Miele km 6118 Handleiding

Miele Kookplaat km 6118

Bekijk gratis de handleiding van Miele km 6118 (76 pagina’s), behorend tot de categorie Kookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Miele km 6118 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/76
Gebruiks- en montagehandleiding
Keramische inductiekookplaat
Lees beslist de gebruiks- en montagehandleiding voordat u uw toestel
plaatst, installeert en in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u
voorkomt schade aan uw toestel.
nl-BEM.-Nr. 07 806 110

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Kookplaat
Model: km 6118
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Touch
Kleur van het product: Zwart
Ingebouwd display: Ja
Timer: Ja
Breedte: 764 mm
Diepte: 504 mm
Hoogte: 51 mm
Snoerlengte: 1.4 m
Kinderslot: Ja
Vermogen brander/kookzone 2: 2300 W
Vermogen brander/kookzone 3: 1850 W
Vermogen brander/kookzone 1: 1400 W
Aantal branders/kookzones: 4 zone(s)
Type kookplaat: Inductiekookplaat zones
Type brander/kookzone 1: Sudderen
Type brander/kookzone 2: Groot
Type brander/kookzone 3: Groot
Makkelijk schoon te maken: Ja
Aantal gaspitten: 0 zone(s)
Aantal elektronische kook zones: 4 zone(s)
Sudderbrander/kookzone diameter: 160 mm
Reguliere brander/kookzone diameter: 200 mm
Sudder brander/kookzone: 2200 W
Normale brander/kookzone: 3000 W
Installatie compartiment breedte: 750 mm
Installatie compartiment diepte: 490 mm
Vermogen: 7400 W
Grote brander/kookzone diameter: 230 mm
Grote brander/kookzone: 3700 W
Stroom: 16 A
Type timer: Digitaal
Boost functie: Ja
Restwarmte-indicator: Ja
Auto-off timer koks voedsel veilig: Ja
Type brander/kookzone 4: Groot
Vermogen brander/kookzone 4: 1950 W
Voedingsbron brander/kookzone 1: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 2: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 3: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 4: Electrisch
Kookzone 1 boost: 2200 W
Kookzone 2 boost: 3000 W
Kookzone 3 boost: 3000 W
Kookzone 4 boost: 3000 W
Positie brander/kookzone 1: Links achter
Diameter brander/kookzone 1: 160 mm
Positie brander/kookzone 2: Links voor
Diameter brander/kookzone 2: 230 mm
Positie brander/kookzone 3: Rechts achter
Diameter brander/kookzone 3: 200 mm
Positie brander/kookzone 4: Rechts voor
Diameter brander/kookzone 4: 200 mm
Kookzone 1 vorm: Rond
Kookzone 2 vorm: Rond
Kookzone 3 vorm: Rond
Kookzone 4 vorm: Rond
AC-ingangsspanning: 200-240 V
AC-ingangsfrequentie: 50 - 60 Hz
Kookzone 2 dubbele boost: 3700 W

Handleiding Miele km 6118 – volledige tekst

Inhoud2Opmerkingen omtrent uw veiligheid. 4Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 15Overzicht. 17Kookplaat. 17KM 6113. 17KM 6112 / KM 6115 / KM 6116. 18KM 6117. 19KM 6118. 20Bedieningselementen/displays. 21Kookzones. 23Het toestel voor het eerst in gebruik nemen. 25Kookplaat voor de eerste keer reinigen. 25Kookplaat voor de eerste keer in gebruik nemen. 25Inductie. 26Principe. 26Geluiden. 27De juiste pannen. 28Tips om energie te besparen. 29Vermogensstand. 30Bediening. 31Bedieningsprincipe. 31Inschakelen. 32Vermogensstand instellen/wijzigen. 32Uitschakelen. 32Restwarmte-indicator. 32Aankookautomaat. 33Booster. 34Warmhouden. 36Timer. 37Kookwekker. 37Kookzone automatisch uitschakelen. 38Timerfuncties tegelijk gebruiken. 39Beveiligingen. 40Inschakelblokkering / vergrendeling. 40Powermanagement. 41Automatische uitschakeling. 41.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid4Deze kookplaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften.Onjuist gebruik echter kan persoonlijk letsel of beschadiging vanhet toestel tot gevolg hebben.Lees de gebruiks- en montagehandleiding daarom aandachtigdoor, voordat u het toestel in gebruik neemt. In de handleidingvindt u belangrijke instructies met betrekking tot inbouw, veilig-heid, gebruik en onderhoud.Miele kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die isontstaan doordat de veiligheidsinstructies en waarschuwingen nietin acht zijn genomen.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geef deze dooraan een eventuele volgende eigenaar.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid5Juist gebruik Deze kookplaat is bedoeld voor gebruik in het huishouden en ingelijkaardige omgevingen. Deze kookplaat mag niet buiten worden gebruikt. Gebruik deze kookplaat uitsluitend in huishoudelijke context voorhet bereiden en warmhouden van gerechten. Gebruik voor anderedoeleinden is niet toegestaan. Personen die op grond van hun fysieke, zintuiglijke of psychischeproblemen, hun onervarenheid of gebrek aan kennis van de kook-plaat niet in staat zijn om deze veilig te bedienen, moeten bij de be-diening onder toezicht staan. Deze personen mogen het toestel al-leen zonder toezicht bedienen als zij een eerst zijn geïnstrueerd. Zijdienen eventuele gevaren van een onjuiste bediening te herkennenen begrijpen.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid6Kinderen in het huishouden Houd kinderen onder acht jaar op een afstand, tenzij u voortdu-rend toezicht houdt. Kinderen vanaf acht jaar mogen de kookplaat alleen zonder toe-zicht gebruiken als ze weten hoe ze het toestel veilig moeten bedie-nen. De kinderen moeten zich bewust zijn van de gevaren van eenfoutieve bediening. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht reinigen. Houd kinderen in de gaten wanneer deze zich in de buurt van dekookplaat bevinden. Laat ze nooit met de kookplaat spelen. De kookplaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nogenige tijd nadat het is uitgeschakeld. Houd kinderen op een afstand,totdat de kookplaat voldoende is afgekoeld en er geen verbrandings-gevaar meer bestaat. Verbrandingsgevaar!Bewaar geen voorwerpen die voor kinderen interessant zijn, bovenof achter de kookplaat.

Dat kan kinderen ertoe brengen op het toe-stel te klimmen. Verbrandingsgevaar!Draai de grepen van de pannen zo dat ze zich boven het werkbladbevinden, zodat kinderen de pannen niet van de kookplaat kunnentrekken. Verstikkingsgevaar! Spelende kinderen kunnen zich wikkelen inverpakkingsmateriaal (bijv. folies) of het over hun hoofd trekken endaardoor verstikken. Houd verpakkingsmateriaal zoals plastic buitenhet bereik van kinderen. Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen de kookplaatniet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid7Technische veiligheid Door ondeskundig uitgevoerde installaties, onderhoudswerken ofherstellingen kunnen er niet te onderschatten risico's ontstaan voorde gebruiker. Installatie-, onderhouds- of herstellingswerken mogenalleen door vakmensen worden uitgevoerd die door Miele erkendzijn. Beschadigingen aan de kookplaat kunnen uw veiligheid in gevaarbrengen. Controleer de kookplaat op zichtbare beschadigingen. Eenbeschadigde kookplaat mag niet in gebruik worden genomen. De kookplaat kan alleen betrouwbaar en veilig functioneren, als hijop het openbare elektriciteitsnet is aangesloten. De elektrische veiligheid van de kookplaat is uitsluitend gegaran-deerd, als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem dat vol-gens de geldende voorschriften is geïnstalleerd. Aan deze funda-mentele veiligheidsvoorwaarde moet worden voldaan.

Laat de elek-trische installatie bij twijfel door een vakman inspecteren. De aansluitgegevens (frequentie en spanning) op het typeplaatjemoeten beslist met de waarden van het elektriciteitsnet overeen-komen, om beschadiging van de kookplaat te voorkomen. Vergelijk deze gegevens voor de aansluiting. Raadpleeg bij twijfeleen elektricien. Stekkerdozen of verlengsnoeren bieden niet voldoende veiligheid(brandgevaar). Gebruik deze niet voor het aansluiten van de kook-plaat op het elektriciteitsnet. Gebruik de kookplaat alleen als deze is ingebouwd, zodat de vei-ligheid gewaarborgd is. Deze kookplaat mag niet op een niet-stationaire locatie (zoals eenboot) worden gebruikt.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid8 Wanneer u aansluitingen onder spanning aanraakt of de elek-trische en mechanische constructie wijzigt, kan dat voor u gevaaropleveren. Het kan ook tot storingen in de werking van de kookplaatleiden.Open nooit de behuizing van de kookplaat. Het recht op garantie vervalt wanneer de kookplaat door eentechnicus wordt gerepareerd die niet door Miele is geautoriseerd. Defecte onderdelen mogen alleen door originele Miele-onderdelenworden vervangen.

Alleen van deze Miele onderdelen kunnen wij ga-randeren, dat zij volledig aan onze veiligheidseisen voldoen. De kookplaat mag niet worden gebruikt met een externe schakel-klok of een systeem voor besturing op afstand. De kookplaat moet door een elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten (zie hoofdstuk "Elektrische aansluiting"). Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze door een elektri-cien worden vervangen door een speciale aansluitkabel van het typeH 05 VV-F (pvc-geïsoleerd). Zie hoofdstuk "Elektrische aansluiting". Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden moet dekookplaat volledig van het elektriciteitsnet losgekoppeld zijn.

Gadaarvoor als volgt te werk:– schakel de zekeringen in uw zekeringkast uit of– draai de zekeringen in uw zekeringkast er helemaal uit of– als de stekker (indien aanwezig) uit de contactdoos is getrokken.Trek daarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel. Gevaar voor elektrische schok!Als de kookplaat defect is of als de keramische glasplaat barsten ofspleten vertoont, mag u de kookplaat niet in gebruik nemen en dientu deze direct uit te schakelen. Ontkoppel hem van het elektriciteits-net. Neem dan contact op met Miele-Service.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid9 Als de kookplaat achter een meubelfront (bijv. een deur) is ge-plaatst, sluit deze nooit terwijl de kookplaat in werking is. Achter eengesloten meubeldeur verzamelt zich warmte en vocht. Daardoor kun-nen kookplaat, inbouwnis en vloer worden beschadigd. Sluit eenmeubeldeur pas als de restwarmte-indicaties gedoofd zijn.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid10Efficiënt gebruik De kookplaat wordt heet als deze in gebruik is en dat blijft hij ooknog enige tijd na het uitschakelen. Pas zodra het lampje voor de res-terende warmte is uitgegaan, is het verbrandingsgevaar geweken. Olie en vet kunnen bij oververhitting gaan branden. Laat de kook-plaat bij werkzaamheden met olie en vet niet zonder toezicht achter.Blus branden met olie en vet nooit met water. Schakel de kookplaatuit en verstik de vlammen voorzichtig met een deksel of een blusde-ken. Vlammen kunnen de vetfilters van een dampkap in brand doenvliegen. Flambeer nooit onder een dampkap. Als spuitbussen, licht ontvlambare vloeistoffen of brandbaar mate-riaal warm worden, kunnen ze gaan branden. Bewaar daarom mak-kelijk ontvlambare voorwerpen nooit in laden direct onder de kook-plaat.

Eventueel aanwezige bestekbakken moeten van hittebestendigmateriaal zijn. Verwarm kookgerei nooit zonder inhoud. In gesloten conservenblikken ontstaat bij het inmaken en op-warmen een overdruk, waardoor deze kunnen ontploffen. Gebruik dekookplaat niet voor het inmaken en verwarmen van conservenblik-ken. Wanneer de kookplaat wordt afgedekt, bestaat het risico dat hetmateriaal van de afdekking in brand vliegt, barst of smelt als u dekookplaat per ongeluk inschakelt of als deze nog warm is van eenbereiding. Dek de kookplaat nooit af met bijv. afdekplaten, een doekof een beschermfolie.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid11 Als de kookplaat ingeschakeld is, als u deze per ongeluk inscha-kelt of als hij nog warm is van het koken, bestaat het risico dat meta-len voorwerpen die op de kookplaat liggen warm worden. Ander ma-teriaal kan smelten of vlam vatten. Vochtige pannendeksels kunnenzich vastzuigen. Gebruik de kookplaat niet als legplank. Schakel dekookzones na gebruikt uit! U kunt zich aan de hete kookplaat branden. Gebruik daarom altijdovenhandschoenen of pannenlappen als u met het hete toestelwerkt. Gebruik alleen droge handschoenen of pannenlappen. Nat ofvochtig textiel geleidt de warmte beter en kan door stoom verbran-dingen veroorzaken. Als u een elektrisch toestel (bijvoorbeeld een mixer) in de buurtvan de kookplaat gebruikt, mag de aansluitkabel niet in contact ko-men met de hete kookplaat.

De isolatie van de kabel zou beschadigdkunnen raken. Zout, suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld van groente) kunnenkrassen veroorzaken, als ze onder de pan komen. Zorg dat de kera-mische glasplaat en de panbodem schoon zijn, voordat u het kook-gerei op de kookplaat plaatst. Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs eenlicht voorwerp zoals een zoutvaatje kan scheuren of barsten veroor-zaken. Hete voorwerpen op de sensortoetsen en de displays kunnen deelektronica eronder beschadigen. Zet nooit hete pannen op de sen-sortoetsen en de displays. Wanneer suiker, suikerhoudende gerechten, kunststof of alumini-umfolie op de hete kookplaat komen en smelten, beschadigen dezebij het afkoelen de keramische glasplaat. Schakel het toestel meteenuit en krab deze stoffen onmiddellijk met een schraper eraf. Trek hier-voor ovenhandschoenen aan.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid12 Door drooggekookte pannen kan de keramische plaat beschadigdraken. Houd daarom altijd toezicht op de kookplaat! Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwe bodemkan krassen op de keramische plaat veroorzaken. Til pannen op als u ze wilt verplaatsen. U voorkomt zo vlekkendoor wrijving en krassen. Doordat inductiekookzones heel snel heet worden, kan de tempe-ratuur in de panbodem in een mum van tijd de zelfontbrandingstem-peratuur van olie of vet bereiken. houd daarom altijd toezicht op hettoestel! Verhit vetten en olie hooguit gedurende een minuut en gebruikdaarvoor nooit de booster. Alleen voor personen met een pacemaker: In de directe omgevingvan de ingeschakelde kookplaat ontstaat een elektromagnetischveld. Het is niet waarschijnlijk dat dit veld de werking van de pace-maker nadelig beïnvloedt.

Neem bij twijfel contact op met de fabri-kant van de pacemaker of met uw arts. Het elektromagnetische veld van het ingeschakelde kookvlak kande werking van magnetiseerbare voorwerpen beïnvloeden. Er mogenzich geen kredietkaarten, opslagmedia, zakrekenmachines enz. in deonmiddellijke omgeving van het ingeschakelde kookvlak bevinden. Metalen voorwerpen die in een lade onder de kookplaat wordenbewaard, kunnen heet worden als u het toestel lang en intensief ge-bruikt. Bewaar daarom geen metalen voorwerpen in een lade diezich meteen onder de kookplaat bevindt.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid13 De kookplaat is voorzien van een ventilator. Als zich onder het in-gebouwde toestel een lade bevindt, moet de afstand tussen de in-houd van de lade en de onderkant van het toestel voldoende zijn zo-dat voldoende ventilatie van de kookplaat is gewaarborgd. Bewaargeen spitse en kleine voorwerpen of papier in de lade. Deze voor-werpen kunnen via de ventilatieopeningen in de behuizing terecht-komen of aangezogen worden en zo de ventilator beschadigen of dekoeling beïnvloeden. Plaats nooit twee pannen tegelijk op een kook-/braadzone of Po-werFlex-kookvlak. Als de pan slechts gedeeltelijk op de kook- of braadzone staat,kunnen de handgrepen eventueel heel heet worden.Plaats de pan altijd in het midden van de kook- of braadzone.

Opmerkingen omtrent uw veiligheid14Reiniging en onderhoud De stoom van een stoomreiniger kan terechtkomen op onderdelendie onder spanning staan en een kortsluiting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van de kookplaat nooit een stoomreiniger. Schakel de kookplaat niet in als deze boven een pyrolyse-oven of-fornuis is ingebouwd en de pyrolysefunctie actief is, omdat de over-verhittingsbeveiliging van de kookplaat zou kunnen reageren (zie debetreffende hoofdstuk).

Een bijdrage aan de bescherming van het milieu15Recycleerbare verpakkingDe verpakking behoedt het toestel voortransportschade. Er werd milieuvriende-lijk en recycleerbaar verpakkingsmateri-aal gekozen.Door hergebruik van verpakkingsmateri-aal wordt er op grondstoffen bespaarden wordt er minder afval geproduceerd.Uw vakhandelaar neemt de verpakkingin het algemeen terug.Uw toestel afdankenOude elektrische en elektronische toe-stellen bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echter ookstoffen, mengsels en onderdelen dienodig zijn geweest om de toestellengoed en veilig te laten functioneren.Wanneer u uw oude toestel bij het ge-wone afval doet of er op een anderemanier niet goed mee omgaat, kunnendeze stoffen schadelijk zijn voor de ge-zondheid en het milieu. Doe uw oudetoestel daarom nooit bij het gewonehuisafval.

Een bijdrage aan de bescherming van het milieu16Lever het in bij een gemeentelijk inza-meldepot voor elektrische en elektro-nische apparatuur, bij uw vakhandelaarof bij Miele. U bent wettelijk zelf verant-woordelijk voor het wissen van eventue-le persoonlijke gegevens op het af tedanken toestel.Bij de aankoop van uw nieuw toestelheeft u een bijdrage betaald. Die wordtvolledig gebruikt voor de toekomstigerecyclage van dat toestel. Dat bevattrouwens nog waardevol materiaal.Door te recycleren wordt er dan ookminder verspild en vervuild.Als u vragen heeft omtrent het afdankenvan uw oud toestel, neem dan contactop met– de handelaar bij wie u het kochtof– de firma Recupel,telefoon 02 706 86 10,website: www.recupel.beof– uw gemeentebestuur als u uw toestelnaar een containerpark brengt.Zorg er ook voor dat het toestel intus-sen kindveilig wordt bewaard voor u hetlaat wegbrengen.

Overzicht23KookzonesKookzone KM 6113Øin cm* Vermogen in Watt bij 230 V** 18–28 NormaalTwinBooster, stand 1TwinBooster, stand 2260030003700 14–20 NormaalBooster18503000 10–16 NormaalBooster14002200Totaal 7400* Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdiameter ge-bruiken.** Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het materiaal vande gebruikte pannen.Kookzone KM 6112 / KM 6115 / KM 6116 / KM 6118Øin cm* Vermogen in Watt bij 230 V** 16–23 NormaalTwinBooster, stand 1TwinBooster, stand 2230030003700 10–16 NormaalBooster14002200 14–20 NormaalBooster18503000 14–20 NormaalBooster18503000Totaal 7400* Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdiameter ge-bruiken.** Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het materiaal vande gebruikte pannen.

Het toestel voor het eerst in gebruik nemen25 Plak het typeplaatje dat bij de docu-mentatie gevoegd is op de daarvoorbestemde plaats in het hoofdstuk"Service". Verwijder eventueel aanwezige be-schermfolies en stickers.Kookplaat voor de eerste keerreinigen Wis uw kookplaat voor het eerste ge-bruik af met een vochtige doek endroog het dan af.Kookplaat voor de eerste keerin gebruik nemenDe onderdelen van metaal worden meteen onderhoudsmiddel beschermd. Alshet toestel voor het eerst in gebruikwordt genomen, ontstaan daardoorgeuren en eventueel ook damp. Ookdoor de verwarming van de inductie-spoelen wordt tijdens de eerste ge-bruiksuren een geur afgegeven.

Bij ie-der verder gebruik wordt de geur min-der en ze verdwijnt uiteindelijk volledig.De geur en de eventueel optredendedamp wijzen niet op een verkeerde aan-sluiting of een defect en zijn ook nietschadelijk voor de gezondheid.Denk eraan dat de opwarmtijd bij in-ductiekookplaten veel korter is dan bijde gebruikelijke kookplaten.

Inductie26PrincipeOnder de keramische plaat bevindenzich inductiespoelen. Als u een kookzo-ne inschakelt, genereren deze spoeleneen magneetveld waardoor de bodemvan de pan heet wordt. De kookzonezelf wordt alleen indirect verwarmd doorde stralingswarmte van de pan.Een inductiekookzone reageert alleenop pannen met een magnetiseerbarebodem (zie "De juiste pannen").

Hetsysteem houdt automatisch rekeningmet de grootte van de gebruikte pan.In het kookzonedisplay knipperen af-wisselend het symbool  en de inge-stelde vermogensstand,– als u een kookzone zonder pan ofmet een ongeschikte pan (met nietmagnetiseerbare bodem) inschakelt,– als de bodemdiameter van de pan teklein is,– als u de pan van een ingeschakeldekookzone haalt.Als u binnen 3 minuten een geschiktepan op de kookzone zet, verdwijnt hetsymbool  en kunt u gewoon doorgaan.Als u geen (geschikte) pan gebruikt,wordt de kookzone na 3 minuten auto-matisch uitgeschakeld. Als het toestel ingeschakeld is,als u het toestel per ongeluk inscha-kelt of als het nog warm is van hetkoken, bestaat het risico dat metalenvoorwerpen die op de kookplaat lig-gen verhitten.Pas op dat u zich niet verbrandt!Gebruik het kookvlak niet als leg-plank.

Inductie27GeluidenBij gebruik van een inductiekookplaatkunnen in het kookgerei allerlei geluidenontstaan. De geluiden zijn afhankelijkvan het materiaal en de constructie vande bodem van het kookgerei.Op een hoge vermogensstand kan hettoestel een bromgeluid veroorzaken. Ditgeluid neemt af of verdwijnt als u eenlagere vermogensstand instelt.Bij pannen met een bodem die uit ver-schillende materialen bestaat (bijvoor-beeld een sandwichbodem) kan eenknetterend geluid optreden.Er kan een fluitend geluid ontstaan alsde met elkaar verbonden kookzones(zie "Booster") tegelijk zijn ingeschakelden op de kookzones pannen staan meteen bodem die uit verschillende materi-alen bestaat (bijvoorbeeld een sand-wichbodem).Vooral bij lage vermogensstanden kun-nen bij elektronische schakelingen klik-geluiden optreden.Er kan een zoemend geluid ontstaan alsde ventilator wordt ingeschakeld.

Inductie28De juiste pannenGeschikt zijn pannen van:– roestvrij staal met een magnetiseer-bare bodem.– geëmailleerd staal.– GietijzerNiet geschikt zijn pannen van:– roestvrij staal met een niet magneti-seerbare bodem.– aluminium of koper.– glas, keramiek of aardewerk.Als u niet zeker weet of een pan ge-schikt is voor inductie, houdt u eenmagneet tegen de bodem van de pan.Als de magneet blijft plakken, is de panover het algemeen geschikt.Als u een ongeschikte pan gebruikt,knipperen in het kookzone-display af-wisselend het symbool  en de inge-stelde vermogensstand.De kwaliteit van de bodem van de pankan het bereidingsresultaat beïnvloeden(bijvoorbeeld het bruin worden van pan-nenkoeken).– Kies voor een optimaal gebruik vande kookzone een pan met een ge-schikte bodemdiameter (zie "Kookzo-nes").

Als de pan te klein is, wordtdeze niet herkend en knipperen in hetkookzone-display afwisselend hetsymbool  en de ingestelde vermo-gensstand.– Gebruik alleen pannen met een glad-de bodem. Een ruwe bodem kankrassen op de keramische plaat ver-oorzaken.– Til pannen op als u ze wilt ver-plaatsen. U voorkomt zo vlekkendoor wrijving en krassen.– Houd er bij de aanschaf rekeningmee dat pannenfabrikanten vaak demaximale diameter of de diameteraan de bovenkant vermelden. Vanbelang is echter alleen de (meestalkleinere) bodemdiameter.– Gebruik waar mogelijk pannen metrechte rand. Bij pannen met schuinerand werkt de inductie ook bij de ran-den van de pan. Daardoor kan derand van een pan verkleuren of decoating afbladderen.

Tips om energie te besparen29– Bereid gerechten zoveel mogelijk al-leen in gesloten potten of pannen.Dat voorkomt dat onnodig warmteontwijkt.– Gebruik voor een kleine hoeveelheideen kleine pan. Voor een kleine pan isminder energie nodig dan voor eengrote, niet geheel gevulde pan.– Gebruik zo weinig mogelijk water.– Schakel na het aankoken of aanbra-den op tijd terug naar een lagere ver-mogensstand.– Gebruik een snelkookpan om de be-reidingstijd te verkorten.

Vermogensstand30De kookplaat is in de fabriek met 9 vermogensstanden geprogrammeerd. Indien ueen fijnere indeling wilt, kunt u uitbreiden tot 17 vermogensstanden (zie hoofdstuk"Programmering").Vermogensstandinstelling affabriek(9 vermo-gensstanden)uitgebreid(17standen)Warmhouden hh hBoter smeltenGelatine oplossenSmelten van chocolade1–2 1–2.Rijstepap, havermoutpap maken 2 2–2.Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmenRijst wellen3 3–3.Groente ontdooien (in een blok) 3 2.–3Graan wellen 3 2.–3.Verwarmen van vloeibare en halfvaste gerechten Bereiden van een omelet en van spiegeleieren zonder korstFruit blancheren4 4–4.Deegwaren wellen 4 4–5.Groente, vis stoven 5 5Diepvriesproducten ontdooien en verwarmen 5 5–5.Eieren behoedzaam bakken (zonder oververhitting van hetvet)6 5.–6.Aankoken van grote hoeveelheden, bijv. eenpansgerechten Gebonden saus of roomsaus maken, bijv.

witte-wijnsaus ofsauce hollandaise6–7 6.–7Vis, schnitzel, braadworst behoedzaam bakken (zonderoververhitting van het vet)6–7 6.–7.Poffertjes, pannenkoeken, etc. bakken 7 6.–7Aanbraden van stoofgerechten 8 8–8.Grote hoeveelheden water kokenAankoken9 9De gegevens zijn richtwaarden. Het vermogen van de inductiespoel varieert naargelang degrootte en het materiaal van de bodem van de pan. Voor uw pannen kunnen de vermogens-standen dus enigszins afwijken. Bepaal door praktisch gebruik de optimale instellingen vooruw pannen. Stel voor nieuwe pannen waarvan u de gebruikseigenschappen niet kent devermogensstand één stand lager in dan aangegeven.

Bediening31BedieningsprincipeUw keramische kookplaat heeft elektro-nische sensortoetsen die op vingercon-tact reageren. De sensortoets aan/uit moet bij het inschakelen om veiligheids-redenen iets langer worden aangeraaktdan de overige toetsen.Elke reactie van de toetsen wordt be-vestigd met een akoestisch signaal.De kookzones en de timer moeten "ac-tief" zijn als u een vermogensstand oftijd wilt instellen of wijzigen. Om eenkookzone of de timer te activeren, moetu de toets van de betreffende kookzoneof van de timer aantippen. Als u detoets heeft aangetipt, begint het betref-fende display te knipperen. Zolang hetdisplay knippert, is de kookzone c.q. detimer "actief" en kunt u een vermogens-stand of tijd instellen.

Uitzondering: Als slechts één kookzo-ne in gebruik is, kunt u de vermogens-stand zonder activering wijzigen.Storing door vuile en/of bedekte sen-sortoetsen.De sensortoetsen reageren niet of erworden ongewenste schakelingenuitgevoerd, eventueel wordt de kook-plaat automatisch uitgeschakeld (ziehoofdstuk "Automatische uitscha-keling"). Hete pannen op de sensor-toetsen/displays kunnen de daaron-der liggende elektronica bescha-digen.Houd de sensortoetsen en displaysschoon, plaats er geen voorwerpenop en ook geen hete pannen.

Bediening32 Brandgevaar!Houd toezicht op de kookplaat alsdeze in gebruik is!Houdt u er rekening mee dat de op-warmtijd bij inductiekookplaten veelkorter is dan bij gewone kookplaten.Inschakelen Tip de  - sensortoets aan.In de displays van alle kookzones ver-schijnt een , in het timerdisplay .Voert u daarna geen waarden in, danwordt de kookplaat om veiligheidsre-denen na enkele seconden weer uitge-schakeld.Vermogensstand instellen/wij-zigen Druk kort op de toets van de betref-fende kookzone.In het kookzonedisplay knippert  en deingestelde vermogensstand. Druk zo vaak op de sensortoets + of -totdat de gewenste vermogensstandop het kookzonedisplay verschijnt.De gekozen vermogensstand knippertgedurende enkele seconden en brandtdaarna constant.Als u de vermogensstand met - instelt,kiest u voor koken met aankookauto-maat.

Als u de vermogensstand met +instelt, kiest u voor koken zonder aan-kookautomaat (zie "Aankookauto-maat").Uitschakelen Om een kookzone uit te schakelenraakt u 2 keer de toets van de betref-fende kookzone aan. Om de kookplaat en daarmee allekookzones uit te schakelen raakt u desensortoets  aan.Restwarmte-indicatorAls een kookzone warm is, brandt nahet uitschakelen de restwarmte-indica-tie.De streepjes van de restwarmte-indica-tie verdwijnen één voor één als dekookzone afkoelt. Het laatste streepjeverdwijnt als de kookzone zover is afge-koeld dat u deze zonder gevaar kuntaanraken. Verbrandingsgevaar! Raak dekookzones niet aan als de restwarm-te-indicatie nog brandt.

Debereidingstijd hangt af van de inge-stelde doorkookstand (zie tabel).Activeren Druk kort op de toets van de betref-fende kookzone. Stel met de sensortoets - de ge-wenste doorkookstand in.Tijdens de aankooktijd (zie tabel) brandthet controlelampje naast de ingesteldedoorkookstand.Als u het aantal vermogensstandenheeft vergroot (zie "Programmering")knipperen in het kookzonedisplay afwis-selend  en de ingestelde doorkook-stand.Als u tijdens de bereidingstijd de door-kookstand wijzigt, deactiveert u deaankookautomaat.Deactiveren Druk kort op de toets van de betref-fende kookzone. Stel een andere vermogensstand in.Doorkookstand Bereidingstijd[min : sec]1 ca. 0:151. ca. 0:152 ca. 0:152. ca. 0:153 ca. 0:253. ca. 0:254 ca. 0:504. ca. 0:505 ca. 2:005. ca. 5:506 ca. 5:506. ca. 2:507 ca. 2:507. ca. 2:508 ca. 2:508. ca.

Bediening34BoosterDe kookzones zijn uitgerust met eenbooster of TwinBooster (zie hoofdstuk"Overzicht – Kookplaat"). U kunt debooster maximaal voor twee kookzonestegelijk gebruiken.Met de booster kan een hoger vermo-gen worden geleverd om snel grotehoeveelheden te kunnen verwarmen(bijv. grote hoeveelheden water voor hetkoken van pasta).

Dit hoger vermogenis maximaal 15 minuten actief.U kunt de booster voor maximaal tweekookzones tegelijk gebruiken.Als u de booster inschakelt, terwijl– geen vermogensstand is ingesteld,wordt na afloop van de boostertijd ofbij het eerder uitschakelen van defunctie automatisch teruggeschakeldnaar vermogensstand 9.– wel een vermogensstand is ingesteld,wordt na afloop van de boostertijd ofbij het eerder uitschakelen van defunctie automatisch teruggeschakeldnaar de ingestelde vermogensstand.Er zijn telkens twee kookzones met el-kaar verbonden (gekoppeld) om hetvermogen voor de booster te kunnen le-veren. Gedurende de boostertijd wordtaan de verbonden kookzone een deelvan het vermogen onttrokken. Dit heefteen van de volgende uitwerkingen:– aankoken wordt uitgeschakeld– de vermogensstand wordt verlaagd– de verbonden kookzone wordt uitge-schakeld.

Bediening35Booster inschakelen Druk op de toets van de betreffendekookzone. Stel eventueel een vermogensstandin. Druk op de sensortoetsB I/II.Het controlelampje voor de boosterlicht op en in het kookzonedisplay be-gint het symbool  te knipperen. Na en-kele seconden brandt het symbool constant en dooft het controlelampje.TwinBooster-functie inschakelen,stand 1 Druk op de toets van de betreffendekookzone. Stel eventueel een vermogensstandin. Druk op de toetsB I/II.Het controlelampje voor de boosterlicht op en in het kookzonedisplay be-gint het symbool  te knipperen.

Na en-kele seconden brandt het symbool constant en dooft het controlelampje.TwinBooster-functie inschakelen,stand 2 Druk op de toets van de betreffendekookzone. Stel eventueel een vermogensstandin. Druk twee keer op de sensortoetsBI/II.Het controlelampje voor de boosterlicht op en in het kookzonedisplay be-gint het symbool  te knipperen. Na en-kele seconden brandt het symbool constant en dooft het controlelampje.Booster- / TwinBooster-functie uit-schakelen Druk op de toets van de betreffendekookzone. Druk zo vaak op de sensortoetsB I/IItotdat het controlelampje voor debooster dooft en in het kookzonedis-play de ingestelde vermogensstandverschijnt.of Druk op de toets van de betreffendekookzone. Stel een andere vermogensstand in.

Bediening36WarmhoudenDe warmhoudstand is niet bedoeldvoor het opwarmen van reeds afge-koelde gerechten. De warmhoudstandis voor het warmhouden van ge-rechten meteen na de bereiding.De maximale warmhoudtijd bedraagt2uur.– Houd gerechten alleen in de panwarm. Dek de pan met een deksel af.– U hoeft de gerechten tijdens hetwarmhouden niet te roeren.– De voedingswaarde van een gerechtneemt gedurende de bereiding af.Tijdens het warmhouden neemt devoedingswaarde verder af. Houd dewarmhoudtijd dan ook zo kort moge-lijk.Warmhoudstand instellen Druk op de toets van de betreffendekookzone. Druk zo lang op de sensortoets + tot-dat in het kookzonedisplay  ver-schijnt.Warmhoudstand uitzetten Druk op de toets van de betreffendekookzone. Stel een andere vermogensstand in ofschakel de kookzone uit.

Timer37Als u de timer wilt gebruiken, moet dekookplaat ingeschakeld zijn.U kunt een tijd instellen van 1minuut() tot 9,5uren (.).U kunt de timer voor twee functies ge-bruiken:– voor het instellen van een kookwek-kertijd.– voor het automatisch uitschakelenvan een kookzone.Met de sensortoets - verlaagt u de tijdvan . tot . Met de sensortoets +verhoogt u de tijd van  tot .. Bij .en  volgt een stop. Om door te gaan,haalt u kort uw vinger van de toets entipt u de toets daarna weer aan.Bij tijden boven 99 minuten vindt de in-stelling plaats in stappen van een halfuur.

Een half uur wordt aangegeven meteen punt achter het cijfer.KookwekkerInstellen Tip de  - sensortoets aan.In het timerdisplay knipperen  en hetcontrolelampje voor de kookwekkertijd. Stel de gewenste tijd in met de sen-sortoets - of +.Wijzigen Tip de  - sensortoets aan. Stel de gewenste tijd in met de sen-sortoets - of +.Wissen Tip de  - sensortoets aan. Raak tegelijkertijd de sensortoetsen -en + zo lang aan totdat op het timer-display  verschijnt.

De functie kan voor alle kookzo-nes tegelijk worden gebruikt.De kookzone wordt door de automa-tische uitschakeling (zie desbetreffen-de hoofdstuk) uitgeschakeld als degeprogrammeerde tijd langer is dan demaximaal toegestane bedrijfsduur. Stel voor de gewenste kookzone eenvermogensstand in. Raak de sensortoets  zo vaak aantot het controlelampje voor dezekookzone knippert.Zijn meerdere kookzones ingescha-keld, dan knipperen de betreffendecontrolelampjes met de wijzers van deklok mee, beginnend bij links voor. Stel de gewenste tijd in. Als u een uitschakeltijd voor nog eenkookzone wilt instellen, gaat u net zote werk als in het voorgaande is be-schreven.Als meerdere uitschakeltijden gepro-grammeerd zijn, wordt de kortste rest-tijd weergegeven en knippert het be-treffende controlelampje.

Timer39Timerfuncties tegelijk ge-bruikenU kunt de functies kookwekker en auto-matisch uitschakelen tegelijk gebruiken.U heeft een of meer uitschakeltijden ge-programmeerd en wilt ook een kook-wekkertijd instellen: Raak de sensortoets  zo vaak aantot de controlelampjes van de gepro-grammeerde kookzones statischbranden en het controlelampje voorkookwekker knippert. Stel de tijd in zoals hierboven be-schreven.U hebt een kookwekkertijd ingesteld enwilt bovendien één of meerdere uitscha-keltijden programmeren: Raak de sensortoets  zo vaak aantot het controlelampje voor de ge-wenste kookzone knippert. Stel de tijd in zoals hierboven be-schreven.Kort na de laatste invoer schakelt het ti-merdisplay over op de functie met dekortste resttijd.Wanneer u de op de achtergrond aflo-pende resttijden wilt weergeven: Druk zo vaak op het timerdisplay tot– het controlelampje voor de gewenstekookzone knippert (automatisch uit-schakelen).– het controlelampje voor de kookwek-ker knippert (kookwekkertijd).Uitgaande van de weergegeven kortsteresttijd worden met de wijzers van deklok mee alle ingeschakelde kookzonesen de kookwekker geselecteerd.

Beveiligingen40Inschakelblokkering / vergren-delingDe vergrendeling en de vergrendelingworden door een stroomonderbre-king gedeactiveerd.Om te vermijden dat iemand de kook-plaat en de kookzones per vergissinginschakelt of instellingen wijzigt, is uwkookplaat uitgerust met een inschakel-blokkering en een vergrendeling.De vergrendeling wordt geactiveerd bijuitgeschakelde kookplaat. Als deze ge-activeerd is, kan de kookplaat niet meerworden ingeschakeld en kan de timerniet meer worden bediend. De kook-plaat is dusdanig geprogrammeerd datde vergrendeling met de hand moetworden geactiveerd. U kunt de pro-grammering dusdanig instellen dat devergrendeling 5minuten na het uitscha-kelen van de kookplaat automatischwordt geactiveerd wanneer geen hand-matige vergrendeling plaatsvindt (ziehoofdstuk "Programmering").De vergrendeling wordt bij ingescha-kelde kookplaat geactiveerd.

Wanneerdeze geactiveerd is, kan de kookplaatmaar beperkt worden bediend:– De vermogensstanden van de kook-zones en de instellingen van de timerkunnen niet worden gewijzigd.– De kookzones, de kookplaat en de ti-mer kunnen wel worden uitgescha-keld, maar daarna niet weer wordeningeschakeld.Als bij geactiveerde inschakelblokkeringof vergrendeling een toets wordt aange-raakt die niet mag worden bediend, ver-schijnt gedurende enkele seconden inhet kookzonedisplay links voor enrechts voor.Activeren Raak tegelijkertijd de sensortoetsen+en- zo lang aan, totdat op het kook-zonedisplay links voor en rechtsvoor verschijnt en er een signaalklinkt.Na korte tijd dooft .Deactiveren Raak tegelijkertijd de sensortoetsen+en- zo lang aan, totdat op het kook-zonedisplay links voor de letter enrechts voor de letter dooft en er eensignaal klinkt.

Beveiligingen41PowermanagementHet totale vermogen van de kookplaatkan tot 3,0 kW worden begrensd om tevoldoen aan de eisen van het plaatse-lijke net. Als het powermanagement in-geschakeld is (zie "Programmering), kanbij kookplaten met 4 kookzones stand 2van de TwinBooster niet worden inge-steld.Automatische uitschakelingBij te lange bedrijfsduurDe automatische uitschakeling wordtautomatisch geactiveerd wanneer eenkookzone ongewoon lang wordt ver-warmd. De tijdspanne hangt van de ge-kozen vermogensstand af. Als deze isoverschreden, wordt de kookzone uit-geschakeld en wordt de restwarmteweergegeven. Wanneer u de kookzoneuit- en inschakelt is deze weer klaarvoor gebruik.Als de sensortoetsen bedekt zijnUw kookplaat wordt uitgeschakeld, zo-dra één of meerdere sensortoetsen lan-ger dan ca.

Beveiligingen42OververhittingsbeveiligingAlle inductiespoelen en de koellichamenvan de elektronica zijn voorzien van eenoververhittingsbeveiliging. Voordat deinductiespoelen of de koellichamenoververhit raken, zorgt de oververhit-tingsbeveiliging voor een van de vol-gende reacties:Inductiespoelen– Een ingeschakelde booster wordt uit-geschakeld.– De ingestelde vermogensstand wordtverlaagd.– De kookzone wordt automatisch uit-geschakeld.

De foutmelding verschijnt.U kunt de kookzone gewoon weer ingebruik nemen als de foutmelding isverdwenen.Koellichamen– Een ingeschakelde booster wordt uit-geschakeld.– De ingestelde vermogensstand wordtverlaagd.– De kookzones worden automatischuitgeschakeld.Pas als het koellichaam voldoende is af-gekoeld, kunt u de betreffende kookzo-nes weer in gebruik nemen.De oververhittingsbeveiliging reageertals:– leeg kookgerei wordt verhit,– vet of olie op een hoge vermogens-stand wordt verhit,– de onderkant van het apparaat nietvoldoende wordt geventileerd.– een hete kookzone na een stroom-storing weer wordt ingeschakeld.Reageert de oververhittingsbeveiligingopnieuw nadat de oorzaak is weggeno-men, neem dan contact op met Miele-Service.BedieningsveldDe elektronica van het bedieningspa-neel is voorzien van een oververhit-tingsbeveiliging.

Deze beveiliging scha-kelt de kookplaat automatisch uit voor-dat de elektronica oververhit raakt.Als de oververhittingsbeveiliging vanhet bedieningspaneel reageert, ver-schijnt in de de kookzonedisplays defoutmelding . U kunt de kookplaatweer in gebruik nemen, zodra de fout-melding is gedoofd.De oververhittingsbeveiliging kan reage-ren als u meerdere kookzones geduren-de lange tijd op een hoge vermogens-stand gebruikt.

De kookplaat moet afgekoeldzijn. Letselrisico!De stoom van een stoomreiniger kanterechtkomen op onderdelen die on-der spanning staan en een kortslui-ting veroorzaken.Gebruik voor het reinigen van dekookplaat nooit een stoomreiniger.Alle oppervlakken kunnen verkleurenof veranderen wanneer u onge-schikte reinigingsmiddelen gebruikt.Alle oppervlakken zijn krasgevoelig.Verwijder resten van reinigingsmid-delen onmiddellijk.Laat de kookplaat voor elke reinigingafkoelen. Reinig de kookplaat na elk gebruik. Maak het toestel na elke vochtige rei-niging weer droog om kalkresten tevoorkomen.Ongeschikte reinigingsmidde-lenOm beschadigingen aan de oppervlak-ken te voorkomen, mogen de volgendemiddelen niet worden gebruikt:– afwasmiddelen.– reinigingsmiddelen die soda, ammo-niak, zuur of chloor bevatten,– kalkoplossende reinigingsmiddelen,– vlek- en roestverwijderaars,– schurende reinigingsmiddelen, zoalsschuurpoeder, vloeibaar schuurmid-del en reinigingssteen,– oplosmiddelhoudende reinigingsmid-delen,– reinigingsmiddelen voor vaatwassers.– grill- en ovensprays,– glasreinigers,– schurende harde borstels en spons-jes (bijv.

Reiniging en onderhoud44Keramisch oppervlak reinigenBeschadiging door scherpe voor-werpen!Reinig het gebied tussen de kera-mische plaat en omranding of tussenomranding en werkblad niet metscherpe voorwerpen.Met een afwasmiddel worden niet al-le verontreinigingen en resten verwij-derd.Er ontstaat een onzichtbare film dietot verkleuringen van het keramischeglas leidt. Deze verkleuringen kunnenniet meer worden verwijderd.Reinig het keramische oppervlak re-gelmatig met een speciaal reinigings-middel voor keramisch glas. Verwijder alle grove verontreinigingenmet een vochtige doek. Vastgekoekteverontreinigingen verwijdert u meteen glasschraper. Reinig het keramische oppervlak ver-volgens met het Miele-reinigingsmid-del voor keramische platen en roest-vrij staal (zie hoofdstuk "Bij te bestel-len accessoires") of met een andergeschikt reinigingsmiddel voor kera-mische platen.

Gebruik hierbij keu-kenpapier of een schone doek. Brenghet reinigingsmiddel niet op hete ke-ramsiche oppervlakken aan aange-zien er vlekken kunnen ontstaan.Neem de aanwijzingen van de fabri-kant van het reinigingsmiddel in acht. Verwijder de resten van het reini-gingsmiddel met een vochtige doeken droog het keramische oppervlakvervolgens.Reinigingsmiddelresten kunnen andersinbranden en de keramische plaataantasten.

Let erop dat u alle restenverwijdert Verwijder vlekken van kalkresten,water en aluminium met het reini-gingsmiddel voor keramische platenen roestvrij staal. Verbrandingsgevaar!Trek ovenhandschoenen aan voordatu resten van suiker, kunststof of alu-miniumfolie met een glaskrabber vanhet hete keramische oppervlak ver-wijdert. Als er suiker, kunststof of alumini-umfolie op het hete keramische op-pervlak terechtkomt, schakel dekookplaat dan uit. Schraap deze stoffen onmiddellijk,als ze dus heet zijn, met een glas-schraper grondig weg. Reinig het keramische oppervlak ver-volgens als het afgekoeld is zoals te-voren beschreven.

Programmering45U kunt de programmering van de kook-plaat aanpassen aan uw persoonlijkewensen. U kunt meerdere instellingenna elkaar wijzigen.Na het oproepen van de programmeringverschijnen in de kookzonedisplays (programma),  (status) en getallen.Na het verlaten van de programmeringwordt een automatische reset uitge-voerd.

Deze is voltooid als het contro-lelampje van de booster kort oplicht.Schakel de kookplaat pas in als de re-set is afgesloten.Programmering oproepen Raak bij uitgeschakelde kookplaattegelijkertijd de sensortoetsen enBI/II zo lang aan, tot het controle-lampje voor de booster knippert.Programma instellen Druk op de toets van de kookzonelinks (voor). Stel met de sensortoets + of - het ge-wenste programma in.Status instellen Druk op de toets van de kookzonerechts voor. Stel met de sensortoets + of - de ge-wenste status in.Instellingen opslaan Raak de sensortoets  zo lang aantot de indicaties uitgaan.Instellingen niet opslaan Raak de sensortoets BI/II zo langaan tot de indicaties uitgaan.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele km 6118 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden