer•Menu Quick Access instelbaar E - Plaats negen van de meest gebruikte opties in uw eigen menu, zodat deze met slechts twee toetsaanslagen beschikbaar zijn. De opties zijn dankzij pictogrammen gemakkelijk te herkennen. •VoiceNotes™ } - Met deze optie kunt u een aantal berichten inspreken of een deel van een gesprek opnemen - handig wanneer geen pen en papier voorhanden zijn op het moment dat u een routebeschrijving of bericht ontvangt.

•Spraaksturing - Door middel van gesproken opdrachten kunt u nummers in het Telefoonboek oproepen en opties uit het Quick Access-menu kiezen. Vermogen•Ongeëvenaard batterijvermogen G - Iedere telefoon wordt geleverd met zoveel batterijvermogen dat u urenlange gesprekken kunt voeren of dat de telefoon dagenlang in de standby-modus kan staan. Toch is de batterij klein en licht. •Tri Band - versies beschikken over een voorziening waardoor ze voor drie golfbereiken geschikt zijn, namelijk de 900-, 1800- en 1900MHz-banden, zodat de kans op een succesvol gesprek groter is en u meer mogelijkheden voor roaming heeft. Lees voordat u de telefoon gebruikt eerst ’De batterij’ voor belangrijke informatie over het laden van nieuwe batterijen. Zie hoofdstuk 'De batterij’.

Discretie•VibraCall™ L - Op plaatsen waar u niet wilt dat de telefoon te horen is, of waar er juist zoveel lawaai is dat u de telefoon toch niet zou horen, kunt u de telefoon laten trillen wanneer er een gesprek binnenkomt. •Draagbare holster - Draag uw telefoon in een elegante holster op uw riem. Hij is klein en licht zodat u hem overal mee kunt nemen.

•Waarschuwing Nieuw gesprek stoppen - Druk op de volumeknop wanneer de telefoon overgaat of trilt. Zo stopt u het bellen of trillen zonder echter het gesprek aan te nemen. Personality™Deze cellulaire telefoon biedt Personality™. Als unieke voorziening van Motorola, vereenvoudigt Personality™ cellulaire communicatie door u stap voor stap en door middel van eenvoudige keuzes op weg te helpen. Met Personality™ kunt u de manier waarop u uw telefoon gebruikt persoonlijk instellen - u kunt bijvoorbeeld uit diverse belsignalen kiezen, een telefoonboek samenstellen en een voorkeur opgeven voor een bepaald netwerk - al deze mogelijkheden worden helder en eenvoudig gepresenteerd. In deze handleiding zijn de Personality™ functies aangegeven met het symbool j. Het geeft aan dat de functies aan uw wensen kunnen worden aangepast.

Introductie2NederlandsGebruik van deze handleidingVeel functies van de telefoon zijn toegankelijk door middel van een eenvoudig menusysteem. Een volledige beschrijving van de menu’s en hoe u door de menu’s wandelt wordt behandeld in het volgende gedeelte Werken met menu’s. Bij de beschrijving van de afzonderlijke menufuncties wordt aangenomen dat u bekend bent met het menusysteem.Gebruik van de toetsenAls u op een toets moet drukken, wordt dat in deze handleiding weergegeven door een symbool, zodat u de toetsen snel en in de juiste volgorde kunt gebruiken. Een reeks toetsaanslagen kan als volgt worden weergegeven:$OCDit betekent dat u eerst de toets $ moet indrukken, daarna O en vervolgens C, achter elkaar, niet tegelijk.Informatie invoerenAls u wordt gevraagd informatie in te voeren, zoals het telefoonnummer dat u wilt bellen, wordt dit in vette tekst aangegeven.

Bijvoorbeeld:C - voer het gewenste telefoonnummer in.A - voer uw PIN (Personal Identification Number) in.B - voer uw slotcode in.G - voer het locatienummer voor het Telefoonboek in.Aanwijzingen en berichtenNadat u een toets heeft ingedrukt, geeft de telefoon aanwijzingen over de volgende handeling die u kunt verrichten, of eenvoudige berichten die een verrichte handeling bevestigen.

Aanwijzingen en berichten worden in deze handleiding weergegeven in de LCD-stijl, bijvoorbeeld:voer PIN in of afgerond.Overige symbolenDe volgende symbolen worden in deze handleiding gebruikt:AEen noot bevat extra informatie die van belang is voor de functie/optie.!Een opmerking getiteld "Let op:" bevat belangrijke extra informatie over het doelmatig en/of veilig gebruik van uw telefoon.jDit symbool geeft aan dat deze voorziening een Personality™ functie is, die kan worden aangepast aan uw eigen wensen.iDit symbool geeft aan dat u voor deze functie een sneltoetsreeks kunt gebruiken.

Introductie 3NederlandsWerken met menu’sVeel opties van uw telefoon zijn beschikbaar via menu’s waarin u op een standaard manier items kunt selecteren, wijzigen en opheffen. Lees dit hoofdstuk zorgvuldig door voordat u probeert toegang te krijgen tot een menu-optie. Wanneer u eenmaal weet hoe u met menu’s kunt werken en hoe de menu’s op de pagina worden weergegeven, zult u de gewenste opties gemakkelijk kunnen vinden en wijzigen. De menu's oproepenDe twee menu’s worden door middel van twee verschillende toetsen opgeroepen:$roept het menu Opties op in de standby-modus; wanneer u al een gesprek voert, komt u met deze toets in het menu Tijdens gesprek terecht. Eroept het menu Quick Access op. Vervolgens kunt u in alle menu’s de toetsen ª, , O en C gebruiken voor het oproepen, selecteren en wijzigen van individuele opties.

AMet de toetsen ª of verplaatst u zich in beide richtingen door de menu's. De menu’s verlatenU kunt elk menu verlaten door de toets C ingedrukt te houden of door een aantal malen achter elkaar op C te drukken. De telefoon wordt dan weer in de standby-modus gezet. iEen snellere manier om de menu's te verlaten is op EC drukken. Menu’s en submenu’sEen menu is een lijst met opties. Sommige opties geven toegang tot een onderliggende lijst met opties, een submenu. U kunt zich de menu’s voorstellen als een boomstructuur, waarbij het hoofdmenu zich op het hoogste niveau bevindt en de submenu’s op een lager gelegen niveau liggen. Een menu-optie selecterenOm op hetzelfde niveau van de ene optie naar de andere te gaan, drukt u op de scroll-toets (ª). Druk op ª de onderzijde om vooruit te gaan, en op ª de bovenzijde om terug te gaan. Druk op O als u bij de gewenste optie bent.

•Er verschijnt een aanwijzing voor het invoeren van informatie, bijvoorbeeld voer PIN in of voer naam in. •De eerste optie van een submenu verschijnt. U kunt deze optie selecteren met de toets O of met de scrolltoetsen de andere opties weergeven. Druk op C wanneer u een optie of submenu wilt verlaten. U keert dan terug naar de hogere menu-optie.

Introductie4NederlandsMenu-opties met beveiligingscodesSommige opties zijn beveiligd tegen misbruik. Hierbij moet u een beveiligingscode invoeren.Werken met menu’s - een praktijkvoorbeeldHieronder wordt stapsgewijs beschreven hoe u de optie Uitgebreide menu’s kunt inschakelen:1Wanneer de telefoon in de standby-modus staat, drukt u op de toets $. U krijgt toegang tot het menu Opties en op het display verschijnt het Toegang internet.#2Druk een aantal keren op ª« totdat het submenu-item Telefoon instelling op het display verschijnt.3Druk op O om het submenu te selecteren.4Druk een aantal keren op ª« totdat het submenu-item uitgebreide menus op het display verschijnt.5Druk op O om deze optie te selecteren. U kunt nu kiezen uit aan of uit, de huidige instelling wordt weergegeven met het symbool z.

Als het symbool z naast de optie uit staat, drukt u op ª© en vervolgens op O om terug te gaan naar de Uitgebreide menu’s. Als het symbool z naast de optie Aan staat, drukt u op C om de instelling ongewijzigd te laten.# Indien uw service provider zijn eigen menu heeft toegevoegd, zal Toegang Internet niet de eerste keuze zijn in het menu Opties.†De beschikbaarheid hangt af van het type SIM-kaart en de instellingen en/of uw abonnement op deze opties, indien beschikbaar.GesprekoptiesTelefoonboekTel .instellingAccessoireinstellingenBerichtenWijzig beltoon volumeKies lijnBeltoon of VibraKies beltoon$#OUitUitgebreide menuTelefoon statusAanOWijzig beveiligings codeO††Toegang internetª«Alarm klokª«ª«ª«ª«ª«ª«ª«ª«ª«ª«ª«Agendaª«

Introductie 5Nederlandsj Korte, uitgebreide en persoonlijke menu’sDankzij de Personality™ voorziening kunt u afstemmen op uw persoonlijke wensen door op te geven welke functies u direct beschikbaar wilt hebben. De functies die u minder vaak gebruikt kunnen uit het zicht worden opgeslagen.In de menustructuren die u in deze handleiding aantreft, ziet u de menu’s zoals deze in de fabriek zijn afgesteld. De functies die in het korte menu voorkomen, worden vet weergegeven.

De andere functies staan in het Uitgebreide menu en worden cursief weergegeven.U kunt zelf instellen welke functies in het korte menu en het uitgebreide menu komen te staan en zo de menu’s afstemmen op uw wensen.U kunt een functie verplaatsen van het korte menu naar het uitgebreide menu (of andersom), door naar de functie te gaan en de toets O ingedrukt te houden tot er een aanwijzing verschijnt waarbij u een van de volgende keuzes kunt maken:•De functie toevoegen aan het korte/uitgebreide menu.•De functie in het korte/uitgebreide menu laten staan.Selecteer de gewenste optie door op de toets O te drukken.Sommige menu-instellingen kunnen niet worden gewijzigd.Volledige tevredenheid van klantBij Motorola is de volledige tevredenheid van de klant de eerste prioriteit.

Wanneer u een vraag, een suggestie of een klacht heeft met betrekking tot uw mobiele telefoon van Motorola, dan wil Motorola dit graag van u horen.E-mailadres: [email protected]

Introductie6NederlandsGARANTIE- INFORMATIEMotorola verstrekt hiermee aan degene, die bij een door Motorola erkende in Nederland gevestigde dealer (hierna "Motorola Dealer") een mobiele telefoon en eventueel bijbehorende accessoires (de "Produkten") heeft gekocht (hierna "de Koper"), de garantie dat het gekochte Produkt bij aflevering zal functioneren overeenkomstig de bij Motorola ten tijde van Produktie geldende specificaties. Op deze garantie kan door de Koper gedurende een [1] jaar na de levering (de "Garantietermijn") een beroep worden gedaan.

Indien sprake is van een gebrek in het materiaal of in de samenstelling, of van een gebrek aan conformiteit, dient de Koper Motorola binnen [2] maanden na ontdekking, doch in ieder geval binnen de Garantietermijn, hiervan op de hoogte te brengen door het Produkt voor service bij Motorola in te leveren, op straffe van verval van de Koper's rechten. Motorola kan niet aan verklaringen of toezeggingen omtrent het Produkt worden gehouden, indien die niet rechtstreeks van haarzelf afkomstig zijn. Een lijst met telefoonnummers van Motorola Call Centra is bij dit Produkt ingesloten.

Indien tijdens de Garantietermijn mocht blijken dat het Produkt bij aflevering niet aan de hierboven genoemde specificaties mocht voldoen, dan zal Motorola, bij wijze van enige remedie, het Produkt kosteloos repareren of vervangen, ter keuze van Motorola, of, als dit niet mogelijk is, de prijs van het Produkt terugbetalen daarbij rekening houdend met het gebruik dat de Koper van het Produkt heeft gehad. Deze garantie verloopt aan het einde van de Garantietermijn. Dit is de volledige en enige garantie die door Motorola in verband met de Produkten wordt verstrekt, die andere stilzwijgende dan wel uitdrukkelijke garanties vervangt.

Jegens de Koper, die geen natuurlijke persoon is die de Produkten koopt voor doeleinden die geen verband houden met zijn beroep of bedrijf, geeft Motorola geen enkele stilzwijgende dan wel uitdrukkelijke garantie, zoals geschiktheid (voor welk doel dan ook) of bevredigende kwaliteit. In geen geval overstijgt Motorola's aansprakelijkheid voor schade het bedrag van de aankoopprijs en in geen geval is Motorola aansprakelijk voor incidentele, speciale of gevolgschade# opgetreden door het gebruik van het Produkt dan wel de onmogelijkheid het Produkt te gebruiken, beide voorzover het toepasselijke recht deze aansprakelijkheidsbeperkingen toelaat. De Koper-natuurlijke persoon, die het Produkt anders dan voor beroeps- of bedrijfsdoeleinden koopt, heeft onder Nederlands recht bepaalde wettelijke rechten, die deze garantie onverlet laat.

Introductie 7NederlandsHET VERKRIJGEN VAN GARANTIESERVICE De Motorola Dealer, waarbij de Koper het Produkt heeft gekocht, zal in de meeste gevallen de garantieservice leveren. De Koper kan ook op onderstaande telefoonnummers contact opnemen met ofwel de afdeling klantenservice van de Koper's service operator ofwel het call centre van Motorola. Om voor garantieservice in aanmerking te komen, dient de Koper het Produkt aan Motorola te retourneren. De Koper wordt daarbij verzocht geen aanvullende onderdelen zoals SIM- kaarten achter te laten. Het Produkt dient door de Koper duidelijk te worden voorzien van de Koper's naam, adres en telefoonnummer, de naam van de netwerk provider, en een beschrijving van het probleem. Indien het Produkt in een auto of ander voertuig is gemonteerd, dient de Koper het betreffende voertuig naar het Reparatiecentrum te brengen.

Teneinde voor garantieservice in aanmerking te komen moet de Koper de kassabon of ander bewijs van de aankoop, waarop de datum van aankoop staat vermeld, overleggen. Op de telefoon dienen bovendien nog duidelijk de oorspronkelijke serienummers (IMEI en MSN-nummers] zichtbaar te zijn. Dit is informatie die op het Produkt is aangebracht. VOORWAARDENVan deze garantie kan geen gebruik worden gemaakt en Motorola is niet aansprakelijk als het type -of serienummer van het Produkt is veranderd, doorgehaald of verwijderd of onleesbaar is geworden. Motorola behoudt zich het recht voor om, indien zij onderdelen vervangt, andere en/of gebruikte onderdelen te gebruiken met dezelfde of vergelijkbare functionaliteit. Vervangen onderdelen, accessoires, batterijen of kaarten worden gegarandeerd voor de resterende periode van de oorspronkelijk geldende Garantietermijn.

De Garantietermijn wordt niet verlengd. Alle vervangen Produkten, originele accessoires, batterijen en onderdelen worden weer de eigendom van Motorola. Motorola geeft geen garantie ten aanzien van de installatie van - of het onderhoud of andere service aan de Produkten.

Motorola is onder geen enkele voorwaarde verantwoordelijk of aansprakelijk voor problemen of schade veroorzaakt door randapparatuur (bijvoorbeeld: batterijen, laders, adapters, en stroomvoorzieningen), die in combinatie met de Produkten wordt gebruikt door de Koper, maar die niet door Motorola is geleverd. Ten aanzien van dergelijke apparatuur geldt deze garantie uitdrukkelijk niet. Wanneer het Produkt wordt gebruikt in samenhang met apparatuur die niet van Motorola afkomstig is, dan garandeert Motorola de werking van het Produkt niet en wordt een gebrek in het Produkt vermoed door een dergelijk gebruik te zijn veroorzaakt, in welk geval de Koper geen rechten jegens Motorola kan doen gelden, tenzij het tegendeel door Motorola kan worden vastgesteld.

Introductie8NederlandsWAT NIET DOOR DE GARANTIE WORDT GEDEKTDeze garantie geldt niet als sprake is van beschadiging door verkeerd gebruik, verwaarlozing, demontage of andere handelingen aan het Produkt door niet-erkende reparateurs of particulieren, en ook niet in de volgende gevallen:1gebruik van het Produkt dat afwijkt van het normale, te verwachten gebruik;2vallen of andere ongelukken;3verkeerd uitvoeren van testen, installatie of onderhoud;4breuk of andere schade aan antennes, tenzij veroorzaakt door een gebrek in het materiaal of samenstelling;5foutieve demontage of reparatie;6gebrekkig bereik of een ander gebrek in verband met bestreken gebied of beschikbaarheid van het netwerk;7vocht, voedsel of aanraking met andere stoffen;8spiraaldraden van de bedieningseenheid in het Produkt die uitgerekt of anderszins gewijzigd zijn; 9krassen of schade aan plastic oppervlakken en alle andere extern blootgestelde onderdelen; 10 lederen hulzen (Voor ledere hulzen wordt door de betreffende fabrikant een garantie afgegeven.)11 gehuurde produkten;12 normale slijtage;ADe oplaadbare batterij is een verbruiksartikel, waarvoor een kortere Garantietermijn geldt.

De oplaadtijd, gebruiksmogelijkheden en totale levensduur van een oplaadbare batterij van Motorola is o.a. afhankelijk van de wijze en intensiteit van het gebruik en van de netwerkconfiguraties. Bij normaal gebruik zou de batterij naar behoren moeten functioneren gedurende de eerste zes maanden vanaf de levering of, indien dit korter duurt, gedurende de eerste 200 keer opladen (de "Garantietermijn"). De Koper kan geen rechten doen gelden en Motorola is niet aansprakelijk ten aanzien van oplaadbare batterijen, (i) die anders dan met door Motorola goedgekeurde batterijladers zijn opgeladen, (ii) waarvan de verzegeling is verbroken of die ander bewijs van geknoei vertonen, (iii) die met andere produkten dan de Produkten zijn gebruikt of met Produkten waarvoor ze niet volgens de specificaties zijn bestemd.

Inhoudsopgave 9NederlandsInhoudsopgaveVeiligheids- en algemene informatieBelangrijke informatie over een efficiënte en veilige bediening van uw telefoon. 11Telefoon, batterijen en SIM-kaartEen eerste kennismaking met uw telefoon, uitleg over het opladen en onderhoud van de batterijen en informatie over de SIM-kaart. 15Bellen en gebeld wordenUitleg over hoe u een nummer kiest, telefonisch vergadert, een nummer opnieuw belt, iemand doorverbindt, en een gesprek afrondt. 25Spraakfuncties gebruikenUitleg over het gebruik van VoiceNotes™ en spraaksturing op uw telefoon. 37Menu Opties gebruikenEen beschrijving van alle functies in het menu Opties en uitleg over hoe u ze kunt gebruiken. 45Het menu Quick Access gebruikenEen beschrijving van alle functies in het menu Quick Access en uitleg over hoe u ze kunt gebruiken.

 11 NederlandsVeiligheids- en algemene informatieDeze informatie vervangt de algemene veiligheidsinformatie vervat in gebruikersgidsen die tot nu toe zijn gepubliceerd. Voor informatie over radiogebruik in een gevaarlijke atmosfeer verwijzen wij u naar de Factory Mutual (FM) Approval Manual Supplement of de Instructiekaart, die is bijgevoegd bij radiomodellen die in dit gebruik voorzien. RF operationele eigenschappenUw Personal Communicator bevat een zender en ontvanger. Wanneer de Personal Communicator is ingeschakeld (AAN) ontvangt en zendt deze radiofrequentie (RF) energie. De Personal Communicator werkt in het frequentiegebied tussen900 MHz en 1990 MHz en past digitale modulatietechnieken toe. Wanneer u met uw Personal Communicator communiceert, dan bepaalt het systeem dat uw gesprek verwerkt het vermogen waarmee uw Personal Communicator uitzendt.

12NederlandsVoor optimale werking en om er zeker van te zijn dat de blootstelling van mensen aan elektromagnetische energie van radiofrequentie binnen de bovenstaande richtlijnen valt, dient u te allen tijde de volgende instructies te volgen:Gebruik en blootstelling aan Elektromagnetische EnergieGebruik van antennesGebruik alleen de bijgeleverde of een eventuele goedgekeurde vervangende antenne. Niet voor het apparaat bestemde of niet tevoren goedgekeurde antennes, wijzigingen of hulpstukken zouden de Personal Communicator kunnen beschadigen en kan een overtreding inhouden van FCC of andere toepasselijke regelingen. Houd de antenne NIET vast wanneer de Personal Communicator “IN GEBRUIK” is. Het vasthouden van de antenne beïnvloedt de gesprekskwaliteit nadelig en kan ertoe bijdragen dat de Personal Communicator meer vermogen gebruikt dan nodig is.

Telef o onDe Personal Communicator is ontworpen om met een headset te worden gebruikt. De Personal Communicator kan ook in de holster worden geplaatst, en vervolgens kan de holster aan uw riem, zak, handtas of andere kleding worden gehecht en met de headset worden gebruikt. Dragen op het lichaamIndien u tijdens het zenden uw Personal Communicator op het lichaam draagt, plaats de Personal Communicator dan altijd in een door Motorola geleverde en goedgekeurde klip, houder, holster of etui. Dit is nodig om de regels inzake blootstelling aan elektromagnetische energie na te leven. Het gebruik van accessoires die niet door Motorola zijn goedgekeurd kan meebrengen dat de maximaal toegestane blootstelling wordt overschreden. Indien u geen van de voorgeschreven accessoires op het lichaam draagt, zorg er dan voor dat de antenne tijdens het zenden tenminste 2,5 cm van uw lichaam is verwijderd.

Goedgekeurde accessoiresRaadpleeg het hoofdstuk over accessoires in deze handleiding voor een lijst van door goedgekeurde Motorola-accessoires. Elektromagnetische storing / compatibiliteitNagenoeg elk elektronisch apparaat is onderhevig aan elektromagnetische storing als het niet afdoende is beschermd, ontworpen of op andere wijze is geconfigureerd voor elektromagnetische compatibiliteit. GebouwenTer voorkoming van elektromagnetische storing: schakel uw Personal Communicator uit in gebouwen waar u wordt verzocht dit te doen. Ziekenhuizen en zorginstellingen kunnen uitrusting gebruiken die gevoelig is voor interferentie. VliegtuigenSchakel uw Personal Communicator uit, wanneer u dit aan boord van een vliegtuig wordt opgedragen. Ieder gebruik van een Personal Communicator moet in overeenstemming zijn met de aan boord toepasselijke regels.

 13 NederlandsMedische apparatenPacemakersDe Health Industry Manufacturers Association) adviseert dat er minimaal 15 cm afstand wordt gehouden tussen een draadloze handtelefoon en een pacemaker. Deze aanbeveling komt overeen met het onafhankelijke onderzoek door en de aanbevelingen van het Wireless Technology Research instituut. Personen met pacemakers dienen het volgende te doen:•Houd de Personal Communicator ALTIJD méér dan 15 cm van de pacemaker, wanneer de Personal Communicator is ingeschakeld. •Draag de Personal Communicator niet in een borstzak. •Gebruik het oor aan de tegenovergestelde kant van de pacemaker om de kans op storing zoveel mogelijk te beperken. •Schakel de Personal Communicator onmiddellijk uit, als u ook maar denkt dat storing plaatsvindt.

GehoorapparatenSommige digitale draadloze telefoons kunnen bij sommige gehoorapparaten storing veroorzaken of ondervinden. Mocht een dergelijke storing optreden, dan kunt u wellicht contact op nemen met de fabrikant van uw gehoorapparaat om alternatieven te bespreken. Andere medische apparatenIndien u enige ander medische apparaat of hulpstuk gebruikt, neem dan contact op met de fabrikant van uw apparaat om te bepalen of het voldoende is beschermd tegen RF-energie. Uw arts zou u wellicht kunnen helpen bij het verkrijgen van deze informatie. Veiligheid en algemeen Gebruik in voertuigenKijk de wetten en regels na over het gebruik van telefoons in uw voertuig. Volg de regels altijd op. Wanneer u uw Personal Communicator in een voertuig gebruikt, verzoeken wij u het volgende te doen:•Gebruik bediening zonder handen (hands-free), indien beschikbaar.

Operationele waarschuwingenVoor voertuigen met een airbagPlaats de Personal Communicator niet over een airbag of in de ruimte, die een airbag in opgeblazen toestand inneemt. Airbags blazen met enorme kracht op. Indien de Personal Communicator in het gebied is geplaatst waar een luchtkussen automatisch wordt opgeblazen en het luchtkussen blaast op, dan kan de Personal Communicator met enorme kracht losschieten en ernstig letsel veroorzaken aan de inzittenden van het voertuig. Mogelijke explosieve atmosfeerSchakel uw Personal Communicator uit vóór u een gebied ingaat, waar mogelijk explosiegevaar heerst, behalve als het apparaat speciaal geschikt voor het gebruik in dergelijke gebieden en als “intrinsiek veilig” voor dergelijke gebieden is aangemerkt (b. v. Factory Mutual, CSA of UL goedgekeurd). Verwijder, installeer en laad geen batterijen in dergelijke gebieden.

14Nederlandszijn onder andere gebieden waar brandstof wordt gepompt, zoals onderdeks op schepen, gebieden voor het overpompen of de opslag van brandstof of chemicaliën, gebieden waar de lucht chemicaliën bevat of deeltjes zoals graan, stof of metaalpoeders, en alle andere gebieden waar u normaliter wordt verzocht uw voertuigmotor uit te zetten. Voor gebieden met mogelijke explosieve atmosferen wordt u veelal maar niet altijd gewaarschuwd door middel van borden. Springladingen en gebieden waar ontploffingen plaatsvinden Schakel uw Personal Communicator uit wanneer u in de buurt bent van elektrische springladingen, in een gebied waar ontploffingen worden uitgevoerd, of in gebieden waar is voorgeschreven: “Personal Communicator uitschakelen”. Volg alle tekens en voorschriften op.

Voorzichtigheid in het gebruikAntennesGebruik de Personal Communicator niet als deze een beschadigde antenne heeft. Indien een beschadigde antenne in aanraking komt met uw huid, kan dit een kleine brandwond tot gevolg hebben. BatterijenAlle batterijen kunnen zaakschade en/of lichamelijk letsel veroorzaken zoals brandwonden, indien een geleidend materiaal, zoals sieraden, sleutels of kralenkettingen blootgestelde apparatuur aanraakt. Het geleidende materiaal kan een elektrische stroomkring vervolmaken (kortsluiten) en erg heet worden. Wees voorzichtig in het hanteren van een geladen batterij, speciaal wanneer deze in een binnenzak, tas of andere houder wordt geplaatst met een of meer metalen voorwerpen. Verklaring van Overeenstemming met de in de Europese Unie geldende richtlijnenDe Personal Communicator voldoet aan de vereisten van de toepasselijke Europese richtlijnen.

Telefoon, batterijen en SIM-kaart 15 NederlandsTelefoon, batterijen en SIM-kaartSpeciale toetsenSDe telefoon in- en uitschakelen. OEen gesprek, instelling of optie accepteren. CEen gesprek, instelling of optie weigeren. EToegang tot Menu Quick Access. $Toegang tot het menu Opties of Telefoonboek. Druk beide toetsen tegelijkertijd in om het toetsenbord te vergrendelen bij modellen zonder beschermkap; ook kunt u met deze toetsen naar links en naar rechts bladeren. ªDruk op de onderzijde om naar beneden, en op de bovenzijde om naar boven te gaan. fDruk op deze knop om de Voicemail te bellen. ADe vorm van de in de gebruiksaanwijzing afgebeelde toetsen kan iets afwijken van de werkelijke vorm. De beschermkap (indien aanwezig)U begint een gesprek door de beschermkap te openen (mits de functie ‘beantwoorden na toets’ op uit staat, de standaardpositie).

U beëindigt het gesprek door de kap te sluiten. De knop SmartDe Smart-knop (=) bevindt zich aan de linkerkant van de telefoon, onder de volumeknop. Wanneer u op deze knop drukt, krijgt u snel toegang tot uw Telefoonboek. U kunt dan met de volumeknop door de nummers bladeren of op een alfanumerieke toets drukken om een bepaalde naam te zoeken - druk bijvoorbeeld op 7 om de naam Paul te vinden, of druk vier keer op 7 om Simon te vinden. AWanneer een vermelding in het telefoonboek wel uit een nummer maar niet uit een naam bestaat, dan wordt de vermelding niet weergegeven. Wanneer u de koptelefoonset (optioneel) gebruikt, kunt u ook met de knop Smart op de volgende wijze gesprekken beginnen, aannemen en beëindigen:•U neemt een gesprek aan door 1,5 seconde lang op = te drukken. •U beëindigt een gesprek door 1,5 seconde lang op = te drukken en daarna snel weer op = te drukken.

•U begint een gesprek door een nummer in te voeren of op te vragen en daarna = in te drukken en 1,5 seconde ingedrukt te houden. •Als u via spraak wilt bellen met een nummer in het telefoonboek, drukt u op =.

Telefoon, batterijen en SIM-kaart16NederlandsVolumeknopDe volumeknop bevindt zich aan de linkerzijde van uw telefoon, boven de Smart-knop. U kunt hiermee het volume van de luidspreker, de cijfertoetsen en het belvolume regelen. Een volumemeter geeft het huidige volume aan. De meter verdwijnt na enige tijd of zodra u op O of C drukt.•Het volume van de luidspreker en de cijfertoetsen stelt u in door de knop in te drukken zonder dat er andere opties geselecteerd zijn.•Het volume van het belsignaal stelt u in door eerst de optie ‘Belvolume wijzigen’ in het menu Telefooninstelling te selecteren en daarna met behulp van de knop het gewenste volume in te stellen.AWanneer u een gesprek ontvangt en dat niet meteen wilt aannemen, dan kunt u de volumeknop indrukken om een eind te maken aan het bellen of trillen van de telefoon.

U neemt daarmee het gesprek niet aan.Automatische volumeregelingAls u de luidspreker op het hoogste volume hebt gezet en er is veel achtergrondlawaai, wordt het luidsprekervolume automatisch twee stappen hoger gezet.Is het achtergrondlawaai tot een normaal niveau gedaald, dan wordt de luidspreker weer op het normale maximumniveau ingesteld. Knop Opname starten/stoppenDe knop Opname starten/stoppen (?) bevindt zich aan de rechter zijde van uw telefoon. Start en stop de opname van VoiceNotes™ door erop te drukken. Zie VoiceNotes™ gebruiken voor meer informatie.Het displayHet display van uw telefoon kan alfanumerieke tekens weergeven en nuttige informatie in de vorm van symbolen. Dit zijn de onderdelen van het display:ABC123 Berichten en telefoonnummers worden met tekens weergegeven.rx Signaalsterkte. Hoe meer segmenten er zijn verlicht, des te sterker is het signaal.hBeltoon aan/uit.

Wordt weergegeven als de beltoon is geselecteerd. Als u VibraCall en beltoon uit of alleen VibraCall hebt geselecteerd, wordt dit symbool niet weergegeven.

Telefoon, batterijen en SIM-kaart 17 NederlandsBovendien verschijnt er als u op de toets O drukt, een mededeling op het display, bijvoorbeeld afgerond.Gebruik bij lage temperaturenHet LCD-display van de telefoon reageert anders bij extreem lage temperaturen. U kunt zien dat het display langzamer reageert wanneer een toets wordt ingedrukt; dit verschijnsel is normaal en is verder niet van invloed op de werking van de telefoon.AnimatiesUw telefoon bevat een reeks geanimeerde symbolen. Deze symbolen geven bepaalde activiteiten op uw telefoon aan.LVibra. aan/uit VibraCall™ wordt in- of uitgeschakeld, afhankelijk van de instelling.PDoorschakelen. Onvoorwaardelijk doorschakelen van gesprekken wordt in- of uitgeschakeld afhankelijk van de huidige instelling.²Klok. In de ruststatus kan op de display de tijd in een 12-uurs of 24-uurs notatie worden aangegeven.qBatterijcapaciteit.

Hoe meer segmenten er zijn verlicht, des te sterker is de batterij.kIn gebruik. Verschijnt wanneer er een gesprek wordt gevoerd.nEigen netwerkzone. Beschikbaarheid afhankelijk van uw service provider.lRoaming. Weergegeven wanneer u bent geregistreerd bij een ander dan uw eigen netwerk.ÑAlarm aan/uit. Wordt weergegeven als er in de agenda een herinnerperiode is ingesteld. Het alarm wordt uitgeschakeld als het item is begonnen.oBerichtenservice. Verschijnt wanneer er een bericht is ontvangen. Het symbool begint te knipperen wanneer de opslagruimte voor berichten vol is.pVoicemail. Verschijnt wanneer er een voicemail-bericht is ontvangen. De beschikbaarheid van deze functie hangt af van uw service provider.±Antwoordapparaat1. Wordt weergegeven als er een ongelezen ingesproken bericht is.B...KSymbolen worden weergegeven als u in het menu Quick Access bent.1.

Deze functie is niet verkrijgbaar in alle landen.Symbool BetekenisºTelefoon gaat over»Er wordt een nummer gekozen¼Gesprek wordt beëindigd½SMS-bericht verzonden

Telefoon, batterijen en SIM-kaart18NederlandsAansluiting oortelefoonDe aansluiting voor de oortelefoon bevindt zich aan de linkerzijde van uw telefoon, boven de volumeknop. Hierop kunnen verschillende soorten accessiures worden aangesloten, vraag uw Motorola-handelaar om nadere informatie. Communicatie met randapparatuurOm met externe apparatuur, zoals een personal computer, te kunnen communiceren, beschikt uw toestel over de volgende faciliteiten:•een infrarood-lens die zich aan de bovenzijde van de telefoon, naast de antenne bevindt. •een RS-232 seriële poort aan de onderzijde van de telefoon. Instellen infrarode functieiDruk op E. Selecteer de Quick Access-functie of spreek na de toon het betreffende spraaklabel in. Voordat u uw gegevens kunt overdragen, dient u:•De infrarood-lens van uw telefoon op de infrarood-lens van het randapparaat te richten.

•Ervoor te zorgen dat de voorzieningen voor infrarode gegevensoverdracht van de telefoon en van het randapparaat geactiveerd zijn. De afstand tussen de telefoon en het randapparaat mag maximaal 30 cm bedragen. Voor nadere gegevens hierover wordt u naar ‘Activeren IR-poort’ in het hoofdstuk Menu Telefooninstelling van deze gebruiksaanwijzing verwezen. Instellen RS-232 seriële poortVoor gebruik van de RS-232 seriële poort is een 3-pins Motorola RS-232-kabel voor seriële gegevensoverdracht vereist, die bij uw Motorola-handelaar verkrijgbaar is. Voor nadere instructies over de manier waarop het kabel aan het randapparaat dient te worden aangesloten, verwijzen wij u naar de betreffende gebruiksaanwijzing. Onderhoud van de telefoon•Stel de telefoon of batterij nooit bloot aan extreem hoge temperaturen (boven 60°C), bijvoorbeeld achter glas in zeer fel, direct zonlicht.

Telefoon, batterijen en SIM-kaart 19 NederlandsDe batterijEen nieuwe batterij opladenNieuwe batterijen worden ongeladen geleverd. Voor het garanderen van de beste prestaties raden wij u aan een nieuwe batterij (of een batterij die verscheidene maanden niet is gebruikt) ten minste 14 uur voor gebruik op te laden. AVoor een optimale werking moet een nieuwe batterij een aantal malen volledig zijn opgeladen en ontladen. AEen nieuwe batterij, of een batterij die een aantal maanden niet is gebruikt, kan er de oorzaak van zijn dat de lader te vroeg aangeeft dat de batterij volledig is geladen. Negeer deze indicatie en laad de batterij nog enkele uren op, verwijder de batterij uit de lader, plaats deze opnieuw en laad de batterij nog eens 14 uur op. Belangrijke informatie. Ga voorzichtig met batterijen om. Zie 'Batterijen’ aan het begin van deze handleiding.

Stel de telefoon of batterij nooit bloot aan extreem hoge temperaturen (boven 60°C), bijvoorbeeld achter glas in zeer fel, direct zonlicht. In de telefoon of de apart verkrijgbare batterijlader mogen alleen Motorola Original Accessory-batterijen worden opgeladen. Zo wordt voorkomen dat uw telefoon door incorrect opladen beschadigd zou kunnen raken. AGebruik geen lithium ion batterijen bij extreem lage temperaturen omdat de maximale tijd voor standby/gesprekken dan niet geldt. Voor een maximale levensduur van de batterijen en voor een optimaal gebruik van de batterijcapaciteit moet u op het volgende letten:•De batterij moet worden opgeladen bij kamertemperatuur. Batterijcapaciteit en onderhoud•De beste prestaties worden verkregen als u de batterijen laadt en ontlaadt zoals in deze handleiding beschreven. •De batterijcapaciteit wordt sterk beïnvloed door het bereik van het netwerk.

•Indien een volledig opgeladen batterij niet wordt gebruikt, zal deze na ongeveer een maand automatisch zijn ontladen. •Bewaar de niet-opgeladen batterij op een koele, donkere en droge plaats. Waarschuwing bij geringe batterijcapaciteitWanneer de batterij zwak is en u nog maar enkele minuten kunt bellen, klinkt er een waarschuwingssignaal (twee dubbele pieptonen), begint het batterijsymbool te knipperen en wordt de aanduiding batterij zwak weergegeven. Als de batterij helemaal leeg is, wordt de telefoon uitgeschakeld.

Telefoon, batterijen en SIM-kaart20NederlandsDe batterij verwijderen!Schakel de telefoon uit voordat u de batterij verwijdert. Wanneer u dit niet doet, kan het telefoongeheugen worden beschadigd.1Druk de vergrendeling op de batterijhouder in en trek de kap omhoog.2Druk de batterij naar de bovenzijde van de telefoon en trek de batterij vervolgens via de onderzijde naar buiten.Batterij aanbrengen1Verwijder de kap van de batterijhouder.2Lijn de aansluitpunten op de batterij uit met de aansluitpunten op de telefoon.3Druk de batterij naar de aansluitpunten en duw de batterij omlaag totdat deze vastklikt.

Vervang de kap.Batterij opladen met reisladerDe reislader voorziet de telefoon van stroom en laadt een batterij in de telefoon op.!Als u op reis gaat, moet u controleren of de netspanning van het land van uw bestemming overeenkomt met het vereiste voltage van uw reislader.Plaats de batterij in de telefoon.Zo laadt u de batterij op:1Sluit de juiste adapterstekker op de reislader aan.

Telefoon, batterijen en SIM-kaart 21 Nederlands2Sluit de reislader aan op de telefoon.ADe stekker kan slechts op één manier ingebracht worden.3Steek de stekker van de reislader in een geschikt stopcontact.U hoort een geluidssignaal en het batterijpictogram knippert wanneer met het opladen wordt begonnen.Het display geeft onderwijl aan hoe ver de batterij inmiddels geladen is.

Zie 'Indicatielampjes batterijmeter’ later in dit hoofdstuk voor meer informatie.ATijdens het laden kan de telefoon in- of uitgeschakeld zijn.!Druk tijdens het laden niet op S .Batterij opladen met bureauladerADe bureaulader is een los verkrijgbaar accessoire waarmee u de batterij in uw telefoon samen met de reservebatterij kunt opladen (eerst de telefoonbatterij, en daarna de reservebatterij).De meeste batterijen zijn in 2 tot 3 uur opgeladen.AHet is normaal dat de batterijen tijdens het opladen warm worden.1Sluit de reislader aan op de uitgang van de bureaulader. (De stekker kan slechts op één manier ingebracht worden.2Sluit de reislader aan op een normaal stopcontact.3Plaats de telefoon in de bureaulader zoals weergegeven.Een reservebatterij kan apart opgeladen worden of tegelijk met de batterij in de telefoon. Plaats de batterij in de bureaulader zoals weergegeven.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Motorola T250 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden