Miele km 498 1 Handleiding

Miele Kookplaat km 498 1

Bekijk gratis de handleiding van Miele km 498 1 (40 pagina’s), behorend tot de categorie Kookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 32 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Miele km 498 1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/40
Gebruiksaanwijzing
Inductiekookplaten
KM 490 / KM 491 / KM 493
KM 494 / KM 497 / KM 498
KM 490-1 / KM 491-1 / KM 493-1
KM 494-1 / KM 497-1 / KM 498-1
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw apparaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.
M
M.-Nr. 05 617 571

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Kookplaat
Model: km 498 1

Handleiding Miele km 498 1 – volledige tekst

Algemeen. 4Modellen. 4Bedieningspaneel. 5Sensortoetsen en info-displays. 6Bediening en weergave klok. 6Kookzones. 7Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 8Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 15Vóór het eerste gebruik. 16Informatie vooraf. 16Reiniging voor het eerste gebruik. 17Bediening. 18Het inductieprincipe. 18De juiste pannen. 19Bedieningspaneel met sensortoetsen. 20Inschakelen. 20Tabel vermogensstanden. 21Panherkenning. 22Pangrootteherkenning. 23Aankookautomaat. 24Boosterfunctie. 25Uitschakelen en restwarmte-indicatie. 27Beveiligingen. 28Vergrendeling. 28Automatische uitschakeling. 29Oververhittingsbeveiliging. 30Klok. 32Het instelprincipe. 32Het instellen van de kookwekker. 32Kookzone automatisch uitschakelen. 33Wisselen tussen de klokfuncties. 33Inhoud2.

Sensortoetsen en info-displaysnKookzone-indicatoroWeergave:0= De kookzone is klaar voor gebruik1t/m 9= VermogensstandH= Restwarmteß= Geen pan of verkeerde pan(zie de rubriek "De juiste pannen")F= Foutmelding (zie het hoofdstuk "Nuttige tips")pControlelampje voor de aankookautomaatqSensortoetsen voor het instellen van de vermogensstandBediening en weergave klokrTijddisplaysControlelampje voor het automatisch uitschakelen, bijvoorbeeld van de kookzo-ne rechts achterSensortoetsen:tVoor het wisselen tussen de klokfuncties en het kiezen van een kookzone dieautomatisch moet worden uitgeschakelduVoor het instellen van de tijdAlgemeen6

Het inbouwen en aansluitenvan het apparaatDit apparaat mag uitsluitend dooreen vakman worden ingebouwd enaangesloten. Deze is precies op dehoogte van de landelijke voorschriftenen van de voorschriften van het ge-meentelijke energiebedrijf en houdtzich daar strikt aan. Wanneer er bij hetinbouwen en aansluiten van het appa-raat fouten worden gemaakt, kan de fa-brikant niet aansprakelijk worden ge-steld voor schade die daar eventueelhet gevolg van is.De elektrische veiligheid van hetapparaat is alleen dan gewaar-borgd als het wordt aangesloten opeen volgens de voorschriften geïnstal-leerd aardingssysteem. Het is belang-rijk dat u dit controleert en in geval vantwijfel de huisinstallatie door een vak-man laat controleren.

De fabrikant kanniet aansprakelijk worden gesteld voorschade die is ontstaan door een ont-brekende of beschadigde aarddraad(bijvoorbeeld een elektrische schok).Het apparaat mag niet met behulpvan een verlengsnoer op het elek-triciteitsnet worden aangesloten, wantdan is de veiligheid van het apparaatniet gegarandeerd.Het apparaat mag niet worden in-gebouwd boven vaatwassers, was-en droogapparaten, alsmede koel- envriesapparatuur. De soms aanzienlijkestralingswarmte van de kookplaat zoude desbetreffende apparaten kunnenbeschadigen. Bovendien is de ventila-tie van de kookplaat dan niet meer ge-waarborgd.Dit apparaat mag uitsluitend dooreen vakman op een niet-stationairelocatie (bijvoorbeeld een boot of cam-per) worden ingebouwd en aangeslo-ten.

Hierbij moet aan alle voorwaardenvoor een veilig gebruik worden vol-daan.Alleen voor kookplaten metfacetrand (geslepen rand):Na het inbouwen kan de eerste dageneen spleet zichtbaar zijn tussen dekookplaat en het werkblad. Deze spleetzal door het gebruik kleiner worden. Deelektrische veiligheid van het apparaatis echter altijd gewaarborgd.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen8

Verantwoord gebruikLees de gebruiksaanwijzing aan-dachtig door voordat u uw appa-raat voor het eerst gebruikt. Dat is vei-liger voor uzelf en u voorkomt onnodigeschade aan het apparaat.Gebruik het apparaat alleen als hetis ingebouwd. Alleen dan kunt u erzeker van zijn dat u niet met delen inaanraking komt die onder spanningstaan.Dit apparaat is uitsluitend bestemdvoor huishoudelijk gebruik.Gebruik het apparaat alleen voorhet bereiden van gerechten. Ge-bruik voor andere doeleinden is niettoegestaan en kan gevaarlijk zijn. Defabrikant kan niet aansprakelijk wordengesteld voor schade die wordt veroor-zaakt door gebruik voor andere doel-einden dan hier aangegeven of doorfoutieve bediening.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9

KinderenMaak gebruik van de vergrende-ling, zodat kinderen het apparaatniet onbedoeld kunnen inschakelen ofinstellingen kunnen wijzigen.Het apparaat is bedoeld voor ge-bruik door volwassenen die volle-dig op de hoogte zijn van de inhoudvan deze gebruiksaanwijzing. Kinderenkunnen de gevaren van een apparaatniet altijd goed inschatten. Houd daar-om voldoende toezicht.Oudere kinderen mogen het appa-raat alleen gebruiken als ze wetenhoe ze het apparaat veilig moeten be-dienen. Ze moeten zich bewust zijn vande gevaren van een foutieve bediening.Laat kinderen niet met het appa-raat spelen.Het apparaat wordt tijdens het ge-bruik heet en blijft dat ook nog eni-ge tijd nadat het apparaat is uitgescha-keld.

Houd kinderen op een afstand,totdat het apparaat voldoende is afge-koeld en er geen verbrandingsgevaarmeer bestaat.Bewaar geen voorwerpen die voorkinderen interessant zijn in kastjesboven of achter het apparaat. De kin-deren klimmen anders misschien ophet apparaat en kunnen zich er danaan branden.Kinderen kunnen ook verbran-dingen oplopen als zij pannen vanhet apparaat trekken. Bij de vakhan-delaar is een speciaal rek verkrijgbaardat ervoor zorgt dat kinderen niet meerbij het apparaat kunnen komen.Verpakkingsmateriaal (zoals foliesen piepschuim) kan gevaarlijk zijnvoor kinderen. Verstikkingsgevaar! Be-waar het verpakkingsmateriaal dan ookbuiten het bereik van kinderen en zorgdat het zo snel mogelijk wordt afge-voerd.Als u het apparaat afdankt, trekdan de stekker uit het stopcontact.Maak de stekker en de aansluitkabelonbruikbaar.

Het voorkomen van schadeaan het apparaatLaat geen voorwerpen op de kera-mische plaat vallen. Zelfs een lichtvoorwerp, zoals een zoutvaatje, kanscheuren of barsten veroorzaken alshet verkeerd terechtkomt.Gebruik geen pannen of schalenmet een niet gepolijste bodem (bij-voorbeeld gietijzer) of met een scherpebodemrand. Daardoor ontstaan kras-sen die niet meer te verwijderen zijn.Ook zandkorrels kunnen krassen ver-oorzaken.Voorkom dat suiker in vaste ofvloeibare vorm, kunststof en alumi-niumfolie op hete kookzones terecht-komen. Deze stoffen smelten, klevenvast en kunnen bij afkoeling scheuren,barsten en andere beschadigingen aande keramische plaat veroorzaken. Komtper ongeluk toch iets op een hete kook-zone terecht, vermeng de suikerhou-dende stoffen dan onmiddellijk metwater.

Schakel vervolgens de kookzoneuit en verwijder de resten met eenschraper, zolang de plaat nog heet is.Let op dat u daarbij uw handen nietbrandt. Reinig de plaat verder als dezeis afgekoeld. Gebruik daarvoor eenspeciaal reinigingsmiddel voor kookpla-ten.Om te voorkomen dat verontreini-gingen inbranden, moet u deze zosnel mogelijk verwijderen. Zorg dat ookde bodem van een te gebruiken pan ofschaal schoon, vetvrij en droog is.Reinig het apparaat nooit met eenstoomreiniger. De stoom kan inaanraking komen met onder spanningstaande delen en kortsluiting veroorza-ken. Door de stoom kunnen ook het op-pervlak en onderdelen van het appa-raat blijvend beschadigd raken, waar-voor de fabrikant niet aansprakelijk kanworden gesteld.Zet geen hete pannen of schalenop of in de buurt van het bedie-ningspaneel.

Hierdoor kunnen de elek-tronische onderdelen onder het paneelbeschadigd raken.Bevindt zich onder het apparaateen lade, zorg dan voor voldoendeafstand tussen de inhoud van de ladeen de onderkant van het apparaat, an-ders is de ventilatie van de kookplaatniet gewaarborgd.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11

Het voorkomen van brandwon-denWanneer u de kookzones gebruikt,worden deze zeer heet. Ook na hetuitschakelen blijven ze dat nog enigetijd. De restwarmte-indicator geeft aanof een kookzone nog heet is.Trek altijd ovenwanten aan of ge-bruik pannenlappen als u met hethete apparaat werkt. De ovenwanten ofpannenlappen mogen niet nat of voch-tig zijn, omdat ze de warmte dan betergeleiden. U kunt zich branden!Verwarm geen dichte blikken endergelijke op de kookzones, an-ders ontstaat er overdruk waardoor deblikken uiteenspatten en u zich kuntverwonden.Gebruik het apparaat niet als werk-blad. Leg er vooral geen metalenvoorwerpen op. Als het apparaat perongeluk wordt ingeschakeld of als hetnog heet is, kunnen deze voorwerpen -afhankelijk van het materiaal - heet wor-den, smelten of vlam vatten.Dek het apparaat nooit af met eendoek of iets dergelijks.

Als het ap-paraat nog heet is, bestaat er brandge-vaar.Houd het apparaat goed in de ga-ten wanneer u met olie of vettenwerkt. Oververhit vet en oververhitteolie kunnen vlam vatten. Daarbij kanook de afzuigkap in brand raken.Brandgevaar!Mocht het vet of de olie toch eenkeer vlam vatten, gebruik dan nooitwater voor het blussen! Doof de vlam-men met een geschikte deksel, eenvochtige doek of iets dergelijks.Flambeer nooit onder een afzuig-kap. Door de vlammen kan de af-zuigkap in brand vliegen.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12

Als het apparaat defect isWanneer u een defect aan het ap-paraat constateert, schakel daneerst het apparaat uit en daarna dehoofdschakelaar van de huisinstallatie.Draai smeltveiligheden er volledig uit. Ishet apparaat niet ingebouwd en heefthet geen vaste aansluiting, trek dan ookde aansluitkabel uit het stopcontact.Pak de aansluitkabel bij de stekkervast.Bel nu de afdeling Klantcontacten.Zorg ervoor dat de hoofdschakelaarniet weer wordt ingeschakeld en dat ergeen spanning op het apparaat komt,totdat het defect is verholpen.Houdt u er rekening mee dat ookbij scheuren en barsten in het ap-paraat sprake is van een defect. U kuntdan een elektrische schok krijgen!Reparaties mogen alleen door eenvakman worden uitgevoerd. Bij on-deskundig uitgevoerde reparaties looptde gebruiker grote risico’s en kan hetapparaat beschadigd raken.

Opennooit de ommanteling van het apparaat.Als dit apparaat binnen de garan-tieperiode defect raakt, mag het al-leen door Miele Nederland worden ge-repareerd, anders vervalt de garantie.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13

Het voorkomen van andere ge-varenPersonen met een pacemaker die-nen er rekening mee te houden datin de directe omgeving van het inge-schakelde apparaat een elektromagne-tisch veld ontstaat dat de werking vande pacemaker nadelig kanbeïnvloeden. Neem bij twijfel contactop met de fabrikant van de pacemakerof met uw arts.Zet pannen altijd midden op eenkookzone. Zo voorkomt u onnodigeblootstelling aan hetelektromagnetische veld.Als u een stopcontact in de buurtvan het apparaat gebruikt, let erdan op dat aansluitkabels van andereapparaten niet in aanraking komen methete kookzones. De isolatie van de ka-bels kan beschadigd raken, waardoor ueen elektrische schok kunt krijgen.Zorg ervoor dat gerechten altijdvoldoende worden verhit.

Eventue-le bacteriën in het eten worden alleengedood, wanneer de temperatuur hooggenoeg is (> 70 °C) en lang genoegwordt aangehouden (> 10 min.).Gebruik geen serviesgoed vankunststof of aluminiumfolie, wantdat smelt bij hoge temperaturen.Brandgevaar!Houd magnetiseerbare voor-werpen, zoals creditcards, disket-tes en rekenmachines, uit de buurt vande ingeschakelde kookplaat, anderskan de werking van deze voorwerpenworden beïnvloed.Wanneer zich onder het apparaateen schuiflade bevindt, zonder tus-senbodem, mogen daarin geen lichtontvlambare stoffen of brandbare voor-werpen zoals spuitbussen worden be-waard. Een eventuele bestekbak moetvan hittebestendig materiaal zijn.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen14

Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling. Hergebruik van het ver-pakkingsmateriaal remt de afvalproduc-tie en het gebruik van grondstoffen.Vaak neemt de leverancier de verpak-king terug. Als u de verpakking zelfwegdoet, informeer dan bij de reini-gingsdienst van uw gemeente waar udie kunt afgeven.Het afdanken van het apparaatVan een afgedankt apparaat kunnen deonderdelen vaak nog waardevol zijn.Zorg er daarom voor dat uw oude ap-paraat via de dealer of de gemeentegerecycled kan worden.Zorgt u ervoor dat het afgedankte ap-paraat tot die tijd buiten het bereik vankinderen wordt opgeslagen.

Zie ook hethoofdstuk "Veiligheidsinstructies enwaarschuwingen".Als u het apparaat afdankt, trek dande stekker uit het stopcontact. Maakde stekker en de aansluitkabel on-bruikbaar. U voorkomt daarmee dathet apparaat gevaar oplevert, bij-voorbeeld voor spelende kinderen.Een bijdrage aan de bescherming van het milieu15

Informatie voorafUw kookplaat werkt volgens het induc-tieprincipe, dat wil zeggen de kookzo-nes functioneren alleen maar, wanneerop de kookzones pannen met een mag-netiseerbare bodem staan (zie de ru-briek "De juiste pannen").Maakt u zich niet ongerust, wanneer ubrommende of klikkende geluiden hoortals de kookplaat is ingeschakeld. Dezegeluiden zijn kenmerkend voor induc-tiekookplaten.Bij het apparaat wordt een tweede ty-peplaatje geleverd. Plak dit typeplaatjeop de aangegeven plaats achter in uwgebruiksaanwijzing.Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvul-dig en geef deze door aan een eventu-ele volgende eigenaar van het appa-raat.Vóór het eerste gebruik16

Reiniging voor het eerstegebruikWij raden u aan het apparaat met eenvochtige doek te reinigen en daarnaweer droog te wrijven, voordat u hetvoor het eerst gebruikt.Gebruik voor het reinigen van dekeramische plaat geen afwasmiddel,omdat daardoor blijvende blauwevlekken kunnen ontstaan.De metalen delen van het apparaat zijnvoorzien van een speciaal bescherm-laagje, waardoor bij het eerste gebruikgeurtjes kunnen ontstaan. Wanneer ergeurtjes en damp vrijkomen, betekentdat niet dat het apparaat defect is ofverkeerd is aangesloten. Ze verdwijnenna korte tijd.Vóór het eerste gebruik17

Het inductieprincipeOnder elke kookzone bevindt zich eeninductiespoel. Wanneer u een kookzo-ne inschakelt, genereert deze spoeleen magneetveld. Wanneer de bodemvan de gebruikte pan magnetiseerbaaris, produceert ("induceert") dit mag-neetveld wervelstromen. Hierdoor wordtde bodem van de pan heet. De kookzo-ne zelf wordt alleen indirect verwarmdvia de stralingswarmte van de pan. Houdt u bij inductiekoken rekening metde volgende punten:– Kookgerei:Een inductiekookzone reageert al-leen op pannen met een magneti-seerbare bodem. Andere pannenworden niet heet. – Panherkenning:De inductiespoelen reageren niet alsop een kookzone een ongeschiktepan staat of als er geen pan opstaat. –Pangrootteherkenning:Een inductiekookzone past het ver-mogen automatisch aan de pan-grootte aan. Meer informatie over deze aspectenvindt u in de gelijknamige rubrieken.

InductiegeluidenBij gebruik van een inductiekookplaatkunnen in het kookgerei allerlei ge-luiden ontstaan. De geluiden zijn afhan-kelijk van het materiaal en de verwer-king van de bodem van het kookgerei. –Op een hoge vermogensstand kanhet apparaat een bromgeluid veroor-zaken. Dit geluid neemt af of ver-dwijnt, wanneer een lagere vermo-gensstand wordt ingesteld. –Bij kookgerei met een bodem die uitverschillende materialen bestaat (bij-voorbeeld een sandwichbodem) kaneen knetterend geluid optreden. – Er kan een fluitend geluid ontstaanals de met elkaar verbonden kookzo-nes (zie de rubriek "Boosterfunctie")tegelijk op de hoogste vermogens-stand zijn ingeschakeld en op dekookzones kookgerei staat met eenbodem die uit verschillende materia-len bestaat (bijvoorbeeld eensandwichbodem). –Vooral bij lage vermogensstandenkunnen bij elektronischeschakelingen klikgeluiden optreden.

Om de levensduur van de elektronicate vergroten, is het apparaat voorzienvan een ventilator. Als u het apparaatintensief gebruikt, wordt de ventilatoringeschakeld en hoort u een zoemendgeluid.

De juiste pannenLet op!U kunt inductiekookzones alleen maargebruiken, wanneer u pannen gebruiktmet een magnetiseerbare bodem.Geschikt zijn pannen van:–roestvrij staal met een magnetiseer-bare bodem–geëmailleerd staal–gietijzerNiet geschikt zijn pannen van:– roestvrij staal met een niet magneti-seerbare bodem– aluminium of koper– glas/keramiek, aardewerkAls u niet zeker weet of een pot of pangeschikt is voor inductie, kunt u dit alsvolgt controleren:^Vul de pan met een beetje water enen zet deze op de kookzone.^Schakel de kookzone in en kies metde toets -of +een vermogensstand.Is de pan ongeschikt, dan verschijnenin het display van de kookzone afwisse-lend de waarde 0en het symbool ß.Houdt u er rekening mee dat de eigen-schappen van de panbodem het berei-dingsresultaat beïnvloeden.Gebruik geen kookgerei met een tedunne bodem.

Verhit kookgerei nooitleeg, tenzij de fabrikant van hetkookgerei een dergelijk gebruik uit-drukkelijk toestaat. De kookplaat kananders beschadigd raken!PannenformaatDe pannen die u wilt gebruiken, dienenminimaal dezelfde doorsnede te heb-ben als de binnenste markering van dekookzone. Is een pan te klein, dan rea-geert de inductiespoel niet (zie de ru-briek "Pangrootteherkenning").Houdt u er rekening mee dat pannenfa-brikanten vaak de doorsnede aan debovenkant vermelden. Van belang isechter alleen de (meestal kleinere) bo-demdoorsnede.Tip om energie te besparenKook bij voorkeur met een deksel op depan. Op die manier voorkomt u dat eronnodig warmte ontsnapt.zonder deksel met dekselBediening19

Bedieningspaneel metsensortoetsenHet bedieningspaneel van uw inductie-kookplaat is voorzien van elektronischesensortoetsen. Deze reageren op vin-gercontact. U kunt de kookzones be-dienen door met uw vinger de juistetoetsen aan te tippen. De kookplaat re-ageert daarop telkens met een akoes-tisch signaal.Bedien alleen de betreffendetoetsen. Druk daarbij van boven ophet midden van de toets. Houd hetbedieningspaneel altijd vrij enschoon, anders reageren de toetsenniet of u activeert onbedoeld func-ties. Ook kan de kookplaat dan auto-matisch worden uitgeschakeld (ziede rubriek "Automatische uitschake-ling").

Zet nooit hete pannen op hetbedieningspaneel om beschadigingvan de elektronische onderdelen tevoorkomen.InschakelenOm de kookzones te kunnen gebruiken,moet u eerst de kookplaat inschakelen.Zo schakelt u de kookplaat in:^Druk op de Aan/Uit-toets s.In de displays van alle kookzones ver-schijnt een 0. Voert u daarna geenwaarden in, dan wordt de kookplaat omveiligheidsredenen na enkele secondenweer uitgeschakeld.Zo schakelt u een kookzone in:^U schakelt een kookzone in door debetreffende toets -of +aan te tippen.Kies een vermogensstand tussen 1en 9.Als u daarbij met -begint, kiest u kokenmet aankookautomaat. Als u met +be-gint, kiest u koken zonder aan-kookautomaat (zie de rubriek "Aankook-automaat").Bediening20

Als u extra hoge pannen gebruikt, zonderdeksel kookt of grotere hoeveelheden bereidt, moet een hogere stand worden in-gesteld. Kies een lagere stand, als u kleinere hoeveelheden bereidt.Bediening21

PanherkenningDe panherkenning zorgt voor optimaleveiligheid. De inductiekookplaat werktniet ...... als u een kookzone zonder of meteen ongeschikte pan inschakelt.U kunt nu geen vermogensstand instel-len. Als u op de toets -of +drukt, ver-schijnen in het display van de kookzonegedurende 3 minuten afwisselend een0en het symbool ß.Het knipperen eindigt na afloop van dietijd of als u een geschikte pan op dekookzone zet. De 0brandt dan con-stant.... als u de pan van een ingescha-kelde kookzone haalt.In dit geval wordt de kookzone uitge-schakeld. In het display van de kookzo-ne verschijnen gedurende 3 minuten af-wisselend de ingestelde vermogens-stand en het symbool ß.Als u binnen deze tijd weer een ge-schikte pan op de kookzone zet, houdthet knipperen op.

De vermogensstandwordt constant weergegeven en dekookzone opnieuw ingeschakeld.Wordt binnen 3 minuten geen (ge-schikte) pan op de kookzone gezet,dan wordt het knipperen beëindigd enverschijnt de waarde 0constant.De panherkenning voorkomt– dat kookzones onbedoeld worden in-geschakeld, bijvoorbeeld door kin-deren.– dat brandgevaarlijke situaties ont-staan, als men na het weghalen vaneen pan vergeet de kookzone uit teschakelen.De panherkenning reageert op mag-netiseerbare, metalen voorwerpen.Gebruik het apparaat daarom nietals werkblad!Bediening22

PangrootteherkenningOp een inductiekookzone werkt de in-ductie alleen op dat gedeelte dat doorde pan wordt afgedekt. Hoe kleiner depan, des te kleiner het oppervlak waar-op warmte wordt geproduceerd. Dit be-tekent dat op dezelfde vermogensstandvoor een kleine pan minder energiewordt verbruikt dan voor een grote pan.Gebruik pannen die zo groot zijn dat zetussen de binnenste en de buitenstemarkeringsring passen. Als de pankleiner is dan de diameter van de bin-nenste markering, kan het voorkomendat de inductie niet werkt. De kookzonereageert dan alsof er geen pan op staat(zie de rubriek "Panherkenning").Deze beveiliging voorkomt dat kleinemetalen voorwerpen (zoals eentheelepeltje) op een ingeschakelde in-ductiekookzone verhit worden.Bediening23

AankookautomaatAls de aankookautomaat geactiveerdis, wordt de desbetreffende kookzoneeen bepaalde tijd op het hoogste ver-mogen ingeschakeld. Daarna wordtnaar de doorkookstand teruggescha-keld. De aankooktijd hangt af van de in-gestelde doorkookstand (zie tabel).Bij een hoge doorkookstand is de aan-kooktijd relatief kort, omdat bij dezevermogensstanden meestal het legeserviesgoed voor het aanbraden wordtverhit.Doorkookstand Aankooktijd inminuten en se-conden (ca.)1 1 : 152 1 : 403 2 : 104 3 : 005 5 : 056 7 : 407 1 : 408 2 : 109-Het activeren van de aankookauto-maat:^Kies met de toets -de gewenstedoorkookstand, bijvoorbeeld 6.Gedurende de aankooktijd brandt ereen controlelampje (een punt) rechtsnaast de doorkookstand. Daarna dooftdit lampje.Gedurende de aankooktijd kunt u dedoorkookstand op elk moment met detoets +verhogen.

De aankooktijd ver-andert hierdoor.De doorkookstand kan met de toets -ook worden verlaagd. Dit kan echter al-leen gedurende enkele seconden nahet inschakelen van de aankookauto-maat. Daarna leidt verlaging van dedoorkookstand tot het uitschakelen vande aankookautomaat.Wordt tijdens de aankooktijd de panvan de kookzone gehaald, dan wordtde aankookautomaat uitgeschakeld. Defunctie wordt weer geactiveerd als u depan binnen 3 minuten terugzet.Bediening24

BoosterfunctieDe kookzones rechts achter en linksvoor hebben een boosterfunctie, waar-mee een extra hoog vermogen kan wor-den geleverd. Is de booster ingescha-keld, dan werken de kookzones 10 mi-nuten lang met een verhoogd vermo-gen op vermogensstand 9. Met dezefunctie kunt u bijvoorbeeld grote hoe-veelheden water snel verhitten. U kuntbeide boosters tegelijk gebruiken.Ga als volgt te werk:^Druk op de toets Bvan de desbe-treffende kookzone.In het display van de kookzone ver-schijnt de vermogensstand 9. Boven-dien licht het controlelampje voor deboosterfunctie op.Na 10 minuten wordt automatisch naarde gewone vermogensstand 9terugge-schakeld en dooft het controlelampje.U kunt de boosterfunctie eerderuitzetten door– de boostertoets Bopnieuw aan tetippen of– door de toets -van de betreffendekookzone aan te tippen.Bediening25

Het verhoogde vermogen voor debooster kan alleen worden geleverd,wanneer tegelijkertijd aan de kookzonerechts voor c.q. links achter een deelvan het vermogen wordt onttrokken.Gedurende de boostertijd–kan de kookzone rechts voor maxi-maal op vermogensstand 7wordengebruikt.–kan de kookzone links achter maxi-maal op vermogensstand 8wordengebruikt.Dit geldt ook als u een hogere standheeft ingesteld, bijvoorbeeld 9. Dat debooster is ingeschakeld, herkent u aande afwisselend knipperende 9en 7inhet display van bijvoorbeeld de kookzo-ne rechts voor. Dit duurt totdat de boos-ter weer wordt uitgeschakeld.Wanneer u de booster activeert, scha-kelt u automatisch de eventueel geacti-veerde aankookautomaat voor de beidelinker c.q. rechter kookzones uit.Wordt tijdens de boostertijd de pan vande kookzone gehaald, dan wordt deboosterfunctie uitgeschakeld.

Uitschakelen enrestwarmte-indicatieZo schakelt u een kookzone uit:^Druk tegelijk op de toetsen -en +van de betreffende kookzone.In het display verschijnt gedurende eni-ge seconden een 0. Is de kookzonenog heet, dan wordt daarna de rest-warmte aangegeven.Zo schakelt u de kookplaat uit:^Druk op de Aan/Uit-toets s.Nu zijn alle kookzones uitgeschakeld.In de displays van de kookzones dienog heet zijn, wordt de restwarmte aan-gegeven.De restwarmte-indicatoren verdwijnenpas uit het display als de kookzoneszover zijn afgekoeld dat u deze zondergevaar kunt aanraken.Raak de kookzones niet aan zolangde restwarmte-indicator brandt. Legof zet er ook geen hittegevoeligevoorwerpen op. Doet u dat wel, danbestaat het risico dat u zich brandtof dat voorwerpen vlam vatten!Bediening27

VergrendelingOm te voorkomen dat de kookplaat ofkookzones per ongeluk worden inge-schakeld of instellingen worden gewij-zigd, is dit apparaat voorzien van eenvergrendeling.De vergrendeling kan worden geacti-veerd, als de kookplaat is uitgescha-keld, maar ook als het apparaat in ge-bruik is.Wordt de vergrendeling geactiveerd,als de kookplaat uitgeschakeld is, dankan deze niet meer worden ingescha-keld.Wordt de vergrendeling geactiveerd,als de kookplaat in gebruik is, dan kandeze alleen nog beperkt wordenbediend:– De vermogensstanden van de kook-zones en de instellingen van de klokkunnen niet worden gewijzigd.– De kookzones en de kookplaat kun-nen wel worden uitgeschakeld, maardaarna niet weer worden ingescha-keld.Zo activeert u de vergrendeling:^Druk zo lang op de vergrendelings-toets atot het bijbehorende contro-lelampje verschijnt.Na korte tijd gaat het controlelampjeautomatisch uit.Het gaat weer branden, zodra u–de vergrendelingstoets aaanraakt.–iets wilt instellen.Zo schakelt u de vergrendeling uit:^Druk zo lang op de vergrendelings-toets atotdat het controlelampjeuitgaat.Houdt u er rekening mee dat de ver-grendeling bij een stroomstoringwordt uitgeschakeld.Beveiligingen28

Automatische uitschakeling... als een kookzone te lang aanstaatDe kookplaat is voorzien van een bevei-liging die de plaat automatisch uitscha-kelt als u vergeet deze uit te zetten.Is een kookzone langdurig ingescha-keld geweest (zie tabel), zonder dat devermogensstand is gewijzigd, danwordt de kookzone automatisch uitge-schakeld. In het display verschijnt derestwarmte-indicator.Vermogens-standMaximalebedrijfsduur inuren1102535445362728291^Als u een kookzone weer wilt inscha-kelen, doet u dat zoals gebruikelijk.... als er iets op het bedieningspaneelligtWanneer er langer dan 10 secondenovergekookte gerechten of voorwerpenop één of meer toetsen liggen, wordtde kookplaat automatisch uitgescha-keld. In de displays van de nog hetekookzones verschijnt de restwarmte-indicator.^Reinig het bedieningspaneel c.q. ver-wijder de voorwerpen.^Schakel de kookplaat weer in met deAan/Uit-toets s.

OververhittingsbeveiligingOververhitting van de inductiespoelDe inductiespoel van een kookzone kanoververhit raken, wanneer–de pan de warmte niet goed geleidt.–vet of olie op een hoge vermogens-stand verhit wordt.De oververhittingsbeveiliging leidt bijde desbetreffende kookzone tot eenvan de volgende reacties:–Is bij een kookzone de booster inge-schakeld, dan wordt de boosterfunc-tie uitgezet.– Is vermogensstand 9ingesteld, danknipperen in het display afwisselendeen 9en een 8. De vermogensstandvan de kookzone is verlaagd tot 8.– De desbetreffende kookzone wordtautomatisch uitgeschakeld.

In het bij-behorende display verschijnt eersteen 0en vervolgens de restwarmte-indicator.Zodra de kookzone voldoende is afge-koeld, kunt u deze gewoon weer in ge-bruik nemen.Voorkom dat de oververhittingsbeveili-ging opnieuw geactiveerd wordt door:–pannen te gebruiken die de warmtegoed geleiden.–vet of olie op een lagere vermogens-stand te verhitten.Beveiligingen30

Oververhitting van de koeleenheidDe koeleenheid van de kookplaat kanoververhit raken als het apparaat nietvoldoende geventileerd wordt.De oververhittingsbeveiliging leidt bijde kookplaat tot een van de volgendereacties:–De eventueel ingeschakelde boos-terfunctie wordt uitgeschakeld.–Bij alle kookzones die op vermo-gensstand 9staan, knipperen in hetdisplay afwisselend een 9en een 8.De vermogensstand is verlaagd tot8.– Alle kookzones worden automatischuitgeschakeld en in de bijbehorendedisplays knippert een 0.Zodra de koeleenheid voldoende is af-gekoeld, gaan de kookzones automa-tisch weer aan op de oorspronkelijk in-gestelde vermogensstand.Ga als volgt te werk:^Bevindt zich onder de kookplaat eenlade, zorg dan dat tussen de inhoudvan de lade en de onderkant van hetapparaat voldoende afstand is.^Reageert de oververhittingsbeveili-ging opnieuw, neem dan contact opmet een vakman of met de afdelingKlantcontacten.Beveiligingen31

De kookplaat is voorzien van een klok die gebruikt kan worden als kookwekker ofvoor het automatisch uitschakelen van een kookzone naar keuze. U kunt beidefuncties tegelijk gebruiken.Het instelprincipeInstellen met -van 99 tot 00 minutenmet +van 00 tot 99 minutenWisselen tussen de klokfuncties Druk op mTerugzetten op 00 Druk tegelijk op -en +Uitschakelen Druk op m, als in het display 00 staatHet instellen van dekookwekkerU kunt de kookwekker gebruiken als dekookplaat is ingeschakeld, maar ookals deze is uitgeschakeld. De kookwek-ker functioneert in principe als een me-chanische kookwekker.Ga als volgt te werk:^Druk op de toets -of +van de klok.In het tijddisplay verschijnt 00.^Druk zo lang op de toets -of +tot degewenste tijd wordt weergegeven,bijvoorbeeld 15 minuten.De ingestelde tijd loopt in stappen vaneen minuut af.

U kunt de resterende tijdin het display aflezen en op elk momentveranderen met de toets -of +.Na afloop van de kookwekkertijd ver-schijnt in het display 00 en hoort u ge-durende ca. 30 seconden een akoes-tisch signaal. Daarna eindigt het sig-naal en verdwijnen de twee nullen. Wiltu het signaal eerder uitzetten, druk danop de toets m.Klok32

Kookzone automatischuitschakelenU kunt een kookzone alleen dan auto-matisch uitschakelen, als voor die kook-zone een vermogensstand is gekozen.Ga als volgt te werk:^Stel voor de betreffende kookzone,bijvoorbeeld rechts achter, op de ge-bruikelijke manier een vermogens-stand in.^Tip de sensortoets maan.In het tijddisplay verschijnt een contro-lelampje.^Zijn meerdere kookzones ingescha-keld, druk dan zo lang op toets mtothet controlelampje van de gewenstekookzone verschijnt, bijvoorbeeldrechts achter.Telkens als u op de toets mdrukt, ver-schijnen de controlelampjes met de wij-zers van de klok mee, van links voor totrechts voor (alleen als de betreffendekookzones zijn ingeschakeld).^Druk op toets -of +.In het tijddisplay verschijnt 00.^Druk zo lang op de toets -of +tot degewenste tijd wordt weergegeven,bijvoorbeeld 15 minuten.De ingestelde tijd loopt in stappen vaneen minuut af.

U kunt de resterende tijdin het display aflezen en op elk momentveranderen met de toets -of +. Ook devermogensstand van de kookzone kuntu op elk moment wijzigen.Na afloop van de tijd wordt de kookzo-ne automatisch uitgeschakeld. In hetdisplay van de kookzone verschijnt een0. In het tijddisplay verschijnt 00. Tege-lijk hoort u gedurende ca. 30 secondeneen akoestisch signaal. Daarna eindigthet signaal en verdwijnen de twee nul-len. Wilt u het signaal eerder uitzetten,druk dan op de toets m.Wisselen tussen deklokfunctiesAls u al een van de functies van de klokgebruikt en u wilt ook de tweede functiegebruiken, druk dan eerst op toets m.Het tijddisplay dooft.Ga vervolgens te werk zoals in hetvoorgaande is beschreven.Als u de resterende tijd van de nietweergegeven functie wilt controleren,druk dan 1 keer op de toets m.Klok33

Gebruik nooit een stoomreinigervoor het reinigen van dit apparaat.De stoom kan in aanraking komenmet onder spanning staande delenen zo een kortsluiting veroorzaken.Bovendien kunnen door de stoomhet oppervlak en onderdelen van hetapparaat blijvend beschadigd ra-ken, waarvoor de fabrikant niet aan-sprakelijk kan worden gesteld.Gebruik geen puntige voorwerpen,zodat de dichtingen tussen de kera-mische plaat en de lijst dan wel tus-sen lijst en werkblad niet bescha-digd raken.Gebruik nooit zand-, soda-/alkali-,zuur- of chloridehoudende reini-gingsmiddelen, dan wel ovenspray,reinigingsmiddelen voor vaatwas-sers, staalwol, ruwe sponzen of har-de borstels. Gebruik ook geen spon-zen of andere hulpmiddelen die nogresten schuurmiddel bevatten.

Dezetasten het oppervlak aan.Gebruik voor het reinigen van dekeramische plaat geen afwasmiddel,omdat daardoor blijvende blauwevlekken kunnen ontstaan.Als u een speciaal reinigingsmiddelvoor keramische platen gebruikt,houdt u zich dan aan de aanwijzin-gen van de fabrikant.Wis de kookzones vervolgens meteen vochtige doek af. Er mogengeen resten reinigingsmiddel op deplaat achterblijven, omdat deze dekookplaat kunnen aantasten.Om te voorkomen dat verontreini-gingen inbranden, moet u deze zosnel mogelijk verwijderen. Zorg datook de bodem van een te gebruikenpan of schaal schoon, vetvrij endroog is.Wrijf het apparaat na elke vochtigereiniging droog. Zo voorkomt u kalk-afzetting.Reiniging en onderhoud34

Reinig het apparaat regelmatig, bijvoorkeur na elk gebruik. Laat de kook-plaat eerst voldoende afkoelen.Verwijder alle grove verontreinigingenmet een vochtige doek. Vastgekoekteverontreinigingen verwijdert u met eenschraper.Reinig de plaat vervolgens grondig meteen speciaal reinigingsmiddel voorkeramische platen en met keukenpa-pier of een schone doek. Ook kalkres-ten (van overgekookt water) en alumini-umvlekken worden zo verwijderd.Wis het oppervlak daarna met eenvochtige doek af en wrijf de plaat weerdroog.Eventueel kunt u een speciaal middelgebruiken dat een water- en vuilafsto-tend laagje vormt.Komt suiker, suikerhoudend voedsel,kunststof of aluminiumfolie op eenhete kookzone terecht, vermeng de sui-kerhoudende stoffen dan onmiddellijkmet water.

Reparaties aan elektrische appara-ten mogen alleen door vakmensenworden uitgevoerd. Ondeskundiguitgevoerde reparaties leveren ge-vaar op voor de gebruiker.Wat moet u doen als ...... de kookplaat respectievelijk dekookzones niet kunnen worden inge-schakeld?Controleer of– de pannen geschikt zijn voor induc-tie.– de vergrendeling geactiveerd is. Isdat het geval, hef deze dan op (ziede rubriek "Vergrendeling").– de zekering van de huisinstallatiedoorgeslagen is.Is het probleem dan nog niet opgelost,haal dan ca. 1 minuut de elektrischespanning van het apparaat en wel alsvolgt:–Schakel de hoofdschakelaar van dehuisinstallatie uit c.q. draai de des-betreffende stop eruit of–schakel de aardlekschakelaar uit.Nadat de zekering, de hoofd- of deaardlekschakelaar weer is ingescha-keld, kunt u het apparaat weer normaalgebruiken.

Waarschuw een elektricienof de afdeling Klantcontacten als u destoring niet zelf kunt verhelpen.... in het display van een kookzoneeen ßverschijnt?Controleer of–een lege kookzone per ongeluk is in-geschakeld.–op de desbetreffende kookzone eenpan staat die geschikt is voor induc-tiekoken (zie de rubriek "De juistepannen").... in het display van een kookzoneeen Fverschijnt?De temperatuurvoeler van de desbe-treffende kookzone is defect.U kunt deze kookzone niet meer in ge-bruik nemen. Waarschuw de afdelingKlantcontacten.... een kookzone of de hele kookplaattijdens het gebruik automatischwordt uitgeschakeld?De automatische uitschakeling of deoververhittingsbeveiliging is geacti-veerd (zie de rubrieken "Automatischeuitschakeling" en "Oververhittingsbevei-liging").Nuttige tips36

... een van de volgende storingen op-treedt:–De boosterfunctie wordt te vroeg uit-geschakeld.–In het display knipperen afwisselendde vermogensstanden 9en 8.–In de displays van alle kookzonesknippert een 0.De oververhittingsbeveiliging is geacti-veerd (zie de rubriek "Oververhittings-beveiliging").... de inhoud van een pan niet of nau-welijks begint te koken, hoewel u deaankookautomaat heeft ingescha-keld?De oorzaak kan zijn dat– grote hoeveelheden worden verhit.– de pan de warmte niet goed geleidt.Kies de volgende keer een hogeredoorkookstand of stel eerst de hoogstevermogensstand in en schakel daarnahandmatig terug naar een lagere stand.... de ventilator na het uitschakelendoorwerkt?Dit is geen storing! De ventilator draaitdoor totdat het apparaat is afgekoelden wordt dan automatisch uitgescha-keld.Nuttige tips37

Elektrische aansluitingDit apparaat mag uitsluitend door eenerkend elektricien op het elektriciteits-net worden aangesloten. Deze is op dehoogte van de landelijke voorschriftenen de voorschriften van het plaatselijkeenergiebedrijf en neemt ze zorgvuldigin acht.Dit apparaat mag alleen worden aan-gesloten op een huisinstallatie die vol-gens NEN 1010 is geïnstalleerd. Eenaansluiting op een voor het apparaatgeschikt stopcontact wordt aanbevo-len, omdat dat eventuele werkzaamhe-den voor de technicus makkelijkermaakt. Als de gebruiker niet meer bijhet stopcontact kan komen of als ersprake is van een vaste aansluiting,moet het apparaat via een schakelaarmet alle polen van de netspanningkunnen worden losgekoppeld. De con-tactopening in uitgeschakelde toestandmoet minimaal 3 mm bedragen.

Ge-schikt zijn zelfuitschakelaars, ze-keringen en relais (EN 60 335).Voordat u het apparaat aansluit, dient ude aansluitgegevens (spanning en fre-quentie) op het typeplaatje te verge-lijken met de waarden van het elektrici-teitsnet.

Deze gegevens moeten beslistovereenkomen.Dit apparaat mag slechts aan één zij-kant en aan de achterkant aansluitenop meubels of wanden die hoger zijndan het apparaat zelf (zie de bijge-voegde montagehandleiding).Technische gegevensAansluitwaarde:Zie typeplaatje.Aansluiting op:AC 230 V / 50 HzZekering: 16 AVoor de aansluitmogelijkheden zie ookde bijgevoegde montagehandleiding.Aardlekschakelaar:Om extra veiligheid te kunnen garande-ren, wordt in de EU-voorschriften en-richtlijnen voor Nederland geadviseerdde huisinstallatie van een aardlekscha-kelaar (30 mA) te voorzien.Bij een beveiliging ß100 mA kan hetvoorkomen dat de aardlekschakelaarreageert, als het apparaat wordt in-geschakeld, nadat het enige tijd niet isgebruikt.Techniek38

KlantcontactenVoor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u–uw Miele-vakhandelaar of–de afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V.Het adres en de telefoonnummers van Miele Nederland B.V. en de diverse afde-lingen vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.Voor een goede en vlotte afhandeling moet de afdeling Klantcontacten weten welktype apparaat u heeft en welk serienummer het heeft. Beide gegevens vindt u ophet typeplaatje.Miele-Service-Verzekering-CertificaatVoor informatie over het Miele-Service-Verzekering-Certificaat kunt u zich wendentot uw Miele-vakhandelaar of de bijgaande folder raadplegen.TypeplaatjePlak hier het bijgevoegde typeplaatje. Controleer of de gegevens op het type-plaatje overeenkomen met de gegevens op het titelblad van deze gebruiksaanwij-zing.Techniek39

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele km 498 1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden