Miele km 5804 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele km 5804 (76 pagina’s), behorend tot de categorie Kookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 32 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Miele km 5804 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Kookplaat |
| Model: | km 5804 |
Handleiding Miele km 5804 – volledige tekst
SensortoetsenaAan/Uit-toets kookplaatbToetsen voor- het instellen van de vermogensstand- het instellen van de tijdcVergrendelingdKookzonevergroting (afhankelijk van het apparaat)eToets voor het kiezen van een kookzonefStop & Gog- Toets voor het kiezen van de timer- Voor het wisselen tussen de timerfuncties- Voor het kiezen van een uitschakeltijd (zie "Kookzone automatisch uitschake-len")hUurfunctieControlelampjesiVergrendelingjKookzonevergrotingKookzonedisplayk0= kookzone klaar voor gebruik1 9t/m = vermogensstand#= restwarmteA= aankookautomaat bij instelling extra vermogensstandenlControlelampje voor aankookautomaat of weergave extravermogensstanden (zie het hoofdstuk "Programmering")TimerdisplaymControlelampje toewijzing kookzone, bijvoorbeeld kookzone rechts achtern00 99t/m = tijd in minuten0.^ 9^t/m = tijd in urenPS = programmering (zie het betreffende hoofdstuk)F= foutmelding (zie "Veiligheidsuitschakeling")oControlelampje voor halve uren bij een kookwekkertijd van meer dan99 minutenAlgemeen9
Dit apparaat voldoet aan de gelden-de veiligheidsvoorschriften. Onjuistgebruik echter kan persoonlijk letselof beschadiging van het apparaattot gevolg hebben.Lees daarom de gebruiks- en mon-tagehandleiding aandachtig door,voordat u het apparaat in gebruikneemt. In de handleiding vindt u be-langrijke instructies met betrekkingtot inbouw, veiligheid, gebruik enonderhoud.Bewaar de gebruiks- en montage-handleiding en geef deze door aaneen eventuele volgende eigenaar!Verantwoord gebruik~Dit apparaat is uitsluitend bestemdvoor particulier huishoudelijk gebruik(of daarmee vergelijkbaar).~Dit apparaat is uitsluitend bestemdvoor het bereiden en warmhouden vanvoedingsmiddelen. Gebruik voor an-dere doeleinden is niet toegestaan enkan gevaarlijk zijn.
Miele kan niet aan-sprakelijk worden gesteld voor schadedie wordt veroorzaakt door gebruikvoor andere doeleinden dan hier aan-gegeven of door foutieve bediening.~Het apparaat mag niet buiten wor-den gebruikt.~Dit apparaat mag alleen worden ge-bruikt door personen die in staat zijnhet apparaat veilig te bedienen en dievolledig op de hoogte zijn van de in-houd van de gebruiksaanwijzing!Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11
Kinderen~Maak gebruik van de vergrendeling,zodat kinderen het apparaat niet onbe-doeld kunnen inschakelen of instel-lingen kunnen wijzigen.~Houd kinderen in de gaten wanneerzij zich in de buurt van het apparaat be-vinden. Laat kinderen nooit met het ap-paraat spelen.~Kinderen mogen het apparaat alleenzonder toezicht gebruiken als ze wetenhoe ze het apparaat veilig moeten be-dienen. De kinderen moeten zich be-wust zijn van de gevaren van een fou-tieve bediening.~Het apparaat wordt tijdens het ge-bruik heet en blijft dat ook nog enigetijd nadat het is uitgeschakeld. Houdkinderen op een afstand, totdat het ap-paraat voldoende is afgekoeld en ergeen verbrandingsgevaar meer be-staat.~Bewaar geen voorwerpen die voorkinderen interessant zijn in kastjes bo-ven of achter het apparaat.
De kinderenklimmen anders misschien op het ap-paraat en kunnen zich er dan aanbranden.~Kinderen kunnen ook verbrandingenoplopen als zij pannen van het appa-raat trekken. Draai de grepen daaromzo dat ze zich boven het werkblad be-vinden. Bij de vakhandelaar is een spe-ciaal rek verkrijgbaar dat ervoor zorgtdat kinderen niet meer bij het apparaatkunnen komen.~Verpakkingsmateriaal (zoals foliesen piepschuim) kan gevaarlijk zijn voorkinderen. Verstikkingsgevaar! Bewaarhet verpakkingsmateriaal dan ook bui-ten het bereik van kinderen en zorg dathet zo snel mogelijk wordt afgevoerd.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12
Technische veiligheid~Controleer het apparaat voor de in-bouw op zichtbare schade. Neem eenbeschadigd apparaat nooit in gebruik. Een beschadigd apparaat kan uw vei-ligheid in gevaar brengen. ~De elektrische veiligheid van het ap-paraat is uitsluitend gegarandeerd, alshet wordt aangesloten op een aar-dingssysteem dat volgens de geldendeveiligheidsbepalingen is geïnstalleerd. Het is zeer belangrijk dat wordt nage-gaan of aan deze fundamentele veilig-heidsvoorwaarde is voldaan. Laat bijtwijfel de huisinstallatie door een vak-man inspecteren. De fabrikant kan nietaansprakelijk worden gesteld voorschade die wordt veroorzaakt door eenontbrekende of beschadigde aard-draad (bijvoorbeeld een elektrischeschok). ~Voordat u het apparaat aansluit,dient u de aansluitgegevens (spanningen frequentie) op het typeplaatje te ver-gelijken met de waarden van het elektri-citeitsnet.
Deze gegevens moeten be-slist overeenkomen om beschadigingvan het apparaat te voorkomen. Raad-pleeg bij twijfel een elektricien. ~Gebruik het apparaat alleen als hetis ingebouwd, zodat de veiligheid ge-waarborgd is. ~Open in geen geval de ommantelingvan het apparaat. Wanneer onderdelen worden aange-raakt die onder spanning staan of wan-neer elektrische of mechanische onder-delen worden veranderd, levert dit ge-vaar op voor de gebruiker. Het kan ertevens toe leiden dat het apparaat nietmeer goed functioneert. ~Laat installatie-, onderhouds- en re-paratiewerkzaamheden uitsluitend doorvakmensen uitvoeren die door de fabri-kant zijn geautoriseerd. Ondeskundiguitgevoerde werkzaamheden leverengrote risico's op voor de gebruiker. Defabrikant kan hiervoor niet aansprakelijkworden gesteld. ~Bij installatie-, onderhouds- en repa-ratiewerkzaamheden dient het apparaatspanningsvrij te worden gemaakt.
~Als dit apparaat binnen de garantie-periode defect raakt, mag het alleendoor Miele worden gerepareerd, an-ders vervalt de garantie. ~Defecte onderdelen mogen alleendoor originele Miele-onderdelen wor-den vervangen. Alleen van die onder-delen kan Miele garanderen dat zij aande veiligheidseisen voldoen. ~Als de aansluitkabel beschadigd is,moet deze door een speciale kabel vanhet type H 05 VV-F (PVC-isolatie) wor-den vervangen. Een dergelijke kabel isverkrijgbaar bij Miele. De kabel mag al-leen door een vakman worden ver-vangen. ~Het apparaat mag niet via een stek-kerdoos of verlengsnoer op het elektri-citeitsnet worden aangesloten. Hiermeekan een veilig gebruik van het apparaatniet worden gewaarborgd. Er kan bij-voorbeeld oververhitting ontstaan. ~Neem de kookplaat niet in gebruikbij een defect of bij breuken, scheurenen barsten in de keramische plaat c. q. schakel het apparaat meteen uit.
Maakde kookplaat spanningsvrij. U kunt an-ders een elektrische schok krijgen. Veilig gebruik~Wanneer u de kookzones gebruikt,worden deze zeer heet. Ook na het uit-schakelen blijven ze dat nog enige tijd. De restwarmte-indicator geeft aan ofeen kookzone nog heet is. ~Houd toezicht op de kookplaat als uhet apparaat gebruikt. Door drooggekookte pannen kan dekeramische plaat beschadigd raken. De fabrikant kan hiervoor niet aanspra-kelijk worden gesteld. Oververhit vet en oververhitte olie kun-nen vlam vatten en brand veroorzaken. ~Mocht het vet of de olie vlam vatten,gebruik dan nooit water voor het blus-sen. Doof de vlammen met een ge-schikte deksel, een vochtige doek ofiets dergelijks. ~Gebruik dit apparaat niet om er eenruimte mee te verwarmen. Door dehoge temperaturen kunnen brandbarevoorwerpen in de buurt van het appa-raat vlam vatten.
~Trek altijd ovenwanten aan of ge-bruik pannenlappen als u met het heteapparaat werkt. De ovenwanten of pan-nenlappen mogen niet nat of vochtigzijn, omdat ze de warmte dan beter ge-leiden. U kunt zich branden!~Flambeer nooit onder een afzuig-kap. Door de vlammen kan de afzuig-kap in brand vliegen.~Gebruik het apparaat niet als werk-blad. Als het apparaat ingeschakeld is,onbedoeld ingeschakeld wordt of als ersprake is van restwarmte kunnen meta-len voorwerpen heet worden(verbrandingsgevaar). Andere voor-werpen kunnen - afhankelijk van hetmateriaal - smelten of vlam vatten.Vochtige pandeksels kunnen zichvastzuigen.Schakel de kookzones na gebruik uit!~Dek het apparaat nooit af met eendoek of iets dergelijks. Als het apparaatnog heet is, bestaat er brandgevaar.~Gebruik geen serviesgoed vankunststof of aluminiumfolie, want datsmelt bij hoge temperaturen.
Brandge-vaar!~Verwarm geen dichte blikken endergelijke op de kookzones. Er ontstaatanders overdruk waardoor de blikkenuiteenspatten en u zich kunt verwon-den.~Gebruik alleen pannen met eengladde bodem. Een ruwe bodem kankrassen op de keramische plaat veroor-zaken.~Pannen van aluminium of met eenaluminium bodem kunnen glimmendevlekken veroorzaken. Dergelijke vlek-ken kunt u met het reinigingsmiddelvoor keramische platen en roestvrijstaal verwijderen (zie "Reiniging en on-derhoud").~Verhit pannen nooit leeg, tenzij defabrikant van het kookgerei een derge-lijk gebruik uitdrukkelijk toestaat. Dekookplaat kan anders beschadigd ra-ken.~Houd de kookplaat schoon. Zout,suiker of zandkorrels (bijvoorbeeld vangroente) kunnen krassen veroorzaken.~Zet geen hete pannen of schalen opof in de buurt van het bedieningspa-neel.
~Om te voorkomen dat verontreini-gingen inbranden, moet u deze zo snelmogelijk verwijderen. Zorg dat ook debodem van een te gebruiken panschoon, vetvrij en droog is.~Komt suiker, suikerhoudend voed-sel, kunststof of aluminiumfolie op eenhete kookzone terecht, vermeng de sui-kerhoudende stoffen dan onmiddellijkmet water. Schakel vervolgens de kook-zone uit en verwijder de resten met eenschraper, zolang de plaat nog heet is.Als de stoffen afkoelen kan de kera-mische plaat beschadigd raken. Let opdat u uw handen niet brandt.Reinig de plaat verder als deze is afge-koeld.~Als u een stopcontact in de buurtvan het apparaat gebruikt, mogen deaansluitkabels van de betreffende ap-paraten niet in aanraking komen methet hete apparaat.
De isolatie van dekabels kan beschadigd raken, waar-door u een elektrische schok kunt krij-gen.~Wanneer zich onder het apparaateen schuiflade bevindt, zonder tussen-bodem, mogen daarin geen licht ont-vlambare stoffen of brandbare voor-werpen zoals spuitbussen worden be-waard. Een eventuele bestekbak moetvan hittebestendig materiaal zijn.~Zorg ervoor dat gerechten altijd vol-doende worden verhit. Eventuele bac-teriën in het eten worden alleen ge-dood, wanneer de temperatuur hooggenoeg is (> 70 °C) en lang genoegwordt aangehouden (> 10 min.).~Als het apparaat achter een meubel-deur is ingebouwd, mag u het apparaatalleen gebruiken als de deur geopendis.
Sluit de meubeldeur pas als het ap-paraat uitgeschakeld is en derestwarmte-indicatoren gedoofd zijn.Als de "Veiligheidsinstructies enwaarschuwingen" niet worden opge-volgd, kan de fabrikant niet aanspra-kelijk worden gesteld voor schadedie daarvan het gevolg is.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen16
Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Hergebruik van het verpakkingsmateri-aal remt de afvalproductie en het ge-bruik van grondstoffen. Vaak neemt deleverancier de verpakking terug. Als ude verpakking zelf wegdoet, informeerdan bij de reinigingsdienst van uw ge-meente waar u die kunt afgeven.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echterook schadelijke stoffen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren.
Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone afvaldoet of er op een andere manier nietgoed mee omgaat, kunnen deze stoffenschadelijk zijn voor de gezondheid enhet milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur. Vraag uw hande-laar indien nodig om inlichtingen.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen.Een bijdrage aan de bescherming van het milieu17
Bij het apparaat wordt een tweede typeplaatje geleverd. Plakdit typeplaatje op de aangegeven plaats achter in uw ge-bruiksaanwijzing.Eerste reiniging^Verwijder eventueel aanwezige beschermfolies en stickers.^Reinig het apparaat voor het eerste gebruik met een voch-tige doek en wrijf het apparaat daarna weer droog.Vóór gebruikAlleen voor kookplaten met facetrand (geslepen rand):Na het inbouwen kan de eerste dagen een spleet zichtbaarzijn tussen de kookplaat en het werkblad. Deze spleet zaldoor het gebruik kleiner worden. De elektrische veiligheidvan het apparaat is echter altijd gewaarborgd.De metalen delen van het apparaat zijn voorzien van eenspeciaal beschermlaagje, waardoor bij het eerste gebruikgeurtjes kunnen ontstaan.Als er geurtjes en damp vrijkomen, betekent dat niet dat hetapparaat verkeerd is aangesloten of defect is.
De gewone kookzones hebben één verwarmingsspiraal. Devario-kookzones en de braadzones hebben tweeverwarmingsspiralen. Afhankelijk van het model kunnen despiralen door een ring gescheiden zijn.Alle kookzones hebben een oververhittingsbeveiliging(temperatuurbegrenzer) die voorkomt dat de keramischeplaat oververhit raakt (zie ook de rubriek "Oververhittingsbe-veiliging").Als u een vermogensstand instelt, wordt de verwarming inge-schakeld en kunt u de verwarmingsspiraal door de kera-mische plaat heen zien.Het vermogen van de kookzones is afhankelijk van de inge-stelde vermogensstand en wordt elektronisch geregeld.
Principe van de bedieningDe kookplaat is voorzien van elektronische sensortoetsen.Deze reageren op vingercontact.U bedient de kookplaat door met uw vinger de juiste toetsenaan te tippen. Het apparaat reageert daarop telkens met eenakoestisch signaal.De kookzones en de timer moeten "actief" zijn als u een ver-mogensstand of tijd wilt instellen of wijzigen.Om een kookzone of de timer te activeren, moet u de toetsvan de betreffende kookzone of van de timer aantippen. Als ude toets heeft aangetipt, begint het betreffende display teknipperen.
Zolang het display knippert, is de kookzone c.q.de timer "actief" en kunt u een vermogensstand of tijd instel-len.Uitzondering:Als slechts één kookzone in gebruik is, kunt u de vermogens-stand zonder activering wijzigen.Houd het bedieningspaneel altijd vrij en schoon, andersreageren de toetsen niet of u activeert onbedoeld functies.Ook kan de kookplaat automatisch worden uitgeschakeld(zie de rubriek "Veiligheidsuitschakeling").Zet nooit hete pannen op de toetsen om beschadiging vande elektronische onderdelen te voorkomen.Bediening20
InschakelenOm de kookzones te kunnen gebruiken, moet u eerst dekookplaat inschakelen.Houd toezicht op het apparaat als het in gebruik is!Kookplaat inschakelen^Druk op de toets .sIn de displays van alle kookzones verschijnt een .
Voert u0daarna geen waarden in, dan wordt de kookplaat om veilig-heidsredenen na enkele seconden weer uitgeschakeld.Kookzone inschakelen, vermogensstand instellen^Druk kort op de toets van de betreffende kookzone.De in het display van die kookzone begint te knipperen.0^Stel de gewenste vermogensstand in door op het betreffen-de cijfer op het bedieningspaneel te drukken.Druk tussen twee vermogensstanden (zie "Tabel vermo-gensstanden") als u een tussenstand wilt kiezen.De gekozen vermogensstand knippert gedurende enkele se-conden en brandt daarna constant.Vermogensstand wijzigen^Druk kort op de toets van de betreffende kookzone.De vermogensstand in het display van die kookzone begint teknipperen.^Kies de gewenste vermogensstand door op het betreffen-de cijfer op het bedieningspaneel te drukken.Als slechts één kookzone in gebruik is, kunt u de vermo-gensstand zonder activering wijzigen.Bediening21
Tabel vermogensstandenHet apparaat heeft af fabriek 9 vermogensstanden. Als u fijner afgestemde vermo-gensstanden wenst, kunt u het aantal standen vergroten (zie het hoofdstuk "Pro-grammering"). Bij de tussenstanden verschijnt een punt achter het getal.Bereidingsproces Vermogensstand*instelling af fa-briek(9 vermogens -standen)gewijzigdeinstelling(17 vermogens-standen)Boter, chocolade, etc. smeltenGelatine oplossenYoghurt maken1 - 2 1 - 2.Saus maken van eigeel en boterKleine hoeveelheden vloeistof opwarmenGerechten warmhouden die snel aankoekenRijst wellen1 - 3 1 - 3.Gerechten verwarmen die veel vocht bevattenGebonden saus of roomsaus maken, bijv.
witte-wijnsaus ofsauce hollandaiseRijstepap, havermoutpap makenOmelet, eieren zonder korstje bakkenFruit blancheren2 - 4 2 - 4.Diepvriesproducten ontdooienGroente, vis stovenDeegwaren, noten wellenGraan wellen3 - 5 3 - 5.Aankoken en doorkoken van grote hoeveelheden 5 5.Vis, schnitzel, braadworst, eieren, etc. behoedzaam bakken(zonder oververhitting van het vet)6 - 7 6 - 7.Pannenkoeken, rösti, etc. bakken 7 - 8 7 - 8.Grote hoeveelheden water kokenAankoken8 - 9 8. - 9* De aangegeven standen zijn slechts algemene richtlijnen. Ze hebben betrekking op normale por-ties voor 4 personen. Als u extra hoge pannen gebruikt, zonder deksel kookt of grotere hoeveelhedenbereidt, moet een hogere stand worden ingesteld. Kies een lagere stand, als u kleinere hoeveelhedenbereidt.Bediening22
AankookautomaatAls de aankookautomaat geactiveerd is, wordt de betreffendekookzone een bepaalde tijd op het hoogste vermogen inge-schakeld. Daarna wordt naar de ingestelde vermogensstand(doorkookstand) teruggeschakeld.
De aankooktijd hangt afvan de ingestelde doorkookstand (zie tabel).Bij een hoge doorkookstand is de aankooktijd relatief kort,omdat bij deze vermogensstanden meestal leeg serviesgoedvoor het aanbraden wordt verhit.Activeren^Druk kort op de toets van de betreffende kookzone.Het display van de kookzone knippert.^Druk zo lang op het cijfer van de gewenste doorkookstandtotdat u een signaal hoort en in het kookzonedisplay hetcontrolelampje rechts naast de doorkookstand oplicht.Na afloop van de aankooktijd dooft het controlelampje rechtsnaast de doorkookstand.Als u het heeft (zie hetaantal vermogensstanden vergroot hoofdstuk "Programmering"), knipperen in het display afwis-selend een en de doorkookstand (gedurende de aankook-Atijd).Als u de doorkookstand wijzigt, wordt de aankookautomaatuitgeschakeld.DeactiverenU kunt de aankookautomaat voortijdig uitschakelen.^Druk kort op de toets van de betreffende kookzone.Het display van de kookzone knippert.^Druk zo lang op de ingestelde doorkookstand totdat hetcontrolelampje c.q.
KookzonevergrotingBij gebruik van grote pannen kunt u bij sommige kook- enbraadzones (zie "Algemeen") een tweede of derdeverwarmingsring inschakelen.Bij een braadzone-plus worden twee kookzones achter elkaarmet een ertussen liggend verwarmingselement tot een grotebraadzone samengevoegd. De braadzone-plus wordtbediend via de kookzone rechts voor.Als u de kookzone vergroot, brandt het betreffende controle-lampje zo lang als de vermogensstand op het display knip-pert. Zodra de vermogensstand continu brandt, dooft hetcontrolelampje. Bij een 3-voudige vario-kookzone wordt geenonderscheid gemaakt tussen de tweede en de derde ring.Als u een kookzone uitschakelt, wordt ook de kookzonever-groting uitgeschakeld.Vario-kookzone / braadzone^Druk kort op de toets van de betreffende kookzone.^Kies de gewenste vermogensstand.^Druk op de toets .
Doe dat zolang de vermogensstand innhet display van de kookzone knippert.Braadzone-plus^Druk kort op de toets van de kookzone rechts voor.^Kies de gewenste vermogensstand.^Druk op de toets . Doe dat zolang de vermogensstand innhet display van de kookzone knippert.De ingestelde vermogensstand wordt in het kookzonedisplayrechts voor weergegeven. Het kookzonedisplay rechts achterdooft.Bediening25
Vario-kookzone (3-voudig)^Druk kort op de toets van de betreffende kookzone.^Kies de gewenste vermogensstand.^Druk zo vaak op de toets totdat het gewenste aantalnverwarmingsringen ingeschakeld is. Doe dat zolang devermogensstand in het display van de kookzone knippert.Kookzonevergroting uitschakelen^Druk kort op de toets van de betreffende kookzone.De vermogensstand in het display van de kookzone knipperten het controlelampje van de kookzonevergroting licht op.^Druk zo vaak op de toets totdat het controlelampje uitn-gaat.Bediening26
Uitschakelen en restwarmte-indicatieHet uitschakelen van een kookzone^Druk 2x op de toets van de betreffende kookzone.In het kookzonedisplay knippert gedurende enkele secondeneen . Is de kookzone nog heet, dan wordt kort daarna de0restwarmte weergegeven.Het uitschakelen van de kookplaat^Druk op de toets .sNu zijn alle kookzones uitgeschakeld. In de displays van dekookzones die nog heet zijn, wordt de restwarmte weergege-ven.Restwarmte-indicatorDe streepjes van de restwarmte-indicatie verdwijnen één vooréén als de kookzone afkoelt. Het laatste streepje verdwijnt alsde kookzone zover is afgekoeld dat u deze zonder gevaarkunt aanraken.Raak een kookzone niet aan zolang de restwarmte-indicator brandt. Leg er ook geen hittegevoelige voor-werpen op.
Doet u dat wel, dan bestaat het risico dat uzich brandt of dat voorwerpen vlam vatten!Na een stroomstoring worden de streepjes knipperendweergegeven.Bediening27
–Het zijn metalen pannen met een dikkemeest geschikt bodem die koud iets naar binnen buigt. Als de bodem heetwordt, zet het materiaal uit en staat de pan vlak op dekookzone. De warmte wordt dan optimaal geleid.koud heet–Minder geschikt is kookgerei van glas, keramiek of aarde-werk. Deze materialen geleiden de warmte niet goed.–Niet geschikt is kookgerei van kunststof of aluminiumfolie.Deze materialen smelten bij hoge temperaturen.– Pannen van aluminium of met een aluminium bodem kun-nen glimmende vlekken veroorzaken. Dergelijke vlekkenkunt u met het reinigingsmiddel voor keramische platen enroestvrij staal verwijderen (zie "Reiniging en onderhoud").– Gebruik alleen pannen met een gladde bodem. Een ruwebodem kan krassen op de keramische plaat veroorzaken.– Til pannen op als u ze wilt verplaatsen.
– De diameter van de pan moet overeenkomen met die vande kookzone of iets groter zijn, zodat geen energie verlo-ren gaat.te klein goed– Kook bij voorkeur met een deksel op de pan. Op die ma-nier voorkomt u dat er onnodig warmte ontsnapt.zonder deksel met deksel– Gebruik voor een kleine hoeveelheid een kleine pan. Vooreen kleine pan op een kleine kookzone is minder energienodig dan voor een grote, niet geheel gevulde pan op eengrote kookzone.– Gebruik zo weinig mogelijk water en schakel na hetaankoken of aanbraden op tijd terug naar een lagere ver-mogensstand.– Schakel bij een lange bereidingstijd de kookzone al 5 tot10 minuten voor het einde uit. U maakt dan optimaal ge-bruik van de restwarmte.–Met een snelkookpan kunt u de bereidingstijd aanzienlijkverkorten.Tips om energie te besparen29
De kookplaat moet ingeschakeld zijn, als u de timer wilt ge-bruiken.U kunt de timer voor twee functies gebruiken:– voor het instellen van een kookwekkertijd.– voor het automatisch uitschakelen van een kookzone.U kunt een tijd instellen tussen 1 minuut (01) en 9 uur (9^).Een tijd tot 99 minuten wordt in minuten ingesteld en weerge-geven.Bijvoorbeeld:Bij een tijd langer dan 99 minuten moet u de timer op uren (h)zetten. De tijd wordt nu in stappen van een half uur ingesteld.Een half uur worden aangegeven met een punt achter het cij-fer.Bijvoorbeeld 2 uur en 30 minuten:Na afloop van de ingestelde tijd verschijnt de waarde in00het timerdisplay. Tegelijk hoort u enkele seconden eenakoestisch signaal.Timer30hhhhh
KookwekkerInstellenMinutenU wilt bijvoorbeeld 15 minuten instellen:^Schakel de kookplaat in als dat nog niet is gebeurd.^Druk op de toets .mIn het timerdisplay verschijnt , de rechter knippert.00 0Van de waarde "15" stelt u eerst de "1" in en dan de "5".^Druk op het betreffende cijfer op het bedieningspaneel (indit geval "1").In het timerdisplay knippert rechts .1^Druk op het betreffende cijfer op het bedieningspaneel (indit geval "5").Het timerdisplay wisselt. De "1" springt naar links en rechtsverschijnt .5De kookwekkertijd begint af te lopen.Timer31hhhhhhhhhhhhhhh
UrenHele uren stelt u in door op het betreffende cijfer op het be-dieningspaneel te drukken.Halve uren stelt u in door tussen twee cijfers op het bedie-ningspaneel te drukken.U wilt bijvoorbeeld 2 uur en 30 minuten instellen:^Schakel de kookplaat in als dat nog niet is gebeurd.^Druk op de toets .mIn het timerdisplay verschijnt , de rechter knippert.00 0^Druk op de toets "h" om het display op "uren" te zetten.^Druk tussen de cijfers 2 en 3 op het bedieningspaneel.Na enkele seconden brandt het timerdisplay continu. Dekookwekkertijd begint af te lopen.Timer32hhhhhhhhhhhhhhh
Kookzone automatisch uitschakelenU kunt een tijd instellen waarna een kookzone automatischwordt uitgeschakeld.Alle kookzones kunnen tegelijk worden geprogrammeerd.Als de geprogrammeerde tijd langer is dan de maximaaltoegestane bedrijfsduur wordt de kookzone door deveiligheidsuitschakeling uitgeschakeld (zie de betreffenderubriek).^Stel voor de gewenste kookzone een vermogensstand in.^Druk zo vaak op de toets totdat het controlelampje vanmdie kookzone gaat knipperen.Zijn meerdere kookzones ingeschakeld, dan knipperen debetreffende controlelampjes met de wijzers van de klok mee,beginnend bij links voor.^Stel de gewenste tijd in.De ingestelde tijd loopt in minuten af.
De resttijd kunt u in hettimerdisplay aflezen en op elk moment wijzigen.Als u nog een kookzone automatisch wilt laten uitschakelen,voert u de beschreven handelingen nog eens uit.Als u meerdere uitschakeltijden heeft geprogrammeerd,wordt de kortste resttijd weergegeven. Het betreffende con-trolelampje knippert. De andere controlelampjes brandencontinu. Als u die resttijden wilt laten weergeven, druk dan zovaak op de toets totdat het gewenste controlelampje gaatmknipperen.Timer34
Timerfuncties tegelijk gebruikenU kunt de functies "kookwekker" en "automatisch uitschake-len" tegelijk gebruiken.U heeft een of meer uitschakeltijden geprogrammeerd en wiltook kookwekkertijd een instellen:Druk zo vaak op de toets totdat de controlelampjes van demgeprogrammeerde kookzones continu branden en in hettimerdisplay verschijnt.00U heeft de kookwekker ingesteld en wilt ook een of meeruitschakeltijden programmeren:Druk zo vaak op de toets totdat het controlelampje van demgewenste kookzone gaat knipperen.Kort na de laatste invoer schakelt het timerdisplay over naarde kortste resttijd.Wilt u de resttijden laten weergeven die op de achtergrondaflopen, druk dan zo vaak op de toets totdatm- het controlelampje van de gewenste kookzone knippert (au-tomatisch uitschakelen).- alleen het timerdisplay knippert (kookwekker).Uitgaande van de kortste resttijd worden met de wijzers vande klok mee alle ingeschakelde kookzones en de kookwekkergeselecteerd.Timer35
Vergrendeling instellingen / apparaatOm te voorkomen dat de kookplaat of kookzones per ongelukworden ingeschakeld of instellingen worden gewijzigd, is ditapparaat voorzien van een vergrendeling.De activeert u als devergrendeling van de instellingen kookplaat in gebruik is. Als de vergrendeling actief is, kan hetapparaat alleen nog beperkt worden bediend:– De vermogensstanden van de kookzones en de instel-lingen van de timer kunnen niet worden gewijzigd.– De kookzones, de kookplaat en de timer kunnen wel wor-den uitgeschakeld, maar daarna niet weer worden inge-schakeld.De activeert u als de kook-vergrendeling van het apparaat plaat uitgeschakeld is. Als de vergrendeling actief is, kan hetapparaat niet worden ingeschakeld en kan de timer niet wor-den bediend.Het apparaat is zo geprogrammeerd dat u deze vergrende-ling handmatig moet activeren.
U kunt de instelling zo wij-zigen dat de vergrendeling van het apparaat 5 minuten nahet uitschakelen van de kookplaat automatisch plaatsvindt,wanneer het apparaat niet handmatig wordt vergrendeld (zieook "Programmering").Als bij ingeschakelde vergrendeling een toets wordt aange-raakt die niet mag worden bediend, licht het controlelampjeop.Beide vergrendelingen zijn na een stroomonderbrekinguitgeschakeld.Beveiligingen36
Activeren^Druk zo lang op de toets todat het betreffende controle$-lampje verschijnt.Na korte tijd gaat het controlelampje automatisch uit.U kunt de vergrendeling wijzigen van1-vinger-bediening in3-vinger-bediening (zie het hoofdstuk "Programmering"). Kin-deren kunnen dan minder gemakkelijk functies activeren.Deactiveren^Druk zo lang op de toets totdat het controlelampje uit$-gaat.Beveiligingen37
Stop & GoUw apparaat heeft een functie waarmee u het vermogen vanalle ingeschakelde kookzones tot kunt verlagen. De vermo1-gensstanden en de instelling van de timer kunnen dan nietmeer worden gewijzigd. De kookplaat kan alleen worden uit-geschakeld.Als u de functie weer uitzet, worden de laatst ingestelde ver-mogensstanden weer ingeschakeld.Als u de functie niet uitzet, wordt de kookplaat na 1 uur auto-matisch uitgeschakeld.Als u "Stop & Go" activeert- wordt het aflopen van een ingesteldetijd voor automatische uitschakelingonderbroken. Als u Stop & Go uitzet, loopt de tijd weerdoor.- loopt de kookwekker zonderonderbreking door.Activeren^Druk op de toets .Het vermogen van de ingeschakelde kookzones wordt tot 1verlaagd.Deactiveren^Druk op de toets .De kookzones werken weer met de laatst ingestelde vermo-gensstand.Beveiligingen38
VeiligheidsuitschakelingAls een kookzone te lang aanstaatIs een kookzone langdurig ingeschakeld geweest (zie tabel),zonder dat de vermogensstand is gewijzigd, dan wordt dekookzone automatisch uitgeschakeld. In het display ver-schijnt de restwarmte-indicator.Als u een kookzone weer wilt inschakelen, doet u dat zoalsgebruikelijk.Vermogensstand* Maximale bedrijfsduur in uren1 / 1. 102 / 2. 53 / 3. 54 / 4. 45 / 5. 36 / 6. 27 / 7. 28 / 8. 29 1* De vermogensstanden met punt zijn alleen beschikbaarals u het aantal vermogensstanden heeft vergroot (zie hethoofdstuk "Programmering").Als er iets op het bedieningspaneel ligtDe kookplaat wordt automatisch uitgeschakeld als één ofmeer sensortoetsen langer dan 10 seconden bedekt zijn, bij-voorbeeld als u uw hand erop legt, een gerecht overkookt ofals er voorwerpen op liggen.In het timerdisplay knippert een .
Tegelijk hoort u om de 30Fseconden een akoestisch signaal (gedurende maximaal 10minuten).^Reinig het bedieningspaneel c.q. verwijder de voorwerpen.Het signaal wordt uitgezet en de dooft. U kunt de kookplaatFweer in gebruik nemen.Beveiligingen39
OververhittingsbeveiligingAlle kookzones zijn voorzien van een oververhittingsbeveili-ging (temperatuurbegrenzer). Deze schakelt de kookzone au-tomatisch uit als de keramische plaat te heet wordt.Als de oververhittingsbeveiliging actief is, wordt de verwar-ming ook op de hoogste vermogensstand in- en uitgescha-keld.Als de keramische plaat voldoende is afgekoeld, wordt deverwarming automatisch weer ingeschakeld.De oververhittingsbeveiliging reageert als– u een kookzone inschakelt zonder dat er een pan op staat.– u leeg kookgerei verhit.– de bodem van de pan niet gelijkmatig op de kookzoneaansluit.– de pan de warmte niet goed geleidt.Beveiligingen40
,Gebruik voor het reinigen van het apparaat nooit eenstoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met delendie onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.Reinig het hele apparaat na elk gebruik. Laat het apparaateerst afkoelen.Wrijf het apparaat na elke vochtige reiniging droog.
U voor-komt zo kalkafzetting.Om beschadigingen aan de oppervlakken te voorkomen,mogen de volgende middelen niet worden gebruikt:– afwasmiddelen.– soda-, alkali-, ammoniak-, zuur- of chloridehoudende reini-gingsmiddelen.– kalkoplossende reinigingsmiddelen.– vlekken- en roestverwijderaars.– schurende reinigingsmiddelen, zoals schuurpoeder, vloei-baar schuurmiddel en reinigingssteen.– oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.– reinigingsmiddelen voor afwasautomaten.– grill- en ovensprays.– glasreinigers.– schurende harde borstels en sponsjes (zoals pannen-sponsjes) en gebruikte sponsjes die nog resten schuur-middel bevatten.– vlekkensponsjes.– puntige voorwerpen(zodat de dichtingen tussen de keramische plaat en de lijstdan wel tussen lijst en werkblad niet beschadigd raken).Reiniging en onderhoud41
Gebruik voor het reinigen geen afwasmiddel. Met afwas-middel worden niet alle verontreinigingen verwijderd. Erontstaat dan een onzichtbaar laagje dat tot verkleuring vande keramische plaat leidt. Die verkleuring kan niet meerworden verwijderd.Reinig de kookplaat regelmatig met een speciaal reini-gingsmiddel voor keramische platen.Verwijder alle grove verontreinigingen met een vochtigedoek. Vastgekoekte verontreinigingen verwijdert u met eenglasschraper.Reinig de kookplaat vervolgens met hetMiele-reinigingsmiddel voor keramische platen en roestvrijstaal (zie ook "Bij te bestellen accessoires") of met een andergeschikt reinigingsmiddel voor keramische platen. Gebruikhierbij keukenpapier of een schone doek. Gebruik het reini-gingsmiddel niet op een hete kookplaat, omdat daardoorvlekken kunnen ontstaan.
Houdt u zich aan de aanwijzingenvan de fabrikant van het reinigingsmiddel.Wis de kookplaat ten slotte met een vochtige doek af en wrijfde plaat weer droog. Verwijder alle reinigingsmiddelresten.De resten kunnen anders inbranden en de keramische plaataantasten.Vlekken van kalkresten, water en aluminium kunt u met hetreinigingsmiddel voor keramische platen en roestvrij staalverwijderen.Komt suiker, suikerhoudend voedsel, kunststof of alumi-niumfolie op een hete kookzone terecht, vermeng de suiker-houdende stoffen dan met water. Schakel veronmiddellijk -volgens de kookzone uit en verwijder de resten met eenschraper, zolang de plaat nog heet is. Let op dat u daarbij uwhanden niet brandt.Reinig de plaat verder als deze is afgekoeld. Ga daarbij tewerk zoals in het voorgaande is beschreven.Reiniging en onderhoud42
U kunt de programmering van uw apparaat wijzigen (zie ta-bel). U kunt meerdere instellingen na elkaar wijzigen.Na het oproepen van de programmering verschijnen in hettimerdisplay (programma) en (status). Bij kookplaten metP S3 kookzones verschijnt links achter ook een weergave.In de kookzonedisplays links voor en links achter wordt hetprogramma weergegeven. Bijvoorbeeld:programma 03 = links voor en links achter 0 3programma 14 = links voor en links achter 1 4In het kookzonedisplay rechts voor verschijnt de status.Programmering oproepen^Druk terwijl de kookplaat uitgeschakeld is op detegelijk toetsen en .
Druk zo lang totdat het controlelampjes$voor de vergrendeling gaat knipperen.Het instellen van een programma^Om het in te stellen, moet u eerst op de toetsrechter cijfer van de kookzone drukken en dan op het be-links achter treffende cijfer op het bedieningspaneel.^Om het in te stellen, moet u eerst op de toetslinker cijfer van de kookzone drukken en dan op het betref-links voor fende cijfer op het bedieningspaneel.Status instellen^Druk op de toets van de kookzone en dan oprechts voor het betreffende cijfer op het bedieningspaneel.Instellingen opslaan^Druk zo lang op de toets totdat de weergave dooft.sInstellingen niet opslaan^Druk zo lang op de toets totdat de weergave dooft.$Programmering43
tot 9)Let op!De aankookfunctie is nu te her-kennen aan een die afwisselendAmet de doorkookstand verschijnt.P 04 Akoestisch signaal bij be-diening sensortoetsenS 0 UitS 1 ZachtS 2 GemiddeldS 3 HardP 05 Akoestisch signaal timer S 0 UitS 1 Zacht, 10 secondenS 2 Gemiddeld, 10 secondenS 3 Hard, 10 secondenP 06 Vergrendeling instellingen Vergrendeling met toets S 0 $S 1 Vergrendeling met de toets en$de keuzetoetsen van de beiderechter kookzones (tegelijk druk-ken)* Een niet genoemd programma (een niet genoemde status) wordt niet gebruikt.** De fabrieksinstellingen zijn vet gedrukt.Programmering44
Programma* Status** InstellingP 07 Vergrendeling apparaat Handmatige activering van deS 0vergrendelingS 1 Automatische activering van devergrendelingP 08 Aankookautomaat S 0 UitS 1 AanP 11 Kookzonevergrotingkookzone links voorS 0 Wordt niet ingeschakeldS 1 Wordt altijd ingeschakeldP 12 Kookzonevergrotingkookzone rechts voorS 0 Wordt niet ingeschakeldS 1 Wordt altijd ingeschakeldP 13 Kookzonevergrotingkookzone rechts achterS 0 Wordt niet ingeschakeldS 1 Wordt altijd ingeschakeldP 14 Kookzonevergrotingkookzone midden achterS 0 Wordt niet ingeschakeldS 1 Wordt altijd ingeschakeldP 16 Reactiesnelheid sensor-toetsenS 0 LangzaamS 1 NormaalS 2 Snel* De niet genoemde programma's worden niet gebruikt.** De fabrieksinstellingen zijn vet gedrukt.Programmering45
De meeste storingen en problemen die in de dagelijkse praktijk kunnen voor-komen, kunt u zelf verhelpen. Hierdoor bespaart u tijd en geld, omdat u niet dehulp van een service-technicus hoeft in te roepen.Het volgende overzicht helpt u de oorzaken van een probleem te vinden en hetprobleem te verhelpen. Houdt u daarbij rekening met het volgende:,Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door vakmensen wor-den uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparaties leveren gevaar op voorde gebruiker.Probleem Oorzaak OplossingDe kookplaat respec-tievelijk de kookzo-nes kunnen niet wor-den ingeschakeld.De vergrendeling is inge-schakeld.Schakel de vergrendelinguit (zie "Vergrendeling in-stellingen / apparaat").De zekering van de huisin-stallatie is defect.Controleer de zekeringen(minimale sterkte: zie type-plaatje).Er is mogelijk een tech-nische storing geweest.Maak het apparaat ca.
1minuut spanningsvrij. Doedat als volgt:– Schakel de hoofdschake-laar van de huisinstallatieuit c.q. draai de desbe-treffende stop eruit of– schakel de aardlekscha-kelaar uit.Nadat de zekering, dehoofd- of de aardlekscha-kelaar weer is ingescha-keld, kunt u het apparaatweer normaal gebruiken.Waarschuw een elektricienof Miele als u de storingniet zelf kunt verhelpen.Nuttige tips46
Probleem Oorzaak OplossingNa het inschakelen vande kookplaat verschijntgedurende enkele se-conden in hettimerdisplay " ".dEDe kookzones wordenniet heet.De demo-functie is inge-schakeld.Schakel de demo-functieuit (zie "Programmering").Het apparaat wordt tij-dens het gebruik vanzelfuitgeschakeld.Waarschijnlijk was eenkookzone te lang inge-schakeld.U hoeft niets te doen!U kunt de kookzones ge-woon weer in gebruik ne-men (zie "Veiligheids-uitschakeling").De verwarming van eenkookzone wordt in- enuitgeschakeld.Bij een vermogensstandtussen 1 en 8: Dit is geenstoring!U hoeft niets te doen!Het in- en uitschakelenvan de verwarming is nor-maal. Het is het gevolgvan de elektronische re-geling van het verwar-mingsvermogen (zie ookhet hoofdstuk "Principevan de kookzones").Bij vermogensstand 9:Dit is wel een storing!
Probleem Oorzaak OplossingHet apparaat wordt tij-dens het gebruik uitge-schakeld. In hettimerdisplay verschijnteen en er klinkt eenFakoestisch signaal.Een of meer sensor-toetsen zijn afgedekt,bijvoorbeeld omdat uuw hand erop legt, eengerecht overkookt ofomdat er voorwerpenop liggen.Reinig het bedieningspaneelc.q. verwijder de voorwerpen(zie"Veiligheidsuitschakeling").De inhoud van een panbegint niet of nauwe-lijks te koken, terwijl deaankookautomaat inge-schakeld is.Er worden grote hoe-veelheden verhit.Gebruik voor het aankokende hoogste vermogensstanden kies daarna handmatigeen lagere stand.De pan geleidt dewarmte niet goed.Er knipperen een ofmeerrestwarmte-indicatoren.Er is een stroomstoringgeweest. De kookplaatis uitgeschakeld.U hoeft niets te doen!U kunt de kookplaat weer ingebruik nemen.
Controleervoordat u dat doet eerst hoever de gerechten zijn.Derestwarmte-indicatorenbrandden op het mo-ment dat u deprogrammeringsfunctieactiveerde.U hoeft niets te doen!De weergave knippert totdatde restwarmte voldoende isafgenomen of de kookzonegekozen en ingeschakeldwordt.U heeft de indruk dathet te lang duurt totdatde inhoud van een panbegint te koken.Controleer het vermogen vande betreffende kookzone (ziehet hoofdstuk "Vermogenkookzone controleren").Nuttige tips48
Probleem Oorzaak OplossingDe gevoeligheid van desensortoetsen is tegroot of te klein.De gevoeligheid vande sensortoetsen isveranderd.Zorg eerst dat zon- of kunst-licht niet direct op de kook-plaat valt. De omgeving vande kookplaat mag echter ookniet te donker zijn.Er mogen zich geen voor-werpen op de kookplaat ende sensortoetsen bevinden.Verwijder eventueel kookge-rei en reinig de kookplaatindien dat nodig is.Onderbreek de stroomvoor-ziening van de kookplaat ge-durende ca. 1 minuut.Mocht het probleem daarnanog niet zijn verholpen, neemdan contact op met de afde-ling Klantcontacten.In het timerdisplayknipperen afwisselendFE en cijfers.Er is een storing opge-treden in de elektroni-ca.Onderbreek de stroomvoor-ziening van de kookplaat ge-durende ca.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele km 5804 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Kookplaat Miele
Handleiding Kookplaat
Nieuwste handleidingen voor Kookplaat