Master BCM 311 Handleiding

Master Airco BCM 311

Bekijk gratis de handleiding van Master BCM 311 (148 pagina’s), behorend tot de categorie Airco. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 33 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Master BCM 311 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/148
USER AND MAINTENANCE MANUAL
BCM 191AB  BCM 191AL  BCM 191AU
BCM 311AB  BCM 311AU
BCM 511AB  BCM 511AU
| en | it | de | es | fr | nl | pt | da | pl | ru | cs | hu | tr | lt |
| lv | et | ro | sk | bg | el |
Cod. 4250.119 - Ed. 2024 / R. 01

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Master
Categorie: Airco
Model: BCM 311

Handleiding Master BCM 311 – volledige tekst

enitdeesfrnlptdanosvplrucshusltrhrltlvetroskbgukbselzh►►►1. INFORMATIE BETREFFENDE DE VEILIGHEID(Afb. 1) BELANGRIJK: Dit toestel is niet ge-schikt om gebruikt te worden door per-sonen (kinderen inbegrepen) met be-perkte fysische, zintuiglijke en mentale capaciteiten, of zonder ervaring, tenmin-ste als ze niet onder toezicht staan van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid. Kinderen moeten onder toezicht staan om ervoor te zorgen dat ze niet met het apparaat spelen. ►1. 1. Tijdens de installatie, de aansluiting op de elektriciteit en de aansluiting op het water, tijdens het gebruik en het on-derhoud van de koeler, dient men zich aan alle plaatselijke verordeningen en de geldende normen te houden. ►1. 2. De installatie, de afstelling en het on-derhoud van de koeler mag alleen door gekwaliceerd personeel uitgevoerd worden. ►1. 3.

Gebruik dit apparaat voor het koe-len, bevochtigen, ventileren of het stof verwijderen. ►1. 4. Om het risico op brand of ernstig letsel te voorkomen, moet de koeler ge-installeerd worden op een veiligheidsaf-stand ten aanzien van warmtebronnen (kachels, vuur, enz. ), van vonken (lasap-paraten, schakelborden, enz. ), of van verbrandingsrookgassen (afzuigkap-pen, schoorstenen, enz. ). ►1. 5. De onjuiste elektrische aansluiting, of de onjuiste installatie, kan risico’s of ernstige defecten veroorzaken. ►1. 6. Controleer, alvorens ongeacht welke handeling uit te voeren, of de koeler, de voedingskabel en het bedieningspaneel, enz. , perfect droog zijn om ieder risico of ernstige defecten te voorkomen (werk nooit met natte handen). ►1. 7. Installeer het apparaat alleen buiten. ►1. 8.

De koeler moet geïnstalleerd wor-den op een stabiele en genivelleerde structuur zodat ieder risico vermeden wordt (de structuur en de pluggen moe-ten geschikt zijn om het gewicht van het apparaat te verdragen). ►1. 9.

De minimum veiligheidsafstand, die aanbevolen wordt, tussen de koeler en muren of andere voorwerpen, is 0,5 m. ►1. 10. Er moet een uitlaat van 0,8 m2 ge-reed gemaakt worden voor iedere 3. 600 m3/h lucht die naar de koeler toegevoerd wordt (garandeer altijd een luchtverver-sing in de gekoelde omgeving). In geval van mechanische ventilatie van de lucht, moet de geëxtraheerde hoeveelheid lager zijn dan 85% van de ingevoerde lucht. De mechanische ventilatie kan ge-combineerd worden met natuurlijke ven-tilatie. ►1. 11. Voorzie de koeler alleen met de spanning en de frequentie die op het gegevensplaatje vermeld staan met ge-BELANGRIJK: LEES DEZE WERKHANDLEIDING AANDACHTIG ALVORENS DE ASSENBLAGE, DE INWERKINGSTELLING OF HET ONDERHOUD VAN DEZE KOELER UIT TE VOEREN. VERKEERD GEBRUIK VAN DE KOELER KAN ERNSTIG OF FATAAL LETSEL VEROORZAKEN. BEWAAR DEZE HANDLEIDING VOOR RAADPLEGING IN DE TOEKOMST.

enitdeesfrnlptdanosvplrucshusltrhrltlvetroskbgukbselzhbruik van kabels met een geschikte door-snede (de voedingsspanning mag geen schommelingen vertonen van meer dan ± 5% ten opzichte van de waarde die op het gegevensplaatje staat.►1.12. Zorg dat de koeler een goede aar-ding heeft.►1.13. Zorg dat de polariteiten bij de aan-sluiting op het elektriciteitsnet worden gerespecteerd. Geadviseerd wordt om een geschikte magnetothermische di?e-rentiaalschakelaar te gebruiken (zie ge-gevensplaatje).►1.14. De koeler kan een maximum in-gangsdruk van 3 Bar verdragen. Mocht de druk van de watertoevoer hoger zijn, dan moet een drukverlager geïnstalleerd worden.►1.15. Vul de tank van de koeler alleen met schoon water.►1.16. Er wordt aangeraden gebruik te maken van een horizontale afdekking die bescherming biedt tegen de weers-omstandigheden, voor de goede bewa-ring van de koeler op lange termijn.►1.17.

Het is verboden de koeler en het elektriciteitsnet of het waternet na de in-stallatie te wijzigen, onklaar te maken of af te stellen, als dat niet door gekwali-ceerd personeel gebeurt.►1.18. Sluit de luchtinlaten van de koeler niet af, ook niet gedeeltelijk, om ieder ri-sico te voorkomen.►1.19. Om ernstige defecten te voorko-men, moet vermeden worden dat stof, vuil of ander materiaal in aanraking met de koeler komt.►1.20. Er wordt aangeraden de koeler te gebruiken bij een omgevingstempera-tuur tussen 18°C en 45°C en met een wa-tertemperatuur die lager is dan 45°.►1.21. Om ernstige defecten te voorko-men wanneer de temperatuur tot onge-veer

enitdeesfrnlptdanosvplrucshusltrhrltlvetroskbgukbselzh►►►3. ASSEMBLAGE EN INSTAL-LATIE (ALLEEN VOOR GEKWALIFI-CEERD PERSONEEL)OPMERKING: OM TOEGANG TE KRIJGEN TOT DE INTERNE DELEN VAN DE KOE-LER, MOETEN DE SCHROEVEN EN DE VERDAMPINGSPANELEN, DIE OP DE ZIJ-KANTEN VAN HET APPARAAT GEPLAATST ZIJN, VERWIJDERD WORDEN (Fig. 2). ►►3. 1. VERPLAATSINGVerplaats de koeler met de grootste voorzich-tigheid en in de horizontale richting. ►►3. 2. VOORINSTALLATIE EN INSTAL-LATIEMETHODEN(Afb. 3)Tijdens de installatie, de aansluiting op de elektriciteit en de aansluiting op het water, tijdens het gebruik en het onderhoud van de koeler, dient men zich aan alle plaatselij-ke verordeningen en de geldende normen te houden. ►3. 2. 1.

De koeler moet geïnstalleerd worden op een stabiele en genivelleerde structuur zodat ieder risico vermeden wordt (de struc-tuur en de pluggen moeten geschikt zijn om het gewicht van het apparaat te verdragen). ►3. 2. 2. Installeer de koeler in goed geventi-leerde zones. ►3. 2. 3. De koeler kan alleen buiten geïnstal-leerd worden (op het dak of aan de muur). ►3. 2. 4. Installeer de koeler ver van kachels, warmtebronnen en mogelijke vonken, om ernstige schade te voorkomen. ►3. 2. 5. Doorboor de koeler niet met schroe-ven of trekstangen tijdens de installatie. ►3. 2. 6. De minimale installatieafstand tussen de koeler en de wanden of andere objecten is 0,5 m (zorg dat er rondom de koeler vol-doende ruimte is voor het onderhoud). ►►3. 3. KANALISERINGSMETHODEDoor een leiding op de koeler aan te sluiten, kan de naar buiten komende lucht gebruikt worden waar koeling nodig is.

het is belangrijk dat de gehele leiding die voor de kanalisering gebruikt wordt correct ontwor-pen en gestructureerd is. ►3. 3. 1. Gebruik leidingen met een geschikte doorsnede (de gemiddelde luchtsnelheid in de leiding is 3-6m/s). ►3. 3. 2. De kanalisering moet zo kort mogelijk zijn. ►3. 3. 3. Vermijd elleboogbochten van de lei-ding. ►3. 3. 4.

Vermijd het de luchtstroom te vertak-ken naar meerdere leidingen en sub-leidin-gen. OPMERKING: ER WORDT AANGERADEN LEIDINGEN VAN VERZINKTE PLAAT, PLAS-TIC OF GLASVEZEL TE GEBRUIKEN. ►►3. 4. AANSLUITING OP HET ELEKTRI-CITEITSNET EN AANSLUITING VAN DE SONDEBELANGRIJK: DE TOTSTANDKOMING VAN DE ELEKTRISCHE VOEDINGSLEIDING EN VAN DE AANSLUITING MOET UITGE-VOERD WORDEN DOOR EEN BEVOEGDE TECHNICUS DIE GEBRUIK MAAKT VAN GESCHIKTE APPARATEN EN INSTRUMEN-TEN VOLGENS DE NATIONALE REGELGE-VING EN IN OVEREENSTEMMING MET DE GELDENDE VOORSCHRIFTEN. ►3. 4. 1. Door de schroeven op de zijkant van de koeler weg te nemen, wordt toegang verkregen tot de binnenkant van het appa-raat (Fig. 2). ►3. 4. 2.

Voer de kabels (voedingskabel, de kabel van de seriële aansluiting, de kabel van de sonde en de kabel van de elektri-sche klep) door het gat dat zich vlakbij het elektrische paneel op de bodem van de koeler bevindt (Fig. 4). ►3. 4. 3. Sluit de koeler aan en voed hem al-leen met de spanning en de frequentie die op het gegevensplaatje staan en met ka-bels met de geschikte doorsneden. ►3. 4. 4. Voor de juiste werking is het van fun-damenteel belang om ervoor te zorgen dat de koeler een goede aarding heeft. ►3. 4. 5. Sluit het display aan op de seriële ka-bel (Fig. 5). ►3. 4. 6. Sluit de kabel van de temperatuur-/vochtigheidssonde (al naar gelang het mo-del) aan op het elektrische paneel (Fig. 5). ►3. 4. 7. Sluit de kabel van de elektroklep aan op het elektrische paneel (Fig. 5).

enitdeesfrnlptdanosvplrucshusltrhrltlvetroskbgukbselzhOPMERKING: ZORG DAT DE POLARITEI-TEN BIJ DE AANSLUITING OP HET ELEK-TRICITEITSNET WORDEN GERESPEC-TEERD. GEADVISEERD WORDT OM EEN GESCHIKTE MAGNETOTHERMISCHE DIF-FERENTIAALSCHAKELAAR TE GEBRUI-KEN (ZIE GEGEVENSPLAATJE). ►►3. 5. INSTALLATIE AFVOERKLEP(Afb. 6)Op de basis van de koeler is een afvoerklep aangebracht om het water uit de tank te drai-neren. De afvoerklep is op het moment van aankoop in de verkoopverpakking geplaatst. Handel als volgt om de afvoerklep te installe-ren:►3. 5. 1. Verwijder de moer die op de basis van de klep geïnstalleerd is. ►3. 5. 2. Plaats de klep in de betre?ende zit-ting (op de basis van de koeler). ►3. 5. 3. Schroef de moer vast op de klep. ►►3. 6. AANSLUITING OP HET WATER-NET(Afb. 7)BELANGRIJK: VOORZIE DE KOELER AL-LEEN VAN SCHOON WATER.

BELANGRIJK: DE KOELER KAN EEN MAXI-MUM INGANGSDRUK VAN HET WATER VAN 3 BAR VERDRAGEN. DE LEIDINGEN EN DE KOPPELINGEN DIE GEBRUIKT WORDEN VOOR DE WATERTOEVOER MOETEN EEN GESCHIKTE DOORSNEDE EN STRUCTUUR HEBBEN (ALS DE DRUK VAN HET WATERNET HOOG IS,WORDT AANGERADEN EEN DRUKVERLAGER EN EEN LEIDING MET METAALNET TE GE-BRUIKEN). ►3. 6. 1. Sluit de koeler aan op het waternet met de schroefdraadkoppeling en de elek-troklep. ►3. 6. 2. Sluit de elektroklep aan op het elek-trische paneel, voer hiervoor de elektrische kabels door het gat dat zich vlakbij het elek-trische paneel op de bodem van de koeler bevindt. ►3. 6. 3. Controleer vóór de inwerkingstelling of het circuit geen water lekt. ►►3. 7. BASISCONFIGURATIE(Afb. 8)BELANGRIJK: GEBRUIK VOOR DE JUIS-TE WERKING VAN DE INSTALLATIE EEN KABEL MET SPECIFIEKE KENMERKEN (ZIE TABEL TECHNISCHE GEGEVENS).

BELANGRIJK: DE BASISCONFIGURATIE VAN DE KOELER WORDT UITGEVOERD VANAF HET DISPLAY NA AAN ELKE MA-CHINE EEN UNIEK ADRES TE HEBBEN TOEGEWEZEN IN DE INSTALLATIEFASE. ►3. 7. 1. Voer de login uit en ga naar het MAIN-menu. ►3. 7. 2.

Breng via het menu CONFIG, de installatie in kaart, geef hierbij aan welke van de 31 koelers aanwezig zijn. ►3. 7. 3. Selecteer in het menu MAIN alle in de installatie aanwezige koelers (een koeler per keer), ga naar het desbetre?ende menu, stel het volgende in:1- WERKWIJZE ENKEL OF PER GEBIED:-ENKELE WERKING: Autonome werking waarvoor de aanwezigheid van de sonde is vereist. -WERKING PER GEBIED:Gekoppelde logica (uit de 4 mogelijke een GEBIED van lidmaatschap toewijzen) en in elk GEBIED een machine “LEADER” deniëren die toegerust moet worden met een temperatuur- / vochtigheidssonde (al naar gelang het model). De koelers "SLAVE" hebben geen sonde nodig om te functioneren. 2 - TYPE FUNCTIE (KOELING / VENTILATIE / AFZUIGING / REINIGING):Selecteer de knop met betrekking tot de functie die u wilt instellen.

3 - TIJDPROGRAMMERING:-In het vak TIMER selecteer AUTO om de tijdprogrammering in te stellen (de toets TIMER wordt geactiveerd). -In het vak TIMER selecteer MAN om de koeler handmatig te kunnen in- en uitschakelen. 4 - WERKWIJZE MET TEMPERATUUR- OF VOCHTIGHEIDSLIMIETEN (AL NAAR GELANG HET MODEL):In het betre?ende uitklapmenu is het, al naar gelang het model, mogelijk om de temperatuur of de vochtigheid als.

enitdeesfrnlptdanosvplrucshusltrhrltlvetroskbgukbselzhreferentieparameter te kiezen. Door LOCAL te selecteren wordt de koeler "LEADER" van een gebied gedenieerd, door op analoge wijze GEBIED te selecteren wordt een koeler "SLAVE" gedenieerd. Door met de cursor op LIMIT te gaan staan, is het mogelijk om de referentiewaarde in te stellen voor de temperatuur of voor de vochtigheid (al naar gelang het model). 5 - ROTATIESNELHEID VAN DE MOTOR:-Via de knop met de pijl (naar rechts) kan de rotatiesnelheid worden verhoogd. -Via de knop met de pijl (naar links) kan de rotatiesnelheid worden verlaagd. ►3. 7. 4. Als de koeler gecongureerd wordt voor de werking "ENKEL" of "LEADER", moeten alle parameters worden ingesteld. Als de koeler gecongureerd wordt voor de werking "SLAVE", wordt de conguratie overgenomen van het apparaat "LEADER" van het gebied waartoe hij behoort. ►►►4. WERKING(Afb.

9)WAARSCHUWING: Lees aandachtig de ”INLICHTINGEN BETREFFENDE DE VEILIGHEID” vooraleer de koeler aan te zetten. WAARSCHUWING: Gebruik alleen schoon water om defecten of storingen te voorkomen. WAARSCHUWING: Controleer of uw elektrische installatie een correcte aarding heeft. De aansluiting op het elektriciteitsnet moet uitgevoerd worden in overeenstemming met de nationale normen die van kracht zijn. Voorzie het apparaat alleen van de spanning en de frequentie die op het gegevensplaatje staan. BELANGRIJK: De koeler heeft een waterafvoer die zich op de basis van het apparaat bevindt. De koeler voert volledig het water af uit de tank door een spoelcyclus uit te voeren (de tijd van automatische afvoer, in te voeren door te gebruiker). Laat tijdens het winterseizoen, of in geval van een langdurige periode van onbruik, het circuit en de tank zonder water.

REINIGING EN ONDERHOUDWAARSCHUWING: ALVORENS ONGEACHT WELKE ONDERHOUDSINGREEP OF REPARATIE UIT TE VOEREN, MOETEN DE ELEKTRICITEITSTOEVOER EN DE WATERTOEVOER LOSGEKOPPELD WORDEN. Al naargelang de omgeving waarin het apparaat gebruikt wordt, kunnen stof, vuile en de kwaliteit van het gebruikte water van invloed zijn op de prestaties van de koeler. Er wordt dus aangeraden de buitenkant van de koeler met een zachte doek te reinigen (reinig absoluut niet per een waterstraal onder hoge druk) waarbij eventuele obstructies van de luchtinlaten verwijderd moeten worden. BELANGRIJK:-De tank van de koeler moet regelmatig, al naargelang het gebruik, geleegd en ont-smet worden. -De oppervlakken van de pads moeten re-gelmatig, al naargelang het gebruik, geïn-specteerd en ontsmet worden. -Voor de ontsmettingswerkzaamheden moeten biociden gebruikt worden conform de Europese verordening 582/2012.

enitdeesfrnlptdanosvplrucshusltrhrltlvetroskbgukbselzh►►►6. STORINGENSTORING OORZAAK OPLOSSINGHet bedie-ningspaneel functioneert niet1. Geen voeding2. Defecte apparatuur1a. Controleer of het apparaat op de voe-ding aangesloten is1b. Neem contact op met de technische dienst2. Neem contact op met de technische dienstEr is geen luchtstroom of deze is zeer gering1. Obstructie van de luchtinla-ten2. Defecte apparatuur1a. Verwijder eventuele voorwerpen van de luchtinlaat 1b. Neem contact op met de technische dienst2. Neem contact op met de technische dienstHet apparaat reageert niet op de com-mando’s1. Geen communicatie 1a. Controleer of de seriële kabel correct is aangesloten1b. Neem contact op met de technische dienstHet apparaat verliest water1. De watertoevoerleiding zit los2. De waterafvoer is vuil3. De tank lekt4. Het paneel druppelt1. Schroef de koppeling vast2.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Master BCM 311 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden