Miele KM 3010 G Handleiding

Miele Kookplaat KM 3010 G

Bekijk gratis de handleiding van Miele KM 3010 G (56 pagina’s), behorend tot de categorie Kookplaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 67 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Miele KM 3010 G of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/56
Gebruiks- en montagehandleiding
Gaskookplaten
KM 3010
KM 3014
Lees de gebruiks- en montage-beslist
handleiding voordat u uw apparaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
schade aan uw apparaat.M.-Nr. 09 168 540
nl - NL

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Miele
Categorie: Kookplaat
Model: KM 3010 G
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Draaiknop
Kleur van het product: Zwart
Breedte: 626 mm
Diepte: 526 mm
Hoogte: 54 mm
Kinderslot: Nee
Soort materiaal (bovenkant): Keramisch
Vermogen brander/kookzone 2: 2700 W
Vermogen brander/kookzone 3: 1700 W
Vermogen brander/kookzone 1: 1000 W
Aantal branders/kookzones: 4 zone(s)
Type kookplaat: Gaskookplaat
Electronische ontsteking: Ja
Type brander/kookzone 1: Sudderen
Type brander/kookzone 2: Groot
Type brander/kookzone 3: Regulier
Makkelijk schoon te maken: Ja
Installatie compartiment afmetingen(WxDxH): 600 x 500 x 46 mm
Aantal gaspitten: 4 zone(s)
Aantal elektronische kook zones: 0 zone(s)
Sudder brander/kookzone: 1000 W
Normale brander/kookzone: 1700 W
Controle positie: Voorkant
Grote brander/kookzone: 2700 W
Stroom: 10 A
Beeldscherm: Nee
Type brander/kookzone 4: Regulier
Vermogen brander/kookzone 4: 1700 W
Voedingsbron brander/kookzone 1: Gas
Voedingsbron brander/kookzone 2: Gas
Voedingsbron brander/kookzone 3: Gas
Voedingsbron brander/kookzone 4: Gas
Positie brander/kookzone 1: Links achter
Positie brander/kookzone 2: Links voor
Positie brander/kookzone 3: Rechts achter
Positie brander/kookzone 4: Rechts voor
Kookzone 1 vorm: Rond
Kookzone 2 vorm: Rond
Kookzone 3 vorm: Rond
Kookzone 4 vorm: Rond
AC-ingangsspanning: 230 V

Handleiding Miele KM 3010 G – volledige tekst

MHet apparaat is ook toegelaten voor gebruik in andere landen dan de landendie op het apparaat vermeld staan. De specifieke uitvoering en de aansluitwijzezijn van groot belang voor het goed en veilig functioneren. Neem daaromcontact op met de service-organisatie van de fabrikant in uw land als u het ap-paraat in een land wilt gebruiken dat niet op het apparaat vermeld staat. DDas Gerät ist auch für den Gebrauch in anderen als auf dem Gerätangegebenen Bestimmungsländer zugelassen. Die landesspezifischeAusführung und die Anschlussart des Gerätes haben wesentlichen Einfluss aufden einwandfreien und sicheren Betrieb. Für den Betrieb in einem anderen alsauf dem Gerät angegebenen Bestimmungsland wenden Sie sich bitte an denfür das Land zuständigen Kundendienst. EEl aparato está autorizado para el uso en países diferentes a los países dedestino indicados.

Algemeen. 5KM 3010. 5KM 3014. 6Bijgeleverde accessoires. 8Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. 9Een bijdrage aan de bescherming van het milieu. 20Vóór het eerste gebruik. 21Bediening. 22Bedieningsknoppen. 22Inschakelen. 23Inschakelen bij een stroomstoring. 23Instellen. 24Uitschakelen. 24De juiste pannen. 25Combi-ring. 26Wokring. 26Tips om energie te besparen. 27Beveiligingen. 28Reiniging en onderhoud. 29Nuttige tips. 33Bij te bestellen accessoires. 34Veiligheidsinstructies voor het inbouwen. 35Afmetingen. 38Inbouwen. 40Elektrische aansluiting. 42Gasaansluiting. 44Brandervermogen. 46Aanpassen aan een andere gassoort. 47Tabel voor de inspuiters. 47De grote inspuiters vervangen. 48De kleine inspuiters vervangen. 50Functie controleren. 51Klantcontacten / typeplaatje / garantie. 52Inhoud4.

Bijgeleverde accessoiresU kunt de bijgeleverde accessoires (en andere accessoires)desgewenst ook nabestellen (zie "Bij te bestellen accessoi-res").Wokring(alleen voor KM 3014)Met de bijgeleverde wokring staat het kookgerei extra stevigop de brander. Dit geldt met name voor woks met een rondebodem.Combi-ring(alleen voor KM 3014)Gebruik de bijgeleverde combi-ring als u kleinere pannen wiltgebruiken dan aangegeven in de tabel van het hoofdstuk "Dejuiste pannen".Algemeen8

Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheids-voorschriften. Onjuist gebruik echter kan persoonlijkletsel of beschadiging van het apparaat tot gevolghebben.Lees daarom de gebruiks- en montagehandleidingaandachtig door, voordat u het apparaat in gebruikneemt. In de handleiding vindt u belangrijke instruc-ties met betrekking tot inbouw, veiligheid, gebruik enonderhoud.Bewaar de gebruiks- en montagehandleiding en geefdeze door aan een eventuele volgende eigenaar!Verantwoord gebruik~Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor particulierhuishoudelijk gebruik (of daarmee vergelijkbaar).~Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor het berei-den en warmhouden van voedingsmiddelen.Gebruik voor andere doeleinden is niet toegestaan enkan gevaarlijk zijn.

Miele kan niet aansprakelijk wordengesteld voor schade die wordt veroorzaakt door ge-bruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven ofdoor foutieve bediening.~Het apparaat mag niet buiten worden gebruikt.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen9

~Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door per-sonen die in staat zijn het apparaat veilig te bedienenen die volledig op de hoogte zijn van de inhoud van degebruiksaanwijzing!Kinderen~Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.~Houd kinderen onder 8 jaar op een afstand, tenzij uvoortdurend toezicht houdt.~Kinderen vanaf 8 jaar mogen het apparaat alleenzonder toezicht gebruiken als ze weten hoe ze het ap-paraat veilig moeten bedienen. De kinderen moetenzich bewust zijn van de gevaren van een foutieve be-diening.~Het apparaat wordt tijdens het gebruik heet en blijftdat ook nog enige tijd nadat het is uitgeschakeld. Houdkinderen op een afstand, totdat het apparaat voldoen-de is afgekoeld en er geen verbrandingsgevaar meerbestaat.~Bewaar geen voorwerpen die voor kinderen interes-sant zijn in kastjes boven of achter het apparaat.

~Kinderen kunnen ook verbrandingen oplopen als zijpannen van het apparaat trekken. Draai de grependaarom zo dat ze zich boven het werkblad bevinden.Bij de vakhandelaar is een speciaal rek verkrijgbaardat ervoor zorgt dat kinderen niet meer bij het apparaatkunnen komen.~Verpakkingsmateriaal (zoals folies en piepschuim)kan gevaarlijk zijn voor kinderen. Verstikkingsgevaar!Bewaar het verpakkingsmateriaal dan ook buiten hetbereik van kinderen en zorg dat het zo snel mogelijkwordt afgevoerd.Technische veiligheid~Controleer het apparaat voor de inbouw op zichtbareschade. Neem een beschadigd apparaat nooit in ge-bruik. Een beschadigd apparaat kan uw veiligheid ingevaar brengen.~De elektrische veiligheid van het apparaat is uitslui-tend gegarandeerd, als het wordt aangesloten op eenaardingssysteem dat volgens de geldende veiligheids-bepalingen is geïnstalleerd.

Het is zeer belangrijk datwordt nagegaan of aan deze fundamentele veiligheids-voorwaarde is voldaan. Laat bij twijfel de huisinstallatiedoor een vakman inspecteren. Miele kan niet aanspra-kelijk worden gesteld voor schade die wordt veroor-zaakt door een ontbrekende of beschadigde aard-draad (bijvoorbeeld een elektrische schok).Veiligheidsinstructies en waarschuwingen11

~Voordat u het apparaat aansluit, dient u de aansluit-gegevens (spanning en frequentie) op het typeplaatjete vergelijken met de waarden van het elektriciteitsnet.Deze gegevens moeten beslist overeenkomen om be-schadiging van het apparaat te voorkomen. Raadpleegbij twijfel een elektricien.~Gebruik het apparaat alleen als het is ingebouwd,zodat de veiligheid gewaarborgd is.~Alleen een erkend vakman mag het apparaat plaat-sen en aansluiten op het gas- en elektriciteitsnet. Eenvakman kent de landelijke voorschriften en de voor-schriften van het energiebedrijf en houdt zich daarstrikt aan.

Wanneer er bij het inbouwen en aansluitenvan het apparaat fouten worden gemaakt, kan Mieleniet aansprakelijk worden gesteld voor schade diedaar eventueel het gevolg van is.~Open in geen geval de ommanteling van het appa-raat.Wanneer onderdelen worden aangeraakt die onderspanning staan of wanneer elektrische of mechanischeonderdelen worden veranderd, levert dit gevaar opvoor de gebruiker. Het kan er tevens toe leiden dat hetapparaat niet meer goed functioneert.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen12

~Laat installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaam-heden uitsluitend door vakmensen uitvoeren die doorMiele zijn geautoriseerd. Ondeskundig uitgevoerdewerkzaamheden leveren grote risico's op voor de ge-bruiker. Miele kan hiervoor niet aansprakelijk wordengesteld.~Bij installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaam-heden moet de gastoevoer worden afgesloten en moethet apparaat spanningsvrij worden gemaakt. Het appa-raat is alleen dan spanningsvrij als aan één van de vol-gende voorwaarden is voldaan:– als de hoofdschakelaar van de huisinstallatie is uit-geschakeld.– als de zekering van de huisinstallatie er geheel is uit-gedraaid.– als de stekker uit het stopcontact is getrokken.

Trekdaarbij aan de stekker en niet aan de aansluitkabel.~Als dit apparaat binnen de garantieperiode defectraakt, mag het alleen door Miele worden gerepareerd,anders vervalt de garantie.~Defecte onderdelen mogen alleen door origineleMiele-onderdelen worden vervangen. Alleen van dieonderdelen kan Miele garanderen dat zij aan de veilig-heidseisen voldoen.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen13

~De kookplaat mag niet worden gebruikt met een ex-terne schakelklok of een systeem dat op afstand werkt.~Als de aansluitkabel beschadigd is, moet deze dooreen speciale kabel van het type H 05 VV-F(PVC-isolatie) worden vervangen. Een dergelijke kabelis verkrijgbaar bij Miele.~Het apparaat mag niet via een stekkerdoos of ver-lengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten.Hiermee kan een veilig gebruik van het apparaat nietworden gewaarborgd. Er kan bijvoorbeeld oververhit-ting ontstaan.~Neem het apparaat niet in gebruik bij een defect ofbij breuken, scheuren en barsten in de keramischeplaat c.q. schakel het apparaat meteen uit. Maak hetapparaat spanningsvrij en sluit de gastoevoer af. Neemcontact op met Miele.Veilig gebruik~Het apparaat wordt bij gebruik erg heet en blijft datook nog enige tijd na het uitschakelen.

Raak het appa-raat daarom niet aan, zolang het nog heet is.~Zorg dat op een ontstoken brander altijd een panstaat. Een erboven geplaatste afzuigkap kan andersbeschadigd raken of vlam vatten.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen14

~Houd tijdens het gebruik toezicht op het apparaat.Oververhit vet en oververhitte olie kunnen vlam vattenen brand veroorzaken.~Mocht het vet of de olie vlam vatten, gebruik dannooit water voor het blussen! Doof de vlammen meteen geschikte deksel, een vochtige doek of iets derge-lijks.~Gebruik dit apparaat niet om er een ruimte mee teverwarmen. Door de hoge temperaturen kunnen lichtontvlambare voorwerpen in de buurt van het apparaatvlam vatten. Bovendien wordt hierdoor de levensduurvan het apparaat verkort.~Trek altijd ovenwanten aan of gebruik pannenlappenals u met het hete apparaat werkt. Zorg dat deze niet tedicht bij de vlammen komen. Gebruik dan ook geen alte grote pannenlappen, theedoeken of iets dergelijks.De pannenlappen mogen niet nat of vochtig zijn, om-dat ze de warmte dan beter geleiden. U kunt zichbranden!~Flambeer nooit onder een afzuigkap.

~Laat geen voorwerpen op de keramische plaat val-len. Zelfs een licht voorwerp, zoals een zoutvaatje, kanscheuren of barsten veroorzaken als het verkeerd te-rechtkomt.~Gebruik het apparaat niet als werkblad. Als het ap-paraat per ongeluk wordt ingeschakeld of als het nogheet is, kunnen voorwerpen - afhankelijk van het mate-riaal - heet worden, smelten of vlam vatten.~Dek het apparaat nooit af met een afdekplaat, eendoek, folie of iets dergelijks. Als het apparaat per onge-luk wordt ingeschakeld of nog heet is, kan het betref-fende materiaal vlam vatten, barsten of smelten.~Gebruik geen serviesgoed van kunststof of alumini-umfolie, want dat smelt bij hoge temperaturen. Brand-gevaar!~Verwarm geen dichte blikken en dergelijke op dekookplaat. Er ontstaat anders overdruk waardoor deblikken uiteenspatten.

~Gebruik op gaskookplaten alleen pannen waarvande bodemdiameter niet groter of kleiner is dan in degebruiksaanwijzing staat aangegeven (zie ook "Dejuiste pannen"). Als de diameter te klein is, staat de panniet stevig genoeg. Is de diameter te groot, dan wor-den de hete verbrandingsgassen te ver naar de zijkantgevoerd en kunnen het werkblad, een niet hittebesten-dige wand of onderdelen van de kookplaat bescha-digd raken. Voor schade die op deze wijze is ontstaan,kan Miele niet aansprakelijk worden gesteld.~Zorg dat de vlammen van de brander niet onder depan vandaan komen.~Gebruik geen pannen met een te dunne bodem.Verhit pannen nooit leeg, tenzij de fabrikant van hetkookgerei een dergelijk gebruik uitdrukkelijk toestaat.De kookplaat kan anders beschadigd raken!~Plaats altijd de bijgeleverde pannendragers.

~Plaats pannendragers van boven op de kookplaat,zodat er geen krassen kunnen ontstaan.~Bij gebruik van een gaskookplaat ontstaan warmte,vocht en verbrandingsgassen. Zorg daarom voor vol-doende ventilatie in de ruimte waar het apparaat zichbevindt. Open een buitenraam of zorg voor mechani-sche afzuiging (bijvoorbeeld via een afzuigkap).~Als u het apparaat lang en intensief gebruikt, is hetaan te raden de ruimte extra te ventileren, bijvoorbeelddoor een buitenraam te openen of door de afzuigkapop een hoge stand in te schakelen.~Als u een elektrisch apparaat (bijvoorbeeld eenmixer) in de buurt van het apparaat gebruikt, mag deaansluitkabel niet in aanraking komen met het hete ap-paraat.

De isolatie van de kabel kan beschadigd raken,waardoor u een elektrische schok kunt krijgen.~Als zich onder het apparaat een schuiflade bevindt,zonder tussenbodem, mogen daarin geen licht ont-vlambare stoffen of brandbare voorwerpen (zoalsspuitbussen) worden bewaard. Een eventuele bestek-bak moet van hittebestendig materiaal zijn.~Zorg ervoor dat gerechten altijd voldoende wordenverhit. Eventuele bacteriën in het eten worden alleengedood, wanneer de temperatuur hoog genoeg is(> 70 °C) en lang genoeg wordt aangehouden(> 10 min.).Veiligheidsinstructies en waarschuwingen18

~Gebruik geen braadpannen, pannen of grillstenendie zo groot zijn dat zij meerdere branders bedekken.Door warmteophoping kan het apparaat beschadigdraken.~Als het apparaat achter een meubeldeur is inge-bouwd, mag u het apparaat alleen gebruiken als dedeur geopend is.Sluit de meubeldeur pas als het apparaat uitgescha-keld is.~Als het apparaat gedurende een ongebruikelijklange tijd niet is gebruikt, is het aan te bevelen het ap-paraat grondig te reinigen voordat u het weer in ge-bruik neemt. Laat de correcte werking van het appa-raat zo nodig door een vakman controleren.Als de "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen"niet worden opgevolgd, kan Miele niet aansprakelijkworden gesteld voor schade die daarvan het gevolgis.Veiligheidsinstructies en waarschuwingen19

Het verpakkingsmateriaalDe verpakking beschermt het apparaattegen transportschade. Het verpak-kingsmateriaal is uitgekozen met hetoog op een zo gering mogelijke belas-ting van het milieu en de mogelijkhedenvoor recycling.Hergebruik van het verpakkingsmateri-aal remt de afvalproductie en het ge-bruik van grondstoffen. Vaak neemt deleverancier de verpakking terug. Als ude verpakking zelf wegdoet, informeerdan bij de reinigingsdienst van uw ge-meente waar u die kunt afgeven.Het afdanken van het apparaatOude elektrische en elektronische ap-paraten bevatten meestal nog waarde-volle materialen. Ze bevatten echterook schadelijke stoffen die nodig zijngeweest om de apparaten goed en vei-lig te laten functioneren.

Wanneer u uwoude apparaat bij het gewone afvaldoet of er op een andere manier nietgoed mee omgaat, kunnen deze stoffenschadelijk zijn voor de gezondheid enhet milieu.Verwijder uw oude apparaat dan ooknooit samen met het gewone afval,maar lever het in bij een gemeentelijkinzameldepot voor elektrische en elek-tronische apparatuur. Vraag uw hande-laar indien nodig om inlichtingen.Het afgedankte apparaat moet tot dietijd buiten het bereik van kinderen wor-den opgeslagen.Een bijdrage aan de bescherming van het milieu20

Bij het apparaat wordt een tweede typeplaatje geleverd. Plakdit typeplaatje op de aangegeven plaats achter in uw ge-bruiksaanwijzing.Eerste reiniging^Verwijder eventueel aanwezige beschermfolies.^Reinig de afneembare delen van de brander(s) met eensponsdoekje, afwasmiddel en warm water. Droog de delendaarna weer af en zet de brander(s) vervolgens weer in el-kaar (zie het hoofdstuk "Reiniging en onderhoud").^Reinig het apparaat voor het eerste gebruik met een voch-tige doek en wrijf het apparaat daarna weer droog.De metalen delen van het apparaat zijn voorzien van eenspeciaal beschermlaagje. Hierdoor kunnen bij het eerste ge-bruik geurtjes ontstaan.Als er geurtjes en damp vrijkomen, betekent dat niet dat hetapparaat verkeerd is aangesloten of defect is. De geurtjes ende damp zijn niet schadelijk voor de gezondheid.Vóór het eerste gebruik21

Inschakelen^Ontsteek het gas door de betreffende bedieningsknop in tedrukken en naar links op het grootste vlamsymbool tedraaien.Als u een knop bedient, wordt automatisch bij debrander(s) een vonk gegenereerd. Dit is normaal en duidtniet op een defect.^Als u een vlam ziet, moet u de bedieningsknop nog 5 - 10seconden ingedrukt houden. Laat de knop vervolgens los.^Mocht de vlam weer uitgaan, zet de bedieningsknop danop " ". Wacht minstens 1 minuut voordat u opnieuwßprobeert de brander te ontsteken.

Houd de bedienings-knop eventueel iets langer ingedrukt.^Mocht de brander ook na een tweede poging nietaangaan, zet de knop dan op " " en zie het hoofdstuk "Nut-ßtige tips".Inschakelen bij een stroomstoringWanneer de stroom uitvalt, kunt u de gasbrander met een lu-cifer aansteken.^Druk de bedieningsknop in en draai deze naar links op hetgrootste vlamsymbool.^Houd de knop ingedrukt en steek het gas met een luciferaan.^Houd de knop nog ca. 5 - 10 seconden ingedrukt en laathem dan los.Bediening23

InstellenStel de brander zo in dat de vlammen niet onder de pan van-daan komen. Omdat de vlam aan de buitenkant heter is danin de kern moeten de punten van de vlam de panbodem ra-ken. De hitte wordt anders aan de lucht afgegeven. Boven-dien kunnen de pangrepen beschadigd raken en neemt dekans op verbrandingen toe.U kunt de branders traploos instellen op een stand tussen degrootste en de kleinste vlam.^Om van de hoge naar de lage standen te wisselen, draait ude bedieningsknop naar links tot aan de blokkering. Drukde knop in, draai door de blokkering heen en laat de knoplos. U kunt nu de gewenste stand instellen.^Om van de lage naar de hoge standen te wisselen, draait ude bedieningsknop naar rechts tot aan de blokkering. Drukde knop in, draai door de blokkering heen en laat de knoplos.

U kunt nu de gewenste stand instellen.Uitschakelen^Draai de knop naar rechts op het symbool " ".ßDe gastoevoer wordt afgesloten en de vlam gaat uit.Draai de knop niet rechtsom voorbij de stand " ".ßBediening24

Brander Minimale diameter panbodem (in cm)SudderbranderNormaalbranderSterkbranderWokbrander10121414Maximale diameter bovenkant pan (in cm)SudderbranderNormaalbranderSterkbranderWokbrander20222426– Gebruik alleen pannen waarvan de diameter niet groter ofkleiner is dan in de tabel staat aangegeven. Als de bodem-diameter te klein is, staat de pan niet stevig genoeg. Is debovendiameter te groot, dan worden de hete verbran-dingsgassen te ver naar de zijkant gevoerd en kunnen hetwerkblad, een niet hittebestendige wand of onderdelenvan de kookplaat beschadigd raken. Voor schade die opdeze wijze is ontstaan, kan de fabrikant niet aansprakelijkworden gesteld.– Houdt u er rekening mee dat pannenfabrikanten vaak dediameter aan de bovenkant vermelden. Van belang is ech-ter alleen de bodemdiameter.– Voor gas zijn geen speciale pannen nodig.

Het materiaalmoet alleen hittebestendig zijn.– Gebruik bij voorkeur pannen met een dikke bodem, omdatde warmteverdeling dan beter is. Bij pannen met een dun-ne bodem bestaat het gevaar dat de gerechten plaatselijkoververhit raken. Roer de gerechten dan ook regelmatigom.– Gebruik een pan die qua diameter bij de brander past. Al-gemene regel: grote diameter = grote brander, kleine dia-meter = kleine brander.– Plaats een pan altijd op een pannendrager. Het kookgereimag niet rechtstreeks op de brander worden gezet.– Plaats pannen altijd zo op de pannendrager dat deze nietkunnen kantelen. Minimale bewegingen kunnen echternooit helemaal worden uitgesloten.– Gebruik geen pannen of schalen met een rand langs debodem.De juiste pannen25

Combi-ringGebruik de combi-ring als u een kleinere pan wilt gealtijd -bruiken (minimale bodemdiameter) dan in de tabel is aange-geven. De pan staat dan stevig en kan niet omvallen.WokringGebruik de wokring zodat het kookgerei extra stevig staat. Ditgeldt met name voor woks met een ronde bodem.De wokring moet correct worden geplaatst, zodat de ring sta-biel ligt en niet kan verschuiven.Een wok is een bijzondere pan met een kleine bodemdiame-ter en een grote bovendiameter (meestal 35 - 40 cm). Dewokbrander is ideaal voor dergelijke pannen.De juiste pannen26

– Kook bij voorkeur met een deksel op de pan. Op die ma-nier voorkomt u dat er onnodig warmte ontsnapt.– Gebruik zo weinig mogelijk water.– Met een snelkookpan kunt u de bereidingstijd aanzienlijkverkorten.– Schakel na het aankoken of aanbraden op tijd terug naareen lagere stand.– Gebruik liever brede, lage pannen dan smalle, hoge pan-nen. De inhoud wordt dan sneller verhit.Tips om energie te besparen27

VlambeveiligingUw gaskookplaat is voorzien van een thermo-elektrischevlambeveiliging. Dit houdt in dat de gastoevoer wordt afge-sloten als de vlam dooft (bijvoorbeeld omdat een gerechtoverkookt of omdat de vlam uitwaait) en een herstart niet lukt.Zo wordt voorkomen dat gas vrijkomt.^Om de brander weer in gebruik te nemen, draait u de be-dieningsknop naar rechts op " ". Schakel de brander verß-volgens op de normale manier weer in.De vlambeveiliging functioneert los van de stroomvoorzie-ning. De beveiliging is dus ook actief als u het apparaat tij-dens een stroomstoring gebruikt.Beveiligingen28

,Gebruik voor het reinigen van het apparaat nooit eenstoomreiniger. Stoom kan in aanraking komen met delendie onder spanning staan en zo kortsluiting veroorzaken.– Reinig het apparaat na elk gebruik. Laat het apparaat eerstafkoelen.– Wrijf het apparaat na elke vochtige reiniging droog. Uvoorkomt zo kalkafzettingen.– Laat vastzittende verontreinigingen eerst inweken.– Door overgekookte voedingsmiddelen op het hete appa -raat kunnen op de branders verkleuringen ontstaan. Ver -wijder verontreinigingen daarom meteen!– De oppervlakken van de branders en pannendragers wor-den met de tijd iets matter.

Dit is normaal en heeft geengevolgen voor het gebruik van de kookplaat.Om beschadigingen aan de oppervlakken te voorkomen, mogen de volgendemiddelen niet worden gebruikt:– soda-, alkali-, ammoniak-, zuur- of chloridehoudende reini-gingsmiddelen.– kalkoplossende reinigingsmiddelen.– vlekken- en roestverwijderaars.– schurende reinigingsmiddelen, zoals schuurpoeder, vloei -baar schuurmiddel en reinigingssteen.– oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.– reinigingsmiddelen voor afwasautomaten.– grill- en ovensprays.– glasreinigers.– schurende harde borstels en sponsjes (zoals pannen -sponsjes) en gebruikte sponsjes die nog resten schuur -middel bevatten.– puntige voorwerpen(zodat de dichtingen tussen de lijst en het werkblad nietbeschadigd raken).Reiniging en onderhoud29

Reiniging OpmerkingenKeramischeplaatVerwijder grove verontreinigingen met een vochtigedoek. Vastgekoekte verontreinigingen verwijdert umet een glasschraper.Reinig de plaat vervolgens met hetMiele-reinigingsmiddel voor keramische platen enroestvrij staal (zie ook "Bij te bestellen accessoires")of met een ander geschikt reinigingsmiddel voorkeramische platen. Gebruik hierbij keukenpapier ofeen schone doek.Gebruik het reinigingsmiddel niet op een hetekookplaat, omdat daardoor vlekken kunnen ont -staan.Wis de plaat met een vochtige doek af en vervol -gens met een zachte doek droog.Gebruik voor het reinigengeen afwasmiddel. Met af -wasmiddel worden niet alleverontreinigingen verwij -derd. Er ontstaat dan eenonzichtbaar laagje dat totverkleuring van de kera -mische plaat leidt.

Die ver -kleuring kan niet meer wor -den verwijderd.Als u speciale reinigings -middelen voor keramischeplaten gebruikt, houdt uzich dan aan de aanwij -zingen van de betreffendefabrikant.Pannendragers Verwijder de pannendragers.Reinig de dragers in de of met eenafwasautomaat sponsdoekje, afwasmiddel en warm water.U kunt eventueel ook de harde kant van een keu-kensponsje gebruiken.Bedieningsknop-penReinig de knoppen met een sponsdoekje, afwas-middel en warm water.Niet geschikt voor reinigingin de afwasautomaat.Brander Verwijder alle losse delen van de brander.Reinig deze met een sponsdoekje, afwasmiddel enwarm water.Wis de delen die u niet kunt verwijderen met eenvochtige doek schoon.Niet geschikt voor reinigingin de afwasautomaat.Zorg dat ook de gleuven inde brander na de reiniginggoed droog zijn.Ontstekingselek -trodeThermo-elementWis deze delen voorzichtig af met een goed uitge -wrongen vochtige doek.De elektrode mag niet natworden, anders wordt ergeen vonk afgegeven.Reiniging en onderhoud30

Sudder-, normaal- en sterkbrander in elkaar zetten^ Plaats de branderkop zodanig op de brandervoet datb chet thermo-element en de ontstekingselektrode doord ede gaten van de branderkop heen steken. De branderkopmoet goed op de brandervoet liggen.^Plaats de branderdop goed op de branderkop .a bAls de branderdop goed is geplaatst, kunt u de dop nietverschuiven.Zorg dat de branderdelen na het reinigen in de juiste volgor -de worden teruggeplaatst.Reiniging en onderhoud31

De meeste storingen en problemen die in de dagelijkse praktijk kunnen voor-komen, kunt u zelf verhelpen. Hierdoor bespaart u tijd en geld, omdat u niet dehulp van een service-technicus hoeft in te roepen.Het volgende overzicht helpt u de oorzaken van een probleem te vinden en hetprobleem te verhelpen. Houdt u daarbij rekening met het volgende:,Reparaties aan elektrische apparaten en gasapparaten mogen uitsluitenddoor vakmensen worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparaties le-veren gevaar op voor de gebruiker.Probleem Oorzaak OplossingDe brander ontsteektniet, ook niet nameerdere pogingen.De brander is niet goed in el-kaar gezet.Zet de brander goed in elkaar.De gaskraan is niet geopend.

Het ele-ment wordt niet heet genoeg:- De branderonderdelenzijn niet goed geplaatst.- Er bevinden zich verontreini-gingen op het thermo-element.Plaats de onderdelen correct.Verwijder eventueel aanwezig vuil.Het vlammenbeeld isveranderd.De branderonderdelen zijn nietgoed geplaatst.Plaats de onderdelen correct.De branderkop of de openingenin de branderdop zijn verontrei-nigd.Verwijder eventueel aanwezig vuil.De elektrische vonk-ontsteking van debrander werkt nietmeer.De zekering van de huisinstalla-tie is doorgeslagen.Neem contact op met een elektricien of metMiele.U kunt het gas wel met een lucifer aansteken(zie "Inschakelen bij een stroomstoring").Er bevinden zich etensrestentussen de ontstekingselektrodeen de branderdop.Verwijder de verontreinigingen voorzichtig (ziehet hoofdstuk "Reiniging en onderhoud").Nuttige tips33

Speciaal voor uw apparatuur levert Miele een uitgebreid as-sortiment aan toebehoren, alsmede reinigings- en onder-houdsmiddelen.U kunt deze producten heel eenvoudig via de Miele-webshopbestellen:De producten zijn ook verkrijgbaar bij Miele (zie omslag) enbij uw Miele-vakhandelaar.Reinigingsmiddel voor keramische platen en roestvrij staal250 mlVoor het verwijderen van verontreinigingen, kalk- en alumini-umvlekkenUniverseel microvezeldoekjeVoor het verwijderen van vingerafdrukken en lichte verontrei-nigingenBij te bestellen accessoires34

Om te voorkomen dat het apparaatbeschadigd raakt, moet het pas nade montage van de bovenkastjes ende afzuigkap worden ingebouwd.~De lijsten en randen van het werk-blad moeten met een hittebestendigelijm (100 °C) zijn bevestigd, zodat zeniet loslaten of vervormen. Ook dewandafdichtstrip moet hittebestendigzijn.~Dit apparaat mag niet op eenniet-stationaire locatie (zoals een boot)worden gebruikt.~Vanwege het eventuele overslaanvan de vlammen mag een gaskook-plaat niet meteen naast een friteuseworden ingebouwd. Houd tussen degenoemde apparaten een afstand aanvan ten minste 300 mm.~Het is niet toegestaan de kookplaatboven koelapparatuur, afwas-, was- endroogautomaten in te bouwen.~Zorg dat na de inbouw de gasslangen de aansluitkabel niet met hete on-derdelen in aanraking komen.

Door tehoge temperaturen kunnen de slang ende kabel beschadigd raken.~De aansluitkabel en een flexibelegasaansluiting moeten zodanig wordengeplaatst dat deze niet in aanrakingkunnen komen met bewegendekeukenelementen (zoals een lade) enniet worden blootgesteld aan mechani-sche belastingen.~De op de volgende bladzijden aan-gegeven veiligheidsafstanden dienennauwkeurig te worden aangehouden.~Gebruik geen voegenkit en soortge-lijke producten, tenzij dat uitdrukkelijkvermeld staat. De dichting van het ap-paraat is toereikend als afdichting tus-sen apparaat en werkblad.Alle maten zijn in mm aangegeven.Veiligheidsinstructies voor het inbouwen35

Veiligheidsafstand boven het appa-raatTussen het apparaat en een erbovengemonteerde afzuigkap dient u de vei-ligheidsafstand aan te houden die doorde fabrikant is aangegeven.Is dergelijke informatie niet beschikbaar(bijvoorbeeld bij een keukenplank), danmoet de afstand bij licht ontvlambarematerialen ten minste 760 mm bedra-gen.Als in de gebruiksaanwijzing of monta-gehandleiding van verschillende appa-raten (bijvoorbeeld een gaskookplaat ofeen elektrische kookplaat) verschillen-de veiligheidsafstanden worden ge-noemd voor plaatsing onder een af-zuigkap, kies dan de grootste afstand.Veiligheidsinstructies voor het inbouwen36

Veiligheidsafstanden zijkantBij inbouw van de kookplaat mag zichaan de achterkant en aan één kant(rechts links) een hoge keukenkastof of een wand bevinden (zie afbeel-dingen).Houd minimaal de volgende veilig-heidsafstanden aan:aTussen de uitsparing in het werkbladen de van het werkbladachterkant dient de afstand minimaal 50 mm tezijn.bRechts van de uitsparing dient deafstand tot een ernaast geplaatstmeubelstuk (bijvoorbeeld een hogekast) of een wand minimaal 150 mmte zijn.cLinks van de uitsparing dient de af-stand tot een ernaast geplaatstmeubelstuk (bijvoorbeeld een hogekast) of een wand minimaal 150 mmte zijn.Niet toegestaan!Aan te bevelen!Toegestaan maar niet aan te bevelen!Toegestaan maar niet aan te bevelen!Veiligheidsinstructies voor het inbouwen37

^Maak de uitsparing in het werkbladvolgens de maatschets. Neem daar-bij de in achtveiligheidsafstanden (zie ook "Veiligheidsinstructies voorhet inbouwen").^De snijvlakken van houten werk-bladen moeten met speciale lak, sili-conenkit of giethars worden afge-werkt om te voorkomen dat het werk-blad door vocht wordt aangetast.

Degebruikte materialen moeten hittebe-stendig zijn.De producten mogen niet op hetwerkblad terechtkomen.^Leid de aansluitkabel van het appa-raat door de uitsparing naar bene-den.^Leg het apparaat los in de uitsparing.Als de dichting bij de hoeken nietgoed op het werkblad aansluit, kande hoekradius van het werkblad( R4) voorzichtig met een decou-ßpeerzaag worden nabewerkt.^Sluit het apparaat op het elektrici-teitsnet aan (zie "Elektrische aanslui-ting").^Sluit het apparaat op degasvoorziening aan (zie "Gasaanslui-ting").^Bevestig het apparaat met de bijge-voegde profielen .aNa het inbouwenControleer na het inbouwen of allebranders correct functioneren.Op de laagste stand mag de vlam nietdoven, ook niet wanneer u de knop snelvan de grote naar de kleine vlam draait.Op de hoogste stand moet de brandereen duidelijk zichtbare kern hebben.Inbouwen40

Dichting tussen apparaat en werk-bladDe dichting onder de rand van het ap-paraat is toereikend als afdichting tus-sen apparaat en werkblad.Gebruik voor het afdichten nooit kit(bijvoorbeeld siliconenkit).Als het apparaat moet worden ver-wijderd, zouden het apparaat en hetwerkblad beschadigd kunnen raken.Werkblad met tegelsDe voegen en het gearceerde gea-deelte onder de rand moeten glad envlak zijn, zodat de kookplaat gelijkmatigaansluit en de dichting onder de randvan het apparaat voldoende afdicht.Inbouwen41

Aansluiting op een geaard stopcontactwordt aanbevolen, omdat dat eventuelewerkzaamheden van de technicus ge-makkelijker maakt. Het stopcontactmoet ook na het inbouwen toegankelijkzijn.Wordt de stekker verwijderd, dan maghet apparaat uitsluitend door een er-kend elektricien op het elektriciteitsnetworden aangesloten. Deze is op dehoogte van de landelijke voorschriftenen de voorschriften van het plaatselijkeenergiebedrijf. Het apparaat mag al-leen worden aangesloten op een huis-installatie die volgens alle geldendevoorschriften is geïnstalleerd.Is het stopcontact niet toegankelijk of iser sprake van een vaste aansluiting,dan moet het apparaat via een schake-laar met van de netspanningalle polen kunnen worden losgekoppeld. De con-tactopening in uitgeschakelde toestandmoet minimaal 3 mm bedragen.

Ge-schikt zijn zelf-uitschakelaars, ze-keringen en relais (EN 60 335).Voordat u het apparaat aansluit, dient ude (spanning en freaansluitgegevens -quentie) op het typeplaatje te verge-lijken met de waarden van het elektrici-teitsnet.

Deze gegevens moeten beslistovereenkomen.De fabrikant kan niet aansprakelijkworden gesteld voor directe of indi-recte schade als gevolg van ondes-kundig inbouwen of door een ver-keerde aansluiting.De fabrikant kan bovendien nietaansprakelijk worden gesteld voorschade die wordt veroorzaakt dooreen ontbrekende of beschadigdeaarddraad (bijvoorbeeld een elek-trische schok).Na inbouw moet zijn gewaarborgddat onder spanning staande delenniet kunnen worden aangeraakt.Aansluitwaardezie typeplaatjeAansluitingAC 230 V / 50 HzZekering: 10 A (type B of C)AardlekschakelaarVoor extra veiligheid wordt in deEU-voorschriften en -richtlijnen voor Ne-derland geadviseerd om de huisinstal-latie van een aardlekschakelaar te voor-zien (30 mA).Elektrische aansluiting42

Spanningsvrij makenMoet het apparaat spanningsvrij wor-den gemaakt, ga dan, afhankelijk vande situatie, als volgt te werk:–Bij zekeringen:Draai de zekering los en haal dezeuit de houder.–Bij een zekeringsautomaat:Druk op de testknop (rood) totdatde middelste knop (zwart) eruit-springt.–Bij een inbouwzekeringsautomaat:(zelfuitschakelaar, min. type B of C)Zet de tuimelschakelaar van 1 (Aan)op 0 (Uit).–Bij een aardlekschakelaar:Zet de hoofdschakelaar van 1 (Aan)op 0 (Uit) of druk op de testknop.Zorg dat de netspanning niet perongeluk weer kan worden ingescha-keld.Aansluitkabel vervangenDe aansluitkabel mag alleen door eenspeciale kabel van het type H 05 VV-F(PVC-isolatie) worden vervangen.

Eendergelijke kabel is verkrijgbaar bijMiele.De aansluitkabel mag alleen doorMiele, door een door Mielegeautoriseerde technicus of door eenerkend elektricien worden vervangen.De aansluitwaarden vindt u op het type-plaatje.Elektrische aansluiting43

,Alleen een erkend installateurmag het apparaat aansluiten opgas. De installateur is ervoor verant-woordelijk dat het apparaat op deplaats van opstelling goed functio-neert. Alleen Miele mag het appa-raat aanpassen aan een anderegassoort.De gasaansluiting moet zo zijn ge-plaatst dat men het apparaat binnenof buiten het keukenmeubel kanaansluiten. De gaskraan moet zicht-baar en toegankelijk zijn, eventueelna het openen van de deur van hetkeukenmeubel.Vraag aan het plaatselijke gasbedrijfwelke gassoort u heeft. Vergelijk ditmet de gegevens op het typeplaatje.Het apparaat moet volgens alle gel-dende voorschriften en richtlijnenworden aangesloten. Hierbij dientook rekening te worden gehoudenmet voldoende ventilatie.De gasaansluiting moet zodanig zijnaangebracht dat deze niet wordt be-schadigd door de hitte die het appa-raat afgeeft als het aan staat.

Metname gasleidingen en de gaskraanmogen niet in aanraking komen methete verbrandingsgassen.De gasslang en het aansluitsnoermogen niet in aanraking komen metonderdelen van het apparaat die bijgebruik heet worden, omdat ze doordie hitte beschadigd kunnen raken.,Een flexibele aansluiting moetzodanig worden geplaatst dat dezeniet in aanraking kan komen met be-wegende keukenelementen (zoalseen lade) en niet wordt blootgesteldaan mechanische belastingen.Na het inbouwen van het apparaatmoet het apparaat (zo nodig) aan degassituatie ter plaatse worden aan-gepast.Controleer ten slotte de gasaanslui-ting op dichtheid.Gasaansluiting44

Het apparaat is geschikt voor aardgasen vloeibaar gas.Het apparaat voldoet aan de eisen vancategorie EN 30: NL II 2 L 3BP 25/28-30 mbar.Het apparaat is in de fabriek ingesteldop aardgas (zie de sticker op het appa-raat).Voor omschakeling op vloeibaar gas(butaan of propaan) moeten de juisteinspuiters worden gebruikt (niet bijgele-verd). De nominale gasdruk voor vloei-baar gas moet liggen tussen 28-30mbar.Inspuiters voor vloeibaar gas zijn ver-krijgbaar bij uw vakhandelaar en bijMiele.Hoe het apparaat aan een andere gas-soort kan worden aangepast, staat inhet hoofdstuk "Aanpassen aan een an-dere gassoort".Aansluiting op het apparaatHet apparaat heeft een conische1/2"-aansluiting.

Er zijn twee aansluit-mogelijkheden:– een vaste aansluitleiding– een flexibele aansluitleidingdie aan alle eisen en voorschriftenvoldoetEen flexibele leiding mag niet langerzijn dan 2 m.Om lekkage te voorkomen, moetengeschikte afdichtmiddelen wordengebruikt!Gebruik van een 90°-bochtcGasaansluiting R 1/2 - ISO 7-1(DIN EN 10226)d90°-bochtBij gebruik van een 90°-bocht neemt deinbouwhoogte bij de gasaansluiting metca. 60 mm toe.Gasaansluiting45

,De aanpassing aan een andere gassoort mag alleendoor een technicus van Miele worden uitgevoerd.Bij aanpassing aan een andere gassoort moeten de grote ende kleine inspuiters van de branders worden vervangen.Tabel voor de inspuitersNederlandGrote inspuiter Kleine inspuiter C CAardgas LSudderbranderNormaalbranderSterkbranderWokbrander0,801,021,282x 1,15 / 0,740,390,420,540,42Vloeibaar gasSudderbranderNormaalbranderSterkbranderWokbrander0,520,660,812x 0,70 / 0,460,230,360,420,25De boringsdiameter van de inspuiters is in mm aangegeven.Aanpassen aan een andere gassoort47

Inspuiters vervangenMaak de kookplaat spanningsvrij en sluit de gastoevoeraf.De grote inspuiters vervangenSudder-, normaal-, sterkbrander^Verwijder de pannendrager, de branderdop en deabranderkop .b^Schroef met een sleutel de grote inspuiter los.f^Plaats de juiste inspuiter (zie tabel) en draai deze vast.^Verzegel de inspuiter daarna met zegellak, om te voor-komen dat de inspuiter per ongeluk wordt losgedraaid.Aanpassen aan een andere gassoort48

Wokbrander^Verwijder de branderdoppen en de branderkop .ab c^Schroef met een sleutel de grote inspuiters los.d^Plaats de juiste inspuiters (zie tabel) en draai deze vast.^Verzegel de inspuiters daarna met zegellak, om te voor-komen dat de inspuiters per ongeluk worden losgedraaid.Aanpassen aan een andere gassoort49

De kleine inspuiters vervangenOm de kleine inspuiters te kunnen vervangen, moeten de be-vestigingsschroeven van de branders worden losgedraaid enmoet de bovenkant van het apparaat worden verwijderd.^Trek de bedieningsknoppen van de branders eraf (naarboven toe).^Verwijder de onderdelen van de branders.^Verwijder de bovenkant van het apparaat (zie afbeelding).^Draai de inspuiter met een kleine schroevendraaier los.a^Verwijder de inspuiter met een punttang.^Plaats de juiste inspuiter (zie tabel) en draai deze vast.^Verzegel de inspuiter daarna met zegellak, om te voor-komen dat de inspuiter per ongeluk wordt losgedraaid.Aanpassen aan een andere gassoort50

Functie controlerenControleer alle gasleidingen op dichtheid (metlekzoekspray).^Zet het apparaat weer in elkaar.^Controleer of alle branders correct functioneren.Op de laagste stand mag de vlam niet doven, ook nietwanneer u de knop snel van de grote naar de kleine vlamdraait.Op de hoogste stand moet de vlam een duidelijk zichtbarekern hebben.^Plak de sticker die bij de inspuiters wordt geleverd over deoude sticker op het apparaat waarop de gassoort staat.Aanpassen aan een andere gassoort51

Voor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u– uw Miele-vakhandelaar of– de afdeling Klantcontacten van Miele.De gegevens van Miele vindt u op de achterkant van deze gebruiksaanwijzing.Voor een goede en vlotte afhandeling moet de afdeling Klantcontacten wetenwelk type apparaat u heeft en welk serienummer het heeft. Beide gegevens vindtu op het typeplaatje.Voor informatie over het Miele-Service-Verzekering-Certificaat kunt u zich wendentot uw Miele-vakhandelaar of de bijgaande folder raadplegen.Plak hier het bijgevoegde typeplaatje. Controleer of de gegevens op het type-plaatje overeenkomen met de gegevens op het titelblad van deze gebruiksaanwij-zing.Garantie en garantievoorwaardenDe garantietermijn voor dit apparaat bedraagt 2 jaar.Voor meer informatie zie de bijgevoegde garantievoorwaarden.Klantcontacten / typeplaatje / garantie52

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Miele KM 3010 G stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden