Mio C 710 Handleiding

Mio Navigator C 710

Bekijk gratis de handleiding van Mio C 710 (98 pagina’s), behorend tot de categorie Navigator. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 16 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Mio C 710 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/98
www.mio-te ch.be
Gebruikershandleiding

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Mio
Categorie: Navigator
Model: C 710

Handleiding Mio C 710 – volledige tekst

Inhoudsopgave 1 Aan de slag. 1 1. 1 Hardwarecomponenten begrijpen. 1 Componenten aan voor- en zijkant. 1 Componenten aan achterkant. 2 Componenten aan bovenkant. 3 Componenten aan onderkant. 3 1. 2 De eerste keer starten. 4 1. 3 Op het AC-vermogen aansluiten en de batterij opladen. 6 1. 4 Uw apparaat in een auto gebruiken. 7 De raamstand gebruiken. 7 De auto-oplader aansluiten. 7 1. 5 Richtlijnen voor besturing. 8 Aan- en uitzetten. 8 Het apparaat besturen. 8 Startscherm. 9 Een SD/MMC-kaart gebruiken. 10 2 Contacten. 11 2. 1 Contacten starten en afsluiten. 11 2. 2 De contactenlijst gebruiken. 12 2. 3 Het beknopte scherm. 12 2. 4 Naar een contactadres navigeren. 13 2. 5 Een contact opbellen. 14 2. 6 Contacten beheren. 15 Een contact toevoegen. 15 Een contact bewerken. 17 Een contact verwijderen. 17 3 Rekenmachinge. 19 3. 1 De rekenmachine starten en afsluiten. 19 3.

Wisselkoers bewerken. 23 3. 4 De conversiemodus gebruiken. 24 4 MP3. 27 4. 1 MP3-speler starten en afsluiten. 27 4. 2 De MP3-bestanden voor uw apparaat voorbereiden. 28 4. 3 MP3-bestanden afspelen. 28 4. 4 MP3-afspeelbesturingen. 29 4. 5 De speellijsten gebruiken. 30 Een speellijst maken. 30 Een speellijst openen. 31 4. 6 Versterker. 32 5 Foto's. 35 5. 1 Foto's starten en afsluiten. 35 5. 2 De foto's voor uw apparaat voorbereiden. 35 5. 3 Foto's in Miniatuurbeeld weergeven. 36 5. 4 Een foto in volledig scherm weergeven. 36 5. 5 Besturingsknoppen op het scherm. 37 5. 6 De diashow weergeven. 39 5. 7 Foto's overdragen. 40 6 Instellingen. 43 6. 1 Instellingen starten en afsluiten. 43 6. 2 Achterlicht. 44 6. 3 Volume. 45 6. 4 Scherm. 46 6. 5 Vermogen. 47 6. 6 Datum&tijd. 48 6. 7 Andere Taal. 50 6. 8 Bluetooth. 51 7 Dialer. 53 7. 1 Meer info over Dialer. 53 7. 2 Met een mobiele telefoon paren.

53 7. 3 Een gesprek uitvoeren. 55 Toetsenpaneel. 55 Contacten. 56 Belgeschiedenis. 57 Redial. 57 7. 4 Handelingen tijdens een gesprek. 58 7. 5 Een gesprek ontvangen. 59 7. 6 Verschillende knoppen. 59 ii.

Voorzorgsmaatregelen en mededelingen Voorzorgsmaatregelen en mededelingen  Voor uw eigen veiligheid raden wij u af de bedieningselementen van het apparaat te gebruiken tijdens het rijden.  Wees voorzichtig wanneer u het apparaat gebruikt. Het product is uitsluitend bedoeld als navigatiehulpmiddel. Het is niet bedoeld om nauwkeurige afmetingen te geven met betrekking tot de richting, de afstand, de locatie of de topografie.  De berekende route is alleen informatief bedoeld. De gebruiker is persoonlijk verantwoordelijk voor het opvolgen van de verkeersborden en het naleven van de verkeersvoorschriften.  Laat het apparaat niet achter op het dashboard dat aan direct zonlicht is blootgesteld wanneer u de auto verlaat. Oververhitting van de batterij kan defecten en/of gevaar veroorzaken.

 GPS wordt beheerd door de regering van de Verenigde Staten, die alleen verantwoordelijk is voor de werking van GPS. Elke wijziging aan het GPS-systeem kan de nauwkeurigheid van alle GPS-apparatuur beïnvloeden.  GPS-signalen gaan niet door vaste materialen (behalve glas). Wanneer u in een tunnel of een gebouw bent, is de GPS-positionering niet beschikbaar.  Minimaal vier 4 GPS-satellieten zijn nodig om de huidige GPS-positie te bepalen. De ontvangst van het signaal kan worden beïnvloed door omstandigheden zoals slecht weer of obstakels boven uw hoofd (zoals bomen en hoge gebouwen).  Draadloze apparaten kunnen de ontvangst van satellietsignalen storen en een onstabiele ontvangst van het signaal veroorzaken. v

 Wanneer u het apparaat in de auto gebruikt, hebt u een autohouder nodig. Het is aanbevolen het apparaat op een geschikte plaats te installeren en niet op de plaatsen die in de onderstaande afbeelding worden weergegeven. Niet monteren wanneer het gezichtsveld van de chauffeur geblokkeerd is. Niet los op het dashboard plaatsen. Niet monteren voor de panelen van de airbag. Niet monteren binnen het bereik van een geopende airbag. vi

1 Aan de slag 1.1 Hardwarecomponenten begrijpen OPMERKING: Afhankelijk van het gekochte model, kan de kleur van het apparaat afwijken van de afbeeldingen in deze handleiding. Componenten aan voor- en zijkant Ref Onderdeel Beschrijving  Laadindicator lampje brandt zodra de Het oranje lampje brandt om aan te geven dat de batterij wordt opgeladen en het groenebatterij volledig is opgeladen.  Bluetooth-indicator aan te geven dat Het blauwe lampje knippert omBluetooth is ingeschakeld. Touch-screen chten te selecteren, of om informatie in te voeren. Geeft de uitvoer van uw apparaat weer. Tik met uw vingertop op het scherm om de menuopdra 1

Vermogenknop  Hiermee zet u het apparaat aan/uit.  Menuknop Geeft het startscherm Home weer.  Volumebesturing Hiermee stelt u het volumeniveau van uw apparaat bij. Componenten aan achterkant Ref Onderdeel Beschrijving  Externe antenne- connector Deze connector (onder rubberen stoflid) geeft de mogelijkheid om een optionele externe GPS-antenne met magnetische stand te gebruiken, die boven op de auto kan worden geplaatst om in gebieden met slechte ontvangst, het GPS-signaal beter te ontvangen.  Luidspreker Stuur muziek, geluid en spraak uit.  Holte voor polsriem Aan deze holte bevestigt u de polsriem. 2

1.2 De eerste keer starten 1. Gebruik de punt van een pen en schuif de schakelaar AAN/UIT (ON/OFF) naar de positie AAN (ON). VOORZICHTIG: Laat de AAN/UIT-schakelaar (ON/OFF) altijd in de AAN-positite (ON) voor normale besturing. 2. Uw apparaat gaat aan. Sluit onmiddellijk de AC-adapter aan om uw apparaat op te laden, zoals in de volgende paragraaf wordt beschreven. 3. Het scherm "Andere taal" verschijnt. Tik op de pijlknop links/rechts om de gewenste taal te selecteren. Tik daarna op de knop . 4. Het scherm "Datum&tijd" verschijnt. Tik op de juiste pijlknop om de tijdzone, datum en tijd te selecteren en tik daarna op de knop . 4

1.3 Op het AC-vermogen aansluiten en de batterij opladen Als u de batterij voor de eerste keer oplaadt, moet u het minstens gedurende 8 uur opladen. 1. Schuif en klik de AC-converter op de AC-adapter. 2. Sluit de adapterkabel op de onderkant van uw apparaat aan. 3. Steek de AC-adapter in een stopcontact. 4. Het oranje lampje van de laadindicator brandt tijdens het opladen. Totdat de batterij niet volledig is opgeladen, mag u niet uw apparaat van het AC-vermogen verwijderen. Zodra de batterij volledig is opgeladen, zal het groene lampje van de laadindicator branden. Het opladen kan enige uren duren. OPMERKING:  Nadat u de AC-adapter hebt aangesloten om een lege batterij op te laden, mag u niet onmiddellijk uw apparaat aanzetten. Wacht minstens een minuut.  Afhankelijk van de regio van aankoop, kan het zijn dat de AC-converter er niet hetzelfde uitziet als de getoonde afbeelding.

 Uw apparaat kan ook worden opgeladen door het met de USB-kabel op een PC aan te sluiten. OPMERKING: let op het volgende voor een optimale prestatie van de lithiumbatterij:  Laad de batterij niet op bij een hoge temperatuur (bijv. in direct zonlicht).  U hoeft de batterij niet eerst volledig te ontladen voordat u begint met het opladen. U kunt de batterij opladen voordat deze leeg is.  Als u het product gedurende langere tijd niet zult gebruiken, moet u de batterij minstens elke twee weken volledig opladen. Het overladen van de batterij kan de laadprestatie beïnvloeden. 6

1.4 Uw apparaat in een auto gebruiken Met uw apparaat worden een apparaathouder en auto-oplader meegeleverd. De raamstand gebruiken Gebruik de apparaathouder om uw apparaat in een voertuig te monteren. ZOrg dat de GPS-antenne niet wordt geblokkeerd voor ontvangst. (Raadpleeg het document dat met de apparaathouder wordt meegeleverd, voor de installatie-instructies.) OPMERKING:  Afhankelijk van het specifieke model dat u hebt gekocht, kan het zijn dat de apparaathouder er niet hetzelfde uitziet als op de afbeelding wordt getoond.  Als de voorruit van de auto met een reflectieve laag is getint, kan het zijn dat u een externe antenne (optioneel) nodige hebt, om de antenne via een raam bovenop de auto te leiden. De auto-oplader aansluiten De auto-oplader levert vermogen aan uw apparaat als u het in een auto gebruikt.

VOORZICHTIG: Om uw apparaat tegen plotselinge stroomschommelingen te beschermen, mag u de auto-oplader pas aansluiten nadat u de motor van de auto hebt gestart. 1. Sluit een uiteinde van de auto-oplader op de vermogenconnector van uw apparaat aan. 2. Sluit het andere uiteinde op de 12-volt sigarettenaansteker of op de vermogenpoort aan en laad uw apparaat op. Het groene lampje van de indicator op de auto-oplader brandt om aan te geven dat er vermogen aan uw apparaat wordt geleverd. Naar sigarettenaansteker. 7

1.5 Richtlijnen voor besturing Aan- en uitzetten Gebruik de vermogenknop ( ) om uw apparaat aan en uit te zetten. Als u op de vermogenknop drukt om de eenheid uit te zetten, komt uw apparaat in een wachtstatus en het systeem houdt op met werken. Als u het systeem aanzet, gaat het verder met werken. Het apparaat besturen Om uw apparaat te besturen, raakt u met uw vingertop het scherm aan. U kunt de volgende handelingen uitvoeren:  Tikken Raak het scherm eenmaal met uw vingertop aan om items te openen en knoppen of opties op het scherm te selecteren.  Slepen Houdt uw vingertop op het scherm en sleep het omhoog/omlaag/naar links/naar rechts of over het scherm.  Tikken en vasthouden Tik op het scherm en houdt uw vingerpunt daar totdat de handeling is voltooid, of tot er een resultaat of menu wordt weergegeven. 8

Startscherm De eerste keer dat u uw apparaat inschakelt, wordt het startscherm weergegeven. Het startscherm is uw startpunt voor verschillende taken. Tike op een knop om een taak te starten, of om een ander menu te openen. U hebt op elk moment toegang tot het startscherm door op de zijkant van uw apparaat op de knop Menu ( ) te drukken.    Ref Knopnaam Beschrijving Zie ook  Contacten Hier houdt u een lijst met namen, adressen en telefoonnummers bij. Hoofdstuk 2  Rekenmachine (Calculator) Levert basisfuncties voor rekenen, valutaconversie en maatconversie. Hoofdstuk 3  Mio Map Start de navigatiesoftware. Raadpleeg de met de software meegeleverde handleiding.  MP3 Speelt MP3-muziek af. Hoofdstuk 4  Foto’s Geeft foto's weer (.jpg-, .gif- en .bmp-indelingen). Hoofdstuk 5  Instellingen Hiermee past u de systeeminstellingen aan. Hoofdstuk 6 9

Een SD/MMC-kaart gebruiken Uw apparaat is voorzien van een SD/MMC-sleuf waarin u een optionele Secure Digital- of MultiMediaCard- geheugenkaart kunt plaatsen. Om een SD/MMC-kaart te gebruiken, plaatst u de kaart in de sleuf met de connector naar de sleuf en het label naar de voorkant van het apparaat gericht. Als u een kaart wilt verwijderen, moet u eerst controleren of er geen toepassingen gebruik maken van de kaart. Duw vervolgens voorzichtig op de bovenste rand van de kaart om deze te ontgrendelen en trek de kaart uit de sleuf. OPMERKING:  Zorg ervoor dat er geen vreemde objecten in de sleuf terechtkomen.  Bewaar een SD- of MMC-kaart in een goed beschermde doos om stof en vocht te vermijden als u de kaart niet gebruikt. 10

2 Contacten 2.1 Contacten starten en afsluiten Met Contacten kunt u een lijst van namen, adressen en telefoonnummers bijhouden. OPMERKING: Als u op uw computer contactinformatie met Microsoft Outlook hebt gemaakt, kunt u deze informatie naar uw apparaat kopiëren. (Raadpleeg Hoofdstuk 9 voor informatie.) Tik op het startscherm op de knop Contacten om het programma te starten. De contactenlijst wordt weergegeven.  Om het programma te verlaten, tikt u op . 11

2.2 De contactenlijst gebruiken Nadat u Contacten hebt gestart, wordt de contactenlijst weergegeven. Hier worden de namen en telefoonnummers (bij verstek mobiele telefoonnummers) van uw contacten weergegeven. U kunt de verschillende knoppen op het scherm gebruiken om een contact te zoeken, naar een contactadres te navigeren, naar een contact te bellen, enzovoorts. Voeg contactpersoon toe. Navigeer naar het adres van de geselecteerde contactpersoon. Verlaat het programma. Verwijder de geselecteerde contactpersoon. Bel de geselecteerde contactpersoon. Tik aan om door de lijst te rollen.Tik een van de alfabetreeksen aan om snel een contactpersoon te vinden. Tik tweemaal aanom het beknoptoverzicht van eencontactpersoon tetonen. 2.3 Het beknopte scherm In de contactenlijst tikt u tweemaal op een contact om het beknopte scherm van het contact weer te geven.

2.4 Naar een contactadres navigeren U kunt een adres van een contact als uw GPS-navigatiedoel instellen. 1. Tik op het startscherm op de knop Contacten om het programma te starten. 2. In de contactenlijst selecteert u het gewenste contact en daarna tikt u op . 3. Tik op om het huisadres te selecteren, of op om het werkadres te selecteren. 4. Het navigatieprogramma start. (Raadpleeg het document dat met de navigatiesoftware wordt meegeleverd, voor meer informatie.) 13

2.5 Een contact opbellen OPMERKING: Er wordt een mobiele telefoon met de ondersteuning voor de Bluetooth®-aansluiting vereist. 1. Tik op het startscherm op de knop Contacten om het programma te starten. 2. In de contactenlijst selecteert u het gewenste contact en tikt u op . 3. Tik op om het huisnummer, het werknummmer, of het mobiele telefoonnummer te bellen. 4. Het Dialer-programma start. (Raadpleeg Hoofdstuk 7 voor meer informatie.) 14

2.6 Contacten beheren Een contact toevoegen 1. Tik op het startscherm op de knop Contacten om het programma te starten. 2. Tik op . 3. Tik tweemaal op een invoerveld. Het zachte toetsenpaneel wordt weergegeven. 4. Gebruik het zachte toetsenpaneel om de informatie in het veld te voeren en tik op OK. 15

Een contact bewerken Om contactinformatie te wijzigen, gaat u als volgt te werk: 1. In de contactenlijst tikt u tweemaal op het contact om het beknopte scherm te openen. 2. Tik tweemaal op het veld dat u wilt bewerken en gebruik het zachte toetsenpaneel om te bewerken. 3. Tik op om de wijzigingen op te slaan. Een contact verwijderen In de contactenlijst selecteert u het contact dat u wilt verwijderen en daarna tikt u op . 17

3 Rekenmachinge 3.1 De rekenmachine starten en afsluiten De Rekenmachine levert drie modi: Rekenmachine, Valuta en Conversie. U kunt deze modi gebruiken ommaatconversie uit te voeren. basisfuncties voor rekenen, valutaconversie en starten. Tik op het startscherm op de knop Rekenmachine (Calculator) om het programma te Het scherm van de rekenmachine wordt weergegeven. Om naar een andere modus over te schakelen, tikt u op een van de knoppen in de rechterbovenhoek van het scherm. 19

Schakel over naar rekentoestelmodule. Schakel over naar valutamodule. Schakel over naar conversiemodule. VerlatOm het programma te verlaten, tikt u op . 3.2 De modus Rekenmachine gebruiken De modus Rekenmachine (Calculator) laat u een van de standaardhandelingen uitvoeren, waar u normaal een handrekenmachine voor zou gebruiken. Als u momenteel niet in de modus Rekenmachine bent, tikt u op de knop . Tik op het numerieke toetsenpaneel om nummers en wiskundige symbolen in te voeren. Daarna tikt u op de knop om het resultaat te genereren. 20

Rekenmachinegeheugen GeheugenaanwijzeGeheugentoetsen Bedieningsknop Naam Beschrijving Geheugen annuleren Verwijdert de waarde uit het geheugen. Geheugen terugroepen Geeft de waarde in het geheugen weer. Geheugen plus Voegt de huidige waarde aan de waarde in het geheugen toe. Geheugen minus Haalt de huidige waarde van de waarde in het geheugen af. 3.3 De valutamodus gebruiken Gebruik de modus Valuta om de valuta om te zetten. U kunt ook de wisselkoers bewerken. 1. Start het programma Rekenmachine zoals in paragraaf 3.1 wordt beschreven. 2. Tik op om naar de modus Valuta te schakelen. 21

3. Tik op de pijl omlaag naast het invoerveld om een valutalijst weer te geven en selecteer de valuta die u wilt omzetten. Als u een valuta hebt geselecteerd, wordt in de linkerbovenhoek van het invoerveld de afkorting van de valuta weergegeven. Valuta schuiflijst.Valuta aanwijzer.InputveldSchuifbalk 4. Tik op de pijl omlaag naast het uitvoerveld om een valutalijst weer te geven en selecteer de valuta waarheen u wilt omzetten. Zodra u een valuta hebt geselecteerd, wordt er in de linkerbovenhoek van het uitvoerveld de afkorting van de valuta weergegeven. 22

OutputveldValuta aanwijzer.Valuta schuiflijst.Schuifbalk 5. Voer de valutawaarde in het invoerveld door op het numerieke toetsenpaneel op de nummerknoppen te tikken. U kunt ook in het invoerveld basissommen berekenen. De omgezette valuta verschijnt onmiddellijk in het uitvoerveld. OPMERKING: Het programma gebruikt standaardwisselkoersen, tenzij u deze verandert. (Raadpleeg de subparagraaf hieronder voor informatie.) InputwaardeOutputwaardeRaak aan om naar het opmaakscherm te gaan. Wisselkoers bewerken Voordat u de valuta omzet, kunt u de wisselkoers naar de allernieuwste bijwerken. 1. Tik op het scherm Rekenmachine op . 2. Selecteer de bron- en doelvaluta. 23

3. Tik op . 4. Voer de wisselkoers in en tik op om de wijzigingen op te slaan en naar het vorige scherm terug te keren. 3.4 De conversiemodus gebruiken De modus Conversie laat u maten van een eenheid naar de andere omzetten. 1. Start het programma Rekenmachine zoals in paragraaf 3.1 wordt beschreven 2. Tik op om naar de modus Conversie over te schakelen. 3. Tik op de maatknop om een lijst met maten weer te geven. Selecteer de gewenste maat uit de lijst. 24

4. Tik op de pijl omlaat naast het invoerveld om een eenheidslijst weer te geven en selecteer de eenheid die u wilt omzetten. Als u een eenheid hebt geselecteerd, wordt in de linkerbovenhoek van het invoerveld de afkorting van de eenheid weergegeven. InputveldUnit aanwijzer.Unit schuiflijst. 5. Tik op de pijl omlaag naast het uitvoerveld om een lijst met eenheden weer te geven en selecteer de eenheid waarheen u wilt omzetten. Als u een eenheid hebt geselecteerd, wordt in de linkerbovenhoek van het uitvoerveld de afkorting van de eenheid weergegeven. 25

4 MP3 4.1 MP3-speler starten en afsluiten MP3 maakt van uw apparaat een MP3-speler met de volgende eigenschappen:   fspeelbesturingen zoals afspelen, pauzeren, stoppen, volgende en    Het afspelen van MP3-bestanden Basis-avorige Afspelen inclusief enkelvoudige selectie afspelen, herhaling, enkele herhaling, voorbeeld afspelen, normale volgorde en willekeurige volgorde. 1 vooraf ingestelde audiopr1ofielen voor versterker Ondersteuning van speellijst Tik op het startscherm op de knop MP3 om het programma te starten. Het configuratiescherm verschijnt op het scherm en daar kunt u de speler eenvoudig besturen door op de besturingsknoppen te tikken.  Om het programma te verlaten, tikt u op . 27

4.2 De MP3-bestanden voor uw apparaat voorbereiden Zorg ervoor dat u de MP3-bestanden klaar hebt op het flashgeheugen van uw apparaat of op een geheugenkaart voordat u het programma gebruikt. Met het hulpprogramma Mio Transfer kunt u de bestanden gemakkelijk van de computer naar de gewenste locatie kopiëren. (Raadpleeg Hoofdstuk 9 voor details.) 4.3 MP3-bestanden afspelen 1. Als uw bestanden op een opslagkaart staan, steekt u deze kaart in uw apparaat. 2. Tik op het startscherm op de knop MP3 om het programma te starten. 3. Het programma zal in uw apparaat en op de opslagkaart naar de MP3-bestanden zoeken. Zodra het de MP3-bestanden heeft gevonden, worden zij aan de speellijst toegevoegd. OPMERKING: U kunt voor toekomstig afspelen uw eigen speellijsten maken. (Raadpleeg paragraaf 4.5 voor details.) 4. Om het afspelen te beginnen, tikt u op .

4.4 MP3-afspeelbesturingen Bedieningsknop Naam Beschrijving / Afspelen/Pau-zeren Het afspelen voortzetten of pauzeren. Stop Het afspelen stoppen. / Vorige/Volg-ende Het vorige of volgende bestand afspelen. / Volume Het volume verhogen of verlagen. De indicator op het paneel toont het huidige volumeniveau. Afsluiten Sluit het programma en brengt u terug naar het startscher. Speellijst Open een speellijst. (Raadpleeg paragraaf 4.5 voor meer informatie.) Versterker Open of sluit het paneel van de versterker.

(Raadpleeg paragraaf 4.6 voor meer informatie.) Afspeel modus Ga door de volgende modi: Het huidige bestand herhaaldelijk afspelen Voorbeeld in volgorde afspelen Voorbeeld in willekeurige volgorde afspelen Huidige bestand eenmalig afspelen Alle bestanden in volgorde herhaaldelijk afspelen Alle bestanden in willekeurige volgorde herhaaldelijk afspelen Help Introduceert de functie en besturing van elke knop. Tik op een knop om onderin het scherm een beschrijving ervan weer te geven. 29

4.5 De speellijsten gebruiken Het programma laadt bij verstek alle MP3-bestanden in de speellijst. U kunt voor toekomstig gebruik ook uw eigen speellijsten maken. Een speellijst maken 1. Nadat u MP3 start, tikt u op het configuratiescherm op om het scherm met de speellijst te openen. Het scherm geeft de huidige speellijst weer. Verwijder alle nummersvan de lijst. Open het overzicht van speellijsten.Bewaar de speellijst.Verwijder huidignummer van de lijst.Voeg nummertoe.Terug 2. Om een liedje aan de speellijst toe te voegen, tikt u op . Er wordt een scherm met alle MP3-bestanden weergegeven. Tik op het liedje dat u wilt toevoegen en tik op . 30

Voeg geselecteerd(e) nummer(s) toe aan de speellijst. Maak selectie van geselecteerd(e)nummer(s) ongedaan.Selecteer allenummers.Voeg geselecteerd(e) nummer(s) toe aan de speellijst en ga terug naar het vorig scherm. Terug 3. Herhaal dezelfde procedure voor de andere liedjes die u wilt toevoegen. 4. Om de speellijst op te slaan, tikt u op . 5. Om naar het configuratiepaneel terug te keren, tikt u op . Een speellijst openen Om een van de door u gemaakte speellijsten te openen, gaat u als volgt te werk: 1. Nadat u MP3 hebt gestart, tikt u op het configuratiescherm op . 2. Tik op om alle door u gemaakte speellijsten weer te geven. 3. Tik op de speellijst die u wilt openen en tik op . 31

Verwijder alle speellijsten behalve de geselecteerde.Open de geselecteerde speellijst. Terug Verwijder degeselecteerde speellijst. 4. Om naar het configuratiescherm terug te keren, tikt u op . 4.6 Versterker Het programma levert 17 vooraf ingestelde audioprofielen. Tik op om het paneel van de versterker (equalizer) te openen. Tik op of op om door de beschikbare opties te gaan:: Default, Rock, Pop, Jazz Heavy, Classic, Dance, , Disco, Soft, 3D, en Hall. 32

5 Foto's 5.1 Foto's starten en afsluiten Met Foto's kunt u foto's in JPEG-, GIF- en BMP-indelingen bekijken en van de foto's op uw apparaat een diashow weergeven. Tik op het startscherm op de knop Foto’s om het programma te starten.  Om het programma te verlaten, tikt u op . w apparaat naar de gewenste locatie kopiëren. (Raadpleeg Hoofdstuk 9 voor details.) 5.2 De foto's voor uw apparaat voorbereiden Zorg ervoor dat u de bestanden klaar hebt op het flashgeheugen van uof op een geheugenkaart voordat u het programma gebruikt. Met het hulpprogramma Mio Transfer kunt u de bestanden gemakkelijk van de computer 35

5.3 Foto's in Miniatuurbeeld weergeven 1. Als uw bestanden op een opslagkaart staan, steekt u de kaart in uw apparaat. 2. Tik op het startscherm op de knop Foto’s om het programma te starten. 3. Het programma zal de passende bestanden in de aangeven map op uw apparaat , en in alle mappen op een opslagkaart zoeken. Daarna geeft het de foto's in miniatuurbeeld weer. U kunt op de pijlknop Omhoog of Omlaag drukken om naar de volgende of vorige pagina te gaan. Een kader geeft aandat de afbeelding geselecteerd is.Geselecteerdbestand/Totaal aantalbestanden.Verwijder de geselecteerdeafbeelding. Naar beneden.Begin de presentatie.Naar boven.Verlaten 5.4 Een foto in volledig scherm weergeven Als u in het miniatuurbeeld tweemaal op een foto tikt, wordt de foto in volledig scherm weergegeven. 36

Om naar het miniatuurbeeld terug te keren, tikt u ergens op het scherm om de besturingsknoppen weer te geven en daarna tikt u op . 5.5 Besturingsknoppen op het scherm De besturingsknoppen op het scherm leveren verschillende functies en instellingen. Tik ergens op de foto om de knoppen zoals hieronder wordt getoond, weer te geven. Om de knoppen te sluiten, tikt u nogmaals op de foto. Besturings-knop Naam Beschrijving Overdracht Draagt foto's tussen het apparaat en de opslagkaart over. (Raadpleeg paragraaf 5.7 voor gedetailleerde informatie.) Diashow Start de diashow. (Raadpleeg paragraaf 5.6 voor gedetailleerde informatie.) Interval Stelt de tijdsduur in gedurende welke elke dia moet worden weergegeven, voordat er naar de volgende dia wordt overgegaan. Tik op de knop om naar de volgende beschikbare optie over te schakelen. 1 seconde 2 seconden 5 seconden 37

Informatie Schakelt de weergave van de naam en datum van het bestand in en uit. Verwijderen Verwijdert de huidige foto. Zoom Opent de zoombalk. Tik zo vaak als nodig op deze knop om tot 1.2x, 1.5x, 1.8x, of 2.0x in te zoomen. Als u op de foto hebt ingezoomd, kunt u de foto slepen om andere delen ervan weer te geven. Om de zoombalk te sluiten, tikt u op . Terug Brengt u terug naar het miniatuurbeeld. 38

5.6 De diashow weergeven Om van al uw foto's een diashow weer te geven, gebruikt u een van de volgende manieren:  In het miniatuurbeeld tikt u op om de diashow te starten.  In volledig scherm tikt u ergens op de foto om de besturingsknoppen op het scherm weer te geven. Daarna tikt u op om de diashow te starten. In de hoek linksonder van het scherm verschijnt een kleine driehoek. Deze geeft aan dat de diashow is ingeschakeld. Om de diashow te stoppen, tikt u ergens op het scherm. 39

5.7 Foto's overdragen U kunt vanaf uw apparaat foto's naar uw opslagkaart kopiëren, of van uw opslagkaart naar uw apparaat kopiëren. 1. In volledig scherm tikt u ergens op de foto om de besturingsknoppen weer te geven. 2. Tik op . 3. Selecteer een van de twee manieren waarop u foto's kunt overdragen; of van het apparaat naar de opslagkaart, of van de opslagkaart naar het apparaat. Breng afbeeldingen over van het toestel naar de bewaarkaart. 4. Het voorbeeldscherm wordt weergegeven. U kunt tikken om een foto of verschillende foto's te selecteren. U kunt ook op de knop Alles selecteren om alle foto's in de bronmap te selecteren. Breng afbeeldingen over van de bewaarkaart naar het toestel. OverbrengenSelecteer alles.Een kader geeft aan dat de afbeelding geselecteerd is. Terug40

6 Instellingen 6.1 Instellingen starten en afsluiten U kunt de systeeminstellingen zoals helderheid van achterlicht, volume en taal aanpassen. Zodra u de instellingen hebt verain werking, totdat u ze opnieuw verandert. ndert, blijven de nieuwe instellingen zoals hieronder wordt weergegeven. Tik op het startscherm op de knop Instellingen. Het menu Instellingen verschijnt Om Instellingen af te sluiten, tikt u op . In de volgende paragrafen worden de verschillende knoppen en hun functies beschreven. 43

6.2 Achterlicht 1. Tik op het startscherm op de knop Instellingen. 2. Tik op de knop Achterlicht (Backlight). 3. Verplaats de knop langs de schuifbalk om de helderheid van het achterlicht bij te stellen. Om het achterlicht donkerder te maken, verplaatst u de knop naar links. Om het achterlicht helderder te maken, verplaatst u de knop naar rechts. 4. Tik op om de wijzigingen op te slaan. 44

6.3 Volume 1. Tik op het startscherm op de knop Instellingen. 2. Tik op de knop Volume. 3. Verplaats de knop langs de schuifbalk om het volume bij te stellen. Om het volume te verlagen, verplaatst u de knop naar links. Om het volume te verhogen, verplaatst u de knop naar rechts. 4. Tik op om de wijzigingen op te slaan. 45

5. Als het doel naar een andere positie gaat, tikt u op het nieuwe doel en houdt u deze vast. Herhaal dit elke keer om het kalibreren te voltooien. 6. Bij voltooiing tikt u op . 6.5 Vermogen Om het resterende vermogenniveau van uw batterij te controleren en/of om de functie vermogenbezuiniging in te stellen, gaat u als volgt te werk: 1. Tik op het startscherm op de knop Instellingen. 2. Tik op de knop Vermogen. 3. Het scherm toont het resterende vermogen van uw batterij. U kunt een timer instellen zodat deze automatisch uitgaat als uw apparaat voor een ingestelde tijdsperiode buiten werking is. De optie bevat Nooit, 30 minuten, 20 minuten en 10 minuten. 47

4. Om de datum te veranderen, tikt u in het item "Datum" op de pijlknop omlaag. Tik op de kalender op de linker pijlknop om naar de vorige maand of jaar te gaan. Als alternatief kunt u rechtstreeks bovenin de kalender op de maand of het jaar tikken, om de maand of het jaar te veranderen. Als de kalender de huidige maand toont, tikt u op de kalender op de datum. 5. Om de tijd in te stellen, tikt u eerst in het item "Tijd" op het uur, de minuut of seconde en daarna tikt u op de pijlknop omhoog of omlaag, om de waarde respectievelijk te verhogen/verlagen. 6. Tik op om de wijzigingen op te slaan. 49

6.7 Andere Taal OPMERKING: Om de taal van de Mio Map-navigatiesoftware te veranderen, gebruikt u de Mio map-instellingen. (Raadpleeg het document dat met de navigatiesoftware wordt meegeleverd.) 1. Tik op het startscherm op de knop Instellingen. 2. Tik op de knop Andere taal. 3. Tik op de linker/rechter pijlknop om de gewenste taal te selecteren. 3. Tik op om de wijzigingen op te slaan. 4. Tik op de knop om de nieuwe instelling in werking te stellen. 50

7 Dialer 7.1 Meer info over Dialer Met Dialer kunt u uw apparaat als een handvrij apparaat voor een mobiele telefoon met Bluetooth-ondersteuning gebruiken. In plaats van uw mobiele telefoon op te nemen, kunt u op uw apparaat tikken om telefoongesprekken uit te voeren of te ontvangen. 7.2 Met een mobiele telefoon paren 1. Tik op het startscherm op de knop Instellingen en daarna op de knop Bluetooth. De Bluetooth-radio gaat aan.  2. Als u het programma voor de eerste keer gebruikt, zal uw apparaat naar Paringsmodus (Paring Mode) overschakelen en gedurende 60 seconden voor de paringshandeling van uw mobiele telefoon wachten. De aansluiting bzolang u binnen deze tijdsperiode de paringsprocedure op uw mobiele telefoon initieert.. estaat 53

3. Als u wordt gevraag een wachtwoord in te voeren, tikt u op het wachtwoord dat door de mobiele telefoon wordt aangegeven en daarna tikt u op OK. 4. Zodra het paren is voltooid, ziet u het hoofdscherm van Dialer. De statusbalk onderin, toont de naam van de aangesloten mobiele telefoon. De volgende keer dat u het Dialer-programma in werking stelt, zal uw apparaat automatisch de laatst aangesloten mobiele telefoons zoeken om daarop aan te sluiten. 54

OPMERKING:  Uw apparaat moet in de modus Paring zijn, zodat de mobiele telefoon uw apparaat kan ontdekken. Als u uw apparaat handmatig in de modus Paring moet instellen, tikt u op het hoofdscherm op Paringsmodus.  Sommige mobiele telefoons kunnen automatisch op de handvrije service aansluiten.  Er kunnen tot 8 gepaarde mobiele telefoons worden opgeslagen. Een 9de gepaarde mobiele telefoon vervangt de oudste opgeslagen telefoon.  Het Dialer-programma heeft geen toegang tot de gegevens zoals het telefoonboek en de gesprekkengeschiedenis, die in een aangesloten mobiele telefoon worden opgeslagen. 7.3 Een gesprek uitvoeren Na met uw mobiele telefoon te paren, kunt u met een van de vier knoppen op het hoofdscherm van het Dialerprogramma (Toetsenpaneel, Contact, Gesprekkengeschiedenis en Redial) opbellen.

Toetsenpaneel Door op het hoofdscherm van het Dialer-programma op de knop Toetsenpaneel te tikken, kunt u met het toetsenpaneel op het scherm het gewenste telefoonnummer invoeren. Na het invoeren van het telefoonnummer tikt u op om op te bellen. OPMERKING:  Om het laatste ingevoerde nummer te verwijderen, tikt u op de knop Backspace.  Met de andere twee knoppen kunt u tot de schermen Contacten en Gesprekkengeschiedenis toegang nemen. 55

Contacten Door op het hoofdscherm van het Dialer-programma op de knop Contacten te tikken, krijgt u toegang tot de telefoonnummers die in het programma Contacten zijn opgeslagen en kunt u een nummer selecteren om naar te bellen. (Raadpleeg Hoofdstuk 2 voor gedetailleerde informatie over Contacten.) VerlatenIndexBel het geselecteerde nummer. Als u op het gewenste contact tikt, wordt er een lijst met telefoonnummers weergegeven. Tik op het telefoonnummer en tik op . Tik op om naar het geselecteerde telefoonnummer te bellen. 56

Belgeschiedenis Tik op het hoofdscherm van het Dialer-programma op de knop Belgeschiedenis om de inkomende, uitgaande of gemiste gesprekken weer te geven, tezamen met de informatie zoals de datum, het tijdstip en de tijdsduur van elk gesprek. Tik op de respectievelijke knop (inkomend , uitgaand , of gemist ) om van elk geselecteerd type de laatste 20 gesprekken weer te geven. Bij het geselecteerde item tikt u op om het nummer te bellen, of op om het item te verwijderen, of op om het telefoonnummer in het programma Contacten op te slaan. Om alle items uit de huidige lijst te verwijderen, tikt u op . Redial Tik op het hoofdscherm van het Dialer-programma op de knop Redial om naar het laatst ontvangen of gebelde nummer te bellen. 57

7.4 Handelingen tijdens een gesprek Tijdens een gesprek zijn er vier functies beschikbaar:  Als u andere nummers moet invoeren, zoals extensienummers, tikt u op om het toetsenpaneel te openen en op de nummers te tikken. Het toetsenpaneel wordt gesloten als u nogmaals op deze knop drukt, of als er gedurende 5 seconden niks wordt ingevoerd.  Tik op om uw geluid te dempen zodat de andere partij u niet kan horen. Om de dempmodus te beëindigen, tikt u nogmaals op dezelfde knop.  Tik op om een gesprek te beëindigen.  Tik op om het gesprek naar uw mobiele telefoon over te brengen. Om naar uw apparaat terug te keren, tikt u nogmaals op dezelfde knop. 58

7.5 Een gesprek ontvangen Als u na het paren met een mobiele telefoon, een gesprek ontvangt, rinkelt het apparaat en wordt het scherm Inkomend gesprek weergegeven. Om het gesprek te accepteren, tikt u op . Om het gesprek te weigeren, tikt u op . Om het rinkelen te dempen voordat u een gesprek aanneemt of weigert, tikt u op . 7.6 Verschillende knoppen Behalve de knoppen om een gesprek uit te voeren, vindt u op het hoofdscherm van het Dialerprogramma de knoppen Aansluiten Anderen, Paringsmodus, en Afsluiten, zoals hieronder wordt beschreven. Aansluiten Door op het hoofdscherm van het Dialer-programma op de knop Aansluiten te tikken, kunt u voor een beschikbare aansluiting handmatig naar de laatst gepaarde mobiele telefoons zoeken. 59

Paringsmodus Door op het hoofdscherm van het Dialer-programma op de knop Paringsmodus (Pair Mode) te tikken, kunt u uw apparaat handmatig in de paringsmodus instellen. Binnen 60 seconden kunt u de paringsprocedure op uw mobiele telefoon starten om uw apparaat handvrij te gebruiken. Bluetooth Manager Door op het hoofdscherm van het Dialer-programma op de knop Bluetooth Manager te tikken, kunt u het programma Bluetooth Manager starten. (Raadpleeg Hoofdstuk 8 voor informatie over Bluetooth Manager.) 60

8 Bluetooth Manager 8.1 Info over Bluetooth Manager Uw apparaat werkt met de Bluetooth draadloze communicatietechnologie. Apparaten met Bluetooth-functies kunnen over een afstand van ongeveer 10 meter (30 feet) informatie uitwisselen, zonder dat er een fysieke aansluiting wordt vereist. Met Bluetooth Manger kunconfigureren en gebruiken. t u de Bluetooth-mogelijkheden van uw apparaat Instellingen Bluetooth 8.2 Bluetooth Manager starten en afsluiten 1. Tik op het startscherm op de knop en daarna op de knop .  2. Zodra het Dialer-scherm wordt weergegeven, tikt u op . 63

3. Het scherm van Bluetooth Manager wordt als hieronder weergegeven. Bluetooth instellingen. Zet Bluetooth radio af.Actieve verbindingen.Verlaten Om het programma te verlaten, tikt u op . U keert terug naar het Dialer-scherm. 8.3 Bluetooth-radio aan-/uitzetten Wanneer u Bluetooth Manager start, wordt de Bluetooth-radio aangezet. Het blauwe lampje van de Bluetooth-indicator op uw apparaat begint te knipperen. Als u Bluetooth Manager verlaat, wordt de Bluetooth-radio niet uitgezet. Om de Bluetooth-radio uit te zetten, tikt u op het scherm van Bluetooth Manager op . Het knipperende lampje van de Bluetooth-indicator gaat uit. 64

8.4 Apparaten verkennen OPMERKING: Om de service van een extern apparaat met Bluetooth-functies te gebruiken, moet u ervoor zorgen dat het externe apparaat in de ontdekkingsmodus is. 1. Start Bluetooth Manager zoals in paragraaf 8.2 wordt beschreven. 2. Tik op Een Bluetooth-apparaat verkennen om nabije apparatuur te zoeken. 3. De lijst met apparaten wordt op het scherm weergegeven. Tik op het doelapparaat en tik op om door de services van het apparaat te bladeren. 4. Tik op de service die u wilt gebruiken. 65

5. Wanneer u wordt gevraagd het wachtwoord in te voeren, tikt u op het wachtwoord dat door het doelapparaat wordt verzocht en daarna tikt u op OK. OPMERKINGE: Zodra u een Bluetooth-aansluiting met een extern apparaat hebt gemaakt, wordt deze als een snelkoppeling opgeslagen. U kunt daarna Mijn snelkoppelingen gebruiken om dezelfde service gemakkelijk opnieuw te gebruiken. (Raadpleeg paragraaf 8.6 voor informatie.) 66

8.5 Bestanden overdragen U kunt via de Bluetooth-aansluiting bestanden overdragen. 1. Zoek apparaten zoals in de vorige paragraaf wordt beschreven. 2. Selecteer het doelapparaat en tik op Bluetooth-bestandenoverdracht (Bluetooth File Transfer). 3. Wanneer u wordt gevraagd het wachtwoord in te voeren, tikt u op het wachtwoord dat door het doelapparaat wordt verzocht en daarna tikt u op OK. 4. Het venster Bestanden Explorer verschijnt. Voor toegang tot het externe of lokale apparaat gebruikt u de knoppen onderin het scherm. Schakel over naar Ander Toestel.Schakel over naar Mijn Toestel. 5. Als het bestand in een map is, tikt u op de map met het bestand en daarna tikt u op . 67

Extern apparaat Mijn apparaat 6. Tik op het bestand dat u wilt overdragen en tik op de knop Uploaden of Downloaden. UploadenDownloaden OPMERKINGE: Zodra u een Bluetooth-aansluiting met een extern apparaat hebt gemaakt, wordt deze als een snelkoppeling opgeslagen. U kunt daarna Mijn snelkoppelingen gebruiken om dezelfde service gemakkelijk opnieuw te gebruiken. (Raadpleeg paragraaf 8.6 voor informatie.) 68

8.6 Mijn snelkoppelingen gebruiken Zodra u een Bluetooth-aansluiting met een extern apparaat hebt gemaakt, wordt deze als een snelkoppeling opgeslagen. Met Mijn snelkoppelingen kunt u dezelfde service gemakkelijk opnieuw gebruiken door op het specifieke snelkoppelingsitem te tikken. 1. Start Bluetooth Manager zoals in paragraaf 8.2 wordt beschreven. 2. Tik op Mijn snelkoppelingen.  3. Tik op het gewenste item en tik op om opnieuw een verbinding te maken. 69

8.7 Actieve aansluitingen weergeven Nadat u Bluetooth Manager hebt gestart, tikt u op om actieve aansluitingen weer te geven. Nadat u op een item hebt getikt, kunt u op tikken om het geselecteerde apparaat te verwijderen. 8.8 Bluetooth-instellingen configureren Nadat u Bluetooth Manager hebt gestart, tikt u op om Bluetooth-instellingen te configureren. De beschikbare opties zijn:  Naam Hiermee kunt u de naam van uw apparaat bewerken.  Andere apparaten kunnen mij detecteren Andere apparaten kunnen uw apparaat ontdekken, maar er niet op aansluiten. 70

 Andere apparaten toelaten om een verbinding te maken Andere apparaten kunnen uw apparaat ontdekken en erop aansluiten.  Rol Laat uw apparaat als een handvrij-apparaat of als een voice-gateway werken.  Deze map delen Tik op om de map aan te geven die u met het externe apparaat wilt delen. Tik op om alle gemaakt wijzigingen op te slaan. 71

9 Mio Transfer 9.1 Mio Transfer installeren Met Mio Transfer kunt u gegevens, zoals MP3 en foto's heel eenvoudig overdragen tinstalleren: ussen uw apparaat en een computer. Mio Transfer op uw computer uw computer. 1. Schakel uw computer in en plaats de toepassings-cd in het cd-romstation van 2. Klik in het taalselectiescherm op de taal die u wilt gebruiken voor de installatie. (Dubbelklik op het bestand 73

9.2 Mio Transfer starten en afsluiten Klik op het pictogram Mio Transfer op het bureaublad van Windows om het programma te openen. Het scherm Mio Transfer verschijnt. De menubalk van Mio Transfer bevat de volgende tabbladen:  MP3 hiermee kunt u de MP3-bestanden overdragen tussen uw apparaat en uw computer. (Zie paragraaf 9.3 voor details.)  Foto hiermee kunt u foto’s uitwisselen tussen uw apparaat en uw computer. (Zie paragraaf 9.3 voor details.)  Contacten Hiermee kunt u de Gegevens van de Contactpersonen van Microsoft Outlook kopiëren van uw computer naar uw apparaat. (Zie paragraaf 9.4 voor details.)  Mio Online biedt een koppeling de website van Mio. www.mio-tech.be. 75

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Mio C 710 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden