Miele WSA123 WCS Active Handleiding

Miele Wasmachine WSA123 WCS Active

Bekijk gratis de handleiding van Miele WSA123 WCS Active (68 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 31 mensen. Heb je een vraag over Miele WSA123 WCS Active of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/68
Gebruiksaanwijzing
Wasmachine
Lees beslist de gebruiksaanwijzing voordat u uw apparaat plaatst, in-
stalleert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
schade aan uw apparaat.
nl-NLM.-Nr. 12 713 030

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Wasmachine
Model: WSA123 WCS Active

Handleiding Miele WSA123 WCS Active – volledige tekst

Inhoud2Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 5Bediening van de wasmachine. 10Bedieningspaneel. 10Principe van de sensortoetsen. 11Uw bijdrage aan de bescherming van het milieu. 12Ingebruikneming van het apparaat. 13Steeksleutel verwijderen. 13Tips om energie en water te besparen. 151. Het wasgoed onder de loep. 162. Trommel vullen. 173. Programma kiezen. 184. Wasmiddel doseren. 19Wasmiddellade. 19Capsuledosering. 205. Programma starten. 22Toevoegen van wasgoed tijdens het programmaverloop (AddLoad). 226. Programma-einde. 23Centrifugeren. 24Voorprogrammering. 25Programma-overzicht. 26Extra functies. 29Kort. 29Extra water. 29Inweken. 29Voorwas. 29Welke extra functies bij welke wasprogramma's. 29Programmaverloop. 30Programmaverloop wijzigen. 32Programma wijzigen (kinderbeveiliging). 32Programma afbreken. 32Textielbehandelingssymbolen. 33Wasmiddelen. 34Het juiste wasmiddel.

Inhoud3Middelen voor het nabehandelen van het wasgoed. 34Wasmiddeladviezen (volgens Ecodesign nr. 2019/2023). 35Reiniging en onderhoud. 36Ommanteling en bedieningspaneel reinigen. 36Wasmiddellade reinigen. 36Hygiëne Info(trommel reinigen). 38Watertoevoerzeefje reinigen. 38Nuttige tips. 39Het lukt niet om een wasprogramma te starten. 39Het programma wordt afgebroken en een controlelampje in het display brandt. 39Symbool in de tijdsaanduiding tijdens het programma. 40In het display brandt een controlelampje aan het einde van het programma. 40Algemene problemen met de wasmachine. 41Een tegenvallend wasresultaat. 42De deur kan niet open. 43Het openen van de deur bij verstopte afvoer en/of stroomuitval. 44Service. 46Contact bij storingen. 46Na te bestellen accessoires. 46EPREL-databank. 46Garantie. 46Installatie. 47Voorkant. 47Achterkant. 48Plaats van opstelling. 49Wasmachine plaatsen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5Deze wasmachine voldoet aan de geldende veiligheidsvoor-schriften. Onjuist gebruik kan echter persoonlijk letsel of materiëleschade tot gevolg hebben.Lees daarom de gebruiksaanwijzing aandachtig door voordat u dewasmachine in gebruik neemt. Hierin vindt u belangrijke instructiesmet betrekking tot de inbouw, de veiligheid, het gebruik en het on-derhoud.

Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan dewasmachine.In overeenstemming met de norm IEC60335-1 adviseert Miele uuitdrukkelijk om het hoofdstuk over de installatie van de wasmachi-ne en de veiligheidsinstructies en waarschuwingen te lezen en opte volgen.Wanneer de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet wordenopgevolgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor scha-de die daarvan het gevolg is.Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef deze door aaneen eventuele volgende eigenaar.Efficiënt gebruik Deze wasmachine is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk ofdaarmee vergelijkbaar gebruik. Deze wasmachine is uitsluitend bestemd voor gebruik binnenshuis. Deze wasmachine is uitsluitend bestemd voor het wassen van tex-tiel dat volgens de aanwijzingen van de fabrikant op het onderhouds-etiket in de wasmachine mag worden gewassen.

Gebruik voor anderedoeleinden kan gevaarlijk zijn. De fabrikant is niet verantwoordelijkvoor schade die wordt veroorzaakt door een ander gebruik dan hieraangegeven of door een foutieve bediening. Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteldheid,hun onervarenheid of gebrek aan kennis van dit apparaat niet in staatzijn om het veilig te bedienen, mogen het alleen gebruiken als ze on-der toezicht staan van of worden geïnstrueerd door een verantwoor-delijk persoon.Wanneer er kinderen in huis zijn Kinderen onder de acht jaar mogen alleen in de buurt van de was-machine komen als ze constant onder toezicht staan. Kinderen mogen de wasmachine niet zonder toezicht reinigen ofonderhouden.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7 Reparaties aan de wasmachine mogen alleen door vakmensen vanMiele worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparaties kun-nen onvoorziene risico's voor de gebruiker opleveren, waarvoor Mieleniet aansprakelijk kan worden gesteld.  Deze wasmachine mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv. opeen schip) worden gebruikt.  Breng geen wijzigingen aan de wasmachine aan die niet uitdrukke-lijk door Miele zijn toegestaan.  Wanneer er een storing wordt verholpen en wanneer de wasma-chine wordt gereinigd en onderhouden mag er geen elektrische span-ning op de wasmachine staan. Dat is het geval, als aan één van devolgende voorwaarden is voldaan:- als de stekker uit de contactdoos is getrokken of- als de desbetreffende zekering van de huisinstallatie is uitgescha-keld of- als de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is uitgeschakeld.

 De wasmachine mag alleen met een nieuwe slangenset op de wa-tervoorziening worden aangesloten. Oude slangen mogen niet wor-den gebruikt. Controleer de slangen regelmatig. U kunt de slangendan tijdig vervangen en waterschade voorkomen.  De waterdruk moet ten minste 100 kPa bedragen, maar mag de1. 000 kPa niet overschrijden.  Tijdelijk of doorlopend gebruik van een autonome of niet-netsyn-chrone energievoorziening (zoals microgrids, back-upsystemen) is mo-gelijk. Voorwaarde voor het gebruik is dat de energievoorziening vol-doet aan de bepalingen van EN50160 of een vergelijkbare standaard. De veiligheidsvoorzieningen van de huisinstallatie en dit Miele productmoeten ook werken bij gebruik van een microgrid of een niet-netsyn-chrone energievoorziening of de veiligheidsvoorzieningen in de ener-gievoorziening moeten door gelijkwaardige voorzieningen worden ver-vangen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8 Verwijder voordat u de wasmachine in gebruik neemt de trans-portbeveiliging aan de achterzijde van het apparaat. Zie hoofdstuk:“Installatie”, paragraaf: “Transportbeveiliging verwijderen”. Wanneer ude transportbeveiliging niet verwijdert, kan dat bij het centrifugerenschade veroorzaken aan uw wasmachine en aan de meubels/appara-ten die ernaast staan.  Sluit de kraan af als u langere tijd afwezig bent (bijv. tijdens vakan-ties), zeker als er zich in de buurt van de wasmachine geen afvoer inde vloer bevindt, bijvoorbeeld een putje.  Denk eraan dat er water kan overstromen. Controleer daarom vóórdat u de waterafvoerslang in een wastafel ofwasbak hangt, of het water snel genoeg wegstroomt. Zorg er daaromook voor dat de afvoerslang niet weg kan glijden.

Wanneer de slangniet goed vastzit kan deze door de kracht van het wegstromende wa-ter uit de wastafel of wasbak worden gedrukt.  Let erop dat u voorwerpen zoals spijkers, naalden, munten en paper-clips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen van de wasma-chine beschadigen (bijv. kuip, wastrommel). Beschadigde onderdelenkunnen op hun beurt weer schade aan het wasgoed veroorzaken.  Wees voorzichtig bij het openen van de deur wanneer u de stoom-functie heeft gebruikt. U loopt het risico zich te verbranden door vrij-komende stoom en door hoge temperaturen van hettrommeloppervlak en het glas. Doe een stapje terug en wacht totdatde stoom is weggetrokken.  De maximale beladingscapaciteit bedraagt 8,0 kg (droog was-goed), maar sommige programma's hebben een lagere beladingsca-paciteit. Zie hoofdstuk: “Programma-overzicht”.

 Gebruik in deze wasmachine nooit oplosmiddelhoudende reini-gingsmiddelen zoals wasbenzine. Dit om te voorkomen dat onderde-len van het apparaat beschadigd raken, dat er giftige dampen ont-staan, dat er brand uitbreekt of zich een explosie voordoet.

 Miele geeft u na afloop van de serieproductie van de wasmachineeen leveringsgarantie van maximaal 15jaar en minimaal 10jaar vooressentiële onderdelen. Worden de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet opge-volgd, dan kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor schadedie daarvan het gevolg is.

Bediening van de wasmachine10Bedieningspaneel     aSensortoets (temperatuur)Hiermee kunt u de gewenste was-temperatuur instellenbSensortoets (toerental)Hiermee kunt u het gewenste toe-rental instellencSensortoets (extra functies)Hiermee kunt u de gewenste extrafuncties instellendSensortoets (CapDosing)Hiermee kunt u de wasmiddeldose-ring via een capsule activereneOptische interfaceDe optische interface gebruikt Mielevoor servicedoeleinden.fSensortoets (voorprogramme-ring)Hiermee kunt u de voorprogramme-ring activeren. Met de voorprogram-mering kunt u het programma op eenlater tijdstip laten starten.

De pro-grammastart kan van 30minuten totmaximaal 24uur worden uitgesteld.Dat kunt u bijvoorbeeld doen om ge-bruik te maken van een voordelignachttarief.gTijdsaanduidingWanneer u een programma start,geeft het display in uren en minutenaan hoelang het programma gaat du-ren.Wanneer u een programma start metvoorprogrammering, geeft het dis-play pas na afloop van de voorgepro-grammeerde tijd aan hoelang hetprogramma gaat duren.hSensortoets (start/trommel bij-vullen) De tekst Start/Trommel bijvul-len knippert zodra een pro-gramma kan worden gestart.Als u de sensortoets aan-raakt, start het gekozen pro-gramma. De tekst Start/Trom-mel bijvullen brandt constant. Als het programma is begon-nen, maakt de sensortoetshet bijvullen van de trommelmogelijk.

Bediening van de wasmachine11iControlelampjes brandt bij storingen in de wa-tertoevoer en de waterafvoer brandt als er te veel wasmiddelis gedoseerd brandt ter herinnering aan dehygiëne-info de functie Trommel bijvullenkan niet worden gekozen.jProgrammakeuzeschakelaarVoor het kiezen van een programmaen het uitschakelen van het apparaat.U schakelt de wasmachine in dooreen programma te kiezen en uit doorde programmakeuzeschakelaar opte zetten.Principe van de sensortoetsenVia de sensortoetsen worden de waar-den die erboven liggen, aangestuurd.De sensortoetsen, , , ,  en reageren op aanraking met de vinger-toppen.Door keuze van een programma zijn bijde sensortoetsen en  waardenvooraf ingesteld. Steeds als u de sen-sortoets aanraakt, verlaagt u de waarde.Na de kleinste waarde springt de weer-gave terug naar de maximale waarde.

Ingebruikneming van het apparaat13 Schade door onjuist plaatsen enaansluiten.Het onjuist plaatsen en aansluitenvan de wasmachine leidt tot ernstigemateriële schade.Lees het hoofdstuk: “Installatie”.Steeksleutel verwijderen Haal linksonder de steeksleutel uit deverpakking om de transportbeveiligingte kunnen verwijderen.Iedere wasmachine wordt in de fabriekgetest. Het is mogelijk dat er als gevolgvan deze tests wat water in de trom-mel achterblijft.Bochtstuk uit de trommel ver-wijderenIn de trommel bevindt zich een bocht-stuk voor de afvoerslang. Open de deur. Haal het bochtstuk uit de trommel. Zwaai de deur dicht.

Ingebruikneming van het apparaat14Beschermfolie en reclamestic-kers verwijderen Verwijder:- de beschermfolie (voor zover aanwe-zig) van de deur.- alle reclamestickers (voor zover aan-wezig) van de voorkant en het deksel.Stickers die u na het openen van dedeur ziet zitten (bijv. het typeplaatje),mag u niet verwijderen.Eerste wasprogramma startenU bereikt het optimale water- enstroomverbruik en het beste wasresul-taat alleen als de wasmachine wordtgekalibreerd.Daarvoor moet het programma Katoenzonder wasgoed en zonder wasmiddelworden gestart. Draai de kraan open. Draai de keuzeschakelaar op Katoen.De wasmachine wordt ingeschakeld, detemperatuur40 en het toerental1400gaan branden. Raak de sensortoets aan.Het wasprogramma wordt gestart.Deur openen na afloop van hetprogrammaTijdens de kreukbeveiliging is de deurnog vergrendeld.

Tips om energie en water te besparen15Energie- en waterverbruik- Maak zoveel mogelijk gebruik van demaximale belading van een program-ma. Het energie- en waterverbruik zijndan, vergeleken met de totale hoe-veelheid wasgoed, het laagst. - Programma's die efficiënter zijn inenergie- en waterverbruik hebbenmeestal een langere programmaduur. Door de verlenging van de program-maduur kan de bereikte wastempera-tuur worden verlaagd bij een constantwasresultaat. Het programma ECO 40-60 heeftbijvoorbeeld een langere programma-duur dan het programma Katoen40°C of 60°C. Het programma ECO40-60 is efficiënter in energie- enwaterverbruik, maar heeft wel eenlangere programmaduur. - Gebruik programma Express 20 voorkleinere hoeveelheden licht vervuildwasgoed. - Moderne wasmiddelen maken hetmogelijk om op lagere temperaturente wassen, (bijv. 20°C).

Maak gebruikvan die mogelijkheid om energie tebesparen. Hygiëne in de wasmachineWanneer er regelmatig met lage tempe-raturen en/of een vloeibaar wasmiddelwordt gewassen, bestaat het gevaar dater zich in de wasmachine ziektekiemenen geurtjes ontwikkelen. Daarom be-veelt Miele aan, de wasmachine eenkeer per maand te reinigen. Als op het bedieningspaneel het contro-lelampje brandt, moet de wasmachineworden gereinigd. Instructies voor het daaropvol-gend machinaal drogenHet gekozen centrifugetoerental beïn-vloedt het restvocht van het wasgoeden de geluidsemissie van de wasmachi-ne. Hoe hoger het centrifugetoerental vande wasmachine, hoe minder restvochter in het wasgoed achterblijft. De ge-luidsemissie van de wasmachine stijgtechter wel. Om energie te besparen tijdens het dro-gen, selecteert u het hoogst mogelijkecentrifugetoerental voor het betreffendewasprogramma.

Gebruik van wasmiddelen- Gebruik hoogstens zoveel wasmiddelals op de wasmiddelverpakking staataangegeven. - Controleer bij het doseren van hetwasmiddel hoe vuil het wasgoed is. - Reduceer bij geringere beladingshoe-veelheden de wasmiddelhoeveelheid.

1. Het wasgoed onder de loep16 Maak de zakken leeg. Schade door voorwerpen.Voorwerpen zoals spijkers, muntenen paperclips kunnen het wasgoeden onderdelen van de machine be-schadigen.Controleer voordat u gaat wassen ofer voorwerpen in het wasgoed zitten.Zo ja, verwijder deze dan.Wasgoed sorteren Sorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het onderhouds-etiket, dat zich in de kraag of in de zij-naad bevindt.Tip: donkergekleurd wasgoed geeft bijde eerste wasbeurten vaak iets af. Waslicht en donker wasgoed daarom apart.Vlekken voorbehandelen Verwijder vóór het wassen eventuelevlekken op het wasgoed. Doe datzolang de vlekken nog niet zijn opge-droogd. Verwijder vlekken door ze meteen niet afgevende doek te deppen.Niet wrijven!Tip: vlekken (van bloed, ei, koffie, thee,etc.) kunt u vaak eenvoudig verwijderen.Miele heeft hiervoor een speciale vlek-kenwijzer samengesteld.

wasbenzine, be-handelt, let er dan op dat het middelniet met kunststof onderdelen in aan-raking komt. Gevaar voor explosie door oplos-middelhoudende reinigingsmiddelen.Bij gebruik van oplosmiddelhoudendereinigingsmiddelen kan een explosiefmengsel ontstaan.Gebruik geen oplosmiddelhoudendereinigingsmiddelen in de wasmachi-ne.Algemene tips- Verwijder bij vitrage de haakjes en deloodband of wikkel de vitrage in eenwaszak.- Maak losgeraakte bh-beugels vast ofverwijder ze.- Sluit ritsen, klittenbandsluitingen,haakjes en oogjes voor het wassen.- Knoop dekbedovertrekken en kussen-slopen dicht, zodat er geen ander tex-tiel in terecht kan komen.Was geen textiel dat volgens het onder-houdsetiket niet kan worden gewassen(symbool).

2. Trommel vullen17Deur openen Trek de deur bij de greep open.Controleer of er zich dieren of voor-werpen in de trommel bevinden,voordat u het wasgoed erin stopt.Bij maximale belading is het energie- enwaterverbruik, vergeleken met de totalehoeveelheid wasgoed, het laagst. Als demaximale beladingscapaciteit wordtoverschreden, vallen de wasresultatentegen en gaat het wasgoed sneller kreu-ken. Leg het wasgoed uitgevouwen en los-jes in de trommel.Met wasgoed van verschillende groot-te bereikt u een beter wasresultaat enkan het wasgoed zich tijdens het cen-trifugeren beter verdelen.Tip: Houd u aan de maximale beladingvan de verschillende wasprogramma's.Deur sluiten Let erop dat er niets tussen deur enmanchet beklemd raakt. Zwaai de deur dicht.

3. Programma kiezen18ProgrammakeuzeAls u de programmakeuzeschakelaar opeen wasprogramma zet, wordt de was-machine ingeschakeld. Draai de programmakeuzeschakelaarnaar het gewenste programma.In de tijdsaanduiding verschijnt de ver-moedelijke duur van het programma ende voorgeprogrammeerde temperatuuren het voorgeprogrammeerde centrifu-getoerental gaan branden.Temperatuur en centrifugetoerentalkiezenDe voorgeprogrammeerde tempera-tuur en het voorgeprogrammeerdecentrifugetoerental van het waspro-gramma gaan fel branden.De in de wasmachine bereikte tempera-turen kunnen afwijken van de gekozentemperaturen. De combinatie van ener-giegebruik en wastijd zorgt voor een op-timaal wasresultaat. Raak de sensortoets aan om devoorgeprogrammeerde temperatuurte wijzigen.

Na de kleinste waarde springtde weergave terug naar de maximalewaarde.Extra functies kiezenIn enkele programma's kunnen 2 extrafuncties worden gecombineerd.In enkele programma's kan slechts 1 ex-tra functie of helemaal geen extra func-tie worden gekozen. Raak de sensortoets aan:- 1keer, de extra functie Kort brandt enis geselecteerd.- 2keer, de extra functie Extra waterbrandt en is geselecteerd.- 3keer, de extra functie Inwekenbrandt en is geselecteerd.- 4keer, de extra functies Kort en Extrawater branden en zijn geselecteerd.- 5keer, de extra functies Extra wateren Inweken branden en zijn geselec-teerd.- 6keer, alle extra functies zijn weeruitgeschakeld.Meer informatie over de extra functiesvindt u in het hoofdstuk “Extrafuncties”.

4. Wasmiddel doseren19WasmiddelladeU kunt alle wasmiddelen gebruiken, diegeschikt zijn voor niet-professionelewasmachines. Volg de gebruiks- en do-seertips op de verpakking van het was-middel op.Wasmiddel doseren Trek de wasmiddellade naar buiten endoseer de wasmiddelen in de vakjes.Indeling van de wasmiddellade Wasmiddel voor de voorwas Wasmiddel voor de hoofdwas enhet inwekenWasverzachter, stijfsel, vloeibaarstijfsel of capsuleGebruik van vloeibaar wasmiddel bijeen programma met voorwasAls een voorwas geprogrammeerd is,kan in de hoofdwas geen vloeibaar was-middel gebruikt worden.Gebruik waspoeder voor de hoofdwas.Wasverzachter gebruiken Doseer wasverzachter of stijfsel invakje . Doseer niet hoger dan depijl.Het middel wordt automatisch met hetlaatste spoelwater in de trommel ge-spoeld.

Aan het einde van het waspro-gramma blijft er een klein beetje waterin vakje staan.Als u meermaals stijfsel heeft ge-bruikt, reinig dan de wasmiddellade.Reinig de zuighevel extra goed.

wasmiddel-versterkers) = Wasmiddelen (alleen voor dehoofdwas)Een capsule bevat altijd de juiste hoe-veelheid voor één wasbeurt.Deze capsules zijn verkrijgbaar via deMiele webshop, bij Miele of bij de Mielevakhandelaar. Gevaar voor de gezondheid doorcapsules.De inhoudsstofffen in capsules kun-nen gevaarlijk zijn voor de gezondheidals u ze inslikt of als ze met de huid incontact komen.Bewaar de capsules buiten het bereikvan kinderen.Capsuledosering inschakelen Raak de sensortoets aan:- 1keer, het symbool brandt en isgeselecteerd.- 2keer, het symbool brandt en isgeselecteerd.- 3keer, het symbool brandt en isgeselecteerd.- 4keer, de capsuledosering is uitge-schakeld.Capsule plaatsen Open de wasmiddellade. Open het klepje van vakje /. Druk de capsule er stevig in.

4. Wasmiddel doseren21 Sluit het klepje en druk het stevigdicht. Sluit de wasmiddellade.Als u de capsule in de wasmiddelladeplaatst, gaat de capsule open. Als ude capsule ongebruikt weer uit dewasmiddellade verwijdert, kan er rei-nigingsmiddel uit lopen.Gooi een geopende capsule weg.De inhoud van een capsule wordt op hetjuiste tijdstip toegevoegd.Het water stroomt bij capsuledose-ring uitsluitend via de capsule in vakje.Giet geen extra wasverzachter in vak-je . Verwijder de lege capsule na afloopvan het wasprogramma.Om technische redenen blijft er altijdwat water in de capsule zitten.Tips voor de doseringControleer bij het doseren van het was-middel hoe vuil het wasgoed is en hoe-veel wasgoed u heeft. Verminder dehoeveelheid wasmiddel bij een kleinerehoeveelheid wasgoed (bijv.

bij een halvetrommel de hoeveelheid wasmiddel met⅓ verminderen).Te weinig wasmiddel:- Heeft als effect, dat het wasgoed nietschoon en na verloop van tijd grauwen hard wordt.- Bevordert schimmelvorming in dewasmachine.- Heeft als effect, dat vet niet volledigverwijderd wordt.- Bevordert kalkaanslag op de verwar-mingselementen.Te veel wasmiddel:- Heeft als effect dat het wasgoed nietgoed gereinigd, gespoeld en gecentri-fugeerd wordt.- Heeft als effect dat er meer waterwordt verbruikt door een automatischingeschakelde extra spoelgang.- Versterkt de belasting voor het milieu.

5. Programma starten22Programma starten Raak de sensortoets aan.De deur wordt vergrendeld en het was-programma gestart.Als u een starttijd voorgeprogrammeerdheeft, loopt deze in de tijdsaanduidingaf. Na afloop van de voorgeprogram-meerde tijd of direct na de start ver-schijnt de programmaduur in de tijds-aanduiding.Toevoegen van wasgoed tijdenshet programmaverloop(AddLoad)Het bijvullen van de trommel of hetverwijderen van wasgoed is altijd mo-gelijk, zolang in het display niet hetsymbool brandt. Raak de sensortoets aan.In de tijdsaanduiding verschijnen draai-ende streepjes …….Als in de tijdsaanduiding het woord staat, kan de deur worden geopend. Open de deur.

Leg wasgoed in detrommel of haal er wasgoed uit. Sluit de deur. Raak de sensortoets aan.Het wasprogramma wordt voortgezet.Over het algemeen is toevoegen of ver-wijderen van wasgoed niet mogelijkwanneer:- de temperatuur van het waswater bo-ven 55°C ligt.- het waterniveau in de trommel tehoog is.

6. Programma-einde23Deur openen en wasgoed uit detrommel halenTijdens de kreukbeveiliging is de deurnog vergrendeld. Tijdens de eerste15minuten zijn de indicatoren verlicht.In de tijdsaanduiding staat . Zet de programmakeuzeschakelaarop.Het controlelampje dooft.De deur wordt ontgrendeld.Tip: Na de kreukbeveiliging wordt dedeur automatisch ontgrendeld. Pak de deur bij de greep vast en trekdeze open. Neem het wasgoed uit de trommel.Achtergebleven wasgoed kan bij devolgende wasbeurt krimpen of af-geven.Verwijder al het wasgoed uit de trom-mel. Controleer of er vreemde voorwerpenin de manchet van de deur zijn achter-gebleven.Tip: Laat de deur op een kiertje open,zodat de trommel kan drogen. Heeft u een capsule gebruikt, verwij-der deze dan uit de wasmiddellade.Tip: Laat de wasmiddellade op een kier-tje openstaan, zodat de lade kan drogen.

Centrifugeren24Eindcentrifugetoerental in hetwasprogrammaWanneer u een programma kiest, is inhet display altijd het optimale centrifu-getoerental voor dit programma fel ver-licht.In sommige wasprogramma's kan eenhoger centrifugetoerental worden geko-zen.In de tabel staat het hoogst mogelijkecentrifugetoerental.Programma Omw./min.ECO 40-60 1400Katoen 1400Kreukherstellend 1200Wol  1200Fijne was 900Express 20 1200Donker wasgoed / Jeans 1200Outdoor 900Impregneren 1200Pompen / Centrifugeren 1400Alleen Spoelen / Stijven 1400Het centrifugeren tussen despoelgangenHet wasgoed wordt niet alleen aan heteind, maar ook na de hoofdwas en tus-sen de spoelgangen gecentrifugeerd.Stelt u een lager eindcentrifugetoerentalin, dan wordt er ook na de hoofdwas entussen de spoelgangen met een lagertoerental gecentrifugeerd.

In het pro-gramma Katoen wordt bij een toerentalvan lager dan 700omw/min een spoel-gang ingelast.Spoelstop (eindcentrifugeren)uitschakelen Raak de sensortoets zo vaak aantotdat het controlelampje (spoel-stop) brandt.Bij een spoelstop blijft het wasgoed nahet laatste reinigingsproces in het waterliggen. Daardoor kreukt het wasgoedminder wanneer u het niet direct uit dewasmachine haalt.Het programma beëindigen met cen-trifugerenHet controlelampje met het optimaletoerental gaat branden.

U kunt het toe-rental via de sensortoets wijzigen. Raak de sensortoets aan.Het programma beëindigen zondercentrifugeren Raak de sensortoets zo vaak aantotdat het controlelampje (zondercentrifugeren) brandt. Raak de sensortoets aan.Centrifugeren tussen de spoel-gangen en eindcentrifugerenuitschakelen Raak de sensortoets zo vaak aantotdat het controlelampje (zondercentrifugeren) brandt.Na de laatste spoelcyclus wordt het wa-ter afgepompt en wordt de kreukbeveili-ging ingeschakeld.In enkele programma's wordt een extraspoelgang ingelast.

Datkunt u bijvoorbeeld doen om gebruik temaken van een voordelig nachttarief.Voorprogrammering kiezenU kunt de voorprogrammering niet kie-zen bij de programma'sPompen /Centrifugeren en Impregneren. Kies het gewenste wasprogramma. Raak de sensortoets aan.Het symbool brandt fel en in de tijds-aanduiding worden de eerste 30minu-ten van de voorprogrammering weerge-geven. Raak de sensortoets zo vaak aan,totdat de gewenste voorprogramme-ring in de tijdsaanduiding verschijnt.- Als de voorgeprogrammeerde tijd kor-ter is dan 3uur, verandert deze instappen van 30minuten.- Als de voorgeprogrammeerde tijd lan-ger is dan 3uur, verandert deze instappen van 1uur.Tip: Als de sensortoets constantwordt ingedrukt, wordt automatischdoorgeteld tot 24uur.Voorprogrammering starten Raak de sensortoets aan.De voorprogrammering start en loopt afin de tijdsaanduiding.Gestarte voorprogrammering wijzigenof afbrekenAls de geselecteerde voorprogramme-ring is gestart, kan deze niet meer wor-den gewijzigd. Draai de programmakeuzeschakelaarop. Draai de keuzeschakelaar op een wil-lekeurig programma.In de tijdsaanduiding verschijnen draai-ende streepjes …….De deur wordt ontgrendeld. Kies een programma en desgewensteen nieuwe voorgeprogrammeerdetijd.

Programma-overzicht26ECO 40-60 maximaal 8,0kgWasgoed Normaal vervuild wasgoed van katoenTip In één wascyclus kan gemengd wasgoed van katoen voor de tempera-tuur 40° en 60°C worden gewassen.Voor wasgoed van katoen is dit programma het meest efficiënt voorwat betreft het energie- en waterverbruik.Opmerking voor testinstituten:Testprogramma voor de naleving van de Ecodesign-richtlijn nr. 2019/2023 enenergielabeling volgens richtlijn nr. 2019/2014.Katoen 90°C tot koud maximaal 8,0kgWasgoed T-shirts, ondergoed, tafellinnen enzovoort, wasgoed van katoen, lin-nen of mengweefselsTip Voor wasgoed dat aan bijzonder hoge hygiënische eisen moet vol-doen, moet een temperatuur van 60°C of hoger worden gekozen.Opmerking voor testinstituten:Katoen 20°C: programma voor licht vervuild wasgoed van katoenTestprogramma voor de naleving van de Ecodesign-richtlijn nr.

2019/2023.Kreukherstellend 60°C tot koud maximaal 4,0kgWasgoed Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels of kreukherstellendbehandeld katoenTip Kies bij kreukgevoelig wasgoed een lager eindcentrifugetoerental.Wol 40°C tot koud maximaal 2,0kgWasgoed Wasgoed van wol en wasgoed waar o.a. wol in zitTip Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental.Fijne was 40°C tot koud maximaal 3,0kgWasgoed Kwetsbaar wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels en visco-seVitrage die volgens de fabrikant in de wasmachine kan worden gewas-sen.Tip - Centrifugeer kreukgevoelig wasgoed helemaal niet.

Programma-overzicht27Express 20 40°C tot koud maximaal 3,5 kgWasgoed Katoenen wasgoed dat nauwelijks gedragen of vrijwel niet vuil isTip De extra functieKort is automatisch ingesteld.Donker wasgoed /Jeans60°C tot koud maximaal 3,0kgWasgoed Zwart en ander donker wasgoed van katoen, mengweefsels of jeans-stofTip - Was dit wasgoed binnenstebuiten.- Jeansstoffen geven vaak iets af wanneer ze de eerste paar keer wor-den gewassen. Was lichte en donkere jeansstoffen daarom apart.Outdoor 40°C tot koud maximaal 2,5kgWasgoed Outdoorjacks en -broeken met membranen als Gore-Tex®, SYMPA-TEX®, WINDSTOPPER® enzovoort.Tip - Doe ritssluitingen en sluitingen met klittenband dicht.- Gebruik geen wasverzachter.- U kunt dit wasgoed wanneer dat nodig is nabehandelen met hetprogrammaImpregneren.

Het is beter om dit niet na iedere was-beurt te doen.Impregneren 40°C maximaal 2,5kgWasgoed Microvezels, skikleding of tafellinnen, die voornamelijk uit synthe-tische vezels bestaan.Tip - Het wasgoed moet net gewassen en gecentrifugeerd of gedroogdzijn.- Om een optimaal effect te bereiken moet u het wasgoed thermischnabehandelen. Dit kan door het te strijken of door het in de drogerte drogen.Pompen / Centrifugeren –Tip - Alleen pompen: kies - Let op het ingestelde toerental

Programma-overzicht28Alleen Spoelen / Stijven maximaal 7,0kgWasgoed - Wasgoed dat met de hand is gewassen en moet worden gespoeld- Tafellakens, servetten en bedrijfskleding die moeten worden geste-venTip - Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental.- Het te stijven wasgoed moet net zijn gewassen, maar mag niet metwasverzachter zijn nabehandeld.- Een bijzonder goed spoelresultaat met 2spoelgangen krijgt u doorde extra functieExtra water in te schakelen.

Extra functies29Met de extra functies kunt u het geko-zen programma nog beter afstemmenop uw wasgoed.Extra functies kiezenDe extra functies kunnen via de sensor-toets worden gekozen of uitgescha-keld. Raak de sensortoets aan:- 1keer, de extra functie Kort brandt enis geselecteerd.- 2keer, de extra functie Extra waterbrandt en is geselecteerd.- 3keer, de extra functie Inwekenbrandt en is geselecteerd.- 4keer, de extra functies Kort en Extrawater branden en zijn geselecteerd.- 5keer, de extra functies Extra wateren Inweken branden en zijn geselec-teerd.- 6keer, alle extra functies zijn weeruitgeschakeld.KortVoor licht verontreinigd wasgoed zonderzichtbare vlekken.De wastijd is korter.Extra waterDe waterstand wordt bij het was- enspoelproces verhoogd.

In het program-maAlleen Spoelen / Stijven wordt eentweede spoelgang uitgevoerd.U kunt andere functies voor sensor-toetsExtra water kiezen, zie het hoofd-stuk “Programmeerfuncties”.InwekenVoor sterk verontreinigd wasgoed meteiwithoudende vlekken.- U kunt een inweektijd instellen van30minuten en 2uur in stappen van30minuten.- Vanuit de fabriek is een tijd van 30mi-nuten ingesteld.Voor het wijzigen van de inweektijd ziehet hoofdstuk “Programmeerfuncties”,paragraaf “Inweektijd”.VoorwasVoor wasgoed dat door stof en zandsterk is verontreinigd.Welke extra functies bij welkewasprogramma's?KortExtra waterInwekenVoorwasECO 40-60 – – – –Katoen    Kreukherstellend    –Wol  – – – –Fijne was    –Express 20  – – –Donker wasgoed /Jeans   –Outdoor    –Impregneren – – – –Alleen Spoelen / Stijven –  – – = Deze functie kan worden gekozen = Deze functie wordt automatisch inge-schakeld– = Deze functie kan niet worden gekozen

Programmaverloop31 = lage waterstand = gemiddelde waterstand = hoge waterstand = intensief ritme = normaal ritme = behoedzaam ritme = handwasritme = wordt uitgevoerd– = wordt niet uitgevoerdDe wasmachine beschikt over een volle-dig elektronische besturing met bela-dingsautomaat. De wasmachine bepaaltzelf de benodigde waterhoeveelheid, af-hankelijk van de hoeveelheid wasgoeden het absorptievermogen ervan.Het programmaverloop van de hier ver-melde programma's slaat op het basis-programma met maximale belading.Nadere bijzonderheden over hetprogrammaverloopKreukbeveiliging:de trommel draait nog maximaal 30mi-nuten na afloop van het programma omkreukvorming te voorkomen.Uitzondering: het programmaWolheeft geen kreukbeveiliging.De wasmachine kan op elk momentworden geopend.1Bij een temperatuur van 60°C en ho-ger wordt er 2 keer gespoeld.

Bij eentemperatuur van minder dan 60°Cwordt er 3 keer gespoeld.2Een extra spoelgang wordt uitgevoerd,wanneer:- er te veel schuim in de trommel zit- er een lager eindcentrifugetoerental isingesteld dan 700 omw/min3Een extra spoelgang wordt uitgevoerd,wanneer:- u de extra functieExtra water heeftgekozen, als bij de programmeerfunc-ties de optie  of  is geactiveerd.5Een extra spoelgang wordt uitgevoerd,wanneer: de extra functie Extra water is inge-schakeld.

Programmaverloop wijzigen32Programma wijzigen (kinderbe-veiliging)Als een programma eenmaal is gestart,kunt u het programma, de temperatuur,het centrifugetoerental en de gekozenextra functies niet meer wijzigen.

Hier-door wordt voorkomen dat bijvoorbeeldkinderen het apparaat onbedoeld bedie-nen.Als de wasmachine wordt uitgescha-keld terwijl het programma loopt, zalde stand-byfunctie de wasmachine na15 minuten niet volledig uitschakelen.Er kan nog steeds water in de trommelzitten, dus de veiligheidsfuncties zijnnog steeds actief.Programma afbrekenU kunt een wasprogramma op elk mo-ment afbreken, nadat u het heeft ge-start. Draai de programmakeuzeschakelaarop. Draai de programmakeuzeschakelaarnaar een willekeurige positie.In de tijdsaanduiding verschijnen draai-ende streepjes …….Het water wordt afgepompt en aanslui-tend wordt de deurvergrendeling gede-activeerd.Nieuw programma kiezen Draai de programmakeuzeschakelaarnaar het gewenste wasprogramma. Controleer of er nog voldoende was-middel in de wasmiddellade zit.

Textielbehandelingssymbolen33WassenDe waarde in de wastobbe geeft demaximale wastemperatuur aan voorde textielsoort. Normaal programma Behoedzaam programma Extra behoedzaam programma Handwas Niet wassenVoorbeelden van de program-makeuzeProgramma OnderhoudssymbolenECO 40-60 Katoen Kreukherstel-lendFijne was Wol  Express 20 Drogen Normale temperatuur Lagere temperatuur Niet geschikt voor de drogerStrijken en mangelen Ca. 200°C Ca. 150°C Ca. 110°CStrijken met stoom kan onher-stelbare schade veroorzaken. Strijken/mangelen is verbodenChemisch reinigen Reiniging met chemische oplos-middelen. De letters verwijzennaar het reinigingsmiddel. Nat reinigen Chemische reiniging is verbodenBleken Elk bleekmiddel is toegestaan Alleen zuurstofbleekmiddel istoegestaan Bleken is verboden

Wasmiddelen34Het juiste wasmiddelU kunt alle wasmiddelen gebruiken diegeschikt zijn voor huishoudwasmachi-nes. Tips voor het gebruik en voor dedosering van de wasmiddelen kunt uvinden op de wasmiddelverpakking. De dosering is afhankelijk van:- De mate waarin het wasgoed is ver-ontreinigd. - De hoeveelheid wasgoed. - De waterhardheid. Wanneer u de hardheidsgraad in uwregio niet weet, informeer daar dannaar bij uw waterleidingbedrijf. WateronthardingsmiddelHeeft het water een hardheidsgraad vanII of III, dan kunt u een wateronthar-dingsmiddel gebruiken om wasmiddel tebesparen. De juiste dosering vindt u opde verpakking. Doseer eerst het was-middel en dan pas het onthardingsmid-del. Het wasmiddel kunt u dan doseren zo-als bij water met een hardheidsgraadvan I.

WaterhardheidHardheids-graadTotale hard-heid in mmol/lDuitse hard-heid °dHZacht (I) 0 – 1,5 0 – 8,4Gemiddeld (II) 1,5 – 2,5 8,4 – 14Hard (III) > 2,5 > 14DoseerhulpGebruik voor het doseren van het was-middel de attributen die door de was-middelfabrikant als hulp bij het doserenzijn geleverd, bijv. doseerbolletjes. Ge-bruik die vooral bij vloeibare wasmidde-len. NavulpakkenKoop zoveel mogelijk navulpakken omhet afval te reduceren. Verven en ontkleuren Schade door ontkleuringsmidde-len. Ontkleuringsmiddelen veroorzakencorrosie in de wasmachine. Geen ontkleuringsmiddelen in dewasmachine gebruiken. Het gebruik van verfmiddelen in de was-machine is alleen bij huishoudelijk ge-bruik van het apparaat toegestaan. Hetzout dat bij het verven wordt gebruikt,tast het roestvrij staal aan bij veelvuldiggebruik.

Houd u strikt aan de aanwij-zingen van de verffabrikant als u textielin de wasmachine wilt verven. Tabs of pods gebruikenLeg tabs of pods met wasmiddel altijddirect bij het wasgoed in de trommel. Tabs of pods kunt u niet via de wasmid-dellade gebruiken. Middelen voor het nabehande-len van het wasgoedWasverzachters Met wasverzachters wordt uw wasgoedextra zacht en minder statisch.

Reiniging en onderhoud36Ommanteling en bedieningspa-neel reinigen Gevaar voor elektrische schokdoor netspanning.Als de wasmachine uitgeschakeld is,staat het apparaat onder spanning.Neem vóórdat u de wasmachine eenreinigings- of onderhoudsbeurt geeftde spanning van het apparaat. Schade door binnendringend wa-ter.Door de druk van een waterstraal kaner water in de wasmachine komen enonderdelen beschadigen.Spoel de wasmachine niet met eenwaterstraal af. Reinig ommanteling en paneel meteen vochtige doek en een mild reini-gingsmiddel of sopje en droog beideonderdelen daarna met een zachtedoek. Reinig de trommel met een middelvoor roestvrij staal. Schade door reinigingsmiddelen.Oplosmiddelhoudende reinigings-middelen, schuurmiddelen, glas- ofallesreinigers kunnen kunststof op-pervlakken en andere onderdelen be-schadigen.Gebruik geen van deze reinigingsmid-delen.Wasmiddellade reinigenWanneer er op lage temperaturen enmet vloeibare wasmiddelen wordt ge-wassen, raakt de wasmiddellade snel-ler verontreinigd. Reinig daarom regelmatig de helewasmiddellade.Wasmiddellade verwijderen Trek de wasmiddellade naar buitentotdat u weerstand voelt, druk de ont-grendelingsknop in en neem de ladeuit het apparaat. Reinig de wasmiddellade met warmwater.

Reiniging en onderhoud37Zuighevel en kanaal van vakje /reinigenVloeibaar stijfsel gaat vastplakken.De zuighevel in vakje / werktniet meer en het vakje kan overlopen.Als u vaker vloeibaar stijfsel gebruiktheeft, maak dan de zuighevel zeergrondig schoon.1. Trek de zuighevel uit vakje  en rei-nig de hevel onder de warme kraan.Reinig ook het buisje waarop de zuig-hevel aangesloten is.2. Zet de zuighevel weer op het buisje. Reinig het kanaal voor de wasverzach-ter met warm water en een borsteltje.Ruimte wasmiddellade reinigen Verwijder wasmiddelresten en kalk-aanslag van de inspuiters van de was-middellade. Gebruik daarvoor eenflessenborstel. Plaats de wasmiddellade weer in hetapparaat.Tip: Laat de wasmiddellade op een kier-tje openstaan, zodat de lade beter kandrogen.

Reiniging en onderhoud38Hygiëne Info(trommel reinigen)Wanneer er regelmatig met lage tempe-raturen en/of een vloeibaar wasmiddelwordt gewassen, bestaat het gevaar dater zich in de wasmachine ziektekiemenen geurtjes ontwikkelen. Reinig de was-machine met het programma Katoen90°C. Reinig de trommel uiterlijk wan-neer het controlelampje brandt.Watertoevoerzeefje reinigenDe wasmachine heeft 2zeefjes ter be-scherming van het waterinlaatventiel.De zeefjes moeten eens per 6maandenworden gecontroleerd.

Als de watertoe-voer vaak is onderbroken, moet u vakercontroleren.Zeefje in de toevoerslang reinigen Draai de kraan dicht. Schroef de toevoerslang van de kraan. Trek het rubberen dichtingsringetje1uit de groef. Pak het kunststof zeefje 2 met eenpunttang aan de opstaande rand inhet midden vast en trek het kunststofzeefje eruit. Reinig het zeefje. Plaats alles in omgekeerde volgordeterug.Zeefje in het koppelstuk van het wa-terinlaatventiel reinigen Schroef de geribbelde kunststof moervoorzichtig met een tang van het kop-pelstuk af. Pak het zeefje met een punttang aande opstaande rand in het midden vasten trek het eruit. Reinig het zeefje. Plaats alles in omgekeerde volgordeterug.Reinig de zeefjes en bouw ze weer in. Draai de schroefkoppeling stevig opde kraan. Draai de kraan open.Zorg, dat er geen water uit deschroefkoppeling loopt.Draai de schroefkoppeling aan.

U bespaart daarmee niet alleen tijd, maar ook kosten, omdat uMiele niet hoeft in te schakelen.Op www.miele.com/service vindt u informatie over hoe u zelf storingen kunt ver-helpen.De volgende tabellen helpen u de oorzaken van een probleem te achterhalen en hetprobleem te verhelpen.Het lukt niet om een wasprogramma te startenProbleem Oorzaak en oplossingHet bedieningspaneelblijft donker.Er staat geen stroom op de wasmachine. Controleer of de stekker in het stopcontact zit. Controleer of de zekering in orde is.De wasmachine is in het kader van de energiebespa-ring automatisch uitgeschakeld. Draai aan de programmakeuzeschakelaar en schakeldaardoor de wasmachine weer in.In de tijdsaanduidingstaan afwisselend  enDe deur zit niet goed dicht en kon daardoor niet wor-den vergrendeld. Sluit de deur nogmaals. Start het programma opnieuw.Verschijnt de foutmelding opnieuw, neem dan con-tact op met Miele.Het programma wordt afgebroken en een controlelampje in hetdisplay brandtProbleem Oorzaak en oplossingHet storingslampje brandt, in de tijdsaandui-ding staan afwisselend en  en de zoemerklinkt.Het waterbeveiligingssysteem heeft gereageerd. Draai de kraan dicht. Neem contact op met Miele.Het storingslampje brandt, in de tijdsaandui-ding staan afwisselend en  en de zoemer klinkt.De waterafvoer is niet optimaal of zelfs geblokkeerd.De waterafvoerslang ligt te hoog. Reinig filters en afvoerpomp. Bedenk dat de maximale opvoerhoogte 1m is.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele WSA123 WCS Active stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden