Miele km 415 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Miele km 415 (32 pagina’s), behorend tot de categorie Kookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Miele km 415 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Miele |
| Categorie: | Kookplaat |
| Model: | km 415 |
Handleiding Miele km 415 – volledige tekst
Algemeen. 4Kookplaat. 4Bedieningspaneel. 4Sensortoetsen en info-displays. 5Kookzones. 5Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 6Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 12Vóór het eerste gebruik. 13Informatie vooraf. 13Reiniging voor het eerste gebruik. 14Bediening. 15Bedieningspaneel met sensortoetsen. 15Inschakelen. 15Tabel vermogensstanden. 16Aankookautomaat. 17Kookzonevergroting. 18Uitschakelen en restwarmte-indicatie. 19De juiste pannen. 20Tips om energie te besparen. 20Beveiligingen. 21Vergrendeling. 21Automatische uitschakeling. 22Oververhittingsbeveiliging. 24Reiniging en onderhoud. 25Wat moet u doen als. 27Techniek. 29Elektrische aansluiting. 29Technische gegevens. 29Technische Dienst. 30Typeplaatje. 30Inhoud3.
Het inbouwen en aansluitenvan het apparaatDit apparaat mag uitsluitend dooreen vakman worden ingebouwd enaangesloten. Deze is precies op dehoogte van de landelijke voorschriftenen van de voorschriften van het ge-meentelijke energiebedrijf en houdtzich daar strikt aan. Wanneer er bij hetinbouwen en aansluiten van het appa-raat fouten worden gemaakt, kan de fa-brikant niet aansprakelijk worden ge-steld voor schade die daar eventueelhet gevolg van is.De elektrische veiligheid van hetapparaat is alleen dan gewaar-borgd als het wordt aangesloten opeen volgens de voorschriften geïnstal-leerd aardingssysteem. Het is belang-rijk dat u dit controleert en in geval vantwijfel de huisinstallatie door een vak-man laat controleren.
De fabrikant kanniet aansprakelijk worden gesteld voorschade die is ontstaan door een ont-brekende of beschadigde aarddraad(bijvoorbeeld een elektrische schok).Het apparaat mag niet met behulpvan een verlengsnoer op het elek-triciteitsnet worden aangesloten, wantdan is de veiligheid van het apparaatniet gegarandeerd.Het apparaat mag niet worden in-gebouwd boven vaatwassers, was-en droogapparaten, alsmede koel- envriesapparatuur. De soms aanzienlijkestralingswarmte van de kookplaat zoude desbetreffende apparaten kunnenbeschadigen.Dit apparaat mag uitsluitend dooreen vakman op een niet-stationairelocatie (bijvoorbeeld een boot of cam-per) worden ingebouwd en aangeslo-ten. Hierbij moet aan alle voorwaardenvoor een veilig gebruik worden vol-daan.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen6
Verantwoord gebruikLees de gebruiksaanwijzing aan-dachtig door voordat u uw appa-raat voor het eerst gebruikt. Dat is vei-liger voor uzelf en u voorkomt onnodigeschade aan het apparaat.Gebruik het apparaat alleen als hetis ingebouwd. Alleen dan kunt u erzeker van zijn dat u niet met delen inaanraking komt die onder spanningstaan.Dit apparaat is uitsluitend bestemdvoor huishoudelijk gebruik.Gebruik het apparaat alleen voorhet bereiden van gerechten. Ge-bruik voor andere doeleinden is niettoegestaan en kan gevaarlijk zijn. Defabrikant kan niet aansprakelijk wordengesteld voor schade die wordt veroor-zaakt door gebruik voor andere doel-einden dan hier aangegeven of doorfoutieve bediening.Gebruik dit apparaat niet om ereen ruimte mee te verwarmen.Door de hoge temperaturen kunnenbrandbare voorwerpen in de buurt vanhet apparaat vlam vatten.
Het voorkomen van schadeaan het apparaatLaat geen voorwerpen op de kera-mische plaat vallen. Zelfs een lichtvoorwerp als een zoutvaatje kan, alshet verkeerd terechtkomt, scheuren ofbarsten veroorzaken.Gebruik geen pannen of schalenmet een niet gepolijste bodem (bij-voorbeeld gietijzer) of met een scherpebodemrand. Daardoor ontstaan kras-sen die niet meer te verwijderen zijn.Ook zandkorrels kunnen krassen ver-oorzaken.Voorkom dat suiker in vaste ofvloeibare vorm, kunststof en alumi-niumfolie op hete kookzones terechtko-men. Deze stoffen smelten, kleven vasten kunnen bij afkoeling scheuren, bar-sten en andere beschadigingen aan dekeramische plaat veroorzaken. Komtper ongeluk toch iets op een hete kook-zone terecht, vermeng de suikerhou-dende stoffen dan onmiddellijk metwater.
Schakel vervolgens de kookzoneuit en verwijder de resten met eenschraper, zolang de plaat nog heet is.Let op dat u daarbij uw handen nietbrandt. Reinig de plaat verder als dezeis afgekoeld. Gebruik daarvoor eenspeciaal reinigingsmiddel voor kookpla-ten.Om te voorkomen dat verontreini-gingen inbranden, moet u deze zosnel mogelijk verwijderen. Zorg dat ookde bodem van een te gebruiken pan ofschaal schoon, vetvrij en droog is.Reinig het apparaat nooit met eenstoomreiniger. Door de stoom kun-nen het oppervlak en onderdelen vanhet apparaat blijvend beschadigd ra-ken, waarvoor de fabrikant niet aan-sprakelijk kan worden gesteld.Gebruik geen kookgerei met een tedunne bodem. Verhit kookgereinooit leeg, tenzij de fabrikant van hetkookgerei een dergelijk gebruik uitdruk-kelijk toestaat.
Het voorkomen van brandwon-denWanneer u de kookzones gebruikt,worden deze zeer heet. Ook na hetuitschakelen blijven ze dat nog enigetijd. De restwarmte-indicator geeft aanof een kookzone nog heet is. Zorg er-voor dat kinderen uit de buurt blijvenwanneer het apparaat in gebruik is.Bewaar geen voorwerpen die voorkinderen interessant zijn in kastjesboven of achter het apparaat. De kin-deren klimmen anders misschien ophet apparaat en kunnen zich er danaan branden.Kinderen kunnen ook verbrandin-gen oplopen als zij pannen van hetapparaat trekken. Bij de vakhandelaaris een speciaal rek verkrijgbaar dat er-voor zorgt dat kinderen niet meer bij hetapparaat kunnen komen.Trek altijd ovenwanten aan of ge-bruik pannenlappen als u met hethete apparaat werkt. De ovenwanten ofpannenlappen mogen niet nat of voch-tig zijn, omdat ze de warmte dan betergeleiden.
U kunt zich branden!Verwarm geen dichte blikken endergelijke op de kookzones, an-ders ontstaat er overdruk waardoor deblikken uiteenspatten en u zich kuntverwonden.Gebruik het apparaat niet als werk-blad. Als het apparaat per ongelukwordt ingeschakeld of als het nog heetis, kunnen voorwerpen - afhankelijk vanhet materiaal - heet worden, smelten ofvlam vatten.Dek het apparaat nooit af met eendoek of iets dergelijks. Als het ap-paraat nog heet is of wordt ingescha-keld, bestaat er brandgevaar.Houd het apparaat goed in de ga-ten wanneer u met olie of vettenwerkt. Oververhit vet en oververhitteolie kunnen vlam vatten. Daarbij kanook de afzuigkap in brand raken.Brandgevaar!Mocht het vet of de olie toch eenkeer vlam vatten, gebruik dan nooitwater voor het blussen! Doof de vlam-men met een deken of met schuim uiteen brandblusser.Flambeer nooit onder een afzuig-kap.
Als het apparaat defect isWanneer u een defect aan het ap-paraat constateert, schakel daneerst het apparaat uit en daarna dehoofdschakelaar van de huisinstallatie.Draai smeltveiligheden er volledig uit. Ishet apparaat niet ingebouwd en heefthet geen vaste aansluiting, trek dan ookde aansluitkabel uit het stopcontact.Pak de aansluitkabel bij de stekkervast.Bel nu de Technische Dienst.Zorg ervoor dat de hoofdschakelaarniet weer wordt ingeschakeld en dat ergeen spanning op het apparaat komt,totdat het defect is verholpen.Houdt u er rekening mee dat ookbij scheuren en barsten in het ap-paraat sprake is van een defect. U kuntdan een elektrische schok krijgen!Reparaties mogen alleen door eenvakman worden uitgevoerd. Bij on-deskundig uitgevoerde reparaties looptde gebruiker grote risico’s en kan hetapparaat beschadigd raken.
Het voorkomen van andere ge-varenAls u een stopcontact in de buurtvan het apparaat gebruikt, let erdan op dat aansluitkabels van andereapparaten niet in aanraking komen methete kookzones. De isolatie van de ka-bels kan beschadigd raken, waardoor ueen elektrische schok kunt krijgen.Zorg ervoor dat gerechten altijdvoldoende worden verhit. Eventue-le bacteriën in het eten worden alleengedood, wanneer de temperatuur hooggenoeg is (> 70 °C) en lang genoegwordt aangehouden (> 10 min.).Gebruik geen serviesgoed vankunststof of aluminiumfolie, wantdat smelt bij hoge temperaturen.Brandgevaar!Houd vooral kinderen in de gaten,als u het apparaat gebruikt.Als een huisdier op de kookplaatkomt, kan het dier een sensortoetsaanraken en een kookzone inschake-len.
Houd dieren daarom bij het appa-raat vandaan.Wanneer zich onder het apparaateen schuiflade bevindt, zonder tus-senbodem, mogen daarin geen lichtontvlambare stoffen of brandbare voor-werpen zoals spuitbussen wordenbewaard. Een eventuele bestekbakmoet van hittebestendig materiaal zijn.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11
Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak -kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling. Hergebruik van het ver-pakkingsmateriaal remt de afvalproduc-tie en het gebruik van grondstoffen.Vaak neemt de leverancier de verpak-king terug. Als u de verpakking zelfwegdoet, informeer dan bij de reini-gingsdienst van uw gemeente waar udie kunt afgeven.Het afdanken van het apparaatVan een afgedankt apparaat kunnen deonderdelen vaak nog waardevol zijn.Zorg er daarom voor dat uw oude ap-paraat via de dealer of de gemeentegerecycled kan worden.Zorgt u ervoor dat het afgedankte ap-paraat tot die tijd buiten het bereik vankinderen wordt opgeslagen.
Zie ook hethoofdstuk "Veiligheidsinstructies enwaarschuwingen".Als u het apparaat afdankt, trek dande stekker uit het stopcontact. Maakde stekker en de aansluitkabel on-bruikbaar. U voorkomt daarmee dathet apparaat gevaar oplevert, bij-voorbeeld voor spelende kinderen.Een bijdrage aan de bescherming van het milieu12
Reiniging voor het eerstegebruikWij raden u aan het apparaat met eenvochtige doek te reinigen en daarnaweer droog te wrijven, voordat u hetvoor het eerst gebruikt.Gebruik voor het reinigen van dekeramische plaat geen afwasmiddel,omdat daardoor blijvende blauwevlekken kunnen ontstaan.De metalen delen van het apparaat zijnvoorzien van een speciaal bescherm-laagje, waardoor bij het eerste gebruikgeurtjes kunnen ontstaan. Wanneer ergeurtjes en damp vrijkomen, betekentdat niet dat het apparaat defect is ofverkeerd is aangesloten. Ze verdwijnenna korte tijd.Vóór het eerste gebruik14
Bedieningspaneel metsensortoetsenHet bedieningspaneel van uw kera-mische kookplaat is voorzien van elek-tronische sensortoetsen. Deze reage -ren op vingercontact. U kunt de kook-zones bedienen door met uw vinger dejuiste toetsen aan te tippen. De kook-plaat reageert daarop telkens met eenakoestisch signaal.Bedien nooit meer dan één toets te-gelijk (behalve bij het uitschakelenvan een kookzone) en houd het be-dieningspaneel altijd vrij en schoon,anders reageren de toetsen niet of uactiveert onbedoeld functies.
Ookkan de kookplaat dan automatischworden uitgeschakeld (zie de ru-briek "Automatische uitschakeling").Zet nooit hete pannen op het bedie-ningspaneel om beschadiging vande elektronische onderdelen te voor-komen.InschakelenOm de kookzones te kunnen gebruiken,moet u eerst de kookplaat inschakelen.Zo schakelt u de kookplaat in:^Druk op de Aan/Uit-toets .sIn de displays van alle kookzones ver-schijnt een . Voert u daarna geen0waarden in, dan wordt de kookplaat omveiligheidsredenen na enkele secondenweer uitgeschakeld.Zo schakelt u een kookzone in:^U kunt een kookzone inschakelendoor de desbetreffende of toets- + aan te tippen. Kies een vermogens-stand tussen en .1 9Als u daarbij met begint, kiest u koken- met + aankookautomaat.
Als u met be-gint, kiest u koken aan-zonder kookautomaat (zie de rubriek "Aankook-automaat").Wilt u een kookzone inschakelen,nog waarvan de al uit het display is ver0-dwenen, raak dan één keer kort de bij-behorende of toets aan. De ver- + 0-schijnt en u kunt een vermogensstandkiezen, met of zonder aankookauto-maat.Bediening15
Als u extra hoge pannen gebruikt, zonderdeksel kookt of grotere hoeveelheden bereidt, moet een hogere stand worden in-gesteld. Kies een lagere stand, als u kleinere hoeveelheden bereidt.Bediening16
AankookautomaatAls de aankookautomaat geactiveerdis, wordt de desbetreffende kookzoneeen bepaalde tijd op het hoogste ver-mogen ingeschakeld. Daarna wordtnaar de doorkookstand teruggescha-keld. De aankooktijd hangt af van de in-gestelde doorkookstand (zie tabel).De hoge doorkookstanden (geschiktvoor braden) hebben kortere aankook-tijden. Deze zijn voldoende om de ge-bruikte pannen en schalen snel te ver-hitten.Doorkookstand Aankooktijd inminuten en se-conden (ca.)1 1 : 202 2 : 453 4 : 054 5 : 305 6 : 506 1 : 207 2 : 458 2 : 459 -Het activeren van de aankookauto-maat:^Als in het display van de kookzoneeen te zien is, drukt u op de toets0- totdat de gewenste doorkookstandverschijnt, bijvoorbeeld .6Gedurende de aankooktijd brandt ereen controlelampje (een punt) rechtsnaast de doorkookstand.
KookzonevergrotingAls u grote pannen gebruikt, kunt u dekookzonevergroting van een vario-kookzone inschakelen.^Schakel de kookzone in en kies metde toets of een vermogensstand.- + ^Tip vervolgens de sensortoets voorde kookzonevergroting aan.nAls er een in het display van de kook0-zone staat, kunt u ook eerst toets naantippen en daarna een vermogens-stand instellen.Als de kookzonevergroting is ingescha-keld, brandt het bijbehorende controle-lampje.U schakelt de kookzonevergroting weeruit door opnieuw toets aan te tippen.nU kunt ook de vermogensstand van dekookzone op zetten.0Bediening18n5
Uitschakelen enrestwarmte-indicatieZo schakelt u een kookzone uit:^Druk op de en toets vantegelijk - + de betreffende kookzone.In het display verschijnt gedurende eni-ge seconden een . Is de kookzone0nog heet, dan wordt daarna de rest-warmte aangegeven.Zo schakelt u de kookplaat uit:^ sDruk op de Aan/Uit-toets .Nu zijn alle kookzones uitgeschakeld.In de displays van de kookzones dienog heet zijn, wordt de restwarmte aan-gegeven.De restwarmte-indicatoren verdwijnenpas uit het display als de kookzoneszover zijn afgekoeld dat u deze zondergevaar kunt aanraken.Raak de kookzone niet aan als derestwarmte-indicator nog brandt. Ukunt zich anders branden! Leg ookgeen hittegevoelige voorwerpen opde kookzone.Houdt u er rekening mee dat derestwarmte-indicatoren niet op-lichten als er een stroomstoring isgeweest, zelfs al zijn de kookzonesnog heet.Bediening19h
De juiste pannen– De pannen moeten een stabiele on-derkant hebben die iets naar binnenbuigt. Als de bodem heet wordt,staat deze vlak op de kookzone. Isde bodem niet vlak, dan neemt debereidingstijd toe.koud heet– De diameter van de pan moetovereenkomen met die van de kook-zone of iets groter zijn, zodat geenenergie verloren gaat.Houdt u er rekening mee dat pan-nenfabrikanten vaak de diameter aande bovenkant vermelden. Van be-lang is echter alleen de (meestalkleinere) bodemdiameter.te klein goedTips om energie te besparen– Kook bij voorkeur met een deksel opde pan. Op die manier voorkomt udat er onnodig warmte ontsnapt.zonder deksel met deksel– Schakel bij een lange bereidingstijdde kookzone 5 tot 10 minuten voorhet einde uit. U maakt dan optimaalgebruik van de restwarmte.Bediening20
VergrendelingOm te voorkomen dat de kookplaat ofkookzones per ongeluk worden inge-schakeld of instellingen worden gewij-zigd, is dit apparaat voorzien van eenvergrendeling.De vergrendeling kan worden geacti-veerd, als de kookplaat is uitgescha-keld, maar ook als het apparaat in ge-bruik is.Wordt de vergrendeling geactiveerd,als de kookplaat is, danuitgeschakeld kan deze niet meer worden ingescha-keld.Wordt de vergrendeling geactiveerd,als de kookplaat is, dan kanin gebruik deze alleen nog wordenbeperkt bediend:– De vermogensstanden van de kook-zones kunnen niet worden gewijzigd.– De kookzones en de kookplaat kun-nen wel worden uitgeschakeld, maardaarna niet weer worden ingescha-keld.Zo activeert u de vergrendeling:^Druk zo lang op de vergrendelings-toets tot het bijbehorende controa-lelampje verschijnt.Na korte tijd gaat het controlelampjeautomatisch uit.Het gaat weer branden, zodra u– de vergrendelingstoets aanraakt.a– iets wilt instellen.Zo schakelt u de vergrendeling uit:^Druk zo lang op de toets voor de ver-grendeling tot het controlelampjeauitgaat.Houdt u er rekening mee dat de ver-grendeling bij een stroomstoringwordt uitgeschakeld.Beveiligingen21
Automatische uitschakeling... als een kookzone te lang aanstaatDe kookplaat is voorzien van een bevei-liging die de plaat automatisch uitscha-kelt als u vergeet deze uit te zetten.Is een kookzone langdurig ingescha-keld geweest (zie tabel), zonder dat devermogensstand is gewijzigd, danwordt de kookzone automatisch uitge-schakeld. In het display verschijnt derestwarmte-indicator.^Als u een kookzone weer wilt inscha-kelen, doet u dat zoals gebruikelijk.Vermogensstand Maximalebedrijfsduur inuren1 102 53 54 45 36 27 28 29 1Beveiligingen22
... als er iets op het bedieningspaneelligtDe kookplaat wordt automatisch uitge-schakeld als één of meer sensortoetsenlanger dan 10 seconden bedekt zijn,bijvoorbeeld als u uw hand erop legt,een gerecht overkookt of als er voor-werpen op liggen.Tegelijk hoort u om de 30 secondeneen akoestisch signaal (gedurendemaximaal 10 minuten) en knippert in dedisplays van de bedekte sensortoetsende letter :F^Reinig het bedieningspaneel c.q. ver-wijder de voorwerpen.Het signaal gaat uit en de verdwijntFuit het display.^Schakel de kookplaat weer in met deAan/Uit-toets . U kunt het apparaatsnu weer in gebruik nemen.Beveiligingen23
OververhittingsbeveiligingAlle kookzones zijn voorzien van eenoververhittingsbeveiliging(temperatuurbegrenzer). Deze schakeltde kookzone automatisch uit, als dekeramische plaat te heet wordt. Zodrade plaat weer voldoende is afgekoeld,wordt de kookzone weer ingeschakeld.De oververhittingsbeveiliging reageert,wanneer– een kookzone wordt ingeschakeld,zonder dat er een pan op staat.– leeg kookgerei verhit wordt.– de bodem van de pan niet gelijkma-tig op de kookzone aansluit.– de pan de warmte niet goed geleidt.Dat de oververhittingsbeveiliging actiefis, ziet u daaraan dat de kookzone ookop de hoogste vermogensstand in- enuitgeschakeld wordt.Beveiligingen24
Gebruik voor het reinigen van hetapparaat nooit een stoomreiniger.Door de stoom kunnen de opper-vlakken en onderdelen van het ap-paraat blijvend beschadigd raken,waarvoor de fabrikant niet aanspra-kelijk kan worden gesteld.Gebruik geen puntige voorwerpen,zodat de dichtingen tussen de kera-mische plaat en de lijst dan wel tus-sen lijst en werkblad niet bescha-digd raken.Gebruik in geen geval schurende ofagressieve middelen, zoals grill- enovensprays, roestverwijderaars,schuurmiddelen en schuursponsjes.Gebruik voor het reinigen van dekeramische plaat geen afwasmiddel,omdat daardoor blijvende blauwevlekken kunnen ontstaan.Als u een speciaal reinigingsmiddelvoor keramische platen gebruikt,houdt u zich dan aan de aanwijzin-gen van de fabrikant.Wis de kookzones vervolgens meteen vochtige doek af.
Er mogengeen resten reinigingsmiddel op deplaat achterblijven, omdat deze dekookplaat kunnen aantasten.Om te voorkomen dat verontreinigin-gen inbranden, moet u deze zo snelmogelijk verwijderen. Zorg dat ookde bodem van een te gebruiken panof schaal schoon, vetvrij en droog is.Wrijf het apparaat na elke vochtigereiniging droog. Zo voorkomt u kalk-afzetting.Reiniging en onderhoud25
Reinig het apparaat regelmatig, bijvoorkeur na elk gebruik. Laat de kook-plaat eerst voldoende afkoelen.Verwijder alle grove verontreinigingenmet een vochtige doek. Vastgekoekteverontreinigingen verwijdert u met eenschraper.Reinig de plaat vervolgens grondig meteen speciaal reinigingsmiddel voorkeramische platen en met keukenpa-pier of een schone doek. Ook kalkres-ten (van overgekookt water) en alumini-umvlekken worden zo verwijderd.Wis het oppervlak daarna met eenvochtige doek af en wrijf de plaat weerdroog.Eventueel kunt u een speciaal middelgebruiken dat een water- en vuilafsto-tend laagje vormt.Komt suiker, suikerhoudend voedsel,kunststof of aluminiumfolie op eenhete kookzone terecht, vermeng de sui-kerhoudende stoffen dan onmiddellijkmet water.
Reparaties aan elektrische appara-ten mogen alleen door vakmensenworden uitgevoerd. Ondeskundiguitgevoerde reparaties leveren ge-vaar op voor de gebruiker.Wat moet u doen als . . .... de kookplaat respectievelijk dekookzones niet kunnen worden inge-schakeld?Controleer of– de vergrendeling geactiveerd is. Isdat het geval, hef deze dan op (ziede rubriek "Vergrendeling").– de zekering van de huisinstallatiedoorgeslagen is.Is het probleem dan nog niet opgelost,haal dan ca. 1 minuut de elektrischespanning van het apparaat en wel alsvolgt:– Schakel de hoofdschakelaar van dehuisinstallatie uit c.q. draai de des-betreffende stop eruit of– schakel de aardlekschakelaar uit.Nadat de zekering, de hoofd- of deaardlekschakelaar weer is ingescha-keld, kunt u het apparaat weer normaalgebruiken. Waarschuw een elektricienof de Technische Dienst als u de sto-ring niet zelf kunt verhelpen....
het apparaat tijdens het gebruikwordt uitgeschakeld en in het displayvan ten minste één kookzone de rest-warmte-indicator of een knipperendeFverschijnt en er eventueel eenakoestisch signaal te horen is?Waarschijnlijk was een kookzone telang ingeschakeld of lag er iets op desensortoetsen (zie de rubriek "Automa-tische uitschakeling").... de verwarming van een kookzoneop de hoogste vermogensstand in-en uitgeschakeld wordt?De oververhittingsbeveiliging is geacti-veerd (zie de rubriek "Oververhittings-beveiliging").... de inhoud van een pan niet of nau-welijks begint te koken, hoewel u deaankookautomaat heeft ingescha-keld?De oorzaak kan zijn dat– de pan de warmte niet goed geleidt.– grote hoeveelheden worden verhit.Kies de volgende keer een hogeredoorkookstand of stel eerst de hoogstevermogensstand in en schakel daarnahandmatig terug naar een lagere stand.Wat moet u doen als. . . ?27
... de gevoeligheid van de sensor-toetsen te groot of te klein is?De instelling van de sensortoetsen isveranderd. U kunt dit als volgt corrige-ren:– Zorg eerst dat zon- of kunstlicht nietdirect op de kookplaat valt. De om-geving van de kookplaat mag echterook niet te donker zijn.– Er mogen zich geen voorwerpen opde kookplaat en de sensortoetsenbevinden. Verwijder eventueel kook-gerei en reinig de kookplaat indiendat nodig is.– Onderbreek vervolgens de stroom-voorziening van de kookplaat gedu-rende ca. 1 minuut.Zodra u de stroomvoorziening herstelt,wordt de gevoeligheid van de sensor-toetsen opnieuw ingesteld.Mocht het probleem daarna nog nietzijn verholpen, neem dan contact opmet de Technische Dienst.Wat moet u doen als. . . ?28
Elektrische aansluitingDit apparaat mag uitsluitend door eenerkend elektricien op het elektriciteits-net worden aangesloten. Deze is op dehoogte van de landelijke voorschriftenen de voorschriften van het plaatselijkeenergiebedrijf en neemt ze zorgvuldigin acht.Dit apparaat mag alleen worden aan-gesloten op een huisinstallatie die vol-gens NEN 1010 is geïnstalleerd. Eenaansluiting op een voor het apparaatgeschikt stopcontact wordt aanbevo -len, omdat dat eventuele werkzaamhe-den voor de Technische Dienst makke-lijker maakt. Als de gebruiker niet meerbij het stopcontact kan komen of als ersprake is van een vaste aansluiting,moet het apparaat via een schakelaarmet van de netspanningalle polen kunnen worden losgekoppeld. De con-tactopening in uitgeschakelde toestandmoet 3 mm bedragen.
Geschikt zijnzelfuitschakelaars, zekeringen en relais(EN 60 335).Voordat u het apparaat aansluit, dient ude (spanning en freaansluitgegevens -quentie) op het typeplaatje te verge-lijken met de waarden van het elektrici-teitsnet.
Deze gegevens moeten beslistovereenkomen.Dit apparaat mag slechts aan één zij-kant en aan de achterkant aansluitenop meubels of wanden die hoger zijndan het apparaat zelf (zie de bijge-voegde montagehandleiding).Technische gegevensAansluitwaarde:Zie typeplaatje.Aansluiting op:AC 230 V / 50 HzZekering: 16 AVoor de aansluitmogelijkheden zie ookde bijgevoegde montagehandleiding.Aardlekschakelaar:Om extra veiligheid te kunnen garande-ren, wordt in de EU-voorschriften en-richtlijnen voor Nederland geadviseerdde huisinstallatie van een aardlekscha-kelaar (30 mA) te voorzien.Bij een beveiliging 100 mA kan hetßvoorkomen dat de aardlekschakelaarreageert, als het apparaat wordt in-geschakeld, nadat het enige tijd niet isgebruikt.Techniek29
Technische DienstVoor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u– uw Miele-vakhandelaar of– de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.Het adres en de telefoonnummers van Miele Nederland B.V. en de diverse afde-lingen vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.Voor een goede en vlotte afhandeling moet de Technische Dienst weten welk typeapparaat u heeft en welk serienummer het heeft. Beide gegevens vindt u op hettypeplaatje.Miele-Service-Verzekering-CertificaatVoor informatie over het Miele-Service-Verzekering-Certificaat kunt u zich wendentot uw Miele-vakhandelaar of de bijgaande folder raadplegen.TypeplaatjePlak hier het bijgevoegde typeplaatje. Controleer of de gegevens op het type-plaatje overeenkomen met de gegevens op het titelblad van deze gebruiksaanwij-zing.Techniek30
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Miele km 415 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Kookplaat Miele
Handleiding Kookplaat
Nieuwste handleidingen voor Kookplaat