Miele WMB 120 WPS Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele WMB 120 WPS (84 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 39 mensen. Heb je een vraag over Miele WMB 120 WPS of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Wasmachine |
| Model: | WMB 120 WPS |
Handleiding Miele WMB 120 WPS – volledige tekst
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu2Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak‐kingsmateriaal is uitgekozen omdat dithet milieu relatief weinig belast en kanworden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate‐riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap‐paraten bevatten meestal nog waarde‐volle materialen. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die nodig zijn ge‐weest om de apparaten goed en veiligte laten functioneren.
Wanneer u uw ou‐de apparaat bij het gewone afval doetof er op een andere manier niet goedmee omgaat, kunnen deze stoffenschadelijk zijn voor de gezondheid enhet milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek‐tronische apparatuur. Vraag uw hande‐laar indien nodig om inlichtingen.Het afgedankte apparaat moet buitenhet bereik van kinderen worden opge‐slagen.
Inhoud3 Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 2Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 6Bediening van de wasautomaat. 13Bedieningspaneel. 13Voorbeelden voor de bediening. 15Ingebruikneming van het apparaat. 16Displaytaal instellen. 16Meldingen. 17Eerste wasprogramma starten. 17Tips om energie en water te besparen. 181. Het wasgoed onder de loep. 192. Programma kiezen. 203. Trommel vullen. 214. Programma-instellingen kiezen. 225. Wasmiddel doseren. 24Wasmiddellade. 24Capsuledosering. 256. Programma starten - Einde van het programma. 27Centrifugeren. 28Voorprogrammering. 30Kiezen. 30Wijzigen. 30Wissen en het wasprogramma direct starten. 30Programma-overzicht. 31Opties. 34Kort. 34Extra water. 34Voorwas. 34Welke opties kunnen bij welke programma's worden gekozen. 35Programmaverloop. 36Textielbehandelingssymbolen. 38.
Inhoud4Programmaverloop wijzigen. 39Afbreken. 39Onderbreken. 39Wijzigen. 39Trommel bijvullen of wasgoed voortijdig verwijderen. 40Kinderbeveiliging. 41Wasmiddelen. 42Het juiste wasmiddel. 42Wateronthardingsmiddel. 42Doseerhulp. 42Middelen voor het nabehandelen van het wasgoed. 42Aanbevelingen voor Miele-wasmiddelen. 43Wasmiddeladviezen conform verordening (EU) Nr. 1015/2010. 44Reiniging en onderhoud. 46Trommel reinigen(Hygiëne Info). 46Ommanteling en bedieningspaneel reinigen. 46Wasmiddellade reinigen. 46Watertoevoerzeefje reinigen. 48Wat moet u doen, wanneer. 49Hulp bij problemen. 49Het lukt niet om een wasprogramma te starten. 49Het programma is afgebroken en in het display verschijnt devolgende storingsmelding:. 50Aan het einde van het programma verschijnt in het display devolgende storingsmelding:. 51Algemene problemen met de wasautomaat. 52Een tegenvallend wasresultaat.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Ondeskundig gebruik echter kan persoonlijk letsel en schade aanhet apparaat veroorzaken.Lees de gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voor‐dat u uw apparaat voor het eerst gebruikt. Hierin vindt u belangrij‐ke instructies met betrekking tot de veiligheid, het gebruik en hetonderhoud. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodigeschade aan het apparaat.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en geef deze door aan een even‐tuele volgende eigenaar.Efficiënt gebruik Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk ofdaarmee vergelijkbaar gebruik. Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor gebruik binnens‐huis. Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor het wassen vantextiel dat volgens de aanwijzingen van de fabrikant op het onder‐houdsetiket in de wasautomaat mag worden gewassen. Gebruikvoor andere doeleinden kan gevaarlijk zijn.
De fabrikant is niet ver‐antwoordelijk voor schade die wordt veroorzaakt door een ander ge‐bruik dan hier aangegeven of door een foutieve bediening. Personen die op grond van hun fysieke of psychische gesteld‐heid, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van dit apparaat nietin staat zijn om het veilig te bedienen, mogen het alleen gebruikenals ze onder toezicht staan van of worden geïnstrueerd door eenverantwoordelijk persoon.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Wanneer er kinderen in huis zijn Kinderen onder de acht jaar mogen alleen in de buurt van de was‐automaat komen als ze constant onder toezicht staan. Kinderen vanaf acht jaar mogen de wasautomaat alleen dan zon‐der toezicht gebruiken, als ze weten hoe ze het apparaat veilig moe‐ten bedienen en als ze weten wat voor gevaar zij lopen wanneer zehet niet goed bedienen. Kinderen mogen de wasautomaat niet zonder toezicht reinigen ofonderhouden. Zijn er kinderen in de buurt van de wasautomaat, houd ze dangoed in de gaten en zorg ervoor dat ze er niet mee gaan spelen.Technische veiligheid Volg de aanwijzingen in de hoofdstukken: "Plaatsen en aanslui‐ten" en "Technische gegevens". Controleer vóórdat het apparaat wordt geplaatst, of het zichtbaarbeschadigd is.
Een beschadigde wasautomaat mag niet worden ge‐plaatst en niet in gebruik genomen. Vergelijk vòòrdat u de wasautomaat aansluit de aansluitgegevens(zekering, spanning en frequentie) op het typeplaatje met die van hetelektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bijtwijfel een elektricien. De wasautomaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren,als hij op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8 De elektrische veiligheid van de wasautomaat is uitsluitend ge‐waarborgd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem datvolgens de geldende veiligheidsvoorschriften is geïnstalleerd. Laatde huisinstallatie bij twijfel door een vakman / vakvrouw inspecteren.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die het ge‐volg is van een ontbrekende of beschadigde aarddraad. De wasautomaat mag niet met een verlengsnoer, een stekkerdoosof iets dergelijks op het elektriciteitsnet worden aangesloten in ver‐band met gevaar voor oververhitting. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.
Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij ga‐randeren, dat zij volledig voldoen aan de veiligheidseisen die wij aanonze producten stellen. Zorg ervoor dat u altijd bij de stekker kunt komen om de spanningvan de wasautomaat te halen. Reparaties aan de wasautomaat mogen alleen door vakmensenvan Miele worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparatieskunnen onvoorziene risico's voor de gebruiker opleveren, waarvoorMiele niet aansprakelijk kan worden gesteld. Wanneer de aansluitkabel is beschadigd, moet de kabel door eenerkend vakman / vakvrouw worden vervangen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 Wanneer er een storing wordt verholpen en wanneer de wasauto‐maat wordt gereinigd en onderhouden mag er geen elektrischespanning op de wasautomaat staan.
Dat is het geval, als aan èènvan de volgende voorwaarden is voldaan:– als de stekker uit de contactdoos is getrokken of– als de desbetreffende zekering van de huisinstallatie is uitgescha‐keld of– of als de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is uitgeschakeld. Het Miele waterbeveiligingssysteem beschermt tegen waterscha‐de, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:– als water en elektriciteit op de juiste wijze zijn aangesloten– en als de wasautomaat in geval van schade onmiddellijk wordtgerepareerd. De waterdruk moet ten minste 100 kPa bedragen, maar mag de1.000 kPa niet overschrijden. Deze wasautomaat mag niet op een niet-stationaire locatie (bijv.op een schip) worden gebruikt. Breng geen wijzigingen aan de wasautomaat aan die niet uitdruk‐kelijk door Miele zijn toegestaan.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10Nog meer aanwijzingen voor het gebruik Plaats uw wasautomaat niet in vorstgevoelige ruimten. Bevrorenslangen kunnen scheuren of barsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door temperaturen onder het vriespuntafnemen. Verwijder voordat u de wasautomaat in gebruik neemt de trans‐portbeveiliging aan de achterzijde van het apparaat. Zie hoofdstuk:"Plaatsen en aansluiten", paragraaf: "Transportbeveiliging verwijde‐ren". Wanneer u de transportbeveiliging niet verwijdert, kan dat bijhet centrifugeren schade veroorzaken aan uw wasautomaat en aande meubels / apparaten die ernaast staan. Sluit de kraan af als u langere tijd afwezig bent (bijv.
tijdens va‐kanties), zeker als er zich in de buurt van de wasautomaat geen af‐voer in de vloer bevindt, bij voorbeeld een putje. Denk eraan dat er water kan overstromen.Controleer daarom vòòrdat u de waterafvoerslang in een wastafel ofwasbak hangt, of het water snel genoeg wegstroomt. Zorg er daar‐om ook voor dat de afvoerslang niet weg kan glijden. Wanneer deslang niet goed vastzit kan hij door de kracht van het wegstromendewater uit de wastafel of wasbak worden gedrukt. Let erop dat u voorwerpen zoals spijkers, naalden, munten en pa‐perclips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen van dewasautomaat beschadigen (bijv. kuip, wastrommel). Beschadigdeonderdelen kunnen op hun beurt weer schade aan het wasgoed ver‐oorzaken.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11 Wees voorzichtig bij het openen van de deur wanneer u destoomfunctie heeft gebruikt. U loopt het risico zich te verbrandendoor vrijkomend stoom en door hoge temperaturen aan het tromme‐loppervlak en het glas. Doe een stapje terug en wacht totdat destoom is weggetrokken. De maximale beladingscapaciteit bedraagt 8 kg (droog wasgoed),maar sommige programma's hebben een lagere beladingscapaciteit.Zie hoofdstuk: "Programma-overzicht". Als u het wasmiddel op de juiste manier doseert, is het niet nodigdat u de wasautomaat ontkalkt. Mocht dat toch nodig zijn, gebruikdaar dan een speciaal ontkalkingsmiddel voor op basis van natuur‐lijk citroenzuur. Miele adviseert het Miele-ontkalkingsmiddel. Dit isverkrijgbaar op internet onder www.miele-shop.nl, bij uw Miele-vak‐handelaar of bij de afdeling Onderdelen van Miele Nederland.
Volgde adviezen voor het gebruik van ontkalkingsmiddelen strikt op. Wasgoed dat met oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen isbehandeld, moet eerst grondig in helder water worden uitgespoeld,vóórdat het in de wasautomaat wordt gewassen. Gebruik in deze wasautomaat nooit oplosmiddelhoudende reini‐gingsmiddelen zoals wasbenzine. Dit om te voorkomen dat onderde‐len van het apparaat beschadigd raken, dat er giftige dampen ont‐staan, dat er brand uitbreekt of zich een explosie voordoet. Zorg ervoor dat ook het oppervlak van de wasautomaat nooit inaanraking komt met een oplosmiddelhoudend reinigingsmiddel zoalswasbenzine. Dit om beschadigingen aan het kunststof oppervlak tevoorkomen. Wilt u textielverf in de wasautomaat gebruiken, kies dan textielverfdie daar geschikt voor is, gebruik niet meer verf dan strikt nodig isen neem de aanwijzingen van de textielverffabrikant precies in acht.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 Ontkleuringsmiddelen kunnen door hun chemische samenstellingcorrosie veroorzaken en mogen daarom niet in de wasautomaatworden gebruikt. Komt er vloeibaar wasmiddel in de ogen terecht, spoel de ogendan met veel water schoon. Wordt dit middel per ongeluk ingeslikt,neem dan direct contact op met de dokter. Personen die een gevoe‐lige of beschadigde huid hebben, kunnen het vloeibaar wasmiddelmaar beter niet aanraken.Accessoires Alleen originele Miele-accessoires mogen worden aan- of inge‐bouwd. Worden er andere accessoires aan- of ingebouwd, kanMiele niet voor de gevolgen instaan en kan er geen beroep meerworden gedaan op bepalingen met betrekking tot garantie en pro‐ductaansprakelijkheid. Droog- en wasautomaten van Miele kunnen als was-droogzuilworden geplaatst. Hiervoor is een specifiek tussenstuk (WTV) nodigdat kan worden nabesteld.
Let erop dat het tussenstuk bij uw Miele-droogautomaat en Miele-wasautomaat past. Wilt u een Miele-sokkel plaatsen, kunt u deze nabestellen. Let erdan wel op dat de sokkel bij uw wasautomaat past.Worden de veiligheidsinstructies en waarschuwingen niet opge‐volgd, kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld voor schadedie daarvan het gevolg is.
Bediening van de wasautomaat13BedieningspaneelaDisplay met sensortoetsenNadere bijzonderheden over het dis‐play kunt u op de volgende bladzij‐den vinden. bStart/Stop - toetsMet deze toets kunt u het gekozenwasprogramma starten en een ge‐start programma afbreken. cTemperatuurtoetsMet deze toets kunt u de gewenstetemperatuur instellen. dCentrifugetoerentaltoetsMet deze toets kunt u het gewenstecentrifugetoerental instellen. eVoorprogrammeringtoetsMet deze toets kunt u het door u ge‐kozen programma later laten begin‐nen. fOptietoetsenMet deze toetsen kunt u (een) op‐tie(s) in- of uitschakelen. gProgrammakeuzeschakelaarMet deze schakelaar kunt u een was‐programma kiezen. hOptische interface PCOp deze plaats kunnen de technicide wasprogramma's controleren, up‐daten en in het geheugen van dewasautomaat opslaan.
i - toetsMet deze toets kunt u de wasauto‐maat in- en uitschakelen.De wasautomaat in het kader van deenergiebesparing 15 minuten na af‐loop van het programma / de kreuk‐beveiliging automatisch uit. Het ap‐paraat gaat ook uit wanneer u het inde 15 minuten na het inschakelenniet bedient.
Bediening van de wasautomaat14jSensortoets Hiermee kunt u door een lijst naarbeneden lopen en waarden verla‐gen. kSensortoets OKHiermee kunt u een gekozen tekst ofwaarde bevestigen en een submenuopenen. lSensortoets Hiermee kunt u door een lijst naarboven lopen en waarden verhogen. mSensortoets Cap Hiermee kunt u de Cap-dosering viade wasmiddellade inschakelen.
De sensortoetsen tot en met gaanbranden, zodra het display via de sen‐sortoetsen kan worden bediend.BasisdisplayHet display geeft van links naar rechtshet volgende aan:2:59 1600– De programmaduur– De gekozen wastemperatuur– Het gekozen centrifugetoerentalProgrammaduurWanneer u een programma start zondergebruik te maken van de voorprogram‐mering, dan geeft het display in uren enminuten aan hoelang het programmawaarschijnlijk gaat duren.Wanneer u een programma start metvoorprogrammering, dan geeft het dis‐play pas na afloop van de voorgepro‐grammeerde tijd aan hoelang het pro‐gramma gaat duren.VoorprogrammeringWanneer u een programma start metvoorprogrammering, dan geeft het dis‐play eerst de voorgeprogrammeerdetijd aan, d.w.z.
geeft aan hoelang hetnog duurt voordat het gekozen pro‐gramma begint.Nadat het programma is gestart, wordtde voorgeprogrammeerde tijd in hetdisplay afgeteld.Na afloop van de voorgeprogram‐meerde tijd start het programma auto‐matisch en geeft het display aan hoelang het programma vermoedelijk gaatduren.
Bediening van de wasautomaat15Voorbeelden voor de bedieningScrollen door een keuzemenuDe pijlen in het display geven aan dateen keuzemenu ter beschikking staat.Taal Door het aantippen van de - sensor‐toets loopt u in het menu naar benedenen door het aantippen van de - sen‐sortoets loopt u in het menu naar bo‐ven. Door het aantippen van de OK -sensortoets bevestigt u uw keuze in hetdisplay.Markering van het ingestelde menu‐puntCap Zodra een menupunt in een keuzemenuwordt ingesteld, dan wordt dat met eenvinkje aangegeven.Waarden verlagen of verhogenStart over h00 :00De waarde die kan worden gewijzigd iswit gemarkeerd.
Door het aantippenvan de - sensortoets verlaagt u dewaarde en door het aantippen van de - sensortoets verhoogt u de waarde.Door het aantippen van de OK - sen‐sortoets bevestigt u uw wit gemar‐keerde keuze.Submenu verlatenU verlaat het submenu door Terug tekiezen.
Ingebruikneming van het apparaat16 Controleer voordat u uw wasau‐tomaat voor het eerst gebruikt of hetapparaat volgens de regels is ge‐plaatst en aangesloten. Zie hoofd‐stuk: "Plaatsen en aansluiten".Beschermfolie en sticker ver‐wijderen Verwijder– de beschermfolie van de deur– en alle stickers van de voorkant envan het bovenblad (indien aanwezig). Stickers die u na het openen vande deur ziet zitten, bijv. het type‐plaatje, mag u niet verwijderen.Iedere wasautomaat wordt in de fa‐briek op zijn werking getest. Het ismogelijk dat er als gevolg van dezetests wat water in de trommel achter‐blijft.Om veiligheidsredenen is het niet mo‐gelijk om meteen bij de eerste wasbeurtte centrifugeren.
Ter activering van hetcentrifugeren moet u eerst een waspro‐gramma zonder wasgoed en zonderwasmiddel draaien.Wordt er wel wasmiddel gebruikt, dankan er overmatige schuimvorming op‐treden.Met het draaien van een wasprogram‐ma zonder wasgoed en zonder was‐middel activeert u tegelijkertijd het ko‐gelventiel. Het kogelventiel zorgt ervoordat vanaf de eerste wasbeurt steeds alhet wasmiddel wordt gebruikt.Druk op de - toets.Het startdisplay licht op.Displaytaal instellenIn het display verschijnt nu een schermdat u vraagt om de taal in te stellen dieu in het display wilt hebben. U kunt dedisplaytaal echter ook altijd wijzigen viamenu "Instellingen".deutsch Loop met de en - toetsen doorde talen, totdat de gewenste taal inhet display verschijnt. Bevestig de gekozen taal met deOK - toets.
Ingebruikneming van het apparaat17MeldingenEr volgen nog twee meldingen. Dezehebben betrekking op het verwijderenvan de transportbeveiliging en op deverdere gang van zaken bij de inge‐bruikneming van het apparaat. Bevestig deze meldingen met deOK - toets.Eerste wasprogramma starten Draai de kraan open. Draai de programmakeuzeschakelaarop Katoen.In het display verschijnt:Belading 1 - 8 kgDaarna verschijnt in het display eenscherm met de basisweergave.2:59 1600 Druk op de Start/Stop - toets. Schakel de wasautomaat na afloopvan het programma uit.De wasautomaat is nu klaar voor ge‐bruik.
Tips om energie en water te besparen18Energie- en waterverbruik– Maak bij ieder programma dat u kiestgebruik van de maximale beladings‐capaciteit van de trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,vergeleken met de totale hoeveelheidwasgoed, het laagst.– Bij een geringe belading verbruikt hetapparaat dankzij de beladingsauto‐maat minder water en energie.– Gebruik het programma Express 20voor kleinere hoeveelheden was‐goed.– Moderne wasmiddelen maken hetmogelijk om met lagere temperaturente wassen, bijv. met 20°C. Maak ge‐bruik van deze mogelijkheid.– Voor de hygiëne in de wasautomaatadviseren wij u om zo nu en dan eenprogramma met een temperatuur vanminstens 60°C te starten.
Met demelding Hygiëne Info in het displayherinnert de wasautomaat u daaraan.Gebruik van wasmiddelen– Gebruik hoogstens zoveel wasmiddelals op de wasmiddelverpakking staataangegeven.– Controleer bij het doseren van hetwasmiddel hoe vuil het wasgoed is.– Reduceer bij geringere beladingshoe‐veelheden de wasmiddelhoeveelheid.Gebruik bij halve belading ca. 1/3minder wasmiddel.Tip voor machinaal drogenWilt u het wasgoed na afloop in dedroogautomaat drogen, kies dan hethoogste centrifugetoerental dat voor ditwasgoed mogelijk is.
1. Het wasgoed onder de loep19 Maak de zakken leeg. Voorwerpen zoals spijkers, mun‐ten en paperclips kunnen wasgoeden onderdelen beschadigen.Wasgoed sorteren Sorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het onderhouds‐etiket, dat zich in de kraag of in dezijnaad bevindt.Tip: Donkergekleurd wasgoed geeft bijde eerste wasbeurten vaak iets af. Waslicht en donker wasgoed daarom apart.Vlekken voorbehandelen Verwijder vlekken als dat mogelijk iszodra ze ontstaan zijn. Neem de vlek‐ken met een tissue af en wrijf ze erniet in.Tip: Tips voor het verwijderen vanthee-, koffie-, ei- en bloedvlekken kuntu vinden in de vlekkenwijzer opwww.miele.nl. Wanneer u het wasgoed van tevoren met een oplosmiddelhoudendreinigingsmiddel, bijv.
reinigingsben‐zine, behandelt, let er dan op dat hetmiddel niet met kunststof onderdelenin aanraking komt. Gebruik in geen geval chemi‐sche (oplosmiddelhoudende) reini‐gingsmiddelen in de wasautomaat!Algemene tips– Verwijder bij vitrage de haakjes en hetloodband of wikkel de vitrage in eendoek.– Maak onderdelen van kleding die zijnlosgeraakt (bh-beugels) vast of ver‐wijder ze.– Sluit ritsen, haakjes en oogjes.– Knoop bed- en kussenovertrekkendicht zodat er geen ander textiel interecht kan komen.Was geen textiel dat volgens het onder‐houdsetiket niet in de wasautomaat kanworden gewassen (Symbool: ).
3. Trommel vullen21Deur openen Trek de deur bij de greep open. Leg de was uitgevouwen en losjes inde trommel.Leg stukken wasgoed van verschillen‐de grootte in de trommel. Daardoorwordt een beter wasresultaat bereikten kan het wasgoed zich tijdens hetcentrifugeren beter verdelen.Gebruik de maximale belading. Dezewordt in het display aangegeven.Bij een maximale belading is het ener‐gie- en waterverbruik, vergeleken metde totale hoeveelheid wasgoed, hetlaagst. Wordt de maximale beladings‐capaciteit overschreden, vallen de was‐resultaten tegen en gaat het wasgoedsneller kreuken.Deur sluiten Let erop dat er niets tussen deur enmanchet beklemd raakt. Zwaai de deur dicht.
4. Programma-instellingen kiezen22VuilgraadLicht vervuildEr zijn geen vuile vlekken te zien, maarde kledingstukken ruiken niet meer zofris.Normaal vervuildEr zijn lichte vlekken te zien.Sterk vervuildEr zijn donkere vlekken te zien.Tip: Via de instellingen kunt u de inge‐voerde vuilgraad opvragen en wijzigen.Zie hoofdstuk: "Instellingen", paragraaf:"Vuilgraad".Hebt u de vuilgraad opgevraagd, danstaat in het display:VuilgraadAutomatisch verschijnt nu een schermdat de vuilgraad aangeeft.Normaal Kies met de en - toetsen devuilgraad en bevestig uw keuze metde OK - toets.Afhankelijk van de ingestelde vuilgraadkunnen programma-onderdelen wordengewijzigd.– Het programmaverloop. Bij de vuil‐graad Sterk wordt in enkele program‐ma's automatisch een voorwas toe‐gevoegd. Zie hoofdstuk: "Opties".– De hoeveelheid spoelwater.– De programmaduur. Bij licht vervuildwasgoed bijv.
wordt het programmaverkort.Bij een paar programma's kan geenvuilgraad worden gekozen. Deze pro‐gramma's zijn alleen geschikt voornormaal verontreinigd wasgoed.Temperatuur instellenU kunt een eerder ingestelde tempera‐tuur van een wasprogramma wijzigen. Druk op de Temperatuur - toets.In het display verschijnt:Temperatuur °C Verlaag, resp. verhoog de tempera‐tuur met de - toets, resp. de -toets en bevestig uw keuze met deOK - toets.
4. Programma-instellingen kiezen23Centrifugetoerental instellenU kunt een eerder ingesteld toerentalvan een wasprogramma wijzigen. Druk op de Centrifugetoerental -toets.In het display verschijnt:Toerental o/min1600 Verlaag, resp. verhoog het toerentalmet de - toets, resp. de - toetsen bevestig uw keuze met de OK -toets.Opties instellen Druk op de toets voor de gewensteoptie.Het controlelampje van deze toets gaatbranden.Niet alle opties kunnen bij alle waspro‐gramma's worden gekozen. Lukt het uniet om een optie in te stellen, dan isdeze voor het gekozen programmaniet van toepassing.Zie hoofdstuk: "Opties".VoorprogrammerenU kunt het door u gekozen programmaeerder laten starten: minimaal 15 minu‐ten en maximaal 24 uur. Dat kunt u bijvoorbeeld doen om gebruik te makenvan het nachttarief.Zie hoofdstuk: "Voorprogrammering".
5. Wasmiddel doseren24De wasautomaat biedt u verschillendemogelijkheden om wasmiddel te dose‐ren.WasmiddelladeTe weinig wasmiddel heeft tot gevolgdat– het wasgoed niet schoon en na ver‐loop van tijd grauw en hard wordt;– er zich vetbolletjes in het wasgoedvormen;– er zich kalk op de verwarmingsele‐menten vormt.Te veel wasmiddel heeft tot gevolg dat– er zich te veel schuim vormt, de was‐werking daardoor gering is en de rei‐nigings-, spoel- en centrifugeerresul‐taten niet optimaal zijn;– er door een automatisch ingescha‐kelde extra spoelgang meer waterwordt verbruikt;– het milieu extra wordt belast. Trek de wasmiddellade naar buitenen doseer het wasmiddel in de vak‐jes.Wasmiddel voor de voorwas.
5. Wasmiddel doseren26 Sluit het klepje en druk het stevigdicht. Sluit de wasmiddellade.De capsule gaat open zodra hij in dewasmiddellade is geplaatst. Wordtde capsule ongebruikt weer uit dewasmiddellade gehaald, dan kan deinhoud er uitstromen.Gebruik de capsule niet meer engooi deze weg.De inhoud van een capsule wordt ophet juiste tijdstip toegevoegd. Verwijder de capsule na afloop vanhet wasprogramma.Capsuledosering uitschakelen / wij‐zigen Tip de Cap - toets aan en volg deaanwijzingen in het display.Wanneer u een capsule gebruikt,mag u niet òòk nog eens een was‐verzachter in vakje doseren. Hetwater stroomt bij capsuledoseringuitsluitend via de capsule in vakje .
6. Programma starten - Einde van het programma27Programma starten Druk op de Start/Stop - toets, die in‐middels is gaan knipperen.De deur wordt vergrendeld (dit ziet uaan symbool in het display) en hetwasprogramma wordt gestart.Hebt u de start voorgeprogrammeerd,dan geeft het display aan hoelang hetnog duurt voordat het gekozen pro‐gramma begint. Deze voorgeprogram‐meerde tijd wordt in het display afge‐teld. Pas na afloop van deze tijd starthet programma en geeft het display aanhoelang het programma waarschijnlijkgaat duren.Bovendien geeft het display het pro‐grammaverloop aan.
Zo kunt u tijdenshet programma zien welke fase is be‐reikt.Einde van het programmaTijdens de kreukbeveiliging is de deurnog vergrendeld en knipperen in hetdisplay afwisselend:Kreukbeveilig/EindeenDruk op St/Stop-t. Druk op de Start/Stop - toets, waarnade deur wordt ontgrendeld. Open de deur. Haal het wasgoed uit de trommel.Controleer of de trommel leeg is.Achtergebleven stukken wasgoedkunnen bij de volgende wasbeurtkrimpen of afgeven. Controleer of er voorwerpen in demanchet van de deur zijn achterge‐bleven. Schakel de wasautomaat met de -toets uit. Sluit de deur om te voorkomen datvoorwerpen per vergissing in detrommel terechtkomen, worden mee‐gewassen en het wasgoed bescha‐digen. Hebt u een capsule gebruikt, verwij‐der deze dan uit de wasmiddellade.
Centrifugeren28Maximaal centrifugetoerentalProgramma Omw/minKatoen 1600Kreukherstellend 1200Wol 1200*Outdoor 800Impregneren 1000Fijne was 900Express 20 1200Donker wasgoed / Jeans 1200Overhemden 900Pompen/Centrifugeren 1600EindcentrifugetoerentalWanneer u een programma kiest, ver‐schijnt in het display altijd het optimalecentrifugetoerental voor dit programma.Bij wasprogramma's die in de tabel meteen * zijn gemarkeerd is het optimalecentrifugetoerental niet gelijk aan hetmaximale toerental.Het is mogelijk om een lager eindcentri‐fugetoerental in te stellen.Het is echter niet mogelijk om een eind‐centrifugetoerental in te stellen dat ho‐ger is dan het maximale eindcentrifuge‐toerental dat in de tabel is aangegeven.Het centrifugeren tussen despoelgangenHet wasgoed wordt niet alleen aan heteind, maar ook na de hoofdwas en tus‐sen de spoelgangen gecentrifugeerd.Stelt u een lager eindcentrifugetoerentalin, dan wordt er ook na de hoofdwas entussen de spoelgangen met een lagertoerental gecentrifugeerd.
Centrifugeren29Spoelstop kiezen Stel met de Centrifugetoerental -toets de Spoelstop () in. Het was‐goed blijft na de laatste spoelgang inhet water liggen. Dat heeft het voor‐deel dat het wasgoed minder kreuktwanneer u het niet direct uit de trom‐mel haalt.– Toch eindcentrifugeren:De wasautomaat biedt u het voor hetgekozen programma maximaal toe‐laatbare centrifugetoerental aan. Ukunt een lager toerental kiezen. Drukop de Start/Stop - toets, waarna hetapparaat met centrifugeren begint.– Programma beëindigen:Stel met de Centrifugetoerental -toets 0 o/min in (zonder centrifugeren)en druk op de Start/Stop - toets.
Het water wordt afgepompt.Het centrifugeren tussen despoelgangen en het eindcentri‐fugeren overslaan Druk op de Centrifugetoerental -toets. Stel 0 o/min in.Na de laatste spoelgang wordt het wa‐ter afgepompt en wordt de kreukbevei‐liging ingeschakeld.In enkele programma's wordt eenspoelgang ingelast.
Voorprogrammering30U kunt de start van het door u gekozenprogramma minimaal 15 minuten enmaximaal 24 uur vertragen. Dat kunt ubij voorbeeld doen om gebruik te ma‐ken van het nachttarief.Kiezen Druk op de Voorprogrammering -toets.In het display verschijnt:Start over h00 :00 Voer de uren met de en - toet‐sen in en bevestig uw keuze met deOK - toets.Het scherm wisselt:Start over h05: 00 Voer de minuten met de en -toetsen in en bevestig uw keuze metde OK - toets.Tip: Wanneer u uw vinger op de of - toets houdt, dan verspringt de tijd au‐tomatisch naar beneden of naar boven.Starten Druk op de Start/Stop - toets.In het display verschijnt:Start over h05: 00Na afloop van de voorgeprogram‐meerde tijd start het programma auto‐matisch.
Het display geeft de program‐maduur en het programmaverloop aan.WijzigenDe voorgeprogammeerde tijd kunt u ie‐der moment wijzigen. Druk op de Voorprogrammering -toets.Tijd wijzigen Tip de OK - toets aan.Start over h05 :29 Stel de gewenste tijd in.Wissen en het wasprogrammadirect starten Druk op de Voorprogrammering -toets.Tijd wijzigen Tip de - toets aan.Direct starten Tip de OK - toets aan, waarna hetwasprogramma direct start.
Programma-overzicht31Katoen 90°C tot koud Maximaal 8,0 kgWasgoed Wasgoed van katoen, linnen of mengweefsels; t-shirts, ondergoed,tafellakens en servettenLet opDe instellingen 60°C/40°C onderscheiden zich van / daar‐in dat:– de programma's korter duren;– de temperatuurstops langer worden aangehouden;– het energieverbruik hoger is.Voor wasgoed dat aan bijzonder hoge hygiënische eisen moet vol‐doen is een temperatuur van 60°C of hoger geschikt.Katoen/Maximaal 8,0 kgWasgoed Normaal vervuild wasgoed van katoen of linnenLet op – Deze instellingen zijn vanuit energie- en wateroogpunt voor hetwassen van bovenstaand wasgoed het efficiëntst.– Bij is de bereikte wastemperatuur lager dan 60°C; het was‐resultaat is gelijk aan dat van het programma "Katoen 60°C".Instructies voor testbureaus:Testprogramma's volgens EN 60456 en energielabeling volgens voorschrift1061/2010Kreukherstellend 60°C tot koud Maximaal 4,0 kgWasgoed Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels of kreukherstel‐lend gemaakt katoenLet op Kies bij kreukgevoelig wasgoed een lager eindcentrifugetoerental.
Programma-overzicht32Wol 40°C tot koud Maximaal 2,0 kgWasgoed Wasgoed van wol en wasgoed waar o.a. wol in zitLet op Let bij kreukgevoelig wasgoed op het eindcentrifugetoerental.Outdoor 40°C tot koud Maximaal 2,5 kgWasgoed Outdoorkleding met membranen als Gore-Tex®, SYMPATEX® enWINDSTOPPER®.Let op – Doe ritssluitingen en sluitingen met klittenband dicht.– Gebruik geen wasverzachter.– U kunt dit wasgoed wanneer dat nodig is nabehandelen met hetprogramma Impregneren. Het is beter om dit niet na iedere was‐beurt te doen.Impregneren 40°C Maximaal 2,5 kgWasgoed Voor het nabehandelen van microvezels, skikleding of tafellakensdie voornamelijk uit synthetische vezels bestaan.
U verhoogt daar‐mee de water- en vuilwerende werking.Let op – Het wasgoed moet net gewassen en gecentrifugeerd of gedroogdzijn.– Om een optimaal effect te bereiken moet u het wasgoed ther‐misch nabehandelen en wel door het te strijken of in een droogau‐tomaat te drogen.
Programma-overzicht33Fijne was 60°C tot koud Maximaal 3,0 kgWasgoed Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels en kunstzijdeVitrages die volgens de fabrikant geschikt zijn voor machinaal was‐sen.Tip – Vitrage trekt veel stof aan en zal daarom vaak in een programmamet voorwas moeten worden gewassen. Activeer de optie Voor‐was.– Centrifugeer kreukgevoelig wasgoed helemaal nietExpress 20 40°C tot koud Maximaal 3,5 kgWasgoed Katoenen wasgoed dat nauwelijks gedragen of vrijwel niet vuil is.Let op De optie Kort is automatisch ingeschakeld.Donker wasgoed /Jeans60°C tot koud Maximaal 3,0 kgWasgoed Zwart en ander donker wasgoed van katoen, mengweefsels ofjeansstofLet op – Was dit wasgoed binnenstebuiten.– Jeansstoffen geven vaak iets af wanneer ze de eerste paar keerworden gewassen.
Was lichte en donkere jeansstoffen daaromapart.Overhemden 60°C tot koud Maximaal 2,0 kgWasgoed Overhemden en blouses van katoen en mengweefselsLet op – Behandel kragen en manchetten vòòr als dat nodig is.– Gebruik voor zijden overhemden en blouses het programma Fijnewas.Pompen/Centrifugeren –Let op – Alleen pompen: Kies 0 omw/min.– Centrifugeren: Stel een centrifugetoerental in.
Opties34U kunt een aantal opties inschakelenom het programma dat u heeft gekozennog beter af te stemmen op uw was‐goed en de manier waarop u dit wiltwassen. Dat doet u via de optietoetsenen het display. Druk op de toets van de gewensteoptie.Deze toets licht op.Niet alle opties kunnen bij alle waspro‐gramma's worden gekozen.Lukt het u niet om een optie in te stel‐len, dan is deze voor het gekozen pro‐gramma niet van toepassing.VoorstrijkenAan het einde van het programmawordt het wasgoed gladgestreken.Door de maximale belading met 50% teverminderen krijgt u een optimaal resul‐taat. Neem de aanwijzingen in het dis‐play in acht.
Met kleine beladingen ishet eindresultaat beter.De bovenkleding waarvoor u deze optiewilt gebruiken moet drogergeschikt en strijkbestendig zijn.KortVoor licht verontreinigd wasgoed zon‐der zichtbare vlekken.De wastijd wordt verkort.Extra waterDe waterstand wordt bij het was- enspoelproces verhoogd.U kunt voor de optie Extra water ver‐schillende varianten instellen. Ziehoofdstuk: "Instellingen".InwekenVoor sterk verontreinigd wasgoed meteiwithoudende vlekken.U kunt een inweektijd instellen van mi‐nimaal 30 minuten en maximaal 5 uuren wel in stappen van 30 minuten. Ziehoofdstuk: "Instellingen".Vanuit de fabriek is een tijd van 30 mi‐nuten ingesteld.VoorwasVoor wasgoed dat door stof en zandsterk is verontreinigd.
Opties35Welke opties kunnen bij welke programma's worden gekozen?Bij programma's die hier niet zijn genoemd kan geen van onderstaande optiesworden ingeschakeld.VoorstrijkenKort ExtrawaterInweken VoorwasKatoen X X X X XKreukherstellend X X X X XOutdoor – X X X XFijne was X X X X XExpress 20 XX1)– – –Donker wasgoed/JeansX X X X XOverhemdenX1)X X X XX = Deze functie kan worden gekozen.– = Kan niet worden ingeschakeld1)= Kan worden uitgeschakeld
Programmaverloop37= Lage waterstand= Middelste waterstand= Hoge waterstand= Intensief ritme= Normaal ritme= Sensitief ritme= Schommelritme= Handwasritme= Wordt uitgevoerd– = Wordt niet uitgevoerdDe automaat beschikt over een volledigelektronische besturing met beladings‐automaat. Tijdens een wasprogrammazuigt het wasgoed water op. Om hoe‐veel water het gaat hangt af van dehoeveelheid wasgoed en het soort tex‐tiel. Hoe groter het absorptievermogenvan het wasgoed is, des te meer waterer moet worden bijgepompt. De elek‐tronica van de automaat kan de hoe‐veelheid water meten die het wasgoedopneemt en die moet worden bijge‐pompt. Het programmaverloop en dewastijd zijn bij de diverse programma'sdus verschillend. Het programmaverloop van de hier ver‐melde programma's slaat op het basis‐programma met maximale belading.
Uw wasautomaat houdt u tijdens hetprogramma op de hoogte van het pro‐grammaverloop. Nadere bijzonderheden overhet programmaverloop:Kreukbeveiliging:De trommel draait nog 30 minuten naafloop van het programma om kreuk‐vorming te voorkomen. Uitzondering: In het programma Wol iser geen kreukbeveiliging. De wasauto‐maat kan altijd worden geopend. 1)Wordt er een temperatuur gekozenvan en hoger, dan worden er 2spoelgangen uitgevoerd. Wordt ereen temperatuur gekozen van onder, dan worden er 3 spoelgangenuitgevoerd. 2)Een extra spoelgang wordt uitge‐voerd, wanneer:– er teveel schuim in de trommel zit;– er een lager eindcentrifugetoerentalis ingesteld dan 700 omw/min;– Zonder centrifugeren is gekozen.
3)Een extra spoelgang wordt uitge‐voerd, wanneer:– de optie Extra water is ingeschakelden daarvoor onder Instellingen de va‐riant Extra spoelgang of de variantWater + en Extra spoelgang is geko‐zen. 4)Centrifugeren: Om de lucht uit hetkussen te persen centrifugeert hetapparaat een keer, voordat het metwassen begint. Hierna stroomt hetwater voor de hoofdwas via vakje in de automaat.
Textielbehandelingssymbolen38WassenHet getal in de wastobbe geeft demaximale wastemperatuur aan.Normaal programmaMild programmaZeer mild programmaHandwasNiet wassenVoorbeelden voor de programmakeu‐zeProgramma Symbolen in het on‐derhoudsetiketKatoenKreukherstel‐lendFijne wasWol Express 20DrogenDe punten geven de globale tempera‐tuur aan.Op een normale temperatuurOp een lagere temperatuurNiet drogen in de automaatStrijken & mangelenDe punten verwijzen naar de puntenop de regelaar van het strijkijzer engeven de temperatuur aan.Ca. 200°CCa. 150°CCa. 110°CStrijken met stroom kan hetwasgoed onherstelbaar bescha‐digen.Niet strijken/mangelenChemisch reinigenReiniging met chemische oplos‐middelen. De letters verwijzennaar het reinigingsmiddel.Nat reinigenNiet chemisch reinigenBlekenElk bleekmiddel toegestaanAlleen zuurstofbleekmiddel toe‐gestaanNiet bleken
Programmaverloop wijzigen39AfbrekenU kunt een wasprogramma ieder mo‐ment afbreken, nadat u het heeft ge‐start. Druk op de toets Start/Stop.In het display verschijnt:Programma afbreken Tip de OK - toets aan.De wasautomaat pompt het water weg.In het display verschijnt:Progr.
afgebroken Open de deur. Haal het wasgoed uit de trommel.Wilt u een ander programma kiezen,doe dan het volgende. Sluit de deur. Kies het gewenste programma. Doseer eventueel nog wasmiddel inde wasmiddellade. Druk op de toets Start/Stop.Het nieuwe programma start.Onderbreken Schakel de wasautomaat met de - toets uit. Schakel de wasautomaat met de - toets weer in.WijzigenProgrammaIs een programma eenmaal gestart,kunt u geen ander programma meerkiezen, zonder het lopende programmaaf te breken.TemperatuurDe temperatuur kunt u tot 5 minuten nade programmastart wijzigen, behalve inhet programma Katoen. Druk op de Temperatuur - toets. Wijzig de temperatuur met de , en OK - toetsen.CentrifugetoerentalHet centrifugetoerental kunt u tot vlakvoor het eindcentrifugeren wijzigen. Druk op de Centrifugetoerental -toets. Wijzig het centrifugetoerental met de, en OK - toetsen.OptiesDe opties Kort en Extra water kunt u tot5 minuten na de programmastart wij‐zigen.Tip: Met het inschakelen van de kinder‐beveiliging voorkomt u dat een pro‐gramma wordt afgebroken of gewijzigd.
Programmaverloop wijzigen40Trommel bijvullen of wasgoedvoortijdig verwijderen Druk op de Start/Stop-toets.In het display verschijnt:Programma afbreken Loop met de sensortoetsen of door de lijst:Trommel bijvullen Tip de sensortoets OK aan.Als deze melding niet op het displayverschijnt, kan de trommel niet wor‐den bijgevuld.Het wasprogramma stopt en de deurwordt ontgrendeld. Open de deur. Leg wasgoed in de trommel of haal erwasgoed uit. Sluit de deur. Druk op de Start/Stop-toets.Het wasprogramma wordt voortgezet.Let op:Nadat de wasautomaat een programmaeenmaal heeft gestart, kan hij in dehoeveelheid wasgoed geen wijzigingenmeer vaststellen.Daarom gaat de wasautomaat, ook na‐dat u nog wasgoed in de trommel heeftgelegd of uit de trommel heeft gehaald,altijd van de maximale beladingshoe‐veelheid uit.In een paar gevallen kan de deur nietmeer worden geopend, en wel wan‐neer:– de temperatuur van het waswater bo‐ven de 55°C komt;– het waterniveau te hoog is;– de programmafase Centrifugeren isbereikt;Wil u de deur in de bovengenoemdegevallen per se openen, moet u het lo‐pende programma afbreken.Zolang de temperatuur in de trommelboven de 55°C is, blijft de deurver‐grendeling ingeschakeld.
Programmaverloop wijzigen41KinderbeveiligingMet het inschakelen van de kinderbe‐veiliging voorkomt u dat de deur vande wasautomaat tijdens het wassenwordt geopend of dat het programmawordt afgebroken.Kinderbeveiliging inschakelen Druk op de Start/Stop - toets.In het display verschijnt:Programma afbreken Loop met de - toets door de lijstnaar:Kinderbev. activeren Tip de OK - toets aan.Kinderbeveiliging uitschakelen Volg dezelfde procedure als bij het in‐schakelen van de kinderbeveiliging.In het display staat:Kinderb. deactiveren Tip de OK - toets aan.De kinderbeveiliging is nu uitgescha‐keld.
Wasmiddelen42Het juiste wasmiddelU kunt alle wasmiddelen gebruiken diegeschikt zijn voor huishoudwasautoma‐ten. Tips voor het gebruik en voor dedosering van de wasmiddelen kunt uvinden op de wasmiddelverpakking.De dosering is afhankelijk van:– de mate waarin het wasgoed is ver‐ontreinigd;– de hoeveelheid wasgoed;– de waterhardheid.Wanneer u de hardheidsgraad in uwregio niet weet, informeer daar dannaar bij uw waterleidingbedrijf.WateronthardingsmiddelHeeft het water een hardheidsgraad vanII of III, kunt u een wateronthardings‐middel gebruiken om wasmiddel te be‐sparen. De juiste dosering vindt u op deverpakking.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele WMB 120 WPS stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Wasmachine Miele
Handleiding Wasmachine
Nieuwste handleidingen voor Wasmachine