Mestic RTA-1700L Handleiding

Mestic Airco RTA-1700L

Bekijk gratis de handleiding van Mestic RTA-1700L (286 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 29 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Mestic RTA-1700L of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/286
Rooop Air Condioner
RTA-1700L / RTA-2500L
Gebruiksaanwijzing NL Betjeningsvejledning DK Bedienungsanleitung DE
User instrucons EN Instrucciones de uso ES Mode d’emploi FR
Istruzioni per l’uso IT Bruksanvisning NO Bruksanvisning SE
SMART ADVENTURE

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Mestic
Categorie: Airco
Model: RTA-1700L

Handleiding Mestic RTA-1700L – volledige tekst

6 EEN PAAR WOORDEN OVER JE NIEUWE AIRCONDITIONER Bedankt voor je keuze van deze aircondioner voor recreaevoertuigen. Deze handleiding gee je alle informae over de montage, werking en het onderhoud. Neem even de jd om te ontdekken hoe je voor opmaal koelcomfort en een zuinige werking van je nieuwe aircondioner kunt zorgen. Bewaar deze handleiding voor toekomsg gebruik. In de vaste bedrading moet een 3-polige scheidingsschakelaar met een contactscheiding van minimaal 3 mm in alle polen worden aangesloten. Dit geldt ook voor een stroomonderbreker met een capaciteit van 10A. De stroomonderbreker moet beschikken over een magnesche en thermische vrijgavefunce, zodat deze beschermt tegen kortsluing en overbelasng.

WAARSCHUWING: • Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik door personen (inclusief kinderen) met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of instruces hebben gekregen over het gebruik van het apparaat door een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Er moet toezicht worden gehouden op kinderen om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen. • Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar en personen met verminderde fysieke, zintuiglijke of mentale vermogens, of gebrek aan ervaring en kennis, mits ze onder toezicht staan of instruces hebben gekregen over het veilige gebruik van het apparaat en de daarmee gepaard gaande gevaren begrijpen. • Kinderen mogen nooit met het apparaat spelen.

• Reiniging en onderhoud mag niet zonder toezicht door kinderen worden uitgevoerd en alleen na het lezen van de handleiding. • Wanneer er lekkage van koelvloeistof is of ontladen nodig is jdens de montage, het onderhoud of demontage, moet de aircondioner worden behandeld door een gecerceerde professional en/of in overeenstemming met lokale wet- en regelgeving.

7 VOORZORGSMAATREGELEN BIJ INSTALLATIE WAARSCHUWING: • Neem alle geldende ween en verordeningen in acht. • Gebruik geen beschadigd of niet-standaard netsnoer. • Controleer dat de kabels juist zijn geïsoleerd en beschermd tegen slijtage. • Wees voorzichg jdens installae en onderhoud. Verbied onjuist gebruik om elektrische schokken, slachtoers en andere ongelukken te voorkomen. • Voordat je het apparaat aanzet, moet je de horizontale klep van de binneneenheid met de hand openen. Anders kan de koele lucht niet naar buiten worden geblazen en zal er condensaatwater op de horizontale klep ontstaan. • Het apparaat bevat het ontvlambare gas R290. • Houd er rekening mee dat koelmiddelen geurloos kunnen zijn. • Het apparaat moet worden geïnstalleerd, gebruikt en bewaard in een ruimte met een vloeroppervlakte groter dan 4 m2.

• Het apparaat moet worden bewaard in een ruimte zonder connu werkende ontstekingsbronnen. (Bijvoorbeeld: open vuur, een werkend gasapparaat of een werkende elektrische verwarming. ) • Het apparaat moet zo worden bewaard dat mechanische schade wordt voorkomen. • Houd venlaeopeningen vrij van belemmeringen. • Gebruik geen andere middelen dan voorgeschreven door de fabrikant om het ontdooiingsproces of reinigen te versnellen. • Als er reparae noodzakelijk is, neem dan contact op met het dichtstbijzijnde geautoriseerde servicecentrum. Reparaes uitgevoerd door niet-gekwaliceerd personeel kunnen leiden tot gevaarlijke situaes. Bereik bedrijfstemperatuur Voorgesteld bereik bedrijfstemperatuur: -5 ~ 46 °C. (verwarming:-5~24 °C/koeling:+18~46 °C ). De buiteneenheid kan stoppen met werken door verschillende soorten bescherming binnen in het bereik van de bedrijfstemperatuur.

In de buurt van sterke warmtebronnen, dampen, ontvlambaar of explosief gas of vluchge objecten verspreid in de lucht. 2. In de buurt van apparaten met hoge frequene (bijvoorbeeld lasmachine, medische apparatuur). 3. In een kustgebied. 4. In een gebied met oliedampen in de lucht. 5. Een gebied met gezwaveld gas. 6. Een andere plek met speciale omstandigheden. 7. Deze aircondioner wordt alleen gebruikt voor het voertuig zonder concaaf en convex dak. 8. Gebruik deze aircondioner niet wanneer het voertuig wordt gestart of wanneer het voertuig rijdt. 9. Voorzie de aircondioner niet van voeding via de voertuigvoeding. Vereiste van aircondioner 1. De luchnlaat moet ver uit de buurt van voorwerpen geplaatst zijn, en plaats geen voorwerpen in de buurt van de luchtuitlaat. Anders zal dit de straling van de warmteafvoerleiding beïnvloeden. 2.

Kies een locae waar het lawaai en de uitstromende lucht door de buiteneenheid geen invloed hebben op de omgeving. 3. Monteer het apparaat uit de buurt van tl-buizen. 4. Het apparaat mag niet in de badkamer worden geïnstalleerd.

8 VOORZORGSMAATREGELEN BIJ INSTALLATIE Vereisten voor elektrische aansluing Veiligheidsmaatregel 1. Bij het installeren van het apparaat moeten de elektrische veiligheidsvoorschrien worden gevolgd. 2. Gebruik een geschikt voedingscircuit dat voldoet aan de lokale veiligheidsvoorschrien. 3. Als het netsnoer is beschadigd, moet dit worden vervangen door de fabrikant, diens distributeur of gelijkwaardig gekwaliceerde personen om gevaar te voorkomen. 4. Sluit de fase-, neutrale en aardingsdraad van het stopcontact op de juiste manier aan. 5. Controleer dat de stroom is uitgeschakeld voordat je werkzaamheden voor elektriciteit en veiligheid uitvoert. 6. Schakel de stroom niet in voordat je klaar bent met de installae. 7. De aircondioner is een eersteklas elektrisch apparaat. Dit moet juist worden geaard. Met speciale aardingsapparatuur door een professional.

Zorg ervoor dat dit het geval is. 8. De geelgroene draad of groene draad in de aircondioner is de aardingsdraad, die niet voor andere doeleinden kan worden gebruikt. 9. De aardingsweerstand moet voldoen aan de naonale elektrische veiligheidsvoorschrien. 10. Het apparaat moet worden geïnstalleerd volgens naonale bedradingsvoorschrien.

9 ELEKTRISCHE GEGEVENS 1. Alle bedrading moet voldoen aan plaatselijke en naonale elektrische codes. Alle bedrading moet worden geïnstalleerd door gekwaliceerde elektriciens. Als je vragen hebt over de volgende instruces, neem dan contact op met een gekwaliceerde elektricien. 2. Controleer de beschikbare voeding en los bedradingsproblemen op VOOR het installeren en bedienen van dit apparaat. 3. De aircondioner is ontworpen om te werken bij een 220-240V AC, 50Hz, 1 fase voeding. 4. De bedradingsschema’s kunnen worden gevonden in deze handleiding. 5. Als het netsnoer is beschadigd, moet dit worden vervangen door de fabrikant, de distributeur of gelijkwaardig gekwaliceerde personen om gevaar te voorkomen. 6. De elektrische bedradingsschema’s kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Zie het bedradingsschema inbegrepen bij het apparaat.

16 INTRODUCTIE VOOR KNOPPEN OP AFSTANDSBEDIENING Opmerking: • Nadat het apparaat is ingeschakeld, laat de aircondioner een geluid horen en brandt de indicator “ RUN “. Nu kan je de aircondioner via de afstandsbediening gebruiken. • Wanneer het apparaat is ingeschakeld, knippert elke keer na het indrukken van een knop op de afstandsbediening het signaalpictogram “ “ op de afstandsbediening één keer. De aircondioner laat een geluid horen wat aangee dat het signaal naar de aircondioner is verzonden. 1. Aan/uit-knop • Druk op deze knop om de aircondioner aan te zeen. Druk weer op deze knop om de aircondioner uit te zeen. 2. Modusknop • Druk op deze knop om je gewenste besturingsmodus te selecteren. AUTO KOELEN VERWARMEN VENTILATOR • In de modus “AUTO” wordt de aircondioner automasch bestuurd volgens de omgevingstemperatuur.

De ingestelde temperatuur kan niet worden veranderd en wordt niet weergegeven. Door het indrukken van de knop “VENTILATOR” kan de venlatorsnelheid worden aangepast. • Druk in de modus “KOELEN” op de “+” of “-“ knop om de ingestelde temperatuur te veranderen. Voor het aanpassen van de venlatorsnelheid druk je op de knop “VENTILATOR”. • In de modus “VENTILATOR” wordt alleen de venlator aangezet zonder koelen of verwarmen. Druk op de knop “VENTILATOR” om de venlatorsnelheid aan te passen. • Druk in de modus “VERWARMEN” op de “+” of “-“ knop om de ingestelde temperatuur te veranderen. Druk voor het aanpassen van de venlatorsnelheid op de knop “VENTILATOR”. Opmerking: • Nadat de modus “VERWARMEN” is geselecteerd, vertraagt de aircondioner het blazen van de lucht met 1-5 minuten, om het blazen van koude lucht te voorkomen.

17 4. “+” knop • Druk één keer op de “+” knop voor het verhogen van de ingestelde temperatuur met 1 °C (°F). Houd de “+” knop minimaal 2 seconden ingedrukt en de ingestelde temperatuur zal snel wijzigen. Zodra de “+” knop wordt vrijgegeven na het instellen van de temperatuur, wijzigt de temperatuurindicator op de aircondioner naar behoren. De temperatuur kan niet worden aangepast in de “AUTO”-modus. • Wanneer de “TIMER AAN” of de “TIMER UIT” wordt ingesteld, druk je op de “+” knop om de jd aan te passen. Kijk voor meer informae onder “Timer aan funce” en “Timer uit funce”. 5. “-” knop • Druk één keer op de “-” knop voor het verlagen van de ingestelde temperatuur met 1 °C (°F). Houd de “-” knop minimaal 2 seconden ingedrukt en de ingestelde temperatuur zal snel wijzigen.

Zodra de “-” knop wordt vrijgegeven na het instellen van de temperatuur, wijzigt de temperatuurindicator op de aircondioner naar behoren. De temperatuur kan niet worden aangepast in de “AUTO”-modus. • Wanneer de “TIMER AAN” of de “TIMER UIT” of de “KLOK” wordt ingesteld, druk je op de “-” knop om de jd aan te passen. Kijk voor meer informae onder “Timer aan funce” en “Timer uit funce”. 6. “TIJD” knop • Druk op de “TIJD” knop om te wisselen tussen “TIMER AAN” en “TIMER UIT”. Met de “TIMER AAN” funce kan de jd voor de mer aan worden ingesteld. Wanneer de “TIMER AAN” funce acef is, knippert het symbool “ ” op de afstandsbediening. Dit symbool “ ” wordt weergegeven. Druk op de “+” of “-“ knop voor het aanpassen van de “TIMER AAN”-instelling. Door het indrukken van de knop “+” of “-“, wordt de instelling per keer met 1 minuut verhoogd of verlaagd.

Druk 5 seconden op de “TIJD” knop om de nieuwe instelling te bevesgen. Het symbool “ ” stopt met knipperen. Voor het annuleren van “TIMER AAN” wanneer de “TIMER AAN” funce is geselecteerd en het symbool “ ” knippert op de afstandsbediening, druk je op de “TIJD” knop totdat de symbolen “ ” en “ ” verdwijnen. • Met de “TIMER UIT” funce kan de jd voor “TIMER UIT” worden ingesteld. Wanneer de “TIMER UIT” funce acef is, knippert het symbool “ ” op de afstandsbediening. Dit symbool “ ” wordt weergegeven. Druk op de “+” of “-“ knop voor het aanpassen van de “TIMER UIT” instelling. Door het indrukken van de knop “+” of “-“, wordt de instelling per keer met 1 minuut verhoogd of verlaagd. Houd de “+” of “-“ knop 2 seconden ingedrukt, de jdinstelling verandert nu snel totdat de vereiste jd is bereikt. Druk 5 opnieuw seconden op de “TIJD” knop om de nieuwe instelling te bevesgen.

Het symbool “ ” stopt met knipperen. Voor het annuleren van “TIMER UIT”: wanneer de “TIMER UIT” funce is geselecteerd en het symbool “ ” knippert op de afstandsbediening, druk je op de “TIJD” knop totdat de symbolen “ ” en “ ” verdwijnen. 7. Stand-byknop Druk op de “STAND-BY” knop en het symbool “ ” gaat branden. In de stand-bymodus gaat de venlatorsnelheid naar de laagste instelling en alle displaylampjes gaan uit. Druk weer op de “STAND-BY” knop en het symbool “ ” gaat uit en de aircondioner werkt in de normale modus. 8. Ledknop Druk op de “LED” knop, het symbool “ ” gaat branden en schakelt het warmwie licht op de binneneenheid in. Druk weer op de ledknop, het symbool “ ” gaat uit en schakelt het licht van de binneneenheid uit.

18 Opmerking: • Richt jdens het gebruik de signaalzender van de afstandsbediening op de ontvangende eenheid. De afstand tussen de signaalzender en de ontvangende eenheid mag niet meer dan 8 meter zijn en er mogen geen obstakels tussen liggen. • Het signaal van de afstandsbediening kan worden verstoord als er een tl-buis of draadloze telefoon in de ruimte is. Tijdens het gebruik moet de afstandsbediening dicht bij het apparaat zijn. • Wanneer de baerijen moeten worden vervangen, gebruik dan nieuwe baerijen van hetzelfde model. Als de afstandsbediening voor een langere periode niet wordt gebruikt, haal dan de baerijen eruit. • Als het display op de afstandsbediening wazig is of als er niets wordt weergegeven, vervang dan de baerijen. Vervangen van de baerijen in de afstandsbediening 1. Beweeg het klepje met je vinger en open het klepje in de richng van de pijl. 2.

19 BEDIENINGSPANEEL Opmerking: Als de afstandsbediening ontbreekt, gebruik dan het bedieningspaneel. 1. AAN/UIT-knop Het apparaat begint te werken wanneer deze knop wordt ingedrukt en stopt bij opnieuw indrukken. 2. Venlatorsnelheid knop Selecteer de venlatorsnelheid LOW, MED, HIGH (LAAG, GEM, HOOG). De opstartstatus is MED. 3. ( / ) knop Druk op de “ ”knop om de ingestelde temperatuur (bedrijfstemperatuur) van het apparaat te verhogen en druk op de “ ”knop om de ingestelde temperatuur (bedrijfstemperatuur) te verlagen. Het instellingsbereik van de temperatuur ligt tussen 16~31 °C (61~88 °F ). 4. Stand-byknop Druk op de “STAND-BY”-knop. De stand-by-indicator gaat branden en start de stand-bymodus. Na een paar seconden gaan alle paneelindicatoren uit. Schakel de stand-bymodus uit door het indrukken van een willekeurige knop op het paneel. 5. VERWARMEN-knop Druk op de knop “VERWARMEN” .

De VERWARMEN-indicator gaat branden en start de verwarmingsmodus. Druk weer op de “VERWARMEN”-knop. De VERWARMEN-indicator gaat uit en de verwarmingsmodus wordt uitgeschakeld. 6. KOELEN-knop Druk op de “KOELEN“-knop. De KOELEN-indicator gaat branden en start de koelmodus. Druk weer op de “KOELEN”-knop. De KOELEN-indicator gaat uit en de koelmodus wordt uitgeschakeld. 7. Ledknop Druk op deze knop om de displayverlichng op de binneneenheid aan of uit te zeen. 8. Wi-indicator In deze standaardstand knippert de wi-indicator en wanneer er verbinding met het netwerk is, blij de wi-indicator connu branden. 9. Bluetooth-indicator De Bluetooth-indicator knippert in de standaardstand. Wanneer er verbinding is met een apparaat, blij de Bluetooth-indicator connu branden. TEMP. Venlator-snelheid LED KOELEN VERWARMEN STAND-BY Venster WIFI Venlatorsnelheid AAN/UIT ontvanger Bluetooth

21 INSTALLATIE-INSTRUCTIE VOOR DE INSTALLATIE Test het apparaat met de juiste voeding. Controleer de paragraaf gebruiksinstruce in de Gebruikershandleiding en installae-instruce. Controleer dat alle bedieningselementen juist werken en schakel dan de voeding van het apparaat uit. WAARSCHUWING • Bewegende onderdelen kunnen letsel veroorzaken. Wees voorzichg bij het testen van het apparaat. Gebruik het apparaat niet wanneer de beschermkap is verwijderd. • Het buitenapparaat kan niet worden gemonteerd in een verlaagd plafond van het voertuig. Het moet worden gemonteerd op een plat oppervlak op het dak zodat regen, water van autowassen, condenswater, enz. makkelijk kan wegstromen. Er mag geen water achterblijven rond de buiteneenheid. Anders ontstaan er storingen of veiligheidsrisico’s door het binnendringen van water in de aircondioner.

• Gebruik de meegeleverde montageplaat om de buiteneenheid te installeren. Anders kan er storing of schade ontstaan. • Gebruik de adapter wanneer de opening 390 mm x 390 mm of 400 mm x 400 mm is. STAP 1 – VASTPLAKKEN VAN DE AFDICHTINGSSTRIP EN SPONSSTUKKEN OP DE BUITENEENHEID 1. Voordat je de afdichngsstrip en sponsstukken aan de onderkant van de buiteneenheid vastmaakt, moet je de plakgebieden schoonmaken, zoals weergegeven in aeelding 1. 2. Haal de afdichngsstrip en de sponsstukken uit de verpakking, trek het papier los van het lijmoppervlak en lijn ze uit op de plakposies zoals weergegeven in aeelding 1. Als de afdichngsstrip is beschadigd of niet vastzit op de juiste posie, moet je deze vervangen door een nieuwe en juist vastmaken. 3. Controleer of de afdichngsstrip en de sponsstukken juist zijn bevesgd en er niet afvallen. 1) Plakposie van drie stukjes schuim

21 STAP 2-SELECTEREN VAN DE INSTALLATIELOCATIE EN INSTALLEREN VAN DE DAK AIRCONDITIONER Je aircondioner is ontworpen voor gebruik in recreaevoertuigen. Controleer het dak van het voertuig om te bepalen of deze de dakeenheid en de plafondconstruce zonder extra steun kan dragen. Controleer dat het montagegebied van het binnenplafond geen bestaande structuren verstoord. Zodra de locae voor je aircondioner is bepaald, moet een versterkte en ingelijste dakgatopening worden gesneden (als er geen gat is) of je kan bestaande venlaegaten gebruiken. SITUATIE A. Als er al een dakvenlae op de gewenste montagelocae voor de aircondioner is, moeten de volgende stappen worden uitgevoerd: 1. Verwijder alle schroeven voor de dakvenlae voor het voertuig. Verwijder de venlator en extra sierlijsten. Verwijder voorzichg al het krijt rondom de opening zodat het oppervlak helder is. 2.

Het kan nodig zijn enkele van de oude montageschroefgaten van de dakvenlae af te dichten, omdat deze buiten de pakking van de bodemplaat van de aircondioner kunnen vallen. 3. Onderzoek de afmeng van de dakopening. Als de opening kleiner is dan 380 x 380 mm, dan moet deze groter worden gemaakt. De afmengen moeten 380 x 380 mm, 390 x 390 mm of 400 x 400 mm zijn. SITUATIE B. Als er geen dakvenlae-opening is, moet er een nieuwe opening in het dak van het voertuig worden gesneden. Er moet ook een passende opening in het plafond in het voertuig worden gesneden. Wees voorzichg omdat het dakstuk vast kan komen te zien als het dak uit meerdere lagen bestaat. Wanneer de opening in het dak en het plafond de juiste afmeng hebben, moet een steunstructuur tussen het dak aan de buitenkant en het plafond aan de binnenkant worden geplaatst.

Het versterkte frame moet voldaan aan de volgende richtlijnen: 1. Het moet het gewicht van de aircondioner op het dak en de construce van het binnenplafond kunnen dragen. 2.

Het moet het buitenoppervlak van het dak en binnenplafond apart kunnen dragen en deze ondersteunen, zodat wanneer de aircondioner op het dak en de plafondconstruce worden vastgeschroefd het frame niet in elkaar zakt. Een gebruikelijke versterkt frame wordt weergegeven in aeelding 1-1. 3. Er moet een opening door het frame voor de bedrading van de voeding zijn. Leid de bedrading van de voeding door het frame wanneer het draagframe wordt geïnstalleerd.

22 INSTALLATIEMETHODE VAN DE MONTAGEPLAAT Als het dak van het voertuig al een 400 x 400 mm of een 390 x 390 mm opening hee: • Kies de installaeposie voor de aircondioner. De montageadapter is geschikt voor een openingsafmeng van 400 × 400 mm of 390 x 390 mm. De 380 x 380 mm opening is niet geschikt voor het installeren van de adapter. Gebruiksmethode: • Controleer dat het installae-oppervlak vlak is. Verwijder obstakels rond de opening in het dak. • Controleer of er gaten of groeven op het installae-oppervlak zijn. Als dat zo is, moet je afdichten om lekken van water te voorkomen. • Vul de groef waar de montageadapter contact maakt met de dak van het voertuig met onverhard afdichtmiddel (de maximale dikte is 1 cm). Wanneer de montageplaat boven op het voertuig is geïnstalleerd, moet je het gat tussen de montageplaat en het dak van het voertuig vullen met afdichtmiddel.

De montageadapter moet strak worden afgedicht samen met de dak van het voertuig om het lekken van water te voorkomen. • Monteer deze in de opening in het dak van het voertuig in de richng van de pijl in aeelding 1-2 (de richng van de pijl moet naar de voorkant van het voertuig wijzen). LET OP 1. De dak aircondioner moet op een waterpas paneel worden gemonteerd van voor naar achter en van zijkant naar zijkant wanneer het voertuig volledig waterpas staat. Aeelding 2 toont het maximaal toegestane aantal graden waarin het apparaat boven of onder waterpas kan worden gemonteerd. 2. Als het dak van het voertuig schuin is (niet waterpas) zodat de dak aircondioner niet binnen de specicaes van het maximaal toegestane aantal graden kan worden gemonteerd, moet je een uitwendige nivelleringsring toevoegen om het apparaat waterpas te maken.

Een gebruikelijke nivelleringsring wordt weergegeven in aeelding 3. 3. Zodra de dak aircondioner waterpas is, zijn er misschien extra afstandsstukken nodig boven de construce van het binnenplafond.

De dak aircondioner en de construce van het binnenplafond moeten vierkant ten opzichte van elkaar zijn voordat ze aan elkaar worden bevesgd. 4. Nadat het gebied van het montagegat juist is voorbereid, verwijder je het karton en de beschermende kussens rond de dak aircondioner. Til het apparaat voorzichg omhoog op het dak van het voertuig. Gebruik de buitenste plasc mantel niet om op te llen. Plaats de dak aircondioner op het voorbereide montagegat. 5. Het puntuiteinde (de neus) van de mantel moet naar de voorkant van het voertuig wijzen.

23 NOTEER DE AFMETINGEN VAN DE AIRCONDITIONER (DAK VAN APPARAAT) Opmerking: Controleer aljd dat het apparaat bij gebruik horizontaal is. Het apparaat kan alleen voor een korte periode boven de maximale helling van 5 worden gebruikt, anders kan er lekken van water ontstaan. Bovenste of onderste niveau is max. 5 van horizontaal Bovenste of onderste niveau is max. 5 van horizontaal 0 5 5 5 5 0 Aeelding 2

24 STAP 3-MONTEREN VAN DE BUITENEENHEID 1. Open de verpakking en haal de buiteneenheid eruit. Bij het uitnemen van de buiteneenheid na het uitpakken mag je de inlaat- en uitlaatroosters niet opllen. (Zie aeelding 4-1). 2. Installeren van de buiteneenheid op de montageadapter: • Til de buiteneenheid op. Het is ten strengste verboden de aircondioner op te llen bij het buitenframe. Plaats deze op de montageadapter op voorbereide opening en controleer dat de afdichngsstrip van de buiteneenheid past bij de groef op het oppervlak van de montageplaat. Sleep de buiteneenheid niet, de afdichng kan dan namelijk loskomen.

25 STAP 4-INSTALLEREN VAN DE PLAFONDCONSTRUCTIE OPMERKING Controleer dat de aircondioner en het binnen- en buitenplafond goed in elkaar passen. Voordat u de bouten vastdraait, moet je het volgende controleren: 1. De toepasselijke dikte van het dak van het voertuig is 30 mm tot 80 mm. 2. Voordat je de bouten vastdraait, draai je de vier bouten met de hand vast zonder overmage kracht te gebruiken. 3. De montagebeugels moeten overlappen met het oppervlak van het voertuigplafond. Draai de bouten kruislings vast en controleer dat de schroefgaten overeenkomen met de gaten in de adapter. Het maximale koppel van de bouten (4) is 1,8 Nm. (Zie aeelding 5) 1) Plasc adapter 2) Dikte van het voertuigdak is 30 mm – 80 mm 3) 4 bouten (maximaal koppel is 1,8 Nm) 4) Beugel 5) Luchtkanalen 6) Leidingenframe 7) 4 bouten Aeelding 5

26 De volgende instruces moeten stap voor stap worden opgevolgd in de onderstaande volgorde om juiste installae te garanderen.1. Neem de plafondconstruce voorzichg uit de doos. 2. Verwijder het plafondrooster uit de plafondconstruce. 3. Breng de buiteneenheid naar het dak van het voertuig en lijn deze uit met de openingen op het dak. Gebruik 2 sets montageplaatconstruces en 4 schroeouten om de buiteneenheid te monteren (zie aeelding 5). 4. Je moet de bouten eerst met de hand monteren om kruislings inschuiven te voorkomen. BEGIN NIET DE BOUTEN TE MONTEREN MET ELEKTRISCH GEREEDSCHAP OF EEN LUCHTPISTOOL! De montagebouten moeten kruislings worden gemonteerd. Het proces is gereed wanneer de pakking van de bodemplaat gelijkmag is samengedrukt. 5.

Voordat je de luchtkanaalconstruce van de binneneenheid installeert, moet je de schuimconstruce monteren volgens de dikte van het dak van het voertuig. Gebruik een geschikte hoeveelheid piepschuim en zacht schuim. Opmerking: Het schuim mag niet meer dan 1 of 2 mm dikker zijn dan de dikte van het dak. Plak de piepschuimconstruce met dubbelzijdig plakband (voorbereid door de gebruiker). (Zie aeelding 5-1, 5-2). 6. Monteer de schuimconstruce op de luchtkanaalconstruce. Gebruik 4 schroeouten om de luchtkanaalconstruce vast te maken op de montageplaat. Na het verbinden van de buiteneenheid met de binneneenheid controleer je of de schuimconstruce los is komen te zien. (Zie aeelding 5).

27 ELEKTRISCHE BEDRADING STAP 5-ELEKTRISCHE BEDRADING LEIDEN 220-240V WISSELSTROOMBEDRADING WAARSCHUWING: Controleer dat alle voeding naar het apparaat is losgekoppeld voordat je werk aan het apparaat uitvoert om de mogelijkheid van een schok of letsel en/of schade aan de apparatuur te voorkomen. Nadat de construce van het binnenplafondframe juist is vastgemaakt aan de dak aircondioner, moeten de volgende elektrische aansluingen worden uitgevoerd. 1) Verbindingsdraad buiten 2) Elektriciteitsdraad buiten 3) Elektriciteitsdraad binnen 4) Displaypaneel Gebruik een stukje thermisch isolerende mantel zoals weergegeven in aeelding 8 om de bedradingsklemmen te omsluiten. Dek de isolerende mantel af met schuim en maak dat vast met kabelbinders. 1. 2.

Zoals weergegeven in aeelding 6 hee de buiteneenheid twee sets uitgaande bedradingen, wat het netsnoer (hoogspanning) en de bedrading van het besturingssignaal zijn. De eerstgenoemde moet direct worden aangesloten op de voedingsklem terwijl de laatstgenoemde moet worden aangesloten op de bedrading van het besturingssignaal van de binneneenheid. Zoals weergegeven in aeelding 7 hee de binneneenheid één set bedradingen van het besturingssignaal met in totaal 1 bedradingsklem. 3. 4. Zoals weergegeven in aeelding 8, sluit je de bedradingsklemmen van de binnen- en buiteneenheden aan. Gebruik een stukje schuim om de bedradingsklemmen samen te wikkelen, waarbij elke klem afzonderlijk wordt omringd door de spons. Voorkom ruimte tussen elke draad. Zoals weergegeven in aeelding 9, sluit je het externe netsnoer aan op de kabel gereserveerd op de RV.

29 VOLTOOIEN VAN DE INSTALLATIE STAP 6-VOLTOOIEN VAN DE INSTALLATIE Om aan de installae- en systeemcontrolevereisten te voldoen, moeten de volgende stappen worden uitgevoerd. 1. Bevesg het plafondrooster met 4 schroeven aan de plafondconstruce. (Zie aeelding 9). 2. Installeer het luchilter en het luchnlaatrooster. 3. Schakel de voeding in en controleer de funconaliteit van het apparaat. 4. Als na het monteren van de binneneenheid de ruimte tussen het paneel en de bovenkant van het voertuig niet gelijk is, vraag dan de fabrikant om dit aan te passen volgens de montagestatus. 1. 1) 4 schroeven 2) Luchtkanaalframe 3) Binnenpaneel 4) Luchnlaatrooster 5) HEPA-lter 6) Gaas 2. Aeelding 9

30 DEMONTAGE Let er bij het installeren van de binnenschaal op dat u de bevesgingen aan de voor- en achterkant vastmaakt, zoals weergegeven in de aeelding, door op de binnenschaal 1,2,3,4,5,6 te drukken. Gebruik bij het verwijderen van de binnenschaal een schroevendraaier om posies 3 en 4 voorzichg open te wrikken, en trek de binnenschaal naar beneden om de binnenschaal te verwijderen. Vergroot diagram van posie 3 en 4

31 PROBLEMEN OPLOSSEN GIDS VOOR OPLOSSEN VAN PROBLEMEN Als je problemen ondervindt met de aircondioner van je recreaevoertuig controleer dan deze gids voordat je contact opneemt met onze servicevertegenwoordiger. PROBLEEM MOGELIJKE OORZAAK OPLOSSING Het apparaat start niet Het apparaat is mogelijk niet juist aangesloten op de voeding. Controleer de voeding van het voertuig en controleer dat deze juist wordt geleverd. Het apparaat kan de ruimte niet koelen De dak aircondioner is niet waterpas. Monteer de dak aircondioner zo waterpas mogelijk van voor naar achter en van zijkant naar zijkant wanneer het voertuig is geparkeerd. Controleer dat de montage van de aircondioner juist en waterpas is. De temperatuurinstelling is te hoog. Reset de afstandsbediening met een lagere temperatuurinstelling. Het luchilter is vuil. Verwijder en reinig het lter.

De ruimte was al erg warm voordat het apparaat werd aangezet. Geef het apparaat de jd om de ruimte te koelen. Het apparaat maakt lawaai Het apparaat maakt een klikkend en gorgelend geluid. Deze geluiden zijn normaal jdens de werking van het apparaat. Er druppelt water in het apparaat De pakking van de bodemplaat is niet gelijkmag samengedrukt. Montagebouten moeten gelijkmag worden vastgedraaid door de pakking van de bodemplaat samen te drukken. Het apparaat hee ijs of vorst op de spoelen De temperatuur binnenin is laag. Selecteer een HOGE venlatorsnelheid voor de venlatormodus. Het lter is vuil. Verwijder en reinig het lter.

32 Binnendisplay FOUTCODES Wanneer de aircondionerstatus abnormaal is, knippert de temperatuurindicator op de binneneenheid om de bijbehorende fout weer te geven. Raadpleeg de onderstaande lijst voor idencae van de foutcode. Opmerking: als er andere foutcodes zijn, neem dan contact op met gekwaliceerde professionals voor reparae. FOUTCODE PROBLEMEN OPLOSSEN PL De voedingsspanning is te laag. Controleer of de spanning juist is. Het kan worden verholpen na het opnieuw starten van het apparaat. Als dit niet het geval is, neem dan contact op met gekwaliceerde professionals voor reparae. E1/E2/E3/E4/EC Neem contact op met gekwaliceerde professionals voor reparae.

EE (Beveiligingscode, kan worden geannuleerd door over te schakelen naar een andere werkmodus of door AAN/UIT te schakelen) Iets blokkeert het luchnlaatrooster van de binnen unit en veroorzaakt een abnormale luchtstroom naar de binnen unit Controleer of er iets het luchnlaatrooster blokkeert en verwijder het. Het HEPA-lter is te vuil en veroorzaakt een abnormale luchtstroom Vervang het HEPA-lter door een nieuw exemplaar Wanneer het apparaat in de koelmodus staat, is de omgevingstemperatuur te laag. De compressor en de venlatoren stoppen met werken, de venlator van de binnenunit start opnieuw na 20 seconden. Als de temperatuur hoger is en de compressor meer dan 10 minuten stopt, wordt de EE-code automasch uitgeschakeld. Gebruik de koelmodus wanneer de omgevingstemperatuur hoger is. Het indicatorschema dient alleen als referene.

33 REGULIERE ONDERHOUDSPROCEDURES ACTIVITEIT FREQUENTIE Reinig het HEPA-lter (Vaker reinigen kan noodzakelijk zijn aankelijk van de luchtkwaliteit) Het wordt aanbevolen het HEPA-lter na één jaar gebruik te vervangen. VERWIJDEREN VAN HET LUCHTFILTER Trek het luchnlaatrooster met de hand eruit in de richng van de pijl en verwijder het gaas en HEPA-lter. ① Gaas ② HEPA-lter ③ Luchnlaatrooster REINIGEN VAN HET GAAS EN HEPA-FILTER Was stof van de luchilters met schoon water of stofzuig het lter met een elektrische huishoudstofzuiger. Reinig het HEPA-lter met een elektrische huishoudstofzuiger. Als je merkt dat het HEPA-lter vuil is en niet kan worden gebruikt na het reinigen, moet je contact opnemen met de fabrikant om een vervangend HEPA-lter te kopen. HET NIET IN ACHT NEMEN VAN DE VOLGENDE INSTRUCTIES KAN LEIDEN TOT ERNSTIG LETSEL 1 .

Raak de condensatoraansluingen niet aan als er nog elektrische lading is. De condensator kan nog steeds een hoge spanning hebben, zelfs als de voeding is uitgeschakeld. 2 . Wees voorzichg bij het onderhouden van het koelsysteem. Het hee een hoge interne druk. 3 . Blokker het lter en de interne luchnlaat niet om het lekken van water te voorkomen. WAARSCHUWING

34 RECYCLING Dit product heeft het selectieve sorteersymbool voor afgedankte elektrische en elektronische apparatuur. Dit betekent dat het product moet worden behandeld volgens de Europese richtlijn (2012/19/EU) om te worden gerecycled of gedemonteerd om de impact op het milieu te beperken. Neem voor meer informatie contact op met je lokale autoriteiten. Elektronische producten die niet zijn opgenomen in het selectieve sorteerproces zijn mogelijk gevaarlijk voor het milieu en de gezondheid van de mens vanwege de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. CONFORMITEITSVERKLARING Hiermee verklaart Gimeg Nederland B.V., dat het apparaat RTA-1700L + RTA-2500L, voldoet aan de basiseisen en andere relevante voorschriften die in de Europese richtlijn voor radioapparatuur (2014/53/EU), elektromagnetische compatibiliteit (2014/30/EU) en de laagspanningsrichtlijn (2014/35/EU).

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Mestic RTA-1700L stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden