Miele km464 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele km464 (36 pagina’s), behorend tot de categorie Kookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Miele km464 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Kookplaat |
| Model: | km464 |
Handleiding Miele km464 – volledige tekst
Algemeen. 4KM 460 / KM 465. 4KM 461 / KM 464 / KM 466. 5KM 463 / KM 468 / KM 469. 6Sensortoetsen en info-displays. 7Kookzones. 8Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 9Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 15Vóór het eerste gebruik. 16Informatie vooraf. 16Reiniging voor het eerste gebruik. 17Bediening. 18Sensortoetsen. 18Inschakelen. 18Tabel vermogensstanden. 19Aankookautomaat. 20Kookzonevergroting. 21Uitschakelen en restwarmte-indicatie. 22De juiste pannen. 23Tips om energie te besparen. 23Inhoud2.
Het inbouwen en aansluitenvan het apparaatDit apparaat mag uitsluitend dooreen vakman worden ingebouwd enaangesloten. Deze is precies op dehoogte van de landelijke voorschriftenen van de voorschriften van het ge-meentelijke energiebedrijf en houdtzich daar strikt aan. Wanneer er bij hetinbouwen en aansluiten van het appa-raat fouten worden gemaakt, kan de fa-brikant niet aansprakelijk worden ge-steld voor schade die daar eventueelhet gevolg van is.De elektrische veiligheid van hetapparaat is alleen dan gewaar-borgd als het wordt aangesloten opeen volgens de voorschriften geïnstal-leerd aardingssysteem. Het is belang-rijk dat u dit controleert en in geval vantwijfel de huisinstallatie door een vak-man laat controleren.
De fabrikant kanniet aansprakelijk worden gesteld voorschade die is ontstaan door een ont-brekende of beschadigde aarddraad(bijvoorbeeld een elektrische schok).Het apparaat mag niet met behulpvan een verlengsnoer op het elek-triciteitsnet worden aangesloten, wantdan is de veiligheid van het apparaatniet gegarandeerd.Het apparaat mag niet worden in-gebouwd boven vaatwassers, was-en droogapparaten, alsmede koel- envriesapparatuur. De soms aanzienlijkestralingswarmte van de kookplaat zoude desbetreffende apparaten kunnenbeschadigen.Dit apparaat mag uitsluitend dooreen vakman op een niet-stationairelocatie (bijvoorbeeld een boot of cam-per) worden ingebouwd en aangeslo-ten. Hierbij moet aan alle voorwaardenvoor een veilig gebruik worden vol-daan.Alleen voor kookplaten metfacetrand (geslepen rand):Na het inbouwen kan de eerste dageneen spleet zichtbaar zijn tussen dekookplaat en het werkblad.
Deze spleetzal door het gebruik kleiner worden. Deelektrische veiligheid van het apparaatis echter altijd gewaarborgd.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9
Verantwoord gebruikLees de gebruiksaanwijzing aan-dachtig door voordat u uw appa-raat voor het eerst gebruikt. Dat is vei-liger voor uzelf en u voorkomt onnodigeschade aan het apparaat.Gebruik het apparaat alleen als hetis ingebouwd. Alleen dan kunt u erzeker van zijn dat u niet met delen inaanraking komt die onder spanningstaan.Dit apparaat is uitsluitend bestemdvoor huishoudelijk gebruik.Gebruik het apparaat alleen voorhet bereiden van gerechten. Ge-bruik voor andere doeleinden is niettoegestaan en kan gevaarlijk zijn. Defabrikant kan niet aansprakelijk wordengesteld voor schade die wordt veroor-zaakt door gebruik voor andere doel-einden dan hier aangegeven of doorfoutieve bediening.Gebruik dit apparaat niet om ereen ruimte mee te verwarmen.Door de hoge temperaturen kunnenbrandbare voorwerpen in de buurt vanhet apparaat vlam vatten.
KinderenMaak gebruik van de vergrende-ling, zodat kinderen het apparaatniet onbedoeld kunnen inschakelen ofinstellingen kunnen wijzigen.Het apparaat is bedoeld voor ge-bruik door volwassenen die volle-dig op de hoogte zijn van de inhoudvan deze gebruiksaanwijzing. Kinderenkunnen de gevaren van een apparaatniet altijd goed inschatten. Houd daar-om voldoende toezicht.Oudere kinderen mogen het appa-raat alleen gebruiken als ze wetenhoe ze het apparaat veilig moeten be-dienen. Ze moeten zich bewust zijn vande gevaren van een foutieve bediening.Laat kinderen niet met het appa-raat spelen.Het apparaat wordt tijdens het ge-bruik heet en blijft dat ook nog eni-ge tijd nadat het apparaat is uitgescha-keld.
Houd kinderen op een afstand,totdat het apparaat voldoende is afge-koeld en er geen verbrandingsgevaarmeer bestaat.Bewaar geen voorwerpen die voorkinderen interessant zijn in kastjesboven of achter het apparaat. De kin-deren klimmen anders misschien ophet apparaat en kunnen zich er danaan branden.Kinderen kunnen ook verbran-dingen oplopen als zij pannen vanhet apparaat trekken. Bij de vakhan-delaar is een speciaal rek verkrijgbaardat ervoor zorgt dat kinderen niet meerbij het apparaat kunnen komen.Verpakkingsmateriaal (zoals foliesen piepschuim) kan gevaarlijk zijnvoor kinderen. Verstikkingsgevaar! Be-waar het verpakkingsmateriaal dan ookbuiten het bereik van kinderen en zorgdat het zo snel mogelijk wordt afge-voerd.Als u het apparaat afdankt, trekdan de stekker uit het stopcontact.Maak de stekker en de aansluitkabelonbruikbaar.
Het voorkomen van schadeaan het apparaatLaat geen voorwerpen op de kera-mische plaat vallen. Zelfs een lichtvoorwerp, zoals een zoutvaatje, kanscheuren of barsten veroorzaken alshet verkeerd terechtkomt.Gebruik geen pannen of schalenmet een niet gepolijste bodem (bij-voorbeeld gietijzer) of met een scherpebodemrand. Daardoor ontstaan kras-sen die niet meer te verwijderen zijn.Ook zandkorrels kunnen krassen ver-oorzaken.Voorkom dat suiker in vaste ofvloeibare vorm, kunststof en alumi-niumfolie op hete kookzones terecht-komen. Deze stoffen smelten, klevenvast en kunnen bij afkoeling scheuren,barsten en andere beschadigingen aande keramische plaat veroorzaken. Komtper ongeluk toch iets op een hete kook-zone terecht, vermeng de suikerhou-dende stoffen dan onmiddellijk metwater.
Schakel vervolgens de kookzoneuit en verwijder de resten met eenschraper, zolang de plaat nog heet is.Let op dat u daarbij uw handen nietbrandt. Reinig de plaat verder als dezeis afgekoeld. Gebruik daarvoor eenspeciaal reinigingsmiddel voor kookpla-ten.Om te voorkomen dat verontreini-gingen inbranden, moet u deze zosnel mogelijk verwijderen. Zorg dat ookde bodem van een te gebruiken pan ofschaal schoon, vetvrij en droog is.Reinig het apparaat nooit met eenstoomreiniger. De stoom kan inaanraking komen met onder spanningstaande delen en kortsluiting veroorza-ken. Door de stoom kunnen ook het op-pervlak en onderdelen van het appa-raat blijvend beschadigd raken, waar-voor de fabrikant niet aansprakelijk kanworden gesteld.Gebruik geen kookgerei met een tedunne bodem. Verhit kookgereinooit leeg, tenzij de fabrikant van hetkookgerei een dergelijk gebruik uitdruk-kelijk toestaat.
Het voorkomen van brandwon-denWanneer u de kookzones gebruikt,worden deze zeer heet. Ook na hetuitschakelen blijven ze dat nog enigetijd. De restwarmte-indicator geeft aanof een kookzone nog heet is.Trek altijd ovenwanten aan of ge-bruik pannenlappen als u met hethete apparaat werkt. De ovenwanten ofpannenlappen mogen niet nat of voch-tig zijn, omdat ze de warmte dan betergeleiden. U kunt zich branden!Verwarm geen dichte blikken endergelijke op de kookzones, an-ders ontstaat er overdruk waardoor deblikken uiteenspatten en u zich kuntverwonden.Gebruik het apparaat niet als werk-blad. Als het apparaat per ongelukwordt ingeschakeld of als het nog heetis, kunnen voorwerpen - afhankelijk vanhet materiaal - heet worden, smelten ofvlam vatten.Dek het apparaat nooit af met eendoek of iets dergelijks.
Als het ap-paraat nog heet is of wordt ingescha-keld, bestaat er brandgevaar.Houd het apparaat goed in de ga-ten wanneer u met olie of vettenwerkt. Oververhit vet en oververhitteolie kunnen vlam vatten. Daarbij kanook de afzuigkap in brand raken.Brandgevaar!Mocht het vet of de olie toch eenkeer vlam vatten, gebruik dan nooitwater voor het blussen! Doof de vlam-men met een geschikte deksel, eenvochtige doek of iets dergelijks.Flambeer nooit onder een afzuig-kap. Door de vlammen kan de af-zuigkap in brand vliegen.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13
Als het apparaat defect isWanneer u een defect aan het ap-paraat constateert, schakel daneerst het apparaat uit en daarna dehoofdschakelaar van de huisinstallatie. Draai smeltveiligheden er volledig uit. Ishet apparaat niet ingebouwd en heefthet geen vaste aansluiting, trek dan ookde aansluitkabel uit het stopcontact. Pak de aansluitkabel bij de stekkervast. Bel nu de Technische Dienst. Zorg ervoor dat de hoofdschakelaarniet weer wordt ingeschakeld en dat ergeen spanning op het apparaat komt,totdat het defect is verholpen. Houdt u er rekening mee dat ookbij scheuren en barsten in het ap-paraat sprake is van een defect. U kuntdan een elektrische schok krijgen. Reparaties mogen alleen door eenvakman worden uitgevoerd. Bij on-deskundig uitgevoerde reparaties looptde gebruiker grote risico’s en kan hetapparaat beschadigd raken. Opennooit de ommanteling van het apparaat.
Als dit apparaat binnen de garan-tieperiode defect raakt, mag het al-leen door de Technische Dienst wordengerepareerd, anders vervalt de garan-tie. Het voorkomen van andere ge-varenAls u een stopcontact in de buurtvan het apparaat gebruikt, let erdan op dat aansluitkabels van andereapparaten niet in aanraking komen methete kookzones. De isolatie van de ka-bels kan beschadigd raken, waardoor ueen elektrische schok kunt krijgen. Zorg ervoor dat gerechten altijdvoldoende worden verhit. Eventue-le bacteriën in het eten worden alleengedood, wanneer de temperatuur hooggenoeg is (> 70 °C) en lang genoegwordt aangehouden (> 10 min. ). Gebruik geen serviesgoed vankunststof of aluminiumfolie, wantdat smelt bij hoge temperaturen. Brandgevaar. Als een huisdier op de kookplaatkomt, kan het dier een sensortoetsaanraken en een kookzone inschake-len. Houd dieren daarom bij het appa-raat vandaan.
Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Hetverpakkingsmateriaal is uitgekozen methet oog op een zo gering mogelijke be-lasting van het milieu en de mogelijkhe-den voor recycling. Hergebruik van hetverpakkingsmateriaal remt de afvalpro-ductie en het gebruik van grondstoffen.Vaak neemt de leverancier de verpak-king terug. Als u de verpakking zelfwegdoet, informeer dan bij de reini-gingsdienst van uw gemeente waar udie kunt afgeven.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten vaak nog waardevollematerialen. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die voor het functio-neren en de veiligheid van het apparaatnodig waren. Als u het apparaat bij hetgewone afval doet of bij verkeerde be-handeling kunnen deze stoffen schade-lijk zijn voor de gezondheid en het mili-eu.
Verwijder het afgedankte apparaatdan ook nooit met het gewone afval.Lever het apparaat in bij een gemeen-telijk inzameldepot voor elektrische enelektronische apparatuur.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen. Hierover vindt u meerinformatie in het hoofdstuk "Veiligheids-instructies en waarschuwingen".Een bijdrage aan de bescherming van het milieu15
Reiniging voor het eerstegebruikWij raden u aan het apparaat met eenvochtige doek te reinigen en daarnaweer droog te wrijven, voordat u hetvoor het eerst gebruikt.Gebruik voor het reinigen van dekeramische plaat geen afwasmiddel,omdat daardoor blijvende blauwevlekken kunnen ontstaan.De metalen delen van het apparaat zijnvoorzien van een speciaal bescherm-laagje, waardoor bij het eerste gebruikgeurtjes kunnen ontstaan. Wanneer ergeurtjes en damp vrijkomen, betekentdat niet dat het apparaat defect is ofverkeerd is aangesloten. Ze verdwijnenna korte tijd.Vóór het eerste gebruik17
SensortoetsenHet bedieningspaneel van uw kera-mische kookplaat is voorzien van elek-tronische sensortoetsen. Deze reage-ren op vingercontact. U kunt de kook-zones bedienen door met uw vinger dejuiste toetsen aan te tippen. De kook-plaat reageert daarop telkens met eenakoestisch signaal.Bedien alleen de betreffendetoetsen. Druk daarbij van boven ophet midden van de toets. Houd hetbedieningspaneel altijd vrij enschoon, anders reageren de toetsenniet of u activeert onbedoeld func-ties. Ook kan de kookplaat dan auto-matisch worden uitgeschakeld (ziede rubriek "Automatische uitschake-ling"). Zet nooit hete pannen op hetbedieningspaneel om beschadigingvan de elektronische onderdelen tevoorkomen.InschakelenOm de kookzones te kunnen gebruiken,moet u eerst de kookplaat inschakelen.Zo schakelt u de kookplaat in:^Druk op de Aan/Uit-toets s.In de displays van alle kookzones ver-schijnt een 0.
Voert u daarna geenwaarden in, dan wordt de kookplaat omveiligheidsredenen na enkele secondenweer uitgeschakeld.Zo schakelt u een kookzone in:^U schakelt een kookzone in door debetreffende toets -of +aan te tippen.Kies een vermogensstand tussen 1en 9.Als u daarbij met -begint, kiest u kokenmet aankookautomaat. Als u met +be-gint, kiest u koken zonder aan-kookautomaat (zie de rubriek "Aankook-automaat").Wilt u nog een kookzone inschakelen,waarvan de 0al uit het display is ver-dwenen, raak dan één keer kort de bij-behorende toets -of +aan. De 0ver-schijnt en u kunt een vermogensstandkiezen, met of zonder aankookauto-maat.Bediening18
Als u extra hoge pannen gebruikt, zonderdeksel kookt of grotere hoeveelheden bereidt, moet een hogere stand worden in-gesteld. Kies een lagere stand, als u kleinere hoeveelheden bereidt.Bediening19
AankookautomaatAls de aankookautomaat geactiveerdis, wordt de desbetreffende kookzoneeen bepaalde tijd op het hoogste ver-mogen ingeschakeld. Daarna wordtnaar de doorkookstand teruggescha-keld. De aankooktijd hangt af van de in-gestelde doorkookstand (zie tabel).De hoge doorkookstanden (geschiktvoor braden) hebben kortere aankook-tijden. Deze zijn voldoende om de ge-bruikte pannen en schalen snel te ver-hitten.Doorkookstand Aankooktijd inminuten en se-conden (ca.)1 1 : 202 2 : 453 4 : 054 5 : 305 6 : 506 1 : 207 2 : 458 2 : 459-Het activeren van de aankookauto-maat:^Als in het display van de kookzoneeen 0te zien is, drukt u op de-toets totdat de gewenste doorkook-stand verschijnt, bijvoorbeeld 6.Gedurende de aankooktijd brandt ereen controlelampje (een punt) rechtsnaast de doorkookstand.
KookzonevergrotingAls u grote pannen gebruikt, kunt u dekookzonevergroting van een vario-kookzone of braadzone inschakelen.^Schakel de kookzone in en kies metde toets -of +een vermogensstand.^Tip vervolgens de sensortoets voorde kookzonevergroting naan.Als er een 0in het display van de kook-zone staat, kunt u ook eerst toets naantippen en daarna een vermogens-stand instellen.Als de kookzonevergroting is ingescha-keld, brandt het bijbehorende controle-lampje.U schakelt de kookzonevergroting weeruit door opnieuw toets naan te tippen.U kunt ook de vermogensstand van dekookzone op 0zetten.Bediening21n5
Uitschakelen enrestwarmte-indicatieZo schakelt u een kookzone uit:^Druk tegelijk op de -en +toets vande betreffende kookzone.In het display verschijnt gedurende eni-ge seconden een 0. Is de kookzonenog heet, dan wordt daarna de rest-warmte aangegeven.Zo schakelt u de kookplaat uit:^Druk op de Aan/Uit-toets s.Nu zijn alle kookzones uitgeschakeld.In de displays van de kookzones dienog heet zijn, wordt de restwarmte aan-gegeven.De restwarmte-indicatoren verdwijnenpas uit het display als de kookzoneszover zijn afgekoeld dat u deze zondergevaar kunt aanraken.Raak de kookzone niet aan als derestwarmte-indicator nog brandt. Ukunt zich anders branden! Leg ookgeen hittegevoelige voorwerpen opde kookzone.Houdt u er rekening mee dat derestwarmte-indicatoren niet op-lichten als er een stroomstoring isgeweest, zelfs al zijn de kookzonesnog heet.Bediening22h
De juiste pannen–De pannen moeten een stabiele on-derkant hebben die iets naar binnenbuigt. Als de bodem heet wordt,staat deze vlak op de kookzone. Isde bodem niet vlak, dan neemt debereidingstijd toe.koud heet– De diameter van de pan moetovereenkomen met die van de kook-zone of iets groter zijn, zodat geenenergie verloren gaat.Houdt u er rekening mee dat pan-nenfabrikanten vaak de diameter aande bovenkant vermelden. Van be-lang is echter alleen de (meestalkleinere) bodemdiameter.te klein goedTips om energie te besparen–Kook bij voorkeur met een deksel opde pan. Op die manier voorkomt udat er onnodig warmte ontsnapt.zonder deksel met deksel– Schakel bij een lange bereidingstijdde kookzone 5 tot 10 minuten voorhet einde uit. U maakt dan optimaalgebruik van de restwarmte.Bediening23
VergrendelingOm te voorkomen dat de kookplaat ofkookzones per ongeluk worden inge-schakeld of instellingen worden gewij-zigd, is dit apparaat voorzien van eenvergrendeling.De vergrendeling kan worden geacti-veerd, als de kookplaat is uitgescha-keld, maar ook als het apparaat in ge-bruik is.Wordt de vergrendeling geactiveerd,als de kookplaat uitgeschakeld is, dankan deze niet meer worden ingescha-keld.Wordt de vergrendeling geactiveerd,als de kookplaat in gebruik is, dan kandeze alleen nog beperkt wordenbediend:– De vermogensstanden van de kook-zones kunnen niet worden gewijzigd.– De kookzones en de kookplaat kun-nen wel worden uitgeschakeld, maardaarna niet weer worden ingescha-keld.Zo activeert u de vergrendeling:^Druk zo lang op de vergrendelings-toets atot het bijbehorende contro-lelampje verschijnt.Na korte tijd gaat het controlelampjeautomatisch uit.Het gaat weer branden, zodra u–de vergrendelingstoets aaanraakt.–iets wilt instellen.Zo schakelt u de vergrendeling uit:^Druk zo lang op de toets voor de ver-grendeling atot het controlelampjeuitgaat.Houdt u er rekening mee dat de ver-grendeling bij een stroomstoringwordt uitgeschakeld.Beveiligingen24
Automatische uitschakeling... als een kookzone te lang aanstaatDe kookplaat is voorzien van een bevei-liging die de plaat automatisch uitscha-kelt als u vergeet deze uit te zetten.Is een kookzone langdurig ingescha-keld geweest (zie tabel), zonder dat devermogensstand is gewijzigd, danwordt de kookzone automatisch uitge-schakeld. In het display verschijnt derestwarmte-indicator.^Als u een kookzone weer wilt inscha-kelen, doet u dat zoals gebruikelijk.Vermogensstand Maximalebedrijfsduur inuren1102535445362728291Beveiligingen25
... als er iets op het bedieningspaneelligtDe kookplaat wordt automatisch uitge-schakeld als één of meer sensortoetsenlanger dan 10 seconden bedekt zijn,bijvoorbeeld als u uw hand erop legt,een gerecht overkookt of als er voor-werpen op liggen.Tegelijk hoort u om de 30 secondeneen akoestisch signaal (gedurendemaximaal 10 minuten) en knippert in dedisplays van de bedekte sensortoetsende letter F:^Reinig het bedieningspaneel c.q. ver-wijder de voorwerpen.Het signaal gaat uit en de Fverdwijntuit het display.^Schakel de kookplaat weer in met deAan/Uit-toets s. U kunt het apparaatnu weer in gebruik nemen.Beveiligingen26
OververhittingsbeveiligingAlle kookzones zijn voorzien van eenoververhittingsbeveiliging(temperatuurbegrenzer). Deze schakeltde kookzone automatisch uit, als dekeramische plaat te heet wordt. Zodrade plaat weer voldoende is afgekoeld,wordt de kookzone weer ingeschakeld.De oververhittingsbeveiliging reageert,wanneer–een kookzone wordt ingeschakeld,zonder dat er een pan op staat.–leeg kookgerei verhit wordt.–de bodem van de pan niet gelijkma-tig op de kookzone aansluit.–de pan de warmte niet goed geleidt.Dat de oververhittingsbeveiliging actiefis, ziet u daaraan dat de kookzone ookop de hoogste vermogensstand in- enuitgeschakeld wordt.Beveiligingen27
Gebruik nooit een stoomreinigervoor het reinigen van dit apparaat.De stoom kan in aanraking komenmet onder spanning staande delenen zo een kortsluiting veroorzaken.Bovendien kunnen door de stoomhet oppervlak en onderdelen van hetapparaat blijvend beschadigd ra-ken, waarvoor de fabrikant niet aan-sprakelijk kan worden gesteld.Gebruik geen puntige voorwerpen,zodat de dichtingen tussen de kera-mische plaat en de lijst dan wel tus-sen lijst en werkblad niet bescha-digd raken.Gebruik nooit zand-, soda-/alkali-,zuur- of chloridehoudende reini-gingsmiddelen, dan wel ovenspray,reinigingsmiddelen voor vaatwas-sers, staalwol, ruwe sponzen of har-de borstels. Gebruik ook geen spon-zen of andere hulpmiddelen die nogresten schuurmiddel bevatten.
Dezetasten het oppervlak aan.Gebruik voor het reinigen van dekeramische plaat geen afwasmiddel,omdat daardoor blijvende blauwevlekken kunnen ontstaan.Als u een speciaal reinigingsmiddelvoor keramische platen gebruikt,houdt u zich dan aan de aanwijzin-gen van de fabrikant.Wis de kookzones vervolgens meteen vochtige doek af. Er mogengeen resten reinigingsmiddel op deplaat achterblijven, omdat deze dekookplaat kunnen aantasten.Om te voorkomen dat verontreini-gingen inbranden, moet u deze zosnel mogelijk verwijderen. Zorg datook de bodem van een te gebruikenpan of schaal schoon, vetvrij endroog is.Wrijf het apparaat na elke vochtigereiniging droog. Zo voorkomt u kalk-afzetting.Reiniging en onderhoud28
Reinig het apparaat regelmatig, bijvoorkeur na elk gebruik. Laat de kook-plaat eerst voldoende afkoelen.Verwijder alle grove verontreinigingenmet een vochtige doek. Vastgekoekteverontreinigingen verwijdert u met eenschraper.Reinig de plaat vervolgens grondig meteen speciaal reinigingsmiddel voorkeramische platen en met keukenpa-pier of een schone doek. Ook kalkres-ten (van overgekookt water) en alumini-umvlekken worden zo verwijderd.Wis het oppervlak daarna met eenvochtige doek af en wrijf de plaat weerdroog.Eventueel kunt u een speciaal middelgebruiken dat een water- en vuilafsto-tend laagje vormt.Komt suiker, suikerhoudend voedsel,kunststof of aluminiumfolie op eenhete kookzone terecht, vermeng de sui-kerhoudende stoffen dan onmiddellijkmet water.
Schakel vervolgens de kook-zone uit en verwijder de resten met eenschraper, zolang de plaat nog heet is.Let op dat u daarbij uw handen nietbrandt. Reinig de plaat verder als dezeis afgekoeld. Ga daarbij te werk zoalsin het voorgaande is beschreven.Bij apparaten met een aluminium lijst(zie typeplaatje) is de lijst kras-, alkali-en zuurgevoelig. Ga bij het reinigendan ook behoedzaam te werk. Gebruikbeslist geen reinigingsmiddelen voorroestvrij staal of kalkoplossende mid-delen. Verwijder verontreinigingen ophet aluminium meteen, omdat het mate-riaal aangetast wordt als verontreini-gingen lang inwerken. Bij intensief ge-bruik van speciale reinigingsmiddelenvoor keramische platen kan de lijst naverloop van tijd gaan glanzen.Reiniging en onderhoud29
Reparaties aan elektrische appara-ten mogen alleen door vakmensenworden uitgevoerd. Ondeskundiguitgevoerde reparaties leveren ge-vaar op voor de gebruiker.Wat moet u doen als . . .... de kookplaat respectievelijk dekookzones niet kunnen worden inge-schakeld?Controleer of– de vergrendeling geactiveerd is. Isdat het geval, hef deze dan op (ziede rubriek "Vergrendeling").– de zekering van de huisinstallatiedoorgeslagen is.Is het probleem dan nog niet opgelost,haal dan ca. 1 minuut de elektrischespanning van het apparaat en wel alsvolgt:–Schakel de hoofdschakelaar van dehuisinstallatie uit c.q. draai de des-betreffende stop eruit of–schakel de aardlekschakelaar uit.Nadat de zekering, de hoofd- of deaardlekschakelaar weer is ingescha-keld, kunt u het apparaat weer normaalgebruiken. Waarschuw een elektricienof de Technische Dienst als u de sto-ring niet zelf kunt verhelpen....
het apparaat tijdens het gebruikwordt uitgeschakeld en in het displayvan ten minste één kookzone de rest-warmte-indicator of een knipperendeFverschijnt en er eventueel eenakoestisch signaal te horen is?Waarschijnlijk was een kookzone telang ingeschakeld of lag er iets op desensortoetsen (zie de rubriek "Automa-tische uitschakeling").... de verwarming van een kookzoneop de hoogste vermogensstand in-en uitgeschakeld wordt?De oververhittingsbeveiliging is geacti-veerd (zie de rubriek "Oververhittings-beveiliging").... de inhoud van een pan niet of nau-welijks begint te koken, hoewel u deaankookautomaat heeft ingescha-keld?De oorzaak kan zijn dat–de pan de warmte niet goed geleidt.–grote hoeveelheden worden verhit.Kies de volgende keer een hogeredoorkookstand of stel eerst de hoogstevermogensstand in en schakel daarnahandmatig terug naar een lagere stand.Wat moet u doen als. . . ?30
... de gevoeligheid van de sensor-toetsen te groot of te klein is?De instelling van de sensortoetsen isveranderd. U kunt dit als volgt corrige-ren:–Zorg eerst dat zon- of kunstlicht nietdirect op de kookplaat valt. De om-geving van de kookplaat mag echterook niet te donker zijn.–Er mogen zich geen voorwerpen opde kookplaat en de sensortoetsenbevinden. Verwijder eventueel kook-gerei en reinig de kookplaat indiendat nodig is.– Onderbreek vervolgens de stroom-voorziening van de kookplaat gedu-rende ca. 1 minuut.Zodra u de stroomvoorziening herstelt,wordt de gevoeligheid van de sensor-toetsen opnieuw ingesteld.Mocht het probleem daarna nog nietzijn verholpen, neem dan contact opmet de Technische Dienst.Wat moet u doen als. . . ?31
Elektrische aansluitingDit apparaat mag uitsluitend door eenerkend elektricien op het elektriciteits-net worden aangesloten. Deze is op dehoogte van de landelijke voorschriftenen de voorschriften van het plaatselijkeenergiebedrijf en neemt ze zorgvuldigin acht.Dit apparaat mag alleen worden aan-gesloten op een huisinstallatie die vol-gens NEN 1010 is geïnstalleerd. Eenaansluiting op een voor het apparaatgeschikt stopcontact wordt aanbevo-len, omdat dat eventuele werkzaamhe-den voor de Technische Dienst makke-lijker maakt. Als de gebruiker niet meerbij het stopcontact kan komen of als ersprake is van een vaste aansluiting,moet het apparaat via een schakelaarmet alle polen van de netspanningkunnen worden losgekoppeld. De con-tactopening in uitgeschakelde toestandmoet minimaal 3 mm bedragen.
Ge-schikt zijn zelfuitschakelaars, ze-keringen en relais (EN 60 335).Voordat u het apparaat aansluit, dient ude aansluitgegevens (spanning en fre-quentie) op het typeplaatje te verge-lijken met de waarden van het elektrici-teitsnet.
Deze gegevens moeten beslistovereenkomen.Dit apparaat mag slechts aan één zij-kant en aan de achterkant aansluitenop meubels of wanden die hoger zijndan het apparaat zelf (zie de bijge-voegde montagehandleiding).Technische gegevensAansluitwaarde:Zie typeplaatje.Aansluiting op:AC 230 V / 50 HzZekering: 16 AVoor de aansluitmogelijkheden zie ookde bijgevoegde montagehandleiding.Aardlekschakelaar:Om extra veiligheid te kunnen garande-ren, wordt in de EU-voorschriften en-richtlijnen voor Nederland geadviseerdde huisinstallatie van een aardlekscha-kelaar (30 mA) te voorzien.Bij een beveiliging ß100 mA kan hetvoorkomen dat de aardlekschakelaarreageert, als het apparaat wordt in-geschakeld, nadat het enige tijd niet isgebruikt.Techniek32
Technische DienstVoor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u–uw Miele-vakhandelaar of–de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.Het adres en de telefoonnummers van Miele Nederland B.V. en de diverse afde-lingen vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.Voor een goede en vlotte afhandeling moet de Technische Dienst weten welk typeapparaat u heeft en welk serienummer het heeft. Beide gegevens vindt u op hettypeplaatje.Miele-Service-Verzekering-CertificaatVoor informatie over het Miele-Service-Verzekering-Certificaat kunt u zich wendentot uw Miele-vakhandelaar of de bijgaande folder raadplegen.TypeplaatjePlak hier het bijgevoegde typeplaatje. Controleer of de gegevens op het type-plaatje overeenkomen met de gegevens op het titelblad van deze gebruiksaanwij-zing.Techniek33
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele km464 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Kookplaat Miele
Handleiding Kookplaat
Nieuwste handleidingen voor Kookplaat