Miele W 604 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Miele W 604 (64 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachines. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 72 mensen. Heb je een vraag over Miele W 604 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/64
Gebruiksaanwijzing voor de
wasautomaat
W 604
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat uuw wasautomaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat isveiliger voor uzelf en uvoorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.M.-Nr. 07 186 840
nl - NL

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Wasmachines
Model: W 604
Apparaatplaatsing: Vrijstaand
Kleur van het product: Wit
Ingebouwd display: Nee
Gewicht: 94000 g
Breedte: 456 mm
Diepte: 600 mm
Hoogte: 900 mm
Netbelasting: 2300 W
Type lader: Bovenbelading
Diepte verpakking: - mm
Hoogte verpakking: - mm
Energie-efficiëntieklasse (oud): A
Energieverbruik wassen: 0.93 kWu
Waterconsumptie per cyclus: 47 l
Wasklasse: A
Jaarlijkse energieverbruik wassen: 186 kWu
Centrifuge-droger klasse: B
Geluidsniveau (wassen): - dB
Onbalanscontrolesysteem: Nee
Maximale centrifugesnelheid: 1200 RPM
Geluidsniveau bij centrifugeren: - dB
Jaarlijks waterverbruik wassen: 9400 l
Nominale capaciteit: 5.5 kg
Wasprogramma's: Hygiene/anti-allergy, Black, Cotton, Hand/wool, Jeans/denim, Quick, Sport, Delicate/silk

Handleiding Miele W 604 – volledige tekst

Het wijzigen van het programmaverloop. 27Het afbreken van een programma / Het wisselen van programma. 27Het onderbreken van een programma. 27Het wijzigen van het gekozen programma. 27Het overslaan van een programmafase. 27Het bijvullen van de trommel of het voortijdig verwijderen van wasgoed uit detrommel. 28Wasmiddelen. 29Het juiste wasmiddel. 29Wateronthardingsmiddel. 30Wasmiddelen met verschillende componenten. 30Middelen voor het nabehandelen van het wasgoed. 31Automatisch spoelen met wasverzachter of stijfsel. 31Apart spoelen met wasverzachter of stijfsel. 31Het kleuren en ontkleuren. 31Reiniging en onderhoud. 32Het reinigen van de trommel. 32Het reinigen van de ommanteling en het bedieningspaneel. 32Het reinigen van de wasmiddellade. 32Het reinigen van de wasmiddelladekast. 33Het reinigen van het watertoevoerzeefje. 34Nuttige tips. 35Het oplossen van problemen.

35Het programma begint niet. 35Het wasprogramma is afgebroken en er volgt een foutmelding. 36Het wasprogramma verloopt normaal, maar er volgt een foutmelding. 37Algemene problemen of een tegenvallend resultaat. 38Problemen met openen en sluiten van de wasautomaat. 40Het openen van het deksel bij verstopte afvoer en/of stroomuitval. 41Verstopte afvoer. 41Het openen van het deksel. 42Inhoud4.

Deze wasautomaat voldoet aan devoorgeschreven veiligheidsbepalin-gen.Door ondeskundig gebruik kunnenpersonen echter letsel oplopen enkan er materiële schade ontstaan.Lees de gebruiksaanwijzing daaromeerst aandachtig door voordat u uwapparaat voor het eerst gebruikt.Hierin vindt u belangrijke instructiesbetreffende de veiligheid, het ge-bruik en het onderhoud van de was-automaat. Dat is veiliger voor uzelfen u voorkomt onnodige schade aanuw apparaat.Bewaar deze gebruiksaanwijzing engeef deze door aan de eventuelevolgende eigenaar van de automaat.Efficiënt gebruik~Deze wasautomaat is uitsluitend be-stemd voor huishoudelijk gebruik.~Deze wasautomaat is uitsluitend be-stemd voor het wassen van textiel datvolgens de aanwijzingen van de fabri-kant op het onderhoudsetiket in dewasautomaat mag worden gewassen.Gebruik voor andere doeleinden kangevaarlijk zijn.

De fabrikant is niet ver-antwoordelijk voor schade die wordtveroorzaakt door een ander gebruikdan hier aangegeven of door een fou-tieve bediening.~Personen die op grond van hunfysieke of psychische gesteldheid, hunonervarenheid of gebrek aan kennisvan de wasautomaat niet in staat zijnom het apparaat veilig te bedienen,mogen deze automaat alleen gebruikenals ze onder toezicht staan van of wor-den geïnstrueerd door een verant-woordelijk persoon.Wanneer er kinderen in huiszijn~Wanneer er kinderen in de buurt vande wasautomaat zijn, houd ze dangoed in de gaten. Zorg ervoor dat zeniet met het apparaat gaan spelen.~Kinderen mogen de wasautomaatalleen dan zonder toezicht gebruiken,wanneer ze weten hoe het apparaatwerkt en wat voor gevaar zij lopen wan-neer ze de automaat fout bedienen.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6

Technische veiligheid~Controleer vóórdat het apparaatwordt geplaatst, of het zichtbaar be-schadigd is. Een beschadigde wasautomaat magniet worden geplaatst en niet in gebruikgenomen. ~Vergelijk vóórdat u de wasautomaataansluit de aansluitgegevens (zekering,spanning en frequentie) op het type-plaatje met die van het elektriciteitsnet. Deze moeten beslist overeenkomen. Raadpleeg bij twijfel een elektricien. ~De elektrische veiligheid van dewasautomaat is uitsluitend gegaran-deerd als deze wordt aangesloten opeen aardingssysteem dat volgens degeldende veiligheidsbepalingen is ge-ïnstalleerd. Laat de huisinstallatie bij twijfel dooreen vakman / vakvrouw inspecteren. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die wordt ver-oorzaakt door een ontbrekende of be-schadigde aarddraad. ~Gebruik om veiligheidsredenengeen verlengsnoer.

Dit in verband met gevaar voor bijvoor-beeld oververhitting. ~Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelen wor-den vervangen. Alleen van deze Miele-onderdelen kunnen wij garanderen, datzij volledig voldoen aan de veiligheids-eisen die wij stellen aan onze appara-ten en onderdelen daarvan. ~Reparaties aan de wasautomaatmogen alleen door vakmensen vanMiele worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparatieskunnen onvoorziene risico's voor de ge-bruiker opleveren, waarvoor de fabri-kant niet aansprakelijk kan worden ge-steld. ~Wanneer de aansluitkabel is be-schadigd, moet de kabel door erkendevakmensen worden vervangen. ~Wanneer er een storing wordt ver-holpen en wanneer de wasautomaatwordt gereinigd en onderhouden mager geen elektrische spanning op dewasautomaat staan.

Dat is het geval, als aan één van devolgende voorwaarden is voldaan:– als de hoofdschakelaar van de huis-installatie is uitgeschakeld,– of als de stekker uit de contactdoosis getrokken. ~De wasautomaat mag alleen meteen nieuwe slangenset op de waterlei-ding worden aangesloten. Een oudeslangenset mag niet opnieuw wordengebruikt.

~Wanneer dit apparaat op een niet-stationaire locatie (bijv. op een boot ofin een camper) moet worden geplaatst,mag het uitsluitend door een vak-man/vakvrouw worden ingebouwd enaangesloten. Hierbij moet aan alle voor-waarden voor een veilig gebruik wor-den voldaan. ~Breng geen wijzingen aan de was-automaat aan die niet nadrukkelijk doorMiele zijn toegestaan. Gebruik~Plaats uw wasautomaat niet in vorst-gevoelige ruimten. Bevroren slangen kunnen scheuren ofbarsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door tem-peraturen onder het vriespunt afnemen. ~Verwijder voordat u de wasautomaatin gebruik neemt de transportbeveili-ging aan de achterzijde van het appa-raat. Zie hoofdstuk: "Het plaatsen en aanslui-ten van de wasautomaat", paragraaf:"Het verwijderen van de transportbevei-liging".

Wanneer u de transportbeveiliging nietverwijdert, kan dat bij het centrifugerenschade veroorzaken aan uw wasauto-maat en aan de meubels / apparatendie ernaast staan. ~Sluit de kraan af als u langere tijd af-wezig bent (bijv. tijdens vakanties), ze-ker als er zich in de buurt van de was-automaat geen afvoer in de vloer zoalseen putje bevindt. ~Denk eraan dat er water kan over-stromen. Controleer daarom vóórdat u de water-afvoerslang in een wastafel of wasbakhangt, of het water snel genoeg weg-stroomt. Zorg er daarom ook voor dat de afvoer-slang niet weg kan glijden. Wanneer deslang niet goed vastzit kan hij door dekracht van het wegstromende water uitde wastafel of wasbak worden gedrukt. ~Let erop dat u voorwerpen zoalsspijkers, naalden, munten en paper-clips niet meewast. Deze kunnen namelijk onderdelen vande wasautomaat beschadigen (bijv. kuip, wastrommel).

Beschadigde onderdelen kunnen ophun beurt weer schade aan het was-goed veroorzaken. ~Als u het wasmiddel op de juistemanier doseert is het niet nodig dat ude wasautomaat ontkalkt.

Mocht uw apparaat toch zo sterk ver-kalkt zijn, dat het beslist moet wordenontkalkt, gebruik daar dan speciale ont-kalkingsmiddelen voor die een anti-cor-rosiemiddel bevatten. Deze middelen zijn verkrijgbaar via uwMiele-vakhandelaar of bij de afdelingOnderdelen van Miele Nederland B. V. Volg de adviezen voor het gebruik vande ontkalkingsmiddelen strikt op. Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8.

Bedieningspaneel!Start - toetsMet deze toets kunt u een waspro-gramma starten."Toetsen voor de extra functiesMet deze toetsen kunt u extra func-ties in- of uitschakelen.Met de bovenste toets kunt u óf Kortóf óf kiezen.Voorwas InwekenMet de onderste toets kunt u Extrawater kiezen.Wanneer u een extra functie in-,resp. uitschakelt gaat het daarbij be-horende controlelampje branden,resp.

gaat het uit.#Controlelampjes voor het gekozencentrifugetoerental, enSpoelstopZonder centrifugeren$Toets voor het centrifugerenMet deze toets kunt u het gewenstecentrifugetoerental, de ofSpoelstopZonder centrifugeren instellen.%ProgrammakeuzeschakelaarMet deze schakelaar kunt u het ba-siswasprogramma en een daarbij ho-rende temperatuur instellen.De programmakeuzeschakelaar kanrechts- of linksom worden gedraaid.&Controlelampjes voor het program-maverloopDeze controlelampjes laten u tijdenshet wasprogramma zien welke fasein het programmaverloop is bereikt.'Andere controlelampjesDeze controlelampjes geven eenprobleem aan.(I-Aan/0-Uit - toetsMet deze toets kunt u:de wasautomaat in- en uitschakelenen het programma onderbreken.)Deksel - toetsMet deze toets kunt u het dekselopenen.Bediening van de wasautomaat10

Iedere wasautomaat wordt in de fa-briek op zijn werking getest.Het is mogelijk dat er als gevolg vandeze tests wat water in het apparaatachterblijft.Controleer voordat u uw wasauto-maat voor het eerst gebruikt of hetapparaat volgens de regels is ge-plaatst en aangesloten.Zie hoofdstuk: "Het plaatsen en aan-sluiten van de wasautomaat".Om veiligheidsredenen is het niet mo-gelijk om meteen bij de eerste wasbeurtte centrifugeren.

Ter activering van hetcentrifugeren moet u eerst een waspro-gramma zonder wasgoed en zonderwasmiddel draaien.Wordt er wel wasmiddel gebruikt kan erovermatige schuimvorming optreden.Draait u eerst een wasprogramma zon-der wasgoed en zonder wasmiddelwordt daarmee tegelijk het kogelventielgeactiveerd.Het kogelventiel zorgt ervoor dat vanafde eerste wasbeurt steeds al het was -middel wordt gebruikt.^Draai de kraan open.^Druk op de - toets.I-Aan/O-Uit^Draai de programmakeuzeschake-laar op .Witte / Bonte was 40°C^Druk op de - toets.StartNa afloop van het programma is dewasautomaat klaar voor de eerstewasbeurt.Vóór de eerste wasbeurt11

Energie- en waterverbruik– Benut bij ieder programma dat ukiest de maximale beladingscapaci-teit van de trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,vergeleken met de totale hoeveel-heid wasgoed, het laagst.– Gebruik de programma's Automaticen voor kleinere hoeveelheExpress -den wasgoed.– Bij een geringe belading in de pro-gramma zorgt deWitte / Bonte wasbeladingsautomaat voor een vermin-dering van het water- en energiever-bruik en voor een verkorting van deprogrammaduur.– Gebruik in plaats van het programmaWitte / Bonte was 95°C het program-ma .Witte / Bonte was 60°CDaarmee bespaart u 35 tot 45%energie.In de meeste gevallen is dit genoeg.– Gebruik voor wasgoed met hardnek-kige vlekken of vlekken die er al watlanger in zitten de extra functie Inwe-ken.– Gebruik zoveel mogelijk de extrafunctie in plaats van de exInweken -tra functie .VoorwasBij het inweken en de hoofdwas diedaar direct op volgt wordt hetzelfdesop gebruikt.Wasmiddelen– Gebruik hoogstens zoveel wasmid-del als op de wasmiddelverpakkingaangegeven staat.– Reduceer bij geringere beladings-hoeveelheden de hoeveelheid was-middel.

Bij halve belading kan ca. 1/3minder wasmiddel worden gebruikt.Juiste keuze van extra functies (Kort,Inweken, Voorwas)Kies voor:– licht vervuild wasgoed zonder zicht-bare vlekken een wasprogrammamet de extra functie ;Kort– normaal tot sterk vervuild wasgoedmet zichtbare vlekken een waspro-gramma zonder extra functie;– zeer sterk vervuild wasgoed eenwasprogramma met de extra functieInweken;– wasgoed waar veel stof of zand in zitde extra functie .VoorwasTip voor machinaal drogenWilt u het wasgoed na afloop in dedroogautomaat drogen, kies dan hethoogste centrifugetoerental dat voor ditwasgoed mogelijk is.Tips om energie en water te besparen12

Korte handleidingWanneer u een kort overzicht wilt heb-ben over hoe u de wasautomaat moetbedienen, kunt u de met cijfers aange-duide stappen ( , , , . . .) aanhou* + , -den.*Inspecteer en sorteer het wasgoeden behandel het voorHet inspecteren van het wasgoed^Maak de zakken leeg.,Voorwerpen (spijkers, munten,paperclips e.d.) kunnen wasgoed enonderdelen van de wasautomaat be-schadigen.^Sluit de ritsen. Keer kleding met rit-sen eventueel binnenstebuiten.^Sluit eventuele haakjes en oogjes.^Zorg ervoor dat onderdelen van kle-ding, zoals bh-beugels, niet los kun-nen raken.

Maak ze vast of verwijderze.^Verwijder bij vitrage de haakjes enhet loodband of wikkel de vitrage ineen doek.^Keer gebreid of tricot wasgoed bin-nenstebuiten als de fabrikant dat ad-viseert.^Knoop bed- en kussenovertrekkendicht zodat er geen andere textiel interecht kan komen.Het sorteren van het wasgoed^Sorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het onderhouds-etiket, dat zich in de kraag of in dezijnaad bevindt.^Was geen textiel dat volgens het on-derhoudsetiket niet in de wasauto-maat kan worden gewassen. Hetsymbool daarvoor is: .h^Was licht en donker textiel bij deeerste wasbeurten apart, want don-ker textiel geeft dan vaak iets af.Het voorbehandelen van vlekken^Verwijder eventuele vlekken op hettextiel, als het even kan zodra ze ont-staan zijn.

+Open het buitendeksel en het bin-nendeksel^Druk op de - toets.I-Aan/0-Uit^Druk op de - toets.Deksel^Klap het buitendeksel open totdat uweerstand voelt.Het binnenste deksel gaat automatischopen.,Open de trommel,Beide helften van de trommelo-pening staan onder druk.^Houd met de ene hand de achterstehelft van de opening licht tegen.^Druk met de andere hand op het vei-ligheidsslot en druk(zie zwarte pijl)tegelijk de voorste helft van de ope-ning naar binnen totdat de openingontgrendeld is (zie witte pijlen).^Laat beide helften vervolgens lang-zaam naar boven komen.-Vul de trommel^Leg het wasgoed ontvouwd en losjesin de trommel.^Leg stukken wasgoed van verschil-lende grootte in de trommel.Daardoor wordt een beter wasresultaatbereikt en kan het wasgoed zich tijdenshet centrifugeren beter verdelen.Textiel dat uit verschillende lagenbestaat en een bijzonder fijne, glad-de bovenstof heeft kan, wanneer hetwordt gewassen en gecentrifugeerd,door de spleet aan de zijkanten vande trommelopening tussen trommelen kuip schuiven.Leg dit soort textiel daarom altijd ineen waszak.^Benut bij ieder programma dat ukiest de maximale beladingscapaci-teit van de trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,vergeleken met de totale hoeveelheidwasgoed, het laagst.Wanneer de maximale beladingscapa-citeit wordt overschreden, vallen dewasresultaten tegen en gaat het was-goed sneller kreuken.Zo wast u goed14

.Sluit de trommel en het binnendek-sel^Druk eerst de voorste en daarna deachterste helft van de opening naarbeneden, totdat de haken van devoorste helft in de gaten van de ach-terste helft grijpen en de helften dui-delijk zichtbaar vastklikken.,Doet u dat niet, dan kunnen ap-paraat en wasgoed beschadigd ra-ken.^Reinig regelmatig het rolletje aan delinker haak, zodat dit altijd soepelloopt.Let er op dat er geen wasgoed tus-sen de helften van de trommelope-ning vast komt te zitten.^Sluit het binnendeksel door het bo-venste gedeelte van de sluiting ietsnaar voren te klappen en er vervol-gens op te drukken. De sluiting moethoorbaar vastklikken.Wanneer u het binnenste deksel nietgoed sluit dan kunt u geen program-ma starten en gaat het controlelamp-je snel knipperen.OverdoseringZo wast u goed15

/Doseer het wasmiddelHet is belangrijk om niet te weinig enniet te veel wasmiddel te doseren.Te weinig wasmiddel heeft tot gevolgdat– het wasgoed niet schoon en in deloop van de tijd grauw en hard wordt;– er zich vetbolletjes in het wasgoedvormen;– er zich kalk op de kuip en de verwar-mingselementen afzet.Te veel wasmiddel heeft tot gevolg dat– er zich te veel schuim vormt, de was-werking daardoor gering is en dereinigings-, spoel- en centrifugeerre-sultaten niet optimaal zijn;– er door een automatisch ingescha-kelde extra spoelgang meer waterwordt verbruikt;– het milieu extra wordt belast.^Trek de wasmiddellade naar buitenen doseer het middel in de vakjes.iVakje voor de voorwasWanneer u de extra functie Voorwashebt gekozen, neem dan 1/3van detotale aanbevolen wasmiddelhoe-veelheid.jVakje voor de hoofdwasen voor het inweken, wanneer u dezeextra functie hebt gekozen.§Vakje voor wasverzachter of stijfsel^Schuif de wasmiddellade weer naarbinnen.Nadere bijzonderheden over wasmid-delen en de dosering daarvan treft uaan in het hoofdstuk: "Wasmiddelen".0Sluit het buitendekselZo wast u goed16

1Kies een programma^Draai de programmakeuzeschake-laar op het gewenste programma.2Kies het centrifugetoerental^Druk zo vaak op de toets voor hetcentrifugeren totdat het controle-lampje oplicht van het door u ge-wenste toerental.3Kies eventueel (een) extra func-tie(s)Met de extra functies kunt u het geko-zen programma nog beter afstemmenop uw wasgoed.Met de bovenste toets kunt u de extrafunctie of of kieInweken Voorwas Kort -zen of u kiest geen extra functie.Met de onderste toets kunt u de extrafunctie kiezen.Extra water^Kies de gewenste extra functie.Wanneer u een extra functie in-, resp.uitschakelt gaat het daarbij behorendecontrolelampje branden, resp.

gaat hetuit.Niet alle extra functies kunnen bij allewasprogramma's worden gekozen.Kiest u een extra functie waarvan hetlampje niet gaat branden, betekent dat,dat deze functie binnen het waspro-gramma dat u heeft gekozen niet mo-gelijk is.Zo wast u goed17

4Start het programmaDe - toets is aan het knipperen.Start^Druk op deze toets.Aan het begin van het wasprogrammahoort u een kort krakend geluid.Dat betekent dat de trommel wordt ont-grendeld.5Haal na afloop van het programmahet wasgoed uit de automaatWanneer het controlelampje Kreukbe-veiliging/Einde brandt, is het program-ma afgelopen.De trommel draait automatisch in destand waarin hij makkelijk kan wordengeopend en wordt ontgrendeld (auto-matische trommelpositionering en trom-melvergrendeling).^Druk op de - toets.Deksel^Klap het buitendeksel open totdat uweerstand voelt.Het binnenste deksel gaat automatischopen.^Open de trommel.^Haal het wasgoed uit de trommel.^Controleer of de trommel leeg is.Blijven er stukken wasgoed in detrommel liggen, loopt u het risico datze bij de volgende wasbeurt krim-pen of afgeven.6Schakel de wasautomaat uit^Sluit de trommel.^Sluit het binnendeksel.Doet u dat niet, dan bestaat het gevaardat er voorwerpen per vergissing in detrommel terechtkomen, worden meege-wassen en het wasgoed beschadigen.^Sluit het buitendeksel.^Schakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit - toets uit.^Draai de programmakeuzeschake-laar op .EindeZo wast u goed18

Met de extra functies kunt u het geko-zen programma nog beter afstemmenop uw wasgoed.KortVoor licht vervuild wasgoed zonderzichtbare vlekkenWanneer deze functie is ingeschakeld,dan duurt de hoofdwas korter.In de programma's enDonker wasgoedJeans worden er 2 in plaats van 3spoelgangen uitgevoerd.VoorwasVoor wasgoed waar veel stof of zandin zitInwekenVoor wasgoed dat bijzonder sterk isvervuild door eiwithoudende vlekken(bijv.

bloed, vet, cacao)Wanneer deze functie is ingeschakeld,gaat aan het eigenlijke wasprogrammaeen inweekprogramma vooraf.U kunt tussen 4 inweektijden kiezen, teweten 2 uur, anderhalf uur, 1 uur en 30minuten.Op de toets kunt u de geInweken -wenste variant programmeren.Wanneer de wasautomaat wordt gele-verd is de inweektijd op 2 uur ingesteld.Voor het wijzigen van de inweektijd ziehoofdstuk: "Programmeerfuncties", pa-ragraaf: "Inweektijd".Extra waterWanneer u deze functie hebt ingescha-keld, wordt er bij de wasprogramma'smeer water gebruikt.U kunt tussen vier varianten kiezen.Op de toets kunt u de geExtra water -wenste variant programmeren.Wanneer de wasautomaat wordt gele-verd, wordt de eerste keer dat u op deExtra water - toets drukt de waterstandbij het wassen en spoelen verhoogd.Voor het wijzigen van de variant ziehoofdstuk: "Programmeerfuncties", pa-ragraaf: "Systeem extra water".Extra functies19

Maximaal centrifugetoerentalHet maximale centrifugetoerental kanvan programma tot programma ver -schillen.Programma Omw/minWitte / Bonte was 1200Kreukherstellend 1200Fijne was 600Automatic 900Donker wasgoed 1200Overhemden 600Jeans 900Express 1200Zijde 400Wol 1200Pompen / Centrifugeren 1200Extra spoelen / Stijven 1200U kunt een lager toerental instellen.Het centrifugeren tussen de spoel-gangenHet wasgoed wordt niet alleen aan heteind, maar ook na de hoofdwas en tus -sen de spoelgangen gecentrifugeerd.Stelt u een lager centrifugetoerental in,dan wordt er ook na de hoofdwas entussen de spoelgangen met een lagertoerental gecentrifugeerd.In het programma Witte / Bonte waswordt bij een toerental van lager dan700 omw/min een spoelgang ingelast.Het kiezen van de spoelstop^Kies met de toets voor het centrifuge -ren .SpoelstopHet controlelampje brandt.SpoelstopHet wasgoed blijft na de laatste spoel -gang in het water liggen.

Dat heeft hetvoordeel dat het wasgoed minderkreukt wanneer u het niet direct uit detrommel haalt.– Toch eindcentrifugeren:^Kies een toerental.De automaat begint met centrifugeren.– Beëindigen programma :^ Druk op de - toets.DekselHet deksel gaat open en het waterwordt afgepompt.Het overslaan van het centrifugerentussen de spoelgangen en het eind-centrifugeren^Kies .Zonder centrifugerenNa de laatste spoelgang wordt het wa -ter afgepompt en wordt de kreukbevei -liging ingeschakeld.In de programma's ,Witte / Bonte wasKreukherstellend Automaticen wordteen spoelgang ingelast.Centrifugeren20

Witte / Bonte was 95°C tot 30°C Maximaal 5,5 kg9876Wasgoed Wasgoed van katoen, linnen of mengweefselsExtra functies Kort of Voorwas of Inweken, Extra waterInstructie voor onderzoeksinstituten:Kort programma: 3,0 kg belading en extra functie KortKreukherstellend 60°C tot 30°C Maximaal 2,5 kg421Wasgoed Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels of kreuk -herstellend gemaakt katoenExtra functies Kort of Voorwas of Inweken, Extra waterFijne was 40°C tot koud Maximaal 1,5 kgacWasgoed Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels en kunstzij-deVitrage die volgens de fabrikant in de wasautomaat kan wor-den gewassenExtra functie Kort of Voorwas of InwekenTips – Vitrage trekt veel stof aan en zal daarom vaak in een pro-gramma met de extra functie moeten worden ge-Voorwaswassen.– Reduceer bij kreukgevoelige vitrage het centrifugetoerentalof centrifugeer helemaal niet.Automatic 40°C Maximaal 3,0 kg72Wasgoed Combinatie van wasgoed dat anders met het programma Wit -te / Bonte was en wasgoed dat anders met het programmaKreukherstellend wordt gewassen.Extra functies Kort of Voorwas of Inweken, Extra waterDonker wasgoed 40°C Maximaal 3,0 kg7Wasgoed Donker wasgoed van katoen of mengweefselsExtra functie Kort of Voorwas of InwekenTip Was dit wasgoed binnenstebuiten.Programma-overzicht21

Overhemden 40°C Maximaal 1,5 kgExtra functie Voorwas of InwekenTips – Behandel kragen en manchetten vóór als dat nodig is.– Gebruik voor zijden overhemden en blouses het programmaZijde.Jeans 40°C Maximaal 2,5 kgExtra functie Kort of Voorwas of InwekenTips – Was jeansstoffen binnenstebuiten.– Jeansstoffen geven vaak iets af wanneer ze de eerste paarkeer worden gewassen.

Was lichte en donkere jeansstoffendaarom apart.Express 40°C Maximaal 3,0 kg72Wasgoed Een kleinere hoeveelheid wasgoed die uit katoen, linnen ofmengweefsels bestaat en alleen maar hoeft te worden opge-frist.Zijde 30°C Maximaal 1,0 kg/Wasgoed Wasgoed van zijde en van alle stoffen zonder wol die met dehand kunnen worden gewassenExtra functie Extra waterTip Was panty's en bh's in een waszak.Wol 40°C tot koud Maximaal 2,0 kg/Wasgoed Wasgoed van wol en wolmengweefselsPompen / Centrifugeren Maximaal 5,5 kgTips –Alleen pompen: Kies .Zonder centrifugeren– Centrifugeren: Stel een centrifugetoerental in.Extra spoelen / Stijven Maximaal 5,5 kgTip Het wasgoed moet schoongewassen, maar mag niet met was -verzachter nabehandeld zijn.Programma-overzicht22

De wasautomaat beschikt over een vol -ledig elektronische besturing met bela -dingsautomaat.Tijdens een wasprogramma zuigt hetwasgoed water op. Om hoeveel waterhet gaat hangt af van de hoeveelheidwasgoed en het soort textiel.Hoe groter het absorptievermogen vanhet wasgoed is, des te meer water ermoet worden bijgepompt.

De elektroni -ca van de wasautomaat kan de hoe -veelheid water meten die het wasgoedopneemt en die moet worden bijge -pompt.Het programmaverloop en de wastijdzijn bij de diverse programma's dusverschillend.Het programmaverloop van de hier ver-melde programma's slaat op het basis-programma met maximale belading.Eventueel gekozen extra functies zijnhier buiten beschouwing gelaten.De controlelampjes van het program-maverloop geven tijdens iedere was-beurt aan in welke fase het waspro-gramma zich op dat moment bevindt.Nadere bijzonderheden over het pro-grammaverloop:Kreukbeveiliging:De trommel beweegt nog 30 minutenna afloop van het programma omkreukvorming te voorkomen.Een uitzondering vormt het programmaWol.De wasautomaat kan altijd worden geo -pend.1) Wordt er een temperatuur gekozenvan 60°C tot 95°C, dan worden er 2spoelgangen uitgevoerd.Wordt er een temperatuur gekozenvan beneden de 60°C, dan wordener 3 spoelgangen uitgevoerd.Een 3e, resp.

4e spoelgang wordtuitgevoerd wanneer:– er teveel schuim in de trommel zit;– er een lager centrifugetoerental isgekozen dan 700 omw/min;–Zonder centrifugeren is gekozen.2) Een 3e spoelgang wordt uitgevoerdwanneer:Zonder centrifugeren is gekozen.Programmaverloop24

WassenHet getal in de wastobbe geeft demaximale wastemperatuur aan.9Normaal programma4Mild programmacZeer mild programma/HandwashNiet wassenVoorbeelden voor de programmakeu-zeProgramma Textielbehandelings-symbolenWitte / Bontewas9ö8E76Kreukherstel-lend54321Fijne was acWol /Zijde /Express 76Automatic 7621TrommeldrogenDe punten geven de globale tempera-tuur aan.qOp een normale temperatuurrOp een lagere temperatuursNiet drogen in de automaatStrijkenDe punten verwijzen naar de puntenop de regelaar van het strijkijzer engeven de temperatuur aan.Ica. 200°CHca. 150°CGca. 110°CJNiet strijkenChemisch reinigenfReiniging met chemische op-losmiddelen.De letters verwijzen naar hetreinigingsmiddel.pwNat reinigenDNiet chemisch reinigenBlekenxElk bleekmiddel toegestaan{Alleen zuurstofbleekmiddeltoegestaanzNiet blekenTextielbehandelingssymbolen25

In het wasgoed bevindt zich een etiketmet textielbehandelingssymbolen. Ditetiket doet aanbevelingen voor de juistebehandeling van het artikel waarop hetis aangebracht.Het mag niet worden verward met eengarantie hoe het textiel zich in het ge-bruik zal gedragen. Het behandelings-etiket waarborgt dat het textielproductbij de aanbevolen behandeling geenschade lijdt.Een artikel waarop een behandelings-etiket met de symbolen is aangebrachtmoet voldoen aan bepaalde eisen vanwasechtheid, wrijfechtheid en water-echtheid van de kleuren.Het mag niet teveel krimpen of vervor-men, de lijmen mogen niet loslaten enbij de eerste vier keer reinigen zijn ont-leding, smelten, vergelen, pillen en blij-vende kreukels ontoelaatbaar.Behandelingen en temperaturen diemilder zijn dan op het etiket aangege-ven zijn altijd toegestaan.Textielbehandelingssymbolen26

Het afbreken van een program-ma / Het wisselen van pro-grammaU kunt een wasprogramma ieder mo-ment afbreken, nadat u het heeft ge-start.^Draai de programmakeuzeschake-laar op stand .EindeDe wasautomaat pompt het waswater af.Het programma is afgebroken.Het buitenste deksel gaat open.Wilt u de was uit de automaat halen,doe dan het volgende.^Klap het buitendeksel open totdat uweerstand voelt.Het binnenste deksel gaat automatischopen.^Open de trommel.Wilt u een ander programma kiezen,doe dan het volgende.^Controleer of er nog wasmiddel in dewasmiddellade zit.Is dat niet het geval,^doseer genoeg wasmiddel.^Sluit het binnen- en buitendeksel.^Kies en start een ander programma.Het onderbreken van een pro-gramma^Schakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit - toets uit.Wanneer u het programma weer wiltvoortzetten,^schakel het apparaat daarna weer in.Het wijzigen van het gekozenprogrammaHet basisprogrammaWanneer een programma eenmaal isgestart, kunt u geen ander programmameer kiezen zonder het lopende pro-gramma af te breken.Wanneer de programmakeuzeschake-laar op een ander programma wordtgedraaid, begint het controlelampjeKreukbeveiliging / Einde te knipperen.Het programmaverloop wordt niet beïn-vloed.De temperatuurDe temperatuur kunt u tot 6 minuten nade programmastart wijzigen.Het centrifugetoerentalHet centrifugetoerental kunt u tot vlakvoor het eindcentrifugeren wijzigen.Extra functieDe extra functie kunt u tot 6Extra waterminuten na de programmastart wij-zigen.Het overslaan van een pro-grammafase^Draai de programmakeuzeschake-laar op stand .EindeZodra in het programmaverloop hetcontrolelampje van de programmafasebegint te knipperen, waarmee het pro-gramma moet worden voortgezet,^draai de programmakeuzeschakelaardan binnen 4 seconden weer op hetgewenste programma.Het wijzigen van het programmaverloop27

Het bijvullen van de trommel ofhet voortijdig verwijderen vanwasgoed uit de trommelU kunt bij alle programma's nog was-goed in de trommel leggen of wasgoeduit de trommel halen, nadat u het pro-gramma heeft gestart.^Druk op de - toets.DekselDe trommel draait automatisch in destand waarin hij makkelijk kan wordengeopend en wordt ontgrendeld (auto-matische trommelpositionering en trom-melvergrendeling).Het buitenste deksel gaat open.^Klap het buitendeksel open totdat uweerstand voelt.Het binnenste deksel gaat automatischopen.^Open de trommel.^Leg wasgoed in de trommel of haaler wasgoed uit.^Sluit de trommel.^Sluit het binnendeksel^Sluit het buitendeksel.Het programma wordt automatischvoortgezet.In een paar gevallen kan het dekselniet meer worden geopend, en welwanneer– de temperatuur van het sop bovende komt;55°C– de programmafase isCentrifugerenbereikt.Het wijzigen van het programmaverloop28

Het juiste wasmiddelU kunt alle wasmiddelen gebruiken die voor gebruik in de wasautomaat geschiktzijn. Tips voor gebruik en dosering van wasmiddelen voor volle belading staan opde wasmiddelverpakking.Universeel Color FijnWitte / Bonte was X XKreukherstellend X XFijne was XAutomatic X XDonker wasgoed X1)Overhemden X XJeans X1)Express X XZijde XWol WolwasmiddelExtra spoelen / Stijven Vloeibaar of poedervormig stijfsel1) Alleen vloeibare wasmiddelenWasmiddelen29

Het doseren van wasmiddelDe dosering is van verschillende facto-ren afhankelijk.– De hoeveelheid wasgoedLet op het doseeradvies.– De mate waarin dit is vervuildLicht vervuildEr zijn geen vuile vlekken te zien,maar de kledingstukken ruiken nietmeer zo fris.Normaal vervuildEr zijn lichte vlekken te zien.Sterk vervuildEr zijn donkere vlekken te zien.– De waterhardheidWanneer u de hardheidsgraad in uwregio niet weet, informeer daar dannaar bij uw waterleidingbedrijf.WaterhardheidHardheidsgraad Duitse hardheid°dHZacht (I) 0 - 8,4Gemiddeld (II) 8,4 - 14Hard tot zeer hard (III) > 14WateronthardingsmiddelWanneer het water harder is dan10° dH kunt u een wateronthardings-middel gebruiken om wasmiddel te be-sparen.De juiste dosering vindt u op de ver-pakking.Doseer eerst het wasmiddel en dan pashet onthardingsmiddel.Het wasmiddel kunt u normaal toevoe-gen, d.w.z.

Middelen voor het nabehande-len van het wasgoedWasverzachtersMet wasverzachters wordt uw wasgoedextra zacht en minder statisch.Synthetische stijfselsMet synthetische stijfsels krijgt u hetwasgoed beter in model.StijfselsMet gewone stijfsels wordt uw wasgoedstevig.Automatisch spoelen met wasver-zachter of stijfsel^Doseer één van bovenstaande pro-ducten in vakje .§Doseer niet hoger dan de pijl.De middelen worden automatisch methet laatste spoelwater in de trommelgespoeld.Aan het eind van het wasprogrammablijft er een klein beetje water in vakje§staan.Wanneer u verschillende keren auto-matisch met stijfsel heeft gespoeld,reinig dan de wasmiddellade.Reinig de zuighevel extra goed.Apart spoelen met wasverzachter ofstijfsel^Doseer de middelen en bereid zevoor zoals op de verpakking aange-geven.^Doseer vloeibare middelen in vakje§.^Doseer poedervormige of stroperigemiddelen in vakje .i^Draai de programmakeuzeschake-laar op stand .Extra spoelen / Stijven^Kies een centrifugetoerental.^Druk op de - toets.StartHet kleuren en ontkleuren^Let erop dat gebruik van textielverf inde wasautomaat alleen is toegestaanvoor huishoudelijke doeleinden.Neem niet meer verf dan strikt nodigis.Wordt er teveel geverfd dan kan hetin de verf aanwezige zout het roest-vrij staal aantasten.Neem de aanwijzingen van de textiel-verffabrikant precies in acht.^Gebruik geen ontkleuringsmiddelenin de automaat.Wasmiddelen31

,Haal vóórdat u de wasautomaateen reinigings- of onderhoudsbeurtgeeft de spanning van het apparaat.,Spuit de wasautomaat in geengeval met een waterspuit schoon.Het reinigen van de trommel^Reinig de trommel met een speciaalmiddel voor roestvrij staal.Wanneer er met lage temperaturen en /of een vloeibaar wasmiddel wordt ge-wassen, bestaat het gevaar dat er in dewasautomaat ziektekiemen en geurtjesontstaan.^Draai om dit te voorkomen eenmaalin de maand een wasprogramma meteen poederwasmiddel en met eentemperatuur van 60°C of hoger.Het reinigen van de ommante-ling en het bedieningspaneel^Reinig deze onderdelen met eenvochtige doek en een mild reinigings-middel of sopje.^Droog ze daarna met een zachtedoek.,Gebruik geen oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelen, schuur-middelen, glas- of allesreinigers.Deze kunnen namelijk kunststof op-pervlakken en andere onderdelenbeschadigen.Het reinigen van de wasmid-delladeVerwijder eventuele resten wasmiddelregelmatig.^Trek de wasmiddellade naar buiten.Reiniging en onderhoud32

^Trek het bakje voor de wasverzachteren de zuighevel uit de wasmiddella-de (zie pijl).^Reinig deze onderdelen met warmwater.^Reinig ook het pijpje, waar de zuig-hevel overheen wordt gestoken.^Reinig de rest van de wasmiddellademet warm water.^Zet de zuighevel weer terug.Wanneer u verschillende kerenvloeibaar stijfsel hebt gebruikt, reinigde zuighevel dan extra goed.Vloeibare stijfsels klonteren snel.Het reinigen van de wasmid-delladekast^Reinig ook het gedeelte waar dewasmiddellade zit. Verwijder de was-middelresten en kalkaanslag en ge-bruik daarvoor een flessenborstel.Reiniging en onderhoud33

Het reinigen van het water-toevoerzeefjeDe wasautomaat heeft één zeefje terbescherming van de watertoevoerklep.Dit zeefje aan het vrije uiteinde van dewatertoevoerslang moet u ongeveer 1keer in het half jaar controleren. Wan-neer de watertoevoer vaak wordt on-derbroken moet u misschien vaker con-troleren.^Draai de waterkraan dicht.^Schroef de toevoerslang van de wa-terkraan.^Trek het rubberen dichtingsringetje 1uit de groef.^Pak het kunststof zeefje met een2combinatie- of punttang aan de op-staande rand in het midden vast entrek het eruit.^Reinig het kunststof zeefje.^Monteer alles weer in omgekeerdevolgorde.^Schroef de slang stevig aan de kraanvast.^Draai de kraan open.^Draai de schroefkoppeling nog watvaster aan als er nog water uitloopt.Het zeefje nadat het is gereimoet -nigd weer worden teruggeplaatst.Reiniging en onderhoud34

Het oplossen van problemen . . .De meeste problemen waar u in het dagelijks gebruik mee te maken zou kunnenkrijgen kunt u zelf oplossen.In al die gevallen hoeft u de afdeling Klantcontacten niet te bellen en kunt u tijd enkosten besparen.De volgende tabellen helpen u om de oorzaken van een probleem te vinden en uitde wereld te helpen. Bedenk echter:,Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door erkende vakmen-sen worden uitgevoerd.

Gebeurt dit niet, dan kan de gebruiker grote risico's lo-pen.Het programma begint nietProbleem Oorzaak OplossingHet controlelampjeKreukbeveiliging/Eindebrandt niet of de -Starttoets knippert niet.Er staat geen stroom ophet apparaat.Controleer of– de stekker goed in decontactdoos zit;– de zekering in orde is.Nadat u het programmaPompen/Centrifugerenheeft gekozen en op deStart - toets heeft ge-drukt, begint het pro-gramma niet.De wasautomaat is nietklaar voor gebruik.Maak de wasautomaatklaar voor gebruik zoalsbeschreven in het hoofd-stuk: "Vóór de eerste was-beurt".Het controlelampjeOverdosering begintsnel te knipperen en hetprogramma start niet.Het binnenste deksel isniet goed dicht.Doe het binnenste dekselgoed dicht.Nuttige tips35

Het wasprogramma is afgebroken en er volgt een foutmeldingProbleem Oorzaak Oplossing *Het controlelampjeWaterafvoer begint teknipperen.De waterafvoer is ge-blokkeerd.Reinig het pluizenfilter en hetfilterhuis zoals beschreven inhet hoofdstuk: "Nuttige tips",paragraaf: "Het openen vanhet deksel bij verstopte afvoeren/of stroomuitval".De waterafvoerslang ligtte hoog.De maximale opvoerhoogte is1 m.Het controlelampjeWatertoevoer begintte knipperen.De watertoevoer is ge-blokkeerd.Draai de kraan open.Het zeefje in de water-toevoerslang is verstopt.Reinig het zeefje.De controlelampjesWatertoevoer en Wa-terafvoer beginnen teknipperen.Het waterbeveiligings-systeem heeft gerea-geerd.Neem contact op met de af-deling Klantcontacten vanMiele Nederland B.V.Het controlelampjeInw./Voorwassen ofSpoelen begint teknipperen.Er is sprake van een de-fect.Start het programma nog eenkeer.Volgt dezelfde foutmelding,neem dan contact op met deafdeling Klantcontacten vanMiele Nederland B.V.*Schakel om de foutmelding uit te schakelen de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit Einde- toets uit en draai de programmakeuzeschakelaar op stand .Nuttige tips36

Het wasprogramma verloopt normaal, maar er volgt een fout -meldingProbleem Oorzaak Oplossing *Het controlelampjeWaterafvoer knippert.De waterafvoer isbelemmerd.Reinig het pluizenfilter en het filter-huis zoals beschreven in hethoofdstuk: "Nuttige tips", para-graaf: "Het openen van het dekselbij verstopte afvoer en/of stroom-uitval."Het controlelampjeWatertoevoer knip-pert.De watertoevoer isbelemmerd.Controleer of– de waterkraan ver genoeg isopengedraaid;– er knikken in de toevoerslangzitten.Het zeefje in dewatertoevoerslangis verstopt.Reinig het zeefje.Het controlelampjeOverdosering brandt.Er heeft zich tij-dens het waspro-gramma teveelschuim gevormd.Gebruik de volgende keer minderwasmiddel en neem de doseer-aanwijzingen op de wasmiddel-verpakking in acht.In het programmaver-loop knippert het con-trolelampje .WassenEr is sprake vaneen defect.Start het programma nog eenkeer.Volgt dezelfde foutmelding, neemdan contact op met de afdelingKlantcontacten van Miele Neder-land B.V.In het programmaver-loop knippert het con-trolelampje Kreukbe-veiliging/Einde.Nadat het gekozen programma is gestart, is de pro-grammakeuzeschakelaar op een ander programmagedraaid.

Algemene problemen of een tegenvallend resultaatProbleem Oorzaak OplossingDe wasautomaat trilt tij-dens het centrifugeren.De wasautomaat isniet goed gesteld.Stel de wasautomaat dooraan de stelvoeten te draaien.Het wasgoed is niet nor-maal gecentrifugeerd.Het ingestelde cen-trifugetoerental waste laag.Kies bij de volgende wasbeurteen hoger centrifugetoerental.De wasautomaat maakteen pompend geluid.Dat is geen storing.

Wanneer het water wordt weg-gepompt zijn dit soort geluiden normaal.Nadat het programma isgestart of wanneer er nade start van het program-ma nog wasgoed in detrommel is gelegd, is ereen krakend geluid te ho-ren.De trommel wordt automatisch ontgrendeld.Het krakende geluid hoort erbij en is geen storing.In de wasmiddellade blijftvrij veel wasmiddel ach-ter.Er staat onvoldoen-de druk op het wa-ter.– Reinig het zeefje in de wa-tertoevoer.– Druk eventueel toets Extrawater in.Poedervormigewasmiddelen incombinatie met ont-hardingsmiddelenhebben de neigingte gaan plakken.Doseer voortaan eerst hetwasmiddel en dan pas hetonthardingsmiddel in de was-middellade.De wasverzachter wordtniet volledig ingespoeldof er blijft teveel water invakje staan.§De zuighevel zit nietgoed of is verstopt.Reinig de zuighevel.Zie hoofdstuk: "Reiniging enonderhoud", paragraaf: "Hetreinigen van de wasmiddella-de".Nuttige tips38

Probleem Oorzaak OplossingHet wasgoed wordtmet een vloeibaarwasmiddel nietschoon.In vloeibare wasmidde-len zitten geen bleek-middelen.Fruit-, koffie- of theevlek-ken zijn er moeilijk uit tekrijgen.– Gebruik poedervormige was-middelen met een bleekmid-del.– Doseer vlekkenzout in vakjejen het vloeibare wasmid-del in een doseerbolletje.– Doseer vloeibaar wasmiddelen vlekkenzout nooit bij el-kaar in het wasmiddelvakje.Op het gewassenwasgoed zijn grijzeelastische bolletjesachtergebleven(vetbolletjes).Er is te weinig wasmid-del gedoseerd. Het was-goed is sterk met vet,bijv.

crème of olie ver-vuild geweest.– Wanneer wasgoed zo ver-vuild is moet u óf meer was-middel doseren óf een vloei-baar wasmiddel gebruiken.– Draai vóór de volgende was-beurt het Witte was/Bontewas - programma op 60 °Cmet een vloeibaar wasmiddelen zonder wasgoed.Op het gewassenwasgoed zitten wit-te, wasmiddelach-tige bestanddelen.Het wasmiddel bevatniet in water op te lossenbestanddelen ter onthar-ding van het water, nl.zeolieten.Deze bestanddelen heb-ben zich op het textielvastgezet.– Probeer de resten met eenborstel te verwijderen wan-neer het wasgoed droog is.– Was donker wasgoed voort-aan met een vloeibaar was-middel. Deze middelen be-vatten geen zeolieten.Er komt schuim uitde voorkant van dewasautomaat.Er heeft zich tijdens hetwasprogramma teveelschuim gevormd.Gebruik de volgende keer min-der wasmiddel en neem deaanwijzigen op de wasmiddel-verpakking in acht.Nuttige tips39

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele W 604 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden