Miele KM 6540 Handleiding

Miele Kookplaat KM 6540

Bekijk gratis de handleiding van Miele KM 6540 (72 pagina’s), behorend tot de categorie Kookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 39 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Miele KM 6540 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/72
Gebruiks- en montagehandleiding
Elektrische kookplaten
Lees beslist de gebruiks- en montagehandleiding voordat u uw appa-
raat plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u
voorkomt schade aan uw apparaat.
nl-NLM.-Nr. 11 046 190

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Kookplaat
Model: KM 6540

Handleiding Miele KM 6540 – volledige tekst

Inhoud2Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 4Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 13Overzicht. 14Kookplaat. 14KM6540FR. 14KM6542FR,KM6542FL. 15Bedieningselementen en display. 16Kookzones. 18Ingebruikneming van het apparaat. 19Kookplaat voor de eerste keer reinigen. 19Kookplaat voor de eerste keer in gebruik nemen. 19Miele@home installeren. 20Con@ctivity installeren. 22Principe van de kookzones. 24De juiste pannen. 25Tips om energie te besparen. 26Vermogensstand. 27Bediening. 28Principe van de bediening. 28Kookplaat inschakelen. 29Vermogensstand instellen. 29Vermogensstand wijzigen. 29Kookzone/kookplaat uitschakelen. 29Restwarmte-indicatie. 30Vermogensstand instellen (uitgebreid aantal standen). 30Kookzonevergroting. 31Aankookautomaat. 32Warmhouden. 33Timer. 34Kookwekker. 34Kookzone automatisch uitschakelen. 35Extra functies. 36Stop&Go. 36Recall.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen4Deze kookplaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadiging vanhet apparaat tot gevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding daarom aandachtigdoor, voordat u het apparaat in gebruik neemt. In de handleidingvindt u belangrijke instructies met betrekking tot de inbouw, deveiligheid, het gebruik en het onderhoud.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die isontstaan doordat de veiligheidsinstructies en waarschuwingen nietin acht zijn genomen.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen5Verantwoord gebruik Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulier huishoudelijkgebruik (of daarmee vergelijkbaar). Deze kookplaat mag niet buiten worden gebruikt. Gebruik deze kookplaat uitsluitend in huishoudelijke situaties voorhet bereiden en warmhouden van gerechten. Gebruik voor anderedoeleinden is niet toegestaan. Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die instaat zijn het apparaat veilig te bedienen. Deze personen moetenvolledig op de hoogte zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing.Men moet zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bedie-ning.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6Wanneer er kinderen in huis zijn Houd kinderen onder 8 jaar op een afstand, tenzij u voortdurendtoezicht houdt. Kinderen vanaf 8 jaar mogen het apparaat alleen zonder toezichtgebruiken als ze precies weten hoe ze het apparaat veilig moetenbedienen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren vaneen foutieve bediening. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht reinigen. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van dekookplaat bevinden. Laat ze nooit met de kookplaat spelen. De kookplaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat deze is uitgeschakeld.

Houd kinderen op een af-stand, totdat de kookplaat voldoende is afgekoeld en er geen ver-brandingsgevaar meer bestaat. Verbrandingsgevaar!Bewaar voorwerpen, die voor kinderen interessant kunnen zijn, nietop plaatsen boven of achter het apparaat. Zo krijgen de kinderenniet de neiging om op het apparaat te klimmen. Verbrandingsgevaar!Draai de grepen van de pannen zo dat ze zich boven het werkbladbevinden, zodat kinderen de pannen niet van het apparaat kunnentrekken. Verstikkingsgevaar!Kinderen kunnen zich tijdens het spelen in verpakkingsmateriaal wik-kelen (bijvoorbeeld in folie) of het materiaal over hun hoofd trekkenen stikken. Houd verpakkingsmaterialen bij kinderen vandaan. Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen de kookplaatniet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen7Technische veiligheid Door ondeskundig uitgevoerde installatie-, onderhouds- of repara-tiewerkzaamheden kan de gebruiker aanzienlijke risico's lopen. In-stallatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden mogen alleendoor een door Miele geautoriseerde vakman/vakvrouw worden uitge-voerd. Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid in gevaar brengen.Controleer het apparaat op zichtbare schade. Neem nooit een be-schadigd apparaat in gebruik. De kookplaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren alsdeze op het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. De elektrische veiligheid van de kookplaat is uitsluitend gegaran-deerd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan.

Laat de elek-trische installatie bij twijfel door een vakman inspecteren. De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist overeenkomen met de waarden van het elektriciteits-net om beschadiging van de kookplaat te voorkomen. Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting. Raadpleeg bij twijfeleen elektricien. Stekkerdozen of verlengsnoeren bieden niet voldoende veiligheid(brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aansluiten van de kook-plaat op het elektriciteitsnet. Gebruik de kookplaat alleen als deze is ingebouwd, zodat de vei-ligheid gewaarborgd is. Deze kookplaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8 Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onder spanningstaan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen wordenveranderd, is dit gevaarlijk voor de gebruiker. Het kan er tevens toeleiden dat het apparaat niet meer goed functioneert.Open nooit de ommanteling van het apparaat. Het recht op garantie vervalt wanneer de kookplaat door eentechnicus wordt gerepareerd die niet door Miele is geautoriseerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.

Alleen van Miele-onderdelen kunnen wij garan-deren dat zij volledig aan de veiligheidseisen voldoen. De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externe schakel-klok of een systeem dat op afstand werkt. De kookplaat moet door een elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten (zie hoofdstuk “Elektrische aansluiting”). Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een elektri-cien worden vervangen door een speciale aansluitkabel (zie ook“Elektrische aansluiting”). Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet dekookplaat volledig van het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn. Gadaarvoor als volgt te werk:– schakel de zekeringen in uw zekeringkast uit of– draai de zekeringen in uw zekeringkast er helemaal uit of– trek de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos.

Trek daarbijaan de stekker en niet aan de aansluitkabel. Gevaar voor elektrische schok!Neem het apparaat niet in gebruik bij een defect of bij breuken,scheuren en barsten in de keramische plaat of schakel het apparaatmeteen uit. Haal de elektrische spanning van de kookplaat. Neemcontact op met Miele.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9 Als het apparaat achter een meubeldeur is ingebouwd, mag dedeur niet worden gesloten als u het apparaat gebruikt. Achter eengesloten deur worden warmte en vocht opgehoopt. Hierdoor kunnenhet apparaat, de kast en de vloer beschadigd raken. Sluit de meu-beldeur pas als de restwarmte-indicatie verdwenen is.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen10Veilig gebruik De kookplaat wordt heet als deze in gebruik is en blijft dat ooknog enige tijd na het uitschakelen. Zodra het lampje voor de rest-warmte (afhankelijk van het model) is uitgegaan, is het verbrandings-gevaar geweken. Voorwerpen in de nabijheid van de ingeschakelde kookplaat kun-nen door de hoge temperaturen beginnen te branden.Gebruik de kookplaat nooit om ruimten te verwarmen. Olie en vet kunnen bij oververhitting vlam vatten. Houd het appa-raat goed in de gaten als u met olie en/of vetten werkt. Blus eenbrand met olie of vet nooit met water. Schakel het apparaat uit en doof de vlammen voorzichtig met eendeksel of een blusdeken. Houd toezicht op het apparaat als het in gebruik is. Houd continutoezicht op korte kook- en braadprocessen. Flambeer nooit onder een afzuigkap.

Door de vlammen kan de af-zuigkap in brand vliegen. Spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen en brandbare materia-len kunnen bij verhitting vlam vatten. Bewaar dergelijke productendaarom niet in een schuiflade onder het apparaat. Een eventuele be-stekbak moet van hittebestendig materiaal zijn. Verwarm kookgerei nooit zonder inhoud. In afgesloten blikken en dergelijke ontstaat tijdens het inmaken ofverwarmen overdruk. Hierdoor kunnen deze voorwerpen openbar-sten. Gebruik het apparaat niet om voedingsmiddelen in afgeslotenblikken en dergelijke in te maken of te verwarmen. Als de kookplaat wordt afgedekt, bestaat het risico dat het materi-aal van de afdekking in brand vliegt, barst of smelt als u de kook-plaat per ongeluk inschakelt of als deze nog heet is. Dek de kook-plaat nooit af met bijvoorbeeld afdekplaten, een doek of bescherm-folie.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11 Als de kookplaat ingeschakeld is, als u deze per ongeluk inscha-kelt of als deze nog warm is van het koken, bestaat het risico datmetalen voorwerpen die op de kookplaat liggen heet worden. Andermateriaal kan smelten of vlam vatten. Vochtige pannendeksels kun-nen zich vastzuigen. Gebruik de kookplaat niet als legplank. Schakelde kookzones na gebruik uit! U kunt zich aan de hete kookplaat branden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete apparaatwerkt. Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen. Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoom verbran-dingen veroorzaken. Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan de kookplaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in contact ko-men met de hete kookplaat.

De isolatie van de kabel zou beschadigdkunnen raken. Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnenkrassen veroorzaken als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera-mische glasplaat en de panbodem schoon zijn, voordat u het kook-gerei op de kookplaat plaatst. Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp zoals een zoutvaatje kan scheuren of barsten veroor-zaken. Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen deelektronica eronder beschadigen. Zet nooit hete pannen op de sen-sortoetsen en de displays. Als er suiker, suikerhoudende gerechten, kunststof of aluminium-folie op de hete kookplaat vallen en smelten, raakt de keramischeplaat tijdens het afkoelen beschadigd. Schakel in dat geval het ap-paraat meteen uit en verwijder deze stoffen direct grondig met eenglasschraper. Trek daarbij ovenwanten aan.

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12 Door drooggekookte pannen kan de keramische plaat beschadigdraken. Houd daarom altijd toezicht op de kookplaat! Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwe bodemkan krassen op de keramische plaat veroorzaken. Til pannen op als u ze wilt verplaatsen. U voorkomt zo vlekkendoor wrijving en krassen. Gebruik geen serviesgoed van kunststof of aluminiumfolie. Derge-lijke materialen smelten bij hoge temperaturen. De lijst, c.q. rand en de bedieningselementen kunnen door de vol-gende factoren heet worden: lange bedrijfsduur, hoge vermogens-standen, grote pannen en het aantal kookzones dat in gebruik is. Aluminium pannen of pannen met een aluminium bodem kunnenglimmende vlekken veroorzaken. Deze vlekken kunt u verwijderenmet reinigingsmiddel voor keramische platen en roestvrij staal.

Ziehoofdstuk: “Reiniging en onderhoud”, paragraaf: “Keramische plaatreinigen”. Als verontreinigingen lang inwerken en inbranden, kunt u dezemogelijk niet meer verwijderen. Verwijder verontreinigingen daaromzo snel mogelijk. Zorg ook dat de bodem van een te gebruiken panschoon, vetvrij en droog is. Bereid nooit gerechten direct op de keramische plaat. Gebruik al-tijd geschikte pannen.Reiniging en onderhoud De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelendie onder spanning staan en een kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van de kookplaat nooit een stoomreiniger.

Een bijdrage aan de bescherming van het milieu13Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Het afdanken van een apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal waardevollematerialen. Ze bevatten ook stoffen,mengsels en onderdelen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren. Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone huisafvaldoet of er niet goed mee omgaat, kun-nen deze stoffen schadelijk zijn voor degezondheid en het milieu.

Doe uw oudeapparaat daarom nooit bij het gewoneafval.Lever het apparaat in bij een gemeente-lijk inzameldepot voor elektrische enelektronische apparatuur, bij uw vak-handelaar of bij Miele. U bent wettelijkzelf verantwoordelijk voor het wissenvan eventuele persoonlijke gegevens ophet af te danken apparaat. Bewaar hetafgedankte apparaat buiten het bereikvan kinderen.

Ingebruikneming van het apparaat19Plak het typeplaatje dat bij de docu-mentatie gevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in het hoofdstuk“Service”.Verwijder eventueel aanwezige be-schermfolies en stickers.Kookplaat voor de eerste keerreinigenWis uw kookplaat voor het eerste ge-bruik af met een vochtige doek endroog de plaat weer af.Kookplaat voor de eerste keerin gebruik nemenDe onderdelen van metaal worden meteen onderhoudsmiddel beschermd. Alshet apparaat voor het eerst in gebruikwordt genomen, ontstaan daardoorgeuren en eventueel ook damp.De geur en de eventueel optredendedamp wijzen niet op een verkeerde aan-sluiting of een defect en zijn ook nietschadelijk voor de gezondheid.

Ingebruikneming van het apparaat20Miele@home installerenVoorwaarde: een eigen WLAN (=WiFi)-netwerkUw kookplaat heeft een geïntegreerdeWLAN-module. De kookplaat kan methet eigen WLAN-netwerk verbondenworden.Als uw Miele-afzuigkap ook in het eigenWLAN-netwerk is opgenomen, kunt ude automatische besturing van de af-zuigkap met de Con@ctivity-functie ge-bruiken. Meer informatie hierover vindtu in de gebruiks- en montagehandlei-ding van uw afzuigkap.Het signaal van uw WLAN-netwerkmoet voldoende sterk zijn op de lo-catie van uw kookplaat.U kunt uw kookplaat op verschillendemanieren in uw WLAN-netwerk opne-men.Miele@mobile-appDe Miele@mobile-app kunt u gratisdownloaden uit de Apple App Store® ofde Google Play Store™.Als u de Miele@mobile app op een mo-biel apparaat (bijv.

smartphone) geïn-stalleerd heeft, kunt u:– informatie over de status van hethuishoudelijke apparaat opvragen– opmerkingen over het programma-verloop van het huishoudelijke appa-raat opvragen– een Miele@home netwerk met anderevoor wifi geschikte Miele-apparateninstalleren

Ingebruikneming van het apparaat21Met de app verbindenU kunt de netwerkverbinding met deMiele@mobile-app tot stand brengen.Installeer de Miele@mobile app op uwmobiele apparaat.Voor de aanmelding via de app dient ute beschikken over:1. Het wachtwoord van uw WLAN-net-werk.2. Het wachtwoord van uw kookplaat.De laatste 9 cijfers van het serienummerop het typeplaatje vormen het wacht-woord van uw kookplaat.Schakel de kookplaat in.Start de Miele@mobile app.Raak daarna tegelijk de sensor-toetsen0 en5 aan en laat uw vingers6seconden op deze toetsen rusten.De seconden worden in het timerdis-play afgeteld.

Na afloop verschijnt in hettimerdisplay gedurende 10 secondencode :.U heeft nu 10 minuten tijd om hetWLAN te configureren.Volg de aanwijzingen in de app.Met WPS verbindenVoorwaarde: u heeft een router, diegeschikt is voor WPS (Wireless Pro-tected Setup).Schakel de kookplaat in.Raak daarna tegelijk de sensor-toetsen0 en6 aan en laat uw vingers6seconden op deze toetsen rusten.De seconden worden in het timerdis-play afgeteld. Na afloop verschijnt in hettimerdisplay een looplicht (maximaal120 seconden) tijdens de poging omverbinding te maken.De WPS-aanmelding is alleen tijdensdeze 120 seconden actief.Activeer de functie WPS op uwWLAN-router.Als de verbinding geslaagd is, verschijntin het timerdisplay code :. Als ugeen verbinding kon maken, verschijntin het timerdisplay code :. Het is mo-gelijk dat u WPS op uw router niet snelgenoeg heeft geactiveerd.

Ingebruikneming van het apparaat22Proces afbrekenRaak een willekeurige sensortoetsaan.Instellingen resettenBij vervanging van de router hoeft u deinstellingen niet te resetten.Schakel de kookplaat in.Raak daarna tegelijk de sensor-toetsen0 en9 aan en laat uw vingers6seconden op deze toetsen rusten.De seconden worden in het timerdis-play afgeteld. Na afloop verschijnt in hettimerdisplay gedurende 10 secondencode :.Con@ctivity installerenCon@ctivity beschrijft de directe com-municatie tussen uw elektrische kook-plaat van Miele en een afzuigkap vanMiele.

Met Con@ctivity kan de afzuig-kap automatisch bestuurd worden, af-hankelijk van de bedrijfstoestand vanuw kookplaat.Meer informatie hierover vindt u in degebruiks- en montagehandleiding vanuw afzuigkap.Con@ctivity via het eigen WLAN-net-werk (Con@ctivity 3.0)Voorwaarde:– Een eigen WLAN-netwerk– Afzuigkap die geschikt is voor hetWLANNeem uw kookplaat en uw afzuigkapop in het eigen WLAN-netwerk. Ziehoofdstuk: “Miele@home installeren”.Con@ctivity wordt automatisch geacti-veerd.

Ingebruikneming van het apparaat23Con@ctivity via een directe WLAN-verbinding (Con@ctivity3.0)Voorwaarde: Afzuigkap van Miele, diegeschikt is voor het WLANAls u geen eigen netwerk heeft, kunt ueen directe verbinding tussen kookplaaten afzuigkap tot stand brengen.Schakel de afzuigkap uit.Houd toets  (B*) ingedrukt.Druk tegelijkertijd toets  (1*) in.* Afzuigkappen met sensortoetsen.Controlelampje 2 brandt continu, lamp-je3 knippert.De afzuigkap is gedurende de volgendetwee minuten klaar om verbinding temaken.Schakel de kookplaat in.Raak daarna tegelijk de sensor-toetsen0 en7 aan en laat uw vingers6seconden op deze toetsen rusten.De seconden worden in het timerdis-play afgeteld. Na afloop verschijnt in hettimerdisplay een looplicht tijdens de po-ging om verbinding te maken. Als deverbinding geslaagd is, verschijnt in hettimerdisplay code :.

Als u geen ver-binding kon maken, verschijnt in het ti-merdisplay code :. Herhaal in datgeval de voorgaande stappen.Als de verbinding geslaagd is, brandende controlelampjes 2 en 3 continu opde afzuigkap.Verlaat de verbindingsmodus op deafzuigkap door op de nalooptoets te drukken.Con@ctivity is nu geactiveerd.Als de directe WLAN-verbinding totstand gebracht is, kunnen kookplaaten afzuigkap niet in een eigen netwerkopgenomen worden. Als u dit laterwilt, dient u eerst de directe WLAN-verbinding tussen kookplaat en afzuig-kap te verbreken.

Zie hoofdstuk: “In-stellingen resetten” en in de gebruiks-en montagehandleiding van de afzuig-kap hoofdstuk: “WLAN afmelden”.Proces afbrekenRaak een willekeurige sensortoetsaan.Instellingen resettenBij vervanging van de router hoeft u deinstellingen niet te resetten.Schakel de kookplaat in.Raak daarna tegelijk de sensor-toetsen0 en9 aan en laat uw vingers6seconden op deze toetsen rusten.De seconden worden in het timerdis-play afgeteld. Na afloop verschijnt in hettimerdisplay gedurende 10 secondencode :.

Principe van de kookzones24Gewone kookzones hebben 1 verwar-mingsspiraal, vario-kookzones enbraadzones 2. Afhankelijk van het mo-del kunnen de verwarmingsspiralendoor een ring gescheiden zijn.Elke kookzone heeft een oververhit-tingsbeveiliging (thermostaat), die voor-komt dat de keramische plaat overver-hit raakt.

Zie hoofdstuk: “Beveiligingen”,paragraaf: “Oververhittingsbeveiliging”.Als een vermogensstand ingesteldwordt, wordt de verwarming ingescha-keld en kunt u de verwarmingsspiraaldoor de keramische plaat heen zien.Het vermogen van de kookzones is af-hankelijk van de ingestelde vermogens-stand en wordt elektronisch geregeld.Daardoor gaat een kookzone pulserendschakelen: de verwarming wordt in- enuitgeschakeld.Gewone kookzone (1 verwar-mingsspiraal)aOververhittingsbeveiligingbVerwarmingsspiraalVario-kookzone (2 verwar-mingsspiralen)aTechnisch onvermijdelijk, geen de-fectbOververhittingsbeveiligingcBuitenste verwarmingsspiraaldIsolatieringeBinnenste verwarmingsspiraal

De juiste pannen25Het meest geschikt zijn metalen pan-nen met een dikke bodem, die in koudetoestand licht naar binnen gebogen is.Als de pan verwarmd wordt, draait debodem naar buiten. De pan staat danhelemaal vlak op de kookzone. Zowordt de warmte optimaal geleid.koud heetMinder geschikt zijn pannen van glas,keramisch glas of aardewerk. Deze ma-terialen geven de warmte niet goeddoor.Niet geschikt zijn pannen van kunststofof aluminiumfolie. Deze materialensmelten bij hoge temperaturen.Aluminium pannen of pannen met eenaluminium bodem kunnen glimmendevlekken veroorzaken. Deze vlekken kuntu verwijderen met reinigingsmiddel voorkeramische platen en roestvrij staal.

Ziehoofdstuk: “Reiniging en onderhoud”,paragraaf: “Keramische plaat reinigen”.De kwaliteit van de pannenbodem kanhet bereidingsresultaat beïnvloeden (bij-voorbeeld een gelijkmatige bruineringvan pannenkoeken).– Kies voor een optimaal gebruik vande kookzone een pan met een pas-sende bodemdiameter. Zie hoofd-stuk: “Overzicht”, paragraaf: “Kook-zones”.– Gebruik alleen pannen met een glad-de bodem. Een ruwe bodem kankrassen op de keramische plaat ver-oorzaken.– Til pannen op als u ze wilt verplaat-sen. U voorkomt zo vlekken doorwrijving en krassen.– Houd er bij de aanschaf rekeningmee dat pannenfabrikanten vaak demaximale diameter of de diameteraan de bovenkant vermelden. Vanbelang is echter alleen de (meestalkleinere) bodemdiameter.

Tips om energie te besparen26– De diameter van de pan moet over-eenkomen met die van de kookzoneof iets groter zijn, zodat geen energieverloren gaat.– Bereid gerechten zoveel mogelijk ingesloten potten of pannen. Zo voor-komt u dat onnodig warmte ontwijkt.– Gebruik voor een kleine hoeveelheideen kleine pan. Voor een kleine panop een kleine kookzone is minderenergie nodig dan voor een grote,niet geheel gevulde pan op een grotekookzone.– Gebruik zo weinig mogelijk water.– Schakel na het aankoken of aanbra-den op tijd terug naar een lagere ver-mogensstand.– Schakel bij een lange bereidingstijdde kookzone al 5 tot 10 minuten voorhet einde uit. U maakt dan optimaalgebruik van de restwarmte.– Gebruik een snelkookpan om de be-reidingstijd te verkorten.

Vermogensstand27De kookplaat heeft standaard 9 vermogensstanden. Indien u een fijnere indelingwenst, kunt u deze uitbreiden tot 17vermogensstanden. Zie hoofdstuk: “Program-mering”.Tabel vermogensstandeninstelling affabriek(9 standen)uitgebreid(17standen)Boter, chocolade etc. smeltenGelatine oplossen1–2 1–2.Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmenGerechten warmhouden die snel aankoekenRijst wellen1–3 1–3.Gerechten verwarmen die veel vocht bevattenGebonden saus of roomsaus maken, bijv. witte-wijnsaus ofsauce hollandaiseRijstepap, havermoutpap makenOmelet, eieren zonder korstje bakkenFruit blancheren2–4 2–4.Diepvriesproducten ontdooienGroente, vis stovenDeegwaren, peulvruchten wellenGraan wellen3–6 3–5.Grote hoeveelheden aankoken en doorkoken 4–6 4.–5.Vis, schnitzel, braadworst, eieren, pannenkoeken etc.

be-hoedzaam bakken (zonder oververhitting van het vet)6–7 6–7.Poffertjes, pannenkoeken, etc. bakken 7–8 7–8.Grote hoeveelheden water kokenGrote hoeveelheden vlees aanbradenAankoken8–9* 8.–9*De aangegeven standen zijn slechts algemene richtlijnen. Zij zijn gebaseerd op normale por-ties voor 4 personen. Bij hogere pannen, als u zonder deksel kookt en bij grote hoeveelhe-den dient u een hogere vermogensstand te kiezen. Als u kleine hoeveelheden bereidt, dientu een lagere vermogensstand te kiezen.* De ExtraSpeed-kookzone werkt op vermogensstand 9 met een extra hoog vermogen.

Bediening28Principe van de bedieningDe kookplaat is voorzien van elektroni-sche sensortoetsen. Deze reageren opvingercontact. De sensortoets Aan/Uit moet bij het inschakelen om vei-ligheidsredenen iets langer worden aan-geraakt dan de overige toetsen.Elke reactie van de toetsen wordt be-vestigd met een akoestisch signaal.Als de kookplaat uitgeschakeld is, zijnalleen de symbolen op de sensor-toetsen en de cijferreeks voor het instel-len van de vermogensstanden zicht-baar. Als u de kookplaat inschakelt,lichten ook andere sensortoetsen op.De kookzones moeten “actief” zijn, alsu een vermogensstand wilt instellen ofwijzigen. U kunt een kookzone activerendoor de desbetreffende indicatie aan teraken. Als u de indicatie van de kookzo-ne aangeraakt heeft, begint deze teknipperen.

Zolang de indicatie knippert,is de kookzone “actief” en kunt u eenvermogensstand of tijd instellen.Uitzondering: als slechts één kookzonein gebruik is, kunt u de vermogensstandzonder activering wijzigen.Storing door vuile en/of bedektesensortoetsen.De sensortoetsen reageren niet of erworden ongewenste schakelingenuitgevoerd, eventueel wordt het ap-paraat automatisch uitgeschakeld.Zie hoofdstuk: “Beveiligingen”, para-graaf: “Veiligheidsuitschakeling”. He-te pannen op de sensortoetsen/dis-plays kunnen de daaronder liggendeelektronica beschadigen.Houd de sensortoetsen en displaysschoon.Leg geen voorwerpen op de sensor-toetsen en displays.Zet geen hete pannen op de sensor-toetsen en displays.

Bediening29Brandgevaar door oververhittingvan gerechten.Als u het gerecht niet in de gatenhoudt, kan dit oververhit raken en inbrand vliegen.Houd toezicht op het apparaat alshet in gebruik is.Kookplaat inschakelenTip de sensortoets aan.Er lichten meer sensortoetsen op.Als u daarna geen instellingen uitvoert,wordt de kookplaat om veiligheidsre-denen na enkele seconden weer uit-geschakeld.Vermogensstand instellenPlaats een pan op de gewenste kook-zone.Raak de indicatie van de desbetref-fende kookzone aan.De indicatie begint te knipperen.Raak op het bedieningspaneel desensortoets van de gewenste vermo-gensstand aan.In de indicatie van de kookzone knip-pert de ingestelde vermogensstand en-kele seconden en gaat dan constantbranden.Vermogensstand wijzigenRaak de indicatie van de desbetref-fende kookzone aan.De indicatie begint te knipperen.Raak op het bedieningspaneel desensortoets van de gewenste vermo-gensstand aan.Kookzone/kookplaat uitscha-kelenU kunt een kookzone uitschakelendoor de desbetreffende indicatie aante raken.De indicatie begint te knipperen.Raak sensortoets 0 van de cijferreeksaan.Om de kookplaat en daarmee allekookzones uit te schakelen, raakt ude sensortoets aan.

Bediening30Restwarmte-indicatieAls een kookzone warm is, brandt nahet uitschakelen de restwarmte-indica-tie.De streepjes van de restwarmte-indica-tie verdwijnen één voor één als dekookzone afkoelt. Het laatste streepjeverdwijnt als de kookzone zover is afge-koeld dat u deze zonder gevaar kuntaanraken.De restwarmte-indicaties knipperenals er een stroomonderbreking op-treedt tijdens gebruik of wanneer ernog restwarmte is.Gevaar voor verbranding doorhete kookzones.Na het koken zijn de kookzones nogheet.Raak de kookzones niet aan als derestwarmte-indicatie nog brandt.Vermogensstand instellen (uit-gebreid aantal standen)Raak het gedeelte tussen de sensor-toetsen aan.De gekozen vermogensstand knippertgedurende enkele seconden en brandtdaarna constant. Bij de tussenstandenverschijnt een punt achter het getal.

De tweede ver-warmingsspiraal van een braadzone ende derde verwarmingsspiraal van eenkookzone met 3 verwarmingsspiralenmoeten met de hand bijgeschakeldworden.Verwarmingsspiraal uitschakelenRaak kort de indicatie van de desbe-treffende kookzone aan.De indicatie begint te knipperen.Raak, terwijl de kookzone-indicatieknippert, sensortoets ,  of (afhankelijk van het model) zo vaakaan, totdat het controlelampje van debijschakeling dooft.Verwarmingsspiraal bijschakelenRaak kort de indicatie van de desbe-treffende kookzone aan.De indicatie begint te knipperen.Raak, terwijl de kookzone-indicatieknippert, sensortoets ,  of (afhankelijk van het model) aan.Het controlelampje van de bijschakelinggaat branden.Kies de gewenste vermogensstand.

2:459 –* De doorkookstanden met punt zijn alleenbeschikbaar als u het aantal vermogens-standen heeft vergroot. Zie: “Programme-ring”. Bij de hoge doorkookstanden zijnmaar relatief korte aankooktijden nodig, om-dat bij deze instellingen over het algemeende lege pan voor het aanbraden verhitwordt.

Bediening33WarmhoudenDe warmhoudfunctie dient voor hetwarmhouden van gerechten meteenna de bereiding. De functie is niet be-doeld voor het opwarmen van reedsafgekoelde gerechten.De maximale warmhoudtijd bedraagt2uur.– Houd gerechten uitsluitend in de panwarm. Sluit de pan met een deksel af.– Roer vaste of papperige gerechten(aardappelpuree, 1-pans gerechten)af en toe om.– De voedingswaarde van een gerechtneemt gedurende de bereiding af. Tij-dens het warmhouden neemt de voe-dingswaarde verder af. Houd dewarmhoudtijd zo kort mogelijk.Warmhouden activeren/deactiverenRaak de indicatie van de gewenstekookzone aan.De indicatie begint te knipperen.Raak sensortoets aan.

Timer34De kookplaat moet ingeschakeld zijn alsu de timer wilt gebruiken.U kunt een tijd instellen tussen 1minuut(:) en 9uur en 59minuten (:).Tijden tot 59 minuten stelt u in minutenin (0:59), tijden vanaf 60minuten in urenen minuten. De tijden worden ingevoerdin de volgorde “uren”, “minuten” (tiental)en “minuten” (rechter cijfer). De tijdenworden via de cijferreeks in het bedie-ningspaneel ingevoerd en kunnen metsensortoets + aangepast worden.Voorbeeld:59minuten = 0:59, invoer: 5-980minuten = 1:20, invoer: 1-2-0Nadat het eerste cijfer is ingevoerd,brandt het timerdisplay statisch. Na in-voer van het tweede cijfer springt heteerste cijfer naar links.

Na invoer vanhet derde cijfer springen het eerste entweede cijfer naar links.U kunt de timer voor twee functies ge-bruiken:– voor het instellen van een kookwek-kertijd ()– voor het automatisch uitschakelenvan een kookzone ().U kunt de functies tegelijk gebruiken.Getoond wordt altijd de kortste tijd ensensortoets (kookwekker) of  (au-tomatisch uitschakelen) knippert.Wanneer u de op de achtergrond aflo-pende resttijden wilt weergeven, raakt usensortoets of  van de gewenstekookzone aan.KookwekkerKookwekkertijd instellenRaak sensortoets aan.Het timerdisplay begint te knipperen.Stel de gewenste tijd in.Kookwekkertijd wijzigenRaak sensortoets aan.Stel de gewenste tijd in.Kookwekkertijd wissenRaak sensortoets  zo vaak aan tot-dat in het timerdisplay 0:00 verschijnt.

Timer35Kookzone automatisch uit-schakelenU kunt een tijd instellen waarna eenkookzone automatisch wordt uitgescha-keld. De functie kan voor alle kookzo-nes gelijktijdig worden gebruikt.De kookzone wordt automatisch uitge-schakeld als de geprogrammeerde tijdlanger is dan de maximaal toegestanebedrijfsduur. Zie hoofdstuk: “Bevei-ligingen”, paragraaf: “Veiligheidsuit-schakeling”.Stel voor de gewenste kookzone eenvermogensstand in.Raak sensortoets  naast de desbe-treffende kookzone-indicatie aan.Sensortoets  begint te knipperen.Stel de gewenste tijd in.Sensortoets  begint te pulseren.Als meerdere uitschakeltijden gepro-grammeerd zijn, wordt de kortste rest-tijd weergegeven en knippert de des-betreffende sensortoets .

Extra functies36Stop&GoBij activering van Stop&Go wordt devermogensstand van alle ingeschakeldekookzones tot 1 verlaagd.De vermogensstanden van de kookzo-nes en de instellingen van de timer kun-nen niet worden gewijzigd.

De kook-plaat kan alleen worden uitgeschakeld.Kookwekkertijden, uitschakeltijden, entijden voor de aankookautomaat lopengewoon door.Als u de functie deactiveert, worden dekookzones op de laatst ingestelde ver-mogensstand weer ingeschakeld.Als de functie niet binnen 1 uur wordtgedeactiveerd, wordt de kookplaat uit-geschakeld.Activeren/deactiverenRaak sensortoets aan.Gebruik de functie wanneer u de bedie-ningselementen snel moet reinigen.RecallAls de kookplaat tijdens het gebruik perongeluk uitgeschakeld is, kunt u metdeze functie alle instellingen herstellen.Hiervoor moet u de kookplaat binnen10 seconden na het uitschakelen weerinschakelen.Schakel de kookplaat weer in.Raak direct daarna een van de knip-perende kookzone-sensortoetsenaan.

Extra functies37Demo-modusMet deze functie kan de vakhandel hetapparaat presenteren, zonder dat deverwarming wordt ingeschakeld.Demo-modus activeren/deactiverenSchakel de kookplaat in.Raak in de cijferreeks gelijktijdig desensortoetsen 0 en 2 gedurende 6seconden aan.In het timerdisplay knipperen afwisse-lend gedurende enkele seconden  en (demo-modus geactiveerd) dan wel (demo-modus gedeactiveerd).Gegevens kookplaat weerge-venU kunt de type-aanduiding en de soft-wareversie van uw kookplaat latenweergeven.

Hierbij mogen geen pannenop de kookzones staan.Type-aanduiding/serienummerSchakel de kookplaat in.Raak in de cijferreeks gelijktijdig desensortoetsen 0 en 4 gedurende 6seconden aan.In het timerdisplay verschijnen na elkaarcijfers, gescheiden door een streepje.Voorbeeld:   (type-aanduiding KM1234) -      (serienummer)SoftwareversieSchakel de kookplaat in.Raak in de cijferreeks gelijktijdig desensortoetsen 0 en 3 gedurende 6seconden aan.In het timerdisplay verschijnen 3 cijfers:Voorbeeld: . = softwareversie 123

Beveiligingen38Inschakelblokkering/vergren-delingOm te voorkomen dat iemand de kook-plaat en de kookzones per vergissinginschakelt of instellingen wijzigt, heeftuw kookplaat een inschakelblokkeringen een vergrendeling.De inschakelblokkering wordt bij uit-geschakelde kookplaat geactiveerd. Alsde inschakelblokkering actief is, kan dekookplaat niet worden ingeschakeld enkan de timer niet worden bediend. Eeningestelde kookwekkertijd loopt door.De kookplaat is zo geprogrammeerddat de inschakelblokkering handmatigmoet worden geactiveerd. U kunt de in-stelling zo wijzigen dat de functie 5mi-nuten na het uitschakelen van de kook-plaat automatisch wordt geactiveerd.Zie hoofdstuk: “Programmering”.De vergrendeling wordt bij ingescha-kelde kookplaat geactiveerd.

Als de ver-grendeling actief is, kan de kookplaatslechts beperkt worden bediend:– De kookzones en de kookplaat kun-nen alleen maar worden uitgescha-keld.– Een ingestelde kookwekkertijd kanworden gewijzigd.Wanneer bij geactiveerde inschakel-blokkering of vergrendeling een niettoegestane sensortoets wordt aange-raakt, verschijnt gedurende enkele se-conden in het timerdisplay en klinkter een signaal.Inschakelblokkering activerenRaak gedurende 6seconden sensor-toets aan.De seconden worden in het timerdis-play afgeteld. Na afloop verschijnt in het timerdisplay. De inschakelblokke-ring is geactiveerd.Inschakelblokkering deactiverenRaak gedurende 6seconden sensor-toets aan.In het timerdisplay verschijnt even ,vervolgens worden de seconden afge-teld. Na afloop is de inschakelblokke-ring gedeactiveerd.

Beveiligingen39Vergrendeling activerenRaak sensortoets+ aan en laat uwvinger op de toets rusten.Raak sensortoets  aan en laat uwvingers 6 seconden op de toetscom-binatie rusten.De seconden worden in het timerdis-play afgeteld. Na afloop verschijnt in het timerdisplay. De vergrendeling isgeactiveerd.Vergrendeling deactiverenRaak sensortoets+ aan en laat uwvinger op de toets rusten.Raak sensortoets  aan en laat uwvingers 6 seconden op de toetscom-binatie rusten.In het timerdisplay verschijnt even ,vervolgens worden de seconden afge-teld. Na afloop is de vergrendeling ge-deactiveerd.

Beveiligingen40VeiligheidsuitschakelingAls de sensortoetsen bedekt zijnWanneer u langer dan ca. 10secondenuw vinger(s) op één of meer sensor-toetsen laat rusten of als er overge-kookte gerechten of voorwerpen op de-ze toetsen liggen, wordt de kookplaatautomatisch uitgeschakeld. In het ti-merdisplay verschijnt gedurende enkeleseconden . Als het om sensortoets gaat, brandt  zo lang, totdat de voor-werpen of het vuil verwijderd zijn.Wanneer u de voorwerpen of het vuilverwijdert, dooft  en is de kookplaatweer klaar voor gebruik.Bij te lange bedrijfsduurDe veiligheidsuitschakeling wordt auto-matisch geactiveerd als een kookzoneongewoon lang wordt verwarmd. Detijdspanne hangt van de gekozen ver-mogensstand af.

Beveiligingen41Oververhittingsbeveiliging/PanbeveiligingAlle kookzones hebben een oververhit-tingsbeveiliging (temperatuurbegrenzer).De ExtraSpeed-kookzone heeft boven-dien een panbeveiliging. Om deze func-tie te kunnen gebruiken, moet u de fa-brieksinstelling wijzigen. Zie hoofdstuk:“Programmering”.Als de oververhittingsbeveiliging inwerking treedt, wordt de verwarmingook op de hoogst mogelijke vermo-gensstand uit- en ingeschakeld.Als de panbeveiliging in werkingtreedt, wordt de verwarming van dekookzone uitgeschakeld.

In het displayvan de kookzone knipperen  en  af-wisselend.De oververhittings- of panbeveiligingkan in de volgende situaties in werkingtreden:– Op de ingeschakelde kookzone staatgeen pan.– De pan op de kookzone is leeg.– De bodem van de pan sluit niet ge-lijkmatig op de kookzone aan.– De pan geleidt de warmte niet goed.Dat de oververhittingsbeveiliging actiefis, ziet u daaraan dat de kookzone ookop de hoogste vermogensstand in- enuitgeschakeld wordt.

Na enkele secondenknipperen in het timerdisplay afwisse-lend: (programma01) en :(co-de).Programmering wijzigenProgrammering oproepenRaak bij uitgeschakelde kookplaattegelijk de sensortoetsen en aan en laat uw vinger er zo lang oprusten totdat sensortoets + verschijnten in het timerdisplay .Programma instellenTerwijl het programma wordt weerge-geven (bijvoorbeeld :), raakt u zovaak sensortoets+ aan, totdat hetgewenste programmanummer in hetdisplay verschijnt.Code instellenTerwijl de code wordt weergegeven(bijvoorbeeld :), raakt u zo vaaksensortoets+ aan, totdat het ge-wenste codenummer in het displayverschijnt.Instellingen opslaanAls het programma wordt weergege-ven (bijvoorbeeld :), raakt u zolang sensortoets aan, totdat decontrolelampjes gedoofd zijn.Instellingen niet opslaanRaak zo lang sensortoets aan,totdat de controlelampjes gedoofdzijn.

Programmering44Programma1) Code2) InstellingenP:10 Aanmelding WLAN C:00 niet actief/gedeactiveerdC:01 actief zonder configuratieC:02 actief en geconfigureerdC:03 verbinding via WPS push buttonmogelijkC:04 WLAN wordt naar standaard (C:00)geresetC:05 directe WLAN-verbinding vankookplaat en kap zonder app(con@ctivity 3.0)P:12 Reactiesnelheid van de sen-sortoetsenC:00 langzaamC:01 normaalC:02 snel1) Een niet genoemd programma is niet gedefinieerd.2) De standaard ingestelde code is telkens vet gedrukt.3) Wanneer de kookplaat wordt ingeschakeld, verschijnt enkele seconden  in het timerdis-play.4) In de tekst en in de tabellen worden de uitgebreide vermogensstanden voor de duidelijk-heid weergegeven met een punt achter het cijfer.5)De bevestigingstoon van sensortoets Aan/Uit wordt niet uitgeschakeld.

Reiniging en onderhoud46Gevaar voor verbranding doorhete kookzones.Na het koken zijn de kookzones nogheet.Schakel de kookplaat uit.Laat de kookzones afkoelen, voordatu de kookplaat gaat reinigen.Schade door vocht in de kook-plaat.De stoom van een stoomreiniger kanterechtkomen op onderdelen die on-der spanning staan en een kortslui-ting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van dekookplaat nooit een stoomreiniger.Alle oppervlakken kunnen verkleurenof veranderen wanneer u onge-schikte reinigingsmiddelen gebruikt.De oppervlakken zijn krasgevoelig.Verwijder resten van reinigingsmid-delen onmiddellijk.Gebruik geen schurende reinigings-middelen of middelen die krassenkunnen veroorzaken.Reinig de kookplaat na elk gebruik.Maak het apparaat na elke vochtigereiniging weer droog om kalkresten tevoorkomen.Ongeschikte reinigingsmidde-lenOm beschadigingen aan de oppervlak-ken te voorkomen, mogen de volgendemiddelen niet worden gebruikt:– afwasmiddelen– soda-, alkali-, ammoniak-, zuur- ofchloridehoudende reinigingsmiddelen– kalkoplossende reinigingsmiddelen– vlek- en roestverwijderaars– schurende reinigingsmiddelen, zoalsschuurpoeder, vloeibaar schuurmid-del en reinigingssteen– oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen– reinigingsmiddelen voor afwasauto-maten– grill- en ovensprays– glasreinigers– schurende harde borstels en spons-jes (zoals pannensponsjes) of ge-bruikte sponsjes die nog restenschuurmiddel bevatten– vlekkensponsjes

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele KM 6540 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden