Metabo HWW 3300/25 G Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Metabo HWW 3300/25 G (52 pagina’s), behorend tot de categorie Pomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 44 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Metabo HWW 3300/25 G of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Metabo |
| Categorie: | Pomp |
| Model: | HWW 3300/25 G |
| Kleur van het product: | Groen |
| Gewicht: | 16200 g |
| Snoerlengte: | 1.5 m |
| Materiaal behuizing: | Gietijzer |
| Vermogen: | 900 W |
| Correct gebruik: | Tuin |
| Maximum werkdruk: | 4.5 bar |
| Vloei-snelheid: | 3300 L/u |
| Maximale zuiging hoogte: | 8 m |
| Maximum afleveringshoogte: | 45 m |
| Zuigpoort: | 1" |
| Ontladingspoort: | 1" |
Handleiding Metabo HWW 3300/25 G – volledige tekst
NEDERLANDS nl13Oorspronkelijke gebruiksaanwijzingWij verklaren op eigen en uitsluitende verantwoor-ding: Deze pompen/huishoudwaterinstallaties, geïdentificeerd door type en serienummer *1), voldoen aan alle relevante bepalingen van de richtlijnen *2) en normen *3). Technische docu-mentatie bij *4) - zie pagina 3. Dir apparaat is bestemd voor het transporteren van schoon water op het gebied van huis en tuin, voor het besproeien en bevloeien, voor het leeg-pompen van zwembaden, tuinvijvers en waterre-servoirs en dient tevens als bron-, regen- en bedrijfswaterpomp. De maximaal toelaatbare temperatuur van het pompmedium bedraagt 35 °C. Het apparaat mag niet worden gebruikt voor de drinkwatervoorziening of het transporteren van levensmiddelen. Explosieve, brandbare en agressieve stoffen of stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid mogen niet worden getransporteerd.
Het apparaat is niet geschikt voor bedrijfsmatig of industrieel gebruik. Dit apparaat is niet bestemd voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke capaciteiten of die gebrek aan ervaring en/of kennis hebben. Er dient op gelet te worden dat kinderen niet met het apparaat spelen. Eigenmachtige veranderingen aan het apparaat en het gebruik van onderdelen die niet zijn getest en vrijgegeven door de fabrikant, zijn niet toege-staan. Elk ondeskundig gebruik van het apparaat is in strijd met de voorschriften; hierdoor kunnen niet te voorziene beschadigingen ontstaan. Voor schade door oneigenlijk gebruik is alleen de gebruiker aansprakelijk. De algemeen erkende veiligheidsvoorschriften en de bijgevoegde veiligheidsvoorschriften dienen te worden nageleefd. Let ter bescherming van uzelf en het apparaat op de met dit symbool aange-geven passages.
Worden de veiligheidsinstructies en aanwijzingen niet in acht genomen, dan kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen goed met het oog op toekomstig gebruik. Geef de pomp alleen met deze documenten door aan anderen. De informatie in deze handleiding is als volgt gekenmerkt:Gevaar. Waarschuwing voor lichamelijk letsel of milieuschade. Gevaar voor elektrische schok. Waar-schuwing voor lichamelijk letsel door elektri-sche schok. Let op. Waarschuwing voor materiële schade. Kinderen, jeugdigen en personen die niet vertrouwd zijn met de gebruiksaanwijzing mogen het apparaat niet gebruiken. Er dient op gelet te worden dat kinderen niet met het apparaat spelen. Bij gebruik in zwembaden en tuin-vijvers en hun directe omgeving moeten de bepalingen volgens DIN VDE 0100 -702, -738 in acht worden genomen.
Het apparaat moet van stroom voorzien worden via een aardlek-schakelaar (RCD) met een toege-kende lekstroom van niet meer dan 30 mA. Het apparaat mag niet worden gebruikt wanneer er zich perso-nen in het water bevinden. Bij gebruik voor de huisshoude-lijke watervoorziening dienen de wettelijke water- en afvalwater-voorschriften en de bepalingen volgens DIN 1988 te worden nageleefd. De volgende resterende risico's blijven bij het gebruik van pompen en drukvaten (afhankelijk van de uitvoering) in principe bestaan – ze kunnen ook door veiligheids-voorzieningen niet volledig wor-den vermeden. 4. 1 Gevaar door omgevingsin-vloeden. Stel het apparaat niet bloot aan regen. Gebruik het apparaat niet in een natte of vochtige omgeving. Gebruik het apparaat niet in ruim-ten waar explosiegevaar bestaat of in de buurt van ontvlambare vloeistoffen of gassen. 4. 2 Gevaar door heet water. Gevaar.
Hierdoor kan het vol-gende gevaar worden beperkt: Door heet water kunnen bescha-digingen en lekkages optreden aan het apparaat en de aansluit-leidingen, waardoor heet water kan ontsnappen. Verbrandings-gevaar. Apparaten met de aanduiding HWW. : Als de uitschakeldruk van de drukschakelaar door slechte drukverhoudingen of door een defecte drukschakelaar niet wordt bereikt, kan het water in het apparaat verhit raken door interne circulatie. Apparaten met de aanduiding P. : Apparaat max. 5 minuten tegen gesloten drukleiding laten lopen. Water dat in het apparaat circu-leert, raakt verhit. Bij een defect het apparaat van het elektriciteitsnet halen en laten afkoelen. Correcte werking van de installatie laten controleren alvo-rens deze opnieuw in gebruik te nemen. 4. 3 Gevaar door elektriciteit. Richt de waterstraal niet direct op het apparaat of andere elektrische onderdelen.
Levensgevaar door elektrische schok. Bij installatie- en onderhouds-werkzaamheden mag het appa-raat niet op het elektriciteitsnet zijn aangesloten. Raak de netstekker niet aan met natte handen. Trek de stekker nooit aan het snoer uit het stop-contact. Netsnoer en verlengsnoer niet knikken, beknellen, meeslepen of overrijden; beschermen tegen scherpe kanten, olie en hitte. 4. 4 Gevaar door gebreken aan het apparaat of storingen. Controleer voor gebruik altijd het apparaat, vooral netsnoer, net-stekker en elektrische onderde-len, op eventuele beschadigin-gen. Levensgevaar door elektri-sche schok. Een beschadigd apparaat mag pas weer worden gebruikt nadat het deskundig is gerepareerd. Voer nooit zelf reparaties uit aan het apparaat. Alleen vakmensen mogen reparaties aan pompen en drukvaten (afhankelijk van uitvoe-ring) uitvoeren. Attentie. Om waterschade, bijv.
: alarminstal-latie of opvangbekken met bewa-kingDe fabrikant aanvaardt geen aan-sprakelijkheid voor eventuele schade die veroorzaakt wordt door:-Foutief gebruik van het apparaat. 1. Conformiteitsverklaring2. Gebruik volgens de voorschriften3. Algemene veiligheidsvoorschriften4. Speciale veiligheidsvoorschriften.
NEDERLANDSnl14-Overbelasting van het apparaat door permanent gebruik. -Gebruik of opslag van het appa-raat zonder vorstbescherming. -Het uitvoeren van eigenmachtige veranderingen aan het apparaat. Reparaties aan elektrische appa-raten mogen alleen worden uit-gevoerd door een elektromon-teur. -Het gebruik van onderdelen die niet door de fabrikant gecontro-leerd en vrijgegeven zijn. -Het gebruik van ongeschikt installatiemateriaal (armaturen, aansluitleidingen, enz. ). Geschikt installatiemateriaal:-drukbestendig (min. 10 bar)-warmtebestendig (min. 100 °C)Bij gebruik van universele draai-koppelingen (bajonetkoppelin-gen) alleen uitvoeringen gebrui-ken met een extra bevestigings-ring voor een veilige afdichting. Zie pagina 2. De afbeeldingen gelden als voorbeeld voor alle apparaten.
1 Wateraftapschroef2 Drukschakelaar *3 Manometer (waterdruk) *4 Zuigaansluiting5 Watervulschroef6 Drukaansluiting7 Pomp8 In-/Uit-schakelaar9 Luchtventiel voor voorvuldruk *10 Drukvat ("ketel") ** afhankelijk van de uitvoering6. 1 Voorvuldruk instellenVoor ingebruikname de voorvuldruk instellen. Zie hoofdstuk 9. 4. 6. 2 Opstelling Het apparaat moet op een horizontaal en effen vlak staan dat geschikt is voor het gewicht van het apparaat met watervulling. Om trillingen te voorkomen mag het apparaat niet worden vastgeschroefd maar dient het op een elastische ondergrond te worden geplaatst. De opstellingsplaats moet goed geventileerd zijn en beschermd tegen weersinvloeden. Beschermen tegen vorst - zie hoofdstuk 8. 2. Bij gebruik bij tuinvijvers en zwem-baden moet het apparaat zo zijn opgesteld dat het niet kan over-stromen en niet in het water kan vallen.
Additionele wettelijke vereisten dienen in acht te worden genomen. 6. 3 Zuigleiding aansluiten Attentie. De zuigleiding moet zo worden gemonteerd dat deze geen mechanische kracht of spanning op de pomp uitoefent. Attentie. Gebruik een aanzuigfilter om de pomp te beschermen tegen zand en vuil. Attentie.
Om ervoor te zorgen dat het water bij een uitgeschakelde pomp niet wegloopt, is absoluut een terugslagventiel vereist. Wij raden aan een terugslagventiel te monteren in de aanzuigopening van de zuigslang en de zuigaan-sluiting (4) van de pomp. Afhankelijk van het model is hier reeds een terugslagventiel geïntegreerd (zie hoofdstuk 13. Technische gegevens). Alle schroefverbindingen afdichten met draadaf-dichttape. Lekkages veroorzaken het aanzuigen van lucht en verminderen of verhinderen het aanzuigen van water. De zuigleiding moet minstens 1" (25 mm) binnen-diameter hebben; hij moet knikvast en vacuümbe-stendig zijn. De zuigleiding moet zo kort mogelijk zijn, omdat met een toenemende leidinglengte het pompver-mogen afneemt. De zuigleiding moet naar de pomp toe gestaag oplopen om luchtblaasjes te voorkomen.
Er moet een voldoende watertoevoer gegaran-deerd zijn en het uiteinde van de zuigleiding moet zich altijd in het water bevinden. 6. 4 Drukleiding aansluiten Attentie. De drukleiding moet zo worden gemonteerd dat deze geen mechanische kracht of spanning op de pomp uitoefent. Alle schroefverbindingen met draadafdichttape afdichten om te voorkomen dat er water uitvloeit. Alle onderdelen van de drukleiding moeten druk-vast zijn en vakkundig worden gemonteerd. Gevaar. Door niet-drukvaste onderdelen en ondeskundige montage kan de drukleiding springen tijdens het gebruik. U kunt gewond raken door vloeistof die met hoge druk naar buiten spuit. 6. 5 Aansluiting op een buizenstelsel Om trillingen en geruis te beperken moet het appa-raat met elastische slangleidingen op het buizen-stelsel worden aangesloten. 6. 6 Netaansluiting Gevaar door elektriciteit.
Bedien het apparaat niet in een natte omgeving en alleen onder de volgende voorwaarden: - Het apparaat mag alleen worden aangesloten op veiligheidscon-tactdozen die deskundig geïn-stalleerd, geaard en getest zijn. - Netspanning, netfrequentie en zekering moeten overeen-stemmen met de technische gegevens.
- Het apparaat moet van stroom voorzien worden via een aardlek-schakelaar (RCD) met een toegekende lekstroom van niet meer dan 30 mA. - De elektrische verbindingen mogen niet in het water liggen en moeten zich in een gebied bevinden dat veilig is voor over-stromingen. Bij gebruik in de openlucht moeten zij spatwater-dicht zijn. - Verlengsnoeren moeten een voldoende grote aderdiameter hebben. Kabeltrommels moeten volledig afgerold zijn. - Nationale installatievoor-schriften moeten in acht worden genomen. 6. 7 Pomp vullen en aanzuigen Attentie. Bij elke nieuwe aansluiting of bij verlies van water of het aanzuigen van lucht moet de pomp met water worden gevuld. Door gebruik van de pomp zonder watervulling raakt de pomp onherstelbaar beschadigd. - Watervulschroef (5) samen met afdichting uitschroeven. - Langzaam schoon water ingieten, tot de pomp gevuld is.
- Watervulschroef (5) met afdichting weer inschroeven. - Drukleiding openen (waterkraan resp. spuitkop opendraaien), zodat lucht bij het aanzuigen kan ontwijken. - Apparaat inschakelen (zie hoofdstuk 7. ). - Wanneer er gelijkmatig water uitvloeit, is het apparaat klaar voor gebruik. Tip: De zuigleiding hoeft niet te worden gevuld, omdat de pomp zelfaanzuigend is. Afhankelijk van de leidinglengte en -diameter kan het evenwel enige tijd duren voordat er druk is opgebouwd. Wanneer u de aanzuigtijd wilt verkorten: Een terugslagventiel monteren in de aanzuigopening van de zuigslang en de zuigleiding vullen. Attentie. Pomp en zuigleiding moeten aange-sloten en gevuld zijn (zie hoofdstuk 6. ). Attentie. Pomp mag niet drooglopen. Er moet altijd voldoende pompmedium (water) aanwezig zijn.
Wanneer de pomp wordt geblokkeerd door vreemde objecten of de motor oververhit is, scha-kelt een veiligheidsschakeling de motor uit. 7. 1 Apparaat gebruikenPomp (apparaataanduiding P. )Functioneringsprincipe: Het apparaat loopt zolang de aan-/uitschakelaar (8) op de Aan-stand staat. Gevaar.
Bij gesloten drukleiding de pomp maximaal 5 minuten laten lopen, anders kan er door oververhitting van het water in de pomp schade ontstaan. 1. Netstekker in het stopcontact steken. 2. Met schakelaar (8) inschakelen. 3. Drukleiding openen (waterkraan resp. spuitkop opendraaien). 4. Controleren of er water uitstroomt. 5. Na beëindiging van het werk het apparaat met schakelaar (8) uitschakelen. Huishoudwaterinstallatie (apparaataanduiding HWW. ) Functioneringsprincipe: Het apparaat schakelt in wanneer de waterdruk door wateronttrekking onder de inschakeldruk zakt; en weer uit wanneer de uitschakeldruk bereikt is. De ketel bevat een rubberbalg die standaard onder luchtdruk („voor-vuldruk“) staat; dit maakt het aftappen van kleine hoeveelheden water mogelijk, zonder dat de pomp aanloopt. 1. Netstekker in het stopcontact steken. 2. Met schakelaar (8) inschakelen. 3.
Drukleiding openen (waterkraan resp. spuitkop opendraaien). 4. Controleren of er water uitstroomt. Gevaar. Alvorens u met werkzaamheden aan het apparaat begint: - Stekker uit het stopcontact trekken. - Controleren of het apparaat en de aangesloten accessoires drukloos zijn. - Andere dan de hier beschreven onderhouds- of reparatiewerkzaamheden uitsluitend door geschoold personeel laten uitvoeren. 8. 1 Regelmatig onderhoud - Apparaat en accessoires, met name elektrische en onder druk staande onderdelen, controleren op beschadiging en zo nodig laten repareren. - Zuig- en drukleidingen controleren op lekkage. - Wanneer het pompvermogen afneemt aanzuig-filter en filterinzet (indien aanwezig) reinigen en indien nodig vernieuwen. - Voorvuldruk van de ketel (10) (afhankelijk van de uitvoering) controleren en zo nodig verhogen (zie hoofdstuk 9. 4 Voorvuldruk verhogen). 8.
NEDERLANDS nl158. 3 Apparaat demonteren en opslaan - Met schakelaar (8) uitschakelen. Stekker uit het stopcontact trekken. - Drukleiding openen (waterkraan resp. spuitkop opendraaien), water geheel laten uitstromen. - Pomp (7) en ketel (10) geheel laten leeglopen, hiervoor: - de wateraftapschroef (1) uitdraaien. - zuig- en drukleidingen van het apparaat demon-teren. - apparaat in een vorstvrije ruimte (min. 5 °C) opslaan. fGevaar. - Alvorens u met werkzaamheden aan het appa-raat begint: - Stekker uit het stopcontact trekken. - Controleren of het apparaat en de aangesloten accessoires drukloos zijn. 9. 1 Pomp loopt niet• Er is geen netspanning. - Aan-/uitschakelaar, snoer, stekker, stopcon-tact en zekering controleren. • De netspanning is te laag. - Gebruik een verlengsnoer met voldoende grote aderdiameter. • Motor oververhit, motorbeveiliging geactiveerd.
- Na het afkoelen wordt het apparaat automa-tisch opnieuw ingeschakeld. - Voor voldoende ventilatie zorgen, lucht-spleten vrijhouden. - Maximale aanvoertemperatuur in acht nemen. • Motor bromt, start niet. - Bij uitgeschakelde motor een schroeven-draaier of iets vergelijkbaars door de ventila-tiesleuf van de motor steken en het ventilator-wiel draaien. • Pomp verstopt of defect. - Pomp demonteren en reinigen. Diffusor reinigen, eventueel vernieuwen. Loopwiel reinigen, eventueel vernieuwen. Zie hoofd-stuk 11. 9. 2 Pomp zuigt niet goed of loopt zeer luid: • Watertekort. - Controleer of de watervoorraad voldoende groot is. • Pomp niet voldoende met water gevuld. - Zie hoofdstuk 6. 7. • Zuigleiding doorlatend. - Zuigleiding afdichten, schroefverbindingen aantrekken. • Zuighoogte te groot. - Maximale zuighoogte in acht nemen. - Terugslagventiel plaatsen, zuigleiding met water vullen.
: Er loopt water uit het luchtventiel. - Rubberbalg in de ketel permeabel; vernieuwen. Zie hoofdstuk 11. 9. 4 Voorvuldruk verhogen (alleen HWW. )Wanneer de pomp op den duur al na een geringe wateronttrekking (ca. 0,5 l) aanslaat, moet de voor-vuldruk in de ketel opnieuw worden opgebouwd. Tip: De voorvuldruk kan niet van de manometer (3) worden afgelezen. 1. Stekker uit het stopcontact trekken. 2. Drukleiding openen (waterkraan resp. spuitkop opendraaien), water geheel laten uitstromen. 3. Kunststof kap aan de voorzijde van de ketel afschroeven; daarachter bevindt zich het lucht-ventiel. 4. Luchtpomp of compressorslang met een „bandenventiel“-aansluiting en drukmeter op het luchtventiel plaatsen. 5. Oppompen tot de voorziene voorvuldruk (zie hoofdstuk 13. Technische gegevens). 6. Apparaat weer aansluiten en werking contro-leren. fGebruik uitsluitend originele Metabo toebehoren.
Reparaties aan dit apparaat mogen uitsluitend door een erkende vakman worden uitgevoerd. Neem voor gereedschap van Metabo dat gerepa-reerd dient te worden contact op met uw Metabo-vertegenwoordiging. Zie voor adressen www. metabo. com. Voor het verzenden: Pomp en ketel geheel leeg-maken (zie hoofdstuk 8. 3). Onderdeellijsten kunt u downloaden via www. metabo. com. Neem de nationale voorschriften in acht voor een milieuvriendelijke verwijdering en voor de recy-cling van afgedankte machines, verpakkingen en toebehoren. Alleen voor EU-landen: Geef uw elektrisch gereedschap nooit met het huisvuil mee. Volgens de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektrische en elektronische apparaten en de omzetting hiervan in de nationale wetgeving dienen oude elektrische apparaten gescheiden te worden ingezameld en op milieu-vriendelijke wijze te worden afgevoerd.
Toelichting bij de gegevens van pagina 3. Wijzigingen en technische verbeteringen voorbe-houden. De pompkarakteristiek (schema, pagina 3) geeft het slagvolume aan dat afhankelijk van de opvoer-hoogte kan worden bereikt (zuighoogte 0,5 m en 1"-zuigslang). U =netspanningf =frequentieP1=nominaal vermogenI =nominale stroomC =bedrijfscondensorn =nominaal toerentalFV,max = max. slagvolumeFh,max = max. opvoerhoogteFp,max = max. persdrukp1=drukschakelaar: inschakeldrukp2=drukschakelaar: uitschakeldrukSh,max = max. zuighoogteStemp =max. aanvoertemperatuurTtemp = omgevingstemperatuurS1= spuitbeveiligingsklasseS2= beveiligingsklasseS3= isolatiemateriaalklasseMP=materiaal van de pompbehuizingG = grijs gietijzerMR=materiaal van de pomp-asMW=materiaal van het pomploopwielDs=zuigaansluiting-binnendraadDp=drukaansluiting-binnendraadTV=ketel-volumeTp,max =max.
EmissiewaardenDeze waarden maken een beoordeling van de emissie van het elektrisch gereedschap en een vergelijking van de verschillende elektrische gereedschappen mogelijk. Afhankelijk van het gebruik, de toestand van het elektrisch gereed-schap of het inzetgereedschap kan de daadwerke-lijke belasting hoger of lager uitvallen. Houd bij de beoordeling rekening met pauzes en fases met een lagere belasting. Bepaal op basis van de over-eenkomstig aangepaste taxatiewaarden de maat-regelen ter bescherming van de gebruiker, bijv. organisatorische maatregelen. Karakteristiek A-gekwalificeerd geluidsniveau:LpA =geluidsdrukniveauLWA = geluidsvermogensniveauKpA, KWA = onzekerheidLWA(G) =gegarandeerd geluidsvermogensniveau conform 2000/14/EGDraag gehoorbescherming. 9. Problemen en storingen10. Toebehoren11. Reparatie12. Milieubescherming13. Technische gegevens.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Metabo HWW 3300/25 G stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Pomp Metabo
Handleiding Pomp
Nieuwste handleidingen voor Pomp