Miele W 173 F Handleiding

Miele Wasmachine W 173 F

Bekijk gratis de handleiding van Miele W 173 F (68 pagina’s), behorend tot de categorie Wasmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 28 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Miele W 173 F of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/68
Gebruiksaanwijzing voor de
wasautomaat
W 173
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw wasautomaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.
M
M.-Nr. 05 838 910

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Wasmachine
Model: W 173 F

Handleiding Miele W 173 F – volledige tekst

Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade.Het verpakkingsmateriaal is uitgekozenomdat dit het milieu relatief weinig be-last en kan worden hergebruikt.Door hergebruik van verpakkingsmate-riaal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van het apparaatAfgedankte apparaten bevatten meest-al nog waardevolle materialen. Zet uwapparaat daarom niet zomaar bij hetgrof vuil, maar informeer bij uw hande-laar of het mogelijk is om het apparaatterug te geven.Is dit niet mogelijk, informeer dan bij degemeente of bij een grondstoffenhan-delaar naar mogelijkheden voor herge-bruik van het materiaal (bijv. schrootver-werking).Zorg ervoor dat kinderen niet bij hetoude apparaat kunnen komen totdathet wordt weggehaald.

Extra functies. 25Na afloop van het programma. 27Verrijdbaar onderstel. 27Het bijvullen van de trommel of het voortijdig verwijderen van wasgoeduit de trommel. 28Het onderbreken van een programma. 29Het wijzigen van het gekozen programma. 29Het overslaan van een programmafase. 29Het wisselen van programma. 29Programmaverloop. 30Textielbehandelingssymbolen. 32Wasmiddelen. 34Het kiezen van wasmiddel. 34Het doseren van wasmiddel. 34Wateronthardingsmiddel. 34Wasmiddelen met verschillende componenten. 34Wasverzachters en stijfsels. 35Automatisch spoelen met wasverzachter of stijfsel. 35Apart spoelen met wasverzachter of synthetisch stijfsel. 35Apart spoelen met stijfsel. 35Het kleuren en ontkleuren. 35Bedieningsfuncties. 36Elektronische programmavergrendeling. 36Elektronische afsluitfunctie. 37Reiniging en onderhoud. 38Het reinigen van de wasautomaat. 38Het reinigen van de wasmiddellade.

Het wasprogramma verloopt normaal, maar er volgt een foutmelding. 42Algemene problemen of een tegenvallend resultaat. 43Problemen met openen en sluiten of krakende geluiden. 45Het openen van het deksel bij verstopte afvoer en/of stroomuitval. 47Verstopte afvoer. 47Het openen van het deksel. 48Technische Dienst. 49Reparaties. 49Garantietermijn en garantievoorwaarden. 49Accessoires. 49Het plaatsen en aansluiten van de wasautomaat. 50Het apparaat in één oogopslag. 50Verrijdbaar onderstel. 51Het verwijderen van de transportbeveiliging. 52Het plaatsen van de wasautomaat. 53Plaats van opstelling. 53Het Miele waterbeveiligingssysteem. 54Het aansluiten van de watertoevoer. 55Het aansluiten van de waterafvoer. 56Elektrische aansluiting. 57Verbruiksgegevens. 58Instructie voor de vergelijkende onderzoeken:. 58Technische gegevens. 59Het programmeren van aanvullende functies. 62Systeem extra water.

Gebruik om veiligheidsredenengeen verlengsnoer. Dit in verband met gevaar voor bijvoor-beeld oververhitting. De wasautomaat mag alleen meteen nieuwe slangenset met toebe-horen op de waterleiding worden aan-gesloten. Een oude slangenset magniet opnieuw worden gebruikt. Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelenworden vervangen. Alleen van dezeMiele-onderdelen kunnen wij garande-ren, dat zij volledig voldoen aan de vei-ligheidseisen die wij stellen aan onzeapparaten en onderdelen daarvan. Wanneer de aansluitkabel is be-schadigd, moet de kabel door er-kende vakmensen worden vervangen. GebruikWanneer dit apparaat op eenniet-stationaire locatie (bijv. op eenboot of in een camper) moet wordengeplaatst, mag het uitsluitend door eenvakman/vakvrouw worden ingebouwden aangesloten. Hierbij moet aan allevoorwaarden voor een veilig gebruikworden voldaan.

Plaats uw wasautomaat niet invorstgevoelige ruimten. Bevroren slangen kunnen scheuren ofbarsten en de betrouwbaarheid van deelektronische besturing kan door tem -peraturen onder het vriespunt afnemen. Verwijder voordat u de wasauto-maat in gebruik neemt de trans-portbeveiliging aan de achterzijde vanhet apparaat. Zie hoofdstuk: "Het plaatsen en aanslui-ten van de wasautomaat", paragraaf:"Het verwijderen van de transportbevei -liging". Wanneer u de transportbeveiliging nietverwijdert, kan dat bij het centrifugerenschade veroorzaken aan uw wasauto-maat en aan de meubels / apparatendie ernaast staan. Sluit de kraan af als u langere tijdafwezig bent (bijv. tijdens vakan-ties), zeker als er zich in de buurt vande wasautomaat geen afvoer in devloer (bijv. een putje) bevindt. Denk eraan dat er water kan over-stromen.

Controleer daarom vóórdat u de water-afvoerslang in een wastafel of wasbakhangt, of het water snel genoeg weg-stroomt. Zorg er daarom ook voor dat de afvoer-slang niet weg kan glijden.

Voordat u gaat wassen dient u dehendel van het verrijdbare onder-stel naar links te draaien.Alleen dan staat uw wasautomaat sta-biel.Als u het wasmiddel op de juistemanier doseert is het niet nodig datu de wasautomaat ontkalkt.

Mocht uwapparaat toch zo sterk verkalkt zijn, dathet beslist moet worden ontkalkt, ge-bruik daar dan speciale ontkalkings-middelen voor die een anti-corrosiemid-del bevatten.Deze middelen zijn verkrijgbaar via uwMiele-vakhandelaar of bij de afdelingOnderdelen van Miele Nederland B.V.Volg de adviezen voor het gebruik vande ontkalkingsmiddelen strikt op.Wasgoed dat met oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelen is be-handeld, moet vóórdat het in de wasau-tomaat wordt gewassen, grondig in hel-der water worden uitgespoeld.Gebruik in deze wasautomaat nooitreinigingsmiddelen die een oplos-middel bevatten, zoals wasbenzine.Wanneer u dat toch doet, kunnen on-derdelen van het apparaat bescha-digen en kunnen er giftige dampen ont-staan.

Het gevaar bestaat dan dat erbrand uitbreekt of zich een explosievoordoet.Textielverf en ontkleuringsmiddelenkunnen door hun chemische sa-menstelling corrosie veroorzaken.Ze mogen daarom niet in de wasauto-maat worden gebruikt.Gebruik van toebehorenAlleen originele Miele-toebehorenkunnen worden aan- of ingebouwd.Wanneer er andere toebehoren wordenaan- of ingebouwd, kan Miele niet voorde gevolgen instaan en kan er geenberoep meer worden gedaan op bepa-lingen met betrekking tot garantie enproductaansprakelijkheid.Het afdanken van het apparaatTrek de stekker uit de contactdoosen maak deze samen met de aan-sluitkabel onbruikbaar.U voorkomt daarmee dat de wasauto-maat verkeerd wordt gebruikt.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8

Specifieke kenmerkenSpeciale programma's (Zijde ,/Wol /, Miniwas, Combinatiewas,Extra spoelen)– Zijde /In dit programma kan met de handwasbaar, kreukgevoelig textiel wor-den gewassen waar geen wol in zit.– Wol /In dit programma kan met de handwasbaar textiel van wol of wolmeng-weefsels worden gewassen.– MiniwasIn dit programma kan een kleine hoe-veelheid licht vervuild textiel wordengewassen dat anders met de bontewas meegaat.– CombinatiewasIn dit programma kunnen stukkenwasgoed van verschillende soortentextiel worden gewassen, als zemaar wel dezelfde kleur hebben.– Extra spoelenIn dit programma kan wasgoed wor-den behandeld dat alleen maar moetworden gespoeld en gecentrifu-geerd.Licht strijken in de programma'sFijne was en Zijde /In deze programma's wordt het was-goed bijzonder behoedzaam gewassenen gecentrifugeerd.

Daardoor kreukthet wasgoed minder en hoeft het min-der te worden gestreken.Systeem extra waterMet dit systeem is het mogelijk om meteen hogere waterstand te spoelen of tewassen en te spoelen.Bovendien is het met dit systeem mo-gelijk om voor de programma'sWittewas/Bonte wasenKreukherstellendeen extra spoelgang te kiezen.Algemeen9

Programmaduur (resttijd)Wanneer u een programma start geefthet display in uren en minuten aan hoe-lang dit programma maximaal gaat du-ren.Daarna wordt de tijd per minuut afge-teld.Bedieningsfuncties(Programmavergrendeling, afsluitfunc-tie)Elektronische programmavergrende-lingMet het inschakelen van de program-mavergrendeling voorkomt u dat dewasautomaat tijdens een wasprogram-ma wordt geopend en dat het waspro-gramma wordt afgebroken.Na afloop van het wasprogrammawordt de programmavergrendeling au-tomatisch opgeheven.Elektronische afsluitfunctieMet het inschakelen van de elektroni-sche afsluitfunctie voorkomt u dat uwapparaat door vreemden kan wordengebruikt.Wanneer deze afsluitfunctie is inge -schakeld kan er geen programma wor-den gestart.Programma-actualisering (Update)Wasmiddelen, textiel, wasgewoontenen wasvoorschriften zullen in de toe-komst veranderingen ondergaan.De was- en spoelprogramma's zullendaaraan moeten worden aangepast.De Technische Dienst zal in de toe-komst in staat zijn het wasprogrammate updaten en in het Novotronic-geheu-gen van uw wasautomaat op te slaan.Dit zal gebeuren via het controlelampjevoor de watertoevoer (PC = ProgrammeCorrection).Miele zal zelf aangeven wanneer deprogramma's kunnen worden geactuali-seerd.Automatische trommelpositioneringen trommelvergrendelingNa afloop van het programma draait detrommel automatisch in de stand waarinhij makkelijk kan worden geopend enwordt hij ontgrendeld.Algemeen10

Zie volgende bladzijde.bToets StartMet deze toets kunt u een waspro-gramma starten.cToetsen voor de extra functiesMet deze toetsen kunt u extra func-ties in- of uitschakelen.Met de bovenste toets kunt u ófIn-tensiefófVoorwasófInwekenófcombinaties daarvan kiezen.Met de onderste toets kunt uExtrawaterkiezen.Wanneer het controlelampje van eenfunctie brandt, is deze functie inge-schakeld.Wanneer dit controlelampje niet meerbrandt, is deze functie uitgescha-keld.dControlelampjes voor het gekozencentrifugetoerental, enSpoelstop Zonder centrifugereneToets "Centrifugeren"Met deze toets kunt u een andercentrifugetoerental,SpoelstopofZonder centrifugerenkiezen.fProgrammakeuzeschakelaarMet deze schakelaar kunt u het ba-siswasprogramma en een daarbij ho-rende temperatuur kiezen.De programmakeuzeschakelaar kanrechts- of linksom worden gedraaid.gControlelampjes voor het program-maverloopDeze controlelampjes laten u tijdenshet wasprogramma zien welke fasein het programmaverloop is bereikt.hAndere controlelampjesDeze controlelampjes geven eenprobleem aan.iToets I-Aan/0-UitMet deze toets kunt u de wasauto-maat in- en uitschakelen en het pro-gramma onderbreken.jToets DekselMet deze toets kunt u het deksel vande wasautomaat openen.Algemeen11

Programmaduur (resttijd)Nadat u een programma heeft gekozenen gestart, geeft het display in uren enminuten aan hoelang dit programmamaximaal gaat duren.In de programma's:– Witte was/Bonte was– Kreukherstellend– Combinatiewasberekent de wasautomaat hoelang hetduurt voordat het wasgoed het waterheeft opgenomen.De automaat berekent op grond hier-van tijdens de eerste 10 minuten de be-lading.Wanneer de automaat merkt dat hij nietmaximaal beladen is, verkort hij de pro-grammaduur.Programma Tijdverkorting max.Normaal IntensiefWitte was/Bonte was 37 min 52 minKreukherstellend 12 min 13 minCombinatiewas 13 min 18 minInwekenWanneer u de extra functieInwekenin-schakelt, geeft het display een tijd aandie een optelsom is van de ingesteldeinweektijd en de wastijd van het geko-zen programma.Algemeen12

BelangrijkebedieningselementenProgrammakeuzeschakelaarMet deze schakelaar kunt u een basis-programma en een daarbij behorendetemperatuur kiezen. Uit oogpunt van energiebesparing gaatde ringverlichting een paar minuten naafloop van het programma uit. Toetsen voor de extra functiesMet deze toetsen kunt u extra functiesin- en uitschakelen. De extra functies dienen ter aanvullingvan de basiswasprogramma's. Met de bovenste toets kunt u óf de ex-tra functieIntensiefófVoorwasófInwe-kenóf combinaties daarvan kiezen. Met de onderste toets kunt u de extrafunctieExtra waterkiezen. Wanneer het controlelampje van eenfunctie brandt, is deze functie inge-schakeld. Extra functies die binnen het gekozenbasisprogramma niet van toepassingzijn, kunt u niet inschakelen. Toets "Centrifugeren" metcontrolelampjesMet deze toets kunt u een centrifuge-toerental, "Spoelstop" of "Zonder centri-fugeren" kiezen.

De controlelampjes geven aan wat ugekozen heeft. Het kiezen van een centrifugetoeren-talMet bovengenoemde toets kunt u hetcentrifugetoerental wijzigen. Max. toerentalBasiswasprogramma's1400 Witte was/Bonte was, Miniwas, Stij-ven, Pompen/Centrifugeren1200 Wol, Extra spoelen900 Kreukherstellend, Combinatiewas600 Fijne was400 ZijdeHet maximale centrifugetoerental ver-schilt van programma tot programma. Kiest u een hoger toerental dan binnenhet gekozen wasprogramma mogelijkis, accepteert de automaat dat niet. Het overslaan van het eindcentrifuge-ren^Druk op deCentrifugeren- toets tot-dat uSpoelstopheeft bereikt. Het wasgoed wordt niet gecentrifu-geerd en blijft na de laatste spoelgangin het water liggen. Het wasgoed kreukt dan minder wan-neer u het niet direct na afloop van hetprogramma uit de trommel haalt. Wilt u het programma voortzetten:^kies dan een centrifugetoerental.

Iedere wasautomaat wordt in de fa-briek op zijn werking getest.Het is mogelijk dat er als gevolg vandeze tests wat water in het apparaatachterblijft.Controleer voordat u uw wasauto-maat voor het eerst gebruikt of hetapparaat volgens de regels is ge-plaatst en aangesloten.Zie hoofdstuk: "Het plaatsen en aan-sluiten van de wasautomaat".Om veiligheidsredenen is het niet mo-gelijk om meteen bij de eerste wasbeurtte centrifugeren. Ter activering van hetcentrifugeren moet u eerst een waspro-gramma zonder wasgoed en zonderwasmiddel draaien.Wordt er wel wasmiddel gebruikt kan erovermatige schuimvorming optreden.Draait u eerst een wasprogramma zon-der wasgoed en zonder wasmiddelwordt daarmee tegelijk het kogelventielgeactiveerd.

Het kogelventiel zorgt er-voor dat vanaf de eerste wasbeurtsteeds al het wasmiddel wordt gebruikt.^Draai de waterkraan open.^Druk deI-Aan/O-Uit- toets in.^Draai de programmakeuzeschake-laar opWitte was/Bonte was 40°C.^Druk zo vaak op deCentrifugeren-toets totdat het controlelampjeZon-der centrifugerenoplicht.^Druk op deStart- toets.Na afloop van het programma is dewasautomaat klaar voor de eerstewasbeurt.Vóór de eerste wasbeurt14

Energie- en waterverbruik– Benut bij ieder programma dat ukiest de maximale beladingscapaci-teit van de trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,gerelateerd aan de totale hoeveel-heid wasgoed, het laagst.– Gebruik de programma'sCombina-tiewasofMiniwasvoor kleinere hoe-veelheden wasgoed.– Bij een geringe belading in het pro-grammaWitte was/Bonte waszorgtde beladingsautomaat voor een ver-mindering van het water- en energie-verbruik en voor een verkorting vande programmaduur.– Gebruik in plaats van het programmaWitte was/Bonte was 95°Chet pro-grammaWitte was/Bonte was 60°Cin combinatie met de extra functie:Intensief.Daarmee bespaart u 35 tot 45%energie.Het programma duurt dan wellanger.

1/3minder wasmiddel worden gebruikt.Extra functies (Inweken, Voorwas,Intensief)– Kies voor:licht vervuild wasgoed een waspro-gramma zonder extra functies;normaal tot sterk vervuild wasgoedmet zichtbare vlekken een waspro-gramma met de extra functieInten-sief.– Gebruik de extra functieInwekeninplaats van de extra functieVoorwas.Bij het inweken en de hoofdwas diedaar direct op volgt wordt hetzelfdesop gebruikt.Tip voor machinaal drogen– Kies wanneer u het wasgoed na af-loop in de droogautomaat wilt dro-gen het hoogste centrifugetoerentaldat voor dit wasgoed mogelijk is.Tips om energie te besparen15

Lees daarom de uitgebreide pa-ragrafen: "Voordat u gaat wassen", "Hetvullen van de trommel en het doserenvan wasmiddel", "Het kiezen van eenprogramma" en "Na afloop van het pro-gramma" in dit hoofdstuk.Voordat u gaat wassenAInspecteer en sorteer het wasgoeden behandel het voorHet vullen van de trommel en het dose-ren van wasmiddelBSchakel de wasautomaat in.COpen het buitendeksel.DOpen het binnendeksel.EOpen de trommel.FVul de trommel.GSluit de trommel.HSluit het binnendeksel.IDoseer het wasmiddel.JSluit het buitendeksel.Het kiezen van een programmaKKies een programma.LKies het centrifugetoerental.MKies eventueel (een) extra functie(s).NDruk op deStart- toets.Na afloop van het programmaOOpen het buitendeksel.POpen het binnendeksel.QOpen de trommel.RHaal het wasgoed er uit.SSluit de trommel.TSluit het binnendeksel.USluit het buitendeksel.VSchakel de wasautomaat uit.WDraai de programmakeuzeschake-laar opEinde.Welk textiel in welk programma kanworden gewassen, kunt u in hetvolgende programma-overzicht vinden.Zo wast u goed16

Fijne was acTextielsoort Wasgoed van synthetische vezels, mengweefsels, kunstzijdeof kreukherstellend gemaakt katoen, bijv. overhemden ofblousesVitrage die volgens de fabrikant in de wasautomaat kan wor-den gewassen.Extra functies Inweken / Voorwas / IntensiefBijzondere tips –Gebruik voor normaal tot sterk vervuild wasgoed de extrafunctieIntensief.–In dit programma kreukt het wasgoed minder ("Licht strij-ken").–Vitrage trekt veel stof aan en zal daarom vaak in een pro-gramma met de extra functieVoorwasmoeten worden ge-wassen.–Reduceer bij kreukgevoelige vitrage het centrifugetoerentalof centrifugeer helemaal niet.Wasmiddelen FijnwasmiddelenMax.

belading 1 kgZijde /Textielsoort Wasgoed van met de hand wasbaar, kreukgevoelig textielwaar geen wol in zitExtra functie Extra waterBijzondere tips –In dit programma kreukt het wasgoed minder ("Licht strij-ken").–Was panty's en bh's in een waszak.Wasmiddelen FijnwasmiddelenMax. belading 1 kgWol /Textielsoort Wasgoed van wol en wolmengweefsels dat met de hand of inde wasautomaat mag worden gewassenWasmiddelen WolwasmiddelenMax. belading 2 kgZo wast u goed18

Miniwas 7Textielsoort Licht vervuild wasgoed dat in het programma voor de bontewas mag worden gewassenExtra functie Extra waterBijzondere tip –Doseer minder waspoeder. Dit programma heeft namelijkeen halve belading.Wasmiddelen Universele wasmiddelen en Color-wasmiddelenMax. belading 2,5 kgCombinatiewas 72Textielsoort Wasgoed van katoenen en kreukherstellend textiel dat naarkleur is gesorteerdExtra functies Inweken / Voorwas / Intensief / Extra waterWasmiddelen Universele wasmiddelen en Color-wasmiddelenMax. belading 3 kgStijvenTextielsoort Tafellakens, servetten, schorten en beroepskledingBijzondere tip Het wasgoed moet schoongewassen, maar mag niet met–wasverzachter nabehandeld zijn.Max. belading 5 kgExtra spoelenTextielsoort Wasgoed dat alleen maar moet worden uitgespoeld en gecen-trifugeerdMax.

Voordat u gaat wassenAInspecteer en sorteer het wasgoeden behandel het voorHet inspecteren van het wasgoed^Maak de zakken leeg.,Voorwerpen (spijkers, munten,paperclips e.d.) kunnen wasgoed enonderdelen van de wasautomaat be-schadigen.^Sluit de ritsen. Keer kleding met rit-sen eventueel binnenstebuiten.^Sluit eventuele haakjes en oogjes.^Zorg ervoor dat onderdelen van kle-ding, zoals bh-beugels, niet los kun-nen raken. Losgeraakte onderdelenmoeten eerst worden vastgemaakt ofverwijderd.^Verwijder bij vitrage de haakjes enhet loodband of wikkel ze in eendoek.^Keer gebreid of tricot wasgoed bin-nenstebuiten als de fabrikant dat ad-viseert.Het sorteren van het wasgoed^Sorteer het wasgoed naar kleur ennaar de symbolen in het wasetiket,dat zich in de kraag of in de zijnaadbevindt.^Was geen textiel dat volgens hetwasetiket niet in de wasautomaat kanworden gewassen.

Het symbooldaarvoor is: .h^Donkergekleurd wasgoed geeft bijde eerste wasbeurten vaak iets af.Was licht en donker wasgoed daar-om apart.Het voorbehandelen van vlekken^Verwijder eventuele vlekken op hettextiel, als het even kan zodra ze ont-staan zijn. Dit is nog belangrijker voormoeilijke vlekken als thee-, koffie-, ei-en bloedvlekken.Neem de vlekken met een tissue af.Wrijf de vlekken er niet in!,Gebruik in geen geval chemi-sche (oplosmiddelhoudende) reini-gingsmiddelen in de wasautomaat!Zo wast u goed20

Het vullen van de trommel enhet doseren van wasmiddelBSchakel de wasautomaat in^door op deI-Aan/0-Uit- toets te druk-ken.COpen het buitendeksel^door op deDeksel- toets te drukkenen het buitendeksel open te klappentotdat u weerstand voelt.DOpen het binnendeksel^door de sluiting naar voren te trek-ken.aBinnendekselbWasmiddelladeEOpen de trommel,Attentie! Beide helften van detrommelopening staan onder druk.^Houd met de ene hand de achterstehelft van de opening licht tegen.^Druk met de andere hand op het vei-ligheidsslot en druk(zie zwarte pijl) tegelijk de voorste helft van de ope-ning naar binnen totdat de openingontgrendeld is (zie witte pijlen).^Laat beide helften vervolgens lang-zaam naar boven komen.Zo wast u goed21

Daardoorwordt een beter wasresultaat bereikt enkan het wasgoed zich tijdens het centri-fugeren beter verdelen.Benut bij ieder programma dat u kiestde maximale beladingscapaciteit vande trommel.Het energie- en waterverbruik is dan,gerelateerd aan de totale hoeveelheidwasgoed, het laagst.Let erop dat wanneer de maximale be-ladingscapaciteit wordt overschreden,de wasresultaten tegenvallen en hetwasgoed sneller gaat kreuken.GSluit de trommel^Druk eerst de voorste en daarna deachterste helft van de opening naarbeneden, totdat de haken van devoorste helft in de gaten van de ach-terste helft grijpen en de helften dui-delijk zichtbaar vastklikken.,Doet u dat niet, dan kunnen ap-paraat en wasgoed beschadigd ra-ken.^Reinig regelmatig het rolletje aan delinker haak, zodat dit altijd soepelloopt.Zo wast u goed22

Let er op dat er geen wasgoed tus-sen de helften van de trommelope-ning vast komt te zitten.HSluit het binnendeksel^door de sluiting van dit dekselanaar voren te trekken . . .^. . . en ervoor te zorgen dat dezegoed vastklikt .bWanneer u het binnenste deksel nietgoed sluit dan kunt u geen program-ma starten en gaat het controle-lampjeOverdoseringsnel knippe-ren.Zo wast u goed23

IDoseer het wasmiddelHet is belangrijk om niet te weinig enniet te veel te doseren, want . . .. . . te weinig wasmiddel heeft tot ge-volg dat:– het wasgoed niet schoon en in deloop van de tijd grauw en hard wordt;– er vetbolletjes in het wasgoed blijvenzitten;– er zich kalk in de kuip afzet.. . .

te veel wasmiddel heeft tot gevolgdat:– er sterke schuimvorming optreedt,de waswerking daardoor gering enhet reinigings-, spoel- en centrifu-geerresultaat niet optimaal is;– er door een automatisch ingescha-kelde extra spoelgang meer waterwordt verbruikt;– het milieu extra wordt belast.^Trek de wasmiddellade naar buitenen doseer het wasmiddel in de vak-jes.i= Vakje voor de voorwasWanneer u de extra functieVoorwashebt gekozen, neemdan 1/4van de totale aanbe-volen wasmiddelhoeveelheid.j= Vakje voor de hoofdwasen voor het inweken, wanneeru deze extra functie hebtgekozen.§= Vakje voor wasverzachterof stijfselNadere bijzonderheden over wasmid-delen en de dosering daarvan treft uaan in het hoofdstuk: "Wasmiddelen".^Schuif de wasmiddellade weer naarbinnen.JSluit het buitendekselZo wast u goed24

Wanneer u gaat wassenKKies een programma^door de programmakeuzeschakelaarop de gewenste stand te zetten.Het display geeft in uren en minuten demaximale programmaduur aan.LKies een centrifugetoerental^door zo vaak op de "Centrifugeren" -toets te drukken, totdat het controle-lampje oplicht van het door u ge-wenste centrifugetoerental.Wanneer u een hoger centrifugetoeren-tal kiest dan binnen het gekozen was-programma mogelijk is, accepteert deautomaat dat niet.Extra functiesMKies eventueel (een) extra func-tie(s)Met de toetsen voor de extra functieskunt u extra functies inschakelen, alsdeze binnen het gekozen basispro-gramma mogelijk zijn.U kunt ze met deze toetsen ook weeruitschakelen.Met de bovenste toets kunt u een extrafunctie of een combinatie van extrafuncties kiezen en wel in de volgendevolgorde:IntensiefofIntensiefenVoor-wasofIntensiefenInwekenofVoorwasofInwekenof geen keuze.Met de onderste toets kunt u de extrafunctieExtra waterkiezen.^Druk op de toets van de gewensteextra functie.

bloed, vet, cacao)Wanneer u deze functie hebt ingescha-keld, dan gaat aan het eigenlijke was-programma een inweekprogrammavooraf.– Op de toetsInwekenkan een in-weektijd worden geprogrammeerdvan minimaal 30 minuten en maxi-maal 2 uur.– Wanneer de wasautomaat wordt ge-leverd is de inweektijd op 2 uur inge-steld.Voor het wijzigen van de inweektijd ziehoofdstuk: "Het programmeren van aan-vullende functies", paragraaf: "Inweek-tijd".Extra waterWanneer u deze functie hebt ingescha-keld, wordt er bij de wasprogramma'smeer water gebruikt.Er zijn vier mogelijkheden, die wordenuiteengezet in het hoofdstuk: "Het pro-grammeren van aanvullende functies",paragraaf: "Systeem extra water".Wanneer de wasautomaat wordt gele-verd, wordt de eerste keer dat u deEx-tra water- toets indrukt de waterstandbij het wassen en spoelen verhoogd.NStart het programma^door op deStart- toets te drukken.Het display geeft in uren en minuten demaximale programmaduur aan.Aan het begin van het wasprogrammahoort u een kort krakend geluid.

Na afloop van het programmaOOpen het buitendeksel^door op deDeksel- toets te drukken^en het buitendeksel open te klappentotdat u weerstand voelt.POpen het binnendekselQOpen de trommelRHaal het wasgoed er uitKijk goed of er geen stukken was-goed in de trommel zijn blijven lig-gen.

Anders loopt u het risico dat zebij de volgende wasbeurt krimpen ofafgeven.SSluit de trommelTSluit het binnendekselAnders bestaat het gevaar dat er voor-werpen per vergissing in de trommel te-rechtkomen, worden meegewassen enhet wasgoed beschadigen.USluit het buitendekselVSchakel de wasautomaat uit^door op deI-Aan/0-Uit- toets te druk-ken.WDraai de programmakeuzeschake-laar op de stand .EindeVerrijdbaar onderstelU kunt de wasautomaat na het wassennaar een andere plek verplaatsen.^Draai de hendel van het verrijdbareonderstel daarvoor naar rechts.,Rijd de automaat niet over ka-bels of slangen.Tip:In plaats van de bijgevoegde stopjes(zie hoofdstuk: "Het plaatsen en aan-sluiten van de wasautomaat", para-graaf: "Het verwijderen van de trans-portbeveiliging"), kunt u een slang- enkabelhouder gebruiken, waarmee u deautomaat makkelijker kunt verplaatsen.Deze houder is verkrijgbaar bij de Mielevakhandel of bij de afdeling Onderde-len van Miele Nederland B.V.Zo wast u goed27

Het bijvullen van de trommel ofhet voortijdig verwijderen vanwasgoed uit de trommelU kunt bij alle programma's nog was-goed in de trommel leggen of wasgoeduit de trommel halen, nadat u het pro-gramma heeft gestart.^Druk 1 x op deDeksel- toets.Nu draait de trommel in de positiewaarin hij makkelijk kan worden geo-pend (automatische trommelpositione-ring).Daarbij knipperen afwisselend het con-trolelampjeSpoelstopen het controle-lampjeZonder centrifugeren.Wanneer deze controlelampjes nietmeer knipperen en de trommel vergren-deld is kunt u het deksel openen.

Devergrendeling gaat gepaard met eenkrakend geluid.^Druk opnieuw op deDeksel- toets.^Open het buitendeksel totdat u weer-stand voelt.^Open het binnendeksel.^Open de trommel.^Leg wasgoed in de trommel of haaler wasgoed uit.^Sluit de trommel.^Sluit het binnendeksel goed.^Sluit het buitendeksel.Het programma gaat automatisch ver-der.Attentie:Nadat de wasautomaat een programmaeenmaal heeft gestart kan hij in het ge-wicht van het wasgoed geen wij-zigingen meer vaststellen.Daarom gaat de wasautomaat, ook na-dat u nog wasgoed in de trommel hebtgelegd of wasgoed uit de trommel heeftgehaald, altijd van de maximale bela-dingshoeveelheid uit.De resttijd kan langer zijn dan aange-geven.De wasautomaat kan niet meer wor-den geopend wanneer:– de temperatuur van het sop bovende ligt;55°C – de programmavergrendeling is inge-schakeld;– de programmafaseCentrifugerenisbereikt.Wanneer u in één van bovenstaandegevallen op deDeksel- toets drukt,licht het controlelampjeVergrendeldop.Zo wast u goed28

Het onderbreken van eenprogramma^Schakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets uit.Wanneer u het programma weer wiltvoortzetten,^schakel de wasautomaat dan met deI-Aan/0-Uit- toets weer in.Het wijzigen van het gekozenprogrammaNadat u op deStart- toets heeft ge-drukt, kunt u de volgende wijzigingenaanbrengen.– U kunt te allen tijde het centrifuge-toerental wijzigen, voor zover dat hetmaximum toerental van het gekozenprogramma niet overschrijdt.– U kunt max. 6 minuten nadat het ge-kozen programma is gestart een an-dere temperatuur kiezen.– U kunt max. 6 minuten nadat het ge-kozen programma is gestart de extrafunctie "Extra water" in- of weer uit-schakelen.Nadat u op deStart- toets heeft ge-drukt, kunt u geen ander programmameer kiezen.Wordt de programmakeuzeschakelaarna de start van het programma toch opeen ander programma gedraaid, heeftdat geen invloed op het programmaver-loop.

Het controlelampjeEindebegintte knipperen.Het controlelampje gaat uit wanneer deprogrammakeuzeschakelaar weer ophet programma wordt gedraaid dateerst was ingesteld.Het overslaan van eenprogrammafase^Draai de programmakeuzeschake-laar opEinde.Zodra in het programmaverloop hetcontrolelampje knippert van de pro-grammafase waarmee het programmamoet worden voortgezet,^draai dan de programmakeuzescha-kelaar binnen 4 seconden weer opde gewenste programmafase.Wanneer de programmavergrende-ling is ingeschakeld, kan het pro-gramma niet worden afgebroken enkan er geen programmafase wordenovergeslagen.Het wisselen van programma^Schakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets uit.^Draai de programmakeuzeschake-laar op standEinde.^Schakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets in.^Kies een ander programma.^Druk op deStart- toets.Zo wast u goed29

ProgrammaverloopDe wasautomaat beschikt over een vol-ledig elektronische besturing met bela-dingsautomaat.Tijdens een wasprogramma zuigt hetwasgoed water op. Om hoeveel waterhet gaat hangt af van de hoeveelheidwasgoed en het soort textiel.Hoe groter het absorptievermogen vanhet wasgoed is, des te meer water ermoet worden bijgepompt.

De elektroni-ca van de wasautomaat kan de hoe-veelheid water meten die het wasgoedopneemt en die moet worden bijge-pompt.Het programmaverloop en de wastijdzijn bij de diverse programma's dusverschillend.Het programmaverloop van de hier ver-melde programma's slaat op het basis-programma met maximale belading.Eventueel gekozen extra functies zijnhier buiten beschouwing gelaten.De controlelampjes voor het program-maverloop geven tijdens iedere was-beurt aan in welke fase het waspro -gramma zich op dat moment bevindt.Witte was/Bonte wasHoofdwasWaterstand: laagWasritme: normaalSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 2 of 31)CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaKreukherstellendHoofdwasWaterstand: laagWasritme: normaalSpoelenWaterstand: hoogSpoelgangen: 2 of 33)CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaFijne WasHoofdwasWaterstand: hoogWasritme: behoedzaamSpoelenWaterstand: hoogSpoelgangen: 3CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): neeEindcentrifugeren: jaZijde /HoofdwasWaterstand: gemiddeldWasritme: zijdeSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 2CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): neeEindcentrifugeren: jaZo wast u goed30

Wol /HoofdwasWaterstand: gemiddeldWasritme: wolSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 2CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaMiniwasHoofdwasWaterstand: laagWasritme: normaalSpoelenWaterstand: gemiddeldSpoelgangen: 2CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaCombinatiewasHoofdwasWaterstand: laagWasritme: normaalSpoelenWaterstand: hoogSpoelgangen: 2CentrifugerenCentrifugerentussen de spoelgangen2): jaEindcentrifugeren: jaStijvenWaterstand: laagWasritme: normaalEindcentrifugeren: jaExtra spoelenWaterstand: hoogSpoelgangen: 2Eindcentrifugeren: jaNadere bijzonderheden over het pro-grammaverloop:1) Een derde spoelgang wordt uitge-voerd wanneer:– er teveel schuim in de trommel zit;– er een lager centrifugetoerental isgekozen dan 700 omw/min;–Zonder centrifugerenis gekozen.2) Centrifugeren tussen de spoel-gangenHet wasgoed wordt tussen de spoel-gangen gecentrifugeerd.3) Een derde spoelgang wordt uitge-voerd wanneer:Zonder centrifugerenis gekozen.Het centrifugeren tussen de spoel-gangen wordt overgeslagen wanneer:Zonder centrifugerenis gekozen.Zo wast u goed31

In het wasgoed bevindt zich een etiketmet textielbehandelingssymbolen. Ditetiket doet aanbevelingen voor de juistebehandeling van het artikel waarop hetis aangebracht. Het mag niet wordenverward met een garantie hoe het tex-tiel zich in het gebruik zal gedragen.Het behandelingsetiket waarborgt dathet textielproduct bij de aanbevolen be-handeling lijdt.geen schade Een artikel waarop een behandelings-etiket met de symbolen is aangebrachtmoet voldoen aan bepaalde eisen vanwasechtheid, wrijfechtheid en water-echtheid van de kleuren. Het mag nietteveel krimpen of vervormen, de lijmenmogen niet loslaten en bij de eerste vierkeer reinigen zijn ontleding, smelten,vergelen, pillen en blijvende kreukelsontoelaatbaar.Behandelingen en temperaturen diemilder zijn dan op het etiket aangege-ven zijn altijd toegestaan.De waskaart is als handige sticker bijde VTWS verkrijgbaar.

U kunt deze stic -ker op uw Miele-wasautomaat plakken.Meer informatie over textiel en de reini-ging ervan treft u aan in het boekje"Textiel ABC". Ook dit boekje kunt u bijde VTWS verkrijgen en wel door over-making van 8,- op gironummerÄ666402 t.n.v. VTWS in Delft.Het telefoonnummer van de VTWS is015 - 261 12 05.Zo wast u goed33

Ook vloeibare,compacte (geconcentreerde) wasmid-delen, tabletten en wasmiddelen metverschillende componenten.U kunt ook eventueel bijgevoegde do-seerbolletjes of doseerzakjes ge -bruiken.Wasgoed van wol of wolmengweefselskunt u het beste met een wolwasmiddelwassen.Tips voor het gebruik en voor de dose-ring van de wasmiddelen bij volle bela-ding kunt u vinden op de wasmiddel-verpakking.Het doseren van wasmiddelDe dosering is van verschillende facto-ren afhankelijk.– De hoeveelheid wasgoed– De mate waarin dit is vervuildLicht vervuildEr zijn geen vuile vlekken te zien,maar de kledingstukken ruiken nietmeer zo fris.Normaal vervuildEr zijn lichte vlekken te zien.Sterk vervuildEr zijn donkere vlekken te zien.– De waterhardheidWanneer u de hardheidsgraad in uwregio niet weet, informeer daar dannaar bij uw waterleidingbedrijf.WaterhardheidHardheids-graadEigenschapvan het waterDuitsehardheid°dHI Zacht 0 - 10II Gemiddeld 10 - 16III Hard totzeer hardü16WateronthardingsmiddelWanneer het water harder is dan10° dH kunt u een wateronthardings-middel gebruiken om wasmiddel te be-sparen.De juiste dosering vindt u op de ver-pakking.Doseer eerst het wasmiddel en dan pashet onthardingsmiddel.Het wasmiddel kunt u normaal toevoe-gen, d.w.z.

Wasverzachters en stijfselsMet wasverzachters wordt uw wasgoedextra zacht en minder statisch.Met synthetische stijfsels krijgt u hetwasgoed beter in model.Met andere stijfsels wordt wasgoed stijf.^Doseer de middelen volgens de aan-wijzingen van de fabrikant.Automatisch spoelen met wasver-zachter of stijfsel^Doseer de wasverzachter of het (syn -thetische) stijfsel in vakje . pDoseerniet hoger dan de pijl.De wasverzachter of het (synthetische)stijfsel wordt automatisch met hetlaatste spoelwater in de trommel ge-spoeld.

Aan het einde van het waspro-gramma blijft er een klein beetje waterin vakje staan.pWanneer u verschillende keren auto-matisch met stijfsel heeft gespoeld,reinig dan de wasmiddellade.Reinig vooral het kanaal voor dewasverzachter en de zuighevel.Zie hoofdstuk: "Reiniging en onder-houd", paragraaf: "Het reinigen vande wasmiddellade".Apart spoelen met wasverzachter ofsynthetisch stijfsel^Doseer de wasverzachter of het syn -thetische stijfsel in vakje .p^Draai de programmakeuzeschake-laar opStijven.^Kies een centrifugetoerental.^Druk op deStart- toets.Apart spoelen met stijfsel^Doseer het stijfsel en bereid het voorzoals op de verpakking beschrevenstaat.^Doseer het stijfsel in vakje .i^Draai de programmakeuzeschake-laar opStijven.^Kies een centrifugetoerental.^Druk op deStart- toets.Het kleuren en ontkleuren^Het gebruik van textielverf in de was-automaat is alleen toegestaan voorhuishoudelijke doeleinden.

Neem nietmeer verf dan strikt nodig is. Wordt erteveel geverfd dan kan het in de verfaanwezige zout het roestvrij staalaantasten. Neem de aanwijzingenvan de textielverffabrikant precies inacht.^Gebruik geen ontkleuringsmiddelenin de wasautomaat.Wasmiddelen35

Elektronische programmaver-grendelingMet het inschakelen van de program-mavergrendeling voorkomt u dat dewasautomaat tijdens het wassenwordt geopend en dat het waspro-gramma wordt afgebroken.Het inschakelen van de programma-vergrendeling^Druk na het starten van het program-ma minstens 4 seconden op deStart- toets totdat het controlelampjeVer-grendelingbrandt.

Dit lampje bevindtzich rechts onder op het bedienings-paneel.De programmavergrendeling is nu in-gesteld.Het apparaat accepteert nu geen wij-zigingen meer en maakt het waspro-gramma helemaal af.Na afloop van het wasprogrammawordt de programmavergrendeling au-tomatisch opgeheven.Het uitschakelen van de programma-vergrendeling^Druk minstens 4 seconden op deStart- toets totdat het controlelampjeVergrendelinguitgaat.Uitzondering:De programmakeuzeschakelaar is opeen andere stand gezet en in het pro-grammaverloop knippert het controle-lampjeEinde.^Draai de programmakeuzeschake-laar op het programma dat u eerderheeft ingesteld.Het controlelampjeEindegaat uit.^Druk minstens 4 seconden op deStart- toets totdat het controlelampjeVergrendelinguitgaat.Bedieningsfuncties36

Elektronische afsluitfunctieMet het inschakelen van de elektroni-sche afsluitfunctie voorkomt u dat uwapparaat door vreemden kan wordengebruikt.Wanneer deze afsluitfunctie is inge -schakeld kan er geen programma wor-den gestart.Het inschakelen van de afsluitfunctieDit is alleen mogelijk als:– het deksel gesloten is– en de programmakeuzeschakelaarop standEindestaat.ASchakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets in.BDruk de toets voor de extra functiesIntensief, Voorwas en Inwekenin enhoud deze tijdens de volgende stap-pen tot en met ingedrukt.C ECDraai de programmakeuzeschake-laar langzaam, stap voor stap en metde klok mee opWitte was/Bonte was60°C.DDraai de programmakeuzeschake-laar langzaam, stap voor stap en te-gen de klok in op standEinde.EDraai de programmakeuzeschake-laar langzaam, stap voor stap en te-gen de klok in opFijne waskoud.Het controlelampjeVergrendeldknip-pert.FLaat de toets voor de extra functiesIntensief, Voorwas en Inwekenlos.GDraai de programmakeuzeschake-laar op standEinde.HSchakel de wasautomaat met deI-Aan/0-Uit- toets uit.Het uitschakelen van de afsluitfunc-tie^Herhaal de stappen tot en met .A FHet controlelampjeVergrendeldgaatuit.Bedieningsfuncties37

,Haal vóórdat u de wasautomaateen reinigings- of onderhoudsbeurtgeeft de spanning van het apparaat.Het reinigen van de wasauto-maat^Reinig de wasautomaat met een mildreinigingsmiddel of sopje.Wrijf de automaat daarna met eenzachte doek droog.^Reinig de wastrommel met een reini-gingsmiddel voor roestvrij staal.Het reinigen van de wasmiddelladeVerwijder eventuele resten wasmiddelregelmatig.^Trek de wasmiddellade naar buiten.^Trek het bakje voor de wasverzachteren de zuighevel uit de wasmiddella-de (zie pijl).^Reinig de wasmiddellade, het was-verzachterbakje en de zuighevel metwarm water.^Reinig ook het pijpje, waar de zuig-hevel overheen wordt geschoven.,Gebruik geen oplosmiddelhou-dende reinigingsmiddelen, schuur-middelen, glas- of allesreinigers.Deze kunnen namelijk kunststof op-pervlakken en andere onderdelenbeschadigen.Spuit de wasautomaat in geen gevalmet een waterspuit schoon.Reiniging en onderhoud38

Het reinigen van het water-toevoerzeefjeDe wasautomaat heeft één zeefje terbescherming van de watertoevoerklep.Dit zeefje aan het vrije uiteinde van dewatertoevoerslang moet u ongeveer 1keer in het half jaar controleren. Wan-neer de watertoevoer vaak wordt on-derbroken moet u misschien vaker con-troleren.^Draai de waterkraan dicht.^Schroef de toevoerslang van de wa-terkraan.^Trek het rubberen dichtingsringetje 1uit de groef.^Pak het kunststof zeefje met een2 combinatie- of punttang aan de op-staande rand in het midden vast entrek het eruit.^Reinig het kunststof zeefje.^Monteer alles weer in omgekeerdevolgorde.^Schroef de slang stevig aan de kraanvast.^Draai de kraan open.^Draai de schroefkoppeling nog watvaster aan als er nog water uitloopt.Het zeefje nadat het is gereimoet -nigd weer worden teruggeplaatst.Reiniging en onderhoud39

Het oplossen van problemen . . .De meeste problemen waar u in het dagelijks gebruik mee te maken zou kunnenkrijgen kunt u zelf oplossen.In al die gevallen hoeft u de Technische Dienst niet te bellen en kunt u tijd en kos-ten besparen.De volgende tabellen helpen u om de oorzaken van een probleem te vinden en uitde wereld te helpen. Bedenk echter:,Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door erkende vakmensenworden uitgevoerd.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele W 173 F stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden