Miele km 418 1 Handleiding

Miele Kookplaat km 418 1

Bekijk gratis de handleiding van Miele km 418 1 (32 pagina’s), behorend tot de categorie Kookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 31 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Miele km 418 1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/32
Gebruiksaanwijzing
Inductiekookplaten
KM 418
KM 418-1
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw apparaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.
M
M.-Nr. 05 621 581

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Kookplaat
Model: km 418 1

Handleiding Miele km 418 1 – volledige tekst

Algemeen. 3Kookplaat. 3Sensortoetsen en info-displays. 4Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 5Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 12Vóór het eerste gebruik. 13Informatie vooraf. 13Reiniging voor het eerste gebruik. 13Bediening. 14Het inductieprincipe. 14De juiste pannen. 16Bedieningspaneel met sensortoetsen. 17Inschakelen. 17Tabel vermogensstanden. 18Aankookautomaat. 19Boosterfunctie. 20Uitschakelen en restwarmte-indicatie. 21Vergrendeling. 22Automatische uitschakeling. 23Oververhittingsbeveiliging. 24Reiniging en onderhoud. 26Nuttige tips. 28Techniek. 30Elektrische aansluiting. 30Technische gegevens. 30Klantcontacten. 31Typeplaatje. 31Inhoud2.

Het inbouwen en aansluitenvan het apparaatAls de stekker wordt verwijderd,mag dit apparaat uitsluitend dooreen vakman worden ingebouwd enaangesloten. Deze is precies op dehoogte van de landelijke voorschriftenen van de voorschriften van het ge-meentelijke energiebedrijf en houdtzich daar strikt aan. Wanneer er bij hetinbouwen en aansluiten van het appa-raat fouten worden gemaakt, kan de fa-brikant niet aansprakelijk worden ge-steld voor schade die daar eventueelhet gevolg van is.De elektrische veiligheid van hetapparaat is alleen dan gewaar-borgd als het wordt aangesloten opeen volgens de voorschriften geïnstal-leerd aardingssysteem. Het is belang-rijk dat u dit controleert en in geval vantwijfel de huisinstallatie door een vak-man laat controleren.

De fabrikant kanniet aansprakelijk worden gesteld voorschade die is ontstaan door een ont-brekende of beschadigde aarddraad(bijvoorbeeld een elektrische schok).Wordt het apparaat met een ver-lengkabel op de netspanning aan-gesloten, dan moeten de verlengkabelen de stekkerverbinding tegen vochtgeïsoleerd zijn.Het apparaat mag niet worden in-gebouwd boven vaatwassers, was-en droogapparaten, alsmede koel- envriesapparatuur. De soms aanzienlijkestralingswarmte van de kookplaat zoude desbetreffende apparaten kunnenbeschadigen. Bovendien is de ventila-tie van de kookplaat dan niet meer ge-waarborgd.Dit apparaat mag uitsluitend dooreen vakman op een niet-stationairelocatie (bijvoorbeeld een boot of cam-per) worden ingebouwd en aangeslo-ten. Hierbij moet aan alle voorwaardenvoor een veilig gebruik worden vol-daan.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5

Verantwoord gebruikLees de gebruiksaanwijzing aan-dachtig door voordat u uw appa-raat voor het eerst gebruikt. Dat is vei-liger voor uzelf en u voorkomt onnodigeschade aan het apparaat.Gebruik het apparaat alleen als hetis ingebouwd. Dit om te voorkomendat u per ongeluk onderdelen aanraaktdie onder spanning staan.Dit apparaat is uitsluitend bestemdvoor huishoudelijk gebruik.Gebruik het apparaat alleen voorhet bereiden van gerechten. Ge-bruik voor andere doeleinden is niettoegestaan en kan gevaarlijk zijn.De fabrikant kan niet aansprakelijk wor-den gesteld voor schade die wordt ver-oorzaakt door gebruik voor anderedoeleinden dan hier aangegeven ofdoor foutieve bediening.Het apparaat mag niet in de openlucht worden geplaatst en gebruikt.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6

KinderenMaak gebruik van de vergrende-ling, zodat kinderen het apparaatniet onbedoeld kunnen inschakelen ofinstellingen kunnen wijzigen.Het apparaat is bedoeld voor ge-bruik door volwassenen die volle-dig op de hoogte zijn van de inhoudvan deze gebruiksaanwijzing. Kinderenkunnen de gevaren van een apparaatniet altijd goed inschatten. Houd daar-om voldoende toezicht.Oudere kinderen mogen het appa-raat alleen gebruiken als ze wetenhoe ze het apparaat veilig moeten be-dienen. Ze moeten zich bewust zijn vande gevaren van een foutieve bediening.Laat kinderen niet met het appa-raat spelen.Het apparaat wordt tijdens het ge-bruik heet en blijft dat ook nog eni-ge tijd nadat het apparaat is uitgescha-keld.

Houd kinderen op een afstand,totdat het apparaat voldoende is afge-koeld en er geen verbrandingsgevaarmeer bestaat.Bewaar geen voorwerpen die voorkinderen interessant zijn in kastjesboven of achter het apparaat. De kin-deren klimmen anders misschien ophet apparaat en kunnen zich er danaan branden.Kinderen kunnen ook verbran-dingen oplopen als zij pannen vanhet apparaat trekken. Bij de vakhan-delaar is een speciaal rek verkrijgbaardat ervoor zorgt dat kinderen niet meerbij het apparaat kunnen komen.Verpakkingsmateriaal (zoals foliesen piepschuim) kan gevaarlijk zijnvoor kinderen. Verstikkingsgevaar! Be-waar het verpakkingsmateriaal dan ookbuiten het bereik van kinderen en zorgdat het zo snel mogelijk wordt afge-voerd.Als u het apparaat afdankt, trekdan de stekker uit het stopcontact.Maak de stekker en de aansluitkabelonbruikbaar.

Het voorkomen van schadeaan het apparaatLaat geen voorwerpen op de kera-mische plaat vallen. Zelfs een lichtvoorwerp als een zoutvaatje kan, alshet verkeerd terechtkomt, scheuren ofbarsten veroorzaken.Gebruik geen pannen of schalenmet een niet gepolijste bodem (bij-voorbeeld gietijzer) of met een scherpebodemrand. Daardoor ontstaan kras-sen die niet meer te verwijderen zijn.Ook zandkorrels kunnen krassen ver-oorzaken.Voorkom dat suiker in vaste ofvloeibare vorm, kunststof en alumi-niumfolie op hete kookzones terecht-komen. Deze stoffen smelten, klevenvast en kunnen bij afkoeling scheuren,barsten en andere beschadigingen aande keramische plaat veroorzaken. Komtper ongeluk toch iets op een hete kook-zone terecht, vermeng de suikerhou-dende stoffen dan onmiddellijk metwater.

Schakel vervolgens de kookzoneuit en verwijder de resten met eenschraper, zolang de plaat nog heet is.Let op dat u daarbij uw handen nietbrandt. Reinig de plaat verder als dezeis afgekoeld. Gebruik daarvoor eenspeciaal reinigingsmiddel voor kookpla-ten.Om te voorkomen dat verontreini-gingen inbranden, moet u deze zosnel mogelijk verwijderen. Zorg dat ookde bodem van een te gebruiken pan ofschaal schoon, vetvrij en droog is.Reinig het apparaat nooit met eenstoomreiniger. De stoom kan inaanraking komen met onder spanningstaande delen en kortsluiting veroorza-ken. Door de stoom kunnen ook het op-pervlak en onderdelen van het appa-raat blijvend beschadigd raken, waar-voor de fabrikant niet aansprakelijk kanworden gesteld.Zet geen hete pannen of schalenop of in de buurt van het bedie-ningspaneel.

Hierdoor kunnen de elek-tronische onderdelen onder het paneelbeschadigd raken.Bevindt zich onder het apparaateen lade, zorg dan voor voldoendeafstand tussen de inhoud van de ladeen de onderkant van het apparaat, an-ders is de ventilatie van de kookplaatniet gewaarborgd.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8

Het voorkomen van brandwon-denWanneer u de kookzones gebruikt,worden deze zeer heet. Ook na hetuitschakelen blijven ze dat nog enigetijd. De restwarmte-indicator geeft aanof een kookzone nog heet is.Trek altijd ovenwanten aan of ge-bruik pannenlappen als u met hethete apparaat werkt. De ovenwanten ofpannenlappen mogen niet nat of voch-tig zijn, omdat ze de warmte dan betergeleiden. U kunt zich branden!Verwarm geen dichte blikken endergelijke op de kookzones, an-ders ontstaat er overdruk waardoor deblikken uiteenspatten en u zich kuntverwonden.Gebruik het apparaat niet als werk-blad. Leg er vooral geen metalenvoorwerpen op. Als het apparaat perongeluk wordt ingeschakeld of als hetnog heet is, kunnen deze voorwerpen -afhankelijk van het materiaal - heet wor-den, smelten of vlam vatten.Dek het apparaat nooit af met eendoek of iets dergelijks.

Als het ap-paraat nog heet is, bestaat er brandge-vaar.Houd het apparaat goed in de ga-ten wanneer u met olie of vettenwerkt. Oververhit vet en oververhitteolie kunnen vlam vatten. Daarbij kanook de afzuigkap in brand raken.Brandgevaar!Mocht het vet of de olie toch eenkeer vlam vatten, gebruik dan nooitwater voor het blussen! Doof de vlam-men met een geschikte deksel, eenvochtige doek of iets dergelijks.Flambeer nooit onder een afzuig-kap. Door de vlammen kan de af-zuigkap in brand vliegen.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9

Als het apparaat defect isWanneer u een defect aan het ap-paraat constateert, schakel daneerst het apparaat uit en daarna dehoofdschakelaar van de huisinstallatie.Draai smeltveiligheden er volledig uit. Ishet apparaat niet ingebouwd en heefthet geen vaste aansluiting, trek dan ookde aansluitkabel uit het stopcontact.Pak de aansluitkabel bij de stekkervast.Bel nu de afdeling Klantcontacten.Zorg ervoor dat de hoofdschakelaarniet weer wordt ingeschakeld en dat ergeen spanning op het apparaat komt,totdat het defect is verholpen.Houdt u er rekening mee dat ookbij scheuren en barsten in het ap-paraat sprake is van een defect. U kuntdan een elektrische schok krijgen!Reparaties mogen alleen door eenvakman worden uitgevoerd. Bij on-deskundig uitgevoerde reparaties looptde gebruiker grote risico’s en kan hetapparaat beschadigd raken.

Het voorkomen van andere ge-varenPersonen met een pacemaker die-nen er rekening mee te houden datin de directe omgeving van het inge-schakelde apparaat een elektromagne-tisch veld ontstaat dat de werking vande pacemaker nadelig kanbeïnvloeden. Neem bij twijfel contactop met de fabrikant van de pacemakerof met uw arts.Zet pannen altijd midden op eenkookzone. Zo voorkomt u onnodigeblootstelling aan hetelektromagnetische veld.Als u een stopcontact in de buurtvan het apparaat gebruikt, let erdan op dat aansluitkabels van andereapparaten niet in aanraking komen methete kookzones. De isolatie van de ka-bels kan beschadigd raken, waardoor ueen elektrische schok kunt krijgen.Zorg ervoor dat gerechten altijdvoldoende worden verhit.

Eventue-le bacteriën in het eten worden alleengedood, wanneer de temperatuur hooggenoeg is (> 70 °C) en lang genoegwordt aangehouden (> 10 min.).Gebruik geen serviesgoed vankunststof of aluminiumfolie, wantdat smelt bij hoge temperaturen.Brandgevaar!Houd magnetiseerbare voor-werpen, zoals creditcards, disket-tes en rekenmachines, uit de buurt vande ingeschakelde kookplaat, anderskan de werking van deze voorwerpenworden beïnvloed.Wanneer zich onder het apparaateen schuiflade bevindt, zonder tus-senbodem, mogen daarin geen lichtontvlambare stoffen of brandbare voor-werpen zoals spuitbussen worden be-waard. Een eventuele bestekbak moetvan hittebestendig materiaal zijn.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11

Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling. Hergebruik van het ver-pakkingsmateriaal remt de afvalproduc-tie en het gebruik van grondstoffen.Vaak neemt de leverancier de verpak-king terug. Als u de verpakking zelfwegdoet, informeer dan bij de reini-gingsdienst van uw gemeente waar udie kunt afgeven.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten vaak nog waardevollematerialen. Ze bevatten echter ookschadelijke stoffen die voor het functio-neren en de veiligheid van het apparaatnodig waren. Als u het apparaat bij hetgewone afval doet of bij verkeerde be-handeling kunnen deze stoffen schade-lijk zijn voor de gezondheid en het mili-eu.

Verwijder het afgedankte apparaatdan ook nooit met het gewone afval.Lever het apparaat in bij een gemeen-telijk inzameldepot voor elektrische enelektronische apparatuur.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen. Hierover vindt u meerinformatie in het hoofdstuk "Veiligheids-instructies en waarschuwingen".Een bijdrage aan de bescherming van het milieu12

Informatie voorafAls u het apparaat voor het eerst aan-sluit of na een stroomstoring verschijntgedurende enkele seconden in het dis-play van de achterste kookzone een -,in het display van de voorste kookzoneeen 1. Zodra de -en de 1verdwijnen,kunt u het apparaat in gebruik nemen.Uw kookplaat werkt volgens het induc-tieprincipe, dat wil zeggen de kookzo-nes functioneren alleen maar, wanneerop de kookzones pannen met een mag-netiseerbare bodem staan (zie de ru-briek "De juiste pannen").Maakt u zich niet ongerust, wanneer ubrommende of klikkende geluiden hoortals de kookplaat is ingeschakeld. Dezegeluiden zijn kenmerkend voor induc-tiekookplaten.Bij het apparaat wordt een tweede ty-peplaatje geleverd.

Plak dit typeplaatjeop de aangegeven plaats achter in uwgebruiksaanwijzing.Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvul-dig en geef deze door aan een eventu-ele volgende eigenaar van het appa-raat.Reiniging voor het eerstegebruikWij raden u aan het apparaat met eenvochtige doek te reinigen en daarnaweer droog te wrijven, voordat u hetvoor het eerst gebruikt.Gebruik voor het reinigen van dekeramische plaat geen afwasmiddel,omdat daardoor blijvende blauwevlekken kunnen ontstaan.De metalen delen van het apparaat zijnvoorzien van een speciaal bescherm-laagje, waardoor bij het eerste gebruikgeurtjes kunnen ontstaan. Wanneer ergeurtjes en damp vrijkomen, betekentdat niet dat het apparaat defect is ofverkeerd is aangesloten. Ze verdwijnenna korte tijd.Vóór het eerste gebruik13

Het inductieprincipeOnder elke kookzone bevindt zich eeninductiespoel. Wanneer u een kookzo-ne inschakelt, genereert deze spoeleen magneetveld. Wanneer de bodemvan de gebruikte pan magnetiseerbaaris, produceert ("induceert") dit mag-neetveld wervelstromen. Hierdoor wordtde bodem van de pan heet. De kookzo-ne zelf wordt alleen indirect verwarmdvia de stralingswarmte van de pan.Houdt u bij inductiekoken rekening metde volgende punten:– Een inductiekookzone reageert al-leen op pannen met een magneti-seerbare bodem (zie de rubriek "Dejuiste pannen").

Andere pannen wor-den niet heet.– Bij een inductiekookzone wordt hetvermogen aangepast aan de diame-ter van de panbodem:kleine diameter =klein vermogengrote diameter =groot vermogenVoor het inductieproces mag de dia-meter van de pan niet te klein zijn(zie de rubriek "De juiste pannen").–De inductiespoel reageert niet als ugeen pan of een ongeschikte pan opde kookzone plaatst, dan wel als hetkookgerei te klein is. De ingesteldevermogensstand verdwijnt uit het dis-play en het symbool ßverschijnt:Wanneer u een geschikte pan op dekookzone zet, wordt deze met dereeds ingestelde vermogensstand(weer) ingeschakeld, tenminste alshet symbool ßnog brandt.Anders wordt de kookzone na 10 mi-nuten automatisch uitgeschakeld enverschijnt in het display een 0.De inductiespoel reageert op mag-netiseerbare, metalen voorwerpen.Gebruik het apparaat daarom nietals werkblad!Bediening14

InductiegeluidenBij gebruik van een inductiekookplaatkunnen in het kookgerei allerlei ge-luiden ontstaan. De geluiden zijn afhan-kelijk van het materiaal en de verwer-king van de bodem van het kookgerei.–Op een hoge vermogensstand kanhet apparaat een bromgeluid veroor-zaken.

Dit geluid neemt af of ver-dwijnt, wanneer een lagere vermo-gensstand wordt ingesteld.–Bij kookgerei met een bodem die uitverschillende materialen bestaat (bij-voorbeeld een sandwichbodem) kaneen knetterend geluid optreden.– Er kan een fluitend geluid ontstaanals de met elkaar verbonden kookzo-nes tegelijk op de hoogste vermo-gensstand zijn ingeschakeld en opde kookzones kookgerei staat meteen bodem die uit verschillende ma-terialen bestaat (bijvoorbeeld eensandwichbodem).–Vooral bij lage vermogensstandenkunnen bij elektronischeschakelingen klikgeluiden optreden.Om de levensduur van de elektronicate vergroten, is het apparaat voorzienvan een ventilator. Als u het apparaatintensief gebruikt, wordt de ventilatoringeschakeld en hoort u een zoemendgeluid. Ook nadat u het apparaat heeftuitgeschakeld, kan de ventilator nogdoorlopen.Bediening15

De juiste pannenLet op!U kunt inductiekookzones alleen maargebruiken, wanneer u pannen gebruiktmet een magnetiseerbare bodem.Geschikt zijn pannen van:–roestvrij staal met een magnetiseer-bare bodem–geëmailleerd staal–gietijzerNiet geschikt zijn pannen van:– roestvrij staal met een niet magneti-seerbare bodem– aluminium of koper– glas/keramiek, aardewerkAls u niet zeker weet of een pot of pangeschikt is voor inductie, kunt u dit alsvolgt controleren:^Vul de pan met een beetje water enen zet deze op de kookzone.^Schakel de kookzone in en kies eenhoge vermogensstand.Is de pan niet geschikt, dan dooft de in-gestelde vermogensstand na enkeleseconden en in het display van dekookzone verschijnt het symbool ß.Houdt u er rekening mee dat de eigen-schappen van de panbodem het berei-dingsresultaat beïnvloeden.Gebruik geen kookgerei met een tedunne bodem.

Verhit kookgerei nooitleeg, tenzij de fabrikant van hetkookgerei een dergelijk gebruik uit-drukkelijk toestaat. De kookplaat kananders beschadigd raken!PannenformaatDe pannen die u wilt gebruiken, dienenminimaal dezelfde diameter te hebbenals de binnenste markering van dekookzone. Is een pan te klein, dan rea-geert de inductiespoel niet. In het dis-play van de kookzone verschijnt in datgeval het symbool ß.Houdt u er rekening mee dat pannenfa-brikanten vaak de diameter aan de bo-venkant vermelden. Van belang is ech-ter alleen de (meestal kleinere) bodem-diameter.Tips om energie te besparenKook bij voorkeur met een deksel op depan. Op die manier voorkomt u dat eronnodig warmte ontsnapt.zonder deksel met dekselBediening16

Bedieningspaneel metsensortoetsenHet bedieningspaneel van uw inductie-kookplaat is voorzien van elektronischesensortoetsen. Deze reageren op vin-gercontact. U kunt de kookzones be-dienen door met uw vinger de juistetoetsen aan te tippen. De kookplaat re-ageert daarop telkens met een akoes-tisch signaal.Bedien nooit meer dan één toets te-gelijk (behalve bij het uitschakelenvan een kookzone) en houd het be-dieningspaneel altijd vrij en schoon,anders reageren de toetsen niet of uactiveert onbedoeld functies.

Ookkan de kookplaat dan automatischworden uitgeschakeld (zie de ru-briek "Automatische uitschakeling").Zet nooit hete pannen op het bedie-ningspaneel om beschadiging vande elektronische onderdelen te voor-komen.InschakelenOm de kookzones te kunnen gebruiken,moet u eerst de kookplaat inschakelen.Zo schakelt u de kookplaat in:^Druk op de Aan/Uit-toets s.In de displays van alle kookzones ver-schijnt een 0. Voert u daarna geenwaarden in, dan wordt de kookplaat omveiligheidsredenen na enkele secondenweer uitgeschakeld.Zo schakelt u een kookzone in:^U schakelt een kookzone in door debetreffende toets -of +aan te tippen.Kies een vermogensstand tussen 1en 9.Bediening17

Als u extra hoge pannen gebruikt, zonderdeksel kookt of grotere hoeveelheden bereidt, moet een hogere stand worden in-gesteld. Kies een lagere stand, als u kleinere hoeveelheden bereidt.Bediening18

AankookautomaatAls de aankookautomaat geactiveerdis, wordt de desbetreffende kookzoneeen bepaalde tijd op het hoogste ver-mogen ingeschakeld. Daarna wordtnaar de doorkookstand teruggescha-keld. De aankooktijd hangt af van de in-gestelde doorkookstand (zie tabel).Bij een hoge doorkookstand is de aan-kooktijd relatief kort, omdat bij dezevermogensstanden meestal het legeserviesgoed voor het aanbraden wordtverhit.Wordt tijdens de aankooktijd de panvan de kookzone gehaald, dan wordtde aankookautomaat uitgeschakeld. Defunctie wordt weer geactiveerd als u depan binnen 10 minuten terugzet.Doorkookstand Aankooktijd inminuten enseconden (ca.)1 1 : 152 1 : 403 2 : 104 3 : 005 5 : 056 7 : 407 1 : 408 2 : 109-Het activeren van de aankookauto-maat:^Stel met de toets -of +vermogens-stand 9in.^Druk (nog eens) op toets +.In het display verschijnt, zolang u toets+aanraakt, een A.

Als u de toets los-laat, verschijnen afwisselend de vermo-gensstand 9en de letter A.^Zolang de Aen de 9afwisselend wor-den weergegeven, kunt u met de -toets een doorkookstand instellen.Mocht het display niet meer knippe-ren, tip dan nog eens de +toets aan.Gedurende de aankooktijd zijn in hetdisplay afwisselend de Aen de inge-stelde doorkookstand te zien, bijvoor-beeld 7.Gedurende de aankooktijd kunt u dedoorkookstand op elk moment met de +toets verhogen. De aankooktijd neemthierdoor toe.De doorkookstand kan met de -toetsook worden verlaagd. Dit kan echter al-leen gedurende enkele seconden nahet inschakelen van de aankookauto-maat. Daarna leidt verlaging van dedoorkookstand tot het uitschakelen vande aankookautomaat.Bediening19

BoosterfunctieDe achterste kookzone heeft een boos-terfunctie, waarmee een extra hoogvermogen kan worden geleverd. Is debooster ingeschakeld, dan werkt dekookzone 10 minuten lang met een ver-hoogd vermogen op vermogensstand9.

Met deze functie kunt u bijvoorbeeldgrote hoeveelheden water snel verhit-ten.Ga als volgt te werk:^Schakel de kookplaat in.^Tip de toets Baan.In het display van de achterste kookzo-ne verschijnt een P.Na 10 minuten wordt automatisch naarde gewone vermogensstand 9terugge-schakeld en dooft het controlelampje P.U kunt de boosterfunctie eerder uitzet-ten door–de boostertoets Bopnieuw aan tetippen of–door de -toets van de achterstekookzone aan te tippen.Het verhoogde vermogen voor de boo-ster kan alleen worden geleverd, wan-neer aan de voorste kookzone een deelvan het vermogen wordt onttrokken.Deze kookzone kan dan maximaal opstand 7worden gebruikt, ook al is eenhogere vermogensstand ingesteld, bij-voorbeeld 8. Dat de booster is inge-schakeld, herkent u aan de afwisselendknipperende 8en 7.

Uitschakelen enrestwarmte-indicatieZo schakelt u een kookzone uit:^Druk tegelijk op de toetsen -en +van de betreffende kookzone.In het display verschijnt gedurende eni-ge seconden een 0. Is de kookzonenog heet, dan wordt daarna de rest-warmte aangegeven.Zo schakelt u de kookplaat uit:^Druk op de Aan/Uit-toets s.Nu zijn alle kookzones uitgeschakeld.In de displays van de kookzones dienog heet zijn, wordt de restwarmte aan-gegeven.De restwarmte-indicatoren verdwijnenpas uit het display als de kookzoneszover zijn afgekoeld dat u deze zondergevaar kunt aanraken.Raak de kookzones niet aan zolangde restwarmte-indicator brandt. Legof zet er ook geen hittegevoeligevoorwerpen op. Doet u dat wel, danbestaat het risico dat u zich brandtof dat voorwerpen vlam vatten!Bediening21

VergrendelingOm te voorkomen dat de kookzonesper ongeluk worden ingeschakeld of in-stellingen worden gewijzigd, is dit ap-paraat voorzien van een vergrendeling.U kunt de vergrendeling alleen aan- enuitzetten als de kookplaat ingeschakeldis.Als de vergrendeling ingeschakeld is,–kunnen de instellingen van de kook-zones niet meer worden gewijzigd.–kunnen de kookzones en de kook-plaat alleen nog met de Aan/Uit-toetssworden uitgeschakeld.– kunnen de kookzones niet meer wor-den bediend na het opnieuw inscha-kelen van de kookplaat.Zo activeert u de vergrendeling:^Druk zo lang op de vergrendelings-toets atotdat het bijbehorendecontrolelampje verschijnt. De kook-plaat moet zijn ingeschakeld.Zo schakelt u de vergrendeling uit:^Druk zo lang op de vergrendelings-toets atotdat het bijbehorendecontrolelampje dooft. De kookplaatmoet zijn ingeschakeld.Bediening22

Automatische uitschakeling... als een kookzone te lang aanstaatDe kookplaat is voorzien van een bevei-liging die de plaat automatisch uitscha-kelt als u vergeet deze uit te zetten.Is een kookzone langdurig ingescha-keld geweest (zie tabel), zonder dat devermogensstand is gewijzigd, danwordt de kookzone automatisch uitge-schakeld. In het display verschijnt derestwarmte-indicator.Vermogensstand Maximalebedrijfsduur inuren1102535445362728291^Als u een kookzone weer wilt inscha-kelen, doet u dat zoals gebruikelijk.... als er iets op het bedieningspaneelligtWanneer er langer dan 10 secondenovergekookte gerechten of voorwerpenop één of meer toetsen liggen, wordtde kookplaat automatisch uitgescha-keld. In de displays van de nog hetekookzones verschijnt de restwarmte-indicator.^Reinig het bedieningspaneel c.q. ver-wijder de voorwerpen.^Schakel de kookplaat weer in met deAan/Uit-toets s.

OververhittingsbeveiligingOververhitting van de inductiespoelDe inductiespoel van een kookzone kanoververhit raken, wanneer–de pan de warmte niet goed geleidt.–vet of olie op een hoge vermogens-stand verhit wordt.De oververhittingsbeveiliging leidt bijde desbetreffende kookzone tot eenvan de volgende reacties:–Is bij de achterste kookzone de boo-ster ingeschakeld, dan wordt deboosterfunctie uitgezet.– Is vermogensstand 9ingesteld, danknipperen in het display afwisselendeen 9en een 8. De vermogensstandvan de kookzone is verlaagd tot 8.– De desbetreffende kookzone wordtautomatisch uitgeschakeld.

In het bij-behorende display verschijnt eersteen 0en vervolgens de restwarmte-indicator.Zodra de kookzone voldoende is afge-koeld, kunt u deze gewoon weer in ge-bruik nemen.Voorkom dat de oververhittingsbeveili-ging opnieuw geactiveerd wordt door:–pannen te gebruiken die de warmtegoed geleiden.–vet of olie op een lagere vermogens-stand te verhitten.Bediening24

Oververhitting van de koeleenheidDe koeleenheid van de kookplaat kanoververhit raken als het apparaat nietvoldoende geventileerd wordt.De oververhittingsbeveiliging leidt bijde kookplaat tot een van de volgendereacties:–De eventueel ingeschakelde boos-terfunctie wordt uitgeschakeld.–Bij alle kookzones die op vermo-gensstand 9staan, knipperen in hetdisplay afwisselend een 9en een 8.De vermogensstand is verlaagd tot8.– Alle kookzones worden automatischuitgeschakeld en in de bijbehorendedisplays knippert een 0.Zodra de koeleenheid voldoende is af-gekoeld, schakelen de kookzones auto-matisch weer naar de oorspronkelijk in-gestelde vermogensstand.Ga als volgt te werk:^Bevindt zich onder de kookplaat eenlade, zorg dan dat tussen de inhoudvan de lade en de onderkant van hetapparaat voldoende afstand is.^Reageert de oververhittingsbeveili-ging opnieuw, neem dan contact opmet een vakman of met de afdelingKlantcontacten.Bediening25

Gebruik nooit een stoomreinigervoor het reinigen van dit apparaat.De stoom kan in aanraking komenmet onder spanning staande delenen zo een kortsluiting veroorzaken.Bovendien kunnen door de stoomhet oppervlak en onderdelen van hetapparaat blijvend beschadigd ra-ken, waarvoor de fabrikant niet aan-sprakelijk kan worden gesteld.Gebruik geen puntige voorwerpen,zodat de dichtingen tussen de kera-mische plaat en de lijst dan wel tus-sen lijst en werkblad niet bescha-digd raken.Gebruik nooit zand-, soda-/alkali-,zuur- of chloridehoudende reini-gingsmiddelen, dan wel ovenspray,reinigingsmiddelen voor vaatwas-sers, staalwol, ruwe sponzen of har-de borstels. Gebruik ook geen spon-zen of andere hulpmiddelen die nogresten schuurmiddel bevatten.

Dezetasten het oppervlak aan.Gebruik voor het reinigen van dekeramische plaat geen afwasmiddel,omdat daardoor blijvende blauwevlekken kunnen ontstaan.Als u een speciaal reinigingsmiddelvoor keramische platen gebruikt,houdt u zich dan aan de aanwijzin-gen van de fabrikant.Wis de kookzones vervolgens meteen vochtige doek af. Er mogengeen resten reinigingsmiddel op deplaat achterblijven, omdat deze dekookplaat kunnen aantasten.Om te voorkomen dat verontreini-gingen inbranden, moet u deze zosnel mogelijk verwijderen. Zorg datook de bodem van een te gebruikenpan of schaal schoon, vetvrij endroog is.Wrijf het apparaat na elke vochtigereiniging droog. Zo voorkomt u kalk-afzetting.Reiniging en onderhoud26

Reinig het apparaat regelmatig, bijvoorkeur na elk gebruik. Laat de kook-plaat eerst voldoende afkoelen.Verwijder alle grove verontreinigingenmet een vochtige doek. Vastgekoekteverontreinigingen verwijdert u met eenschraper.Reinig de plaat vervolgens grondig meteen speciaal reinigingsmiddel voorkeramische platen en met keukenpa-pier of een schone doek. Ook kalkres-ten (van overgekookt water) en alumini-umvlekken worden zo verwijderd.Wis het oppervlak daarna met eenvochtige doek af en wrijf de plaat weerdroog.Eventueel kunt u een speciaal middelgebruiken dat een water- en vuilafsto-tend laagje vormt.Komt suiker, suikerhoudend voedsel,kunststof of aluminiumfolie op eenhete kookzone terecht, vermeng de sui-kerhoudende stoffen dan onmiddellijkmet water.

Reparaties aan elektrische appara-ten mogen alleen door vakmensenworden uitgevoerd. Ondeskundiguitgevoerde reparaties leveren ge-vaar op voor de gebruiker.Wat moet u doen als ...... de kookplaat respectievelijk dekookzones niet kunnen worden in-geschakeld?Controleer of–de pannen geschikt zijn voor induc-tie.– de vergrendeling geactiveerd is. Isdat het geval, hef deze dan op (ziede rubriek "Vergrendeling").– de zekering van de huisinstallatie isdoorgeslagen.Is het probleem dan nog niet opgelost,haal dan ca. 1 minuut de elektrischespanning van het apparaat en wel alsvolgt:–door de zekering van de huisinstalla-tie of de hoofdschakelaar van dehuisinstallatie uit te schakelen of–door de aardlekschakelaar uit teschakelen.Nadat de zekering, de hoofd- of deaardlekschakelaar weer is ingescha-keld, kunt u de kookplaat weer normaalgebruiken.

Waarschuw een elektricienof de afdeling Klantcontacten als u destoring niet zelf kunt verhelpen.... in het display van een kookzoneeen ßverschijnt?Controleer of–een lege kookzone per ongeluk is in-geschakeld.–op de desbetreffende kookzone eenpan staat die geschikt is voor induc-tiekoken (zie de rubriek "De juistepannen").... in het display van een kookzoneeen Fverschijnt?De temperatuurvoeler van de desbe-treffende kookzone is defect.U kunt deze kookzone niet meer in ge-bruik nemen. Neem contact op metMiele.... een kookzone of de hele kookplaattijdens het gebruik automatischwordt uitgeschakeld?De automatische uitschakeling of deoververhittingsbeveiliging is geacti-veerd (zie de rubrieken "Automatischeuitschakeling" en "Oververhittingsbevei-liging").Nuttige tips28

... een van de volgende storingen op-treedt:–De boosterfunctie wordt te vroeg uit-geschakeld.–In het display knipperen afwisselendde vermogensstanden 9en 8.–In de displays van alle kookzonesknippert een 0.De oververhittingsbeveiliging is geacti-veerd (zie de rubriek "Oververhittings-beveiliging").... de inhoud van een pan niet of nau-welijks begint te koken, hoewel u deaankookautomaat heeft ingescha-keld?De oorzaak kan zijn dat– de pan de warmte niet goed geleidt.– grote hoeveelheden worden verhit.Kies de volgende keer een hogeredoorkookstand of stel eerst de hoogstevermogensstand in en schakel daarnahandmatig terug naar een lagere stand.... de ventilator na het uitschakelendoorwerkt?Dit is geen storing! De ventilator draaitdoor totdat het apparaat is afgekoelden wordt dan automatisch uitgescha-keld.Nuttige tips29

Elektrische aansluitingAansluiting op een geaard stopcontactwordt aanbevolen, omdat dat eventuelewerkzaamheden van de technicus ge-makkelijker maakt. Het stopcontactmoet ook na het inbouwen toegankelijkzijn.Wordt de stekker verwijderd, dan magdit apparaat uitsluitend door een er-kend elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten. Deze is op dehoogte van de landelijke voorschriftenen de voorschriften van het plaatselijkeenergiebedrijf. Het apparaat mag al-leen worden aangesloten op eenhuisinstallatie die volgens NEN 1010 isgeïnstalleerd.Is het stopcontact niet toegankelijk of iser sprake van een vaste aansluiting,dan moet het apparaat via een schake-laar met alle polen van de netspanningkunnen worden losgekoppeld. De con-tactopening in uitgeschakelde toestandmoet minimaal 3 mm bedragen.

Ge-schikt zijn zelf-uitschakelaars, ze-keringen en relais (EN 60 335).Voordat u het apparaat aansluit, dient ude aansluitgegevens (spanning en fre-quentie) op het typeplaatje te verge-lijken met de waarden van het elektrici-teitsnet.

Deze gegevens moeten beslistovereenkomen.Dit apparaat mag slechts aan één zij-kant en aan de achterkant aansluitenop meubels of wanden die hoger zijndan het apparaat zelf (zie de bijge-voegde montagehandleiding).Technische gegevensAansluitwaarde:Zie typeplaatje.Aansluiting op:AC 230 V / 50 HzZekering: 16 AAardlekschakelaar:Om extra veiligheid te kunnen garande-ren, wordt in de EU-voorschriften en-richtlijnen voor Nederland geadviseerdde huisinstallatie van een aardlekscha-kelaar (30 mA) te voorzien.Bij een beveiliging ß100 mA kan hetvoorkomen dat de aardlekschakelaarreageert, als het apparaat wordt inge-schakeld, nadat u het enige tijd nietheeft gebruikt.Techniek30

KlantcontactenVoor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u–uw Miele-vakhandelaar of–de afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V.De gegevens van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze ge-bruiksaanwijzing.Voor een goede en vlotte afhandeling moet de afdeling Klantcontacten weten welktype apparaat u heeft en welk serienummer het heeft. Beide gegevens vindt u ophet typeplaatje.Miele-Service-Verzekering-CertificaatVoor informatie over het Miele-Service-Verzekering-Certificaat kunt u zich wendentot uw Miele-vakhandelaar of de bijgaande folder raadplegen.TypeplaatjePlak hier het bijgevoegde typeplaatje. Controleer of de gegevens op het type-plaatje overeenkomen met de gegevens op het titelblad van deze gebruiksaanwij-zing.Techniek31

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele km 418 1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden