Motorola T180 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Motorola T180 (84 pagina’s), behorend tot de categorie Mobiel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Motorola T180 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Motorola |
| Categorie: | Mobiel |
| Model: | T180 |
Handleiding Motorola T180 – volledige tekst
Gespr.teller inst.Stel weergave inInstellingen gespr.kostenLevensduurtimerBeschikbare netwerkenRegistratiemethodeVoorkeurnetwerkenZoek nieuw netwerkToon batterijmeterTel.nummer-ID aan/uitSchakel gesprek doorPersoonlijke nummersLaatste tien gesprekkenEigen tel.-nummer(s)Beperkt kiezenInstelling snel kiezenTelefoonboek††Selecteer lijnToon servicesStel beltoon 2 in†††Gesprekblokkering†Wachtend gesprek††††††††Wijzig belvolumeTelefoonslotWijzig begroeting†#Menu Opties Menu Quick Access ‡NaslagkaartOpties die worden weergegeven zijn alleen beschikbaarwanneer de zijn ingeschakeld.cursiefUitgebreide menu’sDe optie is enkel beschikbaar indieneen car-kit of headset is aangesloten.Accessoire InstellingenFuncties en posities van de opties in het menu Quick accesskunnen worden gewijzigd.De beschikbaarheid hangt af van het type SIM-kaart en deinstellingen en/of uw abonnement op deze optie.Werken met menu’s*†‡OCªWanneer uw service provider zijn eigen menu heefttoegevoegd, is het menu Telefoonboek niet de eerste optiein het menu Opties.#
NederlandsSpeciale toetsenSTelefoon in- of uitschakelen.OGesprek, instelling, optie bevestigen.CGesprek, instelling, optie weigeren.EToegang tot het menu Quick Access.$Toegang tot het menu Opties of Telefoonboek. Druk op beide toetsen tegelijk om het toetsenbord te vergrendelen; deze toetsen dienen tevens om naar links en rechts te scrollen.ªDruk op deze toets om naar boven en beneden te scrollen.fDruk op deze knop om de Voicemail te bellen.1¯Druk op deze knop om het volume van de luidspreker te verhogen.°Druk op deze knop om het volume van de luidspreker te verlagen.BellenVoer C in en druk op O.Gebeld wordenDruk op O.Een gesprek beëindigenDruk op O of C.Een SOS-nummer bellenVoer 112O in.
U wordt automatisch doorverbonden met een telefonist(e) van de alarmcentrale.Menu Quick AccessDruk op E en dan op de juiste toets, of druk op E, ga naar de functie en druk op O om de functie te selecteren.Belvolume wijzigenDruk op E en vervolgens op de volumeknop om het belvolume hoger of lager in te stellen.Laatst gekozen nummer opnieuw bellen1Druk op O om het laatst gekozen nummer weer te geven.2Druk op O om het nummer te bellen.Snel kiezenHoud de bijbehorende cijfertoets 1 - 9 ingedrukt.Nummers opslaan in het TelefoonboekDruk op E2 om een nummer op te slaan op de SIM-kaart.Nummers uit het Telefoonboek bellenVoer G>O in.Waarschuwing Nieuw gesprek stoppenDruk op de volumeknop als de telefoon overgaat. Hierdoor stopt het belsignaal, maar wordt het gesprek niet aangenomen.1. De beschikbaarheid hangt af van het type SIM-kaart en de instellingen en/of uw abonnement op deze optie.Naslagkaart
Introductie 1NederlandsIntroductieWelkomGefeliciteerd met de aankoop van deze telefoon van Motorola, het toonaangevende bedrijf op het gebied van mobiele telecommunicatie. De telefoon is uitgerust met een ongeëvenaard batterijvermogen en biedt talrijke functies waardoor u, indien gewenst zelfs discreet, de regie van een gesprek in handen heeft.Beheer•Menu Quick Access instelbaar E - Plaats negen van de meest gebruikte opties in uw eigen menu, zodat deze met slechts twee toetsaanslagen beschikbaar zijn.Vermogen•Ongeëvenaard batterijvermogen G - Iedere telefoon wordt geleverd met zoveel batterijvermogen dat u urenlange gesprekken kunt voeren of dat de telefoon dagenlang in de standby-modus kan staan. Toch is de batterij klein en licht.!Lees voordat u de telefoon gebruikt eerst ‘De batterij’ voor belangrijke informatie over het laden van nieuwe batterijen.
Zie hoofdstuk ‘De batterij’.•Dual Band ® - versies werken zowel in de GSM900 als in de GSM1800 band waardoor de kans op een succesvol gesprek groter is en waardoor u meer mogelijkheden voor roaming heeft.DiscretieDraagbare riemclip - Deze handige riemclip dient om uw toestel aan uw broekriem te bevestigen. Op deze manier kunt u uw kleine en lichte toestel haast overal mee naartoe nemen.Personality™Deze cellulaire telefoon biedt Personality™. Als unieke voorziening van Motorola, vereenvoudigt Personality™ cellulaire communicatie door u stap voor stap en door middel van eenvoudige keuzes op weg te helpen. Met Personality™ kunt u de manier waarop u uw telefoon gebruikt persoonlijk instellen - u kunt bijvoorbeeld uit diverse belsignalen kiezen, een telefoonboek samenstellen en een voorkeur opgeven voor een bepaald netwerk - al deze mogelijkheden worden helder en eenvoudig gepresenteerd.
Introductie2NederlandsGebruik van deze handleidingVeel functies van de telefoon zijn toegankelijk door middel van een eenvoudig menusysteem. Een volledige beschrijving van de menu's en hoe u door de menu's wandelt wordt behandeld in het volgende gedeelte Werken met menu's. Bij de beschrijving van de afzonderlijke menufuncties wordt aangenomen dat u bekend bent met het menusysteem.Gebruik van de toetsenAls u op een toets moet drukken, wordt dat in deze handleiding weergegeven door een symbool, zodat u de toetsen snel en in de juiste volgorde kunt gebruiken. Een reeks toetsaanslagen kan als volgt worden weergegeven:$OCDit betekent dat u eerst de toets $ moet indrukken, daarna O C en vervolgens , achter elkaar, niet tegelijk.Informatie invoerenAls u wordt gevraagd informatie in te voeren, zoals het telefoonnummer dat u wilt bellen, wordt dit in vette tekst aangegeven.
Bijvoorbeeld:C - voer het gewenste telefoonnummer in.A - voer uw PIN (Personal Identification Number) in.B - voer uw slotcode in.G - voer het locatienummer voor het Telefoonboek in.Aanwijzingen en berichtenNadat u een toets heeft ingedrukt, geeft de telefoon aanwijzingen over de volgende handeling die u kunt verrichten, of eenvoudige berichten die een verrichte handeling bevestigen.
Aanwijzingen en berichten worden in deze handleiding weergegeven in de LCD-stijl, bijvoorbeeld:Voer PIN in of Afgerond.Overige symbolenDe volgende symbolen worden in deze handleiding gebruikt:AEen noot bevat extra informatie die van belang is voor de functie/optie.!Een opmerking getiteld "Let op:" bevat belangrijke extra informatie over het doelmatig en/of veilig gebruik van uw telefoon.jDit symbool geeft aan dat deze voorziening een Personality™ functie is, die kan worden aangepast aan uw eigen wensen.iDit symbool geeft aan dat u voor deze functie een sneltoetsreeks kunt gebruiken.
Introductie 3NederlandsWerken met menu'sVeel opties van uw telefoon zijn beschikbaar via menu's waarin u op een standaard manier items kunt selecteren, wijzigen en opheffen. Lees dit hoofdstuk zorgvuldig door voordat u probeert toegang te krijgen tot een menu-optie. Wanneer u eenmaal weet hoe u met menu's kunt werken en hoe de menu's op de pagina worden weergegeven, zult u de gewenste opties gemakkelijk kunnen vinden en wijzigen. De menu's oproepenDe twee menu’s worden door middel van twee verschillende toetsen opgeroepen:$roept het menu Opties op in de standby-modus; wanneer u al een gesprek voert, komt u met deze toets in het menu Tijdens gesprek terecht. Eroept het menu Quick Access op. Vervolgens kunt u in alle menu's de toetsen ª, , , O en C gebruiken voor het oproepen, selecteren en wijzigen van individuele opties.
De menu's verlatenU kunt elk menu verlaten door de toets C ingedrukt te houden of door een aantal malen achter elkaar op C te drukken. De telefoon wordt dan weer in de standby-modus gezet. iEen snellere manier om de menu's te verlaten is op EC drukken. Menu's en submenu'sEen menu is een lijst met opties. Sommige opties geven toegang tot een onderliggende lijst met opties, een submenu. U kunt zich de menu's voorstellen als een boomstructuur, waarbij het hoofdmenu zich op het hoogste niveau bevindt en de submenu's op een lager gelegen niveau liggen. Een menu-optie selecterenOm binnen een niveau van de ene naar de andere optie te gaan, gebruikt u de scroll-toets ª druk op de onderzijde voor verplaatsing in voorwaartse richting en op de bovenzijde voor verplaatsing in tegengestelde richting. Nadat u de gewenste optie heeft gevonden, selecteert u deze met O.
Vervolgens kunnen er drie dingen gebeuren, afhankelijk van de geselecteerde optie:•Er verschijnt een kort bericht om te bevestigen dat een actie is uitgevoerd, bijvoorbeeld Afgerond. •Er verschijnt een aanwijzing voor het invoeren van informatie, bijvoorbeeld Voer PIN in of Voer naam in.
•De eerste optie van een submenu verschijnt. U kunt deze optie selecteren door op O te drukken of u kunt met de scrolltoetsen de andere opties weergeven. Druk op C wanneer u een optie of submenu wilt verlaten. U keert dan terug naar de hogere menu-optie. Menu-opties met beveiligingscodesSommige opties zijn beveiligd tegen misbruik. Hierbij moet u een beveiligingscode invoeren.
Introductie4NederlandsWerken met menu's - een praktijkvoorbeeldHieronder wordt stapsgewijs beschreven hoe u de optie Uitgebreide menu's kunt inschakelen:1Wanneer de telefoon in de standby-modus staat, drukt u op de toets $. U krijgt toegang tot het menu Opties en op het display verschijnt het Telefoonboek.#2Druk een aantal keren op ª totdat het submenu-item Telefooninstelling op het display verschijnt.3Druk op O om het submenu te selecteren.4Druk een aantal keren op ª totdat het submenu-item Uitgebreide menu's op het display verschijnt.5Druk op O om deze optie te selecteren. U kunt nu kiezen uit Aan of Uit, de huidige instelling wordt weergegeven met het symbool z. Als het symbool z naast de optie Uit staat, drukt u op ª en vervolgens op O om terug te gaan naar de Uitgebreide menu's.
Als het symbool z naast de optie Aan staat, drukt u op C om de instelling ongewijzigd te laten.# Wanneer uw service provider zijn eigen menu heeft toegevoegd, is het menu Telefoonboek niet de eerste optie in het menu Opties.†De beschikbaarheid hangt af van het type SIM-kaart en de instellingen en/of uw abonnement op deze optie.UitWijzig beveil. CodeUitgebreidemenu'sTelefoonstatusAanBeltoon aan of uitGesprekfaciliteitenTelefoon-instellingAccessoireinstellingenBerichtenSelecteer lijnWijzig belvolume$OOO†TelefoonboekªªªªBeltoon instellenªªªªªª#
Introductie 5Nederlandsj Korte, uitgebreide en persoonlijke menu'sDankzij de Personality™ voorziening kunt u afstemmen op uw persoonlijke wensen door op te geven welke functies u direct beschikbaar wilt hebben. De functies die u minder vaak gebruikt kunnen uit het zicht worden opgeslagen.In de menustructuren die u in deze handleiding aantreft, ziet u de menu's zoals deze in de fabriek zijn afgesteld. De functies die in het korte menu voorkomen, worden vet weergegeven.
De andere functies staan in het Uitgebreide menu en worden cursief weergegeven.U kunt zelf instellen welke functies in het korte menu en het uitgebreide menu komen te staan en zo de menu's afstemmen op uw wensen.U kunt een functie verplaatsen van het korte menu naar het uitgebreide menu (of andersom), door naar de functie te gaan en de toets O ingedrukt te houden tot er een aanwijzing verschijnt waarbij u een van de volgende keuzes kunt maken:•De functie toevoegen aan het korte/uitgebreide menu.•De functie in het korte/uitgebreide menu laten staan.Selecteer de gewenste optie door op de toets O te drukken.Sommige menu-instellingen kunnen niet worden gewijzigd.Volledige tevredenheid van klantBij Motorola is de volledige tevredenheid van de klant de eerste prioriteit.
Wanneer u een vraag, een suggestie of een klacht heeft met betrekking tot uw mobiele telefoon van Motorola, dan wil Motorola dit graag van u horen.E-mailadres: [email protected]
Introductie6NederlandsGARANTIE- INFORMATIEMotorola verstrekt hiermee aan degene, die bij een door Motorola erkende in Nederland gevestigde dealer (hierna "Motorola Dealer") een mobiele telefoon en eventueel bijbehorende accessoires (de "Produkten") heeft gekocht (hierna "de Koper"), de garantie dat het gekochte Produkt bij aflevering zal functioneren overeenkomstig de bij Motorola ten tijde van Produktie geldende specificaties. Op deze garantie kan door de Koper gedurende een [1] jaar na de levering (de "Garantietermijn") een beroep worden gedaan.
Indien sprake is van een gebrek in het materiaal of in de samenstelling, of van een gebrek aan conformiteit, dient de Koper Motorola binnen [2] maanden na ontdekking, doch in ieder geval binnen de Garantietermijn, hiervan op de hoogte te brengen door het Produkt voor service bij Motorola in te leveren, op straffe van verval van de Koper's rechten. Motorola kan niet aan verklaringen of toezeggingen omtrent het Produkt worden gehouden, indien die niet rechtstreeks van haarzelf afkomstig zijn. Een lijst met telefoonnummers van Motorola Call Centra is bij dit Produkt ingesloten.
Indien tijdens de Garantietermijn mocht blijken dat het Produkt bij aflevering niet aan de hierboven genoemde specificaties mocht voldoen, dan zal Motorola, bij wijze van enige remedie, het Produkt kosteloos repareren of vervangen, ter keuze van Motorola, of, als dit niet mogelijk is, de prijs van het Produkt terugbetalen daarbij rekening houdend met het gebruik dat de Koper van het Produkt heeft gehad. Deze garantie verloopt aan het einde van de Garantietermijn. Dit is de volledige en enige garantie die door Motorola in verband met de Produkten wordt verstrekt, die andere stilzwijgende dan wel uitdrukkelijke garanties vervangt.
Jegens de Koper, die geen natuurlijke persoon is die de Produkten koopt voor doeleinden die geen verband houden met zijn beroep of bedrijf, geeft Motorola geen enkele stilzwijgende dan wel uitdrukkelijke garantie, zoals geschiktheid (voor welk doel dan ook) of bevredigende kwaliteit. In geen geval overstijgt Motorola's aansprakelijkheid voor schade het bedrag van de aankoopprijs en in geen geval is Motorola aansprakelijk voor incidentele, speciale of gevolgschade# opgetreden door het gebruik van het Produkt dan wel de onmogelijkheid het Produkt te gebruiken, beide voorzover het toepasselijke recht deze aansprakelijkheidsbeperkingen toelaat. De Koper-natuurlijke persoon, die het Produkt anders dan voor beroeps- of bedrijfsdoeleinden koopt, heeft onder Nederlands recht bepaalde wettelijke rechten, die deze garantie onverlet laat.
Introductie 7NederlandsHET VERKRIJGEN VAN GARANTIESERVICE De Motorola Dealer, waarbij de Koper het Produkt heeft gekocht, zal in de meeste gevallen de garantieservice leveren. De Koper kan ook op onderstaande telefoonnummers contact opnemen met ofwel de afdeling klantenservice van de Koper's service operator ofwel het call centre van Motorola. Om voor garantieservice in aanmerking te komen, dient de Koper het Produkt aan Motorola te retourneren. De Koper wordt daarbij verzocht geen aanvullende onderdelen zoals SIM- kaarten achter te laten. Het Produkt dient door de Koper duidelijk te worden voorzien van de Koper's naam, adres en telefoonnummer, de naam van de netwerk provider, en een beschrijving van het probleem. Indien het Produkt in een auto of ander voertuig is gemonteerd, dient de Koper het betreffende voertuig naar het Reparatiecentrum te brengen.
Teneinde voor garantieservice in aanmerking te komen moet de Koper de kassabon of ander bewijs van de aankoop, waarop de datum van aankoop staat vermeld, overleggen. Op de telefoon dienen bovendien nog duidelijk de oorspronkelijke serienummers (IMEI en MSN-nummers] zichtbaar te zijn. Dit is informatie die op het Produkt is aangebracht. VOORWAARDENVan deze garantie kan geen gebruik worden gemaakt en Motorola is niet aansprakelijk als het type -of serienummer van het Produkt is veranderd, doorgehaald of verwijderd of onleesbaar is geworden. Motorola behoudt zich het recht voor om, indien zij onderdelen vervangt, andere en/of gebruikte onderdelen te gebruiken met dezelfde of vergelijkbare functionaliteit. Vervangen onderdelen, accessoires, batterijen of kaarten worden gegarandeerd voor de resterende periode van de oorspronkelijk geldende Garantietermijn.
De Garantietermijn wordt niet verlengd. Alle vervangen Produkten, originele accessoires, batterijen en onderdelen worden weer de eigendom van Motorola. Motorola geeft geen garantie ten aanzien van de installatie van - of het onderhoud of andere service aan de Produkten.
Motorola is onder geen enkele voorwaarde verantwoordelijk of aansprakelijk voor problemen of schade veroorzaakt door randapparatuur (bijvoorbeeld: batterijen, laders, adapters, en stroomvoorzieningen), die in combinatie met de Produkten wordt gebruikt door de Koper, maar die niet door Motorola is geleverd. Ten aanzien van dergelijke apparatuur geldt deze garantie uitdrukkelijk niet. Wanneer het Produkt wordt gebruikt in samenhang met apparatuur die niet van Motorola afkomstig is, dan garandeert Motorola de werking van het Produkt niet en wordt een gebrek in het Produkt vermoed door een dergelijk gebruik te zijn veroorzaakt, in welk geval de Koper geen rechten jegens Motorola kan doen gelden, tenzij het tegendeel door Motorola kan worden vastgesteld.
Introductie8NederlandsWAT NIET DOOR DE GARANTIE WORDT GEDEKTDeze garantie geldt niet als sprake is van beschadiging door verkeerd gebruik, verwaarlozing, demontage of andere handelingen aan het Produkt door niet-erkende reparateurs of particulieren, en ook niet in de volgende gevallen:1gebruik van het Produkt dat afwijkt van het normale, te verwachten gebruik;2vallen of andere ongelukken;3verkeerd uitvoeren van testen, installatie of onderhoud;4breuk of andere schade aan antennes, tenzij veroorzaakt door een gebrek in het materiaal of samenstelling;5foutieve demontage of reparatie;6gebrekkig bereik of een ander gebrek in verband met bestreken gebied of beschikbaarheid van het netwerk;7vocht, voedsel of aanraking met andere stoffen;8spiraaldraden van de bedieningseenheid in het Produkt die uitgerekt of anderszins gewijzigd zijn; 9krassen of schade aan plastic oppervlakken en alle andere extern blootgestelde onderdelen; 10 lederen hulzen (Voor ledere hulzen wordt door de betreffende fabrikant een garantie afgegeven.)11 gehuurde produkten;12 normale slijtage;ADe oplaadbare batterij is een verbruiksartikel, waarvoor een kortere Garantietermijn geldt.
De oplaadtijd, gebruiksmogelijkheden en totale levensduur van een oplaadbare batterij van Motorola is o.a. afhankelijk van de wijze en intensiteit van het gebruik en van de netwerkconfiguraties. Bij normaal gebruik zou de batterij naar behoren moeten functioneren gedurende de eerste zes maanden vanaf de levering of, indien dit korter duurt, gedurende de eerste 200 keer opladen (de "Garantietermijn"). De Koper kan geen rechten doen gelden en Motorola is niet aansprakelijk ten aanzien van oplaadbare batterijen, (i) die anders dan met door Motorola goedgekeurde batterijladers zijn opgeladen, (ii) waarvan de verzegeling is verbroken of die ander bewijs van geknoei vertonen, (iii) die met andere produkten dan de Produkten zijn gebruikt of met Produkten waarvoor ze niet volgens de specificaties zijn bestemd.
11 NederlandsVeiligheids- en algemene informatieDeze informatie vervangt de algemene veiligheidsinformatie vervat in gebruikersgidsen die tot nu toe zijn gepubliceerd. Voor informatie over radiogebruik in een gevaarlijke atmosfeer verwijzen wij u naar de Factory Mutual (FM) Approval Manual Supplement of de Instructiekaart, die is bijgevoegd bij radiomodellen die in dit gebruik voorzien. RF operationele eigenschappenUw Personal Communicator bevat een zender en ontvanger. Wanneer de Personal Communicator is ingeschakeld (AAN) ontvangt en zendt deze radiofrequentie (RF) energie. De Personal Communicator werkt in het frequentiegebied tussen900 MHz en 1990 MHz en past digitale modulatietechnieken toe. Wanneer u met uw Personal Communicator communiceert, dan bepaalt het systeem dat uw gesprek verwerkt het vermogen waarmee uw Personal Communicator uitzendt.
12NederlandsVoor optimale werking en om er zeker van te zijn dat de blootstelling van mensen aan elektromagnetische energie van radiofrequentie binnen de bovenstaande richtlijnen valt, dient u te allen tijde de volgende instructies te volgen:Gebruik en blootstelling aan Elektromagnetische EnergieGebruik van antennesGebruik alleen de bijgeleverde of een eventuele goedgekeurde vervangende antenne. Niet voor het apparaat bestemde of niet tevoren goedgekeurde antennes, wijzigingen of hulpstukken zouden de Personal Communicator kunnen beschadigen en kan een overtreding inhouden van FCC of andere toepasselijke regelingen. Houd de antenne NIET vast wanneer de Personal Communicator “ ”IN GEBRUIK is. Het vasthouden van de antenne beïnvloedt de gesprekskwaliteit nadelig en kan ertoe bijdragen dat de Personal Communicator meer vermogen gebruikt dan nodig is.
TelefoonDe Personal Communicator is ontworpen om met een headset te worden gebruikt. De Personal Communicator kan ook in de holster worden geplaatst, en vervolgens kan de holster aan uw riem, zak, handtas of andere kleding worden gehecht en met de headset worden gebruikt. Dragen op het lichaamIndien u tijdens het zenden uw Personal Communicator op het lichaam draagt, plaats de Personal Communicator dan altijd in een door Motorola geleverde en goedgekeurde klip, houder, holster of etui. Dit is nodig om de regels inzake blootstelling aan elektromagnetische energie na te leven. Het gebruik van accessoires die niet door Motorola zijn goedgekeurd kan meebrengen dat de maximaal toegestane blootstelling wordt overschreden. Indien u geen van de voorgeschreven accessoires op het lichaam draagt, zorg er dan voor dat de antenne tijdens het zenden tenminste 2,5 cm van uw lichaam is verwijderd.
Goedgekeurde accessoiresRaadpleeg het hoofdstuk over accessoires in deze handleiding voor een lijst van door goedgekeurde Motorola-accessoires. Elektromagnetische storing / compatibiliteitNagenoeg elk elektronisch apparaat is onderhevig aan elektromagnetische storing als het niet afdoende is beschermd, ontworpen of op andere wijze is geconfigureerd voor elektromagnetische compatibiliteit. GebouwenTer voorkoming van elektromagnetische storing: schakel uw Personal Communicator uit in gebouwen waar u wordt verzocht dit te doen. Ziekenhuizen en zorginstellingen kunnen uitrusting gebruiken die gevoelig is voor interferentie. VliegtuigenSchakel uw Personal Communicator uit, wanneer u dit aan boord van een vliegtuig wordt opgedragen. Ieder gebruik van een Personal Communicator moet in overeenstemming zijn met de aan boord toepasselijke regels.
13 NederlandsMedische apparatenPacemakersDe Health Industry Manufacturers Association) adviseert dat er minimaal 15 cm afstand wordt gehouden tussen een draadloze handtelefoon en een pacemaker. Deze aanbeveling komt overeen met het onafhankelijke onderzoek door en de aanbevelingen van het Wireless Technology Research instituut. Personen met pacemakers dienen het volgende te doen:• Houd de Personal Communicator ALTIJD méér dan 15 cm van de pacemaker, wanneer de Personal Communicator is ingeschakeld. • Draag de Personal Communicator niet in een borstzak. • Gebruik het oor aan de tegenovergestelde kant van de pacemaker om de kans op storing zoveel mogelijk te beperken. • Schakel de Personal Communicator onmiddellijk uit, als u ook maar denkt dat storing plaatsvindt.
GehoorapparatenSommige digitale draadloze telefoons kunnen bij sommige gehoorapparaten storing veroorzaken of ondervinden. Mocht een dergelijke storing optreden, dan kunt u wellicht contact op nemen met de fabrikant van uw gehoorapparaat om alternatieven te bespreken. Andere medische apparatenIndien u enige ander medische apparaat of hulpstuk gebruikt, neem dan contact op met de fabrikant van uw apparaat om te bepalen of het voldoende is beschermd tegen RF-energie. Uw arts zou u wellicht kunnen helpen bij het verkrijgen van deze informatie. Veiligheid en algemeen Gebruik in voertuigenKijk de wetten en regels na over het gebruik van telefoons in uw voertuig. Volg de regels altijd op. Wanneer u uw Personal Communicator in een voertuig gebruikt, verzoeken wij u het volgende te doen:• Gebruik bediening zonder handen (hands-free), indien beschikbaar.
Operationele waarschuwingenVoor voertuigen met een airbagPlaats de Personal Communicator niet over een airbag of in de ruimte, die een airbag in opgeblazen toestand inneemt. Airbags blazen met enorme kracht op. Indien de Personal Communicator in het gebied is geplaatst waar een luchtkussen automatisch wordt opgeblazen en het luchtkussen blaast op, dan kan de Personal Communicator met enorme kracht losschieten en ernstig letsel veroorzaken aan de inzittenden van het voertuig. Mogelijke explosieve atmosfeerSchakel uw Personal Communicator uit vóór u een gebied ingaat, waar mogelijk explosiegevaar heerst, behalve als het apparaat speciaal geschikt voor het gebruik in dergelijke gebieden en als “ ”intrinsiek veilig voor dergelijke gebieden is aangemerkt (b. v. Factory Mutual, CSA of UL goedgekeurd). Verwijder, installeer en laad geen batterijen in dergelijke gebieden.
14NederlandsBelangrijk: De gebieden, waaraan hierboven wordt gerefereerd, zijn onder andere gebieden waar brandstof wordt gepompt, zoals onderdeks op schepen, gebieden voor het overpompen of de opslag van brandstof of chemicaliën, gebieden waar de lucht chemicaliën bevat of deeltjes zoals graan, stof of metaalpoeders, en alle andere gebieden waar u normaliter wordt verzocht uw voertuigmotor uit te zetten. Voor gebieden met mogelijke explosieve atmosferen wordt u veelal maar niet altijd gewaarschuwd door middel van borden. Springladingen en gebieden waar ontploffingen plaatsvinden Schakel uw Personal Communicator uit wanneer u in de buurt bent van elektrische springladingen, in een gebied waar ontploffingen worden uitgevoerd, of in gebieden waar is voorgeschreven: “ ”Personal Communicator uitschakelen. Volg alle tekens en voorschriften op.
Voorzichtigheid in het gebruikAntennesGebruik de Personal Communicator niet als deze een beschadigde antenne heeft. Indien een beschadigde antenne in aanraking komt met uw huid, kan dit een kleine brandwond tot gevolg hebben. BatterijenAlle batterijen kunnen zaakschade en/of lichamelijk letsel veroorzaken zoals brandwonden, indien een geleidend materiaal, zoals sieraden, sleutels of kralenkettingen blootgestelde apparatuur aanraakt. Het geleidende materiaal kan een elektrische stroomkring vervolmaken (kortsluiten) en erg heet worden. Wees voorzichtig in het hanteren van een geladen batterij, speciaal wanneer deze in een binnenzak, tas of andere houder wordt geplaatst met een of meer metalen voorwerpen. Verklaring van Overeenstemming met de in de Europese Unie geldende richtlijnenDe Personal Communicator voldoet aan de vereisten van de toepasselijke Europese richtlijnen.
Telefoon, batterijen en SIM-kaart 15 NederlandsTelefoon, batterijen en SIM-kaartSpeciale toetsenS De telefoon in- en uitschakelen.O Een gesprek, instelling of optie accepteren.C Een gesprek, instelling of optie weigeren.E Toegang tot Menu Quick Access.$ Toegang tot het menu Opties of Telefoonboek. Druk op beide toetsen tegelijk om het toetsenbord te vergrendelen; deze toetsen dienen tevens om naar links en rechts te scrollen.ª Druk op deze toets om naar boven en beneden te scrollen.f Druk op deze knop om de Voicemail te bellen. †¯ Druk op deze knop om het volume van de luidspreker te verhogen.° Druk op deze knop om het volume van de luidspreker te verlagen.A De vorm van de in de gebruiksaanwijzing afgebeelde toetsen kan iets afwijken van de werkelijke vorm.VolumeknoppenDe volumeknoppen (¯°) bevinden zich op het toetsenbord van uw telefoon.
Met de knoppen kunt u het volume voor de toetsen, oormicrofoon en het belvolume instellen.Een volumemeter geeft het huidige volume aan. De meter verdwijnt na enige tijd of zodra u op O of C drukt.• Druk op de knoppen zonder dat enige andere optie is gekozen om het volume voor de toetsen en de oormicrofoon in te stellen.• Selecteer eerst de optie ‘Wijzig Belvolume’ in het Menu Telefooninstelling en gebruik vervolgens de knoppen om het bel volume op het gewenste niveau in te stellen.A Als u een gesprek ontvangt dat u niet meteen wilt aannemen, kunt u op de volumeknoppen drukken om het belsignaal te laten stoppen. Hierdoor wordt het gesprek niet aangenomen.†. De beschikbaarheid hangt af van het type SIM-kaart en de instellingen en/of uw abonnement op deze optie.
Telefoon, batterijen en SIM-kaart16NederlandsHet displayHet display van uw telefoon kan alfanumerieke tekens weergeven en nuttige informatie in de vorm van symbolen. Dit zijn de onderdelen van het display:Bovendien verschijnt er als u op de toets O drukt, een mededeling op het display, bijvoorbeeld Afgerond. Gebruik bij lage temperaturenHet LCD-display van de telefoon reageert anders bij extreem lage temperaturen. U kunt zien dat het display langzamer reageert wanneer een toets wordt ingedrukt; dit verschijnsel is normaal en is verder niet van invloed op de werking van de telefoon. Aansluiting oortelefoonDe aansluiting voor de oormicrofoon bevindt zich aan de rechter zijkant van uw toestel, onder de aansluiting voor netvoeding. Sluit hierop de gewenste oormicrofoon/accessoires aan. Uw Motorola-dealer zal u hierover graag nader informeren.
Onderhoud van de telefoon• Stel de telefoon of batterij nooit bloot aan extreem hoge temperaturen (boven 60°C), bijvoorbeeld achter glas in zeer fel, direct zonlicht. • Gebruik een vochtige of antistatische doek om de telefoon te reinigen. Gebruik geen droge of elektrostatisch geladen doek. ABC123 Berichten en telefoonnummers worden met tekens weergegeven. rx Signaalsterkte. Hoe meer segmenten er zijn verlicht, des te sterker is het signaal. kIn gebruik. Verschijnt wanneer er een gesprek wordt gevoerd. nEigen netwerkzone. Beschikbaarheid afhankelijk van uw service provider. lRoaming. Weergegeven wanneer u bent geregistreerd bij een ander dan uw eigen netwerk. hBeltoon Aan. Wordt weergegeven indien de beltoon voor gesprekken is geselecteerd. Indien u de optie Beltoon Uit kiest, zal dit symbool niet verschijnen. oKortbericht-service.
Wordt weergegeven als uw toestel een bericht heeft ontvangen. De beschikbaarheid van deze functie is afhankelijk van uw service provider. Zodra alle geheugenplaatsen bezet zijn, zal het symbool gaan knipperen. pVoicemail. Verschijnt wanneer er een voicemail-bericht is ontvangen.
Telefoon, batterijen en SIM-kaart 17 NederlandsDe batterijBatterijblok plaatsenEen nieuwe batterij is niet opgeladen en wordt geleverd in een beschermende verpakking. Druk op het lipje van de sluiting van de verpakking en open de deksel om de batterij eruit te halen. Installeren van de batterij in uw toestel:1 Druk op de vergrendeling van het afdekklepje voor de batterijhouder en schuif het klepje naar beneden. 2 Let erop dat de positieve en negatieve (+ en -) polen van de batterij overeenkomen met de positieve en negatieve (+ en -) klemmen in uw toestel. 3 Druk de batterij naar de aansluitpunten en duw de batterij omlaag tot deze vastklikt. 4 Plaats het klepje van de batterijhouder terug. Belangrijke informatie. Ga voorzichtig met batterijen om. Zie ‘Batterijen’ aan het begin van deze handleiding.
Stel de telefoon of batterij nooit bloot aan extreem hoge temperaturen (boven 60 C), bijvoorbeeld achter °glas in zeer fel, direct zonlicht. In uw toestel kunnen uitsluitend originele Motorola-batterijen worden opgeladen. Zo wordt voorkomen dat u of de batterij gevaar loopt ten gevolge van incorrect opladen. Een nieuwe batterij opladenEen nieuwe batterij wordt geheel ongeladen geleverd. Voor het garanderen van de beste prestaties raden wij u aan een nieuwe batterij (of een batterij die verscheidene maanden niet is gebruikt) ten minste 14 uur voor gebruik op te laden. A Het is mogelijk dat u tijdens het opladen niet kunt bellen of gebeld kunt worden. Dit is afhankelijk van de toestand van de batterij. Indien de batterijcapaciteit gering of erg laag is, dient u de batterij bij voorkeur eerst op te laden voordat u belt of een gesprek aanneemt.
A Voor een optimale werking moet een nieuwe batterij een aantal malen volledig zijn opgeladen en ontladen. A Een nieuwe batterij, of een batterij die een aantal maanden niet is gebruikt, kan er de oorzaak van zijn dat de lader te vroeg aangeeft dat de batterij volledig is geladen.
Telefoon, batterijen en SIM-kaart18Nederlands! Uw batterij zal niet worden opgeladen indien de polen van de batterij niet op de juiste klemmen (+ en -). zijn aangesloten.
Let er daarom op dat u de batterij correct heeft geplaatst voordat u met opladen begint.Voor een maximale levensduur van de batterijen en voor een optimaal gebruik van de batterijcapaciteit moet u op het volgende letten:• De batterij moet worden opgeladen bij kamertemperatuur.Batterijcapaciteit en onderhoud• De beste prestaties worden verkregen als u de batterijen laadt en ontlaadt zoals in deze handleiding beschreven.• De batterijcapaciteit wordt sterk beïnvloed door het bereik van het netwerk.• Kies Aan (zie ‘Menu Telefooninstelling’) voor Batterijspaarstand en/of Langzaam of Normaal (zie ‘Menu Netwerkkeuze’) voor Zoekfrequentie.• Indien een volledig opgeladen batterij niet wordt gebruikt, zal deze na ongeveer een maand automatisch zijn ontladen.• Bewaar de niet-opgeladen batterij op een koele, donkere en droge plaats.De batterij verwijderen!
Schakel de telefoon uit voordat u de batterij verwijdert. Wanneer u dit niet doet, kan het telefoongeheugen worden beschadigd.Druk de vergrendeling van het klepje van de batterijhouder in en schuif het klepje naar beneden.1 Verwijder de batterijen.2 Trek het onderste einde van de batterij eerst omhoog alvorens deze te verwijderen.
Telefoon, batterijen en SIM-kaart 19 NederlandsBatterij opladen met reisladerAHet is mogelijk dat u tijdens het opladen niet kunt bellen of gebeld kunt worden. Dit is afhankelijk van de toestand van de batterij. Indien de batterijcapaciteit gering of erg laag is, dient u de batterij bij voorkeur eerst op te laden voordat u belt of een gesprek aanneemt.De reislader voorziet de telefoon van stroom en laadt een batterij in de telefoon op.
U kunt de telefoon niet inschakelen indien geen batterij geplaatst is.!Als u op reis gaat, moet u controleren of de netspanning van het land van uw bestemming overeenkomt met het vereiste voltage van uw reislader.Plaats de batterij in uw toestel (zie 'Batterij plaatsen').Zo laadt u de batterij op:1Let erop dat uw batterij op de juiste manier geplaatst is.ADe batterij zal niet worden opgeladen indien deze niet juist is geplaatst of indien de lader niet goed is aangesloten.2Sluit de reislader aan op de telefoon.3Steek de stekker van de reislader in een geschikt stopcontact.Uw toestel kan zowel worden opgeladen als het is ingeschakeld als wanneer het is uitgeschakeld. Indien de telefoon is ingeschakeld, zult u een pieptoon horen en zal het batterij-symbool knipperen zodra het laden begint.
Als uw toestel niet is ingeschakeld, verschijnt Batterij laadt op op de display en zal het batterij-symbool knipperen zodra het laden begint.AUw toestel dient bij voorkeur helemaal ingeschakeld of helemaal uitgeschakeld te zijn voordat de lader wordt aangesloten en met laden wordt begonnen.AUw toestel zal geen pieptoon laten horen indien de batterijen niet correct zijn geplaatst. Bij nieuwe of volledig ontladen batterijen kan het twee minuten duren voordat u de pieptoon hoort.Het display geeft onderwijl aan hoe ver de batterij inmiddels geladen is. Zie ‘ ’Batterijmeterindicaties later in dit hoofdstuk voor meer informatie.
Telefoon, batterijen en SIM-kaart20NederlandsWaarschuwing bij geringe batterijcapaciteitWanneer de batterij zwak is en u nog maar enkele minuten kunt bellen, klinkt er een waarschuwingssignaal (twee dubbele pieptonen), begint het batterijsymbool te knipperen en wordt de aanduiding Batterij zwak weergegeven.Als de batterij helemaal leeg is, wordt de telefoon uitgeschakeld.Batterij-indicatiesDe telefoon geeft informatie over de batterij. Het volgende bericht verschijnt op het display bij deze situatie:BatterijmeterindicatiesDe batterijmeter geeft verschillende meldingen aan afhankelijk van de geplaatste batterijen en van een eventuele externe spanningsbron.
De batterijmeter vindt u in de optie Gesprekfaciliteiten van het menu Optie.A Indien de batterij volledig ontladen is, dient u deze een minuut of langer op te laden voordat u kunt bellen of gebeld kunt worden.A Om de batterijen optimaal te laden, mag het toestel pas van de lader worden losgekoppeld indien het bericht Opladen gereed op de display verschijnt.Batterij zwak.Lage batterijcapaciteit. Laad de batterij op.Batterij laadt opDe batterij wordt opgeladen.Opladen gereedOpladen is voltooid.
Telefoon, batterijen en SIM-kaart 21 NederlandsDe SIM-kaartBij aanschaf van de telefoon heeft u van de cellulaire service provider een SIM-kaart (Subscriber Identity Module) gekregen. U kunt geen gesprekken beginnen of ontvangen als de SIM-kaart niet is geplaatst.A In sommige netwerken kunt u alarmnummers kiezen zonder dat een SIM-kaart geplaatst is.De SIM-kaart is een ‘ ’Smart Card die uw telefoonnummer, servicedetails en een geheugen bevat voor het opslaan van nummers uit het Telefoonboek en voor berichten. Wanneer u de SIM-kaart in de telefoon van iemand anders gebruikt, komen de kosten dus gewoon voor uw rekening.Evenals een bankpasje of een credit card moet u de SIM-kaart veilig bewaren. Buig de kaart niet, voorkom krassen, stel de kaart niet bloot aan statische elektriciteit, en vermijd contact met water.! Schakel de telefoon uit voordat u de SIM-kaart plaatst of verwijdert.
Wanneer u dit niet doet, kan het geheugen van de SIM-kaart worden beschadigd.SIM-kaart aanbrengen/verwijderen1Schakel uw telefoon uit door de S-toets in te drukken en ingedrukt te houden.2 2Maak het klepje van de batterijhouder open en verwijder de batterij uit het toestel.3 3Schuif het klepje van de SIM-kaarthouder naar beneden en trek de bovenzijde van het klepje omhoog.4 Plaats de SIM-kaart zodanig in de betreffende houder in de telefoon dat het afgekante hoekje zich links boven bevindt.
Telefoon, batterijen en SIM-kaart22Nederlands5 Sluit het klepje van de SIM-kaarthouder weer, druk het aan en schuif het naar rechts tot het vastzit.6 Sluit het klepje van de SIM-kaarthouder weer, druk het aan en schuif het naar voor tot het vastzit.7 Plaats de batterij terug en sluit het klepje van de batterijhouder.Wanneer de SIM-kaart omgekeerd aangebracht wordt of beschadigd is, kan de boodschap Controleer kaart worden weergegeven. Verwijder de SIM-kaart, controleer of de goede kant naar boven wijst en plaats de kaart opnieuw in de telefoon.Als het bericht Kaart slecht Zie verkoper of Geblokkeerd Zie verkoper wordt weergegeven, moet u contact opnemen met uw netwerk.
Bellen en gebeld worden 23 NederlandsBellen en gebeld wordenDe telefoon in- en uitschakelenDruk op de S-toets en houd deze ingedrukt om uw toestel in of uit te schakelen. Als u de telefoon inschakelt en er geen SIM-kaart in het toestel is geplaatst, wordt u bij het inschakelen gevraagd om er een te plaatsen. Nadat dit is gebeurd, wordt gecontroleerd of de SIM-kaart geldig is. Er verschijnen nu een aantal berichten:• Voer PIN in - een verzoek de PIN-code van de SIM-kaart in te voeren (indien nodig). • Voer slotcode in - een verzoek de Slotcode voor de telefoon in te voeren (indien nodig). • Zoekt. gevolgd door de naam van een netwerk - de telefoon zoekt een geschikt netwerk en sluit hierop aan. De PIN-code voor uw SIM-kaart invoerenOm de PIN-code in te voeren, voert u AO in. Voor elk cijfer van de PIN-code dat u typt, verschijnt een * in het display.
Als u zich vergist, kunt u het laatste cijfer verwijderen door de toets C in te drukken en meteen los te laten. Als u de toets C ingedrukt houdt, worden alle getypte cijfers verwijderd. Druk op de toets O als de PIN-code volledig ingevoerd is. Bij een onjuiste PIN-code verschijnt in het display het bericht Ongeldige PIN gevolgd door Voer PIN in. Als driemaal achtereen een onjuiste PIN-code wordt ingevoerd, wordt de telefoon automatisch geblokkeerd en verschijnt het bericht Geblokkeerd. Zie 'De telefoon deblokkeren’ voor meer informatie over dit onderwerp. De PIN-code kan worden gewijzigd, zie ‘Wijzig SIM PIN-code’ in het hoofdstuk Menu Telefooninstelling voor meer informatie. j Slotcode invoerenAls het bericht Voer Slotcode in verschijnt, voert u uw B in en drukt u op O. De Slotcode bestaat uit vier cijfers en is in de fabriek ingesteld op 1234.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Motorola T180 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Mobiel Motorola
Handleiding Mobiel
Nieuwste handleidingen voor Mobiel